Mijmeren onder de terebint - 21
Vernieuw
je denken
De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God.
Hier vind je alle
pagina’s van de ontspannende Terebint studie-serie : 1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34
35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51
52
53
(naar
begin van deze serie)
Mijmeren
- ontsnappen aan de waan van de dag
Oplaadstation
voor onze geestelijke accu. (Luister
hier)
Even mijmeren
onder de Terebint, ontsnappen aan de waan van de dag. Oplaadstation
voor onze geestelijke accu. Deze week onder het motto:
Vernieuw
je denken
Romeinen 12:2
Het kan verkeren in ons mensenleven. Soms struikelen we elke keer weer
over dezelfde steen. En soms denken we dat er dingen zijn die we niet
kunnen, omdat we het in het verleden ook niet konden doen, of
laten…Zo denk ik aan bijvoorbeeld afvallen, het afleren van
slechte gewoonte, of het veranderen van ons taalgebruik. Daarom moeten
we ons denken veranderen, en zo worden hervormd, door de vernieuwing
van ons denken. Rom.12:2 - " En wordt niet gelijkvormig aan deze
wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat
gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en
volkomene."
In I Kor. 2:16 vertelt de apostel Paulus ons dat wij "de zin van
Christus" hebben. Die "zin" wordt beschreven in Filippenzen 2:5-8 als
de gezindheid die er bij onze Heer toe leidde dat Hij Zich ontledigde
ten behoeve van anderen en voor de heerlijkheid van God. Maar hoewel
deze manier van denken aan ons is gegeven en ons bezit is, laten we dit
niet altijd zien en ervaren we vaak haar aanwezigheid in ons niet. Er
zit spanning tussen wat we zijn en in de geest bezitten, en wat we zijn
in het vlees. Maar toch is dit niet een zaak om te wanhopen, want we
hebben het evangelie, dat een kracht is voor hen die geloven(Rom. 1:6).
Terwijl we ons verheugen in de genade van het evangelie, worden onze
geesten gered van verkeerde manieren van denken en omgevormd naar de
ideale manier van denken die ten volle zichtbaar is in Christus.
Het twaalfde hoofdstuk van Romeinen opent met een herinnering aan "de
barmhartigheden van God." Dit moet de leid-ster zijn van het
afsluitende deel van deze brief, de basis van alles wat hier wordt
gezegd over ons denken en gedrag. "De barmhartigheden van God" verwijst
naar alles wat in Romeinen 1-11 gezegd is over God betreffende Zijn
rechtvaardigheid, genade, liefde en mededogen. Het is een uitdrukking
van het evangelie dat "Hij, die zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard,
maar voor ons allen overgegeven heeft"(Rom. 8:32) Degene is Die "allen
onder ongehoorzaamheid besloten, om Zich over allen te ontfermen"(Rom.
11:32).
In het licht van dit goddelijke medeleven en zorg nodigt Paulus ons uit
om onze lichamen te stellen als offers van lof en toejuiching tot God,
daarin een logisch antwoord ziende op God's genadegift. Nu volgt de
apostel deze woorden toe: "En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld,
maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt
erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene"
(Rom. 12:2)
Het oude axioma zegt: "we doen zoals we denken," en dat is over het
algemeen genomen waar. Maar er zijn uitzonderingen waar onze daden, op
z'n minst, niet de wensen van ons denken weerspiegelen. Zo was het ook
voor Saulus van Tarsus, zoals beschreven in Romeinen 7:7-25. Zijn geest
wist dat het fout was te begeren en verlangde er naar de hele wet op
perfecte wijze te gehoorzamen; maar Saulus was aan het begeren, zelfs
al waren anderen niet van dit feit op de hoogte. Zijn geest was zwak in
het omgaan met bepaalde zwakheden van zijn vlees, en dat kwam omdat die
alleen de hulp had van de wet, met al haar dreigementen en beloften. Op
dat moment ontbrak het Saulus aan de kracht van God's genade, die
bevrijdt van zelf-vertrouwen en zelfzuchtige zorgen, en die met goed
gevolg het denken vernieuwt in goede en correcte gedachten.
Ook wij hebben vele conflicten tussen ons denken en ons doen. En zolang
we blijven zoals Saulus van Tarsus, denkend over wat we wel en niet
moeten doen, dan zullen we diep ongelukkig blijven. Alleen wanneer ons
denken gericht is op God's genade voor ons, alleen wanneer wij onze
aandacht richten op Hem, zoals Christus altijd doet, hebben we de
kracht om voortdurend in geloof te denken en doen.
Let nogmaals op de stappen in Paulus' uitnodiging. Eerst worden we op
God gericht en alles wat opgeschreven is over Zijn houding en
activiteit ten behoeve van ons in de eerdere hoofdstukken van Romeinen.
Dit leidt logischerwijze tot het dienstbetoon van lofprijzing. We nu
zien we dat de onthullingen van God's barmhartigheden ook leiden naar
de vernieuwing van ons denken. Alles wat in Romeinen 1-11 gezegd werd
speelt een belangrijke rol in de omzetting van ons denken.
Ons denkpatroon kan niet stukje bij beetje werkzaam verbeterd worden.
Het zou niet helpen als Paulus zou beginnen met te zeggen dat God van
ons eist dat we ons denken veranderen en dat we alleen goed denken en
perfecte gedachten hebben. Zowel het stellen van onze lichamen als een
offer van toejuiching tot God en de ontwikkeling in ons bewustzijn van
"de zin van Christus", zijn het gevolg van geloven en stilstaan bij
God's genade. Zij komen beide tot ons "door" de barmhartigheid van God.
De invloed van God's Woord.
In een commentaar op
Romeinen 12:2 staat het als volgt: "Op de mens gericht moet ons gedrag
er niet zo uitzien als dat van de wereld. Er moet een vernieuwing zijn
die voortgebracht wordt door middel van ons denken, onder de invloed
van God's onthullingen. We kunnen nooit zijn wat de wereld in wezen is,
daarom moet ons gedrag er ook niet op lijken. We moeten er meer en meer
ongelijk aan worden door het contact met het denken van God.
"Hier moeten we de woorden "door de invloed van God's onthullingen" en
"door het contact met het denken van God" benadrukken. Het is
gemakkelijk voor ons om in de woorden "ons gedrag moet er niet zo..."
en "we moeten er meer en meer..." iets te zien dat lijkt op de Oud
Testamentische wet. Dit is verre van wat broeder Knoch bedoelde en
verre van dat van mij, wanneer ik(zoals ik vaak doe) soortgelijke
uitdrukkingen gebruik. Het is menselijke vooringenomenheid dat men in
zulke uitdrukkingen van leiding en bemoediging, ideeën van
wettelijke opdrachten wil zien, ondersteund door de kracht van straf en
bestraffing voor het falen om te gehoorzamen. De basis van A.E.Knoch's
oproep is zijn overtuiging dat God's Woord voor ons het kanaal is voor
het vernieuwen van ons denken.
Laten we niet vergeten dat Romeinen 12:1,2 volgt op een van de sterkste
en duidelijkste onthullingen van de godheid van God in heel de
Schrift!! Romeinen 11:32-36 schrijft alles wat gebeurt en alles wat
bestaat toe aan het handelen van God en sluit af met de jubelroep dat
alles voor Hem is.
Op gelijke wijze is er een levende en nauwe relatie tussen het slot van
Romeinen 8 en de openingsgedachten van hoofdstuk 12. De verzekering dat
niets ons kan scheiden van de liefde van God, heeft een zeer grote
invloed op ons denken, een invloed die alleen maar en geheel ten goede
is.
Het is dan ook ons contact met de "zin van Christus" dat ons op
effectvolle wijze zal helpen naar een nieuwe manier van denken,
waardoor we begerig zullen zijn naar omgang met anderen en van harte
betrokken bij het brengen van eer aan God. En het is ons contact met
het denken van God, zoals aan ons voorgesteld in Romeinen 1:11, Efeze
1-3 en andere gelijksoortige delen van God's Woord, dat ons denken zal
omvormen van wrok en vrees naar vreugde en vrede. Zoals Paulus ons
later herinnert: het is de weg waarin we "Christus leren" die ons leidt
in de verjonging van de geest van ons denken(Efe. 4:20,23).
Veel van het denken van het traditionele Christendom is verdorven omdat
problemen niet zijn opgelost door overwegingen van de gezindheid van
Christus en de genade van God. Er is geen ruimte in het denken van
Christus voor het idee van een eeuwige hel, met al haar gruwelen en
schaamte. Het idee dat ons toekomstige leven een doel op zich is, voor
ons eigen speciale genoegen, zodat wij tenminste gered zullen zijn,
terwijl miljarden eeuwig verloren zullen zijn, kent geen plaats in het
denken van de Ene Die Zichzelf ontledigde en vernederde tot zelfs de
dood aan het kruis. Het is goed voor ons de betekenis en het doel te
willen verstaan van God's oordelen, of onze toekomstige plaats in
Christus' hemelse lotdeel te waarderen, maar we zouden deze zaken
moeten onderzoeken met de denkwijze van Christus.
Het onderzoeken van de wil van God.
Wat we nodig hebben is een
bekendheid met de wil van God. Om de wil van God te onderzoeken, moeten
we "de zintuigen en het denken onderwerpen" aan de kenmerken die de
Schrift aan dit thema geeft. Wat zegt God's Woord(en dan in bijzonder
het deel dat aan ons is gericht) dat Zijn wil is? Als het evangelie
bijvoorbeeld zegt dat God Zijn rechtvaardigheid onthult door het geloof
van Jezus Christus en dat deze rechtvaardigheid "voor allen" is en ook
nog eens geplaatst is "over allen die geloven"(Rom. 3:21,22;SV), dan
onderzoeken we dit aspect van God's wil door ons denken er aan te
onderwerpen. Wat de Schrift aangeeft de wil van God te zijn is
dagelijks voedsel voor ons denken. Over deze dingen zullen we
nadenken(1Tim. 4:15).
Ons denken wordt vandaag de dag onderworpen aan zo veel verschillende
invloeden. De meeste van deze invloeden zijn in overeenstemming met
"deze aion", en vrijwel geen daarvan houdt rekening met de wil van God.
Zelfs onder gelovigen wordt er weinig aandacht geschonken aan de zeer
fundamentele waarheid dat God de redding van heel de mensheid wil(1Tim.
2:4), of dat Hij alles werkt naar de raad van Zijn wil (Efe. 1:11).
Toch zijn dit gevolg hebbende zaken, die meer en meer stevig en steeds
vaker indruk maken op ons denken.
Het goede, welgevallige en volkomene.
God wil altijd wat ten
goede is(Rom. 8:28). Omdat dit indruk maakt op ons denken, merken we
dat we van plan zijn om goed te doen en dat na te jagen. Ons denken
houdt zich bezig met heilzame zaken, meer dan met het beladen zijn met
zelfzuchtige verlangens en op onszelf gerichte verslagenheid over ons
falen. Net als Paulus is het goed "vergetende hetgeen achter mij ligt
en mij uitstrekkende naar hetgeen voor mij ligt"(Filip. 3:14)
Het verlangen van iedere gelovige is om God genoegen te doen, zowel in
daden als in denken. Wat Hem genoegen doet is een op prijs stellen van
Zijn genade dat zo sterk is, dat het ons leidt tot een genadevol
handelen door onszelf(Efe. 4:32). De liefde van Christus dwingt ons en
ons denken om gedachten te denken en daden te doen die een afdruk zijn
van die liefde (2Kor. 5:14).
Door het woord "volkomene", of zoals het vaak wordt weergegeven:
"volwassen", kunnen we nauwelijks de volkomen kennis van alles in de
Schriften begrijpen of zelfs ieder aspekt van het evangelie. Dit is
niet een zaak van een hoog I.Q., of van een opeenstapeling van
universitaire diploma's. De apostel spreekt over een soort denken dat
juist is en dat overeenstemt met de gezindheid van Christus. De
gelovige die al zijn denken begint uit het voorop stellen van God's
liefde, getoond in de gift van Zijn Zoon, zal vooruitgang boeken op
zijn weg naar geestelijke volwassenheid. Het denken van Christus is
volkomen en het is die manier van denken(die al in ons is ingeplant)
die we zullen aannemen onder de krachtige invloed van God's Woord.
Wat weten we allemaal goed wat het betekent een verontrust denken te
hebben, of een denken dat gevuld is met boosheid en haat, of een
bekrompen en intolerant denken, of een denken dat gevuld is met vrees
en schuldgevoel! Maar geen van deze is in het denken van Christus te
vinden. Mogen wij iedere dag omgevormd worden door het vernieuwen van
ons denken, opdat we leren denken zoals onze Heer denkt, op een manier
die goed is en welgevallig en volkomen.
Laat de Here de kracht van je leven zijn! Je kunt alles door Christus
Jezus! Hij zal je een overwinnaar maken! Lees de Bijbel er maar op na,
ook in de volgende schriftgedeelten: Ef 6:10, I Kor15:57, Ps27:1, II
Kor2:14, 2Tim.1:7, Rom4:20, Dan.11:32, Fil4:13, Luk.10:19, Rom8:37,
Hand1:8, I Joh5:4, I Joh4:4
God is vol kracht, en Hij maakt Zijn kinderen sterk en krachtig.



















