Mijmeren onder de terebint - 16

Gods gratie te ontvangen

Lees de BijbelDe Bijbel is niet een boek wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen. Ontdek de bron van vrede, het Woord van God.

SchargravenHier vind je alle pagina’s van de ontspannende Terebint studie-serie : 1  2  3  4  5  6  7  8  9  10  11  12  

13  14  15  16  17  18  19  20  21  22  23  

24  25  26  27  28  29  30  31  32  33  34  

35  36  37  38  39  40  41  42  43  44  45  46  47  48  49  50  51 

52  53  (naar begin van deze serie)


Mijmeren - ontsnappen aan de waan van de dag

Oplaadstation voor onze geestelijke accu. (Luister hier)

Even mijmeren onder de Terebint, ontsnappen aan de waan van de dag. Oplaadstation voor onze geestelijke accu. Deze week onder het motto:

Gods gratie te ontvangen

Ef. 2:8-9
 
Vaak denken we dat wij niet waardig zijn om Gods gratie te ontvangen. Toch is de Bijbel hier heel duidelijk over: "Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; niet uit werken, opdat niemand roeme." (Efe. 2:8-9)

Gods woord zegt hierover heel veel (Rom.8:1, Micha7:18-19,1Joh.1:9 Ps.103:11-12, Jes.1:18, Hebr.10 :17, Jes.44:22 2Kor.5 :21

Veroordeling drijft je altijd verder van God af. Het zegt; “Ik ben het niet waard”. Overtuiging drijft je naar God toe. Het zegt; “ Ik heb gezondigd, maar er is een liefdevolle Redder, die er altijd voor me is en die mij vergeeft”.

Heerlijke boodschap: Je bent het wel waard om Gods gratie te ontvangen, en al zijn zegeningen. Getuig daarom maar openlijk: Ik heb mijn zonden beleden. God heeft mij vergeven en is mijn overtredingen vergeten. Ik vertrouw in Gods Woord. Ik ben niet veroordeeld, maar ik sta recht voor God, door het bloed van Jezus. Ik ben het waard om Gods zegeningen te ontvangen. Dus stel ik mij open voor een leven met Jezus !

Een nieuw leven met Christus beginnen

Dit bestaat eigenlijk uit twee delen: Alleen door genade én Alleen door geloof. “Want door genade zijt gij behouden.” De schrijver van deze brief, gemeente, begint de tekst met “want”. Hiermee geeft Paulus aan dat wat nu volgt nauw verbonden is met het voorafgaande en als een uitleg in de diepte moet worden beschouwd. Het lijkt alsof de apostel in herhaling valt. In vers 5 staat dezelfde zin. Toch is dat niet zo. In onderscheid met vers 5 staat er voor “genade” in vers 8 een lidwoord, en de woorden “door het geloof” zijn nieuw.

Het niet-vertaalde lidwoord heeft bijna de kracht van een aanwijzend voornaamwoord: het gaat om “deze” (boven omschreven) genade, waardoor er behoud is voor ten dode opgeschreven mensen. Want door genade ben jij behouden.

Dat werkwoord “behouden” komt vaak voor in de Bijbel. En wel in 3 betekenissen, in de betekenissen van: Genezen worden, gered worden uit doodsgevaar en de toekomstige redding, in het komende gericht. Laten we die betekenissen kort overdenken.

Nogal eens komt dit werkwoord behouden voor in de evangeliën, wanneer de Here Jezus mensen geneest. De bloedvloeiende vrouw bijvoorbeeld zegt bij zichzelf: “Indien ik slechts zijn kleed aanraak zal ik genezen. Daar heb je dat woord. En de Here Jezus antwoordt haar: “Uw geloof heeft u genezen!” En de vrouw was genezen van dat ogenblik af. De NBG vertaalt daar met “behouden”, en dat leidt wat af, omdat we dan allereerst denken aan het eeuwig behoud, terwijl hier allereerst bedoeld is: De genezing door de Here Jezus van haar lichamelijke kwaal.

Het werkwoord wordt ook gebruikt in de betekenis van gered worden uit een gevaarlijke situatie of van de dood. Bijvoorbeeld als de discipelen tijdens de storm op het meer schreeuwen: “Here, help/redt ons, wij vergaan!” Dan zijn ze echt in doodsnood en roepen om redding, om lijfsbehoud.

De meerderheid van de teksten met het werkwoord behouden gaan over de toekomstige redding in het komende gericht. In Romeinen 5: 9 klinkt Paulus’ preek: “Thans door zijn bloed, het bloed van Jezus Christus, gerechtvaardigd, zullen wij door Hem behouden worden van de toorn.” We proeven dat ook hier in Efeze 2: 3, waar staat dat wij van nature, evenzeer als de overigen, “kinderen des toorns waren” of zijn bij geen geloof in Christus. 

De Bijbel tekent ons dat het gered worden uit “de komende toorn” (1 Thess. 1: 10) iets is dat nog moet gebeuren (wij zullen gered worden) en als iets, dat reeds het deel is van allen, die geloven (wij zijn behouden). Nu, de prediking van het evangelie is gericht op dit redden van mensen. En zij die deze prediking beantwoorden met geloof “behoren tot” hen die gered worden (Hand. 2: 47). Je kunt het hier gebruikte Griekse woord ook vertalen met “hen, die bezig zijn gered te worden”. Dit in tegenstelling tot ongelovigen die, door hun ongeloof, bezig zijn verloren te gaan.

De Here Jezus, gemeente, heeft deze redding met zichzelf verbonden. “Want de Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te zoeken en te redden” (Luc. 19: 10). Ook wordt zijn naam Jezus van hieruit duidelijk. De engel legt Jozef uit: “Want Hij is het, die zijn volk zal redden van hun zonden” (Matth. 1: 21). Heel het werk van de Here Jezus legt de evangelist Johannes uit met: “God heeft zijn Zoon… in de wereld gezonden… opdat de wereld door Hem behouden worde” (Joh. 3: 17). En Paulus bindt Timotheus op het hart dat dit Woord alle aanneming waard is: “Christus Jezus is in de wereld gekomen om zondaren te behouden, zalig te maken” (1 Tim. 1: 15).

Dat wil dus zeggen:

- Wie gelooft die zal gered worden van de komende toorn van God die wereldbreed zal neerdalen in het laatste oordeel van God.

- Wie gelooft deelt nu al volledig in die redding en de zegen, de vrede ervan.

- Het heden behoort dus aan hen, aan wie dat gered worden, dat behouden worden, bezig is de voltrekken. Een geweldige belevenis!

Tot zover over dat woord “behouden”. Een centraal woord in de Bijbel dat ons bepaalt bij de centrale vraag: “Ben jij behouden?” Ben je bezig om gered te worden? Voel je de stevige armen van degene die bezig is je te redden uit een gevaarlijke situatie? En is je leven erop gericht om gered te worden?

We kunnen ook geestelijk nonchalant zijn of zelfs volkomen onverschillig. De grote vraag is dan: “Ben ik veilig in Jezus’ armen?”. Ben ik “in Christus”? Heb ik deel aan zijn heilswerk? En ben ik er zeker van door de levende relatie met Hem en doordat ik het zie: Mijn Here heeft alle macht?

De tekst: “Want door genade zijt gij behouden”, heeft dan iets van aftellen. Ik moet denken aan een persoonlijk voorval dat ik eens een brood wilde kopen en bij de bakker grabbelde ik in mijn zak, maar ik vond er alleen maar wat pepermuntjes. Daar kon ik geen brood voor kopen. Zo ook dat we aftellen en concluderen zelf niets te hebben om het ware, hemelse brood te krijgen. Dat we alleen door genade gered worden van onze verlorenheid.

- Sommige mensen zeggen: “Ik ben geboren in een christelijk gezin”. Dat is heel mooi, maar we worden niet gered door het geloof van onze ouders. Ieder mens wordt als zondaar geboren. In Ps. 51: 7 staat: “In ongerechtigheid ben ik geboren, in zonde heeft mijn moeder mij ontvangen”. Ieder mens heeft een zondige natuur van de geboorte af. Als het heil van ons mensen afhing, dan waren alle mensen verloren.

- “Ja maar”, zegt een tweede, “Met mij valt het wel mee. Ik help waar ik kan, ik zorg voor een zieke collega en ik doe niemand kwaad”. Dat is mooi, maar veel te weinig voor God. In Jes. 64: 6 staat dat onze gerechtigheden, dus onze beste daden, woorden een voorstellen, voor God zijn als een bezoedeld kleed. Letterlijk vertaald staat er: Ze zijn als een maandverband. Nou, ik hoef je niet te zeggen, dat die in het afvalemmertje gaat.

En laten we eerlijk zijn: Een blik op deze kapotte wereld bevestigt deze uitspraak. We maken er met elkaar niet zoveel van. We zijn dus aan het aftellen, zodat we straks bij zero uitkomen en zeggen: “Ik kan het alleen van God verwachten, niet van mijzelf of van een ander mens. God kan mij niet behouden, redden om iets in mij, maar alleen om iets in Hem, niet het goede in mij, maar het goede in God, zijn liefde is mijn redding, zijn erbarming is mijn hoop.

- “Maar ik ben toch gedoopt!” zegt een derde. Dat is heel mooi. Maar zegt die doop iets van God of van de mens? Toch van God! Dat Hij toezegt met de dopeling een relatie aan te gaan! De Here Jezus stelde de doop toch in de plaats van de besnijdenis om te laten zien: Zoals water schoon wast, zo wast mijn bloed rein van alle zonde. De Heilige Geest toch zegt toe in de dopeling het nieuwe leven in Christus te beginnen en tot groei te brengen.

Het enige wat de doop van de mens zegt is: Je bent vies en vuil en moet gewassen worden. En je kunt jezelf niet wassen van zonde, schuldgevoel en besef van verlorenheid. Daarvoor kwam de Here Jezus. Want Hij is het die zijn volk zal redden van hun zonden.

- “Maar”, zegt een vierde, “ik heb belijdenis gedaan, ik vier het Heilig Avondmaal. Dan en ik toch gered?” Dan zegt Efeze 2: 8: “Nee, beste man, door genade alleen kun je behouden worden!”.

- Een vijfde zegt: “Nou ik ben er bijna. Ik ben bezig orde op zaken te stellen in mijn leven. Het was een puinhoop, maar ik heb mezelf goed onder handen genomen.” O ja? Maar een mens wordt niet gered door zichzelf onder handen te nemen, maar door op de knieën te gaan, door zijn leven in gebed aan Jezus Christus toe te vertrouwen. Niemand moet zichzelf verbeteren om eeuwig leven te krijgen, maar wij worden gered opdat God ons kan veranderen.

- Ook vindt niemand het heil door wat hij weet. De zaligheid is niet te vangen in een diploma. De Bijbel zegt niet: “Wie veel weet heeft eeuwig leven”, maar “Wie de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven”.

- Dat geldt ook voor onze gevoelens. Soms zeggen mensen tegen mij: “Dominee, ik voel niets en kan daarom niet geloven.” De geweldige uitnodiging van de Here Jezus luidt: “Komt tot mij, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven.” De Here Jezus zegt niet: “Kom als je een bepaald of speciaal gevoel hebt”, maar eenvoudig “Kom!”.

Eigenlijk hebben we maar twee mogelijkheden met betrekking tot ons heil: Of de mens wordt door God gered door genade..of een mens probeert zichzelf te redden.

Als je alle wereldgodsdiensten op een rij zet, om de vraag te bespreken: “Wat moet ik doen om gered te worden?”, dan zijn dit de alternatieven: God redt de mens óf de mens redt zichzelf.

Wie goed naar zichzelf kijkt en zichzelf wat heeft leren kennen, die heeft in dit opzicht geen vertrouwen in zichzelf. Wat is dan de evangelie boodschap een geweldige zaak: God redt de mens! God is rijk aan erbarming, om zijn grote liefde sleept Hij mensen naar zijn Zoon Jezus Christus.

In Joh. 6: 44 staat dat de Vader mensen tot zijn Zoon trekt, ze met Hem verbindt, ze tot nieuwe mensen maakt. Hier in Efeze 2 staat dat zo (vers 5): We worden, hoewel we dood waren door de overtredingen, met Christus levend gemaakt, met Christus opgewekt, met Christus in de hemel gezet

Wanneer we helemaal uitgeteld zijn van onszelf, en onze mogelijkheden tot behoud, kan komt de boodschap van genade-alleen. Als we beu zijn van de begeerten van het vlees (vers 3), van het handelen naar de wil van het vlees; en hiermee doelt de schrijver op zonden van zinnelijke aard: redeloosheid, ontucht, oneerlijke praktijken, gemene daden. Maar in de 2e plaats zijn er ook zonden waarachter een meer mentaal willen schuilgaat. Paulus noemt dit “de wil van de gedachten”; dan hebben we te denken aan trots, hoogmoed, haat, valse ambitie, bitterheid, wraakgevoelens. Dit alles put de mens uit. Ook hier moeten we van genezen, van behouden worden. En dat voor de 1e keer en bij vernieuwing.

Dan mag ik u vanavond Gods plan tot behoud presenteren. Gods aanbod van genade. U hoeft niets van uzelf mee te nemen, juist niet. Alleen door genade wordt een mens behouden. Alles van God, niets van onszelf. We behoeven onszelf ook niet voor te bereiden. Ook bevinding is geen grond voor ons heil, of onze zondekennis, of ons verdriet over zonde. God brengt alles mee, doet alles en maakt alles af. Dat is het evangelie Geweldig toch! Wat een aanbod. U mag maar zo een nieuw leven met Christus beginnen. Met Christus opstaan uit de dood, want Hij is God, bekleed met macht. Met Christus leven in de hemelse gewesten, zegt vers 6. Uitzicht hebben op Gods heerlijkheid en leven tot in der eeuwigheid.

Wat doe jij? En ik? Dit aanbod van genade kan worden aanvaard of verworpen. Hier begint de scheiding tussen hen, die menen gezond te zijn en hen die ziek zijn en de geneesheer Jezus nodig hebben (Matth. 9: 12), tussen wie verloren gaan en wie gered worden, tussen wie ongelovig op het evangelie reageren en wie in geloof gehoor geven.

Gered worden wie afzien van alle pogingen om zichzelf te redden. We hebben er een aantal van onder ogen gezien, maar je kunt er vele aan toevoegen. We hebben te erkennen dood te zijn in onze overtredingen en zonden en de Here Jezus nodig te hebben tot vergeving, redding en behoud. We mogen met lege handen en lege harten komen bij Jezus Christus en ze laten vullen door Hem, door zijn genade, liefde en vrede. “In Christus zijn” dat wil zeggen in zijn nabijheid komen en blijven, in relatie tot Hem komen door zijn heilswerk, in geloofsverbondenheid Hem erkennen als Kurios, als Here. In zijn lichaam, in de kerk functioneren als een levend lid.

Dat bedoelt de tekst nu met “behouden door het geloof”. Ik word behouden door eenvoudig “Ja” te zeggen op Gods aanbod van genade. Zeg dat maar in je hart: “Ja, Here Jezus! Ik verwacht het niet langer van mijzelf. Ik zie uw grote Godsgeschenk. Ik zeg daar van harte “ja” op. Ik heb u nodig heel mijn leven, dag aan dag.”

Laat we het op scherp stellen: Wat is jouw persoonlijke respons op deze presentatie van Gods genade? Ik-weet-het-niet is 'Nee'. Dat je allen met je lege handen en leeg hart tot Hem mag gaan die je hart vullen wil met Zijn genade. “Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf. Het is een gave van God”.

naar top van deze pagina  

mail holyhome