Mijmeren onder de terebint - 11
Stevig
geworteld...
De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God.
Hier vind je alle
pagina’s van de ontspannende Terebint studie-serie : 1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34
35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51
52
53
(naar
begin van deze serie)
Mijmeren
- ontsnappen aan de waan van de dag
Oplaadstation
voor onze geestelijke accu. (Luister
hier)
Even mijmeren
onder de Terebint, ontsnappen aan de waan van de dag. Oplaadstation
voor onze geestelijke accu. Deze week onder het motto:
Stevig
geworteld...
...als een
boom, geplant aan waterstromen
Psalm 1:3
Misschien wel de meest in het oog springende bijbelplaats over
meditatie is de eerste psalm. We ontekten dat de vorige keer. Dez psalm
neemt in de literatuur over meditatie dan ook een belangrijke plaats
in. Want hier wordt de mens zalig gesproken die ‘aan des
Heren wet zijn welgevallen heeft, en diens wet overpeinst (mediteert)
bij dag en bij nacht’. We zijn hier in dezelfde sfeer als in
het begin van het boek Jozua: mediteren, het gaan van Gods weg, de wet
als Gods wegwijzende Woord en de belofte van voorspoed. Want, zegt de
psalm in vers 3: ‘al wat hij onderneemt, gelukt’.
Vooral het
beeld dat in vers 3 gebruikt wordt, maakt de meditatieve omgang met het
Woord van God heel aanschouwelijk:
Hij is als een boom,
geplant aan waterstromen,
die zijn vrucht geeft op
zijn tijd,
welks loof niet verwelkt.
En dat moet je je eens concreet proberen voor te stellen: God ziet mij
als een boom, wortelend waar water stroomt (Willibrordvertaling). Een
boom, geplant aan een rivier, of een kanaal, of bij een vijver, een
dikke stam, prachtige takken met groene bladeren, er hangen vruchten
in. God ziet mij als een boom, wortelend waar water stroomt. Dat water
is het Woord.
Mediteren is dus: pootjebaden in het Woord van God. Dat is wat een
rechtvaardige het liefste doet. En de vruchten doen denken aan de
vrucht van de Geest: liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid,
goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing (Gal. 5:22). Ze
groeien als vanzelf, dankzij het water van het Woord. Wie mediteert
over het Woord van God, verandert.
Dat is een prachtig plaatje van de mens die dag en nacht Gods
wegwijzende Woord mediteert. Welzalig ben je als je zo’n boom
bent. En zo is het juist de eerste psalm, de inleiding tot het hele
Psalmenboek, de toegangspoort die ons leert de liefde voor Gods Woord
en de intense omgang ermee. Zouden we Psalm 1 zelfs niet kunnen lezen
als een inleiding op de hele Bijbel?
Het is een
prachtige Bijbelse beeldspraak
Als in Gods Woord gesproken wordt over het geloofsleven van de mens,
gebeurt dat vaak in beelden die verwijzen naar het dagelijkse leven. De
Bijbel is ontstaan in een agrarische samenleving en dus ligt het voor
de hand dat ook veel beelden ontleend zijn aan de planten- en
dierenwereld. Het Oude en Nieuwe Testament staan er vol mee. Koren op
de akker, schapen op het veld, een wijnstok en een vijgenboom, dat
alles kan dienen om de mensen te onderwijzen aangaande Gods Koninkrijk.
Aan vruchtbomen zijn mooie beelden te ontlenen. Dat wist de dichter van
Psalm 1 ook. Hij vergelijkt de gelovige, die Gods wet overpeinst bij
dag en bij nacht, met een boom geplant aan waterstromen, die zijn
vrucht geeft op zijn tijd. En de profeet Jeremia prijst de mens
gelukkig, die op de HERE vertrouwt: hij zal zijn als een boom, aan het
water geplant, die zijn wortels tot aan een beek uitslaat, en het niet
merkt als er hitte komt, maar welks loof groen blijft, die in een jaar
van droogte geen zorg heeft en niet nalaat vrucht te dragen.
Jezus zal later in Zijn prediking spreken van bomen die aan hun
vruchten worden gekend. Er zijn ook slechte vruchten, waarschuwt Hij.
Ernstig klinkt het in de Bergrede: "Iedere goede boom brengt goede
vruchten voort, maar de slechte boom brengt slechte vruchten voort. Een
goede boom kan geen slechte vruchten dragen of een slechte boom goede
vruchten dragen. Iedere boom die geen goede vrucht voortbrengt, wordt
uitgehouwen en in het vuur geworpen" (Mattheüs 7:17-20).
Vrucht is in deze tekst dus de manifestatie van iemands karakter, van
zijn diepste wezen. Zo ontmaskert Jezus de huichelarij van de
Farizeeën door hen te vergelijken met bomen die slechte
vruchten voortbrengen (Mattheüs 12:33).
Bekend
is ook het beeld van de wijnstok dat Jezus in Zijn onderwijs gebruikt.
In Johannes 15 zegt Hij: "Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de
landman. Elke rank aan Mij, die geen vrucht draagt, snoeit Hij, opdat
zij meer vrucht drage. (…) Evenals de rank geen vrucht kan
dragen uit zichzelf, als zij niet aan de wijnstok blijft, zo ook gij
niet, indien gij in Mij niet blijft. Ik ben de wijnstok, gij zijt de
ranken. Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem, die draagt veel vrucht,
want zonder Mij kunt gij niets doen" (Johannes 15:1,2 en 4,5).
We leren uit deze vergelijking dat we het nieuwe leven en dus
ook het voortbrengen van vrucht niet zelf in de hand hebben. De
vormgeving en groei zijn een geschenk van God die dit in de gelovige
werkt door de kracht van zijn Heilige Geest.
Leerzame
beelden die ons de ogen kunnen openen
In dit verband zijn ook de beelden leerzaam, die ontleend zijn aan het
zaaien en oogsten en die dienen ter verduidelijking van bepaalde
aspecten van ons geloofsleven. Jezus gebruikt ze in Johannes 4:35-38.
Als Paulus de christenen in Corinthe moet vermanen vanwege de
partijschappen en onderlinge ruzies, past hij op de gemeente het
treffende beeld toe van een bouwland: "Gods akker zijt gij" (1
Corinthiërs 3:9). Dit beeld maakt duidelijk dat God uit een
klein begin iets groots kan laten ontstaan.
Uit
weinig mensen die Hem volgen, kan een grote gemeente groeien. Kleine
liefdedaden kunnen grote gevolgen hebben. We dienen er echter weer op
te letten dat gemeentegroei als vrucht van het geloof niet te danken is
aan de inspanningen van de gemeente of de voorganger, maar dat dit Gods
gave is. Daarom kan hij ook schrijven: "Ik heb geplant, Apollos heeft
begoten, maar God gaf de wasdom. Daarom, noch wie plant, noch wie
begiet, betekent iets, maar God die de wasdom geeft" (1
Corinthiërs 3:5-7).
Wat zou het er in onze tijd in veel christelijke gemeenten anders
uitzien, als men daar meer aan dacht. Wat zouden we veel minder
krampachtig bezig zijn met evangelisatiecampagnes en pogingen om te
komen tot gemeentegroei als die waarheid echt verstaan werd. We moeten
vanzelfsprekend die werkzaamheden niet nalaten - dat zou tegen
Christus' opdracht ingaan - maar we moeten ze verrichten in het besef
dat het uiteindelijk niet van ons afhangt. Dat vermindert stress bij
predikanten, oudsten en andere leidinggevenden in de gemeente. Als een
mens stevig in Jezus geworteld is - de uitdrukking stamt uit
Efeziërs 3:17 - , is het groeien en vrucht voortbrengen een
teken van gezond geestelijk leven. En dat proces gaat als vanzelf.
Verwondering
zal ons deel zijn
Wij
mogen Gods medearbeiders zijn, zegt Paulus in datzelfde bijbelgedeelte.
Christus houdt Zijn kerk in stand en Zijn Vader, de landman, geeft de
groei en de vrucht. Hier raken we aan een geheimenis, dat ons leert -
al zullen we het nooit ten volle begrijpen - dat het ten diepste God
Zelf is die bewerkt wie welke vruchten zal voortbrengen. Dat alleen al
moet ons tot verwondering leiden als er bij anderen en bij onszelf
goede vruchten gevonden worden.
We
kunnen ons daarbij verwonderen over Gods wijze van werken: Hij neemt
zondige mensen in Zijn dienst om het zaad van het Evangelie te zaaien,
om de ontkiemde plantjes te begieten en de akker te wieden. Voor het
eindresultaat komt echter uitsluitend en alleen Hem de eer toe. Strikt
genomen heeft God ons, kleine mensenkinderen, niet nodig om Zijn
heilsplan te volvoeren. Dat te beseffen stemt ons bescheiden. Hijzelf
giet waterstromen op het dorre land (Jesaja 41:17-20). Dat is een gave
van de Heilige Geest en het is Zijn verborgen werk dat vrucht draagt.
De vrucht van de Heilige Geest is het resultaat van de inwoning van
Hem. De Geest van Christus moet het hart van de gelovige met Zijn
hemelse troost bevochtigen en verwarmen, zodat er echt sprake is van
groei en vrucht.
Vrucht blijft
niet verborgen
Als we
nadenken over wat een vrucht in de natuur is, leren we heel wat
aspecten kennen die voor ons geestelijke leven van belang zijn. Zo is
kenmerkend voor een vrucht dat ze niet zichzelf kan laten ontstaan.
Eerst is er zaad gezaaid. Dat zaad moest sterven om er nieuw leven uit
te doen ontstaan. Zo moet eerst ons eigen, zondige 'ik' sterven om
nieuw leven te kunnen voortbrengen. Paulus spreekt daarover in Galaten
2:20: "Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, (dat is) niet
meer mijn ik, maar Christus leeft in mij." Dat proces van sterven en
levend worden werkt Gods Geest.
Vrucht voortbrengen kan ook alleen als er een organische verbinding met
de wortel is. Vandaar Paulus' uitdrukking: geworteld in Christus. Nieuw
leven groeit alleen maar in de innige gemeenschap met de Heiland. Jezus
zelf beklemtoont dat in Zijn gelijkenis van de wijnstok en de ranken.
Een vrucht komt ook niet plotseling tevoorschijn. Daarvoor is tijd
nodig. Eerst is er knopvorming, dan bloei en bloesem, vervolgens
langzame rijping en dat nog heel vaak in het verborgene. Bij veel
frambozen in mijn tuin heb ik dat met verbazing gezien. Ineens waren ze
er, zo leek het. In werkelijkheid was er echter een periode van rijping
aan voorafgegaan, die zich voor een deel aan onze waarneming had
ontrokken. Veel vruchten rijpen in het verborgene. Ook in het
geestelijke leven is dat zo.
Een vrucht blijft op den duur echter niet verborgen. Ze wordt geoogst
en mag heel vaak dienen voor verdere uitzaai. Vruchten zijn er niet ter
wille van de plant zelf, maar voor andere planten die zo bevrucht
kunnen worden waardoor voortplanting en vermenigvuldiging mogelijk
worden. Ook het nieuwe leven in Christus is er niet voor zichzelf, maar
om anderen te helpen eveneens het heil te verkrijgen.
Vruchten zijn meestal niet volmaakt. Er mankeert nog wel eens wat aan.
In Gods Koninkrijk zien we dat ook. En toch, ondanks ons menselijk
falen mogen we vruchten voortbrengen. Ook daarover kunnen we verwonderd
zijn als we terugzien op een bepaald traject van onze levensweg. En dan
nog iets opzienbarends: God heeft in Christus zelfs geduld met ons, als
wij helemaal geen vruchten voortbrengen. Heel indringend is dat
beschreven in de gelijkenis van de onvruchtbare vijgenboom die in een
wijngaard was geplant (Lucas 13:6-9). Dit gedeelte gaat primair over
Israël, maar in ruimere zin is het van toepassing op ieder
mens die het Evangelie heeft gehoord.
De
eigenaar van de wijngaard wil de boom wegens onvruchtbaarheid laten
omhakken, maar de wijngaardenier neemt het voor de boom op. "Heer, laat
hem nog dit jaar staan, ik zal er eerst nog eens omheen graven en er
mest bijbrengen, en indien hij in het komende jaar vrucht draagt, (dan
is het goed), maar anders, dan moet gij hem omhakken". Wat een liefde
heeft deze wijngaardenier voor zijn boom. Er staat niet dat de eigenaar
ingestemd heeft met het verzoek van de wijngaardenier, maar het ligt
wel voor de hand dat te veronderstellen. De uitleg is niet moeilijk: de
eigenaar is God de Vader en de wijngaardenier is Jezus.
Troost voor
ons allen
Wat een
troost dat Jezus het opneemt voor ons, ook als wij nog geen of
onvoldoende vruchten hebben voortgebracht. En als wij al vruchten zien
in ons leven, dan dreigen die weer verstikt te worden door allerlei
onkruid. Maar geen nood, ook dan is Christus als de grote hovenier
bereid dat onkruid uit te trekken.
Gelovigen van alle eeuwen en plaatsen hebben het altijd geweten: alleen
wie het volledig van Jezus verwacht, brengt goede vruchten voort tot
eer van God en tot heil van de naaste.
Laat m' in U blijven,
groeien, bloeien,
o Heiland, die de wijnstok zijt!
Uw kracht moet in mij overvloeien,
of 'k ben een wis verderf gewijd.
Doorstroom, beziel en zegen mij,
opdat ik waarlijk vruchtbaar zij!
Ik kan mijzelf geen wasdom geven:
niets kan ik zonder U, o Heer!
In uw gemeenschap kiemt er leven
en levensvolheid meer en meer!
Uw Geest moet in mij uitgestort:
de rank die U ontvalt, verdort.



















