De Schepping - Zevende dag
De
vindplaats van materiaal voor Bijbelstudie, geloofstudie, catechese,
school, kring, persoonlijk geloof, studie thuis, kerk, club, nieuws,
godsdienstonderwijs, zingeving en vooral heel veel mogelijkheden om je
Bijbelkennis te vergroten. Blijf niet afhankelijk van anderen maar lees zelf de Bijbel. Investeer in geestelijke rijkdom.
De Zevende Scheppingsdag
God zegende de zevende dag en heiligde hem, want daarop had Hij een
rustdag gehouden na al Zijn werk, heel de scheppingsdaad van God.
Het boek Genesis kent twee scheppingsverhalen. Het
eerste staat in Genesis 1 en verhaalt van de schepping van hemel en
aarde en alles wat er op is. In Genesis 2 wordt als het ware ingezoomd
op de schepping van Adam.
God maakte Adam uit aarde en blies hem levensadem in de neus.
Vervolgens plaatste Hij Adam in een heerlijke omgeving: de Hof van
Eden, oftewel het Paradijs. Adam leefde van alles wat deze prachtige
tuin voortbracht, maar mocht van God niet eten van de boom van dekennis
van goed en kwaad. Als hij daarvan zou eten, zou hij sterven.
Omdat God het niet goed acht dat Adam alleen blijft, geeft Hij hem een
medemens, de eerste vrouw. God laat Adam slapen en neemt een rib van
hem weg en vormt daaruit een vrouw. God brengt de vrouw tot Adam. Adam
herkent haar als 'been van mijn gebeente, vlees van mijn vlees' en
noemt haar 'Manninne' (Hebreeuws 'iesja', de vrouwelijke vorm
van'iesj', 'man'). Later noemt hij haar Eva, dat wil zeggen 'leven',
omdatzij de moeder van alle levenden is.
In Genesis 3 wordt de slang omschreven als het sluwste van alle in het
wild levende dieren. Deze verleidt Eva om van de vruchten van de boom
van de kennis van goed en kwaad te eten. Zij haalt ook Adam over
daarvan te eten (volgens de overlevering een appel, al wordt dat
nergens vermeld). Dit leidt tot de zondeval, en worden zij door God
uithet paradijs verdreven. Zij kunnen niet meer terugkeren, want de
toegang wordt door cherubs en een heen en weer flitsend, vlammend
zwaard, bewaakt.
Het verschil tussen de twee scheppingsverhalen heeft in sommige joodse
kringen geleid tot de traditie dat Adam voor Eva een andere vrouw heeft
gehad, genaamd Lilith.
Let op :Het gaat er
in deze verhalen niet om hoe het precies gegaan is, hoe veel dagen of
jaren of wat dan ook,ook de volgorde is uiteindelijk niet belangrijk
omdat het in de verhalen symbool staat voor iets diepers. Het gaat er
uiteindelijk omdat God de aarde geschapen heeft





(bijbeltekst Genesis 1, Nieuwe Bijbel Vertaling)
1 In het begin schiep God de hemel en de aarde.
2 De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed, maar Gods geest zweefde over het water.
3 God zei: 'Er moet licht komen, 'en er was licht.
4 God zag dat het licht goed was, en hij scheidde het licht van de duisternis;
5 het licht noemde hij dag, de duisternis noemde hij nacht. Het werd avond en het werd morgen. De eerste dag.
6 God zei: 'Er moet midden in het water een gewelf komen dat de watermassa's van elkaar scheidt.'
7 En zo gebeurde het. God maakte het gewelf en scheidde het water onder het gewelf van het water erboven.
8 Hij noemde het gewelf hemel. Het werd avond en het werd morgen. De tweede dag.
9 God zei: 'Het water onder de hemel moet naar één plaats stromen, zodat er droog land verschijnt.' En zo gebeurde het.
10 Het droge noemde hij aarde, het samengestroomde water noemde hij zee. En God zag dat het goed was.
11 God zei: 'Overal op aarde moet jong groen ontkiemen: zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten dragen met zaad erin.' En zo gebeurde het.
12 De aarde bracht jong groen voort: allerlei zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten droegen met zaad erin. En God zag dat het goed was.
13 Het werd avond en het werd morgen. De derde dag.
14 God zei: 'Er moeten lichten aan het hemelgewelf komen om de dag te scheiden van de nacht. Ze moeten de seizoenen aangeven en de dagen en de jaren,
15 en ze moeten dienen als lampen aan het hemelgewelf, om licht te geven op de aarde.' En zo gebeurde het.
16 God maakte de twee grote lichten, het grootste om over de dag te heersen, het kleinere om over de nacht te heersen, en ook de sterren.
17 Hij plaatste ze aan het hemelgewelf om licht te geven op de aarde,
18 om te heersen over de dag en de nacht en om het licht te scheiden van de duisternis. En God zag dat het goed was.
19 Het werd avond en het werd morgen. De vierde dag.
20 God zei: 'Het water moet wemelen van levende wezens, en boven de aarde, langs het hemelgewelf, moeten vogels vliegen.'
21 En hij schiep de grote zeemonsters en alle soorten levende wezens waarvan het water wemelt en krioelt, en ook alles wat vleugels heeft. En God zag dat het goed was.
22 God zegende ze met de woorden: 'Wees vruchtbaar en word talrijk en vul het water van de zee. En ook de vogels moeten talrijk worden, overal op aarde.'
23 Het werd avond en het werd morgen. De vijfde dag.
24 God zei: 'De aarde moet allerlei levende wezens voortbrengen: vee, kruipende dieren en wilde dieren.' En zo gebeurde het.
25 God maakte alle soorten in het wild levende dieren, al het vee en alles wat op de aardbodem rondkruipt. En God zag dat het goed was.
26 God zei: 'Laten wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken; zij moeten heerschappij voeren over de vissen van de zee en de vogels van de hemel, over het vee, over de hele aarde en over alles wat daarop rondkruipt.'
27 God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep hij de mensen.
28 Hij zegende hen en zei tegen hen: 'Wees vruchtbaar en word talrijk, bevolk de aarde en breng haar onder je gezag: heers over de vissen van de zee, over de vogels van de hemel en over alle dieren die op de aarde rondkruipen.'
29 Ook zei God: 'Hierbij geef ik jullie alle zaaddragende planten en alle vruchtbomen op de aarde; dat zal jullie voedsel zijn.
30 Aan de dieren die in het wild leven, aan de vogels van de hemel en aan de levende wezens die op de aarde rondkruipen, geef ik de groene planten tot voedsel.' En zo gebeurde het.
31 God keek naar alles wat hij had gemaakt en zag dat het zeer goed was. Het werd avond en het werd morgen. De zesde dag.
1 Zo werden de hemel en de aarde in al hun rijkdom voltooid.
2 Op de zevende dag had God zijn werk voltooid, op die dag rustte hij van het werk dat hij gedaan had.
3 God zegende de zevende dag en verklaarde die heilig, want op die dag rustte hij van heel zijn scheppingswerk.
4 Dit is de geschiedenis van de hemel en de aarde. Zo ontstonden ze, zo werden ze geschapen. \\ In de tijd dat God, de HEER, aarde en hemel maakte,
5 groeide er op de aarde nog geen enkele struik en was er geen enkele plant opgeschoten, want God, de HEER, had het nog niet laten regenen op de aarde, en er waren geen mensen om het land te bewerken;
6 wel was er water dat uit de aarde opwelde en de aardbodem overal bevloeide.
7 Toen maakte God, de HEER, de mens. Hij vormde hem uit stof, uit aarde, en blies hem levensadem in de neus. Zo werd de mens een levend wezen.
| dag 1 | dag 2 | dag 3a | dag 3b | dag 4 | dag 5 | dag 6a | dag 6b | dag 7 |



















