EINDELIJK IS HET ZOVER

Lees de BijbelDe vindplaats van materiaal voor Bijbelstudie, geloofstudie, catechese, school, kring, persoonlijk geloof, studie thuis, kerk, club, nieuws, godsdienstonderwijs, zingeving en vooral heel veel mogelijkheden om je Bijbelkennis te vergroten. Blijf niet afhankelijk van anderen maar lees zelf de Bijbel. Investeer in geestelijke rijkdom.

SAMEN OP WEG en de evangelische beweging

Lees de BijbelDe Bevrijding

In 1945 werd Nederland bevrijd. De Nederlanders bleken bereid offers te brengen voor het herstel van hun eigen kerk of gemeente. Na korte tijd waren hierdoor al de kerken en gemeentes van voor de oorlog weer terug te vinden in Nederland. Helaas zelfs nog meer, in 1944 was het tot een breuk gekomen in de gereformeerde kerk. Schilder en geestverwanten begonnen de Vrijgemaakt Gereformeerde Kerk. Ongeveer een negende van de leden van de gereformeerde kerken gingen met hen mee.

Emigratie

Steeds meer Nederlanders zochten na de oorlog een nieuw bestaan in het buitenland. Canada, Australië, de Verenigde Staten, Nieuw Zeeland, Brazilië en Zuid-Afrika werden favoriet als emigratielanden. Vooral de gereformeerden hadden een groot aandeel in deze emigratie. Zij probeerden in het nieuwe land bij elkaar te blijven en vormden daarom ook daar nederlandstalige kerken. Ook hervormde emigranten beriepen steeds vaker predikanten uit het vaderland. Natuurlijk waren dit predikanten van hun eigen stroming, zodat de kerkelijke verscheidenheid in Nederland ook naar het buitenland werd gebracht.

Immigratie

Deze emigratie kwam niet voort uit een tekort aan werk. Integendeel, in 1960 zaten veel bedrijven te springen om arbeidskrachten. Daarom begonnen zij in het buitenland werknemers te zoeken. Eerst in Spanje en Italië, later ook in Turkije en Marokko. Deze Turken en Marokkanen brachten hun eigen godsdienst mee, de islam. Dit leidde tot een heel nieuw vraagstuk voor de kerken: wat zou hun houding zijn ten opzichte van deze religie? Kerken gingen zich bezinnen op de vraag of zij hun kerkruimte af konden staan voor de viering van een islamitische plechtigheid. Ook zagen steeds meer kerken dat zij een taak hadden in het opvangen van deze "gastarbeiders". Later immigreerden steeds meer Surinamers naar Nederland. Zij behoorden vaak tot de Evangelische Broedergemeente, die nu groeide in Nederland.

Ontwikkelingen in de kerken

Gereformeerde Kerk

Binnen de Gereformeerde Kerken in Nederland kwam er na de Tweede Wereldoorlog meer plaats voor nieuwe opvattingen. In 1967 verklaarde de synode, dat de in 1926 genomen besluiten aangaande de schorsing van dominee Geelkerken (die twijfelde aan het spreken van de slang) herzien moesten worden. Men zei er nu meer oog voor te hebben gekregen, dat de belijdenisgeschriften historisch bepaald zijn en in de moderne maatschappij niet letterlijk kunnen worden toegepast. Natuurlijk kwam hierop ook vanuit eigen kring verzet. In 1969 viel een ander besluit waar niet iedereen gelukkig mee was. Besloten werd namelijk dat ook vrouwelijke predikanten beroepen konden worden.

Nederlands Hervormde Kerk

Ook binnen de Nederlands Hervormde Kerk ging men zich opnieuw bezinnen op de leer. De hervormden hielden in 1945 een landelijke synode. Dit was de eerste landelijke synode na de Dordtse synode van 1618-1619. Deze synode moest een nieuwe kerkorde voorbereiden en zo de eenheid in de destijds verdeelde Hervormde Kerk herstellen. In 1947 kwam een ontwerp kerkorde klaar, in 1950 werd deze aanvaard om in 1951 in werking te treden. Een principiële keus in deze kerkorde was dat men eerst over het apostolaat en daarna pas over het belijden sprak. Dus hoe men als christen naar buiten trad ging vooraf aan wat men eigenlijk geloofde. Hierdoor werd de eenheid weer redelijk hersteld, hoewel niet iedereen gelukkig was met de nieuwe kerkorde.

Binnen de Hervormde Kerk bevonden zich na de Tweede Wereldoorlog vele groeperingen, elk met hun eigen denkbeelden. Nog altijd zijn vier grote stromingen te herkennen:

De eerste stroming wordt gevormd door de Vrijzinnig Hervormden. Zij willen een moderne kerk, waarin iedereen zich thuis kan voelen. Wat men precies gelooft is minder belangrijk dan wat je doet voor de mensen om je heen. Zij vonden de hervormde kerk van die tijd te 'rechts.'
De tweede grote stroming is de Confessionele Vereniging. Zij legt sterk de nadruk op de Here Jezus, dus op de leer. Zij vindt het belangrijk dat er wordt vastgehouden aan wat de Bijbel zegt. Zij willen geen aparte groep vormen.
De derde stroming, de Gereformeerde Bond, heeft wel veel eigen gemeentes. Zij hechtten sterk aan de Bijbel en aan de oude belijdenisgeschriften. De Bond was niet gelukkig met de nieuwe kerkorde die pas in tweede instantie over het belijden sprak.
Tenslotte is er dan een brede middengroep, soms middenorthodoxie genoemd, die er vooral de nadruk op legt dat de prediking moet aansluiten bij de maatschappij van vandaag. Ook hier is de praktijk van het geloof meestal belangrijker dan de inhoud ervan.
Langzaam kwam er meer eenheid tussen deze groepen, hoewel ze tot vandaag als aparte groepen binnen de Nederlands Hervormde kerk te herkennen zijn. In 1956 werden de kerkelijke ambten in de NH-kerk enigszins voor vrouwelijke lidmaten opengesteld. In 1967 werd bepaald dat ook vrouwen beroepen konden worden als predikant. Binnen de confessionele stroming had men hier moeite mee, de Gereformeerde Bond was en is hier radicaal op tegen.

Rooms Katholieke Kerk

Ook op katholiek erf kwamen er veranderingen. Het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) zorgde voor zeer veel veranderingen op bijna alle terreinen: het gebruik van de moedertaal in de eredienst, de nadruk op het dienend karakter van het ambt en de collegialiteit jegens de leiding van de wereldkerk; de betrokkenheid met de wereld wordt beschreven, de verhouding van traditie en Schrift omschreven, niet als twee naast elkaar staande bronnen van openbaring, maar als de ene bron van Gods openbaring. Verder zijn er verklaringen uitgegeven over o.a. de godsdienstvrijheid (het recht van ieder mens op vrijheid van geloof wordt erkend) en de oecumenische beweging, waarin de dialoog met andere kerken als een zaak van levensbelang wordt gezien.

In Nederland werden deze zaken snel opgepakt. Binnen de Nederlandse katholieke kerk ontstond een vernieuwingsbeweging, die eind jaren zestig internationaal de aandacht trok. Het oecumenische gesprek was al tijdens de Tweede Wereldoorlog begonnen, maar vond tot halverwege de jaren zestig uitsluitend informeel plaats in talrijke gesprekskringen. De overgang van prinses Irene naar de katholieke kerk in 1964 en de verontwaardiging over haar herdoop leidde echter tot contacten op officieel niveau. Prinses Irene ging over van de Hervormde naar de Rooms-Katholieke Kerk in verband met haar voorgenomen huwelijk met Carel Hugo de Bourbon de Parma, die zijn rol als troonopvolger wil blijven vervullen. Dit bracht onrust in de Protestantse (politieke) kringen. De prinses geeft bij haar aankondiging van haar verloving aan dat ze aan de Staten-Generaal geen toestemming zal vragen voor het huwelijk. Hiermee verliest ze de rechten op troonopvolging.

Samenwerking

Raad van Kerken

Langzamerhand begon in verschillende kringen het besef te komen dat de christenen meer moesten gaan samenwerken. Mede door de radio en de televisie raakte men bekend met elkaars denkbeelden. De eerste gesprekken verliepen vaak moeizaam, omdat de verschillende kerken onderling ook verdeeld waren. Een doorbraak vormde de oprichting van de Raad van Kerken, in 1968. Bij deze raad zijn inmiddels 17 kerken in Nederland aangesloten: de Nederlandse Hervormde Kerk, de Rooms-Katholieke Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland, de Oud-Katholieke Kerk, de Evangelisch-Lutherse Kerk, de Algemene Doopsgezinde Sociëteit, de Remonstrantse Broederschap, de Evangelische Broedergemeenten, het Religieus Genootschap der Vrienden (Quakers), de Syrisch Orthodoxe Kerk, het Leger des Heils en de Anglicaanse Kerk.

Bovendien kent de Raad van Kerken kanditaat-leden. Dit zijn de Vrijzinnige Geloofsgemeenschap NPB, de Vereniging van Orthodoxen 'H. Nikolaas van Myra' , de Basisbeweging van Kritische Groepen en Gemeenten in Nederland, de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten in Nederland en het Kerkgenootschap der Zevende-dags Adventisten.

Binnen deze raad begonnen deze kerken en gemeentes weer met elkaar te praten, zowel over theologische als over maatschappelijke vragen. De Raad onderhoudt relaties met zijn lidkerken, met de brede oecumenische beweging in Nederland en wereldwijd, maar ook met vertegenwoordigers van andere religies, met overheden, politieke partijen en tal van maatschappelijke organisaties. Binnen deze Raad vonden in de jaren 1967-1968 wederzijdse dooperkenningen plaats tussen de katholieke en verschillende protestantse kerken. Niet alleen in Nederland ontstond er meer samenwerking, ook internationaal. In 1948 werd in Amsterdam De Wereldraad van kerken opgericht. Deze Wereldraad had toen 147 lidkerken. Inmiddels zijn dat er zo'n 342 kerken, in meer dan honderd landen.

Samen op Weg

De achttien

Een van de belangrijke en meest actuele samenwerkingen in Nederland is het Samen op Weg-proces. Dit proces begon al in 1961, toen achttien hervormde en gereformeerde theologen, predikanten en een kerkelijk werker bij elkaar kwamen. Zij waren allen actief in evangelisatiewerk. De verdeeldheid van de kerken werd door hen als een grote barriere ervaren in het evangelisatiewerk. Pinksteren 1961 wendden deze achttien predikanten zich tot de leden van deze kerken met de volgende oproep:

„Ondergetekenden, een willekeurige groep van hervormden en gereformeerden, hebben op een bijeenkomst van 24 april 1961 unaniem als hun oordeel uitgesproken, dat de gescheidenheid van de hervormde en gereformeerde kerken niet langer geduld kan worden. Bewogen door de verwachting van het Rijk Gods en de opdracht der kerk in de wereld, zijn zij er gezamenlijk van overtuigd, dat naar eenwording gestreefd moet worden. Zij hebben zich voorgenomen stappen te doen om deze eenwording krachtig te bevorderen. Daartoe benoemden zij uit hun midden een kleine werkgroep. Over enige tijd zullen verdere plannen bekendgemaakt worden. Reeds nu echter wordt toezending van adhesie-betuigingen van hervormden en gereformeerden op hoge prijs gesteld."

Onweersproken blijft de oproep overigens niet. Vooral de passage waarin wordt gesteld dat de gescheidenheid 'niet geduld kon worden', moet het ontgelden. Dat vond men een ontkenning van de heilige motieven van Afscheiding en Doleantie. Toch was er ook veel enthousiasme. Er waren zelfs optimisten die dachten dat de zaak in zo'n jaar of tien wel geklaard zou zijn. Maar zou gemakkelijk was dit niet!

De oproep krijgt een vervolg met het congres Van kerken tot kerk, op 26 mei 1962. Zo'n 4500 hervormden en gereformeerden uit het hele land ontmoetten elkaar in de Utrechtse Jaarbeurshal om zich te bezinnen op de kwestie die de Achttien op tafel hebben gelegd. De opkomst was zo overweldigend, dat op het laatste moment nog moest worden uitgeweken naar een andere zaal, met 1500 extra zitplaatsen. De stemming was allerbest. Allerlei mensen ontmoetten elkaar daar onverwacht. Vrienden en familieleden, die van elkaar niet wisten dat ze ernaar toe zouden gaan. Die contacten tussen hervormden en gereformeerden waren in die tijd nog nieuw; Afscheiding en Doleantie klonken toch nog door, in de catechisaties, in de verhalen van ouders en grootouders. "We hadden een congres bedoeld, het werd een feest", zei ds J.H. Baas in een veelzeggend en vaak geciteerd slotwoord.

Samen op Weg

Na deze bijeenkomst kwamen de mensen massaal op de been, in honderden kerken ontstonden discussiegroepen, hervormde en gereformeerde kerkenraden wisselden waarnemers uit, er werden gemeenschappelijke kerkdiensten belegd. Drie jaar lang timmerden de Achttien aan de weg. Er verschenen drie pockets, en er werden tal van regionale toogdagen belegd. Totdat ze de zaak overdroegen aan de officiële kerkelijke leiding.

De synoden gaven hier gehoor aan. Dat was het officiële begin van het herenigingsproces, dat voortaan de naam 'Samen op Weg' droeg. Voor het eerst in 1973 kwamen de hervormde en de gereformeerde synoden in gemeenschappelijke vergadering bijeen. Zulke gemeenschappelijke zittingen hadden voortaan eenmaal per drie jaar plaats; vanaf 1982 eenmaal per twee jaar. Men besprak vragen van belijden, kerkordelijke regelingen die samenwerking mogelijk moesten maken, schetsen voor de toekomstige vormgeving van de beoogde gezamenlijke kerk. Er werd een werkgroep 'Samenwerking Plaatselijk Vlak' gevormd, die plaatselijke gemeenten die samen op weg willen, de helpende hand gaat bieden. De belangrijkste leidraad bij het Samen op Weg-proces moest zijn dat het proces van onderaf gestalte moest krijgen. Dat geeft plaatselijke gemeenten immers de mogelijkheid om in eigen tempo mee te groeien. Van dwang kan geen sprake zijn. In allerlei plaatselijke situaties onstond inderdaad samenwerking. Soms ging die zover dat hervormden en gereformeerden samen praktisch één gemeente werken, met één gemeenschappelijke predikant.

In 1976 hield de werkgroep Samenwerking Plaatselijk Vlak onder de ruim 2300 hervormde en gereformeerde plaatselijke gemeenten een enquete over de stand van zaken inzake Samen op Weg. Er bleken toen al heel wat gemeenten op enigerlei wijze samen te werken; in dertig gevallen was toen al sprake van een federatief verband.

Staat van vereniging

In 1986 verklaarden de synoden officieel dat de beide kerken 'in staat van vereniging' verkeren. Daarmee werd bedoeld: de eenheid is weliswaar nog niet bereikt, maar het eenwordingsproces is voor de deelnemende kerken niet meer een vrijblijvende aangelegenheid, het proces is onomkeerbaar. Deze verklaring was gebaseerd op een in dezelfde gezamenlijke synoden-vergadering aanvaard document: een Verklaring van Overeenstemming inzake het samen kerk-zijn. Daarin wordt op enkele kernpunten aangegeven hoezeer de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken inderdaad in belijden overeenstemmen. Daarnaast wordt gewezen op enkele tussen hervormden en gereformeerden nog bestaande verschilpunten. Die vormen echter, zo wordt gezegd, geen aanleiding 'om ons kerkelijk gescheiden zijn te continueren.'

Eveneens in 1986 sloot de kleine Evangelisch Lutherse Kerk zich aan bij Samen op Weg. Vanaf 1990 is de gezamenlijke synoden-vergadering een vergadering van drie synoden, de triosynode genoemd.

Nieuwe kerkorde

In 1990 werd een gezamenlijke werkgroep ingesteld, die de taak kreeg om een nieuwe kerkorde van de ene kerk van de toekomst te ontwerpen. Die kerkorde zou dan op termijn de afzonderlijke kerkorden van de drie kerken kunnen vervangen. Daarna zou het besluit tot eenwording genomen kunnen worden. Het ontwerp kerkorde kwam al in 1992 gereed. De tekst werd in 1993 door de drie synoden in voorlopige vorm vastgesteld en vervolgens aan alle classicale vergaderingen en aan alle kerkenraden in de drie kerken toegezonden. Die antwoordden met een vloed aan reacties en wijzigingsvoorstellen. In 1995 lagen ook de bijbehorende nieuwe uitvoeringsbepalingen ('ordinanties') als ontwerp ter tafel. Zij werden in 1997 door de drie synoden in voorlopige versie vastgesteld. En ook daarop reageerden de kerkenraden en classicale vergaderingen met een berg aan commentaren.

Aangaande het belijden van de kerk is o.a. het volgende te lezen in deze Concept Kerkorde:

Artikel 1
3. Betrokken in Gods toewending tot de wereld, belijdt de kerk in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift als enige bron en norm van de kerkelijke verkondiging en dienst, de drieënige God, Vader, Zoon en Heilige Geest.
4. Het belijden van de kerk geschiedt in gemeenschap met de belijdenis van het voorgeslacht, zoals die is verwoord in de Apostolische geloofsbelijdenis, de geloofsbelijdenis van Nicea en de geloofsbelijdenis van Athanasius - waardoor de kerk zich verbonden weet met de algemene - christelijke kerk;
In de Onveranderde Augsburgse confessie en de catechismus van Luther - waardoor de kerk zich verbonden weet met de lutherse traditie;
in de catechismus van Heidelberg, de catechismus van Geneve en de Nederlandse geloofsbelijdenis met de Dordtse leerregels - waardoor de kerk zich verbonden weet met de gereformeerde traditie.
De kerk erkent de betekenis van de theologische verklaring van Barmen voor het belijden in het heden. De kerk erkent met de Konkordie van Leuenberg dat de lutherse en gereformeerde tradities door een gemeenschappelijk verstaan van het Evangelie bijeenkomen.

Vooral op de genoemde belijdenisgeschriften is veel kritiek gekomen. Een deel van de orthodox-gereformeerden heeft kritiek op de lutherse belijdenisgeschriften, vooral op de Augsburgse Confessie en op de Konkordie van Leuenberg. Ze hebben onder meer moeite met de toonzetting van de Augsburgse Confessie, met de accenten die bij de avondmaalsviering vallen en met de nadruk op de alomtegenwoordigheid van Christus. De Augsburgse Confessie probeert namelijk - in tegenstelling to de gereformeerde belijdenisgeschriften - ook de overeenkomsten met de Rooms-Katholieke Kerk te verwoorden.

Een deel van de liberale christenen binnen de SoW-kerken heeft kritiek op het normatief blijven stellen van historische belijdenisgeschriften. Zij vinden deze geschriften erg contextueel en eigenlijk niet meer geschikt om leidinggevend te zijn in actuele discussies. Daarom is dit artikel weer veranderd. Nu luidt artikel 1:

Artikel 1. Het belijden van kerk en gemeenten
1. In het belijden van de kerk zijn de gemeenten verbonden met de belijdenis van het voorgeslacht, waarbij de hervormde gemeenten en de gereformeerde kerken zich in het bijzonder verbonden weten met de belijdenisgeschriften van de gereformeerde traditie en de evangelisch-lutherse gemeenten in het bijzonder met de belijdenisgeschriften van de lutherse traditie.
2. De kerk erkent en respecteert deze bijzondere verbondenheid van de gemeenten.
3. De gemeenten erkennen en respecteren de (bijzondere) verbondenheid van andere gemeenten ten aanzien van de belijdenisgeschriften en zijn geroepen om in gehoorzaamheid aan het Woord van God te volharden en te groeien in het gemeenschappelijk belijden van de kerk.

Ook andere artikelen zijn weer herzien. Een artikel dat nauwelijks herzien is, maar waar wel veel kritiek op is gaat over het inzegenen van andere levensverbintenissen.

ORDINANTIE 5: DE EREDIENST

Artikel 4. Andere levensverbintenis
De kerkenraad kan - na beraad in de gemeente - besluiten dat ook andere levensverbintenissen van twee personen als een verbond van liefde en trouw voor Gods aangezicht kunnen worden gezegend.

Praktische samenwerking

Naast het werk aan de kerkorde, werd met behulp van externe professionele organisatieadviseurs intussen gewerkt aan een samenvoeging van de arbeidsorganisaties van de drie kerken. Het leek een logische stap om naast het einddoel van de fusie van de drie kerken ook de drie arbeidsorgansiaties op één plek samen te brengen. In 1996 viel de beslissing: het nieuwe landelijke dienstencentrum (LDC) zou gevestigd worden in het voormalig Militair Hospitaal in de Utrechtse wijk Oog in Al. Op 1 december 1999 werd het prachtig gerenoveerde gebouw, in aanwezigheid van koningin Beatrix, officeel geopend. In 1994 werd gestart met de uitgave van een gezamenlijk officieel blad: Kerkinformatie, dat sindsdien maandelijks verschijnt.

Volgend jaar, 12 december 2003, komen de synoden van de drie Samen op Weg-kerken bijeen om het besluit tot vereniging van de kerken te nemen.. De kerken kunnen dan het uiteindelijke besluit nemen. Alle kerkordelijke teksten zijn dan klaar en de overgangsbepalingen zullen er liggen. Wanneer de drie synodes hun 'jawoord' geven, kan de vereniging enige weken later plaatsvinden op 1 januari 2004. Vanaf dat moment kennen we geen drie Samen op Weg-kerken meer maar één verenigde kerk. Deze mededeling deed het triomoderamen op de extra synodevergadering van 18 april 2002 aan de triosynode.

Het aantal gemeenten dat plaatselijk federeert neemt nog steeds toe. Op gemeentelijk niveau ligt het aantal federaties op ongeveer een derde. Nog eens een derde van de gemeenten heeft structurele samenwerkingsvormen gevonden. Een derde ook van de gemeenten werkt niet of alleen incidenteel samen. In tegenstelling tot de classicale samenvoegingen kunnen gemeenten er ook na de vereniging van de drie landelijk kerken voor kiezen plaatselijk hervormd, gereformeerd of luthers te blijven.

Protest

De Gereformeerde Bond

Gedurende langere tijd bleef het onzeker welke houding de Gereformeerde Bond zou innemen wanneer de in het Samen op Weg-proces beoogde kerkvereniging daadwerkelijk tot stand zou komen. Op een buitengewone, massaal bezochte ambtsdragersvergadering, in november 1992 werd als leuze aangeheven: "Wij gaan niet mee en wij gaan niet weg". Deze leuze klonk buitenstaanders innerlijk tegenstrijdig in de oren. Want zou men door 'niet mee' te gaan in de kerkvereniging niet in feite 'weggaan'? En anderzijds: zou men door 'niet weg' te gaan niet in feite met de kerkvereniging 'meegaan'? Voor de Bond zelf drukte de leuze echter precies het dilemma uit waarvoor men zich gesteld zag. Men meende het in dit dilemma te kunnen uithouden omdat men weigerde te aanvaarden dat het werkelijk tot kerkvereniging zou komen. Dat men toch zou moeten kiezen werd na enkele jaren ingezien.

Tijdens opnieuw een buitengewone ambtsdragersvergadering, in september 1996, koos de Bond voor meegaan. De Bond zal, onder protest, op zijn post blijven, ook in de verenigde kerk. Hij zal dan ook in de samenhang daarvan blijven opkomen voor het gezag van de gereformeerde belijdenisgeschriften, op de manier zoals hij dat altijd al binnen de Nederlandse Hervormde Kerk heeft gedaan. En hij ijvert voor kerkordelijke regelingen die het straks, binnen de verenigde kerk, aan gemeenten van gereformeerde traditie (dus van Gereformeerde Bonds-signatuur) mogelijk zullen maken, ook bovenplaatselijk, in onderlinge samenhang een eigen kerkelijk leven voort te zetten. De hervormde synode van haar kant doet, samen met de beide andere synoden, alle moeite, aan dit verlangen tegemoet te komen.

De genoemde beleidskeuze van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond heeft weliswaar binnen de gelederen van de Bond tot tweespalt geleid. Sommigen van zijn leden deden in het bovengenoemde dilemma juist de omgekeerde keuze: voor 'weggaan'. Zij vormden een afzonderlijke organisatié het 'Comité tot behoud van de Nederlandse Hervormde Kerk'. De daartoe behorende ambtsdragers en gemeenten hebben aangekondigd dat zij, in geval van kerkvereniging zoals beoogd in Samen op Weg, op zichzelf zullen blijven, als de ware voortzetting van de Nederlandse Hervormde Kerk.

De inhoudelijke kritiek van de Bond spitst zich toe op een aantal zaken. Een daarvan is dat de lutherse belijdenisgeschriften geen uitverkiezingsleer kennen, zoals de Dordtse Leerregels die bevatten. Dit is voor de Gereformeerde Bond geen onbelangrijk detail. De Bond beschouwt het geloofspunt van de uitverkiezing als de afsluiting en bevestiging van de christelijke leer. Wie dit geloofspunt aantast, zo wordt van de zijde van de Bond gesteld, veronachtzaamt Gods soevereiniteit waarvan het immers in laatste instantie afhangt of een mens al dan niet genade vindt.

Een ander bezwaar van de Gereformeerde Bond heeft te maken met zijn visie dat de (sinds 1816 officieel zo genoemde) Nederlandse Hervormde Kerk (ondanks al haar gebreken) de wettige voortzetting is van de Gereformeerde Kerk in de Republiek der Verenigde Nederlanden, van ouds dus nauw verbonden met de Nederlandse natie en haar geschiedenis. De Bond leeft in de overtuiging dat het deze kerk is die door God zelf in de zestiende eeuw in het Nederlandse volk is gesticht, 'geplant.' Hierom ging de Gereformeerde Bond, hoezeer ook met de belijdenisijver van Kuyper en zijn volgelingen sympathiserend, toch niet met de Doleantie mee. De Doleantie was tenslotte mensenwerk, niet Gods werk. Mensen kunnen niet zomaar uit eigen initiatief een nieuwe kerk beginnen. Welnu: is niet ook het 'Samen op Weg'-proces, op dezelfde manier, mensenwerk? Hier wordt opnieuw een menselijk bouwwerk opgericht, dat men in de plaats wil stellen van de kerk die God zelf in Nederland geplant heeft.

Met dit bezwaar hangt ook samen dat er, ook in het jaar 2000, nog geen overeenstemming was bereikt over de naam die de verenigde kerk zal dragen. In eerste instantie, in 1993, was men het nog wel eens geworden over de naam: 'Verenigde Protestantse Kerk in Nederland'. Het woord 'protestants' was uiteraard een compromis, voor hervormden, gereformeerden en lutheranen aanvaardbaar, hoewel niemands eerste keus. Maar naderhand kwamen er van hervormde kant toch weer bezwaren tegen het feit dat zo in de naam op geen enkele manier meer het woord 'hervormd' doorklonk. Deze bezwaren kwamen niet alleen van de Gereformeerde Bond. Anderen, vooral confessionelen, deelden ze, of waren althans van mening dat men om de Hervormde kerk voor scheuring te behoeden aan de verlangens van de Bond tegemoet zou moeten komen. Deze bewaarden kregen in de hervormde synode in haar vergadering van maart 1998 de meerderheid. Er werd alsnog geopteerd voor de naam 'Verenigde Kerk der Hervorming in Nederland.' Deze naam was nu echter voor de lutheranen onaanvaardbaar. Pas zeer recent, 22 november 2002, is officeel besloten dat de kerk Protestantse Kerk in Nederland gaat heten.

Gereformeerd protest

Niet alleen vanuit de Bond kwam er kritiek. Kerkjurist L. van Drimmelen schat er uiteindelijk dat zo'n tienduizend hervormden afhaken.Van de gereformeerden zouden het er zo'n zestigduizend zijn, tien procent van het totaal.

Een deel van de Gereformeerde Kerken in Nederland gaat niet mee in de fusie met de Nederlandse Hervormde Kerk (het Samen-op-Wegproces). Mocht de kerkorde voor de Protestantse Kerk in Nederland inderdaad in zijn huidige vorm worden vastgesteld, dan zal de betreffende groep kerken zeer waarschijnlijk een eigen landelijk kerkverband gaan vormen. De bezwaarden benadrukten op de bijeenkomst dat het in dat geval niet gaat om een afscheiding, maar om een voortzetting van de Gereformeerde Kerken. Enkele malen werd ter vergadering al de naam Vrije Gereformeerde Kerken genoemd.

Het belangrijkste bezwaar van de Gereformeerde Kerken is de afnemende zelfstandigheid van plaatselijke kerken. In de toekomstige kerk krijgen plaatselijke kerken waarschijnlijk onder meer te maken met toezicht op de financiën door een regionaal college en kunnen ze zich niet meer met behoud van bezit losmaken van het landelijke kerkverband.

Ruim honderd hervormde dominees doen niet mee aan Samen-op-weg, en nog meer gemeenten. Een groot deel van hen behoort tot de Gereformeerde Bond. De Bond, zeggen verschillende ingewijden, staat op scheuren. Bondsvoorzitter G.D. Kamphuis erkent dat er 'grote spanningen' zijn, die tot een breuk zullen leiden als de kerkelijk top de fusie doorzet.

En zo proberen de grote kerken een te worden. Er zijn nog steeds vele enthousiaste voorstanders van het Samen op Weg-proces. Maar ook de tegenstanders laten zich horen. Zijn we Samen op Weg, of Samen van de Weg af?, is een veelgehoorde vraag.

Andere kerken

Ook in andere kerken wordt gesproken over samengaan. De Broederschap van Pinkstergemeenten (BPG) en de Volle Evangeliegemeenten (VEG) in Nederland hebben zich op 1 januari 2002 verenigd in één kerkgenootschap met de naam 'Verenigde Pinkster- en Evangelie Gemeenten (VPE). De Nederlands gereformeerde, gereformeerd (vrijgemaakt) en christelijk gereformeerde kerken zijn ook in gesprek over meer samenwerking.

De evangelische beweging in Nederland

Aantal evangelischen

Daarover verschillen de meningen behoorlijk. Wie reken je tot de groep "evangelischen"? De veilige schatting is dat er 645 miljoen evangelische christenen zijn, ongeveer 11% van de wereldbevolking. De evangelische beweging is de snelst groeiende religieuze beweging ter wereld. De evangelische beweging groeit 3,5 keer zo snel als de wereldbevolking. Nederland telt ongeveer 800.000 tot 1.000.000 evangelische christenen.

Wat is eigenlijk "evangelisch"

Er zijn verschillende en zeer uiteenlopende definities van "evangelisch". De term is niet beschermd en kan door iedereen gebruikt worden. En zo heb je in Nederland evangelische kerken en gemeentes, evangelische organisaties, evangelische scholen en zelfs een evangelische omroep (EO). En wie denkt dat de mensen die bij deze verschillende groepen zijn aangesloten, hetzelfde denken en geloven, heeft het mis. Dat maakt het dan ook best moeilijk om te omschrijven wat nu precies "evangelisch" is. Het heeft dan ook tot verwarring en misverstanden geleid.

Zo is er een tijd geweest dat christenen die samenkwamen in vrije kerken (niet behorend bij de traditionele kerken, waaronder de Baptisten) en niet behoorden tot de Pinkstergemeenten, bijna automatisch evangelische christenen werden genoemd. Maar dat is niet juist, want je vindt evangelische christenen binnen vrijwel alle kerken, inclusief de Rooms-Katholieke kerk.

Ook heeft men evangelischen weleens willen afdoen als christenen, die oppervlakkig, gevoelsmatig en 'makkelijk' geloven. Men zette dit dan tegenover een meer beredenerende, beschouwende manier van geloven zoals je dat in de protestantse kerken vindt. Maar ook deze tweedeling doet de waarheid geweld aan.

Kunnen we "evangelisch" misschien theologisch verklaren?

 Het antwoord is "nee", want evangelischen zijn het onderling duidelijk oneens over wat ze nu precies geloven. De evangelische bewegingen zijn te gevarieerd om het eens te worden over hun theologie. Men grijpt niet terug op één theoloog of één leer of één denkrichting (bijvoorbeeld wat betreft levensheiliging), maar op een grote variatie van theologen, richtingen enz.

Kunnen we "evangelisch" dan sociologisch verklaren?

 Het antwoord is "ten dele", want de evangelische christenen vormen een subcultuur, aanvaard door o.a de Nederlandse overheid. Op grond hiervan zijn er evangelische scholen gesticht met steun van de overheid. Maar de evangelische beweging is meer dan een sociologisch verschijnsel. Het is een geloofsrichting en daarom kun je het maar ten dele verklaren door de sociologie.

Of moeten we "evangelisch" historisch verklaren?

 Evangelischen herkennen zich wel in bepaalde historische gebeurtenissen en stromingen uit de kerkgeschiedenis. En je zou dan ook best kunnen zeggen dat de evangelische beweging van nu in sommige opzichten lijkt op soortgelijke bewegingen in voorgaande eeuwen en dat elk van die bewegingen een stukje van de huidige evangelische beweging weergeeft. Professor K. Runia noemt bijvoorbeeld de volgende historische tradities als de wortels van de hedendaagse evangelische beweging. Je zou het ook drie lagen kunnen noemen, die door de tijd heen als het ware op elkaar gestapeld zijn.

De reformatie - 16e eeuw

Met name in de principes van sola fide (alleen geloof), sola scriptura (alleen de Bijbel) en sola gratia (alleen genade) kunnen de meeste evangelischen zich zeer goed vinden.
Bevindelijke stroming - 17e eeuw
 We spreken over Puritanisme in Engeland, Piëtisme in Duitsland en de Nadere Reformatie in Nederland. In al deze stromingen stond de praktijk van de geloofservaring centraal.
Opwekkingsbewegingen in Engeland en Amerika - 18e en 19 e eeuw
 Onder invloed van o.a de Methodisten ontstonden in Engeland en Amerika massale opwekkingsbewegingen., waarop de persoonlijke bekering en levensheiliging centraal stonden. Belangrijke namen in dat verband zijn:
John Wesley (1703-1791) en zijn broer Charles - oprichter Methodisten
Spurgeon (1834-1892) groot prediker in Londen - baptist en sterk calvinistisch
Jonathan Edwards (1707-1758) - Noord Amerika
George Whitefield ( 1714-1770) - Noord Amerika
Charles Finney ( 1792 - 1875) - Noord Amerika
Dwight L. Moody (1837 - 1899) - Noord Amerika
Willeam Booth, die in 1877 in Londen de Salvation Army (Leger des Heils) stichtte
Darby (1810-1882) stichter van de Vergadering der Gelovigen
 In Duitsland vonden de Hernhutters een thuisbasis bij graaf Nicolas Ludwig von Zinzendorf ( 1700 - 1760). In de 19e eeuw kende men een eigen opwekking in Duitsland.

In Nederland beleefde men in deze tijd (1850 - 1900) het Reveil, dat vooral beperkt bleef tot de aristocratische elite in ons land. Belangrijke namen: Isaäc da Costa, Groen van Prinsterer, Jan de Liefde (stichter van de "Vereniging Tot Heils des Volks"). Het Reveil had naast een geestelijke verdieping vooral een sociale uitstraling. Alle oude psychiatrische ziekenhuizen en blindeninstituten zijn in die tijd door deze kleine groep mensen gesticht, waarbij men veel van hun eigen vermogen gebruikte.

Conglomeraat

Samenvattend zou ik willen zeggen dat de evangelische beweging in Nederland (en ook wereldwijd) niet één beweging is, maar een conglomeraat van bewegingen. Een conglomeraat is volgens het woordenboek van Van Dale "een toevallige samenvoeging van ongelijke delen." Binnen die conglomeratie kun je grofweg 3 stromingen herkennen: de reformatorisch, de charismatische en de midden-evangelische stroming.

We spreken over de evangelische beweging en niet over de evangelische kerk of organisatie, omdat er geen sprake van één groep of kerk. Het is een beweging van kerken, gemeenten, organisaties en gelovigen, die zichzelf evangelisch vinden. Hoewel ze onderling sterk verschillen, kun je wel een harde kern van het evangelisch gedachtengoed herkennen.

Evangelisch gedachtengoed - enkele kenmerken

De centrale positie van de Bijbel

centrale positie in hun denken en handelen,
formele gezag van de Bijbel wordt sterk beleden,
sterke nadruk op persoonlijke toepassing van dat Woord.
Persoonlijke bekering en geloofsbeleving
ieder mens heeft een persoonlijke relatie met God nodig.
ieder mens moet zich daarom bekeren tot God.
ouders en kerk kunnen niet voor jou geloven, dat moet je zelf doen.
iedere christen moet zijn persoonlijke relatie met God onderhouden.
Missionair élan
wij hebben een woord voor de wereld.
veel zendelingen zijn "gewone" mensen.
verschillende werkwijzen en aanpak.
John Mott (1865-1955) organisator van wereldzending
Sociale betrokkenheid
omzien naar de zwakkere in de maatschappij.
Leger des Heils, World Vision

Een bepaalde muziekstijl en bepaalde liedbundels bindt deze groep samen. Vroeger was dat de liedbundel van Johannes de Heer, tegenwoordig zijn er de zogenaamde Opwekkingsliederen.

De hedendaagse Nederlandse evangelische beweging

Evangelische getinte kerkgenootschappen rond 1900 in Nederland
Unie van Baptisten - Veengebieden door werk van Jan de Liefde
Pinkstergemeenten - Gerrit Polman (1906)
Vergadering van Gelovigen - (vanaf 1851)
Kenmerken: geen vaste predikant, iedere man mag spreken. Verder vieren ze iedere week het Avondmaal.
Vrije Evangelische Gemeenten en de Hernhutters (vanaf 1737)
Evangelische bewegingen
Maranatha-beweging - Johannes de Heer, opvolger Jan Kits*
Kenmerk: sterke gerichtheid op de wederkomst van Jezus
Leger des Heils (1887)
Nederlandse Christelijke Gemeenschaps Bond (1923) - Jan van Oostveen*
Na de tweede wereldoorlog
Verdieping en Aktivering (1950)
Onder leiding van de Schots/Nederlandse Sidney Wilson. Op deze weekenden werd het kader gevormd dat later belangrijke functies binnen de evangelische beweging zou vormen (Anne van der Bijl, Henk Binnendijk, Gerard Langhenkel, Herman ter Welle).
Beweging van jongeren- en studentenorganisaties.

Youth for Christ en Navigators (1948)
Jong Nederland voor Christus (1960) , onderdeel van het werk van Het Zoeklicht (oprichter: Jan Kits)
Ichtus ( 1960) - evangelische studentenbeweging
In de Ruimte (1960) - kinderwerk en studiebijbel.
Jeugd met een Opdracht (1972)
Volle Evangelie Gemeenten en Osborn (1958)
Beweging om binnen de kerken de boodschap van Pinksteren meer ruimte te geven.

Opwekking (1960) - pinksterkonferenties en introductie van nieuwe liederen.
Charismatisch Werkgemeenschap Nederland (1972)- Ds Wim Glashouwer*
Beweging om de kerken te dienen op het gebied van gebed, toerusting en evangelisatie.

Evangelische Alliantie (1979 opnieuw opgericht, 120 christelijke organisaties zijn hierbij aangesloten)
Evangelische Werkverband SoW kerken (1995)
Evangelische Hogeschool (1977) HBO
Bewegingen die betrokken zijn bij hulpverlening en vervolging.

Tearfund
Dorkas
De Hoop - afkickcentrum
Compassion
Open Doors (Anne van der Bijl)

* Deze mensen hebben de Evangelische Omroep opgericht.

Samenvatting

De evangelische beweging is één grote familie, waarin herkenning is en steeds meer erkenning voor de verschillen onderling. Bezoek een konferentie en ontdek daar dat binnen een groep van 10 mensen ieder wel iemand kent, die ook weer door iemand anders wordt gekend. De rol van de Evangelische Omroep en de Evangelisch Alliantie zijn enorm als het gaat om het image van de evangelische beweging positief te profileren en saamhorigheid te bewerken. Opnieuw zien we dat de evangelische beweging sterk beïnvloed wordt door Engeland en Amerika. Maar nu zien we een duidelijke verandering. In de jaren 70-80 waren het met name de evangelische organisaties, die interkerkelijk van opzet waren, en die de kerken probeerden te stimuleren om hun geloofsleven te vernieuwen en te verdiepen en naar buiten toe te treden met evangelisatie. Nu zien we dat steeds meer ideeën en modellen worden overgenomen van juist de kerken uit Engeland en Amerika, die qua signatuur evangelisch zijn.

naar top van deze pagina  

mail holyhome