OVER SACRAMENTEN GESPROKEN
is de vindplaats van materiaal
voor Bijbelstudie, geloofstudie, catechese, school, kring, persoonlijk
geloof, studie thuis, kerk, club, nieuws, godsdienstonderwijs,
zingeving en vooral heel veel mogelijkheden om je Bijbelkennis te
vergroten. Blijf
niet afhankelijk van anderen maar lees zelf de Bijbel. Investeer in
geestelijke rijkdom.
BIJBEL: bron van vrede
PROTESTANTSE KERK KENT TWEE SACRAMENTEN
Binnen de protestantse kerk werden slechtstwee sacramenten behouden: de
doop en het avondmaal. Binnen hetprotestantisme wordt het sacrament
gezien als een zichtbaar teken (eensignaal) en een zegel (een
bevestiging) van Gods genade. Naast deprediking (een hoorbaar teken van
Gods genade) kent het protestantismedus ook twee zichtbare tekenen van
Gods genade. De sacramenten wordenook gezien als tekenen en zegelen van
Gods verbond met zijn volk. Deprotestantse visie grijpt terug op het
Oude Testament waarin ook tweeproto-sacramenten werden onderscheiden:
de besnijdenis en het pascha.Voor protestanten zijn slechts de doop en
het avondmaal in plaats vandeze twee proto-sacramenten gekomen.
DE HEILIGE DOOP
Wij geloven en belijden dat Jezus Christus, die het einde van de wet
is(Rom. 10:4), door het vergieten van zijn bloed een eind gemaakt
heeftaan elke andere bloedstorting die men zou kunnen of willen doen
totverzoening voor onze zonden. Hij heeft de besnijdenis, waarbij
bloedvloeide, afgeschaft en in plaats daarvan het sacrament van de
doopingesteld1.
Hierdoor worden wij in de kerk van God opgenomen en van alle
anderevolken en vreemde godsdiensten afgezonderd, om helemaal het
eigendom tezijn van Hem2, van wie wij het merk en veldteken dragen. Dit
dient onstot een getuigenis dat Hij eeuwig onze God en onze genadige
Vader zalzijn.

Wij worden evenwel niet door het water als zodanig van onze zondengereinigd6, maar door de besprenkeling met het kostbaar bloed van deZoon van God7. Hij is onze Rode Zee8, waar wij doorheen moeten gaan omte ontkomen aan de tirannie van Farao — dat is de duivel —en binnen te gaan in het geestelijke Kanaän.
De dienaren van hun kant geven ons alleen het sacrament, dat zichtbaaris, maar onze Here geeft wat door het sacrament wordt aangeduid,namelijk de onzichtbare genadegaven. Hij wast onze ziel en reinigt haargrondig van alle onreinheden en ongerechtigheden9. Hij vernieuwt onshart, schenkt ons volkomen troost en geeft ons vaste zekerheid van zijnvaderlijke goedheid. Hij doet ons de nieuwe mens aan en Hij trekt onsde oude mens uit met al zijn werken10.
Daarom geloven wij dat wie tot het eeuwige leven wil komen, maareenmaal gedoopt moet worden11. De doop mag niet herhaald worden, wantwij kunnen ook niet tweemaal geboren worden. Deze doop is immers nietalleen van waarde voor ons wanneer wij hem ontvangen en het water opons is, maar gedurende ons hele leven.
Daarom verwerpen wij de dwaling van de wederdopers, die niet tevredenzijn met de eens ontvangen doop en die bovendien de doop van de kleinekinderen der gelovigen veroordelen. Wij geloven daarentegen dat men henbehoort te dopen en met het teken van het verbond te verzegelen,evenals de kleine kinderen in Israël besneden werden op grond vandezelfde beloften die aan onze kinderen gedaan zijn12. Christus heeftzijn bloed even zeker vergoten om de kleine kinderen van de gelovigente wassen, als Hij dat gedaan heeft voor de volwassenen13. Daarombehoren zij het teken en sacrament van wat Christus voor hen gedaanheeft te ontvangen, zoals de Here in de wet gebood hun kort nadat zijgeboren waren, deel te geven aan het sacrament van het lijden ensterven van Christus door het offer van een lam14. Dat was eensacrament van Jezus Christus.
Bovendien doet de doop aan onze kinderen hetzelfde wat de besnijdenisdeed aan het joodse volk. Daarom noemt de apostel Paulus de doop: debesnijdenis van Christus (Kol. 2:11).
1 Kol. 2:11. 2 Ex. 12:48; 1Pet. 2:9. 3 Mat. 3:11; 1Kor. 12:13. 4 Hand.22:16; Hebr. 9:14; 1Joh. 1:7; Opb. 1:5b. 5 Tit. 3:5. 6 1Pet. 3:21. 7Rom. 6:3; 1Pet. 1:2; 2:24. 8 1Kor. 10:1-4. 9 1Kor. 6:11; Ef. 5:26. 10Rom. 6:4; Gal. 3:27. 11 Mat. 28:19; Ef. 4:5. 12 Gen. 17:10-12; Mat.19:14; Hand. 2:39. 13 1Kor. 7:14. 14 Lev. 12:6.
HET AVONDMAAL
1. De predikant leest voor uit een geschrift waar wordt uitgelegd watde Bijbel zegt over de betekenis van het avondmaal. Een kortesamenvatting:
In de Bijbel lezen wij: '..dat de Here Jezus in de nacht waarin Hijovergeleverd werd, brood nam. En nadat Hij gedankt had, brak Hij het enzei:"Dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt. Doet dit tot Mijngedachtenis". Evenzo ook de drinkbeker na de maaltijd en Hij zei:"Dezedrinkbeker is het nieuwe verbond (of: testament) in Mijn bloed. Doetdit, zo vaak u die drinkt tot Mijn gedachtenis". Want zo vaak u ditbrood eet en deze drinkbeker drinkt, verkondigt u de dood van de Here,todat Hij komt. Daarom, wie op onwaardige wijze het brood eet of dedrinkbeker van de Here drinkt, zal schuldig zijn aan het lichaam en hetbloed van de Here. Maar laat men zichzelf beproeven en zo eten van hetbrood en drinken van de drinkbeker. Want wie eet en drinkt, die eet endrinkt zichzelf een oordeel, als hij niet het lichaam van de Hereonderscheidt' (1 Korinthe 11:23-29).

strijden.
In de tweede plaats is het avondmaal door Jezus ingesteld met debedoeling dat we (opnieuw) zouden overdenken en geloven wat onze HereJezus Christus voor ons gedaan heeft. Hoe Hij, zoals God lang voorafdoor de profeten beloofd had, door Zijn Vader naar onze wereld gezondenis. Hoe Hij de gestalte van een mens heeft aangenomen en de straf vanGod over de zonde van ons gedragen heeft, toen Hij vernederd,mishandeld, onschuldig ter dood veroordeeld en gekruisigd werd, opdatwij voor het gericht van God zouden worden vrijgesproken.
Zo zeker als we het brood eten en de wijn drinken, zo zeker mogen wegeloven dat Jezus Christus Zijn leven voor ons gegeven heeft, ons vanharte liefheeft en dat Hij de enige bron van ons leven is. Door hetwerk van de Heilige Geest in ons leven, kunnen we met Christusverbonden zijn. En zoals we samen één brood eten en uitéén beker drinken, zo worden we er door het avondmaal aanherinnerd dat we als leden van één familie in eenheid metmedegelovigen moeten leven.
2. De predikant bidt nu en vraagt God of Hij ons geloof door dit avondmaal wil versterken.
3. Als de predikant het brood breekt zegt hij:
Het brood dat wij breken is de gemeenschap aan het lichaam van Christus.
Als hij de beker met wijn neemt zegt hij:
De drinkbeker van de dankzegging, die wij met dankzegging zegenen, is de gemeenschap aan het bloed van Christus.
4. Na afloop danken we God voor Zijn liefde en genade met de woorden van Psalm 103: 1-13.
Om eens bij stil te staan
1. Bij de prediking van het Evangelie hoort het sacrament, dat van de Doopen dat van het Heilig Avondmaal. Wie de prediking niet verstaat,begrijpt ook het sacrament niet, en men laat als men kinderen heeft,deze kinderen dopen uit sleur, gewoonte of uit bijgeloof. Het heeft,althans voor de doopouders, niet alleen niets te betekenen, maar hetmaakt hun schuld groter.
De Doop, wat is dat eigenlijk voor een sacrament? Wel, het is hetsacrament van onze inlijving in de Kerk van Christus. Wanneer dezeinlijving heeft plaatsgehad, dan vinden we deze inlijving en al waterbij gebeurd is, betekend en verzegeld door de Doop. Wanneer iemandChristus en Zijn Gemeente ingelijfd is, en hij neemt het formulier vande Heilige Doop, dan leest hij daarin wat God hem deed ondervinden. Enzo is hij in staat om daar amen op te zeggen. (…)
Het sacrament van het Heilig Avondmaal is het sacrament van onze groeiin de Kerk, in de christelijke religie. Dus eerst de Doop en dan hetHeilig Avondmaal.
2. De Doop is een teken en zegel van het Verbond der genade. “Ja,dat weten we allen uit de Catechismus en de Geloofsbelijdenis”,zegt ge. Dat is zo. Dáár wordt gevonden, dat God de Vaderin Jezus Christus Zijn Zoon, door de Heilige Geest betuigt enverzegelt, dat Hij met ons een eeuwig Verbond der genade opricht,gelijk God gesproken heeft tot Abraham, de vader aller gelovigen, en inhem tot ons en onze kinderen, zeggende: “Ik zal Mijn Verbondoprichten tussen Mij en tussen u en tussen uw zaad na u in hungeslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God en uw zaadna u” (Gen. 17:7).
Door de Doop ontvangt de Kerk het teken en zegel, dat God haar eenVader wil en zal zijn in Christus Jezus, in Wie zij heeft de vergevingder zonde en de vernieuwing des levens; hetgeen betekent: derechtvaardigmaking en de wedergeboorte, deze genomen als het beginselvan de heiligmaking. Hierom is het dat de Schrift de Doop het bad derwedergeboorte en de afwassing der zonden noemt (HeidelbergseCatechismus, antwoord 71; Tit. 3:5; Hand. 22:16). Deze twee zakenworden dus door de Doop betekend en verzegeld.
3. Doop en geloof horen bij elkaar. Markus 16:16: “Die geloofd zalhebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofdhebben, zal verdoemd worden”. De Doop is een teken en zegel. Zoveronderstelt de Doop dus het waarachtig geloof. De kamerling vanCandacé, de koningin der Moren, zei tot Filippus: “Ziedaarwater; wat verhindert mij gedoopt te worden?” En het antwoord vande evangelist was: “Indien gij van ganser harte gelooft, zo ishet geoorloofd”. Waarop hem door de kamerling werd gezegd:“Ik geloof dat Jezus Christus de Zone Gods is” (Hand.8:36-37).
4. De Heere Jezus wordt niet alleen aan grote mensen aangeboden, Hij wordtook aangeboden aan de kinderen van de grote mensen. Dat blijkt uit deBijbel, want er staat in Handelingen 2: “Want u komt de beloftetoe en uw kinderen en allen die daar verre zijn, zovelen als er deHeere onze God toe roepen zal” (vs. 39). Christus Zelf heeft dekinderen tot Zich geroepen: “Laat de kinderkens tot Mijkomen” (Luk. 18:16). En toen de stokbewaarder uit Handelingen 16gebracht werd tot het geloof en vroeg: “Wat moet ik doen, opdatik zalig worde?” (vs. 30), is het antwoord geweest, dat hij zougeloven en zich laten dopen, zichzelf en zijn huis. Dat kun je allemaalin de Bijbel vinden.
Neem aan, dat iemand tot het geloof gekomen is. Christus werd nietalleen aangeboden aan hém, maar ook aan zijn kinderen. Dus diemens neemt Christus aan, maar hij doet dat niet alléén;hij doet het ook als vader of moeder, of ook: zij doen het als ouders.Hun kinderen hebben zij bij zich.
Nu komt bij de prediking het sacrament, dat van de Doop en dat van hetAvondmaal. Wat is een sacrament? Teken en zegel! Dus een sacrament laatons iets zien; dat doet het als teken. Het verzegelt ook iets, dat doethet als zegel.
Wat doet het als teken? Als teken laat het sacrament ons zien, wat hetEvangelie ons laat horen. Wat? Dit, dat in Christus is de behoudenis,het leven. Wat is het leven? Het leven bestaat uit derechtvaardigmaking en de heiligmaking, uit de vergeving der zonden ende vernieuwing des levens. Dat laat nu het sacrament van de Doop zien.Eerst was er de Doop door onderdompeling, nu door besprenging, maar inwezen maakt dat geen verschil. Wie ondergedompeld werd, was weg.Voordat iemand gelooft, is hij weg, is hij dood. Dat heeft hij uit de Wet geleerd. Want de Wet stelde hem onder de eis en bekleedde hem metde vloek. Door het Evangelie aan te nemen bekende hij, dat hij onder devloek lag en onder de eis van de Wet. Dus hij boog; hij was dood. Maarde ondergedompelde bleef niet onder water. Hij kwam weer uit het waterop.
Dat wordt betekend door de Doop, want iemand die gedoopt wordt,wordt gereinigd zoals iemand die in het water komt, gereinigd wordt.Maar iemand die gedoopt wordt, staat ook op in een nieuw leven, zoalsiemand die onder water geweest is (dus weg geweest is) en opstaat uithet water, in een nieuw leven komt. Daar heb je de beide zaken die doorde Doop betekend worden: de afwassing der zonden en de vernieuwing vanhet leven. Dus iemand die zich laat dopen, geeft daarmee te kennen dathij de Wet gehoord heeft, zijn zonden en dood heeft gevoeld, totChristus gekomen is, en in Christus gevonden heeft het leven dat hij inzichzelf niet had.
Nu komt de Doop die dat betekend heeft, dat ook te verzegelen. En watverzegelt dan de Doop? De Doop verzegelt dat God geen God zal wezen,als Hij de zonden niet vergeeft en als Hij de zonden er nietallengskens onder brengt. Met andere woorden, dat God geen God zalzijn, als Hij die mens niet voor rechtvaardig houdt en vernieuwt. Dushieruit zie je nu, dat het sacrament van zeer grote betekenis is.
Wanneer nu een mens komt tot de Doop en hij heeft van tevoren nietgeloofd, dan is hem diezelfde Doop tot verdoemenis. Want hij heeft Godlaten verzegelen, dat God hem die gelooft, voor rechtvaardig zal houdenen vernieuwen. Maar hij heeft niet geloofd; zijn geloof is schijngeweest! Daarmee heeft hij uitgesproken, dat hij verdoemd is, althanszolang als hij niet komt tot het geloof.
Maar ik zeg: de ouder die tot het geloof gekomen is, die komt als hijkinderen heeft, niet alleen. Hij brengt die kinderen mee, de kleinekinderen (wij hebben het nu over de Doop aan de kleine kinderen). En dekleine kinderen ontvangen ook de Doop, want de Doop – dat kun jevinden in de Bijbel – wordt bediend aan de kinderen dergelovigen. Als nu zo’n ouder sterft, dan gaat hij naar de hemel,daar hij van God in Christus gerechtvaardigd en geheiligd is. Alszo’n kind sterft als kind, dan mogen de gelovige ouders dezetroost hebben, dat dat kind niet verloren is, maar behouden. Ik zeg: degelovige ouders. Er is wel eens gezegd: “Als het kind uitverkorenis tenminste”. Nee, wij werken met de uitverkiezing niet, althanszó werken wij er niet mee. Wij moeten een tastbare zaak hebben.Voor de zaligheid van iemand moeten wij met de Bijbel terecht kunnen.Wij moeten zien en lezen, dat de Bijbel hem zalig verklaart. Duszo’n kind is dan voor de gelovige ouders niet verloren.
Maar als de ouders, die met hun kind ten doop zijn gekomen nu nietgelovig zijn, zoals dat in de meeste gevallen toch voorkomt –ouders die niet gelovig zijn, laten toch hun kinderen dopen,veronderstel dat dit gebeurt – hoe is het dan met die ouders enhun kinderen? Wel die ouders kunnen dan natuurlijk geen troost hebbenals het kind sterft. Want er is geen troost voor een mens die buitenhet Verbond is, die ongelovig is, want er staat: “Die niet zalgeloofd hebben, zal verdoemd worden” (Mark. 16:16). Dus een mens,die bestemd is om verdoemd te worden – veronderstel dat hij nietkomt tot het geloof – wordt door God niet getroost ten aanzienvan zijn kinderen. Hij kan alleen getroost worden, als hij zelf tot hetgeloof komt, tot het geloof in Christus. En komt hij daartoe, dan wordthij ook getroost en hij zou óók getroost worden als zijnkleine kind kwam te sterven, veronderstel dat hij nog een klein kindhad. (…)
Wanneer gelovige ouders zich laten dopen en dan ook hun kinderen, danligt hierin opgesloten dat deze ouders hun kinderen zullen opvoeden inde leer die zij in God gevonden hebben, dus in de leer die naar deGodzaligheid en de zaligheid is, dus in de Waarheid. Dat zullen zij ookdoen, want als zij zelf gelovig zijn, dan is er niets, dat hun zo zwaarweegt als het lot van hun kinderen in betrekking tot de eeuwigheid.Daar is de positie van zo’n kind in de wereld niets bijvergeleken. Gelovige ouders hebben tenslotte maar éénzorg in betrekking tot hun kinderen, en dat is deze: Hoe zal het metmijn kinderen gaan in betrekking tot de eeuwigheid? En al het andere isvoor deze ouders bijzaak. Dus dit sluit in, dat zij hun kinderen zullenopvoeden in de Waarheid gelijk zij in Jezus Christus is. (…)
Zie, zo liggen deze zaken. De Doop is immers van grote betekenis! Wanthij is een verzegeling zoals ik je gezegd heb. God zegt in hetsacrament, dat Hij ophouden zal God te wezen, als Hij niet doet wat Hijin de Doop beloofd heeft, namelijk de gedoopte te houden voorrechtvaardig en hem te vernieuwen naar Zijn eigen beeld. Maar devoorwaarde hiervan is het geloof; dit dus, dat de mens zelf het Verbondheeft ingewilligd en de genade, het leven, bestaande uit vergeving derzonden met het recht op het leven en de vernieuwing in, met en door deHeere Jezus Christus aangenomen heeft. Als dat geloof er nu niet is– je kunt zelf de conclusie trekken, nietwaar – dan komtalles anders te liggen en in plaats dat de Doop dan een troost zouzijn, is hij een oordeel.
“Dan – zul je misschien denken – is ’t hetbeste, voor mij althans, mijn kinderen niet te laten dopen en ik hebspijt, dat ik het gedaan heb.” Goed, ik hoor u dat zeggen. Hieropantwoord ik: Dan moet u toch wel weten, dat u openbaar, voor uzelf envoor uw kind, het Genadeverbond verwerpt. Vergeet dat niet! Wie zijnkind laat dopen zonder gelovig te zijn, verwerpt het Verbond. Wieweigert zijn kind te laten dopen, verwerpt het Verbond én voorzichzelf én voor zijn kind. Daarom heb ik wel gezegd, wanneeriemand mij vroeg: “Als ik onbekeerd ben, mag ik dan toch mijnkind laten dopen?”: “Je zou willen dat ik je de ene of deandere kant op wees, maar dat doe ik niet. Maar ik zeg je: God eist vanje, dat je je ogenblikkelijk bekeert en dat je ook je kind laatdopen”. En daar is niets aan te veranderen. Zo liggen de dingen.
Wat is nu de betekenis verder van de Doop? Ik heb je éénbetekenis genoemd, maar er zijn er nog twee andere te noemen. Teneerste moet door de Doop – en dit is ook het geval met hetAvondmaal – de Gemeente openbaar worden. Als er alleen deprediking was, dan bleef de Gemeente verborgen. Maar ter verheerlijkingGods, ter verheerlijking van de kennis en de genade Gods, moet deGemeente of de Kerk openbaar worden. Hiervoor dient de Doop. Want alsnu de gelovige ouders, de leden van de Kerk, verschijnen om hunkinderen te laten dopen, dan kan gezegd worden: “Hier is deKerk”. Zij wordt dus daarin openbaar. Dus ook door het sacramentvan het Heilig Avondmaal.
De Doop als teken en zegel heb ik als eerste betekenis genoemd, maar deverheerlijking Gods had ik eigenlijk in de eerste plaats moeten noemen.
En de derde betekenis is, dat zo ook de Kerk naar haar zichtbaregedaante in stand moet blijven. En daarom heeft Christus de Doopingesteld met de prediking en gezegd: “Ik ben met ulieden al dedagen tot de voleinding der wereld” (Matth. 28:20). Dus tot aande voleinding der wereld wil de Heere de Doop en het Avondmaal, en deprediking in de eerste plaats, doen zijn. De uitverkorenen, zij diedoor de prediking van het Evangelie gekomen zijn tot het geloof, komenbij de Doop en het Avondmaal openbaar, zodat men zeggen kan:“Hier is de Kerk”.
Dat zijn de drie oogmerken die God heeft met de sacramenten. Dus terwille van de ere Gods en dan ook ter wille van de zaligheid van de mensheeft God de sacramenten ingesteld.
5. Nu hebt u hier de plaats van de ouders. Wat is dan deze plaats? Zijgeloven voor of in de plaats van hun kind. Die ouders zijn om zo tezeggen algemene of publieke personen, die nog een ander ookvertegenwoordigen, zoals Adam de gehele mensheid vertegenwoordigde, enzoals Jezus Christus Zijn gehele Gemeente vertegenwoordigde. Christuswas behalve Borg een algemeen Persoon. Zo ook met de ouders; zij zijntot op zekere hoogte algemene of publieke personen. Zijvertegenwoordigen hun kind, zij handelen voor hun kind dat minderjarigis in tijdelijke dingen; zo ook in het geestelijke. De ouders handelenvoor of in de plaats van hun kind.
Dus dat kind krijgt de Doop in de veronderstelling van het geloof. Duseen ouder die voor zijn kind de Doop begeert, gelooft voor dat kind(*). Nietwaar, zo liggen de zaken. Hij moet dan ook van dat geloofbelijdenis afleggen. “Opdat het dan openbaar worde dat gij alzogezind zijt, zult gij van uwentwege hierop ongeveinsdelijkantwoorden” (Formulier van de Heilige Doop). Daar doet nu dieouder belijdenis van zijn geloof. Hij doet dat niet ten bate van, maarin de plááts van zijn kind. En als dat kind nu gedooptis, op grond van het geloof van de ouders, en omdat dat kind heilig is(1 Kor. 7:14), dan moet dat opgroeiende kind om zo te zeggen doen watde ouders in de plaats van hem gedaan hebben, dat is, het moet zichbekeren, geloven. Het moet voor zichzelf geloven, geloven met hetrechtvaardigmakend en heiligend geloof.
(*) Vergelijk kanttekening 11 bij Lukas 19:9 en kanttekening 68 bij Handelingen 16:31 (Statenvertaling).
6. Het sacrament van het Heilig Avondmaal is het sacrament van de groei.Het veronderstelt het sacrament van de Heilige Doop. Dit sacrament ishet teken en zegel van de geboorte. Gij weet, dat de Heere Jezus eenssprak: “Voorwaar, voorwaar zeg Ik u, tenzij dat iemand wederomgeboren wordt, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien” (Joh. 3:3).Als nu deze wedergeboorte heeft plaatsgehad, dan vindt de mens aan wiedeze weldaad geschonken is, in de leer van de Doop, zoals wij dezevinden in het Formulier van de Heilige Doop, uitgedrukt en beschrevenhetgeen hij nu door de genade en de werking van de Heilige Geest heeftondervonden. Het is dus duidelijk, dat, waar het sacrament van hetHeilig Avondmaal teken en zegel van de groei is, er vooraf moet zijnhet sacrament van de Heilige Doop of het teken en zegel van degeboorte, van de ingang, van de inlijving in de kerk van Jezus Christus.
“Voor wie – zo vraagt onze catechismus (vraag 81) –is het Nachtmaal des Heeren ingesteld?” En toehoorders, het isnoodzakelijk dat wij van deze vraag ons nauwgezet rekenschap geven. OnsFormulier zegt, dat Christus het Heilig Avondmaal ingezet heeft voor degelovigen. En dat is waar! Want zo staat er in het Woord: “al watuit het geloof niet is, dat is zonde” (Rom. 14:23). Als men nietgelooft, dan leeft men niet, ons ontbreekt dan het geestelijk leven. Enwanneer men niet leeft, dan kan men niet eten, ook niet onderscheiden.
Voor de gelovigen. – Dus voor degenen die in Christus zijn. Wanthet geloof is de vereniging met Christus. Die gelooft, verenigt zichmet de Heere Jezus Christus. Voor hen, die gerechtvaardigd en geheiligdzijn. Want rechtvaardiging en heiliging zijn vruchten van een waarzaligmakend geloof, zoals u vinden kunt in Romeinen 5:1 en Handelingen15:9. Voor hen, die in het Verbond zijn. Want het Heilig Avondmaal isevenals de Heilige Doop teken en zegel van het Verbond der genade.
Mógen alleen zij toegelaten worden, die wedergeboren zijn? Neen,toehoorders. Toegelaten mógen worden allen die gezond in debelijdenis zijn en door hun leven geen ergernis geven. Het is altijd deovertuiging van de kerk van Jezus Christus geweest, dat er door onsover het hart niet mag worden geoordeeld. Maar dit neemt natuurlijkniet weg, dat ieder geroepen is om zichzelf te onderzoeken of voor hempersoonlijk het Heilig Avondmaal ingesteld is.
Als iemand gelooft, dan wordt hij veranderd, veranderd van staat enhart beide. Hij wordt van staat veranderd door de rechtvaardigmaking.Hij wordt van hart veranderd door de wedergeboorte. Wanneer er dangezegd wordt dat men zich zal onderzoeken, dan moet men zich nietverliezen in allerlei algemeenheden, maar zich afvragen of menveranderd is van hart en staat; nog eens: van hart door dewedergeboorte, van staat door de rechtvaardigmaking.
Er moet dan een onderzoek plaatshebben. De Heere eist van de Zijnen datzij dit zullen doen. In 1 Korinthe 11:28 vinden wij immers: “Maarde mens beproeve zichzelf, en ete alzo van het brood en drinke van dendrinkbeker”. “Beproeve zichzélf”, want iedermoet zijn eigen geloof leven.
Het is mogelijk zich te beproeven. De mens weet wat er tussen God enzijn ziel is omgegaan en nog omgaat. Het is hem bekend, dat hij –zo dit waarlijk geschied is – geworden is voor God: een zondaar,zonder meer, en dat de Heere in het ogenblik waarin alles onder devoeten wegzonk, Zich heeft geopenbaard. Het is hem bekend – nogeens, als hij een begenadigde is – wat op dit alles gevolgd is.Hierom zeg ik, dat het onderzoek kán plaatshebben.
Maar het móet ook plaatshebben, omdat het van zo groot gewichtis. Want wie aanzit, spreekt het uit dat hij een gelovige is, dat hijgerechtvaardigd en geheiligd is, dat hij in een verbond met God staat,dat de Heere voor hem alles is, dat hij niet van déze wereldmaar van een ándere wereld is, enzovoort. Als dit nu zo nietwas, wanneer hij zich hierin vergiste, zich bedroog, dan zou dit tochverschrikkelijke gevolgen kunnen hebben?
Bij het onderzoek hebben wij behoefte aan een leidraad. Ik heb algezegd, dat wij ons in algemeenheden niet moeten verliezen. Dezeleidraad hebben wij in onze Catechismus. In de 30e afdeling, hetlaatste gedeelte, vinden wij de vraag: “Voor wie is het Nachtmaaldes Heeren ingesteld?” (Heidelbergse Catechismus, vraag 81). Datis dus de vraag. En op deze vraag moet een antwoord wezen, een zodanigantwoord dat er van zelfbedrog geen sprake meer kán wezen. Wijdoen dus goed, wanneer wij op het antwoord, dat in de Catechismusgegeven wordt, nauw acht geven. Dit antwoord is u bekend.
7. Genodigd worden [tot het Avondmaal] allen die kennis hebben van, ensmart over de zonde, en wel wilden, dat God met wortel en tak bij henalles uitroeide, wat niet is naar de reinheid des Geestes; mensen diezichzelf verfoeien, ofschoon nooit diep genoeg, die zichzelfvernederen, zodat niemand hen kan beledigen; mensen die Gods eerstellen boven zichzelf, en voor wie alleen eeuwige waarde heeft: JezusChristus en Dien gekuisigd. Zij worden daar uitgenodigd, en de anderenmoeten niet komen.
Genodigd worden, die rusten in de gehoorzaamheid van Christus, in ZijnPersoon, en door Christus in de barmhartigheid des Vaders.“Jezus, Uw verzoenend sterven, blijft het rustpunt van ons hart– dát – als wij alles, alles derven, blijft Uwliefd’ ons bij in smart” – zúlke zaken!Genodigd worden degenen van wie het de voornaamste lust is om boete tedoen over hun leven, en die zeggen met de dichter, en dit ook dagelijksherhalen, onder alle omstandigheden van het leven: “Wien heb iknevens U in den hemel? Nevens U lust mij ook niets op de aarde”(Ps. 73:25).
DE ROOMS-KATHOLIEKE KERK KENT ZEVEN SACRAMENTEN
De Rooms-katholieke Kerkdefinieert een sacrament als een directe handeling van Jezus Christus.Een sacrament gaat terug op het woord en leven van Jezus Christus (d.wz. eucharistie, doopsel enz. vinden hun oorsprong in de historischeJezus). Een sacrament is volgens de katholieke leer daadwerkelijkingesteld door Jezus. Een sacrament wordt steeds toegediend in en doorde Kerk, daarom vindt de toediening altijd plaats in liturgische vorm.Men ontvangt de heilzame werking, waardoor men wordt opgenomen in hetsacramentele leven van de Kerk. Een sacrament is altijd geldig, indiende juiste vorm, stof en intentie aanwezig waren bij de verrichtingervan. De staat waarin de bedienaar verkeert heeft geen invloed op degeldigheid. De werking van het sacrament is daarentegen wel afhankelijkvan de staat waarin de ontvangende gelovige verkeert. Het ontvangen vande sacramenten is zowel recht als plicht van de gelovige. Uitsluitingvan gelovigen van het ontvangen van de sacramenten is alleen mogelijkals gevolg van excommunicatie, staat van publieke zonde (in bepaaldegevallen) en ketterij. Ook niet-katholieken mogen niet wordentoegelaten tot de sacramenten. Men kent in totaal zeven sacramenten:
De Eucharistie of de Communie
Het kind heeft even goed voedsel voor het goddelijk als voor hetmenselijk leven nodig. Zodra een kind dit enigszins kan begrijpen wordthet voedsel aangeboden.

Het goddelijk leven wordt trouwens niet alleen gevoed door hetgoddelijk brood, maar ook door het goddelijk woord. Als gelovigen komenwe samen rond de offertafel van Jezus om door brood en woordéén te blijven met Hem en met elkaar. (Communie betekentletterlijk: één zijn met.)
Het spreekt vanzelf, dat de eerste communie alleen dan pas meer wordtdan een uiterlijk feest, als die eerste communie het begin is vanregelmatige volgende communies en niet praktisch de laatste communie.Het voorbeeld van de ouders is hierin beslissend. Dat een kind tot hetvolwassen is misschien lang niet altijd graag naar de kerk gaat, maggeen reden zijn het hierin vrij te laten. In deze ontwikkelingsjarenmoet het kind ook heel veel andere dingen doen, die het niet graag doeten die toch goed zijn.
Na een systematische voorbereiding op school, waarbij de betreffendeleerkracht en de pastoor nauw samenwerken, worden de hiervoor inaanmerking komende kinderen van groep 4 in een feestelijke viering voorhet eerst toegelaten tot de volledige deelname aan de HeiligeEucharistie.
Het doopsel
Zodra het kind het leven van zijn ouders in de wereld begint, zegt God:het mag ook Mijn leven hebben; het mag ook Mijn kind zijn. God biedthet Zijn levenskracht aan. Bij het doopsel wordt een kind van mensenook een kind van God.

Het antwoord op dit aanbod ligt bij de ouders. Als de ouders zelfgelukkig zijn met hun geloof, zullen ze op dit aanbod ingaan en daargeen maanden of jaren mee wachten. Als het kind klein is, geven deouders ongevraagd aan hun kind door wat zij zelf als goed ervaren.Ouders die zeggen: het kind moet later zelf maar beslissen of hetgedoopt wil worden, zijn zelf niet vol van hun geloof. Of het kindlater gelukkig zal zijn met dit ontvangen goddelijk leven is een anderekwestie. Het zal later misschien ook met andere ontvangen dingen vanzijn ouders niet gelukkig zijn, zelfs misschien niet met het menselijkleven. Maar het kan moeilijk de ouders verwijten, dat het van henontvangen heeft, wat hun eerlijk het beste leek.
Het vormsel
Vormen betekent "sterken". Als het kind groter en sterker wordt, heefthet ook geloofs-versterking nodig. Daarom komt de bisschop of zijnplaatsvervanger extra kracht voor het geloof aanbieden. Dan staan zijimmers op de drempel van hun volwassenheid. Zoals de apostelen na hetvertrek van Jezus naar zijn Vader, Gods Geest ontvingen om voor hungeloof uit te komen, wat zij eerst niet meer durfden.

Zo wordt de kinderen Gods Geest gegeven om voor hun geloof te blijven uitkomen.
De biecht of het sacrament van de verzoening
Dit woord is in onze tijd besmet, wat niet te verwonderen is. Veelmensen hebben misschien nooit anders gedaan dan een van buiten geleerdrijtje met onbenullige verzonnen fouten opgezegd.
Ook heel wat mensen raakten in grote angst, zodra zij iets deden watals doodzonde gebrandmerkt werd en waarvoor zij zich schaamden dit aaneen priester te moeten zeggen.

Wat men ook denkt over biechten; dat een mens kwaad doet, zondigt, isniet weg te denken en evenmin dat hij daarna behoefte heeft aanherstel, dat soms alleen maar bevredigend kan gebeuren door eenvergevend gesprek onder vier ogen met een priester.
De ziekenzalving of het heilig oliesel
De grootste stap voor de mens is de stap van de aarde naar de hemel. Envoor de meeste het moeilijkste. God weet dat: Zijn Zoon heeft het aanden lijve ervaren. Daarom biedt God voor het zetten van deze laatstestap Zijn hulp aan. Zodra de dood duidelijk binnen de gezichtskring vande mens komt, kan hij zich door een priester laten zalven met gewijdeolie. Deze zalving op voorhoofd en handen heeft een sterkendeuitwerking. De gezalfde durft de dood in de ogen te kijken, in allerust.

Soms werkt de zalving zelfs zo helend, dat het leven sterker blijkt dande dood en niet het leven, maar de dood het onderspit delft.
Het is dan ook niet raadzaam om met de toediening ervan te wachten tothet moment van sterven of tot het moment, waarop de zieke buitenbewustzijn is. Het is de priester niet toegestaan iemand te bedienen,wanneer het duidelijk is dat hij/zij al enige tijd gestorven is: desacramenten zijn er immers voor de levenden.
Het sacrament van de ziekenzalving heeft als doel een bijzonder genadete verlenen aan de christen die te kampen heeft met de moeilijkhedendie verbonden zijn met een ernstige ziekte of met ouderdom
Wanneer de gelovige ten gevolge van ziekte of ouderdom in levensgevaarbegint te verkeren, is dit zeker het moment dat hij de heiligeziekenzalving ontvangt.
Wanneer een christen zwaar ziek is, kan hij de ziekenzalving ontvangenen daarna telkens , wanneer, na het ontvangen ervan, zijn toestandverergert.
De bijzondere genade van dit sacrament heeft als vruchten:
- De vereniging van de zieke met het lijden van Christus, tot zijn eigen welzijn en dat van heel de kerk.
- Troost, vrede en bemoediging om op christelijke wijze het lijden van de ziekte of de ouderdom te verdragen.
- De vergeving van de zonden, indien de zieke dit niet door het sacrament van de biecht heeft kunnen verkrijgen.
- Herstel van de gezondheid, indien het mogelijk is
- De voorbereiding op de overgang naar eeuwig leven.
De wijding tot diaken, priester of bisschop
Wat van het huwelijk gezegd wordt, geldt ook voor het priesterschap. Het is niet alleen een gave, maar ook een opgave.

Als priester ben je gelukkig om de mensen die je gelukkig maken. Dat isde gave. Maar de opgave is, dat je je dan ook helemaal moet geven voorhet geluk van de medemensen. Daarom dat de priester op de dag van zijnwijding door Gods liefde vervuld wordt. Zo kan hij leven uit de krachtvan Gods liefde. Het zijn de priesters door wie God de mensen overeindhoudt.
Het huwelijk
Vaak wordt gezegd: het huwelijk is niet alleen een gave, maar ook eenopgave. Dat is ook zo. Het gaat er in het huwelijk niet alleen om datde ander jou gelukkig maakt, maar ook dat jij de ander gelukkig maakt.

Doopsel,eucharistie en vormsel vormen samen de sacramenten van de christelijkeinitiatie. Doopsel, vormsel en de priesterwijding kunnen slechtseenmaal in het leven worden ontvangen; zij laten immers eeneeuwigdurend merkteken in de ziel achter.
Het heilig oliesel(ziekenzalving) gecombineerd met de (laatste) communie (het 'viaticum')en/of de (laatste) biecht worden de laatste sacramenten (of sacramentender stervenden) genoemd.



















