Ps. 1 -
Welzalig hij, die in der bozen raad,
Ps.
2 - Wat drift beheerst het
woedendheidendom,
Ps.
3 - Hoe vreeslijk groeit, o God,
Ps.
4 - Wil mij, wanneer ik roep, verhoren,
Ps.
5 - Neem, HEER', mijn bange
klachtteroren;
Ps.
6 - O HEER', Gij zijt weldadig;
Ps.
7 - O HEER', mijn God, volzalig Wezen,
Ps.
8 - HEER', onze Heer,
grootmachtigOpperwezen;
Ps.
9 - Ik zal met al mijn hart den HEER',
Ps.
10 - Waarom, o HEER', blijft Gij
vanverre staan?
Ps.
11 - Op God alleen betrouw ik in
mijnnoden
.Ps. 12 -Behoud, o HEER', wil ons te hulpe
komen;
Ps.
13 - Hoe lang, o HEER', mijn toeverlaat,
Ps.
14 - De trotse dwaas zegt in zijn
boosgemoed:
Ps.
15 - Wie zal verkeren, grote God,
Ps.
16 - Bewaar mij toch, o al vermogend God.
Ps.
17 - 't Behaag' U, HEER', naar mijn
gebed,
Ps.
18 - Nu zal mijn ziel, nu zullen al
mijnzinnen,
Ps.
19 - Het ruime hemel rond
Ps.
20 - Dat op uw klacht de hemel scheure;
Ps.
21 - O HEER', de Koning is verheugd
Ps.
22 - Mijn God, mijn God, waarom
verlaatGij mij,
Ps.
23 - De God des heils wil mij ten
Herderwezen.
Ps.
24 - Al d' aard' en alles wat zij geeft,
Ps.
25 - 'k Hef mijn ziel, o God der goden,
Ps.
26 - O HEER', doe Gij mij recht.
Ps.
27 - God is mijn licht, mijn heil,
wienzou ik vrezen?
Ps.
28 - Ik roep tot U, o eeuwig Wezen!
Ps.
29 - Aardse machten, looft den HEER'!
Ps.
30 - Ik zal met hart en mond, o HEER',
Ps.
31 - Op U betrouw ik, HEER' der heren,
Ps.
32 - Welzalig hij, wiens zonden
zijnvergeven,
Ps.
33 - Zingt vrolijk, heft de stem
naarboven,
Ps.
34 - Ik loof den HEER', mijn God,
Ps.
35 - Twist met mijn twisters, hemel heer;
Ps.
36 - Het trots gedrag des bozen doet
Ps.
37 - Wees over 't heil der bozen
nietontstoken;
Ps.
38 - Groot en eeuwig Opperwezen,
Ps.
39 - Ik zei: "Nu zal ik letten op
mijnpaan,
Ps.
40 - 'k Heb lang den HEER' in mijnen
drukverwacht,
Ps.
41 - Welzalig hij, die zich
verstandigdraagt
Ps.
42 - 't Hijgend hert, der jacht ontkomen,
Ps.
43 - Geduchte God, hoor mijn gebeden;
Ps.
44 - O God, wij mochten met onz' oren,
Ps.
45 - Mijn hart, vervuld met
heilbespiegelingen,
Ps.
46 - God is een toevlucht voor de Zijnen,
Ps.
47 - Juicht, o volken, juicht,
Ps.
48 - De HEER' is groot; elk zing' Zijn
lof
Ps.
49 - Gij, volken, hoort; waar g'in
dewereld woont,
Ps.
50 - Der goden God verheft Zijn stem
metmacht,
Ps.
51 - Gena, o God, gena, hoor mijn gebed.
Ps.
52 - Waartoe u dus beroemd in 't kwade,
Ps.
53 - De trotse dwaas zegt in zijn
boosgemoed:
Ps.
54 - O God, verlos mij uit den nood,
Ps.
55 - O God, neem mijn gebed ter oren;
Ps.
56 - Gena, o God, bescherm mij door
Uwhand.
Ps.
57 - Gena, o God, gena, hoor mijn gebeen;
Ps.
58 - O, gij vergadering, gezeten
Ps.
59 - Red mij, o God, uit 's
vijandshanden;
Ps.
60 - O God, hoe hebben wij getreurd,
Ps.
61 - Wil, o God, mijn bede horen;
Ps.
62 - Mijn ziel is immers stil tot God;
Ps.
63 - O God, Gij zijt mijn toeverlaat;
Ps.
64 - 't Behaag' U, mij gehoor te geven;
Ps.
65 - De lofzang klimt uit Sions zalen
Ps.
66 - Juich, aarde, juich met blijde
galmen
Ps.
67 - D' algoede God zij ons genadig,
Ps.
68 - De HEER' zal opstaan tot den strijd;
Ps.
69 - O God, verlos en red mij uit
dennood;
Ps.
70 - Daal haastig ter verlossing neer,
Ps.
71 - 'k Betrouw op U, hoor mijn gebeden:
Ps.
72 - Geef, HEER', den Koning Uwe rechten,
Ps.
73 - Ja waarlijk, God is Isrel goed,
Ps.
74 - Waarom, o God, zijn wij in
eeuwigheid
Ps.
75 - U alleen, U loven wij;
Ps.
76 - God is bekend bij Judas stam,
Ps.
77 - Mijn geroep, uit angst en vrezen,
Ps.
78 - Neem, o mijn volk, neem mijne
leerter oren;
Ps.
79 - Getrouwe God, de heidnen
zijngekomen,
Ps.
80 - Neem Isrels Herder, neem ter oren;
Ps.
81 - Zingt nu blij te moe
Ps.
82 - In d' achtbre Gods vergaderingen
Ps.
83 - Zwijg niet, o God, houd U niet doof.
Ps.
84 - Hoe lieflijk, hoe vol heilgenot,
Ps.
85 - Gij hebt Uw land, o HEER',die
gunstbetoond,
Ps.
86 - Neig, o HEER', Uw gunstig' oren,
Ps.
87 - Zijn grondslag, zijn
onwrikbrevastigheden
Ps.
88 - O God mijns heils, mijn toeverlaat,
Ps.
89 - 'k Zal eeuwig zingen van
Godsgoedertierenheen;
Ps.
90 - Gij zijt, o HEER', van
d'allervroegste jaren
Ps.
91 - Hij, die op Gods bescherming wacht,
Ps.
92 - Laat ons den rustdag wijden,
Ps.
93 - De HEER' regeert; de
hoogsteMajesteit,
Ps.
94 - Verschijn nu blinkend, God der
wrake;
Ps.
95 - Komt, laat ons samen Isrels HEER',
Ps.
96 - Zingt, zingt een nieuw gezang
denHEERE;
Ps.
97 - God heerst als Opperheer;
Ps.
98 - Zingt, zingt een nieuw gezang
denHEERE,
Ps.
99 - God, de HEER', regeert.
Ps.
100 - Juich aarde, juich alom den HEER',
Ps.
101 - 'k Zal van de deugd der
mildegoedheid zingen,
Ps.
102 - Hoor, o HEER', verhoor mijn smeken,
Ps.
103 - Loof, loof den HEER', mijn
ziel,met alle krachten;
Ps.
104 - Waak op, mijn ziel,
loofd'Oppermajesteit!
Ps.
105 - Looft, looft, verheugd den
HEER'der Heren;
Ps.
106 - Looft God, den trouwen Opperheer!
Ps.
107 - Looft, looft den HEER' gestadig;
Ps.
108 - Mijn hart, o Hemel majesteit,
Ps.
109 - O God, zo waardig mijn gezangen,
Ps.
110 - Dus heeft de HEER' tot mijnen
Heer'gesproken:
Ps.
111 - Looft, Hallelujah, looft den HEER';
Ps.
112 - Zingt, zingt den lof
van'tOpperwezen.
Ps.
113 - Gij 's HEEREN knechten, looft
denHEER';
Ps.
114 - Toen Israel 't
Egyptischrijksgebied,
Ps.
115 - Niet ons, o HEER', niet ons,
UwNaam alleen
Ps.
116 - God heb ik lief, want die
getrouweHEER'
Ps.
117 - Loof, loof den HEER', gij
heidendom!
Ps.
118 - Laat ieder 's HEEREN goedheid
loven;
Ps.
119 - Welzalig zijn d' oprechten
vangemoed,
Ps.
120 - 'k Riep tot den Oorsprong
allerdingen,
Ps.
121 - 'k Sla d' ogen naar 't
gebergteheen,
Ps.
122 - Ik ben verblijd, wanneer men mij
Ps.
123 - Ik hef tot U, die in den hemel zit,
Ps.
124 - Dat Israel nu zegge, blij van
geest:
Ps.
125 - Hij zal noch wanklen,
nochbezwijken,
Ps.
126 - Wanneer de HEER', uit 's
vijandsmacht,
Ps.
127 - Vergeefs op bouwen toegelegd,
Ps.
128 - U mag men zalig heten,
Ps.
129 - Men heeft mij fel benauwd van
jongsaf aan.
Ps.
130 - Uit diepten van ellenden
Ps.
131 - Mijn hart verheft zich niet,
oHEER',
Ps.
132 - Gedenk aan David, aan zijn leed;
Ps.
133 - Ai, ziet, hoe goed, hoe lieflijk
is't, dat zonen
Ps.
134 - Looft, looft nu aller heren HEER',
Ps.
135 - Prijst den Naam van uwen God,
Ps.
136 - Looft den HEER', want Hijis goed,
Ps.
137 - Wij zaten neer, wij weenden
langsde zomen
Ps.
138 - 'k Zal met mijn ganse hart Uw eer
Ps.
139 - Niets is, o Oppermajesteit,
Ps.
140 - O HEER', verlos mij uit de banden,
Ps.
141 - 'k Roep, HEER', in angst tot
Ugevloden,
Ps.
142 - 'k Riep tot den HEER' met
luiderstem;
Ps.
143 - O HEER, wil mijn gebeden horen;
Ps.
144 - Gezegend zij de HEER', die t'
allentijde
Ps.
145 - O God, mijn God, Gij aller
vorstenHEER',
Ps.
146 - Prijs den HEER' met blijde galmen;
Ps.
147 - Laat 's HEEREN lof ten hemel
rijzen;
Ps.
148 - Looft God, zingt eeuwig 's
HEERENlof,
Ps.
149 - Looft, looft den HEER',
dienonbedwongen,
Ps.
150 - Looft God, looft zijn Naam alom;
|
|
|