OVER PROFETEN NAGEDACHT

Lees de Bijbel     De vindplaats van materiaal voor Bijbelstudie, geloofstudie, catechese, school, kring, persoonlijk geloof, studie thuis, kerk, club, nieuws, godsdienstonderwijs, zingeving en vooral heel veel mogelijkheden om je Bijbelkennis te vergroten. Blijf niet afhankelijk van anderen maar lees zelf de Bijbel. Investeer in geestelijke rijkdom.

BIJBEL: bron van vrede

Lees de Bijbel

De Bijbel is niet een boek wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen. Ontdek de bron van vrede, het Woord van God.

Gedurende het grootste gedeelte van de bijbelse tijd werd het volk Israël op de weg, waarop het bij de Sinaï door God was gesteld, begeleid door de profeten. Bij de Sinaï had Israël uit de handen van Mozes de eerste en grootste van alle profeten, Gods onderwijzing, de Tora ontvangen. Maar de weg die de Tora wijst is lang en moeilijk enhaar richtlijnen en eisen raken zo gemakkelijk overwoekerd door wat gangbaar en haalbaar is. Het waren de profeten die er steeds weer op hamerden, dat de Tora geen geschipper, geen compromissen duldt; dat je niet tegelijk God kunt dienen én de afgoden. Zij waren het die het volk ongenadig om de oren sloegen, wanneer het de weg van de Tora verliet en onrecht hoogtij vierde. Zij waren het ook die het volktroosten en aanmoedigden, wanneer het de moed dreigde te verliezen, omdat de taak zo bovenmenselijk zwaar was.

5 grote profeten

Jesaja, Jeremia, Klaagliederen, Ezechiël, DaniëL

12 kleine profeten

Hosea, Joel, Amos, Obadja, Jona, Micha, Nahum, Habakuk, Zefanja, Haggaï, Zacharia, Maleachi.

Andere profeten

Mensen die boodschappen van God doorkrijgen (en doorgeven):

Abraham, Mozes, Jozua, Samuël, Gideon, Simson, Elia en Elisa

Mannelijk en vrouwelijk

Ook noemt de Bijbel vrouwelijke profeten (profetessen): in de Hebreeuwse Bijbel (het O.T.)Mirjam (zuster van Mozes), Debora, Chulda en Hanna.

Het N.T. noemt de vier dochters van evangelist Philippus. Paulus schrijft over profetessen als het om het bedekken van het hoofd gaat tijdens het profeteren.

Over de profeten nagedacht

De profeten waren er diep van doordrongen, dat God niet onverschillig staat tegenover het doen en laten en het wel en wee van de mens."God speelt niet de rol van toeschouwer", Hij is betrokken. God is betrokken bij het leven van de mens. Gods geboden zijn geen onpersoonlijke aanbevelingen, maar geven uitdrukking aan Gods zorg en bewogenheid.

Gerechtigheidis niet zomaar een ethische waarde; het is Gods aandeel in het leven van de mens. Gerechtigheid is niet aalleen maar een maarschappelijke norm; God staat erbij op het spel in de menselijke geschiedenis. Mensen doen wat ze willen, ze gedragen zich gemeen en maken misbruik van de zwakke, zonder te beseffen dat ze daarmee God afvallen en dat onderdrukking van een mens een vernedering van God betekent. "Wie de behoeftige verdrukt, smaadt diens Maker; maar wie zich over de arme ontfermt, eert Hem {Spreuken 14 vers 31}.

Dit weten van Gods betrokkenheid maakt, dat de profeten fel van leertrekken tegen onrecht en onderdrukking. Onverdraaglijk is het, dat laster en verdachtmakingen algemeen aanvaarde vormen zijn, om vanzwendel en corruptie, moord en doodslag nog maar te zwijgen. Godsverontwaardiging en woede over dit alles, zijn pijn en teleurstellingtrillen door in de woorden van de profeten. Profetie is de stem die God gaf aan de mens in nood.

Omstreeks wanneer de profeten geprofeteerd hebben:

  • Jesaja .............................720 v.C. Assyrische overheersing, val van Samaria.
  • Jeremia ............................600 v.C.
  • Ezechiël ............................580 v.C.
  • Daniël ..............................tussen 620 en 520 v.C.
  • Hosea .............................780 v. C.
  • Joël ................................860 v.C. ???
  • Amos ..............................780 v.C.
  • Obadja ............................600 v.C.
  • Jona ...............................780 v.C.
  • Micha ..............................720 v.C. .Zie achter Jesaja.
  • Nahum .............................vermoedelijk 690 v.C.
  • Habakuk ...........................600 v.C.
  • Zefanja ............................620 v.C. Babylonische overheersing.
  • Haggaï .............................520 v.C.
  • Zacharia ...........................500 v.C.
  • Maleáchi ...........................500 v.C.?

De tijdsorde van de profeten zou dan ongeveer als volgt geweest moeten zijn:

Joël - Hosea - Amos - Jona - Jesaja - Micha - Nahum - Zefanja - Jeremia Obadja - Habakuk - Daniël - Ezechiël - Haggaï - Zacharia - Maleáchi

Profetie is geen toekomstvoorspelling. De "onheilsprofetieën"die wij bij alle profeten vinden, zijn geen toekomst voorspellingen zonder meer. Het onheil dat de profeet ziet komen, is de consequentie van het falen van het volk en geen onafwendbaar noodlot. Als het volk omkeert, terugkeert naar de weg van de Tora dan zal God heil brengen inplaats van onheil. De profeten roepen op tot omkeer.

Dat komt heelscherp tot uiting in het verhaal van de profeet Jona. Wanneer Jona in Ninevé komt zegt hij: "Nog veertig dagen en Ninevéwordt ondersteboven gekeerd! {Jona 3 vers 4}. Maar deze «voorspelling » komt niet uit ! Want de bewoners van Ninevé keren om, ieder van zijn boze weg en van het geweld dat in hun handenis {Jona3 vers 8} en dan keet ook God om en de aangekondigde verwoesting gaat niet door {vers9-10}….toen God zag wat zij deden, hoe zij zich bekeerden van hun boze weg, berouwde het God over het kwaad dat Hij gedreigd {Lett. gesproken God dreigt niet} had hun te zullen aandoen, en Hij deed het niet.

Uit het volgende hoofdstuk blijkt dat, dat ook precies de bedoeling was! Jona zegt: "Nog veertig dagen en Ninevé wordt onderste boven gekeerd" maar de bedoeling van zijn woorden is:" Als jullie zo doorgaan, dan wordt jullie stad over veertig dagen verwoest; maar als jullie omkeren, dan gebeurt het niet. Jona's woorden worden gezegd, opdat zij niet zullen uitkomen "Zou Ik een welgevallen hebben aan de dood van de goddeloze"? Luidt het woord van de Here Here. Niet veeleer hieraan, dat hij zich bekere van zijn wegen en leve? {Eze.18 vers 23}.

En wat voor Jona geldt, geldt ook voor de andere profeten. Profetie isgeen toekomstvoorspelling. Zij voorspellen ons niet de toekomst, zij stellen het volk voor een keuze; het leven en de dood stel ik u voor,de zegen en de vloek; kies dan het leven, opdat gij leeft, gij en uw nageslacht{Duet. 30 vers 19}.

OVERZICHT 1

Voor de
ballingschap
Voor de
ballingschap
Ballingschap Na de
Ballingschap
ISRAÉL ASSYRIÉ - -
Hosea Jona - -
Amos Nahum - -
- - - JODEN IN
JERUZALEM
JUDA - Joden in
Ballingschap
Haggaï
Habakuk - Daniël Zacharia
Jeremia EDOM Ezechiël Maleachi
Klaagliederen Obadja - -
Jesaja - - -
Micha - - -
Joël - - -
Zefanja - - -
Trouw.Wat de profeten beweegt is het weten dat God op zoek is naar de mens, maar hem niet vinden kan. De mens geeft niet thuis. De profeet lijdt daaronder, beter gezegd, God lijdt daaronder. Kenmerkend voor deprofeet is zijn trouw aan God, trouw aan zijn opdracht, om te sprekenzoals God hem opdraagt en niet zoals de mensen horen willen {vgl.1Kon.22 vers 13-14}; en trouw aan het volk, dat hij begeleidt enliefheeft.

Tegenover het volk neemt de profeet het op voor God en houdthet Zijn eis voor; en tegenover God neemt hij het op voor het volk. Na de zonde met het gouden kalf springt Mozes voor het volk in en vraagt,ja, eist van God om het volk een nieuwe kans te geven {Ex.32 vers11-13}. Als God Amos in een visioen de vernietiging van het land laat zien vanwege de ongerechtigheid van zijn inwoners, roept Amos uit: Here Here, vergeef toch! Hoe zou Jacob staande kunnen blijven? Hij is immers klein! Dit berouwde de Here. Het zal niet geschieden, zeide de Here {Amos7 vers 1-16}. Als het om het volk gaat, zeggen de profeten niet:"Uw wil geschiede", maar "Uw wil verandere".


OVERZICHT 2

Boek, aantal hoofdstukken,

betekenis titel

Schrijver/redacteur, beroep

sleutelwoord, thema

Jesaja (66)

"God verlost"

Jesaja

profeet

Oordeel-glorie

Verlossing is van God

Jeremia (52)

"Jahweh bevestigt"

Jeremia

priester/profeet

Vergane gordel

Juda's laatste uur

Klaagliederen (5)

"Jahweh bevestigt"

Traditie: Jeremia

Priester/profeet

Tranen

Verwoesting van Jeruzalem

Ezechiël (48)

"God sterkt"

Ezechiël

Priester/profeet

Droge beenderen

Herstel van Israël

Daniël (12)

"God is mijn rechter"

Daniël

Profeet/regeerder

Dromen

Gods plan voor Israël

Hosea (14)

"Verlossing"

Hosea

Profeet/boer

Hoer

Gods trouwe liefde voor Israël

Joël (3)

"Jahweh is God"

Joël

Profeet/priester

Sprinkhanen

De dag des Heren

Amos (9)

"Lastdragers"

Amos

Profeet/veehouder/boer

Loodlijn

Oordeel over Israël

Obadja (1)

"Dienstknecht van Jahweh"

Obadja

Profeet

Broeders hoer

Oordeel over Edom

Jona (4)

"Duif"

Jona

Profeet

Vis

Opwekking in Ninevé

Micha (7)

"Wie is als God"

Micha

Profeet/boer?

Rechtszitting

Nahum (3)

"Vertroosting"

Nahum

Profeet

Overstroming

Oordeel over Ninevé

Habakuk (3)

"Een die omarmt"

Habakuk

Profeet/tempelkoor?

Wachttoren

Rechtvaardig zal door geloof leven

Zefanja (3)

"Jahweh heeft verborgen"

Zefanja

Profeet

Dag des Heren

Haggaï (2)

"Feestelijk"

Haggaï

Profeet

Tempel

Herbouw de tempel

Zacharia (14)

"God gedenkt"

Zacharia

Profeet/priester

Messias

Voorbereiding voor de Messias

Maleachi (4 )

"Mijn boodschapper"

Maleachi

Profeet

Harten van steen

Oproep aan afvalligen


De boodschap van hoop. De profeten houden het volk de consequenties voor en roepen het op om om te keren. Maar de profeten zijn niet alleen "vermaners", zij zijn ook "vertroosters"niet alleen van onheil, verwoesting en ballingschap, maar ook van heil, terugkeer, opbouw en vrede. keer op keer loopt de profeet stuk op de ontrouw van het volk, maar ver daar bovenuit gaat het zeker weten, dat daarmee niet het laatste woord gezegd is. Want ondanks alle onrecht dat bedreven wordt, laat God zijn volk en zijn schepping niet los. Het geheim van de wereld geschiedenis is: En de volkeren zullen derwaarts heenstromen, en vele natiën zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des Heren, naar her huis van de God Jacobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen.

Want uit Sion zal de wet uitgaan en des Heren woord uit Jeruzalem. En Hij zal richten tussen vele volkeren en rechtspreken overmachtige natiën tot in verre landen. Dan zullen zij hun zwaarden tot ploegscharen omsmeden en hun speren tot snoeimessen; geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen, en zij zullen de oorlog niet meer leren. Maar zij zullen zitten, een ieder onder zijn wijnstok enonder zijn vijgenboom, zonder dat iemand hen opschrikt; want de mond van de Here der heerscharen heeft het gesproken. Want alle volkeren wandelen elk in de naam van zijn god maar wij zullen wandelen in de naam van de Here, onze God, voor altoos en eeuwig {Micha 4 vers 1-5}.

Bijna elke profeet brengt naast de woorden van afkeuring en terechtwijzing ook troost, belofte en de hoop op verzoening. Hij begintmet een boodschap van onheil en ondergang; hij eindigt met eenboodschap van hoop

OVERZICHT 3

boek

sleutelvers

plaats van de gebeurtenissen

duur van de gebeurtenissen

Jesaja

9:6-7; 53:6

Israël; Juda

voor de ballingschap

60 jaren

740-680 v Chr

Jeremia

7:23-24; 8:11-12

Juda; Babylonië

voor de ballingschap

47 jaren

627-580 v Chr

Klaagliederen

2:5-6; 3:22-23

Jeruzalem

voor de ballingschap

Korte tijd

586 v Chr

Ezechiël

36:24-26; 36:33-35

Babylonië ballingschap

22 jaren

592-536 v Chr

Daniël

2:20; 2:44

Babylonië Perzië

ballingschap

70 jaren

605-536 v Chr

Hosea

4:1; 11:7-9

Israël

voor de ballingschap

45 jaren

755-710 v Chr

Joël

2:11; 2:28-29

Juda

voor de ballingschap

Korte tijd

835 v Chr

Amos

3:1; 8:11-12

Israël

voor de ballingschap

7 jaren

760-753 v Chr

Obadja

1:10; 1:21

Edom

voor de ballingschap

Korte tijd

840 v Chr

Jona

2:8-9; 4:2

Ninevé

voor de ballingschap

Korte tijd

760 v Chr

Micha

6:8; 7:18

Juda

voor de ballingschap

25 jaren

735-710 v Chr

Nahum

13:7-8; 3:5-7

Ninevé

voor de ballingschap

Korte tijd

660 v Chr

Habakuk

2:4; 3:17-19

Juda

voor de ballingschap

Korte tijd

607 v Chr

Zefanja

1:14-15; 2:3

Juda

voor de ballingschap

Korte tijd

630 v Chr

Haggaï

1:7-8; 2:7-9

Jeruzalem

na ballingschap

4 maanden

sept-dec 520 v Chr

Zacharia

8:3; 9:9

Jeruzalem

na ballingschap

23 maanden

feb 519-dec 518 v Chr

Maleachi

2:17-3:1

Jeruzalem

na ballingschap

Korte tijd

430 v Chr


Over de profeten

Zij verkondigden ook veel toekomstige dingen, straffen, zowel over Godsvolk als over de vijanden. Alsmede de verlossing der kerk door de Messias, Die zij zeer duidelijk beschreven.

Zo lezen wij in Handelingen 3 vs 24:

En al de profeten, van Samuël af en vervolgens, zovelen er hebben gesproken, hebben ook deze dagen aangekondigd.
En in Handelingen 10 vs 43: Van Hem getuigen alle profeten, dat een ieder, die in Hem gelooft, vergeving van zonden ontvangt door Zijn naam.

De predikingen, die de profeten tot het volk hielden, hebben zij op Gods bevel en ingeving des Heiligen Geestes in hun boeken opgesteld ende gemeente overhandigd, opdat zij dezelve beter zouden mogen in acht nemen. Verscheiden plaatsen uit hun geschriften worden in het NieuweTestament door Jezus, de evangelisten en de apostelen aangehaald.

Zonder aarzeling, vrijmoedig en onversaagd brachten zij Gods boodschap onder het volk, zonder te schromen voor koningen of tirannen.

De profeten waren geen priesters of Levieten, die gewoonlijk het volk de wet verklaarden en de dagelijkse offeranden deden. De profeten werden op buitengewone wijze door God geroepen, nu uit deze dan uit gene stam, inzonderheid in die tijden, waarin de priesters en de Levieten hun ambt niet naar behoren bedienden.

JESAJA

Onder de grote profeten is Jesaja de eerste en de voornaamste, zo wel ten aanzien van de voortreffelijke onderwerpen, die hij behandelt, als ten aanzien van de uitmuntende hoge stijl, die hij doorgaans gebruikt.

Men neemt aan, dat zijn vader Amoz, de broer van Azária of Uzzia, de koning van Juda geweest is.

Aangaande de tijd, waarin Jesaja geprofiteerd heeft, lezen we in het eerste vers van hoofdstuk 1, in de dagen dat Uzzia, Jotham, Achaz en Hizkia koningen van Juda waren.

Hieruit kan men berekenen, dat Jesaja tenminste zevenenveertig jaren gepredikt heeft, te beginnen in het laatste jaar van Uzzia en eindigendin het veertiende jaar van koning Hizkia.

Maar als Jesaja geleefd heeft tot in de regering van koning Manasse, opwiens bevel hij doorgezaagd en aldus gedood zou zijn, zoals sommigen schrijven, dan heeft hij meer dan zestig jaar gepredikt en geprofeteerd en is hij dus zeer oud geworden.

JEREMIA

De profeet Jeremia heeft niet alleen zijn predikingen en profetieën beschreven, die hij gedurende meer dan veertig jaar met heilige ijver en veel vrijmoedigheid onder de koningen Jechonia, Choniaen Zedekia bij het Joodse volk gehouden heeft, maar ook tal van geschiedenissen, die in die tijd zijn voorgevallen, dienende tot lering van Gods kerk en bevestiging zijner profetieën.

Jeremia begon te profeteren in het dertiende jaar van koning Josia, een kleinzoon van Manasse, onder wie, volgens sommigen, de profeet Jesaja doorgezaagd zou zijn.

Jeremia is Jesaja dus tamelijk gauw opgevolgd.

Opmerkelijk is, dat Jeremia te Jeruzalem en Ezechiël te Babel opdezelfde tijd van de verwoesting van Jeruzalem geprofeteerd hebben. En ook hebben zij beiden de vervulling van hun profetieën beleefd.

De Klaagliederen van Jeremia bevat treurige weeklachten over de jammerlijke verwoesting van het koninkrijk van Juda en van de stad Jeruzalem, mitsgaders over de zeer erbarmelijke toestand der Joden, die merendeels omgekomen waren door het zwaard, de honger of de pest.

Dit boek is zo deftig in woorden en stijl, dat geen enkel geschrift van de allerwelsprekendste schrijvers onder de heidenen daarmee vergeleken kunnen worden.

Het is onzeker, wanneer Jeremia dit boek geschreven heeft. Sommigen menen kort na de dood van koning Josia, na wiens dood de zaken der Joden dagelijks meer en meer vervallen zijn, gelijk blijkt uit ondermeer 2 Kronieken 35 vs 25: zie, zij zijn geschreven in de klaagzangen.

Anderen menen, dat het pas na de verwoesting van Jeruzalem en van de tempel door de Chaldeën geschreven is, nadat de overgebleven Joden gevankelijk waren weggevoerd naar Babylonië, waarop de woorden dan ook doorgaans slaan.

EZECHIËL

Hoewel God koning Jechónia met veel Joden, waaronder Ezechiël, gevankelijk had laten wegvoeren naar Babel, heeft Hij hen daarmee niet verlaten, maar om te tonen, dat Hij Zijn kerk nog onder hen, zelfs in Babel wilde behouden en naderhand genadig verlossenen herstellen, heeft Hij tot hun dienst verwekt deze voortreffelijke profeet door wie Hij deze gevangenen in Babel hetzelfde, in verscheidene gezichten, profetieën en predikingen heeft voorgesteld, wat Hij door de profeet Jeremia hun broeders, die in het land en te Jeruzalem waren gebleven, dagelijks liet voordragen, hoewel zowel te Jeruzalem als in Babel bij de Joden dezelfde ongelovigheid en onboetvaardigheid gevonden werd.

Te Jeruzalem geloofden ze de profeet Jeremia niet. Ze spotten met degenen, die zich aan de koning van Babel hadden overgegeven, menende dat zij nu alleen erfgenaam van het land zouden zijn.

In Babel geloofden ze de profeet Ezechiël niet, maar morden zetegen God, en hielden zich veel ongelukkiger dan hun broeders, die in het land gebleven waren, aan wie God nochtans, zowel door Ezechiëlals door Jeremia, veel zwaardere plagen, alsmede de uiterste verwoesting van de stad, de tempel en het land voorzegde, doch ook met bijvoegingen van zeer schone beloften en vertroostingen, voor de boetvaardige en gelovige, van Zijn toekomstige gewisse genade en Zijn strenge oordelen over al hun vijanden en verdrukkers.

Voornamelijk hierover gaat dit boek.

In de eerste drie hoofdstukken beschrijft Ezechiël een gezicht, waardoor God hem in zijn profetisch ambt heeft bevestigd, onderwezen en gesterkt.

Daarna tot aan hoofdstuk 25 toe worden de gruwelijke zonden van de Joden beschreven, alsmede hun straffen. In de hoofdstukken 26 tot 33 voorzegt God de naburige vijandelijke heidenen hun ondergang. Daarna, tot hoofdstuk 40 worden de zonden, murmureringen en huichelarijen der Joden, die in Babel waren, heftig door God bestraft, met vermaningen tot ware bekering en gelovige verwachting der toekomstige verlossing.

In de laatste negen hoofdstukken besluit en verzegelt God deze profetieën, in Babylonië, met een zeer groot gezicht van het gebouw van een nieuwe tempel, nieuwe godsdienst, nieuwe regering van Gods volk, nieuw erfland en een nieuwe stad, alles voor Israël ende vreemdelingen; afbeeldende, naar de eis van die tijd, de toekomstige begenadigde en gezegende staat der strijdende en zegevierende kerkonder hun Koning, de Messias Jezus Christus, die met de Vader en de Heilige Geest, als de enige ware God van Israël, geloofd moet zijnin alle eeuwigheid. Amen.

DANIËL

Daniël hoort tot de meer bekende profeten, vooral door de geschiedenis van Daniël in de leeuwenkuil, van de mannen in de brandende oven en het teken aan de wand: gewogen en te licht bevonden.

Daniël is één van diegenen, die door Nebukadnézar was weggevoerd in Babylonische gevangenschap.

Hij was een jongeling uit koninklijk zaad, knap en zonder gebreken en met een goed verstand.

Hij werd door Nebukadnézar uitverkoren om te worden onderwezenin de boeken en taal der Chaldeën om naderhand in hoge ambtengebruikt te worden.

God, de Heer, heeft Daniël met bijzondere wijsheid en verstand begaafd, inzonderheid in het openbaren en uitleggen van dromen en gezichten, die God de koningen van Babel heeft laten dromen en zien endie geen mens kon begrijpen, laat staan verklaren, dan alleen Daniël.

Hierdoor kwam Daniël in hoge achting en werd hij met geschenken vereerd. Ook werd hij in hoge ambten aangesteld, wat zorgde voor veel haat en afgunst bij de Chaldeën, tovenaars, waarzeggers en sterrenkijkers.

Behalve aan de koningen, heeft God ook aan Daniël zelf enige gezichten laten zien, die hem door de engel Gabriël werden uitgelegd, inzonderheid aangaande de opbouw van de stad en van de tempel te Jeruzalem; van de verschijning van Christus in het vlees; vande verwoesting van de stad en van de tempel door hun vijanden; van Christus' predikingen en wonderen, en van de afschaffing van het Levietische priesterdom; van de juiste tijd, in welke Christus gedood zou worden.

Daniël wordt door Ezechiël gesteld nevens Noach en Job, alseen voorbeeld van godzaligheid en heilige ijver. Ez. 14:14 en 20

In het Nieuwe Testament spreekt onze Heer Jezus Christus zelf van de profeet Daniël Matt. 24:15 en vermaant alle mensen, dat zij goed acht op zijn profetieën geven zullen.

De apostel Johannes heeft in zijn boek der Openbaring, niet alleen veel zaken met Daniël gemeen, maar hij gebruikt ook dikwijls de eigenwoorden van deze profeet in het verhaal zijner voorzeggingen.

De uitleggingen der dromen en gezichten aan de koningen en aan Daniël door God vertoond, zijn wel moeilijk te verstaan, maar God zal ze aan Zijn dienaren, die daar vurig om bidden, duidelijker teverstaan geven. De oude leraar Irenæus zegt: "Omnis prophetia, priusquam impleatur, ænigma est: Quando autem impleta fuerit,manifestam habet intelligentiam et ex- positionem.

Dit betekent: Alle profetie is als een raadsel, totdat zij vervuld is,maar als zij vervuld is, zo kan zij duidelijk verstaan en verklaardworden.

HOSÉA

De profeet Hoséa is, net als onder meer Amos, in het bijzonder door God gezonden tot het koninkrijk van Israël of der tien stammen, hoewel ondertussen Juda ook meermalen door hem gestraft wordt.

Dit boek bevat vooreerst profetische afbeeldingen en zeer scherpe bestraffingen van de zondige en vervallen staat van het gehele koninkrijk, voornamelijk der snode afgoderij met de gouden kalveren, die ten tijde van Rehábeam, Salomo's zoon, door hun eerste opgeworpen koning, Jerobeam, de zoon van Nebat waren opgericht, als Israël zich van de ware godsdienst afzonderde 1 Kon. 12:27 ev,waarop voorts een afgrijselijke heidense ongebondenheid gevolgd is, alseen overstromende vloed van allerlei zonden, zowel tegen de eerste alstegen de tweede tafel van Gods geboden.

Daar de goddeloosheid van de koningen af tot de minsten onder het volk toe dagelijks toenam en deo verhand nam, wordt hun ten tweede geprofeteerd de gehele verwoestingen ondergang van hun rijk en de staat, gevankelijke wegvoering naar Assyrië, mitsgaders een zeer langdurige ellendige toestand onder de heidense naties. Ten derde worden de boetvaardigen en gelovigen getroost met schone beloften van Gods genade in hun hemelse Koning, Jezus Christus, tot wie zich alle uitverkorenen, niet alleen uitIsraël, maar ook uit de heidenen, zouden bekeren en in hem eeuwig gezegend en zalig zijn.


Hoséa wordt in het Nieuwe Testament in het Grieks Osee genoemd Rom. 9:25. Ook Jozua heette eerst Hoséa Num. 13:16 evenals delaatste koning van Israël 2 Kon. 17:1 en 6.

JOËL

In deze profetie wordt eerst het volk van Juda opgewekt de jammerlijke toestand, waarin het land gebracht was, vanwege de verschrikkelijk plagen van ongedierte en droogte in acht te nemen en voorts vermaand tot ware bekering, vasten en bidden, met belofte van genade, wegneming der landstraf en toezending van een rijke zegen, als zij de raad van de profeet opvolgden.

Daarna profeteert de Geest des Heren verder, bij deze gelegenheid van de gezegende staat der kerk onder de Messias, van de uitzending van de Heilige Geest, de behoudenis der kerk in de laatste droevige tijden enbovendien van Gods oordeel over alle goddeloze vijanden en de eeuwige gelukzaligheid Zijner kerk.

Wanneer deze verschrikkelijke en langdurige plagen van ongedierte en grote droogte, waarvan in dit bijbelboek gesproken wordt, Juda zijn overkomen, is niet met zekerheid te zeggen. Sommigen denken aan de tijd van Elia en Elisa of toen Joram in Israël regeerde en Josafat in Juda vgl 1 Kon. 17:1 ev; 2 Kon. 4:38.

Anderen denken aan Jeremia 14 vs 1 e.v.: Hetgeen als woord des Heren tot Jeremia kwam met betrekking tot de grote droogte. Juda treurt en zijn poorten zijn ineengezonken, zij liggen in rouw ter aarde; het gejammer van Jeruzalem stijgt omhoog enzovoort.

Weer anderen denken, dat onder deze schadelijke dieren figuurlijk verstaan moeten worden de Assyriërs en Chaldeën, die grote verwoesting over het land brachten.

Sommigen menen ook, dat de plagen nog moesten komen, maar dat de profeet er op profetische wijze over spreekt, alsof hij het voor ogenziet.

AMOS

Amos, een herder van Thekóa in het land Juda, is door God geroepen tot het profetisch ambt en voornamelijk gezonden tot de tien stammen, of het koninkrijk van Israël, waar hij onder koning Jerobeam, de zoon van Joas, naast de profeet Hoséa, op Gods bevel geprofeteerd heeft. Nadat hij de omliggende volken de oordelen Gods had verkondigd, vanwege hun vijandschap jegens Gods volk, komt hij te Juda Amos 2:4 en voornamelijk tot Israël, waaraan hij in al de volgende hoofdstukken profeteert Gods rechtvaardige straffen, en wel uitdrukkelijk de gehele ondergang van hun rijk door des vijands geweld, bovendien wegvoering uit hun land en verstrooiing onder de heidenen,vanwege de veelheid hunner gruwelijke zonden tegen de eerste en tweede tafel en hun hardnekkigheid tegen alle goddelijke bestraffingen en vermaningen tot bekering, welke profetieën door verscheidene gezichten bevestigd worden.

Doch daarnevens belooft God een overblijfsel genadig te behouden en het koninkrijk van de Messias Jezus Christus op te richten, tot zaligheid van alle uitverkoren Joden en heidenen Amos 9:8-15.

Onder 'overblijfsel' moeten we verstaan alle uitverkorenen uit de heidenen, zelfs uit de allervijandelijksten, afgebeeld door Edom, die door de verkondiging van het Evangelie en werking van de Heilige Geest onder de gehoorzaamheid van Christus gebracht zullen worden en tot de gemeenschap Zijner kerk. vgl Jes. 19:25

OBADJA

Het boek Obadja is wel erg kort, het telt slechts één hoofdstuk.

Het is een profetie van Gods verschrikkelijk oordeel over Edom, vanwege zijn trotsheid en geweld en wreedheid tegen Gods volk en daarentegen van de behoudenis en zaligheid der kerk door haar Heiland Christus ende ondergang van alle vijanden.

We moeten deze Obadja niet verwarren met de Obadja, die in Achabs tijd geleefd heeft 1 Kon. 18:3.

JONA

Dit is weer zo'n bekende profeet. Iedereen heeft wel eens gehoord van Jona in de walvis, hoewel velen niet eens zullen weten welk een man Jona in werkelijkheid was.

Een wonderbare geschiedenis is het, van de profeet Jona, door God geroepen tot het profetisch ambt onder de tien stammen, of Israël. Jona wordt gezonden om de heidense Ninevieten hun aanstaande ondergang te profeteren. Daar hij dit door menselijke zwakheid probeert te ontlopen, vlucht hij naar Tarsis, maar wordt door God, in zijn onbegrijpelijke wijsheid, gemaakt tot een voorbeeld van onze Zaligmaker Jezus Christus, omdat hij, toen het onweer ophield, nadat hij in zee geworpen was, drie dagen en drie nachten in de buik van de walvis geweest is, evenwel naar ziel en lichaam behouden weer op het land uitgespuwd; gelijk onze Heer Christus, Gods toorn gestild hebbende,drie dagen en nachten in de buik der aarde geweest is en daarna uit hetgraf verrezen.

Want gelijk Jona drie dagen en drie nachten in de buik van hetzeemonster was, zo zal de Zoon des mensen in het hart der aarde zijn,drie dagen en drie nachten. - Matt. 12:40 -
Jona, door God gekastijd, maar wonderbaar behouden en opnieuw gezonden, is gehoorzaam.

Doch ziende de bekering der Ninevieten en Gods genadige vergeving,toont hij opnieuw zijn menselijke zwakheid, door het verdriet, dat hij daarover had. Hij wordt dan door God berispt, maar ook lieflijk onderwezen en overtuigd.

Jona was een zoon van Amittai uit Gath-Hefer, gelegen in de stam vanZebulon, waaruit afgeleid wordt, dat hij geprofeteerd heeft omtrent de tijd van de profeten Hoséa en Amos, eveneens van koning Jerobeam, de tweede van die naam, die een zoon was van Joas, en koningin Israël, toen het koninkrijk der tien stammen nog in tijdelijke welstand was, maar zijn God zeer ondankbaar en tegen alle waarschuwingen en bedreiging hardnekkig; waarom het Gode beliefd heeft deze profeet naar Nineve te sturen om door het voorbeeld der Ninevieten zijn volk te beschamen en te overtuigen. 2 Kon. 14:25 - Matt. 12:41 -Luc. 11:32

MICHA

De profeet Micha1) of Micheas heeft hoofdzakelijk hetzelfde geprofeteerd als Jesaja, soms zelfs met dezelfde woorden vgl bv Micha4:1-3 met Jesaja 2:2-4.

Micha bestraft eensdeels zeer heftig de grove en veelvuldige zonden van Juda en Israël, waarbij hij hen dreigt met Gods zware straffen, anderdeels troost hij de gelovigen met de belofte van de verlossing uit de Babylonische gevangenschap. En vooral met heerlijke voorspellingen van de geestelijke verlossing door hun Koning Christus, van wiens komst hij uitvoerig profeteert, verzekerende de gewisse behoudenis en eeuwige zaligheid der kerk en het eindelijke en eeuwige verderf van al hun vijanden.

Ook in Jeremia 26 : 18 komt Micha ter sprake.

In hoofdstuk 5, vs 1 - 14 voorzegt Micha de komst van de Messias.

En gij, Bethlehem Efrata, al zijt gij klein onder de geslachten van Juda, uit u zal Mij voortkomen die een heerser zal zijn over Israël en wiens oorsprong is van ouds, van de dagen der eeuwigheid. Daarom zal Hij hen prijsgeven tot den tijd, dat zij diebaren zal, gebaard heeft. Dan zal het overblijfsel zijner broederen terugkeren met de Israëlieten. Dan zal Hij staan en hen weiden in de kracht des Heren, in de majesteit van den naam des Heren, zijns Gods; en zij zullen rustig wonen, want nu zal Hij groot zijn tot aan de einden der aarde, en Hij zal vrede zijn. - Jer. 5:1-3 -
Bethlehem en Efrata, die beide namen werden wel door elkaar gebezigd.

Bethlehem of Bethlechem betekent 'huis des broods'.

Efrath of Efratha, dit was ook de naam van de vrouw van Kaleb, komt van 'vruchtbaarheid'.

Toen zij nog maar een eindweegs van Efrath verwijderd waren, baarde Rachel, en zij had een moeilijke bevalling. - Gen. 35:16 -
En dit Efrath, zo lezen wij in de oude Statenvertaling, was de naam van een stad, die gewoonlijk Bethlehem genoemd wordt.

Zo stierf Rachel en werd begraven aan den weg naar Efrath, dat is Bethlehem. - Gen. 35:19 -
De oude Statenvertaling leert ons, dat mogelijk Kalebs huisvrouw de naam Efrath aan Bethlehem gegeven heeft. Tegelijk onderscheidt dit Bethlehem, gelegen in de stam van Juda, zich hierdoor van een ander Bethlehem, gelegen in de stam van Zebulon vgl Jozua 19:15.

Terug naar Micha nu.

In vers 1: wiens oorsprong is van ouds, van de dagen der eeuwigheid. Dat wil zeggen van vóór de schepping.

Met het overblijfsel zijner broederen in vers 2 wordt bedoeld de broeders van Christus, namelijk de uitverkorenen uit de heidenen, die zich tot de gemeenschap van Christus en Zijn kerk zullen begeven en metde Joden, onder één Hoofd, door één geloof verenigd worden.

'Dan zal Hij staan en hen weiden in de kracht des Heren' in vers 3 moeten we als volgt uitleggen: Hij is de Heerser, de Messias. Hij zal' staan', dat wil zeggen, steeds bezig zijn met de verrichting van Zijn ambt, als een getrouw herder, die goede wacht houdt over Zijn kudde en altijd op de been is.

En hen 'weiden'. Dit weiden kan twee betekenissen hebben, namelijk als een herder zijn kudde, met de staf van zijn woord en geest òf regeren.

In de kracht des 'Heren", Zijns Vaders, die ook Zijn eigen kracht is,want de Vader is in Hem en Hij is in de Vader vgl Joh. 10:38 en 14:10.

Micha besluit met een bede.

Wie is een God als Gij, die de ongerechtigheid vergeeft en de overtreding van het overblijfsel2) van zijn erfdeel voorbijgaat3), die zijn toorn niet voor eeuwig behoud, maar een welbehagen heeft in goedertierenheid! Hij zal Zich wederom over ons ontfermen, Hij zal onze ongerechtigheden vertreden4). Ja, Gij zult al onze zonden werpen in de diepten der zee5). Gij zult trouw bewijzen aan Jakob, goedertierenheid aan Abraham6), gelijk Gij van oude dagen7) af aan onze vaderen hebt gezworen. -Micha 7:18-20 -
Micha leefde, tegelijk met Jesaja, tijdens de Assyrische overheersing en de val van Samaria. Omstreeks 720 voor Chr.

NAHUM

Wanneer de profeet Nahum8) geleefd en geprofeteerd heeft, wordt ons nergens in de Heilige Schrift te kennen gegeven.

Er wordt wel aangenomen, dat hij ten tijde van koning Hiskia en kort daarna geprofeteerd heeft. Ongeveer negentig jaren na Jona, door wiens prediking de Ninevieten zich wel tot God bekeerd hebben.

Maar toen de Ninevieten zich wederom misdroegen en Gods volk vervolgden en verdrukten, kwam Nahum ten tonele.

Hij voorzegt de stad Nineve en tegelijk de koning van Assyrië, wiens hoofdstad Nineve was, haar ondergang. En daaropvolgend de Joden hun verlossing uit de hand der Assyriërs, hen aldus troostende in hun ellende, hetgeen de naam van de profeet zelfs meebrengt, want Nahum betekent zoveel als vertrooster.

Het boek Nahum is slechts kort.

In het eerste hoofdstuk geeft Nahum een beschrijving van de natuur Gods.

"Een ijverig God en een wreker is de Here", zegt Nahum in vers 2. Een ijverig God wil zeggen een jaloerse God, die niet verdraagt, dat er naast Hem andere (af)goden worden aangeroepen, denk maar aan de tien geboden.

God is ook een wreker, die niet ongestraft laat, de zonde tegen Zijn heilige majesteit begaan, noch de tirannie tegen Zijn uitverkoren volk.

God dreigt de zee (vs, 4), in de oude vertaling staat: God scheldt dezee, wat uitgelegd wordt als 'bestraft'. De profeet beschrijft de macht, die God heeft over de zee, rivieren en velden. De betekenis hiervan is: wie zulke grote dingen kan doen in de zee en op de aarde,die kan ook wel als het Hem belieft, het rijk der Assyriërs veranderen.

In vers 12 wendt de profeet zich tot het volk met de troostende voorspelling van de nederlaag en ondergang van de Assyriërs:

Zo zegt de Here: Al zijn zij ook in volle kracht en nog zo talrijk, toch zullen zij zó afgemaaid9) worden, dat zij vergaan; al heb Ik u vernederd, Ik zal u niet meer vernederen, maar nu zal Ik zijn juk van u afnemen en verbreken en uw banden zal ik verscheuren. Tegen u echter gebiedt de Here: Uw naam zal niet meer voortgeplant worden; het huis uwer goden zaal Ik uitroeien de gesneden en de gegoten beelden. Uw graf zal ik bereiden, want gij zijt te licht bevonden. Zie, op de bergen de voeten van den vreugdebode die heil verkondigt. Vier, o Juda, uw feesten, betaal uw geloften! Want voortaan zal de snoodaard niet meer door u heentrekken, hij is geheel en al uitgeroeid. - Nahum1:12-15 -
Onder het 'juk' moeten wij verstaan het juk van de koning vanAssyrië. de slavernij en dienstbaarheid. God zal het volk van hetjuk verlossen en de banden verbreken, waarmee de Assyrische koning hen bindt, zodat zij niet meer onderworpen zullen zijn aan de Assyrische koning.

'Uw naam zal niet meer voortgeplant worden', dat wil zeggen: gij zult zo geheel en al onderdrukt worden, dat er na dezen niemand meer uw naam voeren zal. Of dat men niet meer van u spreken zal, zoals men tot heden gedaan heeft.

'Uw graf zal Ik bereiden', te weten in het huis van hun god Nisroch. De voltrekking van deze profetie vinden we in 2 Koningen 19 : 37: De Engel des Heren had in het legerkamp van Assur honderd vijf en tachtigduizend man gedood. Sanherib, de koning van Assur ging toen terug naar Nineve. Daar werd hij in de tempel van zijn god Nisroch gedood door twee van zijn zonen, Adrammelech en Sarezer. Zijn zoon Esarhaddon werd toen koning.

'Vier, o Juda, uw feesten, betaal uw geloften!' Het is alsof de profeet hier zegt: Nu moogt gij, volk van Juda, vrij en frank uw heilige godsdienst oefenen en uw God loven en danken, hetwelk u een lange tijddoor de Assyriërs werd verhinderd.

Hoofdstuk twee bevat een uitvoerige voorspelling van de ondergang van Nineve door de Babyloniërs, vanwege hun tirannie jegens het volk Gods en andere natiën.

Hoofdstuk drie bevat een verdere voorspelling der stad Nineve en de Assyriërs, naar het voorbeeld van de stad No, een stad in Egypte, naderhand Alexandrië genoemd, omdat zij door Alexander de Grote is herbouwd.

De profeet voegt daaraan toe, dat haar sterkten en grote macht haar niet zouden helpen.

HABAKUK

De profeet Habakuk voorzegt, dat God besloten heeft de Joden, vanwege hun gruwelijke en vele zonden in de handen der Chaldeën te laten vallen, maar dan zó, dat die ook zelf vanwege hun zonden en boosheden door God gestraft worden.

Wij weten niet helemaal zeker, wanneer Habakuk geleefd en geprofeteerd heeft, maar veel geleerden menen, dat hij geprofeteerd heeft ten tijde der nazaten van Josia of ten tijde van Manasse, omdat de zonden, diehij bestraft, zeer wel overeenkomen met de zonden van Manasse en vanhet volk van die tijd.

Uit hoofdstuk 1 vers 6 blijkt, dat hij geprofeteerd heeft voordat Jeruzalem door Nebukadnézar werd overheerst.

ZEFANJA

De profeet Zefanja is één van de kleine profeten, dievoor de Babylonische gevangenschap geprofeteerd hebben, want de drienavolgende profeten hebben geleefd en geprofeteerd, zowel ten tijde van de verlossing van het Joodse volk uit Babylonische gevangenschap, als daarna.

Zefanja heeft geprofeteerd ten tijde van koning Josia, toen Jeremia begon te profeteren en de profetes Hulda ook profeteerde.

Zefanja voorzegt de inwoners van Jeruzalem en de gehele stam van Juda,dat zij vanwege hun afgoderij en andere zonden door de Chaldeën verwoest zouden worden. Ondertussen vermaant hij hen tot boete. En hij profeteert tegen enkele buitenlandse volken. Daarna komt hij terug op de zonden en de hardnekkigheid van de inwoners van Jeruzalem, alsook de straffen, die zij te verwachten hadden.

Tenslotte vermaant hij de godzaligen tot geduld en troost hen met Evangelische beloften van de verzameling en uitbreiding der kerk ten tijde van de Messias, door de roeping der heidenen en ook hoe God die zou heiligen, zegenen en heerlijk maken en dat hij al hun vijanden verdelgen zou.

Zefanja werd ook algemeen Sofonias genoemd.

Hij was een zoon van Cuschi, de zoon van Gedalja, de zoon van Amarja,de zoon van Hizkia; in de dagen van Josia, de zoon van Amon, de koning van Juda.

Wie deze Cuschi en verdere voorouders geweest zijn, is ons onbekend, maar ongetwijfeld zijn het in die tijden vermaarde en welbekende mannen geweest.

Waarschijnlijk is hier een geslachtsregister van Zefanja opgenomen om hem te onderscheiden van een andere Zefanja, zoon van Mahaséja, die ook ten tijde van Josia geleefd heeft.

In hoofdstuk 1 voorzegt God de ondergang van Jeruzalem en de verwoesting van de gehele stam Juda door de Babyloniërs, vanwege hun afgoderij en andere zonden, hen vermanende tot boete.

In hoofdstuk 2 maant de profeet de Joden tot bekering, voor de straffen over hen komen, inzonderheid de vromen, die nog in het land waren.

Enige buitenlandse heidense volken worden bedreigd. Terwijl hij tegelijk voorzegt de roeping van de heidenen tot de kennis Gods en de ware godsdienst.

In hoofdstuk 3 klaagt de profeet over de zonden van alle standen van het Joodse volk, vooral over hun halsstarrigheid. Hij dreigt hen met de straf Gods. Daarna profeteert hij, hoe God de heidenen tot Zijn kennis zou brengen en de kerk van haar zonden zou reinigen.

HAGGAÏ

Haggaï, Zacharia en Maleachi hebben geleefd en geprofeteerd tentijde van de verlossing der Joden uit de Babylonische gevangenschap. Zij manen het volk tot wederopbouw van de tempel en de stad Jeruzalem.Want nadat zij de fundamenten van de tempel gelegd hadden, ging bijna een ieder verder met de opbouw van zijn eigen huis en lieten ze de bouwvan de tempel een tijdlang rusten. Intussen zijn er verscheidene hindernissen geweest, die de bouw van de tempel hebben gestagneerd, doch de vermaningen der profeten hebben eindelijk zoveel vermocht, dat de Joden het gebouw van de tempel, hetwelk na het leggen van het fundament volgens sommigen twee en veertig jaar had stil gelegen, in vier jaar hebben afgebouwd. Joh. 2:20

De voornaamste beweegredenen, welke de profeet Haggaï gebruikt heeft om het volk tot de nagelaten bouw van de tempel op te wekken, zijn vooral deze: Vooreerst, dat het billijk is, dat goddelijke zaken voor aardse en tijdelijke gaan; zo niet, dan zou God Zijn zegen op het tijdelijke zeker ook niet geven.

Ten tweede, verklaart de profeet, dat de voortreffelijkheid van de tweede tempel veel groter zou zijn, dan van de eerste en wel hierom, dat Christus er persoonlijk in verschijnen en prediken zou.

Hier komt nog een derde aansporing bij, namelijk dat met Gods zegen het werk lichter zou vallen.

Twee maanden na Haggaï begon ook de profeet Zacharia te profeteren en de trage en nalatige Joden tot de bouw van de tempel aan te sporen.

ZACHARIA

Zacharia is de tweede profeet, die na de verlossing uit Babylonische gevangenschap onder de Joden gepredikt heeft. Hij begon twee maanden na Haggaï, in de achtste maand van het tweede jaar van koning Darius.

In dit boek worden veel voortreffelijke stukken verhandeld, waarvan dit de voornaamste zijn:

Ten eerste maant hij de Joden tot boete en ware bekering.

Ten tweede vertelt hij enige gezichten, door welke de Here hun leert, hoe vaderlijk Hij hen heeft aangenomen en inzonderheid hoe goedertierenHij hen uit Babylonische gevangenschap verlost heeft, met de belofte, dat Hij hen voortaan in bescherming zou nemen, indien zij zich oprecht tot Hem bekeren en met spoed de tempel weer zouden opbouwen.

Ten derde profeteert Zacharia van de verdelging van de vijanden van Gods volk, alsook van de toekomst van de Messias en de weldaden, die Hij Zijn kerk bewijzen zou en bovendien van de aanwas van de kerk, vanwege de bekering van de heidenen.

MALEACHI

Naar de tijd te rekenen is Maleáchi de laatste der twaalf kleine profeten.
Hij heeft geprofeteerd toen de tempel en de stad Jeruzalem weer opgebouwd waren.
Zijn naam Maleáchi betekent 'mijn engel' of 'mijn bode', 'mijn gezant'.
In zijn profetie verwijt hij vooreerst de Joden hun ondankbaarheidjegens God, die hun zoveel grote weldaden heeft bewezen en hen weer inhun land heeft teruggebracht.

Hij bestraft de priesters, omdat zij de godsdienst hadden vervalst enhet volk, vanwege hun vele zonden en overtredingen, met name het ontheiligen van het huwelijk: trouwend met de afgodige, meer dan één vrouw nemende, lichtvaardig hun vrouwen verstotende. En vanwege hun godslasteringen, met de voorspelling van de straffen,die hun derhalve boven het hoofd hingen, met vermaning tot boete enverbetering van hun leven.
Hij voorzegt ook, tot troost der godzaligen, de komst van de Messias, alsmede van Zijn voorloper Johannes de Doper
Maleáchi werd doorgaans Malachias genoemd.

De profetieën die ten opzichte van Israël reeds in vervulling zijn gegaan

Ons doel in dit gedeelte van het boek is om de toekomst van het Joodse volk te bestuderen. De Schrift bevat vele voorzeggingen over dit onder­werp. Om ze goed te kunnen begrijpen en ze juist te verklaren is het nuttig om hier een klein overzicht te geven op welke wijze de profetieën ten opzichte van Israël in het verleden in vervulling zijn gegaan.


VOORZEGGING

VERVULLING

1. De Israëlieten zullen naar Egypte trekken en hier 400 jaar blijven. Ze zullen verdrukt worden en er vervolgens met grote rijkdommen weer uit trekken. Gen. 15:13-16.

Gen. 46:1-7; Ex. 1-12 (12:35-36)

2. Uit de stam van Juda zal de koninklijke familie en de Koning der koningen voortkomen. Gen. 49:10.

2 Sam. 7:16; Hebr. 7:14.

3. Alle kinderen Israëls die weigerden het beloofde land binnen te gaan, zullen 40jaar lang in de woestijn zwerven en allen zullen zij daar sterven. Num. 14:32-34.

Deut. 2:14-15.

4. Israël is een afgezonderd volk en maakt geen deel uit van de andere volken. Num. 23:9.

Daarom heeft het duizen­den jaren kunnen stand­houden.

5. Nadat de Israëlieten de door Mozes ingestelde theocratie zullen verwerpen, krijgen ze, evenals de andere volken, een koning. Deut. 17:14-15.

1 Sam. 8:5.

6. Het volk zal afvallig worden en daarom wordt zijn land vervloekt en zelf zal het in gevangenschap worden weggevoerd. Deut. 28:20-24, 47-48, 64-66. enz. Zie ook Lev. 26:14-39.


Het tienstammenrijk wordt 65 jaar van te voren gewaarschuwd dat het door de koning van Assur verwoest zal worden. Jes. 7:8, 17-20.

2 Kon. 17:6-7.

Juda zal door de koning van Babel worden weggevoerd voor de duur van 70 jaar. Jer. 25:9-11; 29:10.

2 Kron. 36:20-21.

7. Lang van te voren kondigt God de komst van Cyrus, de koning van Perzië, aan, die de Joden naar Palestina zal laten terugkeren en de tempel zal laten herbouwen. Jes. 44:28: 45:13.

Ezra 1:11-12.

8. Negenenveertig jaar van te voren wordt het moment waarop en de omstandigheden waaronder de tempel wordt herbouwd, al door Daniël aangekondigd.

Neh. 2:4, 17; 8:15-16.

9. Israël zal de Messias niet erkennen, zij zullen Hem verafschuwen en Hem voor dertig zilverstukken verkopen. Daarna brengen ze Hem ter dood waarbij zij Zijn handen doorsteken. Jes. 53:2-3.

Matth. 26:15; 27:3-10, 22-23.

10. Jeruzalem zal nogmaals verwoest worden en van de tempel zal geen steen op de andere blijven. Dan. 9:26; Matth. 24:1-2.

Zo stierven er in het jaar 70 één miljoen Joden on­der de aanvallen van Titus en de tempel werd ver­woest.

11. Dan zullen de Israëlieten naar Egypte teruggevoerd worden om daarop de slavenmarkt te worden aangeboden. Maar men zal geen kopers voor hen vinden. Deut. 28:68.

De overlevenden werden door de Romeinen in grote getale verkocht zodanig dat de markten in Alexan­drië het grote aanbod niet konden verwerken.

12. Jezus zelf zegt dat het oordeel van de hemel zal komen over de generatie die Hem gekruisigd heeft. Matth. 23 36; 24:34; Luc. 21:20-24.

Zevenendertig jaar later werd dit oordeel al voltrokken. En in 132-135 j. n. Chr. vernietigden de Romeinen na een laatste opstand de hele Joodse staat. Nog eens 500.000 Joden vonden de dood en keizer Hadrianus liet de tempelplaats omploegen.


Hier ziet men hoe letterlijk deze en vele andere voorzeggingen in vervulling zijn gegaan. In het begin van ons boek constateerden we dat dit ook het geval was met de profetieën die betrekking hadden op de eerste komst van Jezus. De Schrift nu bevat nog vele profetieën die betrekking hebben op de toekomst van de Joden. Jezus zegt: 'Want voorwaar, Ik zeg u: Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet een tittel vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied.' Matth. 5:18. We weten niet altijd precies hoe alles zal gebeuren: maar wij zijn ervan overtuigd, dat door Gods kracht iedere profetie volledig in vervulling zal gaan.

Profetieën over Israël

Profetieën over Jezus


 

Lees ook eens: Over Profetie nagedacht

Lees ook eens: Zijn er nog profetyen ?

 READ THE BOOK - THE BIBLE CHANGE YOUR LIFE

Deutsch
de
English en français fr italiano it Nederlands nl español es português pt Norsk no svenska sv Polski pl čeština cz Slovák sk Magyar hu român ro Български bg hrvatski hr Pyсский ru Türkçe tr عربي ar

       

Heer, wees mijn Gids 

                              

INFO: DE WEG - DE WAARHEIDHET LEVENFILM - AUDIO


Wie zoekt zal vinden           


www Holyhome.nl

Boeiende Series :

Bijbelvertalingen
Bijbel en Kunst
Bijbels Prentenboek
Biblische Bildern
Encyclopedie
E-books en Pdf
De Heilige Schrift
Aan de voeten van Jezus
Onder de Terebint
In de Wijngaard
De Bergrede
Gelijkenissen van Jezus
Oude Schoolplaten
De Zaligsprekingen van Jezus
Vakantie tijd
Recreatie tijd
Goede Vruchten
Geestesgaven
Tijd met Jezus
Film over Jezus
Barmhartigheid
Catechese lessen
Het Onze Vader
De Tien Geboden
De Bijbel is boeiend
Bijbelverhalen in beeld
Presentaties
Bijbelse Onderwerpen
Bible Study Tools (meertalig)
Vrede van God voor jou
Oude bijbel tegels
Kijk ook eens op:

Godsdienstles
Bijbelmobiel
Bijbel Movies Online Free
Christendom Startpagina
Zingeving Startpagina
Informatie over alle kerken in Nederland: Kerkzoeker
* Bible Study: The Bible alone!

* L'étude biblique: Rien que la Bible!

* Bibelstudium: Allein die Bibel!


Materiaal voor het Digibord
Werkbladen Bijbelverhalen
OT Hebreeuws-Engels
NT Grieks-Engels
Naslagwerken
Belijdenissen
Missale Romanum + Afbeeldingen
Stripboek over Jezus
Christelijke Symbolen
Plaatjes Afbeeldingen Clipart
Evangelie op Postzegels
Harmonium Huisorgel
Godsdiensten en Religies
Prachtige klanken
Chritian Country Music
* Software voor Bijbelstudie

Read and Hear the Holy Bible in over 40 languages:


De Statenvertaling is opgenomen in de canon van de Nederlandse geschiedenis. Het boek der boeken Een stempel gedrukt op de Nederlandse cultuur:


  Webmaster    Assistente



Waard om te weten :

Een hartelijk welkom op de site
Deze pagina printen
Sitemap
Wie zoekt zal vinden



Zondag
Advent
Kerstfeest
Driekoningen
Vastentijd
Goede Vrijdag
Aswoensdag
Palmzondag
Palmpasen
De stille week
Witte donderdag
Stille zaterdag
Paaswake
Pasen - Paasfeest
Hemelvaartsdag
Pinksteren
Biddag
Dankdag
Avondmaal
Doop
Belijdenis
Oudjaarsdag
Nieuwjaarsdag
Sint Maarten
Sint Nicolaas
Halloween
Hervormingsdag
Dodenherdenking
Bevrijdingsdag
Koninginnedag
Gebedsweek
Huwelijk
Begrafenis
Vakantie
Recreatie
Feest- en Gedenkdagen
Symbolen van herkenning

Vragen naar de weg
Leerzame antwoorden op levens- en geloofsvragen

Hebreeën 4:12 zegt: "Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden"Lees eens: Het zwijgen van God

God heeft zoveel liefde voor de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven; zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft. Lees eens:  God's Liefde

Meer weten over de Psalmen, gezangen, liturgieën, belijdenisgeschriften: Catechismus, Dordtse Leerregels en veel andere informatie? . Kijk opOnline-bijbel.nl

Bible-people - stories of famous men and women in the Bible
Bible-archaeology - archaeological evidence and the Bible
Bible-art - paintings and artworks of Bible events
Bible-top ten - ways to hell, films, heroes, villains, murders....
Bible-architecture - houses, palaces, fortresses
Women in the Bible -
 great women of the Bible
The Life of Jesus Christ - story, paintings, maps


Read more for Study - (Apocrypha, Historic Works, Pseudepigrapha, Old Testament Apocrypha, New Testament Apocrypha, New Testament Discoveries, Commentary, New Testament Pseudepigrapha, Egyptian, Babylonian, Ugaritic, Dead Sea Scrolls (NL-uitleg over de rollen)

Bijbel voor Slechtzienden Online       en ook:  Begrippenlijst   -1-   -2-



Spirit24 omdat er meer is