Feesten en Gedenkdagen
Pasen
Door het jaar heen staan
er
bijzondere dagen op onze kalender. sinds jaar en dag gaat dat zo. daar
ook zo onze aandacht aan besteden. Om je enig houvast te geven op deze
site een overzicht van de christelijke feesten. Niet dat ze allemaal
even indringend worden gevierd, maar meer dan de moeite waard om er
niet alleen mee op de hoogte te zijn maar je ook eens nader in te
verdiepen. Hieronder én hiernaast een schat aan informatie.
Veel genoegen ermee.
De kerk: Pasen
We
houden een behoorlijk aantal christelijke feestdagen. Maar wat houden
die
dagen eigenlijk in, behalve dat het vrije dagen zijn? Alleen maar
recreëren of...?
Het Paasfeest gedenkt de opstanding uit de dood van Jezus Christus. Het
is het belangrijkste Christelijke feest, het feest dat met de meeste
vreugde gevierd wordt.

De datum
van Pasen
verschuift elk jaar, en omdat een aantal andere Christelijke feesten
gekoppeld zijn aan Pasen, verschuiven die ook.
Kerken worden versierd met bloemen en er zijn speciale paasliederen. Er
is ook een aantal paasgebruiken die samenhangen met de komst van de
lente. Omdat die symbolisch zjn voor nieuw leven passen die wel bij
Pasen.
Het paasverhaal is het hart van het Christendom
Op Goede Vrijdag werd Jezus Christus geexecuteerd door kruisiging. Zijn
lichaam werd afgenomen van het kruis en begraven in een grot.
Het graf werd bewaakt en een grote steen werd voor de ingang gerold
zodat niemand bij het lichaam kon komen
Op de volgende Zondag bezochten enige vrouwen het graf en
vonden dat de steen weggerold was en het graf leeg was.
Jezus zelf werd die dag, en ook een aantal dagen daarna, door vele
mensen gezien. Zijn volgelingen realiseerden zich dat God Jezus
opgewekt had uit de dood.
Materiaal voor vieringen met kinderen op club of zondagschool :
| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 |
| 6 | 7 | 8 | 9 | 10 |
MEER INFORMATIE
Pasen
volgens de Bijbel
Mattheüs 28:1-10
Laat na de sabbat toen de ochtend begon aan te breken op de eerste dag
van de week kwamen Maria Magdalena en de andere Maria om naar het graf
te kijken. En kijk, er was een grote aardbeving, want een engel van de
Heer daalde uit de hemel neer. Hij kwam en rolde de steen van de
opening weg en ging erop zitten. Hij zag er uit als een bliksem en zijn
kleding was wit als sneeuw. Uit angst voor hem schrokken de bewakers
zich dood. Maar de engel sprak tegen de vrouwen: "Jullie moeten niet
bang zijn, want ik weet dat jullie Jezus zoeken, de gekruisigde. Hij is
niet hier, want Hij is opgestaan, zoals Hij gezegd heeft. Kom hier naar
toe en bekijk de plaats waar Hij heeft gelegen. Ga snel tegen zijn
leerlingen zeggen dat Hij uit de doden is opgestaan. En kijk, Hij gaat
voor jullie uit naar Galilea. Daar zullen jullie Hem zien. Kijk, ik heb
het jullie gezegd."
Zij
gingen snel weg van het
graf, met vrees en grote blijdschap, en zij liepen snel om het zijn
leerlingen te vertellen. Toen zij op weg gingen om het zijn leerlingen
te vertellen, kwam Jezus hen tegemoet en zei: "Weest gegroet." Zij
kwamen, grepen zijn voeten en aanbaden Hem. Toen zei Jezus tegen hen:
"Wees niet bang. Ga en vertel mijn broers dat zij naar Galilea moeten
gaan. Daar zullen zij Mij zien."
Marcus 16:1-8
Toen de
sabbat voorbij was,
gingen Maria van Magdala en Maria de moeder van Jacobus specerijen
kopen om Hem te balsemen. Heel vroeg op de eerste dag van de week
kwamen ze aan bij het graf, bij het opkomen van de zon. Zij zeiden
tegen elkaar: "Wie zal de steen voor de deur van het graf voor ons
wegrollen?"
Ze keken op en zagen dat de steen was weggerold, want de steen was heel
groot. Ze gingen het graf binnen en zagen een jonge man aan de
rechterkant zitten in een prachtig wit gewaad. Ze waren daar erg
verbaasd over. Maar hij zei tegen hen: "Wees niet verbaasd. Jullie
zoeken Jezus uit Nazaret die gekruisigd is? Hij is opgestaan. Hij is
hier niet. Kijk, de plaats waar ze Hem gelegd hadden. Ga en zeg tegen
zijn leerlingen en tegen Petrus dat Hij voor jullie uit gaat naar
Galilea. Daar zullen jullie Hem zien, zoals Hij jullie gezegd heeft."
Ze vluchtten weg van het graf, want ze trilden van angst. Ze zeiden
tegen niemand iets, omdat ze bang waren.
Lucas 24:1-12
Op de eerste dag van de week gingen ze �s ochtends heel vroeg naar het
graf met de specerijen die ze hadden klaargemaakt. Zij merkten dat de
steen van het graf was weggerold. Toen zij naar binnen gegaan waren
vonden zij het lichaam van de Here Jezus niet. Toen ze daarvan onzeker
werden, stonden er plotseling twee mannen bij hen in blinkende kleding.
Toen zij heel bang werden en hun gezicht naar de grond bogen zeiden zij
tegen hen: "Waarom zoeken jullie de levende bij de doden? Hij is hier
niet, want Hij is opgestaan. Herinner je hoe Hij het tegen jullie
gezegd heeft toen Hij nog in Galilea was. Hij zei toen: De Mensenzoon
moet worden overgeleverd in de handen van zondige mensen, gekruisigd
worden en op de derde dag weer opstaan." En zij herinnerden zich zijn
woorden. Nadat zij van het graf waren teruggegaan vertelden zij al deze
dingen aan de elf en aan alle anderen. Het waren Maria Magdalena en
Johanna en Maria van Jacobus en de overigen die dit aan de zendelingen
vertelden. Hun woorden kwamen bij hen over als onzin en zij geloofden
hen niet. Maar Petrus stond op en liep naar het graf. Toen hij zich
bukte zag hij de linnen doeken apart liggen. Hij ging weg en verbaasde
zich over wat er gebeurd was.
Johannes 20:1-10
Vroeg op de eerste dag van de week, toen het nog donker was, ging Maria
Magdalena naar het graf. Ze zag dat de steen uit het graf was
weggehaald. Ze rende en kwam bij Simon Petrus en bij de andere leerling
waar Jezus van hield en ze zei tegen hen: "Ze hebben de Heer uit het
graf weggehaald en we weten niet waar ze Hem hebben neergelegd." Toen
gingen Petrus en de andere leerling op weg en ze kwamen bij het graf.
De twee renden samen. De andere leerling rende vooruit, want hij was
sneller dan Petrus. Hij kwam als eerste bij het graf en boog zich
voorover en zag doeken liggen, maar hij ging niet naar binnen. Simon
Petrus kwam na hem en ging het graf binnen en zag de doeken liggen. De
zweetdoek die op zijn hoofd had gelegen lag niet bij de doeken, maar
was op een aparte plaats opgerold. Toen kwam ook de andere leerling
naar binnen die het eerste bij het graf was aangekomen. En hij zag het
en geloofde. Want ze hadden het Geschrift dat Hij uit de doden moest
opstaan nog niet begrepen. Ze gingen weer terug naar de leerlingen.
De eerste
verschijning (aan Maria): Johannes 20:11-18
Maria stond buiten bij het graf te huilen. En terwijl ze aan het huilen
was, keek ze in het graf. Ze zag twee engelen in het wit. Een ervan zat
aan het hoofdeinde en de andere aan het voeteneinde op de plaats waar
het lichaam van Jezus gelegen had. Ze zeiden tegen haar: "Mevrouw,
waarom huilt u?"
Ze zei
tegen hen: "Ze hebben mijn Heer weggenomen en ik weet niet waar ze Hem
heengebracht hebben."
Nadat ze
dat had gezegd,
draaide ze zich om en zag Jezus daar staan, maar ze zag niet dat het
Jezus was. Jezus zei tegen haar: "Mevrouw, waarom huilt u? Wie zoekt u?"
Ze dacht
dat het de tuinman
was en zei tegen Hem: "Meneer, als U Hem hebt weggedragen, zeg me dan
waar U Hem hebt neergelegd, dan zal ik Hem wegdragen."
Jezus
zei tegen haar: "Maria!"
Ze
keerde zich om en zei tegen Hem in het Hebreeuws: "Rabboeni", dat
betekent "Meester"
Jezus
zei tegen haar: "Raak
Me niet aan, want Ik ben nog niet omhoog gegaan naar mijn Vader. Ga
naar mijn broers en zeg tegen hen: 'Ik ga omhoog naar mijn Vader en
jullie Vader en naar mijn God en jullie God.'"
Maria
Magdalena ging naar de discipelen en vertelde hen dat ze de Here gezien
had.
Vertel
het aan de kinderen - Jezus leeft
Het was een verdrietige stille nacht, nadat Jezus gestorven was. Hij
was begraven in een graf, dat uitgehouwen was uit de rotsen. Er lag een
hele grote zware steen voor en soldaten hielden er de wacht. Want Jezus
had ooit gezegd dat Hij na 3 dagen weer op zou staan uit het graf. Dat
mocht natuurlijk niet gebeuren, dat wilden de priesters niet. Daarom
waren er soldaten bij het graf om dat te voorkomen.
Nu is het zondagmorgen, de derde dag nadat Jezus was gestorven. De
Sabbath (dat was zaterdag) was voorbij. Op de Sabbat mochten de Joden
niet werken, dat was een rustdag net zoals bij ons de zondag. Heel
vroeg op die zondagmorgen gaan een groepje vrouwen op weg naar het graf
van Jezus. Ze willen Hem de laatste eer gaan bewijzen. Ze hebben
heerlijke geurige kruiden bij zich om het lichaam van Jezus te
verzorgen. Op de Sabbat mocht dat niet gebeuren, daarom gaan ze nu op
weg om dat te doen. Ze zijn heel verdrietig, dit is het laatste dat ze
voor Jezus kunnen doen. Maar als ze bij het graf van Jezus komen
schrikken ze heel erg. Wat is dat, wat zien ze daar? De steen is weg
voor het graf, die grote zware steen is weggenomen, hoe kan dat nu, wie
heeft dat gedaan? En vol angst kijken ze in het lege graf en tot hun
schrik zien ze dat het graf leeg is. Wie heeft dat gedaan, wie heeft
het lichaam van Jezus weggenomen? Plotseling zagen ze 2 mannen in
blinkende kleren, het waren engelen. "Wat zoeken jullie hier?" vroegen
ze aan de vrouwen. "Waarom zoeken jullie in een graf naar iemand die
leeft? Jezus is hier niet meer. Hij is niet meer dood, Hij is
opgestaan, Hij leeft! Dat heeft Hij toch zelf verteld toen Hij nog bij
jullie was, dat Hij op de 3e dag op zou staan uit de dood, dat Hij weer
levend zou worden? Toen herinnerden de vrouwen zich dat Jezus dat zelf
had gezegd en vervuld van blijdschap keerden zij terug naar Jeruzalem
om het de andere discipelen (vrienden van Jezus) te gaan vertellen.
Maar Maria van Magdala keert weer terug bij het graf. Ze knielt daar
huilend neer, oh wist ze maar waar de Here Jezus was. Dan hoort ze een
stem: "Waarom huil je, wie zoek je?" Maria denkt dat het de tuinman is
en ze zegt: "Ze hebben Jezus weggenomen uit het graf en ik weet niet
waar ze Hem hebben neergelegd." Dan zegt de man: "Maria!"….
Die
stem… dat kan alleen maar Jezus zijn, alleen Jezus kon zo
haar
naam noemen. Vol schrik en blijdschap kijkt Maria om en door haar
tranen heen ziet ze Jezus staan. Ze strekt haar armen uit om Hem aan te
raken. Maar Jezus zegt vriendelijk: "Raak me niet aan. Ga naar mijn
broeders (de vrienden van de Here Jezus) en vertel hun dat ik terug ga
naar Mijn Vader en jullie Vader, naar Mijn God en jullie God". Dan is
de Here Jezus weer verdwenen en Maria is weer alleen.
Maar Maria is niet verdrietig meer, oh nee, ze rent snel naar de
vrienden van Jezus en roept het vol blijdschap uit: Ik heb Jezus
gezien, Hij is niet dood, Hij leeft!" De discipelen luisteren naar
alles wat Maria vertelt en ze worden heel blij. En ze juichen mee met
Maria: "Jezus leeft!"
Deze dag
was zo droevig
begonnen, maar wat een blijdschap, wat een vreugde in de harten van al
deze mensen. Ook in onze harten mag blijdschap zijn, want Jezus leeft.
Hij heeft de dood overwonnen, Jezus is sterker dan de dood. Hij is
Overwinnaar over al het kwaad dat in de wereld was gekomen. God had al
aan Adam en Eva beloofd, dat er Iemand zou komen die sterker zou zijn
dan al het kwaad, sterker dan de dood. Hij zou alles overwinnen. En dat
heeft Jezus nu gedaan door op te staan uit de dood en het graf te
verlaten. Jezus leeft en wij mogen leven met Hem!
Over Maria
Magdalena
Van de vele Maria’s in de bijbel is Maria, de moeder van
Jezus,
ongetwijfeld het meest bekend en geliefd. Maar ook een andere Maria mag
je één van de meest bekende en markante vrouwen
uit de
bijbel noemen. Het is op zich al bijzonder dat het Nieuwe Testament
nauwelijks over haar spreekt. Maar nog meer in het oog springend zijn
de verschillende ‘rollen’ die ze krijgt toebedeeld:
van
leidinggevend persoon tot zondares. Dan Brown’s Da Vinci Code
heeft haar persoon met nog meer mystiek omgeven. Over Maria Magdalena,
vereerd en verguisd.
Paasboodschap
Het evangelie van Johannes vertelt dat Maria Magdalena op de vroege
zondagochtend na Jezus’ kruisiging naar het graf ging en zag
dat
de steen was weggerold. Nadat ze met twee andere leerlingen had
geconstateerd dat het graf leeg was, bleef Maria er huilend achter.
Wanneer ze even later een tuinman ontmoet in wie ze Jezus herkent, is
Maria Magdalena de eerste getuige van Jezus’ opstanding.
“Noli me tangere” (“Raak me
niet aan”),
zegt Jezus als ze zich aan hem wil vastklemmen. Jezus vertelt haar dat
hij dit aardse bestaan gaat verlaten. Hij geeft Maria Magdalena de
opdracht om als eerste de Blijde Boodschap van Pasen te verkondigen.
Vereerd…
De kruisiging van een misdadiger had destijds tevens ernstige gevolgen
voor familie en vrienden. Zo was het bijvoorbeeld verboden in het
openbaar te huilen om een geëxecuteerde of om het graf van de
gekruisigde te bezoeken. Wie dat toch deed, riskeerde zelf een
terechtstelling.
Maar Maria Magdalena was een moedige vrouw die in alle vroegte (lees:
in het donker, zodat zij enigszins beschut was) naar het graf ging,
terwijl de mannelijke leerlingen zich thuis schuil hielden. Ook
predikte zij in een tijd, waarin dat voor vrouwen verboden was. Mede
vanwege haar moedigheid valt verering haar ten deel.
…
en verguisd
Maar Maria Magdalena werd ook verguisd. Zo is vanuit de bijbel weinig
bekend over hoe het haar is vergaan na de ochtend van Jezus’
opstanding. Feit is ook dat de evangeliën in de loop der
eeuwen de
persoon van Maria Magdalena verrassende veranderingen hebben laten
ondergaan. Bij de oud-christelijke kerkvaders is er groot respect voor
haar en wordt ze zelfs apostel genoemd. In Frankrijk vereert men haar
dan ook als apostel (La Madeleine) en als missionaris. Maar enkele
eeuwen later worden haar leiderscapaciteit en functies steeds verder
verhuld. Zo verwordt zij van apostel tot de ware leerling van Jezus. En
wordt zij als dezelfde persoon gezien als Maria van Bethanië
en de
zondares die Jezus zalfde. Maria Magdalena is daarmee opeens een
zondares die zich bekeerde tot Jezus.
Waarom
eigenlijk? Omdat zij
als vrouw als eerste de opstanding heeft mogen ervaren en de boodschap
van de opstanding heeft mogen brengen? Omdat de apostelen haar
(boodschap over de opstanding) niet geloofden en Jezus hen daar later
op heeft aangesproken? Omdat ze überhaupt sprak in een door
mannen
beheerste wereld? Vormde zij als vrouw daardoor een probleem? Vele
vragen, weinig antwoorden vanuit de bijbel of de kerk.
Mystiek
Over Maria Magdalena zijn prachtig legendes ontstaan. Sommige legendes
kennen zelfs verschillende versies. Eén legende verhaalt
over
Maria Magdalena, die in Marseille begon te prediken. In het begin was
dit geen succes. Toen ze een wonder verrichtte, veranderde dat. Ze
wekte een baby tot leven, van wie de moeder in het kraambed was
overleden. Het kind wordt door de vader bij de moeder voor dood
achtergelaten en hij gaat op reis naar Jeruzalem om zich daar op de
hoogte te stellen van de waarheid achter Maria Magdalena’s
preken. Petrus toont de vader daar alle heilige plaatsen en de vader
blijft twee jaar bij Petrus. Als de vader terugkeert naar Jeruzalem
ziet hij zijn kind, dat op het strand aan het spelen is. Bij terugkeer
bij de dode moeder neemt de vader het doek van haar weg, zij opent haar
ogen en strekt haar armen naar haar uit. Dit wonder was voor velen de
reden om zich te laten dopen. Na meerdere wonderen keert Magdalena naar
de woestijn terug en leefde daar nog enkele tientallen jaren als
kluizenaarster.
Maria Magdalena wordt tot op de dag van vandaag vereerd en wel op 22
juli. Zij is de patrones van vrouwen, boetelingen, scholieren,
studenten, gevangenen, kappers, tuinders, wijnboeren, wijnhandelaren,
loodgieters, wolwevers, handschoenenmakers, cosmeticabereiders en
kinderen. Bovendien beschermt zij tegen onweer en ongedierte.
De
verschijning aan de discipelen: Johannes 20:19-23
s Avonds op de eerste dag van de week, waren de leerlingen achter
gesloten deuren, omdat ze bang waren voor de Joden. Toen kwam Jezus en
Hij stond te midden van hen en zei tegen hen: "Ik wens jullie vrede."
Nadat Hij dat had gezegd, liet Hij hen zijn handen en zijn zij zien. De
leerlingen waren blij dat ze de Heer zagen. Jezus zei opnieuw tegen
hen: "Ik wens jullie vrede. Zoals de Vader Mij gestuurd heeft, stuur
ook Ik jullie." Nadat Hij dit had gezegd, blies Hij en zei tegen hen:
"Ontvang de Heilige Geest. Als jullie iemand zijn zonden vergeven, zijn
ze hem vergeven. Als jullie iemand zijn zonden toerekenen, zijn ze hem
toegerekend."
De
verschijning aan Thomas: Johannes 20:24-29
Thomas, een van de twaalf, die Didymus wordt genoemd, was niet bij hen
toen Jezus kwam. De andere leerlingen zeiden tegen hem: "We hebben de
Heer gezien."
Maar hij
zei tegen hen:
"Als ik niet in zijn handen het litteken van de spijkers zie en mijn
vinger in het litteken van de spijkers steek en mijn hand in zijn zij
steek, zal ik zeker niet geloven."
En na
acht dagen waren zijn
leerlingen opnieuw binnenshuis samen met Thomas. En Jezus kwam terwijl
de deuren gesloten waren en stond te midden van hen en zei: "Ik wens
jullie vrede." Daarna zei Hij tegen Thomas: "Breng je vinger hierheen
en kijk naar mijn handen en breng je hand en steek die in mijn zij en
wees niet ongelovig, maar gelovig."
Thomas
antwoordde Hem: "Mijn Heer en mijn God!"
Jezus
zei tegen hem: "Omdat je Mij hebt gezien, geloof je. Gelukkig zijn
degenen die niet zien maar wel geloven."
De verschijning aan het meer van Tiberias: Johannes 21:1-14
Hierna liet Jezus zich opnieuw aan zijn leerlingen zien bij het meer
van Tiberias. Hij liet zich op deze manier zien: Simon Petrus en
Thomas, die Didymus wordt genoemd, en Nathanaël, die uit Kana
in
Galilea komt, en de zonen van Zebedeüs en twee van de andere
leerlingen waren bij elkaar. Simon Petrus zei tegen hen: "Ik ga vissen."
Zij
zeiden tegen hem: "We gaan met je mee."
En ze
gingen in de boot en
vertrokken. En in die nacht vingen ze niets. Toen het ochtend was
geworden stond Jezus op de oever, maar de leerlingen hadden niet gezien
dat het Jezus was. Toen zei Jezus tegen hen: "Kinderen, hebben jullie
iets om te eten?"
Ze
antwoordden Hem: "Nee."
Hij zei
tegen hen: "Gooi het net uit aan de rechterkant van het schip en je
zult het vinden."
Toen
gooiden ze het uit en
ze konden het niet meer binnenhalen door de grote hoeveelheid vissen.
De leerling waar Jezus veel van hield zei tegen Petrus: "Het is de
Heer." Toen Simon Petrus hoorde dat het de Heer was deed hij zijn
mantel om, want hij was ongekleed, en sprong in het meer. De andere
leerlingen kwamen met het schip, want ze waren niet ver van het land,
maar ongeveer honderd meter. En ze sleepten het net met de vissen mee.
Toen ze uitstapten op het land zagen ze brandende kolen liggen met
daarop vis en brood.
Jezus
zei tegen hen: "Haal
wat van de vissen die jullie net gevangen hebben." Simon Petrus stond
op en hij trok het net op het land. Het was vol met
honderddrieënvijftig grote vissen. Hoewel het er zo veel
waren,
scheurde het net niet. Jezus zei tegen hen: "Kom en eet."
Niemand van zijn leerlingen durfde Hem te vragen: "Wie bent U?" Ze wisten dat het de Heer was. Jezus kwam en nam het brood en gaf het hen en dat deed Hij ook met de vissen. Dit was al de derde keer dat Jezus zich aan zijn leerlingen had laten zien, nadat Hij uit de doden was opgestaan.



















