Mannen en vrouwen
De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God:
MAN EN VROUW IN BIJBELS
PERSPECTIEF
Discriminatie?
In een vorig artikel (oktober 2009) heb ik een analyse gegeven van de moderne gelijkheidsideologie, omdat ze doordringt in christelijke en ook orthodoxe kringen. Zo vinden we bijv. in het boek van Ed Silvoso: Vrouwen, Gods geheime wapen, een vreemde mengeling van modern gelijkheidsdenken en de bijbelse visie. Het verwijt dat zo eigen is aan feministische kringen en door Dan Brown in De Da Vinci Code is overgenomen, kunnen we ook in dit boek herkennen: de kerk zou eeuwenlang vrouwen hebben onderdrukt en gediscrimineerd.Dit verwijt is vanuit de gelijkheidsideologie begrijpelijk.
Als we uitgaan van de gelijkheid van man en vrouw, wordt het maken van ieder verschil als discriminatie ervaren. Dan discrimineert ook de Bijbel, want in het OT kunnen alleen mannen priester worden en in het NT heeft Jezus alleen 12 mannelijke discipelen aan wie Hij gezag verleent. Dit wordt door feministen beschouwd als een uiting van patriarchale onderdrukking.
De
ondergeschiktheid van de vrouw is voor hen natuurlijk helemaal
onacceptabel.Omdat het gelijkheidsdenken ons vervreemdt van de bijbelse
boodschap, willen we in dit artikel een nader onderzoek doen naar de
bijbelse principes van de man-vrouw -verhouding. Ik heb hiervoor
dankbaar gebruik gemaakt van het boek van Stephen Clark: Man and woman
in Christ. Hij vertolkt de bijbelse visie op een zuivere manier.
Eenheid en verscheidenheid
Als we
de bijbelse principes gaan opsporen, maken we tegenover het eenzijdige,
kleurloze gelijkheidsdenken kennis met een evenwichtige, veelzijdige
visie die getuigt van de veelkleurige wijsheid Gods. Als er in de
Bijbel bijv. sprake is van de ondergeschiktheid van de vrouw, mogen we
dat principe niet verabsoluteren zoals de feministen doen, en dan
wijzen op onderdrukking. We moeten er tegelijkertijd de liefde van de
man voor zijn vrouw tegenoverstellen. Liefde onderdrukt niet, maar
maakt de ander gelukkig.Het basisprincipe waarvan de scheppingsorde in
Genesis uitgaat, is de gelijkwaardigheid van man en vrouw. God heeft
beiden, man en vrouw, naar Zijn beeld geschapen. “Laat ons
mensen maken naar Ons beeld en gelijkenis” (Gen. 1:26).
“God schiep de mens naar Zijn beeld; naar Zijn beeld schiep
Hij hen; man en vrouw schiep Hij hen” (Gen .1:27).De vrouw is
als een gelijkwaardige partner geschapen. Dat de vrouw uit de rib, nog
beter uit de zijde van de man geschapen is, wijst ook op
gelijkwaardigheid. Ze is niet uit het hoofd, dus niet superieur, ook
niet uit de voeten, dus ook niet minderwaardig, maar uit de zijde, als
een partner geschapen. De rib is een heel mooi beeld voor de
gelijkwaardige relatie tussen man en vrouw. Arabieren spreken vandaag
nog over een goede vriend als een rib. En dat de vrouw uit de man
genomen is, betekent dat ze van hetzelfde wezen is, niet anders of
minderwaardig.Gelijkwaardigheid betekent ook dat God de mens, man en
vrouw, schiep om samen een eenheid te zijn. “En de Here God
bouwde de rib, die Hij uit de mens genomen had, tot een vrouw, en Hij
bracht haar tot de mens. Toen zeide de mens: Dit is nu eindelijk been
van mijn gebeente en vlees van mijn vlees; deze zal
’mannin’ heten, omdat zij uit de man genomen is.
Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw
aanhangen, en zij zullen tot één vlees
zijn” (Gen. 2:23,24). Zoals God zelf de drie-ene God is, die
gemeenschap kent, zo schiep Hij man en vrouw in gemeenschap met
elkaar.God heeft man en vrouw verbonden om samen de aarde te bevolken
en beheer over haar te voeren. “Weest vruchtbaar en wordt
talrijk; vervult de aarde en onderwerpt haar, heerst over de vissen der
zee en over het gevogelte des hemels en over al het gedierte dat op de
aarde kruipt” (Gen. 1:28).Deze opdracht wordt aan man en
vrouw gezamenlijk gegeven. Samen zijn ze geroepen om voor het leven op
aarde zorg te dragen. Vanaf het begin is ook de vrouw bij deze opdracht
betrokken. Hier vinden we dus het principe dat man en vrouw in hun
opdracht samenwerken. Samen zijn ze verantwoordelijk voor het behoud
van de aarde. Samen voeren ze de opdracht uit, omdat ze als een eenheid
geschapen zijn.Deze samenwerking betekent gelijkwaardigheid in het
werk. Nergens in de Bijbel kunnen we vinden dat de vrouw in haar werk
minder is dan haar man.De samenwerking van man en vrouw betekent niet
dat ze allebei hetzelfde werk doen. God heeft man en vrouw met een
eigen identiteit geschapen. Het tweede scheppingsverhaal legt het
verschil uit tussen beiden.
Adam, de man, is als eerste geschapen, als mens. De naam Adam
betekent ook mens. Als man representeert Adam de mensheid. Hij is de
verantwoordelijke persoon. Toen zij beiden van de vrucht hadden
gegeten, kwam God op Adam toe: “Adam, waar zijt
gij?” Hij werd aangesproken als de verantwoordelijke persoon.
Paulus schrijft ook: “In Adam” en niet in Eva
“zijn alle mensen gestorven” (1 Kor. 15:22). Dat de
man in deze wereld altijd een gezaghebbende positie heeft bekleed, is
daarom niet het product van een bepaalde cultuur of van de zondeval,
maar is een gevolg van de scheppingsorde.
De vrouw is geschapen uit de man en als een hulp.
“En de Here God zeide: Het is niet goed, dat de mens alleen
zij. Ik zal hem een hulp maken, die bij hem past” (Gen.
2:18). Zij is niet geschapen voor zichzelf, maar om de man ter zijde te
staan. Dat de vrouw een hulp is, betekent geenszins dat zij
minderwaardig is. 15 x in het OT wordt dit woord op God toegepast zoals
in deze Psalm: “Want Gij zijt mij een hulp geweest”
(Ps. 63:8).Dat de vrouw uit de man geschapen is, betekent dat ze
wezenlijk dezelfde natuur delen, zodat ze een eenheid kunnen vormen. De
verschillen zijn dus niet absoluut, maar aanvullend. Man en vrouw zijn
geroepen om elkaar aan te vullen. “En toch, in de Here, is
evenmin de vrouw zonder man iets, als de man zonder vrouw” (
1 Kor. 11:11).Vrouwelijke eigenschappen zijn niet fundamenteel
verschillend van de mannelijke, maar de vrouw bezit bepaalde waarden in
specifieke mate, zodat ze werkelijk een hulpe kan zijn. Zo kent zij
bijvoorbeeld een uitgesproken moederlijke zorg. Een zekere Ernst Hello
heeft geschreven:“God schiep de man uit de aarde, maar de
vrouw heeft Hij geschapen uit de droom van de man; daarom is ze des te
mooier en fijngevoeliger…” De vrouw kan een
tederheid en fijngevoeligheid tonen, zoals de man die niet kent.
Het verschil tussen man en vrouw
heeft ook consequenties voor de taakverdeling in het werk.
God gaf
aan Adam specifiek de opdracht de hof te bewerken en te bewaren.
“En de Here God nam de mens en plaatste hem in de hof van
Eden om die te bewerken en te bewaren” (Gen. 2:15). Het is de
specifieke taak van de man het beheer te voeren over de
buitenwereld.Eva is geschapen om moeder te zijn. “En de mens
noemde zijn vrouw Eva, omdat zij de moeder van alle levenden is
geworden” (Gen. 3:20). Moeder te zijn en beheer te voeren
over het gezin is de specifieke opdracht die aan de vrouw is
gegeven.Deze taakverdeling is geen principiële scheiding. We
lezen in de Bijbel dat de vrouw ook sociale taken uitoefent en de man
zijn verantwoordelijkheid in het huis heeft. We moeten wel vaststellen
dat deze taakverdeling tussen man en vrouw, die eeuwenlang gebruikelijk
is geweest, namelijk dat de man kostwinner is en de vrouw in huis voor
het gezin zorgt, niet slechts een tijdgebonden sociaal rolpatroon is,
maar in Gods scheppingsorde verankerd ligt. We moeten er rekening mee
houden dat er vroeger niet zo’n scheiding tussen werk en huis
was als tegenwoordig en dat het huis een ruimere betekenis had.We
zullen nu nader onderzoeken hoe man en vrouw samen in het gezin en in
de gemeente functioneren.
Het joodse gezinsdenken
God
bracht man en vrouw samen om een gezin te vormen. In bijbelse tijden
werd het gezin niet zoals tegenwoordig beschouwd als een verzameling
losse individuen, maar als een eenheid met de man als hoofd. Het
feminisme heeft de man geestelijk onthoofd en hem van zijn mannelijke
waardigheid beroofd. Ook in christelijke kringen is het taboe geworden
om over de man als hoofd van de vrouw te spreken. Volgens Ed Silvoso
– en dit heeft hij van feministen overgenomen –
betekent hoofd-zijn alleen maar bron, oorsprong. Maar in de Bijbel
heeft het hoofd-zijn wel degelijk de betekenis van gezag en
verantwoordelijkheid. De man heeft de hoofdverantwoordelijkheid in het
gezin.Hij staat ook garant voor het geloof van zijn hele gezin. Dit
leren we uit het verhaal van Gods verbond met Abraham in Genesis 17.
Als teken van het verbond met God en op grond van zijn geloof kreeg
Abraham de opdracht om zich te laten besnijden. En met hem moest het
hele gezin worden besneden. “Dit is mijn verbond, dat gij
zult houden tussen Mij en u en uw nageslacht: dat bij u al wat
mannelijk is besneden worde… Wie acht dagen oud is, zal bij
u besneden worden, al wat mannelijk is in uw geslachten: zowel wie in
uw huis geboren is, als wie van enige vreemdeling voor geld is gekocht,
doch niet van uw nageslacht is” (Gen. 17:1-12). De slaven
hoorden ook bij het gezin en werden besneden. Zelfs jongetjes van acht
dagen werden besneden. Ze konden zo deel uitmaken van het gelovige
verbondsvolk, want Abraham stond als hoofd van het gezin garant voor
hun geloof.Het principe van de eenheid van het patriarchale gezin
vinden we ook in het NT. Als Zacheus, de oppertollenaar, tot geloof
komt, zegt Jezus tot hem: “Heden is aan dit huis redding
geschonken” (Luc. 19:9). Nog voordat de huisgenoten tot
geloof zijn gekomen, is dit hele gezin reeds gered, omdat Zacheus
gelooft.Ook het verhaal van de gevangenbewaarder te Filippi in
Handelingen 16 is pas goed begrijpelijk vanuit het joodse gezinsdenken.
Het was voor de huisgenoten vanzelfsprekend dat ze het hoofd van het
gezin in zijn nieuwe geloof volgden. Daarom konden allen snel worden
gedoopt.
De ondergeschiktheid van de vrouw
De
eenheid van het gezin wordt mogelijk gemaakt door de ondergeschiktheid
van de vrouw aan de man. Nu is in onze tijd deze ondergeschiktheid
hoogst problematisch geworden. Dit is niet zonder reden zo, want de man
kan zijn gezaghebbende positie misbruiken. Dat is helaas ook gebeurd.
Het verzet van de feministen betreft echter niet alleen misbruik van
gezag, maar ieder mannelijk gezag. Dat de man de ondrukker is, is een
ideologie geworden. Er is een heftig verzet tegen het hele bijbelse
patriarchaat, of men probeert de ondergeschikte positie van de vrouw te
omzeilen door te beweren dat deze een gevolg was van de zondeval en we
als vrouw in Christus daarvan zijn bevrijd. Wanneer Paulus over de
ondergeschiktheid van de vrouw schrijft, verwijst hij echter niet naar
de zondeval, maar naar de scheppingsorde (1 Tim. 2:11-13; 1 Kor.
11:7-9). De ondergeschiktheid van de vrouw is een bijbels gegeven, maar
de grote vraag is hoe wij precies dit begrip moeten verstaan. Nader
onderzoek laat zien dat het helemaal niet om een negatief begrip gaat.
Thomas à Kempis schrijft in De Navolging van Christus dat
het om een grote gave gaat: “Het is iets groots gehoorzaam te
moeten zijn, onderdanig te leven en zijn eigen heer en meester niet te
zijn.”Ondergeschiktheid duidt niet op minderwaardigheid. We
moeten steeds de gelijkwaardigheid van man en vrouw in het oog houden.
Een ondergeschikte kan zelfs nog waardevoller zijn dan de persoon aan
wie hij gehoorzaamt. Jezus gehoorzaamde aan zijn ouders, terwijl Hij
geestelijk superieur was.De eigenlijke betekenis van het bijbelse
werkwoord ‘hupotasso’, dat vertaald is met
‘ondergeschikt-zijn’ is dat men zich voegt binnen
Gods orde. Het gaat er dan om dat de vrouw zich houdt aan Gods ordening
die Hij voor de vrouw heeft bepaald. Dit betekent voor de man dat hij
het beslissingsrecht alleen heeft in zaken die met Gods ordening te
maken hebben. Het is dus bepaald niet zo dat de man in alles zou mogen
heersen over de vrouw. Dan zou hij inderdaad een tiran kunnen worden.
Maar het patriarchaat moet er juist op gericht zijn de vrouwelijke
kwaliteiten tot hun recht te laten komen. Het gaat om de normen voor
huwelijk en gezinsleven die God heeft bepaald.God heeft zijn ordening
zo ingesteld dat man en vrouw samen kunnen functioneren en de taak
kunnen vervullen die Hij aan hen heeft gegeven. De ondergeschiktheid
van de vrouw heeft als doel man en vrouw te verenigen en heeft een
dienende functie. Stephen Clark legt uit hoe men op velerlei wijze
ondergeschikt kan zijn: door de ander te dienen, door samen te werken
met de ander, door het leven te wijden aan het ideaal dat de ander
voorhoudt, of door het onderwijs van de ander te volgen.En tenslotte
moeten we beseffen dat gezag en ondergeschiktheid pas goed kunnen
functioneren in een liefdesrelatie - en niet in een machtsstrijd
– tussen man en vrouw
Man en vrouw in de gemeente
Er wordt
wel eens gezegd dat de ondergeschiktheid van de vrouw in het gezin
geldt, maar niet voor haar plaats in de gemeente. Dan dienen we te
beseffen dat in het NT de gemeente is opgebouwd volgens het joodse
gezinsmodel. De rol van de vader in het gezin staat model voor de rol
van de voorganger in de gemeente. Paulus noemt de gemeente het
huisgezin van God (Ef. 2:19). Als gemeenteleden zijn we niet allemaal
losse individuen, maar in Christus zijn we allen
één persoon (Gal. 3:28). De voorganger, die een
man is en Christus representeert, leidt de gemeente en is
verantwoordelijk voor het zielenheil van zijn gemeenteleden. In de
brief aan de Hebreeën lezen we: “Gehoorzaamt uw
voorgangers en onderwerpt u (aan hen), want zij zijn het, die waken
over uw zielen, daar zij rekenschap zullen moeten afleggen”
(13:17). In de NBV is deze zin aldus vertaald: “Gehoorzaam uw
leiders en schik u naar hen, want zij waken over uw
leven…” Dit is geen correcte vertaling. De
vertaler heeft niet begrepen waar het om gaat.De ondergeschiktheid in
het gemeenteleven betekent niet dat de vrouw in de vroegchristelijke
gemeente geen belangrijke taken kon vervullen. Wat betreft het
functioneren in de gemeente ontdekken we hetzelfde principe van eenheid
en verscheidenheid. Man en vrouw zijn geroepen om samen, als een
eenheid, in de dienst van de Heer te staan. Anderzijds is er, zoals in
het gezin, een taakverdeling.Stephen Clark geeft in zijn boek een
verhelderende uiteenzetting van dit principe van eenheid en
verscheidenheid in de vroegchristelijke gemeenschap. “Zowel
man als vrouw stonden in dienst van de vroegchristelijke gemeenschap
door profetie, onderwijs en hulpverlening. We vinden in de Schrift maar
weinig verwijzingen naar de activiteiten die vrouwen in deze
bedieningen ontplooiden, maar dat geldt ook voor de mannen. Het NT
geeft eenvoudig geen gedetailleerde beschrijving van de specifieke
activiteiten die tot opbouw dienden van de vroegchristelijke
gemeenschap.
De Schrift besteedt meer aandacht aan de ambtsbediening van
apostelen en oudsten als dienaars in de vroegchristelijke gemeenschap,
maar zelfs dan wordt er weinig gezegd over de specifieke taken die zij
verrichtten, hoe zij de dag indeelden en hoe ze omgingen met de mensen
voor wie zij verantwoordelijk waren. Ook al zijn hiernaar dus weinig
verwijzingen in het NT, er is geen reden te twijfelen dat zowel mannen
als vrouwen onderricht gaven, profeteerden en hulp boden in de
gemeenten die door Paulus gesticht waren. We hoeven er niet aan te
twijfelen dat hetzelfde waar was voor alle vroegchristelijke
gemeenten… We kunnen geen onderscheid maken tussen de rollen
van man en vrouw in de vroegchristelijke gemeenschap wat betreft het
soort taken dat zij vervulden. In zowel het gezin als in de
christelijke gemeenschap is het kenmerkende onderscheid gelegen in de
wijze waarop men de taken vervulde en niet in het feit dat vrouwen een
ander soort werkzaamheden verrichtten dan mannen.Het is bijvoorbeeld
niet waar dat mannen onderricht gaven en vrouwen hulp verleenden. Toch
wordt een verschil zichtbaar in de wijze waarop mannen en vrouwen hun
bediening uitoefenden. Vrouwen gaven onderricht aan andere vrouwen of
aan leden van het gezin en deden dit meer binnenshuis dan in het
openbaar. Van hun kant waren de mannen verantwoordelijk voor het geven
van onderricht aan de gemeente in haar geheel. Er scheen ook een
taakverdeling te zijn in de hulpverlening. De man (diaken) zorgde voor
de nodige voorzieningen en de vrouw (weduwe) voorzag in de
onmiddellijke behoeften. Dit soort onderscheid hebben we ook in het
gezin opgemerkt.Kortom: man en vrouw namen op verschillende wijze deel
aan de verscheidene taken, maar van geen enkele activiteit was de vrouw
buitengesloten.”
Het spreken van de vrouw
Het
principe van eenheid en verscheidenheid willen we nu toepassen op het
spreken van de vrouw.Het zwijgverbod voor vrouwen in 1
Korintiërs 14:34 e.v. is een heet hangijzer voor feministen en
sympathisanten. Volgens Anselm Grün en veel exegeten kunnen
deze verzen niet afkomstig zijn van Paulus, omdat ze strijdig zouden
zijn met zijn aanwijzingen in 1 Korintiërs 11:4 e.v.. ,
waaruit men kan concluderen dat vrouwen in de gemeente mochten bidden
en profeteren. Van een conflict tussen de twee teksten is echter geen
sprake, als we beseffen dat het in 1 Korintiërs 14 om een
specifiek spreken gaat, namelijk het officiële leerambt dat
was voorbehouden aan de mannelijke voorganger. Bovendien kunnen we het
zwijgverbod pas goed begrijpen als we weten dat de preek in die tijd
geen monoloog was, maar een leergesprek met vragen en antwoorden.
Mannen mochten vragen stellen, maar vrouwen werden dus geacht niet deel
te nemen aan dit ambtelijke leergesprek. Ze mochten wel in de gemeente
bidden en profeteren, en op eigen wijze onderwijs geven en
evangeliseren.
Tenslotte
We leven thans in een maatschappij die totaal anders is dan in de bijbelse tijden. Zo zijn mannen en vrouwen niet meer zo gescheiden als toen. De vraag is dan ook hoe wij in de moderne maatschappij gestalte kunnen geven aan de bijbelse principes betreffende de man-vrouw verhouding. Maar dat is een ander verhaal. De bedoeling van dit artikel was de bijbelse principes op het spoor te komen.
(Bron: Internet - Drs. Martie Dieperink - is theologe en publiciste)



















