INLEIDING OP DE BIJBEL - 2
De vindplaats van materiaal
voor Bijbelstudie, geloofstudie, catechese, school, kring, persoonlijk
geloof, studie thuis, kerk, club, nieuws, godsdienstonderwijs,
zingeving en vooral heel veel mogelijkheden om je Bijbelkennis te
vergroten. Blijf
niet afhankelijk van anderen maar lees zelf de Bijbel. Investeer in
geestelijke rijkdom.
Let op! Wat is de bijbel voor boek?
Let op! Wat is de bijbel voor
boek?
Het woord 'bijbel' is afgeleid van het Griekse biblia dat 'boeken'
betekent.
De bijbel vormt als één groot boek een eenheid, maar is tegelijkertijd een verzameling losse boeken van uiteenlopend karakter.
De
bijbelboeken samen bevatten de heilige geschriften van joden en
christenen. Het zijn verhalen en gebeurtenissen, religieuze wetten en
leefregels, liederen, profetieën en spreuken, die eeuwenlang
van generatie op generatie mondeling zijn doorgegeven. Op zeker moment
zijn al die genres op schrift gesteld en bewerkt of aangevuld tot de
bijbelboeken die we nog steeds kennen. Tussen het ontstaan van het
eerste en laatste bijbelboek liggen ruim elf eeuwen, en er zijn tal van
auteurs bij betrokken geweest. Later zijn die boeken tot
één boek samengebracht.
Oude Testament
of Tenach
De bijbel bestaat uit twee 'hoofdafdelingen'. Het eerste deel gaat over
de tijd tussen het ontstaan van de wereld en het begin van onze
jaartelling – de jaren vóór Christus
dus. Dit deel heeft als hoofdthema het verbond dat God sluit met het
volk Israël, en de afstamming en geschiedenis van het joodse
volk. De in totaal 39 bijbelboeken in dit gedeelte zijn geschreven in
het Hebreeuws en het Aramees, en ontstaan tussen 1000 en 200 v.Chr. in
het Midden-Oosten. Voor joden gelden alleen deze geschriften, die ze
samen 'Tenach' noemen, als Heilige Schrift. Christenen noemen deze
boeken samen het 'Oude Testament'.
Het Oude Testament (Vetus Testamentum in het Latijn), subtiel
verschillend van Hebreeuwse Bijbel, is het eerste gedeelte van de
Bijbel dat dateert van voor het begin van de christelijke jaartelling.
Het is gebaseerd op de Tenach die in het Hebreeuws geschreven is, met
uitzondering van een paar passages die in het Aramees zijn geschreven
(zie het Bijbelboek Daniël).
Inhoud en canon
Het Oude
Testament bevat boeken van verschillende inhoud. Er zijn historische
boeken die de overgeleverde geschiedenis van het joodse volk
beschrijven, boeken met uitspraken van profeten, wetboeken en boeken
met liederen en spreuken.
Binnen de christelijke kerken is de samenstelling van het Oude
Testament niet overal gelijk. Enkele Bijbelboeken en delen van boeken
zijn wel deel van de Rooms-Katholieke en de Oosters-orthodoxe canon
maar niet van de protestantse canon. Deze zijn bekend als apocriefe of
deuteroncanonieke boeken. De katholieke Bijbel telt 46 boeken, de
protestantse 39. De protestantse inhoud van het Oude Testament is
gelijk aan die van de Tenach maar de indeling verschilt. De
Rooms-Katholieke canon sluit een paar boeken uit die de meeste
Oosters-orthodoxe kerken wel als deel van de canon beschouwen.
Interpretatie van het Oude Testament
De
christenen noemen dit Bijbelgedeelte het Oude Testament omdat het zou
wijzen naar de komst van Jezus Christus en omdat het aan het Nieuwe
Testament vooraf gaat. In het Nieuwe Testament worden daarom voor het
Oude Testament ook de namen 'Eerste Verbond' of 'Eerste Testament'
gebruikt maar deze slaan meer op het verbond waarvan in het Oude
Testament verslag wordt gedaan dan op de Oudtestamentische boeken zelf.
Volgens de overlevering heeft Jezus Christus na Zijn opstanding Zijn
volgelingen de apostelen het Nieuwe Testament laten optekenen waarbij
dezen zouden zijn geïnspireerd door de Heilige Geest; hierin
wordt volgens veel christenen aangetoond dat veel beloftes en
profetieën van het Oude Testament zijn vervuld en dat daardoor
een nieuw tijdperk is ingegaan.
Nieuwe
Testament
Het tweede deel van de bijbel, het 'Nieuwe Testament', vormt samen met
het 'Oude Testament' de Heilige Schrift van de christenen. In dit deel
staat het leven en de leer van Jezus van Nazareth en het ontstaan van
de christelijke kerk centraal. Deze afdeling telt 27 bijbelboeken, die
tussen ongeveer 50 en 100 n.Chr. zijn opgetekend in het Grieks. Deze
boeken – waaronder veel brieven – zijn geschreven
in het Middellandse Zeegebied dat in die tijd deel was van het Romeinse
Rijk.
Het Nieuwe Testament is een verzameling religieuze geschriften behorend
tot het christendom. Het vormt het tweede deel van het heilige boek van
de christenen, de Bijbel. Hoewel preciese datering moeilijk is wordt
algemeen aangenomen dat de geschriften van het Nieuwe Testament dateren
uit de eerste en/of tweede eeuw na Christus. De naam is een vertaling
uit het Latijn van Novum Testamentum, wat een vertaling is uit het
Grieks van Η Καινη
Διαθηκη,
Hê Kainê Diathêkê, hetgeen "Het
Nieuwe Verbond of "Het Nieuwe Testament" betekent. De vroege christenen
gebruikten het oorspronkelijk om hun relatie met God aan te geven.
Het Nieuwe Testament beschrijft daden en woorden van Jezus die volgens
het christendom en het Nieuwe Testament de Messias (de Christus) en de
stichter van het christendom is. Verder staan de vroege geschiedenis
van de eerste christelijke gemeenschappen en de leer en de prediking
van de apostelen erin beschreven. Het Nieuwe Testament vormt daarmee de
voornaamste basis van het christelijk geloof. Binnen dat geloof wordt
behalve de Bijbeltekst van het Oude Testament ook die van het Nieuwe
Testament als het Woord van God beschouwd.
Deutero-canonieke
boeken
De vorming van de afzonderlijke bijbelboeken tot de twee
hoofdafdelingen is een ingewikkeld proces geweest. Uiteindelijk is in
de periode rond het begin van de jaartelling in twee fasen vastgesteld
welke boeken voldoende gezag en authenticiteit hadden om deel uit te
maken van de Heilige Schrift. De 66 bijbelboeken van het Oude en Nieuwe
Testament worden samen als definitieve verzameling beschouwd, die
'canon' wordt genoemd. Daarnaast is er nog een grote groep teksten die
wel tot de bijbelse geschriften behoren, maar die niet in de canon zijn
opgenomen. Tien van die boeken worden in veel bijbels als
'deuterocanonieke' bijbelboeken opgenomen bij het Oude Testament.
De deutero-canonieke boeken zijn geschriften die niet behoren tot de
Hebreeuwse canon. Sommigen ervan gaan terug op oorspronkelijk in het
Hebreeuws of Aramees geschreven handschriften. Anderen zijn
oorspronkelijk in het Grieks geschreven. Uit deze deutero-canonieke
boeken werd soms door de Kerkvaders en kerkelijke schrijvers uit de
eerste eeuwen geciteerd. Ze werden door de Concilies van Florence
(1441) en Trente (1546) in de canon van de Katholieke Kerk opgenomen
omdat ze ook als geïnspireerd beschouwd worden. Het woord
deutero-canoniek duidt aan dat ze in tweede instantie tot de canon
gerekend worden.
Deze bijbelboeken worden door de protestantse kerken niet als
theologisch en geestelijk gezaghebbend erkend en maken volgens hen geen
deel uit van de Bijbel. Omdat Maarten Luther de Tenach als grondtekst
voor zijn bijbelvertaling gebruikte - en niet de Septuagint - heeft hij
ook de Hebreeuwse canon uit het jodendom overgenomen. De eerste versie
van de (protestantse) statenvertaling bevatte deze zogenaamde
deutero-canonieke boeken overigens wel, maar werden voorafgegaan door
een 'waarschuwing voor de lezer' dat de boeken weliswaar nuttig waren
om te lezen, maar niet tot de protestantse canon behoorden. In latere
(protestantse) bijbeluitgaven werden de boeken echter weggelaten,
oftewel: ze werden toegevoegd aan de protestantse lijst van apocriefe
boeken.
Toegankelijkheid
Om dat grote boek toegankelijk te maken, is de tekst op een vaste
manier ingedeeld. Om te beginnen zijn de verschillende bijbelboeken in
de meeste bijbels in dezelfde volgorde gezet. Elke bijbel begint met
het boek Genesis en eindigt met Openbaring, ook wel Apokalyps genoemd.
De hoofdstukken van de bijbelboeken zijn genummerd, en elk hoofdstuk is
weer verdeeld in verzen, kleine stukjes van een paar zinnen of woorden.
Elk vers heeft een eigen nummer. Op die manier kan precies naar een
bepaalde bijbeltekst worden verwezen: Genesis 4:2-4 verwijst naar het
bijbelboek Genesis, hoofdstuk 4, de verzen 2 tot en met 4.
Deze lijst bevat alle canonieke en deuterocanonieke bijbelboeken, met
tussen haakjes de respectieve afkortingen. Al deze boeken zullen in de
loop der tijd in www.bijbelencultuur.nl in de [Nieuwe Bijbelvertaling]
beschikbaar komen. De reeds beschikbare boeken zijn vet gemarkeerd.
Overzicht
van de Bijbel-inhoud. Wil je een bijbelboek bekijken klik dan
op: Studiebijbel
Oude
Testament
Genesis (Gen.)
Exodus (Ex.)
Leviticus (Lev.)
Numeri (Num.)
Deuteronomium (Deut.)
Jozua (Joz.)
Rechters (Re.)
Ruth (Ruth)
1 Samuël (1 Sam.)
2 Samuël (2 Sam.)
1 Koningen (1 Kon.)
2 Koningen (2 Kon.)
1 Kronieken (1 Kron.)
2 Kronieken (2 Kron.)
Ezra (Ezra)
Nehemia (Neh.)
Ester (Est.)
Job (Job)
Psalmen (Ps.)
Spreuken (Spr.)
Prediker (Pr.)
Hooglied (Hoogl.)
Jesaja (Jes.)
Jeremia (Jer.)
Klaagliederen (Klaagl.)
Ezechiël (Ez.)
Daniël (Dan.)
Hosea (Hos.)
Joël (Joël)
Amos (Am.)
Obadja ( Ob.)
Jona (Jona)
Micha (Mi.)
Nahum (Nah.)
Habakuk (Hab.)
Sefanja (Sef.)
Haggai (Hag.)
Zacharia (Zach.)
Maleachi (Mal.)
Nieuwe
Testament
Matteüs (Mat.)
Marcus (Mar.)
Lucas (Luc.)
Johannes (Joh.)
Handelingen (Hand.)
Romeinen (Rom.)
1 Korintiërs (1 Kor.)
2 Korintiërs (2 Kor.)
Galaten (Gal.)
Efeziërs (Ef.)
Filippenzen (Fil.)
Kolossenzen (Kol.)
1 Tessalonicenzen (1 Tess.)
2 Tessalonicenzen (2 Tess.)
1 Timoteüs (1 Tim.)
2 Timoteüs (2 Tim.)
Titus (Tit.)
Filemon (Filem.)
Hebreeërs (Heb.)
Jakobus (Jak.)
1 Petrus (1 Petr.)
2 Petrus (2 Petr.)
1 Johannes (1 Joh.)
2 Johannes (2 Joh.)
3 Johannes (3 Joh.)
Judas (Judas)
Openbaring/Apokalyps (Op./Apok.)
Deuterocanonieke
boeken
Tobit (Tobit)
Judit (Judit)
Ester (Grieks) (Est.)
1 Makkabeeën (1 Makk.)
2 Makkabeeën (2 Makk.)
De wijsheid van Salomo (Wijsh.)
De wijsheid van Jezus Sirach (Sir.)
Baruch (Bar.)
Daniël (Grieks) (Az./Sus./Bel)
Het gebed van Manasse (Man.)
VIJF
MAAL SOLA
De vijf sola's zijn vijf Latijnse stellingen die tijdens de Reformatie
geformuleerd zijn om het gereformmerde geloof samen te vatten. De
stellingen zijn zo gefomuleerd dat de nadruk gelegd wordt op het
verschil met de leer van de katholieke kerk.
Sola gratia
(Alleen door genade)
De redding komt alleen door vergeving door God en niet door de
verdienste van de zondaar (de mens). Dit dogma (leerstelling) is een
reactie op de katholieke leer van de menselijke verdienste.
Sola fide (Alleen door geloof)
Rechtvaardiging (zondeloos worden voor God) komt alleen door geloof,
niet door goede werken. Hoewel rechtvaardiging alleen mogelijk is door
geloof, komt geloof in de klassieke protestantse traditie altijd samen
met het doen van goede werken. Kortom: geloof leidt tot rechtvaardiging
en goede werken. Deze doctrine is in tegenstelling met de katholieke
leer dat geloof en goede werken leiden tot rechtvaardiging. Deze
doctrine wordt door sommigen gezien als een van de belangrijkste
oorzaken van de reformatie omdat het de centrale doctrine was van
Maarten Luther.
Sola scriptura (alleen door de
Bijbel)
Alleen de Bijbel is het Woord van God en de Bijbel is toegankelijk voor
iedereen (dat wil zeggen; iedereen kan de Bijbel lezen en
interpreteren). Deze doctrine is in tegenstelling met de leer van de
katholieke kerk dat de Bijbel alleen goed geïnterpreteerd kan
worden door de Heilige Apostolische Traditie van het Magisterium (dat
wil zeggen; de Bijbel kan alleen goed geïnterpreteerd worden
door de Paus en de Bisschoppen tijdens kerkelijk overleg). Deze
doctrine wordt ook wel de formele oorzaak van de reformatie omdat het
de onderliggende reden was voor de onenigheid over sola fide.
Solus Christus (Alleen Christus;
soms Solo Christo, Alleen door Christus)
Alleen Christus in een tussenpersoon tussen mens en God. Maria, de
heiligen, de priesters (buiten Christus zelf) kunnen niet als
tussenpersoon dienen of redding brengen. Deze doctrine is gericht tegen
de katholieke doctrines van de tussenkomst van heiligen en de functie
van de priester.
Soli Deo gloria (Alle eer is alleen aan God)
Al het goede komt enkel door God, niet door de mens. De redding is
alleen mogelijk door God, niet alleen door de kruisdood van Christus,
maar ook door het geven van geloof (door God aan de mens) waardoor de
redding mogelijk wordt. Reformatoren geloofden dat mensen en hun
instellingen (specefiek de katholieke heiligen en de Paus) de eer die
zij kregen niet waardig waren.


















