|
AANVULLING
bij de Missale Romanum


MISSALE ROMANUM
Missaals bekijken , voorbeeld 1
Missaals bekijken , voorbeeld 2
Hier de complete MISSALE ROMANUM anno 1962 in het Latijn
Missaals bekijken , voorbeeld 3
MISSALE ROMANUM
- MCMLIV -
(DOWNLOAD
16.50 Mb) latijn
 |
Een missaal of misboek is de benaming voor het boek waarin de
liturgische gebeden voor de Mis staan opgetekend.
Er wordt onderscheiden tussen het altaarmissaal en het volksmissaal.
Altaarmissaal
Het altaarmissaal wordt door de priester-celebrant van de viering
gebruikt. Dit altaarmissaal bevindt zich gedurende de Mis op het
altaar. De priester leest uit dit tamelijke grote boekwerk de bij de
dag behorende gebeden en/of zangverzen voor, alsook de lezingen van de
Mis van de betreffende dag. De grote oude altaarmissaals waren in het
grootste gedeelte van de Rooms-Katholieke Kerk voor 1968 geheel in het
Latijn vervat en hadden een groot lettertype. Het missaal wisselt
tijdens de Mis volgens de Tridentijnse ritus ook geregeld van plaats
(epistelzijde/rechterkant naar Evangeliezijde/linkerkant).
De thans gebruikelijke altaarmissaals zijn meestal vervat in de
volkstaal en hebben een kleiner lettertype en een kleinere omvang.
Volksmissaal
Voordat in grote delen van de Katholieke Kerk vanaf 1965-1968 de Mis
volgens de Tridentijnse ritus plaatsmaakte voor een nieuwe liturgie
(Novus Ordo Missae) die vrijwel overal in de volkstaal gevierd wordt,
gebruikten de meeste gelovigen een volksmissaal, dat ook wel
handmissaal genoemd wordt of eenvoudigweg missaaltje. Dit misboek voor
de leken-gelovigen die de Mis meevierden is klein en gemakkelijk mee te
nemen. Het bevat de vertaling van de Latijnse misgebeden naar de
betreffende volkstaal, zodat iedere gelovige de gebeden en
Bijbelteksten zelf kon meebidden en letterlijk begrijpen. De uitgave
van deze volksmissaals werd veelal verzorgd door de liturgische
apostolaten van verschillende kloosters. Vooral de Benedictijnen en
Norbertijnen waren actief bij de verspreiding van de volksmissaals.
Binnen de missaals (kerkboeken georienteerd op het Heilig Misoffer)
zijn twee richtingen te onderkennen:
Zondagsmissaals voor
gebruik bij zon- en feestdagen
Dagmissaals met
gebeden voor elke dag van het jaar.
De eerste heeft zo'n 500 a 700 pagina's, de tweede heeft meer dan 1500
pagina's. Beide hebben gemeen-schappelijk dat ze op zeer dun en sterk
papier gedrukt zijn. Ook zijn veel gebedenboeken uitgevoerd als
'Missaal'. Hieronder een 'bloemlezing' uit de diverse uitgaven :
|
Voorbeelden
van een Zondagmissaal
Voorbeeld van een dagmissaal
Raadpleeg ook eens :
Vieringen blijven aktueel
BRIEFVAN DE BISSCHOPPEN
VAN DE NEDERLANDSE KERKPROVINCIE
AAN DE PRIESTERS
OVER DE VIERING VAN HET SACRAMENT VAN DE EUCHARISTIE
Elk jaar viert de Kerk op Witte Donderdag de instelling van het
sacrament van de Eucharistie en de instelling van het sacrament van het
priesterschap. Er bestaat immers een wezenlijke band tussen beide
sacramenten. In de Eucharistie beleeft de priester zijn diepste zending
vanuit Christus, die priester, altaar en offerlam tegelijk is. Door
zijn wijding is de priester aangesteld om in de naam van Christus het
offer te hernieuwen tot verlossing van de mensen en om het paasmaal aan
te richten voor het volk van God (vgl. prefatie van Witte Donderdag en
van de priesterwijding). Daarom ervaart de priester de viering van het
misoffer als het hart van zijn roeping en van zijn zending tot
verlossing van de wereld.
Ook het feest van Sacramentsdag roept ons jaarlijks weer op om de
heilige geheimen van het Lichaam en Bloed van de Heer met zo grote
eerbied te vieren, dat wij de genade van zijn verlossing voortdurend
ervaren (vgl. het misformulier van deze dag in het Altaarmissaal, p.
535). In de viering van de Eucharistie voeden wij ons met het Woord van
God en het vleesgeworden Woord van God, Jezus Christus.
Niet alleen dan, maar elk misoffer vraagt om een waardige en eerbiedige
viering. Graag willen wij dit nog eens onder uw aandacht brengen in
deze bisschoppelijke Brief - uiteraard niet om deze vrijblijvend te
lezen, maar om de geest ervan te Een missaal of misboek is
de benaming voor het boek waarin de liturgische gebeden voor de Mis
staan opgetekend.
Er wordt onderscheiden tussen het altaarmissaal en het volksmissaal.
Altaarmissaal
Het altaarmissaal wordt door de priester-celebrant van de viering
gebruikt. Dit altaarmissaal bevindt zich gedurende de Mis op het
altaar. De priester leest uit dit tamelijke grote boekwerk de bij de
dag behorende gebeden en/of zangverzen voor, alsook de lezingen van de
Mis van de betreffende dag. De grote oude altaarmissaals waren in het
grootste gedeelte van de Rooms-Katholieke Kerk voor 1968 geheel in het
Latijn vervat en hadden een groot lettertype. Het missaal wisselt
tijdens de Mis volgens de Tridentijnse ritus ook geregeld van plaats
(epistelzijde/rechterkant naar Evangeliezijde/linkerkant).
De thans gebruikelijke altaarmissaals zijn meestal vervat in de
volkstaal en hebben een kleiner lettertype en een kleinere omvang.
Volksmissaal
Voordat in grote delen van de Katholieke Kerk vanaf 1965-1968 de Mis
volgens de Tridentijnse ritus plaatsmaakte voor een nieuwe liturgie
(Novus Ordo Missae) die vrijwel overal in de volkstaal gevierd wordt,
gebruikten de meeste gelovigen een volksmissaal, dat ook wel
handmissaal genoemd wordt of eenvoudigweg missaaltje. Dit misboek voor
de leken-gelovigen die de Mis meevierden is klein en gemakkelijk mee te
nemen. Het bevat de vertaling van de Latijnse misgebeden naar de
betreffende volkstaal, zodat iedere gelovige de gebeden en
Bijbelteksten zelf kon meebidden en letterlijk begrijpen. De uitgave
van deze volksmissaals werd veelal verzorgd door de liturgische
apostolaten van verschillende kloosters. Vooral de Benedictijnen en
Norbertijnen waren actief bij de verspreiding van de volksmissaals.
doorgronden en zich eigen
te maken.
Wij vragen dat u uw eigen praktijk van liturgie-vieren, alsmede het
liturgisch gebruik van uw kerkgebouw zorgvuldig onderzoekt. Waar dat
nodig is, dient u tot bijstellingen te komen.
Liefdevolle
eerbied en aanbidding.
Het sacrament van de liefde, de eucharistische Heer in ons midden,
verdient alle eer, niet alleen tijdens de viering, maar ook daarbuiten.
Het is van groot belang dat wij als gelovigen leven in en vanuit een
eucharistische spiritualiteit van eerbied en aanbidding voor de
tegenwoordigheid van Christus in het heilig sacrament. Daarom mag,
zoals de heilige Augustinus schreef "niemand dit Vlees eten, als hij
Het niet van te voren aanbeden heeft" (Enarrationes in psalmos, 98, 9).
Dit blijkt onder andere uit het feit dat de gelovigen knielen bij het
binnenkomen of verlaten van de gewijde ruimte waar het H. Sacrament
wordt bewaard. Zo ook knielt de priester voor de eucharistische
gedaanten na de consecratie en voorafgaand aan de uitnodiging tot het
communiceren. De Eucharistie is het kostbaarste geschenk dat aan de
Kerk is toevertrouwd. En al wat kostbaar is, wordt met zorg en liefde
omringd. Wij nodigen u allen uit deze zorg en liefde te verdiepen en
veilig te stellen.
De laatste jaren heeft de Apostolische Stoel al op meerdere wijzen de
zorg en liefde voor de Eucharistie centraal gesteld.1 In die lijn
moedigen wij ook ten zeerste aan dat elke priester dagelijks het heilig
misoffer opdraagt, waarbij de gelovigen aanwezig kunnen zijn. In onze
adventsbrief van 2007 Komt laat ons Hem aanbidden… hebben
wij al
gesproken over het belang van de Eucharistie in het leven van de
gelovigen en hebben wij een nadere toelichting aangekondigd.
1.
De liturgie van de Eucharistie
De liturgie is bovenal het werk van Jezus Christus, de hogepriester
(vgl. Constitutie over de
liturgie, Sacrosanctum Concilium, art. 7).
Om dit diepe geloof veilig te stellen en in eerbied te behouden vraagt
de beleving van de liturgie zowel om gewijde stilte en concentratie
voorafgaand aan de viering in sacristie, kerk en oksaal, alsook om
dezelfde houding tijdens de viering, met name telkens na de
gebedsoproep door de priester en na het communiceren.
De Kerk heeft de viering van de Eucharistie met zorg omgeven en aan
richtlijnen gebonden. Zo zal de priester de voorgeschreven volgorde en
elementen van de ritus nauwgezet volgen en uitsluitend gebeden uit de
goedgekeurde liturgische boeken gebruiken. Alleen de priester spreekt
'in persona Christi' de oraties en het eucharistisch gebed uit. We
herinneren eraan dat ook het eind van het eucharistisch gebed (de
doxologie van het "Door Hem en met Hem...") alleen door de celebrerende
priester(s) wordt uitgesproken.
De eerbied en zorg voor het heilige dienen ook tot uitdrukking te komen
in de liturgische taal; zo spreken we over het 'eucharistisch gebed' en
niet over 'tafelgebed'.
2.
Altaar, ambo en de ruimte erbij
De centrale plaats van altaar en ambo dient gewaarborgd te zijn. Vanuit
het kerkschip gezien wordt de ruimte achter ambo en altaar steeds
vrijgehouden. In elke kerk behoort een vast altaar te staan (vgl.
Algemeen Statuut van het Een missaal of misboek is
de benaming voor het boek waarin de liturgische gebeden voor de Mis
staan opgetekend.
Er wordt onderscheiden tussen het altaarmissaal en het volksmissaal.
Altaarmissaal
Het altaarmissaal wordt door de priester-celebrant van de viering
gebruikt. Dit altaarmissaal bevindt zich gedurende de Mis op het
altaar. De priester leest uit dit tamelijke grote boekwerk de bij de
dag behorende gebeden en/of zangverzen voor, alsook de lezingen van de
Mis van de betreffende dag. De grote oude altaarmissaals waren in het
grootste gedeelte van de Rooms-Katholieke Kerk voor 1968 geheel in het
Latijn vervat en hadden een groot lettertype. Het missaal wisselt
tijdens de Mis volgens de Tridentijnse ritus ook geregeld van plaats
(epistelzijde/rechterkant naar Evangeliezijde/linkerkant).
De thans gebruikelijke altaarmissaals zijn meestal vervat in de
volkstaal en hebben een kleiner lettertype en een kleinere omvang.
Volksmissaal
Voordat in grote delen van de Katholieke Kerk vanaf 1965-1968 de Mis
volgens de Tridentijnse ritus plaatsmaakte voor een nieuwe liturgie
(Novus Ordo Missae) die vrijwel overal in de volkstaal gevierd wordt,
gebruikten de meeste gelovigen een volksmissaal, dat ook wel
handmissaal genoemd wordt of eenvoudigweg missaaltje. Dit misboek voor
de leken-gelovigen die de Mis meevierden is klein en gemakkelijk mee te
nemen. Het bevat de vertaling van de Latijnse misgebeden naar de
betreffende volkstaal, zodat iedere gelovige de gebeden en
Bijbelteksten zelf kon meebidden en letterlijk begrijpen. De uitgave
van deze volksmissaals werd veelal verzorgd door de liturgische
apostolaten van verschillende kloosters. Vooral de Benedictijnen en
Norbertijnen waren actief bij de verspreiding van de volksmissaals.
Romeins Missaal, 2002, art.
298). Bij het
tabernakel - dat een waardige plaats moet hebben - brandt dag en nacht
de godslamp, die ons eraan herinnert dat de opgestane Heer hier
blijvend onder ons is in de geconsacreerde Hosties. Het tabernakel
dient brandveilig en inbraakvrij te zijn. De plaats
vóór
het tabernakel wordt altijd open gehouden, ook tijdens vieringen.
Vooral koren en andere musici vragen wij hieraan mee te werken.
3.
Niet-geconsacreerde en geconsacreerde hosties
Het Lichaam van Christus wordt uitsluitend bewaard in het tabernakel in
daarvoor bestemde cibories en nooit in plastic dozen en dergelijke. Nog
niet geconsacreerde hosties worden niet in het tabernakel bewaard, maar
in de sacristie. Nooit mogen niet-geconsacreerde hosties worden
vermengd met geconsacreerde Hosties. Het ligt voor de hand dat vooral
gewijde bedienaren toegang hebben tot het tabernakel; het is de taak en
verantwoordelijkheid van de pastoor hiervoor zorg te dragen.
4.
Liturgisch en geestelijk gebruik van kerkgebouwen
De mensen mogen merken dat het kerkgebouw met zijn liturgische
inrichting een plaats is om God te ontmoeten en daarvoor is bestemd.
Profaan gebruik van kerkgebouwen is dan ook niet gepast. Een kerk is
niet te huur of te verhuren. Wanneer er concerten of andere
voorstellingen dienen plaats te vinden, moet men erop letten, dat deze
van religieuze aard zijn en in zekere mate een verkondigend en
lofprijzend karakter hebben, waarbij het gepast is om ook enkele
gebedsmomenten te houden (vgl. het Directorium over concerten in
kerkgebouwen, 1987).
5.
Het overbrengen van de H. Communie en de ziekencommunie
Het overbrengen van het lichaam van Christus, vanwege de ziekencommunie
of een viering elders, dient met gepaste eerbied te gebeuren in een
speciaal daarvoor bestemde en gezegende pyxis. Het behoort tot de
gewone taak van de priester en diaken dit te doen. Indien dit
noodzakelijk is, kan het gebeuren door een buitengewone bedienaar, die
daarvoor de vereiste vorming heeft ontvangen. Men dient de Eucharistie
direct over te brengen naar de plaats waar het uitreiken plaatsvindt en
bij het communie-uitreiken dient men de daarvoor voorziene teksten van
de Kerk te gebruiken (vgl. de instructie Redemptionis sacramenturn,
133). Bij aankomst gaat men onmiddellijk over tot de ritus van het
uitreiken van de communie.
6.
Het bewaren van de Eucharistie
In geen geval mag de H. Communie thuis bewaard worden. Waar met
toestemming van de bisschop het H. Sacrament bewaard wordt (vgl.
Wetboek van Canoniek Recht, can. 934, § 1; Redemptionis
sacramenturn, 131), dient steeds een brand- en inbraakveilig tabernakel
te zijn. Bij twijfel wende men zich tot de diocesane bisschop.
Geconsacreerde wijn moet steeds aan het eind van de viering volledig
genuttigd worden (Redemptionis sacramenturn, 102) en mag in geen geval
bewaard worden. Wij herinneren hier aan wat wij al eerder schreven in
Meewerken in het pastoraat: "Het is niet toegestaan de eucharistische
gave van de geconsacreerde wijn in een Woord- en communieviering te
gebruiken."
7.
Voorwaarden voor het communiceren
Niet altijd hoeft of mag de H. Communie ontvangen worden. Communiceren
vraagt dat men het geloof van de Kerk in de H. Eucharistie deelt en in
staat van genade verkeert - zo nodig door voorafgaande biecht.
Wat betreft intercommunie houde men zich aan de richtlijnen die
verwoord zijn in het Oecumenisch Directorium (1993, vooral nrs.
122-136).
Het kan raadzaam zijn om bij bijzondere gelegenheid voorafgaand aan het
communiceren een kort woord uit te spreken over het waardig
communiceren, zoals bijvoorbeeld gebeurde aan het eind van de
Wereldjongerendagen 2005 in Keulen tijdens de mis met paus Benedictus
XVI. Enkele modellen gelieve men hierbij aan te treffen.
8.
Communie onder beide gedaanten
Onder bepaalde voorwaarden is het communiceren onder beide gedaanten
toegestaan. Wij verwachten dat u zich houdt aan de algemene bepalingen
uit het Algemeen Statuut van het Romeins Missaal(nrs. 281-287) en van
Redemptionis sacramenturn (nr. 100-107).
In tegenstelling tot vroegere bepalingen en soms ingeburgerde gebruiken
wijzen wij erop, dat het bij communie onder twee gedaanten niet is
toegestaan dat de communicant zelf de heilige Hostie neemt en indoopt
in de kelk met het heilig Bloed.
9.
Vieringen van het Woord van God en communievieringen
In de Nederlandse situatie is op vele plaatsen het gebruik ingeburgerd
om vieringen van het Woord van God of communievieringen te houden, ook
waar niet sprake is van een noodsituatie. Het is van belang deze
vieringen telkens weer te herijken op de viering van de Eucharistie.
We wijzen erop dat het houden van niet-eucharistische zondagsvieringen
bij afwezigheid van een priester de goedkeuring vereist van de
diocesane bisschop. Het is niet toegestaan om een vervangende
zondagsviering bij afwezigheid van een priester te houden, als er in
dezelfde kerk in hetzelfde weekend een Eucharistieviering plaats heeft
gevonden of zal plaatsvinden -ook al is dat in een andere taal.
Het komt aan elke diocesane bisschop toe om met het oog op specifieke
pastorale situaties in zijn bisdom de richtlijnen voor deze vieringen
te specificeren (vgl. Meewerken in het pastoraat, p. 26), bij voorkeur
afgestemd op een landelijke regeling.
10.
Het communiceren buiten de H. Mis
De Kerk kent het gebruik van communie-uitreiken buiten de Eucharistie.
Het is een groot goed dat gelovigen die niet in staat zijn om deel te
nemen aan de Eucharistie, toch het Lichaam van Christus kunnen
ontvangen. Toch dient men prudent van deze mogelijkheid gebruik te
maken: vieringen van het Woord van God en communievieringen mogen
natuurlijk nooit het vieren van de Eucharistie belemmeren, de
communiegebeden dienen steeds kerkelijk goedgekeurd te zijn en men
dient zich (ook op weekdagen) te houden aan het goedgekeurde rituale
voor het uitreiken van de communie buiten de mis.
11.
Liturgische samenwerking tussen kleinere geloofsgemeenschappen
Het verminderd aantal praktiserende gelovigen daagt ons uit om de
geloofsgemeenschap op te bouwen ook met medegelovigen over de grenzen
van de eigen parochie heen. Op vele plaatsen heeft men de taak om tot
grotere samenwerkingsverbanden te komen als een vruchtbare uitdaging
ter hand genomen. Dit gebeurt op allerlei domeinen, en het is goed dit
ook op liturgisch vlak te realiseren. Wanneer de mistijden op elkaar
worden afgestemd, kunnen meer parochies elke zondag de Eucharistie in
hun eigen midden vieren. Soms - vooral bij belangrijke kerkelijke
plechtigheden zoals tijdens het Paastriduum - is het beter dat
gelovigen van meerdere parochiekerken op één
plaats
samenkomen om de liturgie met inzet van alle mogelijkheden plechtig te
vieren (zoals geformuleerd in het 'Missale Romanum' van 2002, p. 298).
Dat is ook een grotere bemoediging voor de meer talrijke aanwezigen en
geeft de mogelijkheid tot een meer luisterrijke viering. Wij bevelen
aan om enerzijds de vitaliteit van de kleinere gemeenschap of groep te
behouden en uit te diepen, en anderzijds deze te verbinden met andere
gemeenschappen.
Wij hebben deze brief uitdrukkelijk bedoeld voor u, medebroeders in het
priesterschap, vanwege de innerlijke verbondenheid van het
priesterschap met het sacrament van de Eucharistie. Maar tegelijk
richten wij ons tot u met het verzoek dit schrijven door te geven aan
uw andere liturgische medewerkers en om met hen te zoeken naar de
concrete wijze van realisatie.
De bereidwilligheid van alle priesters om zich in te zetten voor de
verdieping van het eucharistische leven en de eucharistische
spiritualiteit in de lijn van de bovenvermelde kerkelijke documenten en
van onze herderlijke brieven wordt door ons ten zeerste gewaardeerd.
Daardoor laten wij vanuit ons wijdingssacrament en vanuit ons
priesterlijk dienstwerk zien hoe wij de viering van de Eucharistie
beleven als het sacrament van Gods liefde en als zuivere bron en
hoogtepunt van heel ons bestaan.
Geniet hieronder van het rijke
geestelijke leven
|
|
B-jaar 2002
- 2003 | 2005 - 2006 |
|
|
|
|
|
C-jaar 2000
- 2001 | 2003 - 2004 | 2006 - 2007
|
|
|
|