Feesten en Gedenkdagen
31 oktober - Hervormingdag
Door het jaar heen staan
er
bijzondere dagen op onze kalender. sinds jaar en dag gaat dat zo. daar
ook zo onze aandacht aan besteden. Om je enig houvast te geven op deze
site een overzicht van de christelijke feesten. Niet dat ze allemaal
even indringend worden gevierd, maar meer dan de moeite waard om er
niet alleen mee op de hoogte te zijn maar je ook eens nader in te
verdiepen. Hieronder én hiernaast een schat aan informatie.
Veel genoegen ermee.
De kerk: Luther-dag
We
houden een behoorlijk aantal christelijke feestdagen. Maar wat houden
die
dagen eigenlijk in, behalve dat het vrije dagen zijn? Alleen maar
recreëren of...?
Hervormingsdag is een herdenkingsdag op 31 oktober in verschillende
protestantse kerken. Deze dag staat in het teken van Maarten Luther die
op 31 oktober 1517 zijn 95 proteststellingen t.a.v. de katholieke kerk
op de deur van de Slotkapel te Wittenberg gespijkerd zou hebben.

Uiteindelijk leidde het
protest van Luther tot een breuk met de Rooms-Katholieke Kerk. In de
16e eeuw zijn toen de protestantse kerken ontstaan.
Op de hervormingsdag wordt veelal aandacht gegeven aan de centrale
thema's in de prediking en de reformatie van Luther. Luther wilde de
kerk uiteindelijk weer terug berengen bij de Bijbel, Christus, de
genade en het geloof. In de Rooms-katholieke Kerk van zijn dagen waren
deze zaken volkomen op de achtergrond geraakt. De paus beheerste
volledig de kerk. De kerk was in zijn dagen soms meer instrument voor
machtspolitiek, dan middel tot verbreiding van het Evangelie van de
persoon van Jezus Christus.
Luther is zijn verzet tegen de Rooms-katholieke Kerk begonnen met het
openbaar maken van 95 stellingen tegen de aflaat. Het staat historisch
gezien niet vast of hij werkelijk deze stellingen heeft aangeslagen op
de deur van de Slotkapel van Wittenberg, zoals wel eens wordt gesteld.
Wel heeft Luther bedoeld om een gesprek over de aflaat en de verwording
in de kerk op gang te brengen. Luther publiceerde zijn stellingen
aanvankelijk niet in het Duits (de volkstaal) maar in het Latijn (de
taal van de geleerden in die dagen). Luther hoopte in theologie en kerk
het gesprek over de aflaat en de verwording op gang te kunnen brengen.
Als monnik en priester kreeg hij concreet met de gevolgen van de
verwording te maken. Daartegen wilde hij de centrale boodschap van het
Evangelie, namelijk de vergeving der zonden door het bloed en offer van
Jezus Christus, weer centraal stellen. De theologie van Luther wordt
daarom soms wel de theologie van het kruis genoemd. Zijn poging werd
door Paus Leo X ten enenmale niet onderkend. Het heeft Luther verrast
dat zijn stellingen binnen de kortste keren en over een breed front in
de samenleving weerklank hebben gevonden.
Op Hervormingsdag wordt in de protestantse kerken veelal gepreekt uit
de brieven van Paulus, in het bijzonder de brief van Paulus aan de
gemeente van Rome, (de Romeinenbrief), waarin de rechtvaardiging van de
goddeloze centraal staat. De rechtvaardiging van de goddeloze vormt het
hart van de reformatorische theologie.
Binnen de lutherse kerk, wordt de reformatiedag beschouwd als een van
de belangrijkste kerkelijke dagen. De zondag voor 31 oktober (of op de
dag zelf, als het op een zondag valt) heet Reformatiezondag. In
Duitsland is 'Reformationstag' in sommige deelstaten een officiële
feestdag.
Als er geen hervormingsdag zou zijn geweest, dan zouden de Hervormde
Kerk, Nederlands Gereformeerde Kerk (Vrijgemaakt), Gereformeerde Kerk,
Christelijk Gereformeerde Kerk, Lutherse Kerk en al die andere
christelijke kerken, niet bestaan hebben. Dus de PKN ook niet.
Op 31 oktober 1517 vond een gebeurtenis plaats met grote en cruciale
gevolgen voor de daarop volgende eeuwen. Op deze dag spijkerde Maarten
Luther 95 stellingen met de titel "debat tot opheldering over de
geldigheid der aflaten", op de deur van de slotkapel in Wittenberg
(Duitsland).
De stellingen waren een protest tegen de aflaat en misstanden bij de
Katholieke Kerk in het algemeen. Een aflaat was een document wat
uitgegeven werd door de kerk. Met het kopen van een aflaat werden
iemands zonden vergeven. Hoe groter de zonde, des te meer en duurdere
aflaten iemand diende te kopen. In zijn verdere leven heeft Luther
overigens vele theologische werken gepubliceerd die tegen de toenmalige
katholieke leer indruisden.
31 oktober is de geschiedenis ingegaan als de dag waarop de reformatie
binnen de Christelijk Kerk is begonnen. De reformatie heeft naast haar
grote invloed op religie ook grote gevolgen gehad op de geschiedenis,
politiek en economie van Europa. In bijna alle niet katholieke kerken
wordt er vergaande aandacht besteedt aan Hervormingsdag.
Wij schrijven de 31e oktober, anno domini 1517: Luther slaat met luide
hamerslagen, die door heel Europa galmen, de 95 stellingen aan op de
deur van de Slotkerk in Wittenberg: Dit is op veel afbeeldingen te zien
en werd tot in onze eeuw als historisch feit erkend. Het is een beeld,
dat - als geen ander - tot het symbool van de Reformatie geworden is.
Het sloeg als een bliksem in, toen in 1961 de katholieke
Lutheronderzoeker Erwin Iserloh in het openbaar beweerde dat, het
aanslaan van de stellingen tot het rijk der fabelen behoorde.
Toch zijn de aangevoerde
feiten volstrekt duidelijk. Ten eerste stamt de eerste schriftelijke
vermelding van deze gebeurtenis van Philippus Melanchthon, die echter
geen ooggetuige geweest kan zijn, omdat hij pas in 1518 als hoogleraar
aan de Wittenbergse universiteit werd aangesteld.
Tevens verschijnt deze
vermelding pas na de dood van Luther; van hem zelfs is dus geen
commentaar op het "Timmerwerk" uit het jaar 1517 overgeleverd.
Weliswaar zouden aan de deur van de Slotkerk regelmatig aankondigingen
voor discussies zijn aangebracht, maar moet het aanbrengen in het
openbaar van de stellingen zonder een reactie van de bisschoppen af te
wachten, als een zuivere provocatie van de leiders beschouwd worden.
Dit mogen we echter een Luther, die eigenlijk alleen misstanden wilde
verbeteren, niet in de schoenen schuiven.
Ook is op te merken, dat in Wittenberg geen openenbare discussie naar
aanleiding van de stellingen plaatsvond en ook (nog steeds) geen
oorspronkelijke uitgave van de stellingen is aangetroffen.
Dus blijft alleen over wat zeker is: Luther schreef op de 31e oktober
1517 brieven aan zijn superieuren, waarin hij de praktijk van de
aflaathandel aankaartte en aanspoorde tot het uit de wegruimen van de
misstanden. Bij de brieven voegde hij 95 stellingen, die als
uitgangspunt voor een gesprek over dit thema moesten dienen.
“Luthers stellingen spraken vooral de gewone mensen aan, omdat ze
het systeem van de kerkelijke aflaten op de korrel namen. Luther nam
als priester de biecht af, en hij had vastgesteld dat sommige mensen
niet eens berouw toonden voor hun zonden en dat ze triomfantelijk met
een aflaat zwaaiden. Dat was een soort afkoopmiddel uitgevaardigd door
de paus, dat je tegen betaling kon krijgen en waarmee een deel van je
zonden en boetedoening werden kwijtgescholden. Luther vond het een
corrupt systeem omdat het voorbijschoot aan de ware betekenis van
berouw. Vooral de armere mensen, die zich geen aflaten konden
permitteren, waren het roerend eens met Luther.”
De 95 stellingen
Uit liefde voor de waarheid en ijver om haar aan het licht te brengen
zal over het onderstaande gedebatteerd worden te Wittenberg, onder
voorzitterschap van deeerwaarde pater Martinus Luther, doctor in de
letteren en de heilige Godgeleerdheid,alsmede daarin gewoon hoogleraar
alhier. Hij verzoekt daarom degenen, die niet aanwezig kunnen zijn om
mondeling met ons van gedachten te wisselen, het in hun afwezigheid
schriftelijk te doen. In de naam van onze Heer Jezus Christus, Amen. 1.
Onze Heer en meester Jezus Christus heeft, toen hij zeide: "Bekeert u,
enz."bedoeld, dat het hele leven van de gelovigen een bekering- en
boetedoeningmoet zijn.
2. Dit woord kan niet opgevat worden als betrekking hebbend op de
sacramentele boetedoening (dat is de biecht en de satisfactie, die door
de priesters ambtshalve worden bediend).
3. Toch bedoelt Hij niet alleen de innerlijke, welnee, innerlijke
boetedoening is geen boetedoening, als ze naar buiten niet allerlei
kastijdingen van het vleesuitwerkt.
4. De boete duurt dan ook, zolang het zelfverwijt duurt (dat is de ware
innerlijkeboetedoening), te weten tot op de drempel van het koninkrijk
der hemelen.
5. De paus wil en kan geen enkele boete kwijtschelden, behalve die hij
ingevolge zijn eigen oordeel of ingevolge de regels van het kerkelijk
recht heeft opgelegd.
6. De paus kan geen enkele schuld vergeven tenzij door te verklaren en
te verzekeren, dat ze door God vergeven is, of het moest zijn, dat hij
vergeeft ingevallen, die tot zijn bevoegdheid behoren; als dit over 't
hoofd gezien werd, zou de schuld zonder meer blijven.
7. Aan niemand vergeeft God zomaar de schuld, zonder dat Hij
hemtegelijkertijd, nederig in elk opzicht, onderwerpt aan zijn
vertegenwoordigerde priester.
8. De regels van het kerkelijk strafrecht gelden alleen voor de
levenden en aanstervenden behoort op die grond niets te worden
opgelegd.
9. Derhalve handelt de Heilige Geest billijk met ons door de paus,
wanneer hij inzijn decreten gevallen van dood en nood altijd uitzondert.
10. Onwijs en kwalijk handelen die priesters, die stervenden binden
aankerkrechtelijke boetedoeningen tot in het louteringsvuur.
11. Dat vergiftig onkruid over kerkrechtelijke straf, die veranderd kan
worden instraf van het louteringsvuur, schijnt vrij zeker uitgezaaid te
zijn, terwijl debisschoppen sliepen.
12. Vroeger werden straffen ingevolge het kerkelijk recht niet na, maar
voor deabsolutie opgelegd, als toetssteen voor oprecht berouw.
13. Stervenden kwijten door de dood alles en voor de kerkelijke wetten
zijn zij algestorven, want rechtens hebben ze daar ontheffing van.
14. Is het met de geestkracht of de liefde van iemand, die sterven
gaat, slechtgesteld, dan heeft dat onvermijdelijk geweldige vrees
tengevolge, des te geweldiger naarmate geestkracht en liefde geringer
zijn.
15. Deze vrees en ontzetting kan op zichzelf alleen al (om van de rest
maar te zwijgen) de straf van een louteringsvuur betekenen, aangezien
zij zeer nagrenst aan de ontzetting der wanhoop.
16. Het komt mij voor, dat hel, louteringsvuur en hemel zich verhouden
als wanhopen, de wanhoop nabij zijn en zich geborgen weten.
17. Even nodig als vermindering van hun vrees schijnt mij voorde zielen in het louteringsvuur vermeerdering van hun liefde.
18. Met geen redelijke noch schriftuurlijke argumenten lijkt 't mij
bewezen, dat zij buiten staat zouden zijn een verdienstelijk werk te
doen of hun liefde tevermeerderen.
19. Ook lijkt 't mij niet bewezen, dat zij zeker van hun zaligheid en
zonder zorgzijn, tenminste niet allen, ook al zijn wij er volmaakt
zeker van.
20. Derhalve verstaat de paus onder een volkomen kwijtschelding van
alle straffenniet eenvoudigweg een kwijtschelding van alle, maar alleen
een kwijtschelding van de door hemzelf opgelegde straffen.
21. Die aflaatpredikers dwalen dan ook, die zeggen, dat een mens door
depauselijke aflaten van alle straf verlost en gevrijwaard wordt.
22. Integendeel, hij scheldt de zielen in het louteringsvuur geen
enkele straf kwijt, dan die zij in dit leven hadden moeten dragen
volgens de regels van het kerkelijk recht.
23. Als er ooit aan iemand een kwijtschelding van alle straffen gegeven
kan worden, is 't zeker, dat die alleen aan de allervolmaaksten, d.w.z.
aan zeer weinigen gegeven wordt.
24. Daarom moet onvermijdelijk het merendeel van het mensdom het spoor
bijster raken door de bovengenoemde royale wijze, waarop men zonder
onderscheidvrijdom van straf belooft.
25. De macht, die de paus inzake het louteringsvuur heeft in het
algemeen, heeftiedere willekeurige bisschop en pastoor in zijn bisdom
en parochie inhetbijzonder.
26. De paus doet er zeer goed aan, dat hij niet krachtens de
sleutelmacht (die hij helemaal niet heeft), maar bij wijze van
"accoord" vergiffenis schenkt aan dezielen.
27. Naar de mens prediken zij, die zeggen, dat, terstond als de munt in de geldkistklinkt, een ziel vrij uitvliegt.
28. Klinkende munt in een geldkist kan winstbejag en gierigheid
vermeerderen,dat is zeker, maar de 'accoord'-verklaring der kerk staat
ter beoordeling aanGod alleen.
29. Wie weet, of alle zielen in het louteringsvuur wel vrijgekocht
willen worden,zoals van de H. Severinus en Paschalis verteld wordt.
30. Niemand is zeker van de oprechtheid van zijn eigen berouw, laat staan van devolkomen vergeving die er het gevolg van is.
31. Even zeldzaam als een waarachtig boeteling is iemand, die waarachtig aflatenkoopt, dat wil zeggen: zeer zeldzaam.
32. Vervloekt in eeuwigheid, met hun leermeesters, zullen zij worden,
die zich opgrond van aflaatbrieven zeker achten van hun heil.
33. Men moet bijzonder oppassen met mensen, die zeggen, dat de
genoemdepauselijke aflaatbrieven die onschatbare goddelijke gave zijn,
waardoor demens verzoend wordt met God.
34. Die aflaatgunsten hebben immers enkel betrekking op straffen in
verband met de biechtsatisfactie, welke door mensen zijn vastgesteld.
35. Zij, die leren, dat voor het vrijkopen van zielen of biechtbrieven berouw nietnodig is, prediken geen christendom.
36. Iedere willekeurige christen, die waarlijk berouw toont, heeft
volledige kwijtschelding van straf en schuld; die komt hem ook zonder
aflaatbrieven toe.
37. Iedere willekeurige waarachtige christen, hetzij levend, hetzij
dood, heeft deel aan alle goede gaven van Christus en de kerk; die
worden hem ook zonderaflaatbrieven gegeven door God.
38. Toch is de vergiffenis, die de paus uitdeelt, geenszins te
versmaden, want zij is (zoals ik gezegd heb) een verklaring betreffende
de goddelijke vergiffenis.
39. Het is uiterst moeilijk, zelfs voor de allergeleerdste theologen,
omtegelijkertijd de gulle verspreiding van de aflaatbrieven en de
oprechtheid vanhet berouw te roemen voor het volk.
40. Oprecht berouw verlangt naar straf en houdt ervan; gulverspreide
aflaten daarentegen ontheffen van straf en boezemen er een afkeer tegen
in, dat komttenminste voor.
41. Behoedzaam moeten de apostolische aflaten gepredikt worden, opdat
het mensdom niet ten onrechte de indruk krijgt, dat zij de voorkeur
verdienenboven andere goede werken der liefde.
42. Men moet de christenen leren, dat het de bedoeling van depaus niet
is het kopen van aflaatbrieven hoe dan ook op een lijn te stellen met
de werken vanbarmhartigheid.
43. Men moet de christenen Ieren, dat wie geeft aan de arme of deelt
met eenbehoeftige, beter doet, dan wanneer hij aflaatbrieven zou kopen,
44. aangezien door een werk der liefde de liefde toeneemt en de mens
beter wordt,maar door aflaatbrieven wordt hij niet beter, alleen vrijer
van straf.
45. Men moet de christenen leren, dat wie een ellendige tegenkomt en
zonder acht op hem te slaan geld uitgeeft voor aflaatbrieven, geen
aanspraak verheft op deaflaat van de paus, maar wel op de
verontwaardiging van God.
46. Men moet de christenen leren, dat zij de plicht hebben, als ze niet
overdadiggoed bij kas zijn, het nodige voor hun gezin te bewaren en
geenszins het aanaflaatbrieven te verspillen.
47. Men moet de christenen Ieren, dat het kopen van aflaatbrieven vrij is en nietvoorgeschreven.
48. Men moet de christenen Ieren, dat de paus voor het geven van
aflaten meerbehoefte heeft aan, en dus ook meer verlangt naar, een
devote voorbede, dannaar contante betaling.
49. Men moet de christenen Ieren, dat de aflaten van de paus nuttig
zijn, als zij erniet op vertrouwen; maar uiterst schadelijk als zij hun
ontzag voor God erdoorkwijtraken.
50. Men moet de christenen leren, dat de paus, als hij wist, hoe de
aflaatpredikershet geld bij elkaar brengen, liever had, dat de basiliek
van Sint Pieter invlammen opging, dan dat ze gebouwd werd van het vel
en het vlees van zijnschapen.
51. Men moet de christenen Ieren, dat de paus, al moest(desnoods) de
basiliek vanSint Pieter ervoor verkocht worden, van zijn geld behoort
uit te delen en ookwel zou willen uitdelen aan de meeste mensen, wie nu
de aflaatkramers het geld aftroggelen.
52. De hoop op heil door aflaatbrieven is zonder grond, ook al zou
devertegenwoordiger, ja de paus zelf, zijn ziel ervoor te pand geven.
53. Vijanden van Christus en van de paus zijn zij, die voor het houden
vanaflaatpredikaties bevelen, dat in andere kerken het woord Gods
moetenzwijgen als het graf.
54. Men doet Gods woord tekort, als in éénzelfde preek
aan de aflaten evenveel oflanger tijd wordt toegemeten, dan daaraan.
55. Het moet de bedoeling van de paus zijn, dat, wanneer deaflaten (als
zijnde hetgeringste) met één klok, met één
processie en mis gevierd worden, het evangelie (als zijnde het hoogste)
met honderd klokken, met honderdprocessies, met honderd missen wordt
gepredikt
56. De schatten der kerk, waaruit de paus de aflaten verleent, worden
te weiniggenoemd en zijn te weinig bekend bij het christenvolk.
57. Tijdelijke zijn het zeker niet, dat blijkt, want zo gemakkelijk
strooien ze die niet uit, integendeel, veel kramers verzamelen ze
alleen.
58. Het zijn ook niet de verdiensten van Christus en de heiligen,
aangezien die zonder toedoen van de paus te allen tijde het heil
bewerken van de inwendigemens en kruisiging, dood en hel van de
uitwendige.
59. Sint Laurentius zeide, dat de armen der kerk de schattender kerk
zijn, maar hij drukte zich uit naar het spraakgebruik van zijn tijd.
60. Het is geen slag in de lucht, als wij beweren, dat de sleutels der
kerk (door Christus' verdienste aan haar gegeven) die schat uitmaken.
61. Het is immers duidelijk, dat voor het vergeven van straffen en
vergrijpen deenkele macht van de paus toereikend is.62. De ware schat
der kerk is het hoogheilig evangelie van de glorie en genade vanGod.
63. Deze staat echter op uiterst slechte voet met alle verdienste, want hij maaktvan eersten laatsten.
64. De schat der aflaten daarentegen staat met alle verdienste op zeer goede voet,want hij maakt van laatsten eersten.
65. Dus zijn de schatten van het evangelie netten, waarmee vroeger gevist werdnaar mensen van vermogen.
66. De aflaatschatten zijn netten, waarmee heden ten dage gevist wordt naar hetvermogen van mensen.
67. De aflaten, die de kramers aanprijzen als de grootste
genadegaven, zijn inderdaad te beschouwen als de grootste, in zover het
betreft de vermeerderingvan hun inkomsten.
68. Toch zijn ze wezenlijk de kleinste vergeleken bij de genade van God en degewijde liefde van het kruis.
69. Bisschoppen en pastoors zijn verplicht, de vertegenwoordigers in pauselijkeaflaten met alle eerbied toe te laten.
70. Maar nog meer zijn zij verplicht, hun ogen de kost te geven en hun
oren te luisteren te leggen, dat deze heren niet in plaats van de
boodschap van depaus hun eigen luchtkastelen prediken.
71. Wie tegen de geldigheid van de apostolische aflaatbrieven zijn stem verheft,hij zij vervloekt en verdoemd.
72. Maar wie tegen de bandeloze begeerte en drieste taal vaneen aflaatkramer op zijn hoede is, die zij gezegend.
73. Zoals de paus terecht zijn ban bliksem slingert over hen, die met
allerlei kunstgrepen knoeien tot schade van de aflaathandel;
74. Zo is hij van plan nog veel meer te fulmineren tegen degenen, die
onder de dekmantel van de aflaathandel knoeien tot schade van de
heilige liefde en dewaarheid.
75. De mening, dat de pauselijke aflaten van die kracht zijn, dat ze
een menszouden kunnen loskopen, ook al had iemand, wat natuurlijk
onmogelijk is, demoeder Gods geschonden, is krankzinnig.
76. Wij beweren daarentegen, dat de pauselijke aflaatbrieven zelfs de
kleinste van de vergeeflijke zonden niet kunnen opheffen, wat de
toerekenbaarheid betreft.
77. Wat men zegt - dat zelfs Sint Petrus, als hij nog paus was, geen
groteregenadegaven uit zou kunnen delen - is heiligschennis tegenover
Sint Petrus en de paus.
78. Wij beweren daarentegen, dat én hij én iedere
willekeurige paus grotere heeft,te weten het evangelie, krachten, gaven
van genezing, enz., zie 1 Kor.12.
79. Te zeggen, dat het kruis, als kenteken in het pauselijk wapen
opgericht,gelijkwaardig is aan het kruis van Christus, is
heiligschennis.
80. De bisschoppen, de pastoors en de theologen, die toelaten, dat men
zulke preken levert voor het volk, zullen zich te verantwoorden hebben.
81. Deze drieste aflaatprediking maakt het niet gemakkelijk, zelfs voor
geleerdemannen, om de eerbied voor de paus vrij te houden van de
lasterlijke aanvallen of althans van de scherpe vragen van de leken.
82. Als daar zijn: Waarom evacueert de paus het louteringsvuur niet om
der wille van de hoogst heilige liefde en de uiterste nood der zielen,
wat toch een heel rechtvaardige zaak zou zijn; als hij zielen zonder
tal redt ter wille van het hoogst verderfelijke geld voor bouw van een
basiliek, wat toch een heelonbelangrijke zaak is.
83. En:Waarom blijven deplechtigeuitvaarten en
dejaarlijksedodenherdenkingen in stand, en waarom geeft hij de fondsen
niet terug - of geeft gelegenheid, ze op te vragen - die daarvoor
gesticht zijn, hoewel het toch niet juist is, voor verlosten te bidden?
84. En: Wat is dat voor een nieuw soort vaderlijke liefde van God en
van de paus: dat zij aan ongelovige en vijandige mensen om geld
toestaan een gelovige ziel,die God liefheeft, vrij te kopen; en toch
bevrijden zij haar niet om de nood vandie vrome en beminde ziel zelf,
gratis uit liefde?
85. En: Waarom worden kerkelijke strafbepalingen, die feitelijk allang
afgeschaften krachtens gewoonterecht vervallen waren, nog heden ten
dage voorgeldafgekocht krachtens de aflaatmachtigingen, als waren ze
springlevend?
86. En: Waarom bouwt de paus, wiens vermogen vandaag de dag rijker is
dan dat van de vermogendste rijkaard, een dergelijke basiliek voor Sint
Pieter niet liever van zijn eigen geld, dan van 't geld van zijn arme
gelovigen?
87. En: Wat vergeeft de paus en wat deelt hij uit aan hen, die door hun
volmaaktberouw recht hebben op volmaakte vergeving en deelgenootschap.
88. En: Wat groter weldaad zou de kerk bewezen kunnen worden, dan dat
de paus zoals hij nu een enkele keer doet, honderd keer daags deze
vergiffenis en dit deelgenootschap toekende aan alle gelovigen zonder
onderscheid?
89. Als het de paus met zijn aflaten meer om het heil der zielen te
doen is, dan omgeld; waarom stelt hij dan oude aflaatbrieven buiten
werking, terwijl die tochonverminderd van kracht zijn?
90. Deze allerpijnlijkste nauwkeurige aanklachten alleen met macht de
kop in te drukken, en ze niet door het geven van rekenschap te
ontzenuwen; dat is de kerk en de paus blootstellen aan de spot van hun
vijanden en de christenenongelukkig maken.
91. Als dus de aflaten in de geest en volgens de bedoeling van de paus
gepredikt werden, waren al die kwesties gemakkelijk op te lossen, ja,
ze zouden er niet eens zijn.
92. Daarom: Weg met al die profeten, die tegen het volk van Christus zeggen: Vrede, vrede, en het is geen vrede.
93. Gezegend al die profeten, die tegen het volk van Christus zeggen: Het kruis, het kruis en het is geen kruis.
94. Men moet de christenen aansporen om Christus, hun hoofd, toegewijd
te volgen in boetedoeningen, verstervingen en pijnigingen.
95. en om liever te vertrouwen, dat zij door veel uitdrukkingen het
hemelrijkzullen binnengaan, dan door een verdrag met garanties.
Lutherstad Wittenberg




















