HET ONZE VADER - 09
GEBED VAN VERTROUWEN
De vindplaats van materiaal
voor Bijbelstudie, geloofstudie, catechese, school, kring, persoonlijk
geloof, studie thuis, kerk, club, nieuws, godsdienstonderwijs,
zingeving en vooral heel veel mogelijkheden om je Bijbelkennis te
vergroten. Blijf
niet afhankelijk van anderen maar lees zelf de Bijbel. Investeer in
geestelijke rijkdom.
Van harte instemmen: Amen
Wat betekent het woord: Amen?
Amen wil zeggen: het is waar en zeker.
Want God heeft mijn gebed veel stelliger verhoord, dan ik in mijn hart voel dat ik dit van Hem begeer.
| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 |
Bid Amen op het woord van God - Amen op de lof aan God
Amen, dat betekent: het is waar en zeker. Dat gaat over het amen na het gebed.
‘Het is waar en zeker’ - dat is de toon van de hele catechismus.
Ons hele leerboek heeft die stelligheid.
Zondag 1: Hij geeft mij door zijn Heilige Geest zekerheid van het eeuwige leven.
Zondag 7, wat is waar geloof: zeker weten en vast vertrouwen.
Samengevat in de 12 artikelen van ons algemeen en ontwijfelbaar christelijk geloof.
Wat wij geloven is ‘waar en zeker'.
Kun je dat echt met zoveel stelligheid zeggen?
Je kunt dan in ieder geval kritiek verwachten.
‘Jullie christenen weten altijd alles zo goed. Jullie denken zeker de waarheid in pacht te hebben'.
Die kritiek kan ook van binnenuit komen. In je eigen gedachten.
Is het echt allemaal zo zeker?
Hoe overtuigd ben je?
Heb je soms ook neiging om het Catechismus-antwoord wat aan te passen:
waar geloof, dat is op z'n hoogst: er voorlopig maar van uit gaan dat
het zo is, omdat je ook niet goed weet wat je anders moet...
Of het is ‘jouw waarheid, en een ander heeft een andere
waarheid'. Want waarom zou het christelijk geloof waar zijn en dat van
de moslims niet?
Wat is geloven eigenlijk? Geloven is amen zeggen
Dit is eigenlijk een lesje Hebreeuws.
‘Amen' is een Hebreeuws woord, een woord in de bijbelse taal dat gewoon niet vertaald is.
In dat Hebreeuws heb je niet alleen het woord ‘amen' maar ook een
woord dat daarvan afgeleid is. Je zou in het Nederlands zeggen: je hebt
‘amen' en ‘be-amen'.
Dat Hebreeuwse woord ‘be-amen' wordt vertaald met: geloven.
Als er bijvoorbeeld in Genesis 15 staat: Abraham geloofde God, dan
staat er een woord waarin ‘amen' zit. Abraham beaamde God.
En Abraham is dan meteen een mooi voorbeeld.
Abraham had alles achter gelaten. Hij was uit zijn land weggegaan naar
een voor hem onbekend land. Maar hij wist zeker: hier krijg ik een zoon
(terwijl hij en zijn vrouw al behoorlijk op leeftijd waren en z’n
vrouw was onvruchtbaar). Hij wist zeker: uit mijn zoon komt een groot
volk. Dat volk zal in dit land wonen. Het zal zo goed gaan met dat
volk, dat het betekenis krijgt voor alle volken in de wereld.
Dat is nogal wat
Stel dat iemand in die tijd aan Abraham gevraagd had: hoe weet je dat
zo zeker? Bijvoorbeeld iemand van de mensen die daar woonden:
‘wij wonen hier, en ik weet zeker dat mijn nakomelingen hier
altijd zullen wonen, want wij wonen hier al eeuwen. Waar haal je het
vandaan om te denken dat dit land voor jou wordt? Je moet wel een heel
goed verhaal hebben om mij daarvan te overtuigen.’
Had Abraham dan een goed verhaal?
Of stel dat Sara, zijn
eigen vrouw, ‘s avonds in bed aan Abraham zou vragen: man, ik
twijfel zo, hoe weet je nou zeker dat het waar is?
Wat zou Abraham dan kunnen zeggen?
Zou hij dan een heel verhaal gaan vertellen over zijn zekerheid, dat
hij er niet aan twijfelt; dat het misschien wel onwaarschijnlijk lijkt,
maar dat hij er vast van overtuigd is. Zou hij zijn gaan uitleggen hoe
het in de toekomst allemaal kon gebeuren...?
Nee. Abraham had geen goed verhaal.
Abraham had maar één antwoord: de HEER heeft het gezegd
God heeft gesproken. Heb je daar vragen bij? Vraag het maar aan hem -
ik heb het ook niet zelf bedacht. Alle inhoud van wat Abraham gelooft,
komt bij God vandaan. Het was niet zijn waarheid. Abraham heeft niets
zelf verzonnen. Hij heeft alleen geluisterd en gezegd: ja, HEER, u zegt
het. Dus is het waar. Abraham zei alleen maar: Amen.
Dat is geloven
Geloven is niet: een goed verhaal kunnen schrijven en daarmee jezelf en anderen overtuigen.
Geloven is: het hele verhaal van Gód lezen en dan zeggen: amen - ik geloof.
Het is zoiets als de hele bijbel lezen en dan op de achterste bladzijde
je handtekening zetten. Als iemand dan vraagt: wat is je geloof?, kun
je zeggen: hier, de bijbel, dat is wat God zegt. Mijn geloof, dat is
alleen maar dat ik daar amen op zeg.
2 Korintiërs 1
Paulus schrijft daar over Jezus Christus: Hij belichaamt het ja. In hem
worden alle beloften van God ingelost; en daarom is het ook door hem
dat we amen zeggen, tot Gods eer.
Daar staat hetzelfde.
God spreekt. ‘Alle beloften’. Heel veel.
Die komen naar ons toe in Jezus Christus. Christus is Gods grote JA.
Ja, God is genadig, Hij vergeeft.
a, God wil bij mensen wonen.
Ja, God heeft mensen lief.
Ja, God werkt naar een grote toekomst.
Al Gods beloften zijn JA in Jezus Christus.
En door Christus is ons amen.
Meer niet. Alleen maar: amen, wat u zegt, geloven wij.
Geloven is geen overtuiging
Het is niet onze waarheid, tegenover andere waarheden.
Het is alleen maar antwoord geven. Amen, ik geloof.
Dit kan helpen als je last hebt van kritische vragen
Vanuit jezelf of van anderen. Kritische vragen of het allemaal wel
klopt, dat christelijk geloof. Of het niet achterhaald is. Of je het
niet wat moet aanpassen.
Begin dan met deze overtuiging: het is niet míjn verhaal dat ik
moet verdedigen of dat ik misschien moet aanpassen. Het is Gods
verhaal, ik zeg alleen maar amen.
Ik hoef dat niet altijd met
veel overtuiging te zeggen. Soms zeg ik het met heel veel zwakheid, om
wat voor reden ook. Soms vind ik het te moeilijk om het na te zeggen,
maar ik luister en ik zeg: amen. Zeg amen op het woord van God. En zeg
amen op de lof aan God.
Het gaat in Zondag 53 van de Heidelbergse Catechismus over het gebed
De Catechismus legt dus ook het AMEN uit in verband met de verhoring
van het gebed. Dat mag, dat is terecht. Maar de eerste betekenis
van AMEN heeft te maken met de woorden die er vlak voor staan. Van u is
het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid.
Lof aan God. Daar volgt Amen op.
Amen is in de bijbel vaak: meedoen met het eren van God
We lazen een voorbeeld in 1 Kronieken 16.
Priester en levieten zongen de psalmen. Zij hadden de tekst voor zich. Een beamer of een kerkboek hadden ze toen nog niet.
Maar het hele volk antwoordde ‘AMEN’en Prijs de HEER.
Het volk zegt: ja, wij doen mee. Wij prijzen ook de HEER.
Ja, AMEN!
Een ander voorbeeld staat
in het N.T., 1 Kor.14:16, daar laat Paulus merken dat het heel gewoon
is dat de één in de kerkdienst God dankzegt en dat
anderen dat bevestigen met ‘amen’.
Amen is in de bijbel vaak: meedoen met het eren van God
Als u wilt meemaken hoe dat in de praktijk kan, dan moet u een keer
‘s middags om 13.00 uur hier in de kerk komen. Dan hier is de
Mahanaim-gemeente, onze broeders en zusters uit Afrikaanse landen. Zij
doen het heel veel. Tijdens de preek, bij lofprijzing, steeds weer
samen: amen!
In die vorm zullen wij het niet zomaar doen. Maar die inhoud hebben wij ook nodig.
Dat hoort bij de christelijke gemeente. Het persoonlijke amen van het geloof (eerste punt).
Maar ook dat gezamenlijke amen, het meedoen met iemand die God eert. Samen de HEER prijzen.
Luisteren naar iemands verhaal, een gebed, een lofprijzing, en dan zeggen: ja, ik sluit me bij je aan - God is groot, amen!
Ook dat is ‘gemeenschap der heiligen’. Laat daar ruimte
voor zijn, in gesprekken, op visite, tijdens bijbelstudie, en waarom
niet in de kerkdienst: dat iemand vertelt over Gods werk in zijn leven
of iets anders over de grootheid van God. En iedereen luistert en zegt
daarna: amen, halleluja, God is groot.
Nogmaals, de vorm, daar
gaat het me niet om. Maar de inhoud. Niet alleen je persoonlijke
antwoord op God, maar ook het met de anderen mee samen God eren.
Kort, als afsluiting, een toepassing naar de kerkdiensten
Wij zeggen of zingen in de kerk het AMEN. Amen, als antwoord op het woord van God.
Bij de zegen, dan zeggen we het samen, of zingen het. Bij de preek, dan
zeg ik het. Maar u mag het dan ook zeggen. En het is ook niet erg als
de één het wel doet en de ander niet.
We zeggen in de kerk ook
AMEN op de lof aan God. Het amen van ‘ja, ik doe mee’. Bij
de belijdenis van afhankelijkheid, aan het begin.
Bij het gebed. Zeker als een gebed eindigt met lof aan God. Het valt me
op: in vergaderingen hoor je vaak dat er dan ook hardop amen gezegd
wordt, met degene die gebeden heeft mee. Dat mag in de kerk ook best.
Het hoeft niet, het mag wel.
Laten we het maar heel
normaal vinden dat elk amen vanaf de preekstoel overgenomen wordt in de
gemeente. Dan ben je samen bezig in een eredienst aan God.
Hij is dat waard. Hij is de grote God. Aan Hem alle eer.
Want van hem is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, tot in eeuwigheid.
AMEN


















