Goede Vrijdag


Door het jaar heen staan er bijzondere dagen op onze kalender. sinds jaar en dag gaat dat zo. daar ook zo onze aandacht aan besteden. Om je enig houvast te geven op deze site een overzicht van de christelijke feesten. Niet dat ze allemaal even indringend worden gevierd, maar meer dan de moeite waard om er niet alleen mee op de hoogte te zijn maar je ook eens nader in te verdiepen. Hieronder én hiernaast een schat aan informatie. Veel genoegen ermee.

De kerk: plek voor veel vieringen

Schargraven     We houden een behoorlijk aantal christelijke feestdagen. Maar wat houden die dagen eigenlijk in, behalve dat het vrije dagen zijn? Alleen maar recreëren of...?

Deze dagen hebben allemaal gemeen dat ze hun oorsprong vinden in de bijbel. Elke feestdag is gekoppeld aan een gebeurtenis in de bijbel, die voor christenen een belangrijke betekenis heeft. Maar welke gebeurtenis, en dus betekenis, is gekoppeld aan welke feestdag?

Goede Vrijdag

De belangrijkste gebeurtenissen in het Christendom zijn de dood en opstanding van Jezus Christus, de joodse profeet en rabbi die, zo geloven Christenen, de Zoon van God is en wiens leven en leer de basis zijn van het Christendom.
Goede Vrijdag is de vrijdag voor Pasen. Die dag gedenken Christenen de executie van Jezus Christus door kruisiging.

Goede Vrijdag is een dag van rouw in de kerk. Gedurende een speciale Goede Vrijdag dienst overdenken Christenen Jezus' lijden en sterven aan het kruis en wat dat betekent voor hun geloof.

In sommige landen zijn er speciale Goede Vrijdag processies waarin de gang van Jezus naar het kruis gedramatiseerd wordt.

In veel kerken wordt het hele lijdensverhaal tijdens de dienst uit een van de evangelieen gelezen. Soms is er ook een meditatie over de zeven kruiswoorden.
Het opschrift aan het kruis'En Pilatus liet ook een opschrift schrijven en op het kruis plaatsen; er was geschreven: Jezus, de Nazoreeër, de koning der Joden. Dit opschrift dan lazen vele der Joden (veel Judeeërs), want de plaats, waar Jezus gekruisigd werd, was dicht bij de stad, en het was geschreven in het Hebreeuws, in het Latijn en in het Grieks.' (Johannes 19:19-20)

Veel discussie over het kruisopschrift

Het kruisopschrift heeft tot veel discussies aanleiding gegeven in de geschiedenis. In de vier evangeliën wordt er niet precies dezelfde bewoording gegeven. Dat heeft veel aanleiding gegeven tot speculaties. De opmerking dat het geschreven was in drie talen heeft aanleiding gegeven tot verschillende meningen over de gesproken talen in Judea in Jezus' tijd.

Twee adders onder het gras

Met betrekking tot de inhoud van het kruisopschrift zijn er twee adders onder het gras. De ene is: er zijn zoveel verschillen tussen de evangeliën als het gaat om de weergave van de inhoud dat het wel duidelijk is dat daarmee geknoeid is. De adder is hier dat er helemaal niet geknoeid is, omdat de schrijvers alleen het voor hen belangrijke hebben willen vermelden. Zij zijn niet als ambtenaren te werk gegaan om exact op te schrijven wat er op dat bord stond bovenaan het kruis.

De andere adder is als men zegt: De aanklacht 'de Koning der Joden' moet zeker historisch geacht worden, omdat deze gebeurtenis in het brandpunt van de historische werkelijkheid heeft gestaan. De adder hier is, dat het heel geruststellend lijkt dat er een historisch argument wordt gehanteerd om de juistheid van de beschuldiging vast te stellen. Echter als dit de benadering van ons zou zijn, zouden we meteen ook waar die historiciteit niet zo evident is, deze meteen moeten afwijzen. Dit is dan ook schering en inslag in de evangelieënuitleg. Voor een evangelische benadering van de bijbel zijn dit daarom geen bruikbare uitgangspunten.

Wat staat er eigenlijk?

Wij hoeven helemaal niet vast te stellen wat de apostelen geschreven hebben. Zij hebben zich als getuigen van Jezus zeker goed van hun taak gekweten. We hoeven er alleen maar goed naar te luisteren. Laten we maar eens op een rijtje zetten wat de evangeliën hierover hebben opgeschreven.

Matth. 27:37

Marc. 15:26

Luc. 23:38

Joh. 19:19

Aankondiging

Naam

Volksnaam

Beschuldiging

Deze is:

Jezus,

-

de Koning der Joden

-

-

-

de koning der Joden

-

-

-

de Koning der Joden

(is deze)

-

Jezus,

de Nazoreeër,

de Koning der Joden.

Het overzichtje laat zien dat er eigenlijk een grote overeenstemming bestaat. Het is bekend dat de synoptische evangeliën altijd de vrijheid hebben genomen om herhalingen weg te laten en alleen dat wat zij belangrijk vonden voor hun doel opnamen. Hun doel was hier parallel. Ze wilden alleen de aanklacht vermelden, Mattheüs en Marcus zeggen dat ook duidelijk (Matth.: brachten zij op schrift de beschuldiging tegen hem aan; Marc.: het opschrift dat de beschuldiging vermeldde). Lucas zegt: er was 'een' opschrift, daarbij open latend dat er meer opschriften stonden op het bord.

Oudste manuscripten

Lucas heeft nog aan het eind 'is deze'. Dit is te vinden in enige oudste manuscripten, maar de overgrote meerderheid van de tekstvarianten heeft deze toevoeging gewoon niet. Aangezien er volledige overeenstemming bestaat bij alle teksten over het 'Deze is' bij Mattheüs, kan daaruit afgeleid worden dat dit authentiek is en dat 'is deze' aan het slot bij Lucas een stilistische toevoeging moet zijn uit later tijd (vandaar tussen haken in het overzicht), want 'deze is' zal niet twee maal op het bord gestaan hebben. De complete inhoud van het opschrift zal dus geweest zijn:

Volledig

Aankondiging

Naam

Volksnaam

Beschuldiging

Deze is:

Jezus

de Nazoreeër

de Koning der Joden

De volgorde van de drie talen

Tenslotte zegt het Johannesevangelie dat het in drie talen was opgeschreven. Wanneer we aannemen dat het in drie kolommen naast elkaar heeft gestaan op het bord, is ineens niet duidelijk of de Hebreeuwse tekst links of rechts heeft gestaan. Het eerst stond er Hebreeuws volgens Johannes. Maar omdat dat van rechts naar links gelezen wordt, is het het eerste als het rechts staat voor de Judeeërs, maar is het tegelijk het laatste voor de Grieks en Latijn lezende voorbijgangers. Omdat Johannes zo duidelijk zegt dat het Hebreeuws eerst stond, zal dat voor ieder gegolden hebben en kan aangenomen worden dat de regels onder elkaar stonden in die drie talen.
Hoe het eruit gezien moet hebben:

HOUTOS ESTIN (1)
MIDEOHEJAH KELEM IRAZANAH AUHCSEJ
IESUS NAZARENUS REX IUDAEORUM
IESOUS HO NAZORAIOS HO BASILEUS TOON IOUDAIOON
{1} Omdat iedereen Grieks kon lezen, is het aannemelijk dat de Griekse inleiding 'Houtos estin' (Deze is) bovenaan stond en niet ook nog eens stond vertaald in het Hebreeuws en Latijn. Indien dat toch het geval is geweest, zullen deze inleidingen steeds voor de drie opschriften gestaan hebben (Hebreeuws: EOH EZ (spreek uit: zé hoe); Latijn: HIC EST).

De zeven kruiswoorden (LEES HIER MEER)

De zeven laatste woorden die Jezus volgens de evangelien sprak zijn:

"Vader, vergeef hen, want ze weten niet wat ze doen."
(Lukas 23:34)
"Waarlijk, ik zeg jullie, heden zullen jullie met mij in het paradijs zijn."
(Lukas 23 :43)
"Vrouw, hier is je zoon….Hier is je moeder"
(Johannes 19:26)
"Eloi, Eloi, lema sabachthani?"
(Mijn God, Mijn God, waarom heb je mij verlaten?) (Markus 15:34)
"Mjj dorst"
(Johannes 19:28)
"Het is volbracht"
(Johannes 19:30)
"Vader in uw handen beveel ik mijn geest"
(Lukas 23:46)

I-“Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen”. ( Luc. 23, 34 )  “Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen”. Luc. 23, 34 
Deze eerste woorden van Jezus gaan niet over Hem zelf. Niet over wat Hem is aangedaan. Niet over hoe Hij zich voelt, niet over zijn helse pijn in lichaam en ziel. Niet over de geestelijke vernedering. Nee, Jezus eerste woorden komen recht uit zijn hart en vormen een gebed.  Hoe kan het anders in een leven dat vervuld is van de omgang met de Vader? ( Herwi Rikhof )  Het begint met een gebed voor “ze”, voor de soldaten, voor de overheidspersonen, de hogepriesters en Schriftgeleerden, voor het volk. Het is een gebed, gericht tot de Vader, niet om het kwaad te vergelden, maar om vergeving voor hen, “want ze weten niet wat ze doen”. Hoe kan het anders in een leven dat de zorg van de Vader, de menslievendheid van God laat zien. 

Zijn eerste woord is dan ook “Vader”. Zelfs nu, in al zijn ellende, getuigt Jezus hiermee wie Hij is: ‘Zoon van God’. Wat een moed toont Jezus. Om dit woord heeft de Joodse raad immers het vonnis uitgesproken dat Jezus de dood heeft verdiend. ( zie Marcus 14, 61-64 en Johannes 19, 7) Wat een woord van kracht en troost voor hen die vervolgd worden omwille van Zijn Naam. Wat een voorbeeld voor ieder mens die wil getuigen van Hem. Tot het laatst vervult Jezus zijn zending: Laten zien wie de Vader is, een vergevende God. Hij toont ook hier de eenheid met Zijn Vader: Hij schenkt niet eigenmachtig vergeving, maar bidt erom bij de Vader. Jezus Zelf brengt het offer om de verzoening voor de zonden te bewerkstelligen, de Vader mag het offer aannemen en de vergeving schenken. 

Wat een liefde toont Hij. En die liefde vraagt Hij ook aan ieder van ons. 
Dit is mijn gebod, dat jullie elkaar liefhebben, zoals Ik u heb lief gehad. Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden. ( Joh.15,12 – 13)  Maar hoe vaak laten ook wij dat afweten. Hoe vaak slaan wij alsnog een spijker in het kruis. Hoe vaak zijn we ons niet bewust van wat we een ander aandoen, weten ook wij niet wat we doen en geldt ook voor ons wat Paulus schrijft in zijn brief aan de Romeinen: 
Ik begrijp mijn eigen daden niet. Ik doe immers niet wat ik wil, maar wat ik verafschuw. Ik doe niet het goede dat ik wil, maar het kwade dat ik niet wil. Rampzalige mens, die ik ben. Wie zal mij redden van dit bestaan ten dode? God zij gedankt door Jezus Christus onze Heer. ( Rom. 7, 15 + 19 + 24-25 ): 

In het gebed dat Jezus ons geleerd heeft, het ‘Onze Vader’, bidden we elke keer opnieuw:  En vergeef ons onze schuld, zoals ook wij aan anderen vergeven.  Vergeven is onvoorstelbaar moeilijk. Uit onszelf kunnen we dat niet.  Wie anders kan er zonden vergeven dan God alleen? ( Marcus 2, 7b en Luc. 5,21)  Vergeven maakt het hart ruim; het maakt plaats voor anderen. De eerste kruiswoorden van Jezus getuigen hiervan. Heel zijn leven heeft Hij het voorgehouden: Bij God is vergeving mogelijk, mag je opnieuw beginnen. In de tijd van het Oude Testament gold ‘een oog voor een oog, een tand voor een tand’. Maar Jezus heeft gezegd: Beantwoord kwaad niet met kwaad. Als iemand je een klap op je rechterwang geeft, houd hem dan ook de linker voor. ( naar Matteüs 5, 39) 

Onze natuurlijke neiging echter is het kwaad te vergelden, geweld te beantwoorden met geweld. Maar we moeten gaan beseffen dat alleen vergeving de spiraal van geweld kan breken. Iemand moet als eerste vergeving schenken. Jezus brengt de mensen bij de Vader en bidt om vergeving voor hen die niet weten wat ze doen. Hij vraagt aan ieder van ons Hem te volgen, ook in de kunst van het vergeven. 

Vergeven is een bloem die in je groeit, maar die je niet zelf hebt gezaaid. Die je niet eens kunt zaaien. Vergiffenis is een plant die God alleen wasdom schenkt. Omdat ze zo goddelijk is, is ze ook verruiming van het hart. Ze is geen product of vrucht, ze is een nieuwe schepping. (Kardinaal Danneels, 7 kruiswoorden)  Laten we dit eerste kruiswoord biddend afsluiten met een psalm van David (naar psalm 51, 12-15): 

God, herschep mijn hart, maak het zuiver, maak mijn geest, diep in mij, standvastig; Stuur mij niet van U weg, blijf mij bezielen Hergeef mij het geluk om uw heil, laat bereide gezindheid mijn kracht zijn: Want dan wijs ik verdoolden uw wegen, schuldigen vinden de weg naar U terug.  II “Voorwaar, Ik zeg u: Vandaag nog zult u met mij zijn in het paradijs.” Luc. 23, 4


II-Voorwaar, Ik zeg u: Vandaag nog zult u met mij zijn in het paradijs. ( Luc. 23, 43 ) 

Bij het voorbereiden van dit kruiswoord heb ik moeten denken aan woorden van onze pastoor Kolkman, die hij meer dan eens geuit heeft:  We weten niet hoe God werkt, wij kennen zijn grote liefde, zijn grote barmhartigheid niet echt. We weten niet waarom de ene mens zijn of haar weg met God gaat en de andere niet. Maar God laat ons nooit los en ik geloof dat ieder mens in zijn leven voor Christus komt te staan, al is het in de laatste minuut van zijn leven. En dat Christus dan vraagt: Houd je van Mij? En als je Jezus dan aankijkt en voor Hem kiest, dat Hij je naar zich toe zal trekken. Jezus geeft je altijd weer een kans.  En dat is nu precies wat er hier op Golgotha gebeurt. In het evangelie van Matteüs en Marcus kunnen we lezen dat beide rovers, die met Jezus gekruisigd worden, de een rechts, de ander links van Hem, meedoen met het bespotten van Jezus. Ook zij voegen Hem beschimpingen toe. En dan klinkt daar de stem van Jezus: “Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen”. De rovers zien Jezus en ook zij horen deze woorden. Ook zij weten niet wat ze doen. Jezus bidt dus ook voor hen. En zoals zo vaak mensen die Jezus tijdens zijn openbare leeftijd ontmoet en gehoord hebben door Hem geraakt zijn waardoor er een ommekeer bij hen plaatsvindt, zo wordt ook de ene rover geraakt. In deze man vindt het wonder van de bekering plaats, op het moment dat hij zich op het absolute dieptepunt van zijn leven bevindt, letterlijk de dood in de ogen ziend, geen uitzicht of hoop hebbend. Deze man ziet en hoort. Hij “weet” nu, al zal hij dat op dat moment waarschijnlijk niet echt beseffen. Hij keert zich om en iedereen mag het weten. Hij wil bij Jezus horen. Hij neemt het voor Hem op. Hij erkent hardop dat hij fout is geweest. 

Wij krijgen wat we door onze daden verdiend hebben; maar Hij heeft niets verkeerds gedaan.  En hij, die eerst heeft mee gehoond, wendt zich nu tot Jezus, vertrouwt zich aan Hem toe. Van spotter wordt hij een biddend mens: Jezus, denk aan mij, wanneer U in uw koninkrijk gekomen bent. Hij moet de liefde van Jezus gevoeld hebben. Hoe kan het anders dat hij Jezus aanspreekt bij zijn naam. Hij is nu letterlijk en figuurlijk dicht bij Jezus. Hij eist niets, hij vraagt slechts ‘denk aan mij’. Denk niet nu aan mij maar straks, in uw koninkrijk, als U thuis bent bij de Vader. Denk aan mij, niet op mijn tijd, maar op Uw tijd. 

En wat doet Jezus? Wat Hij altijd doet: Hij luistert en geeft antwoord! Vandaag nog zult u met Mij zijn in het paradijs. Wat een omwenteling. Wat een geschenk aan een man die daarnet nog helemaal geen uitzicht had. Jezus gedenkt niet, maar geeft, veel meer zelfs dan gevraagd wordt. Jezus geeft altijd in overvloed. Zo ook nu. Jezus geeft de man het nieuwe leven, niet voor eventjes, maar voor altijd. Hij hoeft niet te wachten, hij mag nog vandaag gelukkig worden, bij Hem in het paradijs. Jezus, de goede Herder, sluit het verloren gewaande schaap in zijn armen en neemt hem mee. Zelfs nu, terwijl Jezus toch zijn handen vol heeft aan eigen ellende, denkt Hij niet aan zichzelf. Hij ziet om naar zijn naaste, hangend aan het kruis. Hij gaat niet aan hem voorbij. 

Jezus vraagt ook aan ieder van ons om naaste te worden. Hoe? Herwi Rikhof verwoordt het zo: 
Naaste ben je niet, naaste wordt je, telkens opnieuw als je hulp biedt, telkens opnieuw als je hulp vraagt. Alleen zo kan het koninkrijk van God komen, wanneer mensen naasten worden, wanneer mensen God naaste laten worden, God hulp bieden, God hulp vragen.‘Uw rijk kome’.  Zo gebeurt het ook op het kruis. Niets kan Jezus ervan weerhouden de uitgestoken lege hand van de rover te vullen, en hoe: Vandaag nog zult u met Mij zijn in het paradijs, in mijn Rijk. Wat een belofte, ook voor ons! Het tweede kruiswoord mogen we dan ook wel zien als de meest hoopvolle zin uit heel het evangelie. Want Jezus luistert ook naar ons, naar ons bidden, ons vragen, ons smeken. Hij ziet naar ons om, ook naar onze ellende in de wereld van vandaag, ziet onze onmacht. Hij vergeeft ook ons en biedt ook ons het uitzicht eenmaal bij Hem in zijn Rijk te mogen zijn. Hoe we ook zijn, wat we ook doen, we mogen ons telkens opnieuw aan Hem toevertrouwen, naar Hem opzien. Hij zal ons naar zich toetrekken, want Hij geeft zijn leven, ook voor u en mij. 

III “Vrouw, zie daar uw zoon. Zie daar uw moeder.” ( Joh. 19, 26 b + 27 a) 
Toen Jezus zijn moeder zag en naast haar de leerling die Hij liefhad, zei Hij tot zijn moeder: Vrouw, zie daar uw zoon. Vervolgens zei Hij tot de leerling: Zie daar uw moeder. ( Joh. 19, 26 -27 )  Ook bij dit kruiswoord zwijgt en spreekt Jezus. Hij zwijgt voor de derde keer over Zichzelf, terwijl de last toch steeds ondraaglijker wordt. Hij zwijgt, terwijl er voor Hem vanuit menselijk oogpunt een kans voor eerherstel ligt. Zijn moeder weet immers dat Hij hier onterecht hangt. Zij weet dat Hij de Zoon van God is, dat Hij de waarheid heeft gesproken. Maar Jezus zwijgt. Hij vraagt niets, geeft geen teken. Hij drinkt de beker, alleen. Hij wil voltooien. Maria zwijgt ook. Zij volgt haar Zoon en lijdt eveneens. Ongetwijfeld zal zij alles in haar hart bewaren. 

Voor Jezus blijft gelden: Niet Mijn wil, maar Uw wil geschiede. Uw wil geschiede, woorden uit het ‘Onze Vader’, woorden die Jezus ons geleerd heeft. Hij leeft ze ook nu voor: 
Want Hij leerde ons in de eerste drie beden van dit gebed om niet voor onszelf te bidden, maar van onszelf af te zien en het oog te richten buiten onszelf: “Uw rijk kome, Uw wil geschiede, Uw naam worde geheiligd” en dan pas te bidden voor onze eigen noden:  “Geef ons heden ons dagelijks brood …..” ( bron: Het is volbracht. Ds. J.J. Poort)  En terwijl Jezus daar zwijgend aan het kruis hangt, ziet Hij zijn moeder, ziet Hij de leerling die Hij liefheeft en die volgens de traditie de jongste is. De zuster van zijn moeder, Maria de vrouw van Klopas en Maria Magdalena staan erbij. Ook zij die niets van Hem willen weten en hem honen zijn er nog. Soldaten dobbelen om zijn kleding. En Jezus spreekt. Hij richt zich nu tot hen die Hem zo dierbaar, zo nabij zijn, van wie Hij zoveel houdt: Tot zijn moeder en de leerling die ook van Hem houden. Tot zijn moeder, die tegen de engel haar jawoord heeft uitgesproken: 

Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord.  En die van de oude Simeon te horen heeft gekregen:  En uw eigen ziel zal door een zwaard doorboord worden.  Tot de leerling, die alles heeft achtergelaten en gehoor heeft gegeven aan Zijn oproep:  “Kom en volg Mij”.  Beide zijn Hem tot hier gevolgd. Ze staan onder het kruis, met pijn in hun hart, en horen:  Vrouw, zie daar uw zoon. Zie daar uw moeder.  Jezus vraagt niet of ze naar Hem willen kijken, maar geeft hen de opdracht naar elkaar te kijken. Jezus, in al zijn smart, heeft opnieuw zorg voor de ander en geeft. Jezus spreekt hier met gezag. Hij geeft Maria en Johannes aan elkaar. En zij aanvaarden: 
En vanaf dat ogenblik nam de leerling haar bij zich in huis. ( Joh. 19, 27b ) 

Overal waar iets tot leven komt, hoort een moeder. Maria is erbij op de bruiloft te Kana, als Jezus zijn eerste wonder doet en de leerlingen voor het eerst beginnen te geloven. Hier, onder het kruis wordt de Kerk geboren. En Maria is erbij. Zij krijgt een nieuwe taak, zij wordt moeder van de Kerk. In Johannes vertrouwt Jezus de zijnen, die de Vader Hem heeft gegeven, de ontelbare kinderen, aan Maria toe. Vanaf nu zijn Maria en de Kerk niet meer uit elkaar te halen. Maria, moeder van de Kerk. Wat Jezus, Gods Zoon, hier bindt zal geen mens ooit nog kunnen scheiden. 
Jezus geeft, uit liefde. Hij houdt niets voor Zichzelf. Maria zal vruchtbaar zijn voor alle tijden en voor alle christenen. Zij zal alle kinderen bij Hem brengen. Maria wil ook de moeder zijn van u en mij en eenieder leiden op de weg naar haar Zoon. 
Laten we bidden: 

Mogen wij, net als Maria en Johannes, onze ogen openen en opzien naar Hem. Mogen wij, net als Maria en Johannes, de Liefde met een hoofdletter zien. Mogen wij, net als Maria en Johannes, luisteren naar Hem en elkaar dienen, er zijn voor de ander. Mogen wij in al ons doen en laten de wil van de Vader volbrengen.  

IV “Ik heb dorst.” Johannes 19, 28 
Jezus ondergaat een langzame dood, eerst uitgescholden en bespot, dan tot bloedens toe geslagen en verward, doornen takken en spijkers dringen in zijn lichaam, uitputting wacht Hem op het kruis. Zijn lichaam schreeuwt om drinken. 
“Zalig die hongeren en dorsten naar gerechtigheid”, had Jezus gezegd op de berg bij het meer van Galilea in het begin. ( zie Matteüs 5, 3-12 ) “Ik heb dorst”, zegt Hij nu op Golgotha, de heuvel bij de stad, aan het eind. 
Jezus wist dat nu alles volbracht was. Hij zei: “Ik heb dorst”. Zo ging de Schrift in vervulling. 
Er stond daar een kruik met zure wijn. Ze maakten er een spons mee nat, staken die op een hysoptak en brachten de spons aan zijn lippen ( Joh. 19, 29) 

Jezus’ woorden hebben een dubbele betekenis. Het gaat niet alleen over onze menselijke dorst maar vooral over God die dorst heeft. Als God mens wordt, is dat niet omdat Hij dorst naar water, maar omdat Hij “dorst” naar ons. Het is wonderlijk hoe vaak de Schrift spreekt over Gods dorst naar ons, lang voordat wij dorstten naar Hem. God is niet alleen de bron waaraan wij mogen drinken, maar Hij is ook de dorst. Hij verlangt naar ons opdat wij ook verlangen naar Hem. Hij die de bron is, is zelf de dorstige geworden en Hij die water geeft, moet er nu zelf om vragen. Had Jezus niet in dezelfde zin tot de Samaritaanse vrouw bij de put van Jacob gesproken over het levende water. Jezus begint het gesprek met de vraag: “Geef mij te drinken”. ( Joh. 4, 7 ). Later legt Hij de vrouw uit, dat zij dit aan Hem had moeten vragen. Hij immers heeft ‘levend’ water aan te bieden waarvan je nooit meer dorst krijgt, water dat in je binnenste een nieuwe eigen bron wordt die blijft stromen en zo eeuwig leven garandeert. 

De Samaritaanse vrouw heeft niet half begrepen wat Jezus bedoelt, maar is toch al gauw geneigd heel haar vertrouwen aan Jezus te geven. Zij zegt: “Heer, geef mij van dat water...”. ( Joh. 4, 15 ) en er is niets meer nodig om heel haar leven de revue te laten passeren. De vrouw is blij dat ze haar onmacht en tekortkomingen bij iemand kwijt kan die daar iets deugdelijks tegenover weet te stellen. Het water dat Jezus geeft, is het geschenk van het eeuwige leven. Degenen die Jezus’ leer volgen, zullen nooit meer dorst hebben naar geestelijke vervulling. 
Hoe staat het met onze relatie tot Jezus? Hij kent al onze zonden, onze zwakheden, onze eenzaamheid en pijn, onze afwijzingen, onze oordelen en vernederingen. Hij weet hoe wij ernaar snakken bemind en gekoesterd te worden. Maar denken wij ook aan hem? Zijn we ons ervan bewust dat wij altijd bij hem mogen komen met al onze onvolkomenheden. Jezus houdt van zondaars! Hij dorst naar zondaars! 

Ik sta voor de deur en Ik klop. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij hem binnenkomen en we zullen eten, Ik met hem en hij met Mij. ( lezen we in Op. 3,20 ). Hij wil dat wij weten dat wanneer wij Hem uitnodigen Hij altijd komt. Stil en ongezien komt Hij, maar met oneindige kracht en liefde terwijl Hij de vele gaven van zijn Geest meebrengt. Hij komt met Zijn Genade en met het verlangen ons te vergeven en te genezen. Hij dorst naar ons zoals wij zijn. Wij hoeven niet te veranderen om in zijn liefde te geloven want het zal ons geloof in Zijn liefde zijn dat ons zal veranderen. Als wij dit moeilijk kunnen geloven laten wij dan kijken naar het kruis, naar Zijn hart dat werd doorstoken voor ons. Hebben wij zijn kruis niet begrepen? Laten wij dan luisteren naar de woorden die Jezus daar sprak – omdat zij duidelijk zeggen waarom Jezus dit alles voor ons heeft doorstaan. “Ik heb dorst”. 

Rond het middaguur viel er duisternis over het hele land, die drie uur aanhield. Aan het einde daarvan, in het negende uur, gaf Jezus een schreeuw en riep luid: “Eli, Eli, lema sabachtani?” Dat wil zeggen: “Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?” 

Jezus gebruikte in dit kruiswoord niet de geijkte Hebreeuwse tempeltaal maar het Aramees, de taal van 
het gewone volk. Onvertaald heeft de evangelist deze woorden overgenomen. Iedereen moet het weten! ( Matteüs 27, 46 / Mc. 15, 34 ) Dit is de mysterieuze uitroep van God die Zich door God verlaten voelt. Op het hoogtepunt van zijn leven wordt Jezus verraden, de zijnen hebben Hem in de steek gelaten, en nu is God -Degene die Hij Abba, Vader noemde – ook nog stil. De Zoon voelt de leegte van zijn afwezigheid, en verliest het gevoel van zijn aanwezigheid. De onwankelbare zekerheid nooit alleen te zijn (Joh. 8, 29), altijd door de Vader gehoord te worden (Joh. 11,42), een instrument van zijn wil te zijn (Joh. 8, 28), maakt plaats voor een angstige smeekbede. Aan het kruis is de band die Hem met God verenigde niet langer zichtbaar voor Jezus. 

Het lijkt wel of dat wat voor Hem het meest wezenlijke is, zijn innige vereniging met de Vader, verduisterd is, en wel zozeer dat Hij Zich niet langer Zoon voelt. Dit is de meest
wanhopige verlatenheid die Hij ooit in zijn leven ervaren heeft. 

En dan Maria, de moeder van Jezus. Hoe oneindig verlaten zal zij zich gevoeld hebben? Toen zij bij de boodschap haar fiat uitsprak, wist zij niet wat dit antwoord inhield. Zij kon de verschrikkelijke draagwijdte niet vermoeden van het avontuur dat haar wachtte. Zij had geen overzicht over het offer dat zij in haar ja aan God bracht. Slechts geleidelijk, al naargelang de gebeurtenissen plaatsvinden, ontdekt ze de omvang en de zwaarte van haar eerste antwoord. Onder het kruis bereikt haar ja zijn uiterste grenzen, of liever, alle grenzen worden doorbroken. Zij wordt ondergedompeld in een oceaan van smart. Elke smart in Zijn lichaam voelt zij in haar hart. En wanneer uiteindelijk zijn hart met een lans doorboord wordt, begrijpt zij de profetie van Simeon over het zwaard dat door haar hart zal gaan. Zij lijdt niet alleen omdat ze haar Zoon ziet lijden, maar ook omdat zijzelf, zoals Jezus, door een oneindig verlies wordt getroffen. Zij lijdt omdat zij Jezus door zijn Vader verlaten ziet, en zij lijdt omdat zijzelf een soortgelijke verlatenheid doormaakt. 

Wij allen maken momenten van verlatenheid mee. Er zijn tijden dat wij ons onbegrepen voelen, teleurgesteld, verraden. We voelen ons gebrek aan kracht en onze eenzaamheid wanneer wij voor opdrachten staan die groter zijn dan wijzelf. Wij bidden maar voelen Gods’ aanwezigheid niet. Waarom toch natuurrampen, honger, oorlog. Vluchtelingen en ontheemden. Duizenden gevangen zonder naam, duizenden cellen zonder nummer. Hoe verlaten zullen zij zich voelen? En denken we in het bijzonder, juist in deze Veertigdagentijd, aan de meest verlaten zielen in het vagevuur, voor wie niemand bidt. 
En toch…..al gaan wij door diepe dalen….. God is ons altijd nabij. Christus heeft die verlatenheid door Zijn kruisdood weggenomen. Voor altijd. Voor wie in Hem gelooft. Wij zijn nooit meer alleen. 

Laten wij bidden met een psalm van David (22. 2-6) 
Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten? Ik schreeuw om hulp, maar U bent zo ver weg. Dag en nacht roep ik,
maar U, mijn God, antwoordt niet, voor mij hebt U geen aandacht. U bent toch de heilige God, Israël brengt U hulde, zonder ophouden. Onze voorouders hebben op U vertrouwd en U hebt hen gered. Zij riepen Uw hulp in en ontkwamen aan de dood., Zij vertrouwden op U en werden niet teleurgesteld.  

VI “Het is volbracht.” Joh. 19, 30a  

En dan zegt Jezus het hardop, opdat allen mogen weten: Het is volbracht. Heel zijn leven heeft Hij geleefd voor “Zijn uur”. Geboren in de stal van Bethlehem, met Jozef en Maria gevlucht naar Egypte, teruggekeerd naar Nazareth, alwaar Hij tot zijn 30e jaar in de beslotenheid van het gezin heeft gewoond. In die zogenaamd stille jaren heeft Hij al mogen toegroeien naar dit uur. Aan het begin van zijn openbare leven, bij de bruiloft te Kana, zegt Jezus tegen zijn moeder: 
Nog is mijn uur niet gekomen. ( Joh. 2, 4b)  Nee, daar staat Hij nog aan het begin van de daadwerkelijke uitvoering van Gods plan met mensen. Hij heeft nog veel te doen, eer “Zijn uur’ gekomen is. Hij geneest zieken, Hij doet ons de Vader kennen, verkondigt de Blijde boodschap. Hij leert zijn leerlingen al datgene wat ze straks zullen moeten gaan doen, bereidt hen voor op “Zijn uur”, maar bovenal leeft Hij voor “Zijn uur”. Hij leeft voor het uur waarover Hij aan Nicodemus heeft verteld: 

De Mensenzoon moet omhoog geheven worden, zoals Mozes eens de slang omhoog heeft gehouden in de woestijn, opdat eenieder die gelooft in Hem eeuwig leven zal hebben. Zozeer immers heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat alwie in Hem gelooft niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben. God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gezonden om de wereld te oordelen, maar opdat de wereld door Hem zou worden gered. ( Joh. 3, 14-17)  Deze woorden maken Gods plan duidelijk. Al direct na de zonde van Adam en Eva, heeft God Iemand beloofd die het weer goed komt maken, Iemand die de ontstane kloof tussen de mens en God zal overbruggen. Wie, en hoe en wat? Geen mens heeft het geweten, geen mens heeft het kunnen vermoeden, geen mens heeft het kunnen bedenken.
Het verlossingsplan komt geheel van Gods kant. Een plan van onbaatzuchtige Liefde. God heeft het initiatief genomen, zoals Hij altijd gedaan heeft en nog steeds doet. Hij stuurt zijn Zoon, geeft Hem de opdracht op zoek te gaan naar de verloren schapen, naar hen die Hij geschapen heeft naar Zijn beeld en gelijkenis, naar ons mensen. Hij stuurt zijn Zoon, die zoals Paulus later zal schrijven, Zichzelf geeft als losprijs voor velen. Waarom? Omdat God als een echte Vader van al zijn kinderen houdt en hun heil op het oog heeft. 

En Jezus weet. Hij weet dat Hij alles wat de Vader Hem heeft opgedragen, en wat profeten hebben voorspeld, heeft gedaan. Hij heeft de wil van de Vader tot de laatste seconde gedaan. 
Dat alles is gebeurd opdat de Schrift zou worden vervuld. En daarom kan Hij, nu zijn leven op aarde ten einde loopt, zeggen: Het is volbracht. De schuld is ingelost, de kloof is overbrugd, het kwaad overwonnen, de weg naar de Vader is open. Het werk is voltooid. 

Maar waar blijkt dat uit? Immers, het kwaad in de wereld is nog steeds niet verdwenen. Niet overal heerst vrede. En wij werken er, al dan niet bewust, elke dag aan mee. We hoorden het bij het eerste kruiswoord. Wat is er dan veranderd? Dat Jezus door zijn gehoorzaamheid tot de dood aan het kruis de wereld heeft herschapen. Hij is de Eerste van de nieuwe schepping, de nieuwe Adam. Anderen mogen volgen. Wij mogen volgen. Hij heeft de hemel voor u en mij verdiend. Wij kunnen ons zelf niet verlossen. En het hoeft ook niet want dat heeft Jezus gedaan in “Zijn uur”. En wij? Leven wij net als Jezus voor “ons uur”, het uur waarin wij Hem mogen ontmoeten en het nieuwe leven binnengaan? 

Laten wij bidden:  Jezus, Dank U voor zoveel Dank U dat U alles verdragen hebt, Dank U voor Uw standvastigheid, Uw uithoudingsvermogen. Dank U dat U alles voor ons heeft volbracht. Uw kruis is bron van hoop. Uw kruis is bron van leven. Wil met ons de weg gaan tot in het uur van onze dood. Wees ons nabij, dichter dan wij ons zelf nabij zijn.

VII “Vader, in Uw handen beveel Ik mijn geest.” Lucas 23, 46 
Wetend dat nu alles is volbracht, bidt Jezus uit de grond van zijn hart, met luider stem. Hij bidt met woorden uit psalm 31: Vader, in Uw handen beveel Ik mijn geest. Met luider stem, want ieder mag het horen. 
Opnieuw mag ieder het woord ‘Vader’ horen. Was het de eerste keer een bidden voor “ze”, nu is het een gebed tussen Jezus en de Vader. Er zit niets of niemand meer tussen. Het is de ultieme laatste daad, een gebed van overgave waarin we mogen horen hoe Jezus Zichzelf uit handen geeft, hoe Hij Zichzelf in de handen van de Vader geeft. Hoe waar worden hier zijn woorden:  Ik geef mijn leven voor de schapen. Hierom heeft de Vader Mij lief, omdat Ik mijn leven geef, om het later weer terug te nemen. Niemand neemt Mij het af, maar Ik geef het uit Mijzelf. Macht heb Ik om het te geven en macht om het terug te nemen:  dat is de opdracht die Ik van mijn Vader heb ontvangen. (Joh. 10, 15b + 17-18) 
I

k wil graag woorden van Herwi Rikhof hieraan toevoegen:  Mijn Geest. Wat Jezus gekregen heeft, geeft Hij nu terug, maar niet leeg, niet ongeopend, ongebruikt, maar vervuld van zijn leven. Mijn Geest. Jezus geeft terug wat Hij gekregen heeft, opdat de Vader die Geest kan zenden, de geest van kindschap kan uitstorten in onze harten, opdat die Geest in ons kan bidden: Abba, Vader. Onze Vader 
Jezus zegt: In uw handen Hij geeft Zichzelf uit handen aan de Vader, en de Vader vangt Hem in zijn handen op. Het zijn Gods handen, dezelfde handen die ook ons willen opvangen, die ons willen dragen. Onze namen staan immers geschreven in Zijn hand. Hij kent ons, hij kent ons hart, hij kent onze vreugde, maar ook ons verdriet. Maar willen wij ons laten dragen door Hem? 

Jezus liefde is oneindig groot. Op het kruis is Hij tot het uiterste gegaan, heeft Hij zijn liefde aan ons betoond. 
Temidden van de dood, ontspringt het leven:
De grafsteen is een vuursteen waaruit de vonk van eeuwig leven wordt geslagen. Middenin de dood komen wij tot leven. ( Kardinaal Danneels) 
Zie hier dit kostbaar kruis, boom die leven geeft, Het teken van ons heil, vrede die geneest. ( woorden uit de Kruishymne, CD ‘In vuur en vlam’) 

En zie hoe alles direct vrucht draagt. Nauwelijks heeft Jezus zijn geest in de handen van de Vader gelegd, of de Geest wordt in volheid aan ons gegeven. Na alle spot en hoon, klinkt de eerste geloofsbelijdenis al, afkomstig van de honderdman: 
Waarlijk, deze mens was een Zoon van God. ( Marcus 15, 39b)  Jezus, geheel God en geheel mens.  Nu de adem van dé Mens is teruggekeerd naar de Schepper, komt de verlossende Adem Gods over de wereld. ( Kardinaal Danneels)  Jezus liefde is oneindig groot. Maar wat doen wij? Beantwoorden wij zijn liefde? Durven wij zijn weg te gaan? Durven wij ons leven aan te bieden? 

Jezus heeft gezegd: Ik ben met u, alle dagen. Hij gaat met ons mee en Hij nodigt ons uit. Mogen u en ik ons laten bezielen door zijn Geest, zijn vuur dat door de wereld zal blijven gaan, opdat ook wij op het einde van ons leven durven zeggen: ‘Vader, in Uw handen beveel ik mijn geest’. 
 

Vertel het aan de kinderen - Jezus droeg onze straf

God had al heel lang geleden aan Adam en Eva beloofd dat er eens IEMAND geboren zou worden, die al het kwaad zou overwinnen. En wat God belooft, dat doet Hij ook. Weet je wie God naar deze wereld heeft gezonden om alle mensen weer te bevrijden van het kwaad? Dat is Jezus, Zijn eigen Zoon. Als het Kerstfeest is dan denken we aan de geboorte van Jezus. Hij is als een klein kindje op deze aarde gekomen en Hij had net als jij een vader en een moeder. Maar Jezus was geen gewoon kindje hoor, Hij was de Zoon van God. Hij kwam uit de Hemel naar deze aarde voor jou en voor mij en voor alle mensen op de hele wereld.

Door het kwaad dat in de wereld was gekomen, konden we niet meer zo dicht bij God leven, zoals Adam en Eva in het Paradijs. Daarom stuurde God Zijn Zoon naar deze aarde om het kwaad te overwinnen en de straf daarvoor te dragen. Zoveel houdt God van alle mensen op de hele wereld. Door Jezus zouden wij weer heel dicht bij God de Vader kunnen komen.

Jezus heeft heel veel mooie dingen gedaan toen Hij hier op aarde leefde. Hij maakte zieke mensen beter en Hij deed alleen maar goede, mooie dingen. Als je naar Jezus keek, kon je zien wie God was. Als je in Zijn ogen keek zag je alleen maar Liefde voor de mensen om Hem heen. Hij hield veel van alle mensen en wilde alleen maar het goede voor hen. Het was fijn om dicht bij Hem te zijn en naar Hem te luisteren als Hij vertelde over Zijn Vader God, in de Hemel.

Maar niet iedereen was daar blij mee. Er waren hele knappe mannen, die dachten dat ze alles wisten van de Bijbel. Sommigen van hen waren Farizeeën en Schriftgeleerden, ze konden hele stukken uit de Bijbel zo maar uit hun hoofd opzeggen. Als ze gingen bidden deden ze dat op de hoeken van de straten, zodat iedereen het kon zien. Ze vonden zichzelf heel knap en belangrijk en keken neer op mensen die arm waren en anders waren dan zij.

Jezus niet, Hij was juist heel anders. Hij hield van mensen die arm waren en van zondaren, dat zijn mensen die weten dat ze soms verkeerde dingen doen. Eigenlijk zijn we dat allemaal, want we doen allemaal wel eens verkeerde dingen. En toch houdt God heel veel van ons en wil Hij graag onze Hemelse Vader zijn. Maar Hij vindt het niet fijn als wij verkeerde dingen doen, daar wordt God verdrietig van. Maar Jezus wil onze Vriend zijn en ons helpen om voor het goede te kiezen.

Alleen de Farizeeën en Schriftgeleerden, zo heten die knappe mannen, dachten dat ze nooit iets verkeerd deden. Zij waren eigenlijk jaloers op Jezus, want er waren altijd veel mensen bij Jezus om naar Hem te luisteren. Maar die knappe mannen wilden helemaal niet naar Jezus luisteren, zij dachten dat ze alles zelf wel konden. Ze geloofden ook niet dat Jezus de Zoon van God was en ze hadden Hem helemaal niet nodig. Daarom verzonnen zij en nog meer Joodse leiders van het volk, een plan, een heel wreed plan.

Ze wilden Jezus gevangen laten nemen en Hem vals beschuldigen, zeggen dat Jezus dingen had gedaan die Hij helemaal niet had gedaan of gezegd. Ze namen Jezus gevangen en sleepten Hem voor de rechter, dat was Pilatus, een Romeinse stadhouder. De Romeinen waren de baas over het Joodse volk, dat was het volk waar Jezus bij hoorde. Jezus was ook een Jood. De Joden moesten precies doen wat de Romeinen zeiden en dat was helemaal niet leuk. Maar nu vonden de Joods leiders het wel fijn dat er een Romeinse stadhouder was. Ze hoopten dat hij Jezus zou straffen en daarom vertelden ze allemaal leugens over Jezus. Maar Pilatus zag wel dat Jezus helemaal geen misdadiger was, Hij vond helemaal geen kwaad in Jezus. Daarom wilde Hij Jezus vrij laten, maar de Joden wilden dat niet. "Kruisig Hem, kruisig Hem" riepen ze en ze begonnen steeds harder te roepen en elkaar op te hitsen.


Het was bijna feest in Jeruzalem. De Joden dachten terug aan een periode heel lang geleden, toen God Zijn volk bevrijd had van hun vijanden, de Egyptenaren. Nu was het de gewoonte dat rond die tijd een gevangene vrijgelaten werd. "Weet je wat", dacht Pilatus, "ik zal een echte misdadiger naast Jezus zetten en dan vragen, wie ik vrij moet laten. Dan kiezen ze vast voor Jezus". Want die gevangene was een echte misdadiger, een moordenaar. Eigenlijk had Pilatus Jezus vrij moeten spreken als een eerlijke rechter. Maar Pilatus was een beetje bang voor de Joden, dat durfde hij niet. En de Joden bleven joelen en schreeuwen: "Laat BarAbbas los, laat BarAbbas los", zo heette deze misdadiger. "Dan moeten jullie het zelf maar weten", zuchtte Pilatus. Dan is het jullie schuld dat Jezus gekruisigd moet worden. Ik kan er niets aan doen, want volgens mij heeft hij niets verkeerd gedaan".

Dan geeft Pilatus Jezus over aan de Joden en aan de soldaten en zij nemen Jezus mee. Ze bespotten Hem en slaan Hem en doen Hem veel pijn. Maar Jezus wordt niet boos, Hij kijkt hen alleen heel verdrietig aan en zegt helemaal niets terug.
Daar gaat Jezus tussen de soldaten in met allemaal joelende, schreeuwende mensen om Hem heen, die lelijke dingen tegen Hem zeggen. Hij draagt een heel groot kruis op Zijn rug, want daar moet Hij straks aan hangen. Dat is de straf die Jezus moest dragen en die Hij niet had verdiend. Onderweg valt Jezus bijna, Hij is zo moe en ze hebben Hem zo veel pijn gedaan, Hij kan het kruis bijna niet meer dragen. De soldaten laten een man, die toevallig langs komt, het kruis voor Jezus dragen. Zijn naam was Simon van Cyrene.



Toen kwamen ze buiten de stad Jeruzalem bij een heuvel, Golgotha. Daar werd het kruis in de grond geslagen en Jezus werd er aan gehangen. Aan iedere kant van Hem werd nog een kruis neergezet en daar werden 2 moordenaars aan gehangen. Zij hadden echt straf verdiend en hadden vreselijke dingen gedaan. Maar Jezus had nooit iets verkeerd gedaan, Hij had alleen maar goede en mooie dingen gedaan. Toch hing Hij daar aan het kruis en droeg daar de straf voor alle verkeerde dingen van alle mensen op de hele wereld. Dat wilde Jezus zelf, zoveel houdt Hij van ons allemaal. En één van de moordenaars, die naast Hem hing, riep: "Haha, als je de Zoon van God bent, kom dan van dat kruis af". Maar de andere moordenaar zei tegen hem: "Hoe durf je zoiets te zeggen. Deze man heeft helemaal geen kwaad gedaan. Wij wel, wij hebben straf verdiend". En hij smeekte Jezus: "Wilt U aan mij denken als U straks in Uw koninkrijk komt". En Jezus keek Hem vol Liefde aan en zei: "Jij zult vandaag met Mij in het Paradijs zijn". Ook nu, terwijl Jezus zoveel pijn leed en heel erg verdrietig en alleen was, dacht Hij nog aan een ander. Hij beloofde de moordenaar zoiets moois, omdat deze man spijt had van alle boze dingen die hij had gedaan.

En toen, midden op de dag, terwijl de zon zo fel had geschenen, werd het donker. Jezus hing daar, alleen en verlaten, van mensen en van God. Dat was het allermoeilijkste voor Hem en toch wilde Hij daar hangen en de straf dragen, die nodig was voor ons allemaal. Wij zullen nooit alleen gelaten worden door God, maar Jezus heeft daar aan dat kruis die eenzaamheid wel gevoeld. Hij riep: "Mijn God, Mijn God, waarom hebt U mij verlaten?
" De zon was nog steeds verduisterd, het was angstig stil en donker daar op Golgotha en Jezus riep: "Ik heb dorst". De soldaten gaven hem iets te drinken.
Jezus tilde Zijn hoofd op en keek omhoog, Hij wist dat Hij Overwinnar was en dat nu alle mensen weer heel dicht bij God konden komen. Dat maakte Jezus blij, ondanks de pijn die Hij leed. Hij zei: "Mijn taak is vervuld". En na enige tijd sprak Jezus de laatste woorden: "In Uw handen beveel ik mijn geest". Hij gaf zichzelf helemaal over aan God, daar was Hij veilig. Toen stierf Jezus en was Hij weer dicht bij God Zijn Vader.
De aarde beefde en de rotsen scheurden. De soldaten, die hem gevangen hadden genomen keken vol ontzag toe en stamelden: "Ja, deze man was echt de Zoon van God".

Het grote, moeilijke, zware werk had Jezus volbracht. Nooit zou er meer iemand van God verlaten zijn. We zouden altijd bij Hem mogen komen, daar had Jezus voor gezorgd, aan dat kruis op die verdrietige, maar ook zo blijde dag.
Daar denken we aan als het Goede Vrijdag is. Dan denken we aan de dag dat Jezus voor ons stierf aan het kruis op Golgotha, voor jou, voor mij, voor alle kinderen en mensen op de hele wereld.
Daarom mogen wij nu altijd vrij bij God komen, Hij zal ons nooit alleen laten of afwijzen.
Jezus heeft de weg naar God vrijgemaakt, ook voor jou!

Een ramp die zegen werd

26 ¶ Zij brachten Jezus naar de plaats van terechtstelling. Onderweg dwongen de soldaten een zekere Simon van Cyrene, die net van het land kwam, het kruis achter Hem aan te dragen.27 Er liep een hele massa mensen achter Jezus aan. De vrouwen huilden en jammerden.28 Jezus keerde Zich om en zei tegen hen: "Vrouwen van Jeruzalem, huil niet om Mij.29 Huil om uzelf en om uw kinderen. Er komt een tijd dat de vrouwen die geen kinderen hebben gehad, benijd zullen worden.30 In die dagen zullen de mensen erom smeken dat de bergen op hen vallen en dat de heuvels hen bedekken.31 Want als dit met Mij gebeurt, wat zal u dan overkomen?"32 ¶ Twee misdadigers werden samen met Hem naar de plaats van terechtstelling gebracht.33 'Schedel' of 'Golgotha' heette die plaats. Daar werden ze alle drie gekruisigd. Jezus in het midden en de twee misdadigers aan weerszijden van Hem.34 "Vader", zei Jezus, "vergeef het deze mensen. Zij weten niet wat ze doen." De soldaten verdeelden Zijn kleren onder elkaar door erom te loten.35 De mensen stonden toe te kijken. En de Joodse leiders deden niets dan Hem bespotten en uitlachen. "Hij heeft anderen gered", hoonden ze. "Laten we nu eens kijken of Hij Zichzelf kan redden; of Hij werkelijk de Christus is."36 De soldaten lachten Hem ook uit en gaven Hem zure wijn te drinken.37 Ze zeiden: "Zeg, koning van de Joden! Red Uzelf!"38 Boven zijn hoofd hing een bordje met de woorden: "Dit is de Koning van de Joden".39 Eén van de misdadigers die naast Hem hing, zei spottend: "Zo, U bent dus de Christus? Bewijs dat eens. Red Uzelf en ons."40 Maar de ander snoerde hem de mond. "Heb je nu nog geen ontzag voor God, zo vlak voor de dood?41 Wij krijgen ons verdiende loon, maar deze Man heeft niets verkeerds gedaan."42 Hij zei tegen Jezus: "Jezus, denk aan mij als U in Uw koninkrijk komt."43 Jezus antwoordde: "Vandaag zult u met Mij in het paradijs zijn. Daar kunt u zeker van zijn."44 ¶ Tegen de middag werd het in het hele land donker. Dat duurde tot een uur of drie.45 Het zonlicht was weg. Plotseling scheurde het zware gordijn in de tempel doormidden.46 Op dat moment riep Jezus: "Vader, Ik vertrouw mijn geest aan U toe!" En met die woorden blies Hij Zijn laatste adem uit.47 De Romeinse officier begreep dat God de hand in dit alles had en zei vol ontzag: "Deze Man was werkelijk onschuldig."48 De vele mensen die naar de kruisiging waren komen kijken, gingen naar huis nadat ze dit allemaal hadden gezien. Ze sloegen zich op de borst van berouw en verdriet.49 Jezus' vrienden en ook de vrouwen die met Hem uit Galilea waren meegekomen, stonden op een afstand te kijken.50 ¶ (50-52) Een zekere Jozef, die lid was van de Hoge Raad en uit de stad Arimathea kwam, ging naar Pilatus. Hij vroeg of hij het lichaam van Jezus mocht hebben. Deze Jozef was een goed en rechtvaardig man. Hij geloofde dan ook dat Jezus de lang verwachte Christus was. Hij was het helemaal niet eens geweest met de beslissing en het optreden van de andere Joodse leiders.51 52 53 Nadat hij het lichaam van Jezus van het kruis had afgenomen, wikkelde hij het in een lang stuk linnen. Daarna legde hij het in een nog niet eerder gebruikt graf, dat in de rotsen was uitgehakt.54 De vrijdagmiddag was bijna voorbij. De sabbat zou beginnen.


"Mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten "
Psalm 22 [zie ook: De kruiswoorden van Jezus]

1 Voor de koorleider. Op de wijze van: De hinde van de dageraad. Een psalm van David.
2 Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten, verre zijnde van mijn verlossing, bij de woorden van mijn jammerklacht?
3 Mijn God, ik roep des daags, en Gij antwoordt niet, en des nachts, en ik kom niet tot stilte.
4 Nochtans zijt Gij de Heilige, die troont op de lofzangen Israëls.
5 Op U hebben onze vaderen vertrouwd, zij hebben vertrouwd, en Gij deedt hen ontkomen;
6 tot U hebben zij geroepen en zij werden gered, op U hebben zij vertrouwd en zij zijn niet beschaamd.
7 Maar ik ben een worm en geen man, een smaad voor de mensen en veracht door het volk.
8 Allen die mij zien, bespotten mij, zij steken de lip uit, zij schudden het hoofd:
9 Wentel het op de HERE - laat die hem verlossen, hem redden, Hij heeft immers welgevallen aan hem!
10 Gij toch hebt mij uit de moederschoot getogen, Gij deedt mij vertrouwend rusten aan de borst van mijn moeder;
11 aan U werd ik overgegeven bij mijn geboorte, van de moederschoot af zijt Gij mijn God.
12 Wees dan niet verre van mij, want nabij is de nood, en er is geen helper.
13 Vele stieren hebben mij omringd, buffels van Basan hebben mij omsingeld;
14 zij sperren hun muil tegen mij open - een verscheurende, brullende leeuw.
15 Als water ben ik uitgestort en al mijn beenderen zijn ontwricht; mijn hart is geworden als was, het is gesmolten in mijn binnenste;
16 verdroogd als een scherf is mijn kracht, mijn tong kleeft aan mijn gehemelte; in het stof des doods legt Gij mij neer.
17 Want honden hebben mij omringd, een bende boosdoeners heeft mij omsingeld, die mijn handen en voeten doorboren.
18 Al mijn beenderen kan ik tellen; zij kijken toe, zij zien met leedvermaak naar mij.
19 Zij verdelen mijn klederen onder elkander
en werpen het lot over mijn gewaad. 20 Maar Gij, HERE, wees niet verre; mijn sterkte, haast U mij ter hulpe.
21 Red van het zwaard mijn ziel, mijn eenzame, van het geweld van de hond.
22 Verlos mij uit de muil van de leeuw, en van de horens der woudossen. Gij hebt mij geantwoord!

Het is, goed om nog eens stil te staan bij die grote dag zo lang geleden, daar in Jeruzalem, net buiten de stadsmuur waar de Heiland Zijn leven heeft gegeven. Wil je in gedachten eens mee gaan op weg naar Golgotha?

De Here Jezus Zelf heeft over Zijn lijden aan het kruis gesproken als over het hoogtepunt van Zijn leven. Hij heeft op verschillende plaatsen in de Bijbel gezegd, dat Hij verhoogd zou worden. Dat zegt Hij in een discussie met de godsdienstleraren van Zijn tijd. En Hij zegt: En als Ik van de aarde verhoogd ben, zal Ik allen tot Mij trekken. De Here Jezus heeft Zijn dieptepunt, het meest moeilijke in Zijn leven, waarvoor Hij gestreden heeft in de tuin van Getsemané, waar Zijn zweet veranderde in bloed, omdat Hij zo beangst was voor dat geweldige dat komen zou, wanneer Hij GODs toorn zou wegdragen aan het kruis. Dat heeft Hij gezien als het hoogtepunt. Een dieptepunt is voor Hem een hoogtepunt geworden. De Bijbel zegt: 'Om de vreugde welke voor Hem lag, heeft Hij het kruis op Zich genomen.' Dat is wonderlijk.

Hij heeft ons liefgehad tot het einde, zegt de Bijbel, tot het bittere einde. Tot het bittere einde aan het kruis. Maar laten we daar eens wat aandachtiger naar kijken, niet dat je moet worden meegesleept door golven van menselijke emoties, maar laten we eenvoudig kijken hoe de Bijbel ons de lijdende Heiland laat zien. Want daar heb je wat aan. Als je gaat zien naar Hem, door de bril van de Bijbel. Niet door de bril van onze religieuze of emotionele gevoelens, want die ebben weer weg, en daar heb je niet zoveel aan. Maar Hij is de Christus der Schriften, ook als Hij daar lijdt en sterft aan het Kruis op Golgotha.

Want wat zie je dan? Dan zie je dat de Here Jezus daar aan het kruis Zelf Zijn leven heeft afgelegd. Hij heeft Zelf Zijn leven afgelegd. Hij wist wat Hij moest doen. Hij kwam om Zichzelf ten offer te geven. De Bijbel zegt in Psalm 40: 'Ik kom eraan; in de wet =het eerste gedeelte van de Bijbel (wm) werd al over Mij geschreven. Mijn hele hart verlangt ernaar Uw wil te doen, mijn GOD. Uw wet is Mijn leven.' De Bijbel herhaalt dit in Hebreen 10 nog een keer en verwijst naar de offerdienst, waar Hij uiteindelijk het brandoffer is geworden.

En de Here Jezus Zelf heeft van tevoren zijn discipelen voortdurend gewezen op die dag die komen zou, waarin Hij zou worden overgegeven en Zijn leven zou geven als een losprijs.
Jezus zegt: 'Jullie moeten net zo zijn als Ik, want Ik ben niet gekomen om Mij te laten dienen. Ik ben gekomen om te dienen en mijn leven te geven als losgeld voor vele mensen.' En: 'Jullie weten dat het Paasfeest overmorgen begint. Morgen zal Ik verraden en gekruisigd worden.'

Jezus wist vooraf dat Hij Zijn leven zou geven. Hij wist de dag waarop dat gebeuren zou. Hij wist er helemaal van. En omdat Hij het wist, heeft Hij bij dat het laatste avondmaal, samen met Zijn discipelen een loflied gezongen. Want de Bijbel zegt: Om de vreugde welke voor Hem lag heeft Hij het kruis op Zich genomen. En Mattheüs beschrijft dat zij na de maaltijd vlak voor dat zij naar Getsemané op de Olijfberg gingen een lied tot eer van GOD zongen. Een loflied: Dit is de dag die de Here gemaakt heeft. Laten wij juichen en ons daarover verheugen. Notabene, dat heeft de Here Jezus gezongen vlak voordat Hij naar Getsemané vertrok, voordat Hij gevangen zou worden genomen, meegevoerd zou worden en terechtgesteld zou worden. En Hij wist het vooraf. En toch heeft Hij dat gezongen.

De Here Jezus wist alles vooraf. En de Bijbel zegt dat Hij Zijn leven heeft uitgegoten in de dood. Dat heeft Hij gedaan. En dat is eigenlijk een heel wonderlijke zaak. Hoe kon Hij nu sterven. Hij was toch echt doodgegaan aan het kruis. Dat is geconstateerd aan het kruis. 's Middags om 3 uur is vastgesteld dat Hij echt dood was. Dat is een wonderlijke zaak. Wil je daar even over nadenken, want Hij kon niet dood gaan. Weet je waarom niet? Omdat Hij nooit gezondigd had. Hij is ons in alle dingen gelijk geworden, behalve de zonde. En de dood is het loon van de zonde. Wij sterven allemaal, omdat wij delen in de zonde van Adam en zelf ook zondaar zijn. En dat is er de oorzaak van dat wij vroeg of laat sterven. Maar Jezus had nooit gezondigd, en toch was Hij doodgegaan. Dat is heel bijzonder. En daarom vraagt de Bijbel om daar een ogenblik over na te denken. Hij is een onnatuurlijke dood gestorven. Het was een abnormale zaak. Nooit was de dood op deze wijze zichtbaar geworden bij een mens. Want op Jezus kon de dood geen vat hebben. Hij was Immanul, de GOD met ons. Hij had geen aardse vader, Hij was door de Heilige Geest verwekt. Hij was niet verwekt door de wil van een man, maar door het Woord van GOD, dat gesproken werd door de engel Gabriël, en zo werd Hij ontvangen in de maagd Maria. En was Hij GOD. Dat feit wordt veel bestreden, maar het is het hart van het Evangelie.

De duivel, die de macht over de dood had, zegt de Bijbel, die de sleutels van dood en dodenrijk in handen had, zag zijn machtsgebied al uitgebreid, om op deze manier ook de dood uit te breiden tot de Zoon van GOD. Maar dat was een misrekening. Want toen Jezus stierf heeft Hij namelijk Zelf Zijn leven uitgegoten in de dood. Zijn dood kwam niet onverwachts. Hij was er niet aan onderworpen, omdat Hij niet leefde in de gevallen staat van de natuurlijke mens. Maar Hij stierf op een vooraf vastgesteld tijdstip, zegt de Bijbel. Volgens het plan van GOD. Vlak voor dat Pascha, 's middags om drie uur, heeft Hij het leven afgelegd. Is Hij het reine Lam van GOD geworden, dat Hij al was, zegt de Bijbel, wonder boven wonder, wie het vatten kan die vatte het, wat Hij al was sinds de grondlegging der wereld: Lam van GOD. Zo heeft de Here Jezus Zelf Zijn leven afgelegd in de dood. Alles weloverwogen. Alles beheersend. Alles wetend. Tot op het laatste moment. Zo heeft Hij Zijn leven uitgegoten in de dood. Dat heeft Hij zelf gedaan. Waarom? De Here Jezus Zelf geeft het antwoord: 'De Vader houdt van Mij, omdat Ik mijn leven geef en het later zal terugnemen. Niemand berooft Mij van het leven; Ik geef het uit eigen vrije wil. Want Ik kan en mag mijn leven geven en het terugnemen. Ik doe dat omdat mijn Vader dat heeft gezegd.' Hier vind je een groot mysterie. Toen de Here Jezus Christus aan het kruis van Golgotha hing, kon niemand Zijn leven nemen. Dat heeft Hij Zelf in de dood afgelegd.



We gaan naar de hof van Getsemané op de Olijfberg even buiten Jeruzalem en we zien de arrestatie. Dan komen ze daar met stokken en met speren en zwaarden. Ze komen Jezus gevangen nemen. Ze waren er helemaal klaar voor. En ze zouden Hem voor het gerecht slepen. Terwijl Jezus weet wat Hem zal overkomen loopt Hij hun tegemoet en dan vraagt Hij: 'Wie zoekt u?' 'Jezus van Nazareth', antwoordden zij. En dan zegt Hij heel eenvoudig: 'Ik ben het.' En bij het horen van de woorden 'Ik ben het' gingen zij achteruit en vielen op de grond. Door dat eenvoudige woord, rollen ze om als tinnen soldaatjes. En ze liggen allemaal op de grond. Die grote stoere mannen, met stokken en speren en zwaarden. Klaar voor de strijd. Misschien zouden Zijn discipelen Hem wel gaan verdedigen. Maar dat deden ze niet. Behalve Petrus in een onbezonnen moment. Maar die wordt door de Here Zelf daar nog over onderhouden.

Door een machtswoord rollen ze op de grond: Ik ben het. De Ik ben. De Naam van de allerhoogste GOD, de GOD van Israël, Jahweh, Ik ben die Ik ben. En door dat machtswoord vallen ze om. Dat Woord waarmee Hij de storm tot bedaren bracht. En de golven tot bedaren bracht, daar op zee. Dat Woord, waarmee Hij tot de lamme zei: Sta op en wandel. En de lamme stond op, en wandelde. Dat Woord dat Hij uitriep bij het graf van Lazarus, al vier dagen in de dood: Lazarus, kom uit, en hij kwam uit. En tot schrik van iedereen: hij leefde. Tegen het dochtertje van Jaïrus: Sta op. En ze stond op. Tot de gestorven jongen van Naïn: Sta op. En hij stond op uit de dood. Een machtswoord. Hij gebiedt en het is er. Hij beveelt en het staat er. Hij is GOD, Schepper van hemel en aarde, door wie en tot wie alle dingen geschapen zijn. Deze Jezus Christus, in menselijk vlees onder ons gewandeld. Ze kwamen Hem arresteren, maar ze hadden geen weet van wat ze deden. Ik ben het. En ze rolden om. En ze krabbelden in verwarring overeind. En toen heeft Hij gezegd: Laat dezen gaan, en hier ben Ik. En Hij werd niet meegesleept als een misdadiger, in de boeien geslagen. Nee, als een lam werd Hij ter slachting geleid. Zo staat het bij de profeet. En als je aandachtig kijkt dan kom je onder de indruk van Hem, van Zijn waardigheid. Als Hij daar staat voor Pilatus. En je ziet Hem daar staan: steeds koninklijk boven de situatie. Hij had alles in handen. Hij was en bleef de Zoon van GOD.

We gaan nu op weg naar Golgotha. De Bijbel zegt: 'en Hij, zelf zijn kruis dragende, ging naar de zogenaamde Schedelplaats, in het Hebreeuws genaamd Golgota, waar zij Hem kruisigden en met Hem twee anderen, aan weerszijden een, en Jezus in het midden.' Zie je hoe het er staat? Heb je op de lagere school zinsontleden geleerd? Waarschijnlijk wel. En dan weet je toch wel wat onderwerp is, en wat lijdend voorwerp, en meewerkend voorwerp. Laten we het onderwerp nemen en het lijdend voorwerp. Wat lees je hier in deze tekst: 'en Hij, zelf Zijn kruis dragende, ging naar Golgotha.' Hij ging naar Golgotha. Dat staat niet toevallig in de Bijbel. Elk woord is door GOD geïnspireerd. Hij ging naar Golgotha. Hij was het onderwerp, het is alsof hier staat: Kom, het is tijd om te gaan. Zoals Hij tegen Zijn discipelen had gezegd: Kom, laten wij naar Getsemané gaan, zo zegt Hij hier tegen degenen die Hem terecht moesten stellen en vastspijkeren aan het kruis: Kom laten wij naar Golgotha gaan. Want Jezus bepaalde alles Zelf. Dat was al voor de grondlegging van de wereld in het overleg tussen GOD de Vader, GOD de Zoon en GOD de Heilige Geest zo afgesproken. Dat Hij het zo zou doen, op dat moment op die dag, Zijn leven zou afleggen in de dood. En tot het laatste moment is Hij er helemaal bij gebleven. Hij is daar niet als een martelaar voor een ideaal aan het kruis gestorven. Zo wil de duivel Hem aan ons voorstellen, en alle filosofieën en alle vrome verhalen die we steeds weer horen als het gaat over Jezus en over Zijn lijden. Blijf maar liever dicht bij de Bijbel. Want dan zul je zien hoe jouw Heiland Zijn leven heeft afgelegd, voor jou. Want als Hij als martelaar zou zijn gestorven, voor een ideaal, dan kon Hij de Heiland niet zijn. Hij was één van ons, maar Hij was toch anders. Hij was de Zoon van GOD, Die Zelf kwam om Zijn leven af te leggen.

Dan wordt het donker. De Bijbel zegt: Van twaalf tot drie uur hing er een dichte duisternis over het hele land. Om ongeveer drie uur riep Jezus met luide stem: 'Eli, Eli, lama sabachtani?' Dat betekent: 'Mijn GOD, mijn GOD, waarom hebt U Mij verlaten?'
Maar Hij riep het vlak voor Hij stierf. Het was het laatste moment. En Hij riep het, staat er, met luide stem. Hij was niet een stervende, die half in coma naar adem snakte. Hij was nog in staat om met luide stem te proclameren de woorden van de heilige Schrift, van Psalm 22, zodat allen die daar bij dat kruis stonden, herkende wat Hij zei: 'Mijn GOD, mijn GOD, waarom hebt Gij Mij verlaten?'. Een proclamatie, een prediking ging er uit van Zijn lippen. Hij was geen kreunende stervende, zoals dat wordt voorgesteld in de film die je misschien gaat zien, maar Hij proclameerde in de volle kracht van Zijn leven. Enkele minuten voor Zijn dood. Want de dood had Hem niet overmeesterd. Dat kon ook niet. Want Hij Zelf zou Zijn leven afleggen in de dood.

Jezus wist dat het nu allemaal achter de rug was en zei, zoals er geschreven staat: 'Ik heb dorst.' Ook in de laatste minuten van Zijn leven hier op aarde, hangende aan het kruis, bloedende uit vele wonden, weet de Here Jezus hier wat Hij zegt. Hij wist het, Hij was er nog helemaal bij, Hij was helder van geest, Hij was niet versuft geraakt. Hij ging de Schriften na, in Zijn gedachten ging Hij de Bijbel na, die Bijbel kon Hij niet vasthouden, want Zijn handen waren vastgespijkerd, maar Hij had het Woord van GOD in Zijn hart opgeborgen. En Hij ging de teksten na en kwam bij Psalm 69, en toen wist Hij, Ik moet zeggen: Ik heb dorst. Want zo staat het profetisch in de Psalm opgeschreven. En Jezus sprak, opdat de Schrift vervuld zou worden: Mij dorst. Een proclamatie. Opnieuw. Een prediking.

En toen doopte een van de soldaten een spons in een kan met zure wijn. Hij stak die op een stok en hield hem bij Jezus' mond. Toen Jezus wat van de wijn gedronken had, zei Hij: 'Het is volbracht! Vader in Uw handen beveel ik Mijn geest' Hij boog Zijn hoofd en gaf de geest. Hij is opnieuw het onderwerp. Er staat niet dat Hij stierf en dat Zijn hoofd op Zijn borst viel. Nee, Hij boog het hoofd. Eerbiedig voor de Vader, omdat Hij wist: Nu is alles wat de Vader en de Zoon hadden afgesproken, om de wereld te redden, om u en om mij te redden uit de macht van de zonde en van de dood, nu is alles volbracht. Hij beval Zijn geest aan de Vader. En Zijn ziel goot Hij uit in het dodenrijk. Die offerde Hij aan GOD in de dood. Wonder boven wonder. Hij stond overal koninklijk boven.

Deze avond zou de sabbat beginnen. Daarom wilden de Joden niet dat de mannen nog langer aan de kruisen zouden blijven hangen. Zij vroegen Pilatus hun benen te laten breken. Dan zouden zij eerder sterven en konden de lichamen voor de sabbat van het kruis worden afgenomen, want dat was erg belangrijk. Daarop braken de soldaten eerst de benen van de twee mannen, die gelijk met Jezus waren gekruisigd. Maar toen zij bij Jezus kwamen, zagen zij dat Hij al gestorven was. Daarom braken zij Zijn benen niet. Wel stak een van de soldaten zijn speer in Jezus' zij. Meteen kwam er bloed en water uit.

Waarom staat dat er? Dat is een wonderlijke zaak: dat Hij reeds gestorven was. Zes uur lang, slechts zes uur had Hij aan het kruis gehangen. 's Morgens om 9 uur gekruisigd, en 's middags om 3 uur zagen zij dat Hij reeds gestorven was. Dat was wonderlijk. Een kruiseling hangt wel drie, vier dagen aan het kruis normaal, maar sterft niet binnen zo'n korte tijd. Het was zo wonderlijk dat Hij reeds gestorven was. De Bijbel zegt dat Pilatus niet geloven kon dat Jezus al gestorven was. Dat kon eigenlijk niet. Het bevreemdde Pilatus en hij liet de dienstdoende officier roepen en vroeg hem of Hij reeds lang gestorven was. Pilatus kon het niet geloven, net zo min als de anderen, dat Hij reeds gestorven was omdat een kruiseling dagenlang aan het kruis hangt, voordat de dood intreedt. De Bijbel onthult ons dat GOD de Zoon Zelf Zijn leven heeft afgelegd in de dood. De dood kon Hem niet overmeesteren, maar Zelf goot Hij Zijn leven uit in de dood. Hij gaf Zijn leven voor jou. Niemand heeft het genomen. Hij gaf het, voor jou, voor je zonden. De aarde beefde, de rotsen scheurden, de graven gingen open. En die Romeinse hoofdman zei: Waarlijk: dit is de Zoon van GOD. Hij legde Zijn leven af.

Heb jij Hem al als je Heiland aangenomen? Heb je dit al geloofd? Heb je je dat al toegeëigend in geloof, dat Hij dat voor jou gedaan heeft? Dan mag je door dat geloof weten, dat je een kind van GOD bent. Er is een offer voor je gebracht. Want het was onmogelijk dat we onszelf zouden redden. Daar moest een mensenleven voor gegeven worden, in de gerechtigheid van GOD, anders kon Hij niemand redden. Maar de Here heeft jou gered, opdat je zou leven, door Hem. Hij heeft Zelf Zijn leven uitgegoten in de dood.

Wat een verschrikkelijke vrijdag

EEN RECONSTRUCTIE VAN HET LIJDEN VAN JEZUS CHRISTUS

Op Goede Vrijdag wordt het lijden en sterven van de Heer herdacht. Na bijna tweeduizend jaar zullen waarschijnlijk weinig mensen zich realiseren hoe afschuwelijk de doodstrijd was van iemand die tot de kruisdood was veroordeeld. Prof. B. Smalhout, de bekende anesthesioloog en tevens een groot bijbelkenner maakt al jaren een wetenschappelijke studie van de lijdensweg van Jezus.

Hier beschrijft hij op ontroerende wijze wat er werkelijk op Golgotha gebeurde.

'De Romeinse soldaten, die op vrijdagmorgen 3 april van het jaar 33 op de heuvel Golgotha 20 cm lange spijkers door de polsen en voeten van een drietal veroordeelden sloegen, hebben zich niet gerealiseerd dat zij meewerkten aan een drama dat het aanschijn van de wereld zou veranderen. Ze wisten zelfs niet dat het 3 april was, want onze tijdrekening bestond toen nog niet. Officieel was het de 14de van de maand Nisan van het Joodse jaar 3793.

Toen de hamerslagen verklonken waren, hingen er even buiten de noordwestelijke stadsmuur van het oude Jeruzalem drie gekruisigde mensen op gruwelijke wijze te sterven. De middelste van de drie was ene Jezus, 33 jaar tevoren geboren in Bethlehem en opgegroeid in Nazareth. Op een houten bord dat de soldaten aan de bovenkant van zijn kruis hadden bevestigd, was voor een ieder te lezen: "Iesus Nazarenus Rex ludaeorum" (Jezus, de Nazarener, Koning der Joden).

Om ieder misverstand uit te sluiten, stond het er in de drie toen meest gebruikte talen: Latijn, Hebreeuws en Grieks. De presidenten van de Joodse Hoge Raad hadden hiertegen geprotesteerd. De veroordeelde was immers geen koning, hij had het alleen maar beweerd, betoogden ze. Doch Pilatus, die al lang spijt had dat hij zich tot een executie had laten dwingen, weigerde resoluut de tekst te herzien scripsi, scripsi": Wat ik geschreven heb, dat heb ik geschreven, antwoordde hij (Joh. 19 vers 22). Het was zijn vorm van protest tegen de gang van zaken.

En zo bleef het bord onveranderd aan het middelste kruis bevestigd zitten. Bij de beide andere gekruisigden was vermoedelijk een soortgelijk bord, een zogenaamde "titulus" boven hun hoofd bevestigd, want dat was de Romeinse gewoonte bij executies. Zodoende kon een ieder op de titulus lezen, waarvoor de veroordeelden gestraft werden. Dat was ter waarschuwing, afschrikking en preventie. In het geval van de buitenste twee gekruisigden, ging het om rovers of dieven die beiden hun legale straf ondergingen. Bij de middelste echter was de wettelijke argumentatie uiterst dubieus en was de toegestroomde menigte in feite getuige van een politiek-religieuze moord, die aanleiding zou zijn tot een geheel nieuwe geestelijke stroming: het christendom.

Het is deze gebeurtenis en de daaropvolgende wederopstanding van Jezus uit de dood die op Goede Vrijdag en Pasen over de hele wereld herdacht en gevierd wordt door meer dan een miljard christenen. En het martelinstrument, het kruis, werd het symbool van dit nieuwe geloof, tot op de dag van heden.

HET VERSLAG IN DE BIJBEL

Het drama is nauwkeurig te boek gesteld door de vier evangelisten Mattheus, Marcus, Lucas en Johannes. Zij noteerden de namen van alle betrokkenen, de tijden waarop het allemaal gebeurde en de discussies die er gevoerd zijn, zowel in het Sanhedrin, de Joodse Raad, als in het Praetorium, het hoofdkwartier van de Romeinse gouverneur Pontius Pilatus. Alleen over de kruisiging zelf zijn de evangelisten, die toch al geen woord te veel schreven, zeer weinig mededeelzaam. Er staat alleen: "Pilatus oordeelde het geraden de schare haar zin te geven... en gaf Jezus, na Hem gegeseld te hebben, over om gekruisigd te worden.... En zij kruisigden Hem....' (Marc. 15 vers 15-25). En hoewel deze geschiedenis over de gehele wereld bekend is en gedurende eeuwen aanleiding heeft gegeven tot een onoverzienbare hoeveelheid literatuur, beelden, fresco's, schilderijen en muzikale meesterwerken, weet vrijwel niemand wat de dood aan het kruis inhield en waaraan Christus eigenlijk gestorven is.


WAT IS KRUISIGEN EIGENLIJK?

Er is betrekkelijk weinig literatuur over de medische kant van het lijdensverhaal en miljoenen christenen die op de een of andere wijze als uiting van hun geloof een crucifix of kruisje dragen, weten niet van wat voor hels instrument hun vaak fraai bewerkte sieraad de geïdealiseerde afbeelding is. De evangelisten schreven er verder niets over, omdat dit in hun tijd gewoon niet nodig was. Kruisiging was toen de meest toegepaste vorm van doodstraf en iedereen in het Romeinse rijk wist hoe dat ging en wat dat betekende. Vandaar ook dat het kruis als symbool van het christendom pas heel geleidelijk in gebruik is gekomen, lang nadat kruisiging als methode van terechtstellen in het jaar 337 door Constantijn de Grote was afgeschaft. De kruisdood was n.l. zo verschrikkelijk, dat tot plusminus 400 na Christus niemand op het idee kwam om het kruis als symbool te gaan gebruiken, net zo min als de hedendaagse mens het in zijn hoofd zal halen een zilveren elektrisch stoeltje of een gouden gaskamertje als object van devotie om de hals te dragen.

Het kruisigen was geen Romeinse uitvinding doch de Romeinen hebben het in Carthago leren kennen bij de Phoeniciërs. Ze hebben het overgenomen en geperfectioneerd tot een bijna wetenschappelijk uitgedachte methode om een maximale pijn te veroorzaken en een in lengteduur te doseren doodstrijd te bewerkstelligen.

De terechtstelling met behulp van een kruis is bijna 1000 jaar in gebruik geweest. De Romeinen gebruikten het als straf voor slaven en krijgsgevangenen, en bij ernstige misdaden zoals b.v. desertie, hoogverraad en moord. Romeinse vrije burgers waren bij de wet beschermd tegen deze vorm van terechtstelling die altijd in het openbaar plaatsvond. Bij iedere stad stonden één of meer kruisen permanent opgesteld, zoals vroeger in onze streken het schavot en de galg. Het kruisigen van Christus was op zichzelf dan ook geen opzienbarende gebeurtenis. Zulke terechtstellingen gebeurden met grote regelmaat. Het is van de Romeinen bekend dat, bij massa-executies in de circussen, de arena er soms als een woud van kruisen uitzag. En nadat de zgn. Spartacus-opstand in het jaar 71 voor Christus was neergeslagen, werden er alleen al langs de Via Appia, van Capna tot Rome 6472 kruisen geplaatst. Aan elk ervan hing een opstandige slaaf of gladiator.

Er waren diverse modellen, zoals b.v. het X-vormige St. Andrieskruis dat nog in het wapen van Amsterdam voorkomt. Er waren ook kruisen in de vorm van een omgekeerde L, waaraan de veroordeelden met slechts een arm en een been werd opgehangen. Doch het meest gebruikt was een T-vormig kruis, het "crux commissa". Het bestond uit twee delen: een verticale paal, de zgn. "stipes", die meestal in de grond was verankerd, en een losse dwarsbalk, het "patibulum" genaamd. Het patibulum paste met een eenvoudige pen-en-gat verbinding boven op de stipes. Het was gebruikelijk dat de veroordeelden geheel naakt deze dwarsbalk zelf naar de plaats van executie droegen.

Dat was een extra pijniging, want meestal was het slachtoffer al met beide armen uitgestrekt aan die balk vastgebonden, zodat het gewicht in feite rustte op de uitsteeksels van de bovenste rugwervels en de onderste nekwervels. Mocht de veroordeelde onderweg struikelen, dan werd hij meestal ernstig gewond, want hij viel voorover plat op zijn gezicht, met het gewicht van de balk in zijn nek. Hij kon zijn gezicht niet beschermen, daar zijn handen wijd uitgestrekt aan het hout vastgesnoerd waren.

Het is ook niet waar, dat Jezus het gehele kruis heeft gedragen. Hij droeg alleen de dwarsbalk, het patibulum. Deze was van cipressenhout en zal ongeveer tussen de 30 en 50 kg gewogen hebben, het gewicht dus van een zak cement. Het gehele kruis woog tussen de 100 en 150 kg en was niet door één persoon te tillen geweest. Eenmaal op de executieplaats aangekomen, waren er 2 mogelijkheden. De veroordeelde kon met touwen en riemen aan het kruis worden bevestigd, of met behulp van spijkers.

HET SPIJKEREN

In het eerste geval tilden 2 a 4 soldaten de dwarsbalk met de daaraan gebonden veroordeelde ongeveer 50 cm op en plaatsten hem op de top van de verticale stipes. Daarna werden de knieën van het slachtoffer enigszins gebogen en de voeten werden eveneens met touwen aan de verticale paal bevestigd.

Meestal werd echter gebruik gemaakt van spijkers. Deze waren 15 tot 20 cm lang, vierkant in doorsnede, spits beginnend en met een maximale dikte van 8 tot 9 mm. Aan de bovenzijde eindigde de spijker in een bolronde kop.

Het vastnagelen van het slachtoffer ging als volgt in zijn werk. De dwarsbalk of patibulum werd op de grond gelegd. De veroordeelde moest eveneens op de grond gaan liggen en wel met de schouders op de balk. Zijn hoofd hing dan achterover en de armen werden wijduit gespreid. Terwijl een of twee soldaten een arm vasthielden aan hand en elleboog, zette een andere soldaat een spijker met de punt in de pols, precies waar de onderarm overgaat in de hand, onder de duimmuis en exact in het midden. Met één forse hamerslag werd de spijker door de pols geboord en met nog een aantal slagen zat het geheel goed vast aan het hout. Daarna werd de andere pols bevestigd. De gehele procedure kostte slechts enkele minuten.

Het is niet juist, dat de spijkers door de palm van de handen werden geslagen. Het is bewezen, dat op die plaats, het lichaamsgewicht niet kon worden gedragen. De handen scheurden dan gewoon in de lengterichting door. De spijker werd precies in de door de Franse anatoom Destot beschreven spleet tussen de zgn. handwortelbeentjes geplaatst. Deze werden hierdoor als het ware ontwricht en verplaatst, doch niet verbrijzeld. Een ieder die weleens de pols heeft ontwricht, verstuikt of gebroken, heeft enig idee hoe dat aanvoelt. Doch dat was nog niet alles. Door de pols loopt onder meer een belangrijke zenuw, de zgn. "nervus medianus". Deze zenuw heeft een dubbele functie. Hij dient zowel voor de beweging van onder meer de duim als wel voor het gevoel in een deel van de hand. Deze nervus medianus werd door de spijker bijna altijd geraakt. Het aanraken en beschadigen van een zenuw veroorzaakt één van de meest heftige pijnen die er mogelijk zijn. De zenuw werd over de scherpe kanten van de spijker gespannen als een snaar over de kam van een strijkinstrument. Bovendien werd door dezelfde zenuwprikkeling de duim in een krampachtige toestand kromgebogen, zodat de duimnagel in de handpalm drukte. Nadat beide polsen aan het dwarshout waren bevestigd, werd dit door de soldaten opgetild. De veroordeelde moest eerst gaan zitten, daarna overeind komen en met de rug tegen de paal, de stipes, gaan staan. Aan beide uiteinden werd het patibulum, met de veroordeelde eraan, opgetild en op de stipes geplaatst. Het is duidelijk dat de stipes meestal niet zo hoog was. Gewoonlijk niet meer dan twee meter.

Meer was niet nodig, anders werd het erg onhandig voor de soldaten. Zulk een betrekkelijk laag kruis in T-vorm heette dan ook een "crux humilis", letterlijk: een laag kruis. In bijzondere gevallen kon een hoog kruis worden gebruikt, een "crux sublimis". Doch dit was een uitzondering, ook al omdat het lastig was de veroordeelde er via ladders aan op te hangen.

Op Golgotha stonden lage kruisen. Ze stonden er al vele jaren en voor de Romeinse legioensoldaten was de kruisiging op vrijdag 3 april van het jaar 33 dan ook een routinekarwei. Christus werd aan een laag T-vormig kruis gehangen en niet aan een vierarmig kruis, zoals dat in alle kerken te zien is. Zulk een kruis bestond ook wet en heette "crux capitata", doch het was onpraktisch en werd zelden gebruikt. Als de veroordeelde eenmaal aan het dwarshout hing, werden zijn knieën door de soldaten gebogen, totdat één van de voeten plat tegen de stipes gedrukt kon worden. Dan werd een 20 cm lange spijker dwars door de wreef van die voet geslagen, juist tussen het tweede en derde middenvoetsbeentje. Als de spijker er aan de voetzool weer uitkwam, werd het andere been zo gebogen dat de spijker ook door de tweede voet kon worden geslagen tot in het hout van de stipes. Zo hing dan de veroordeelde aan drie spijkers. Het bloedverlies was zeer gering, doch de pijn ondraaglijk en de doodstrijd begon.

WAT GEBEURDE MET DE GEKRUISIGDE?

De dood trad echter niet snel in. Afhankelijk van de conditie van de veroordeelde en de techniek van het kruisigen, duurde het sterven vele uren en vaak tot de volgende dag. Er zijn gevallen beschreven waarin een gekruisigde ruim 2 dagen in leven bleef.

Waaraan stierf het beklagenswaardige slachtoffer tenslotte en wat was medisch gesproken de uiteindelijke doodsoorzaak? Dat is met zeer grote zekerheid te reconstrueren. De wonden in polsen en voeten waren niet levensgevaarlijk, evenmin als het geringe bloedverlies. Neen, de dood trad in door een heel ander mechanisme. Als men iemand aan de polsen ophangt, zakt het lichaam door de zwaartekracht naar beneden. Hierdoor komt er een grote spanning te staan op de spieren van de armen, de schouders en de borst. De ribben worden naar boven getrokken en op die wijze komt de borstkas in maximale inademingstoestand te staan. Het is dan erg moeilijk om uit te ademen en de veroordeelde begint het na plusminus 10 minuten zeer benauwd te krijgen. Hij is dan enigszins te vergelijken met een longpatiënt die een ernstige astma-aanval heeft. De zwaarbelaste arm-, schouder- en borstspieren, geraken in een uiterst pijnlijke kramptoestand. De spierstofwisseling wordt verhoogd, terwijl er door een belemmerde bloedcirculatie onvoldoende zuurstof voor beschikbaar is. Het resultaat is onder meer de produktie van grote hoeveelheden melkzuur, waardoor er tenslotte in het gehele lichaam een verzuringproces optreedt, dat in de medische wereld bekend staat als een "metabole acidose" (een door de stofwisseling veroorzaakte verzuring). Deze toestand is niet onbekend bij sportlieden, die zichzelf tot totale uitputting hebben overbelast en die kramp krijgen. De situatie wordt verergerd doordat de veroordeelde niet goed kan uitademen en daardoor het door zijn lichaam geproduceerde koolzuurgas niet meer volledig kwijt kan. De hierdoor ontstane zgn. "respiratoire acidose" (verzuring door onvoldoende ventilatie) versterkt de eerdergenoemde metabole acidose. Het slachtoffer begint extreem te transpireren, waardoor letterlijk het doodszweet langs zijn lichaam loopt.

De lippen worden vaalblauw, terwijl langzaam maar zeker alle spieren, ook die van de romp en benen, in een continue helse kramp geraken. Tenslotte sterft het slachtoffer aan verstikking. Dit kan reeds binnen een half uur geschieden. De Duitsers pasten deze dodelijke rnarteling onder meer in het concentratiekamp Dachau toe.

DE DOODSTRIJD

Zo een betrekkelijk snelle dood was evenwel niet de bedoeling van de Romeinen. Daarom werden ook de voeten vastgespijkerd. De veroordeelde kon dan de dreigende verstikking tijdelijk onderbreken of uitstellen door zich op de voetspijker af te zetten, de benen te strekken, het lichaam omhoog te drukken en zodoende de arm- en borstspieren wat te ontlasten. Dan kon hij weer korte tijd redelijk goed ademhalen. De verzuring van het lichaam werd minder en de vale gelaatskleur verdween. Doch het staan met het volle lichaamsgewicht op een vierkante spijker, die dwars tussen de middenvoetsbeenderen is geslagen, veroorzaakt een onhoudbare pijn. De veroordeelde buigt dan weer spoedig de knieën en zakt naar beneden, totdat hij weer aan de spijkers in de polsen hangt. De zenuw in de pols, de nervus medianus, wordt weer over de spijker gespannen, de vlammende pijn jaagt door de beide armen, terwijl de verstikking en de krampen weer beginnen. Zo rekt de gekruisigde het armzalige leven. Steeds weer zal hij zich moeizaam opdrukken en zich daarna gedwongen door de pijn laten zakken. Op en neer. Tien maal, honderd maal, totdat uitputting hem dat verder onmogelijk maakt en hij aan verstikking sterft.

VERLENGING VAN DE MARTELING

De marteling kon verlengd worden door touwen in plaats van spijkers te gebruiken. Touwen doen nl. niet zo'n pijn als spijkers. Ook kon men aan de stipes, de verticale paal dus, een soort uitsteeksel bevestigen, juist tussen de benen van de veroordeelde. Hier kon hij een beetje op zitten en zo zijn voeten en armen een weinig ontlasten. Zulk een zitje heette een "sedile". De Romeinen, ordelijk als ze waren, hadden voor alles een naam. Met zulk een sedile of sedulum kon de marteling wel twee tot drie dagen duren. Meestal werd geen sedile gebruikt, ook al omdat de veroordeelde bewaakt werd door soldaten die het vermoedelijk niet prettig vonden, zo lang op wacht te moeten staan.

VERKORTING VAN HET LIJDEN

Omgekeerd kon de dood ook versneld worden door het de veroordeelde onmogelijk te maken zijn lichaam op te drukken en de armen te ontlasten. Dit deed men door beide onderbenen even onder de knie met een ijzeren staaf te verbrijzelen. Ook dit instrument had een naam: "crurifragium", letterlijk: de benenbreker. Meestal stierf het slachtoffer dan binnen een kwartier. Alle klassieke schrijvers, zoals Cicero en Seneca, waren het er over eens dat kruisiging de meest gruwelijke vorm van terechtstelling was.

NA DE DOOD

Nadat de dood was ingetreden, bleven de lichamen der veroordeelden vaak aan het kruis hangen tot ze door roofdieren of door vogels werden verslonden of door ontbinding er vanaf vielen. Golgotha betekent niet voor niets "schedelplaats". Evenwel kon de familie van de terechtgestelde het dode lichaam opvragen aan de Romeinse autoriteiten om het te begraven. Dit werd vaak toegestaan zonder dat daarvoor extra kosten in rekening werden gebracht. Alleen moest dan de dood officieel zeker gesteld worden met behulp van een lanssteek dwars door het hart.

EEN MEDISCH-HISTORISCHE RECONSTRUCTIE


Voor ons als mensen uit de twintigste eeuw klinkt dit als een enigszins ijzingwekkende doch medisch-historisch gezien interessante mededeling. Doch voorde inwoners van het Romeinse rijk anno 33 waren dit zeer actuele feiten.
In het licht van deze gegevens is de lijdensgeschiedenis van Jezus de Nazarener, thans beter te reconstrueren. Het feitelijke lijden begon op donderdag 2 april, de dertiende Nisan van de Joodse kalender. Nadat Jezus om ongeveer 9 uur 's avonds met zijn 12 discipelen de maaltijd had beëindigd, die als Laatste Avondmaal de geschiedenis zou ingaan, verliet hij het oude Jeruzalem via een zuidoostelijke stadspoort. Hij was toen nog maar in gezelschap van 11 volgelingen. Judas, de man uit Kariot, had reeds tijdens de maaltijd de eetzaal verlaten om zijn leermeester te verraden. Na het in noordoostelijke richting volgen van de vallei van de beek Kidron, kwam de groep na ongeveer 2 kilometer lopen in een tuin genaamd Gethsemané aan de voet van de Olijfberg, van waaruit men de gehele stad kon overzien. De grote tempel van Salomo en de burcht Antonia, waar de Romeinse procurator Pilatus zetelde, waren zelfs in het duister nog waarneembaar. In die fraai gelegen tuin overviel Jezus, die wist wat hem te wachten stond, een wurgende angst.

Zijn discipelen, verzadigd van de maaltijd, vielen de een na de ander in slaap. Beroofd van iedere menselijke steun werd hij, zoals de medicus-discipel Lucas schrijft, "... dodelijk beangst. En zijn zweet werd als bloeddruppels, die op de aarde vielen" (Luc. 22 vs 44). Het zweten van bloed, medisch bekend onder de naam "haemathydrosis", is uiterst zeldzaam en schijnt te kunnen voorkomen bij extreme emoties. Om middernacht vond de arrestatie plaats. Judas verried Jezus met een kus. De discipelen vluchtten, een ervan zelfs praktisch naakt met achterlating van zijn kleding. Via de weg die Jezus gekomen was, werd hij ook weer teruggevoerd. Men bracht hem naar het huis van de hogepriester Caiaphas, vlak bij de zaal van het Laatste Avondmaal.

De eerste ondervraging ten overstaan van de Joodse Raad vond plaats door de oudste hogepriester, Annas. Deze was meer dan 80 jaar oud, een man van grote politieke invloed en schoonvader van de jongere hogepriester Caiaphas. Annas vroeg Jezus wat voor leer hij eigenlijk verkondigde. "Vraag het aan degenen die gehoord hebben wat ik heb gesproken", was het antwoord.

Dat werd als een brutaliteit beschouwd en de dienaren van de hogepriester sloegen er op los en spuwden de gevangene in het gezicht. Tegen het ochtendgloren werd hij geboeid naar Caiaphas gebracht, de tweede hogepriester. Deze hield zitting met de grote Joodse Raad, het Sanhedrin, dat, als het voltallig was, uit 71 personen bestond. De taak van dit hoogste rechtscollege was het bewaken en het op de juiste wijze toepassen van de duizend jaar oude joodse wetten, die reeds stamden uit de tijd van Mozes en die gebundeld waren in de Talmud. Deze behoorden tot de beste die er tot die tijd waren geweest en vele ervan zijn ook heden volmaakt actueel. Als zodanig was het Sanhedrin een voorbeeldig en eeuwenoud Juridisch instituut. De leden van het Sanhedrin moesten dan ook aan hoge intellectuele en sociale eisen voldoen. Voor het nemen van een belangrijk besluit, zoals een ernstige veroordeling, waren meestal twee zittingen nodig. Die zittingen moesten echter op twee achtereenvolgende dagen plaatsvinden. Er mocht geen dag tussen zitten. Dit was nu een probleem in het geval van Jezus.

Het was in de nacht van donderdag op vrijdag. Op vrijdagavond begon zowel de Sabbath als het paasfeest en dan kon er geen recht gesproken worden. Daarom kwam de Raad 's ochtends heel vroeg voor de tweede maal bijeen onder voorzitterschap van Caiaphas, die toen al 11 jaar in functie was en die vermoedelijk goede relaties onderhield met de Romeinse procurator Pontius Pilatus.

Het Sanhedrin was zonder enige twijfel bevooroordeeld ten opzichte van Jezus. Dat was ook wel te begrijpen, want de belangrijkste religieuze groeperingen binnen de Raad, n.l. de Sadduceeën en de Farizeeën, waren kort tevoren nog het mikpunt geweest van Christus' onbarmhartige kritiek. Ze waren zeker niet vergeten dat ze door hem waren vergeleken met witgepleisterde graven, die van buiten wel mooi leken, doch van binnen vol verderf waren (Matth. 23). Ze waren uitgemaakt voor blinde wegwijzers, huichelaars, uitzuigers, slangen en addergebroed. En Annas, die verantwoordelijk was voor de gang van zaken in de tempel, herinnerde zich nog heel goed hoe Jezus daar de geldwisselaars en alle handelaren in offerdieren en devotie-artikelen eruit had gegooid, onder het roepen van: "Dit is een bedehuis en geen rovershol!" (Marcus 11 vs 15). De Sadduceeën, die de sociale en economische aristocratie vormden, hadden bovendien weinig op met een barrevoets lopende armoedzaaier die hun glashard voorhield dat hoeren en tollenaars hen voor zouden gaan in het Koninkrijk Gods (Matth. 21 vs 31-32).

Het proces werd een schijnvertoning en een zwarte vlek op de eerbiedwaardige traditie van het Sanhedrin. De oude voorschriften werden met voeten getreden. Reeds de nachtelijke arrestatie was tegen de wet. De beschuldiging werd tijdens het proces wel driemaal veranderd. De getuigen waren vals en spraken elkaar tegen, er werd geen onderzoek verricht naar de juistheid der beweringen en er werd geen verdediging toegestaan. Zo werd dan de doodstraf voorgesteld op grond van "godslastering". Het Sanhedrin mocht echter van de Romeinse bezetter niemand ter dood veroordelen. Dat recht had alleen de procurator Pilatus. Zodoende werd Jezus op vrijdagmorgen tussen 6.00 en 8.00 uur naar het hoofdkwartier van Pilatus gesleept, het Praetorium in het fort Antonia. Pilatus had als Romein echter geen boodschap aan de beschuldiging van godslastering en dus werd de aanklacht wederom een aantal malen veranderd, en wel in aanzetten tot oproer, ontduiking van de belasting, verleiden van het volk en tenslotte ondermijning van het gezag van de Romeinse keizer.

In een vermoedelijk diepgaand privé-gesprek geraakte Pilatus onder de indruk van Jezus' persoonlijkheid en integriteit en sprak hem vrij. De joodse leiders begonnen moeilijk te doen en dreigden over Pilatus een klacht in te dienen bij zijn hoogste chef, keizer Tiberius in Rome. Pilatus zag zijn carrière bedreigd. Als afleidingsmanoeuvre zond hij Jezus, de Nazarener, die immers uit Judea stamde, naar de Joodse koning van die landstreek. Herodes Antipas, die toevallig vlakbij resideerde. Het was slechts 8 minuten lopen.

Deze Herodes was de zoon van Herodes de Grote. die ruim 30 jaar tevoren de massale kindermoord te Bethlehem had bevolen. Zelf had hij een verhouding met zijn schoonzuster Herodias, op wier aandringen hij nog niet zo lang tevoren Johannes de Doper had laten onthoofden. In de ogen van het Joodse volk was Herodes Antipas dan ook een verachtelijk mens. Jezus bracht zijn minachting tot uiting door geen woord te zeggen en op geen enkele vraag te antwoorden. Bij de terugkomst van Jezus in het praetorium verklaarde Pilatus het toegestroomde volk dat ook Herodes niets strafbaars had gevonden.
Het publiek, dat vermoedelijk niet uit de beste elementen bestond, werd hierdoor niet bevredigd. Toen liet Pilatus Christus geselen. Op dat moment was de procurator even ver van het Romeinse recht afgedwaald als Caiaphas van het Joodse. Het was niet juist geweest om Jezus naar Herodes te sturen en het geselen van iemand die zo pas onschuldig was verklaard, betekende een grove overtreding van de wet.

DE GESELING

Iedereen weet dat Christus gegeseld is, maar weinigen beseffen wat dat betekende. De veroordeelde werd geheel naakt met touwen aan een stenen pilaar gebonden. De armen gestrekt omhoog, het gezicht naar de pilaar. Er waren meestal twee soldaten die de geseling uitvoerden en ze sloegen om beurten met de zgn. "flagrum", een Romeinse zweep. Deze bestond uit een kort handvat waaraan een tweetal spits toelopende leren riemen waren bevestigd. Aan het eind van de riemen waren hazelnootgrote loden kogels of de voet- wortelbeentjes van een schaap bevestigd.

Met dit verschrikkelijke instrument werd de huid van de veroordeelde letterlijk aan flarden geslagen. De slagen werden systematisch toegediend vanaf de schouder tot en met de kuiten. Het aantal slagen was bij de Romeinen in wezen onbeperkt. Men keek gewoon hoeveel de veroordeelde kon verdragen.
Soms liep het aantal wel op tot honderd slagen. Dan zat er praktisch geen huid meer op de achterzijde van het slachtoffer, dat dan meestal bewusteloos aan de touwen hing, omringd door een grote plas bloed. De geseling was bij de Romeinen een soort traditioneel voorprogramma bij de uitvoering van de doodstraf. De beschadiging van zoveel huid en de kneuzing van zoveel spierweefsel is in ernst te vergelijken met b.v. een zeer diepe verbranding van het halve lichaamsoppervlak. Deze verwonding kan zonder medische hulp na enkele uren tot dagen dodelijk zijn. Daarom had de Joodse wet het aantal slagen bij geseling tot maximaal 39 beperkt. De Romeinen dachten daar echter anders over.

DE BESPOTTING

Na de geseling werd Jezus door de soldaten nog bespot. Ze deden hem een rode mantel aan, zetten hem een soort kroon van gevlochten doornige twijgen op en sloegen hem bovendien in het gelaat en op zijn hoofd. De kroon, in de vorm van een muts, was vervaardigd uit de gedroogde takken van de Zizyphus spina, een boom die vlijmscherpe doorns heeft van 2 1/2 cm lang, die gemakkelijk dwars door de schedelhuid kunnen boren. Hierna werd Jezus door Pilatus nog publiekelijk tentoongesteld met de beroemd geworden woorden "Ecce homo", Ziet den mens! Het moet een deerniswekkend gezicht geweest zijn. Waarschijnlijk was één oog dichtgeslagen. Het bloed stroomde over zijn gezicht en uit zijn gebroken neus. Zijn kleding was met bloed doordrenkt. Mogelijk kon hij zich nauwelijks staande houden. Vermoedelijk hoopte Pilatus met deze vertoning bij het publiek medelijden op te wekken, zodat men het hierbij zou laten. Doch dit gebeurde niet. Ook de ruilprocedure met de moordenaar Barabbas ging niet door. En Pilatus, als een echte ambtenaar, bang voor zijn carrière, bezweek uit lafheid voor de chantage van het volk.

Mattheus, zelf een gewezen ambtenaar, beschrijft het sober: ",... en hij gaf Hem over om gekruisigd te worden".

NAAR GOLGOTHA

De weg van Pilatus' praetorium naar Golgotha, later genoemd de Via Dolorosa, is nauwelijks 600 meter lang en kan langzaam lopend in 12 minuten worden afgelegd. De weg is echter smal en hellend, de bestrating slecht en bovendien perste een mensenmenigte er zich nog doorheen. Langs deze weg moest Christus het zware dwarshout op zijn kapotgeslagen schouders dragen. Het lukte hem niet. Vermoedelijk viel hij enige malen en kon hij niet meer overeind komen. Het staat niet in de Schriften. Doch wel is vermeld dat een willekeurige voorbijganger, genaamd Simon van Cyrene, die juist van het land kwam met zijn beide zonen, door de Romeinse bevelhebber werd gedwongen de dwarsbalk te dragen. De centurion gaf die order vermoedelijk niet uit medelijden, maar omdat hij er verantwoordelijk voor was dat de veroordeelden levend Golgotha bereikten en niet halverwege al door uitputting stierven. Op weg naar de executieplaats mocht Jezus zijn eigen kleren aanhouden. Dat was een concessie aan de joodse wet, die naaktloperij niet toestond. Romeinse veroordeelden moesten geheel naakt hun dood tegemoetstrompelen.

DE KRUISIGING

Het was het derde uur van de dag, naar onze berekening tussen 9.00 en 10.00 uur 's ochtends, toen de stoet Golgotha bereikte. De groep bestond uit een peloton soldaten onder het bevel van een centurion, vele nieuwsgierigen, huilende vrouwen, wraakbeluste Farizeeën en Sadduceeën, de ontzette familie en vrienden en tenslotte de drie veroordeelden: Jezus en twee dieven die ook gekruisigd zouden worden.

De militairen boden de ter dood veroordeelden wijn met mirre of gal aan. Vermoedelijk werd dat mengsel beschouwd als een verdovend of pijnstillend middel. Enigszins als de laatste sigaret voor de fusillering of het glas cognac dat men in Frankrijk de veroordeelden bij de guillotine aanbood. Christus weigerde te drinken. Toen werden de kleren van zijn lichaam afgetrokken. Deze plakten zonder twijfel aan zijn kapotgeslagen rug, die vermoedelijk dan ook meteen weer ging bloeden. Met zijn rauw gegeselde schouders moest hij op de houten balk, het patibulum, gaan liggen. De spijkers werden door de polsen geslagen en daarna werd het patibulum waaraan hij hing op de ruwe verticale stipes geplaatst.

Enkele ogenblikken later sloeg men met een 20 cm lange vierkante spijker zijn beide voeten aan de paal vast. De doodstrijd begon. De martelende keuze tussen verstikking en verscheurende pijn. Knieën strekken, ademhalen, vlammende pijn in de voeten, knieën buigen, lichaam laten zakken, verscheurende pijn in de polsen, heftige benauwdheid en dan toch maar weer de knieën strekken in een langzame, dodelijke cadans. De beide armzalige dieven vochten links en rechts op dezelfde wijze hun uitzichtloze strijd om een beetje lucht. Op dat moment hing aan de andere kant van de stad, even buiten de zuidelijke stadsmuur, de discipel Judas al dood aan een boom. Vertwijfeld door wroeging had hij zelfmoord gepleegd. Op het zesde uur (omstreeks 12.00 uur 's middags) "kwam er een duisternis over het gehele land". Dit werd mogelijk veroorzaakt door een zandstorm, een zgn. chamsin, waarvan het stof de zon verduisterde.

De doodstrijd ging toen naar een climax. Het zweet liep als water langs zijn lichaam, waarvan de temperatuur tot een hoge waarde steeg. Medisch heet dat hyperthermie. De spieren verkeerden in een continue kramptoestand. De ontwrichte polsen en voeten deden ondraaglijk pijn. Door bloedverlies, extreem zweten, dorst en oedeemvorming ten gevolge van de geseling, was het circulerend bloedvolume sterk verminderd. De bloeddruk daalde, de hartslag werd steeds sneller. De biochemische samenstelling van het sterk verzuurde bloed was mede door enorm zoutverlies, nauwelijks nog met het leven verenigbaar.
Het hart begon het op te geven. Er ontstond een zogenaamde "decompensatio cordis", waardoor er vocht in de longen kwam. Longoedeem heet dat. De ademhaling werd reutelend. Het hart sloeg onregelmatig. Er was een ondragelijke dorst. Doch voorbijgangers bespotten hem, en onder het kruis verdeelden de soldaten de kleren en dobbelden zij om het overkleed van de Koning der Joden.

HET STERVEN

Mattheus rapporteert dan verder: "Omstreeks het negende uur (plusminus 3.00 uur 's middags) riep Jezus met luider stemme zeggende: 'Eli, eli, lama sabachtani?' Dat is: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?". Het is de beginregel van de 22ste psalm van David. Als groot kenner van de Tenach, de Joodse Schrift, moet Jezus deze passage uit het hoofd hebben gekend. De psalm, meer dan 700 jaar voor de kruisiging van Christus geschreven, schildert met profetische helderheid wat op Golgotha geschiedde:

Mijn God, mijn God waarom hebt Gij mij verlaten
verre zijnde van mijn verlossing.
bij de woorden van mijn jammerklacht...
Als water ben ik uitgestort
en al mijn beenderen zijn ontwricht
mijn hart is geworden als was,
het is gesmolten in mijn binnenste...

Een bende boosdoeners heeft mij omsingeld
die mijn handen en voeten doorboren
ze kijken toe, ze zien met leedvermaak naar mij
zij verdelen mijn klederen onder elkaar
en werpen het lot over mijn gewaad..

Tenslotte wendde de stervende zich nog eenmaal tot de soldaten: "Ik heb dorst". Op de executieplaats stond een kruik gevuld met "zure wijn" zoals de Schrift dit vermeldt. Deze zure wijn werd door de Romeinen "posca" genoemd. Het was een soldatendrank, die bestond uit een mengsel van wijn, water, azijn en geklutste eieren. Een van de legionairs reikte Jezus een spons aan die gevuld was met deze posca. Nadat de stervende Christus ervan gedronken had, zei hij: "Het is volbracht". Johannes vermeldt: "En hij boog het hoofd en gaf de geest".

HET EINDE VAN DE DAG

De vrijdag ging ten einde en de Sabbath, waarop dat jaar tevens het Joodse Pasen viel, naderde. En op Sabbath mochten er geen Joodse lijken aan het kruis blijven hangen. Daarom waren er al leden van het Sanhedrin naar Pilatus gegaan om hem te vragen de executie te beëindigen door de benen van de veroordeelden met het crurifragium te doen verbrijzelen. De ervaring had immers geleerd dat de dood dan spoedig door verstikking intrad. Dit gebeurde bij de beide dieven, doch niet bij Jezus, want die was toen al gestorven.

Pilatus wilde dit aanvankelijk niet eens geloven, toen een zekere Jozef van Arimatea, een vooraanstaand lid van het Sanhedrin, hem dat kwam mededelen. Pilatus ontbood de commandant Van het executiepeloton, de hoofdman over honderd, zoals de Statenbijbel het woord "centurion" vertaalt. Die bevestigde de mededeling van Jozef van Arimatea. Hoewel lid van de Grote Raad, had Jozef niet meegedaan met het schijnproces. Hij sympathiseerde in het geheim met de rabbi uit Nazareth en hij vroeg namens de familie het stoffelijk overschot op. Dat werd hem ook gegeven, nadat het hart van de dode met een lans was doorboord. Zo luidden immers de Romeinse reglementen. Het Schriftwoord was vervuld: 'Geen been zal Hem verbrijzeld worden' en "...zij zullen zien op Hem die zij doorstoken hebben". (Joh. 19 v. 36-37).

Wie is schuldig aan de kruisiging en de dood van Jezus?

In het proces tegen Hem wordt de officiële uitspraak gedaan door Pilatus. Hij is daar helemaal verantwoordelijk voor. Maar tijdens het proces zelf heeft Jezus het over een grotere verantwoordelijkheid van een ander. Wie bedoelt Hij? Is dat het Joodse volk? In de geschiedenis zijn er wel Jodenvervolgingen geweest met het argument: de Joden zijn schuldig aan de dood van Jezus. Maar dan ging het om Joden, die eeuwen later leefden. Die er nog niet waren, toen Jezus gekruisigd werd. De Joden van nu zijn echt niet verantwoordelijk voor wat er bijna 2000 jaar geleden gebeurde. En ook het Joodse volk uit die tijd niet.

Wie wel? En wat heeft God er nog mee te maken?

De rol van Pilatus

In de nacht van donderdag op vrijdag heeft Jezus de voeten van zijn leerlingen gewassen. Judas was daar nog bij; kort daarna ging hij weg voor zijn verraad. Jezus bleef met zijn andere leerlingen achter.
Daarna vertrokken ze naar de hof van Gethsemané. Judas ging daar ook heen met een groep gewapende mannen en Jezus werd daar gearresteerd. Hij werd naar Annas gebracht. Annas had veel te vertellen in de Hoge Raad. Vandaar, dat Jezus eerst door hem aan de tand gevoeld werd.

Annas liet duidelijk merken wat hij vond: hij stuurde Jezus geboeid naar de Hoge Raad. Dat betekende: Hij mag niet vrij rondlopen.
De Hoge Raad vergadert midden in de nacht onder leiding van de hogepriester, Kajafas. Ze beginnen het proces niet in het officiële gerechtsgebouw, maar bij de voorzitter aan huis.

Er zijn ook valse getuigen opgeroepen. Maar hun getuigenissen zijn zo weinig eensluidend, dat de Hoge Raad er niets mee kan beginnen. Ze willen over Jezus een officieel doodvonnis uitspreken. De hogepriester vraagt daarom toch maar even rechtstreeks aan Jezus, of Hij de Christus, de Zoon van de levende God is. Hij verwacht geen antwoord.
En dan komt er tot ieders verbazing wel een antwoord: Ik ben inderdaad de Christus, de Zoon van God.

Hij zegt dat ook nog onder ede. Nu hebben ze Hem. Dit is godslastering, geloven ze, en daarop staat de doodstraf. Dat zegt Leviticus 24: Wie de Naam des HEREN lastert, zal zeker ter dood gebracht worden: de gehele vergadering zal hem stenigen.
Jezelf de Zoon van God noemen betekent: jezelf aan God gelijk stellen. Daarmee pleeg je zonde tegen het derde gebod, de naam van de Here ijdel gebruiken. Een zware zonde.

De Hoge Raad heeft de zaak rond. Het vonnis kan over een paar dagen uitgevoerd worden. Maar de Hoge Raad ziet een probleem. Ze zijn bang voor de pelgrims, die naar Jeruzalem gekomen zijn voor het Pascha.
Die hebben veel sympathie voor Jezus. Als Jezus eerst een aantal dagen gevangen zit, kan er wel eens opstand komen. Jezus zou wel eens bevrijd kunnen worden.

Want de doodstraf mag niet op het Pascha en niet op de sabbat voltrokken worden. Dat zijn de regels van het Joodse recht in die tijd. Deze vrijdag is dag van het Pascha. Zaterdag is het sabbat. Deze beide dagen kan het in elk geval niet. Het doodvonnis kan op z’n allervroegst zondag voltrokken worden.
Zolang wil de Hoge Raad niet wachten. Daarom wordt er een slimme oplossing bedacht. Het Romeinse recht verbiedt een terechtstelling op een Joodse feestdag niet. De Romeinse gouverneur kan deze vrijdag wel een doodvonnis uitspreken en ook laten uitvoeren.

Daarom gaan ze naar Pilatus, maar wel met een andere aanklacht. Eerst draaien ze er wat omheen. Als Hij geen misdadiger was, zouden we Hem niet bij u voorgeleid hebben, zeggen ze.
Nou, dat is dan simpel, zegt Pilatus, berecht Hem volgens uw eigen wet. Maar dat willen ze juist niet; dan duurt het te lang. Dus komen ze met de aanklacht: Hij zegt, dat Hij de Koning der Joden is.

Dat is een belangrijke politieke kwestie. Daarover moét Pilatus oordelen. Hij ondervraagt Jezus over dat koningschap. Maar hij begrijpt al snel, dat dit geen politieke zaak is. Jezus is niet iemand, die tot opstand aanzet.
Pilatus gaat het gerechtsgebouw uit, waar hij Jezus ondervraagd heeft. Buiten staan zijn aanklagers. Deze man is niet schuldig, zegt hij. Hij durft Jezus niet meteen vrij te laten. Hij probeert het via de jaarlijkse vrijlating van een gevangene op deze feestdag.
Hij weet, dat de leiders Jezus uit jaloezie hebben uitgeleverd. Daarom probeert hij de vrijlating van Jezus te krijgen door een beroep op het volk. Daar is Jezus immers populair!

Dat pakt verkeerd uit. De leiders weten het publiek mee te krijgen. Niet Jezus, maar Barabbas moet vrij gelaten worden. Een misdadiger, een moordenaar. En dat gebeurt. Pilatus gaat weer het gerechtsgebouw binnen.
Binnen laat hij Jezus geselen. Zijn soldaten bespotten Hem door Hem een kroon van dorens op het hoofd te zetten. Een schijnkoning. Om de verkleedpartij nog echter te maken, doen ze hem een purperkleurige soldaten-mantel aan.

Alleen de rijken, koningen en keizers, hadden mantels van echt purper. Hij heeft een namaak-kroon op en een namaak-statie-mantel aan. En ze begroeten Hem spottend, zoals de keizer begroet wordt. Ave, gegroet, koning der Joden.
Als dat gebeurd is, komt Pilatus weer naar buiten. Zijn plan voor vrijlating t.g.v. van het Pascha, is mislukt. Een misdadiger is nu de vrijheid ingegaan.
Maar Pilatus houdt nog steeds aan zijn oordeel vast: ik vind geen schuld in Hem. Hij mag zich dan wel koning noemen, maar Hij is geen rebel. De beschuldiging van de Joodse leiders is niet waar.

Pilatus heeft de beklaagde zelf ondervraagd. Deze man is geen bedreiging voor Tiberius, die op dat moment keizer in Rome is. Het is onmogelijk om Jezus op een valse aanklacht ter dood te veroordelen.
Pilatus verklaart Jezus onschuldig en laat Hem naar buiten komen. En dan spreekt hij die wereldbekende woorden: zie de mens! Een kroon van dorens op zijn hoofd. Een purperkleurige soldatenmantel aan.
En misschien kunnen ze ook wel bloed zien.

Pilatus laat merken: jullie zien deze man als een gevaar. Maar ik kom jullie wel tegemoet. Ik heb Hem zo vernederd, dat Hij geen gevaar meer is voor jullie.
De man is een eigenlijk een wrak geworden; voorlopig hebben jullie geen last van Hem. Daar ging het jullie om. Wees daar dan tevreden mee. Jezus is een tijdje uitgeschakeld. Klaar.

Als Pilatus denkt, dat de vrijlating van Jezus door de Joden nu wel geaccepteerd wordt, komt hij bedrogen uit. De opperpriesters beginnen te schreeuwen: kruisigen. Hun dienaars doen mee. Misschien anderen uit het publiek ook wel.
Pilatus zegt dan nog weer eens: doe het dan zelf. Wat het romeinse recht betreft is Hij onschuldig. Weer die betuiging van onschuld van Jezus! Hij is geen rebel!

En dan komt het hoge woord er eindelijk uit bij de Joden. Volgens het Romeinse recht is Hij niet schuldig, maar wel volgens het Joodse recht. Wij hebben een wet. Ze bedoelen: wij hebben het Woord van God. Dat is het OT.
En het OT zegt, dat een godslasteraar moet sterven. Een godslasteraar is Jezus volgens hen, want Hij heeft gezegd, dat Hij de Zoon van God is.
Daarvan schrikt Pilatus. Heeft deze man een bijzondere band met de wereld van de goden? Pilatus is ervan overtuigd, dat Hij onschuldig is. Als hij Hem toch laat kruisigen, zou hij wel eens onder de vloek van de bovenaardse machten kunnen komen. Zijn vrouw had hem ook al gewaarschuwd.

Hij gaat het gerechtsgebouw weer binnen en begint met een nieuwe ondervraging van Jezus. Waar komt U vandaan? Probeert Pilatus meer te weten te komen over de bovennatuurlijke afkomst van Jezus?
Jezus geeft geen antwoord, omdat Hij daar al genoeg over gezegd heeft. Mijn koninkrijk is niet van deze wereld; mijn koninkrijk is niet van hier.
Dan gaat Pilatus dreigen: geef antwoord, want ik beslis over jouw leven of dood. Daar reageert Jezus wel op. Pilatus moet zich niet sterk maken met zijn macht. Hij moet beseffen, dat hij die macht niet zomaar van zichzelf heeft.

Die macht heeft hij van boven gekregen. Hij kan niet een willekeurige beslissing nemen. Hij zal verantwoording moeten afleggen aan een hogere macht. Aan God. Pilatus heeft te horen gekregen, dat Jezus zichzelf als de Zoon van God ziet. God heeft hem op die dag de bevoegdheid gegeven te beslissen over leven of dood van Gods Zoon.

Pilatus is onder de indruk van dit antwoord. Hij wil de vloek van God vermijden. Hij zet zich tot het uiterste in om Jezus vrij te laten.
Maar hij krijgt van de Joden te horen: dan ben je geen vriend van de keizer meer. Hij heeft zijn baan als gouverneur van keizer Tiberius gekregen. Tiberius had vertrouwen in hem. Maar Tiberius kan hem ook laten vallen.

Het is bekend, dat Tiberius erg wantrouwend was, als het ging om behoud van zijn macht. Zou er uit Palestina gemeld worden, dat Pilatus iemand had vrijgelaten, die koning wilde worden, dan was de boot aan. De Joden konden ook nog een grote lijst met wandaden van Pilatus doorgeven. Dan zou voor Pilatus het doek vallen. Grote kans op een zware straf; misschien wel verbanning naar een achteraf dorpje. Over die vloek van boven was hij niet zo zeker. Over de maatregelen van keizer Tiberius wel. Hij hakt uiteindelijk de knoop door.

Hij gaat op de rechterstoel zitten. Die staat op een verhoging, zodat iedereen het goed kan zien. Nu gaat de officiële uitspraak vallen. De evangelist geeft de plaats aan. Lithostrotos, dat betekent: plaveisel; de aramese naam is Gabbatha en die betekent: hoogte.
Met deze dubbele naam geeft hij precies de plaats aan, waar het belangrijkste vonnis uit de wereldgeschiedenis wordt uitgesproken. Zijn lezers kunnen er nog heen, om de plek te zien.

Johannes geeft de datum op. De dag van voorbereiding. De voorbereiding op de sabbat. Dat is de vrijdag. Die vrijdag viel ook nog samen met het Joodse Pascha. Dus wordt bedoeld: de Pascha-vrijdag.
Johannes noteert zelfs de tijd. Precisie-uurwerken zijn er in die tijd niet. Meestal zal men wel naar de stand van de zon gekeken hebben. Het is ongeveer het zesde uur. De urentelling begint om 12 uur middernacht. Dat komt dus behoorlijk overeen met onze telling. Vroeg in de morgen, ergens tussen half zes en half acht.

Pilatus, die er heilig van overtuigd is, dat Jezus onschuldig is, accepteert de eis van de Joden: Jezus zal gekruisigd worden

Zie uw Koning, zegt Pilatus van tevoren nog tegen de Joden. Een stukje spot: zo gaat het in het romeinse wereldrijk, als iemand zich koning wil maken. Dan grijpt het gezag in. Jezus is een wrak geworden. Een machteloze koning.
Maar achter Pilatus staat God, de Vader. Wat Pilatus spottend bedoelt, is toch waar: zo’n koning heeft God gegeven. De Zoon van God, de beloofde koning, gebruikt niet de macht, die Hij heeft. Er komen geen legers uit de hemel om Hem te ontzetten.
Deze koning is de lijdende koning. De weg naar bevrijding is niet: alle macht gebruiken om de onderdrukker, de vijand, te vernietigen. Deze koning bevrijdt door het lijden over zich heen te laten komen. Het lijden, dat God zelf gewild heeft.

De grote vijand, de duivel, is niet allereerst te verslaan met geweld, maar door zwakte. Door het offer. God brengt het hoogst mogelijke offer: Hij veroordeelt zijn Zoon tot de kruisiging. Alleen dat offer kan bevrijding brengen. Er is geen andere manier om de duivel te verslaan en de zonde te vernietigen. Alleen de gekruisigde koning kan dat doen.

De rol van de overpriesters

Pilatus is officieel en volledig verantwoordelijk voor de uitspraak, die hij als rechter doet. Jezus is absoluut onschuldig. Dat heeft hij in het onderzoek vastgesteld. Dat heeft Johannes schriftelijk vastgelegd. Daarmee verzekert God zelf ons: Jezus werd geen offer voor eigen zonden. Hij werd offer voor jouw zonden. Hij was immers onschuldig?

Jezus zegt zelf, dat degene, die Hem voor de rechter heeft gebracht, groter verantwoordelijkheid draagt. Dat is Kajafas. Die werd ondersteund door zijn schoonvader Annas, de vorige hogepriester. En de Hoge Raad had ingestemd met de beslissing, dat Jezus moest sterven.
De Hoge Raad had er ook mee ingestemd, dat Jezus via Pilatus snel moest worden terecht gesteld - deze dag nog. De Hoge Raad is de officiele vertegenwoordiger van het Joodse volk.

Dat betekent niet, dat het hele Joodse volk schuldig is. Er zijn leerlingen van Jezus, die totaal anders denken. Die beleden hebben, dat Jezus inderdaad de Zoon van God is. Er zijn nog heel veel anderen in Jeruzalem op het feest, die absoluut tegen een terechtstelling van Jezus zijn.

Je kunt dus beslist niet zeggen, dat het hele Joodse volk schuldig ia aan de kruisiging van Jezus. Dan zou je ook de aanhangers van Jezus in de Hoge Raad schuldig moeten verklaren: Nicodemus en Jozef van Arimathea. Of zij de enige aanhangers van Jezus in de Hoge Raad waren, is niet bekend.

Of zij op die nachtelijke zitting aanwezig waren, weten we ook niet. Het kan niet anders of ze waren tegen het doodvonnis van Jezus. Maar de meerderheid besliste. Verantwoordelijk voor de dood van Jezus is elk lid van de Hoge Raad, dat voor gestemd heeft.

Binnen de Hoge Raad zijn het vooral de overpriesters, die er bij Pilatus alles aan doen om Jezus veroordeeld te krijgen. Ze dreigen Pilatus een zwartboek naar Rome te sturen over zijn wandaden, over zijn achteloosheid in een proces tegen iemand, die zich koning noemt.

Pilatus probeert het dan nog eens. Deze man een koning? Laat Hem gaan. Hij is toch geen gevaar meer voor jullie? Gegeseld en bebloed, zijn aanhangers zullen diep teleurgesteld zijn in Hem. Ze hadden hun hoop op Hem gevestigd. Maar als je zo gemarteld en vernederd wordt, zo zwak blijkt te zijn. Dan laten ze Hem natuurlijk in de steek.

De overpriesters spreken dan woorden, die eigenlijk een verloochening zijn van Israëls belijdenis. Toen in het verleden het volk een koning wenste, had de Here gezegd: Ik ben jullie koning. En de koning in Israël moest zichzelf zien als onderkoning onder de Here.

De echte koning van Israël is de Here. Maar hier roepen ze iets anders. Heel die belijdenis, dat de Here Israëls koning is, is verdwenen. In het proces tegen Jezus wordt het wezen van Gods verbond met Israël verloochend. Ze erkennen niet de Here, maar de keizer als hun koning.
Een machteloze messias willen ze niet. Want zo kwam Jezus op hen over, toen Hij eenmaal gearresteerd was.

De schuld van de Hoge Raad is veel groter dan van Pilatus. Want zij kennen het OT. Ze kennen de profetien over b.v. de lijdende knecht van de Here. Maar de wezenlijke boodschap van het OT hebben ze afgewezen.

De boodschap, dat God genadig en barmhartig is. Ze willen geen beroep doen op Gods genade. Ze doen een beroep op alles wat ze gepresteerd hebben. Op het naleven van al die wetsregels, die door de rabbijnen in vele honderden bepalingen nog verder uitgepluist zijn.

Niet gered door genade, maar door de wet. Daar hopen ze op. Ze willen niet op hun knieen bij God komen, maar fier rechtop. Wij hebben zoveel gepresteerd. Onze schuld is weg. Onze zonden hebben we zelf goed gemaakt door zo goed mogelijk de wet uit te voeren.

Het was niet perfect, maar wel genoeg. Zo hopen ze voor God te verschijnen. En daar zit nu de grote afkeer van Jezus. Hij heeft hun traditie aangetast. Wat we altijd gehoord hebben: doe de wet en dan kun je eeuwig leven krijgen. Dat is door Jezus onderuit gehaald.

Daar zit eigenlijk hun verzet tegen Jezus. Daarom willen ze Hem dood. Dat ze lang niet alles uit zijn optreden begrepen, is nog niet zo erg. Zelfs zijn leerlingen begrepen veel dingen toen nog niet. Maar het doodvonnis over Jezus is eigenlijk een veroordeling van God.

Ze willen Gods genade niet. Ze willen rechten bij God. En de man, die voor Gods genade opkomt, gaat eraan. Als ze geloofd hadden, dat een zondaar alleen door genade gered wordt, hadden ze Jezus niet ter dood veroordeeld.
Dan hadden heel veel vragen kunnen hebben; omdat ze geen goed beeld van de Messias hebben. Zo was dat met de leerlingen van Jezus ook. Maar dan was er geen doodvonnis uitgekomen.

Zij eisen de kruisiging. En tenslotte geeft Pilatus aan die eis toe. Dat is een groter kwaad dan Pilatus beging, toen hij een onschuldige ter dood veroordeelde.
De kruisiging van Jezus: dat is de verwerping van Gods genade. Dat is het verschrikkelijke feit, waaraan de overpriesters zich schuldig maken.
Genade in plaats van recht. Het staat de mensen tegen. Ze willen recht. Recht in de samenleving. Je moet rechten kunnen laten gelden bij de overheid. Je moet ook rechten kunnen laten gelden bij God.

Als je toch goed leeft, heeft God het recht niet je voor eeuwig te veroordelen. Er zijn echt grote schurken. Dan heeft God wel het recht hen voor eeuwig te straffen. Maar voor een gewoon mens, die zich inzet voor goede dingen, bestaat het recht op geluk in het hiernamaals.

Maar beginnen met toegeven, dat je daar geen recht op hebt. Ook niet, als je een toonbeeld van naastenliefde bent. Dat is voor een mens te veel gevraagd. Smeken om genade bij God. Zonder één enkel recht. Alleen maar je beroepen op het offer van Jezus Christus. Dat vinden mensen stuitend. In wezen sta je dan aan dezelfde kant als de Joodse overpriesters. Je kunt alleen overgaan naar de andere kant, als je gegrepen bent door het evangelie van het kruis.

De rol van God

Pilatus spreekt zijn vonnis uit op het Pascha. De bevrijdingsdag van het Joodse volk. Herdenking van de bevrijding uit Egypte. Hij drijft de spot met het Joodse bevrijdingsfeest. Hier is jullie koning. Kijk, een man, die kapot gemaakt is. OK, ik zal Hem laten kruisigen.

Dat het op deze dag gebeurt, gaat tegen de harde afspraken van de Hoge Raad in. Dat de echte aanklacht tegen Jezus toch voor Pilatus kwam, hadden ze ook niet gewild. Dat het vonnis de kruisiging was, lag ook al niet in hun bedoeling.
Ze hadden Hem op een voor hen geschikt tijdstip ter dood willen veroordelen. En dat zou dan door steniging gebeurd zijn. Het is op heel wat punten anders gelopen, dan ze gepland hadden. Het enige, dat ze wel in hun hoofd hadden was de dood van Jezus zonder volksoproer.

Maar in werkelijkheid is het God, die het allemaal zo leidt. Jezus heeft met dat plan ingestemd en meegewerkt. De Zoon van God is trouw geweest aan zijn Vader. Dat heeft het uiterste van Hem gevraagd.
Hij wordt gekruisigd op het Pascha. En zo wijst God Hem aan als het echte paaslam. Dezelfde Johannes, die dit evangelie schreeft, ziet Hem later op Patmos in zijn visioenen als het Lam, dat geslacht is.

Er zijn duizenden lammeren geofferd. Al die offers konden de schuld niet aflossen, konden geen bevrijding brengen van de grootste vijand van de mens: de duivel.
Maar dit offer wel. Want als dat geen offer is! Jezus kon op elk moment het proces stoppen. Hij had de geseling en bespotting kunnen voorkomen. Hij had ook voor de ogen van het publiek zijn wonden kunnen genezen en er weer gezond en sterk uitzien.

Hij had Pilatus tot vrijspraak kunnen brengen en de hoge heren van het Sanhedrin laten afgaan. De schreeuwers, die riepen: kruisigen, had Hij voorgoed de mond kunnen snoeren, zodat het doodstil zou zijn geworden.
Hij heeft dat allemaal niet gedaan. Want God had Hem nodig als het echt paaslam. Hij had de zonden van de wereld overgenomen. En Hij moest ervoor betalen. Hij, de Zoon van God, de lang beloofde koning van Israël, moest lijdende knecht zijn. Tot het uiterste, tot in de dood.

God stuurde het zo, dat het uitgerekend op het Pascha gebeurde. Het grote bevrijdingsfeest van Israël uit Egypte moest plaats gaan maken voor
de bevrijding van zonde en duivel. Bevrijding uit eeuwig oordeel.
Duizenden pelgrims zijn gekomen voor een feest. Voor Jezus wordt het een gruwelijke executie. Zover gaat Gods genade. Zoveel heeft Hij voor je over gehad. Jouw schuld moest weg. Want zelf kom je alleen maar dieper in de schuld te staan. Hopeloos diep.

God geeft hoop op deze dag. Jezus ontkomt niet. Dat zou de grootste ramp in de geschiedenis geweest zijn. Dan zat je voor eeuwig met al je schuld.
God gaat door en Jezus gaat eraan. Nog wel aan het kruis. Het teken van de vloek van God. De apostel Paulus schrijft dat in één van zijn brieven. Dat hangen tussen hemel en aarde staat symbool voor: de mensheid moest Hem niet meer en God heeft Hem met zijn vloek getroffen.
In al zijn gruwelijkheid is de kruisiging van Jezus de zekerheid: Gods liefde voor mensen heeft het hoogste offer gebracht. Het offer, dat genoeg was voor de zonden van de wereld. Uiteindelijk is het God, die het in handen heeft. Hij stond niet machteloos bij dit lijden. Hij heeft het gewild. Voor jou!

WAT DOEN WE MET PASEN?

De verschrikkelijke Passie van Pasen was voorbij. De Joodse wet was ernstig overtreden evenals de Romeinse. Naast het klassieke Joodse paasfeest dat de verlossing uit de Egyptische slavernij herdenkt zou een ander Paasfeest ontstaan. En hoewel Jezus Christus als vrome Joodse rabbi was gestorven werd zijn dood de aanleiding tot het ontstaan van een nieuwe religie, het Christendom. Het is bekend hoe deze twee religies in de loop der eeuwen steeds verder uit eikaar groeiden. Het spanningsveld daartussen heeft aanleiding gegeven tot gruwelen die miljoenen het leven hebben gekost.

Toch heeft de rabbi Jezus van Nazareth niet anders gedaan dan bij voortduring wijzen op het meest waardevolle, dat het Joodse volk in zijn wetten de mensheid had aan te bieden. Het belang hiervan werd zelfs aan de orde gesteld door een Farizeeër. Deze vroeg Jezus eens: 'Meester, wat is het grootste gebod in onze wet ?'. En de Meester antwoordde, verwijzend naar Leviticus: "Gij zult de Here, Uw God liefhebben met geheel Uw ziel, met geheel Uw hart, uit geheel Uw verstand en uit geheel Uw kracht. En het tweede, daaraan gelijk is: Gij zult Uw naaste liefhebben als Uzelf. Een ander gebod, groter dan deze bestaat niet. Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten" (Matth. 22 v. 36-40, Marc. 12 v. 30~31).

Het is deze boodschap waarvan de geharde centurion van het executiepeloton misschien een vaag vermoeden kreeg, toen hij aan het eind van die verschrikkelijke vrijdag de dode in het gezicht keek en met militair respect opmerkte:

"Vere hic homo iustus erat!":

"Waarlijk, deze mens was rechtvaardig!"

Lucas 23:47

MEER INFORMATIE

 READ THE BOOK - THE BIBLE CHANGE YOUR LIFE

Deutsch
de
English en français fr italiano it Nederlands nl español es português pt Norsk no svenska sv Polski pl čeština cz Slovák sk Magyar hu român ro Български bg hrvatski hr Pyсский ru Türkçe tr عربي ar

       

Heer, wees mijn Gids

                              

INFO: DE WEG - DE WAARHEIDHET LEVENFILM - AUDIO


Wie zoekt zal vinden           


www Holyhome.nl

Boeiende Series :

Bijbelvertalingen
Bijbel en Kunst
Bijbels Prentenboek
Biblische Bildern
Encyclopedie
E-books en Pdf
De Heilige Schrift
Aan de voeten van Jezus
Onder de Terebint
In de Wijngaard
De Bergrede
Gelijkenissen van Jezus
Oude Schoolplaten
De Zaligsprekingen van Jezus
Vakantie tijd
Recreatie tijd
Goede Vruchten
Geestesgaven
Tijd met Jezus
Film over Jezus
Barmhartigheid
Catechese lessen
Het Onze Vader
De Tien Geboden
De Bijbel is boeiend
Bijbelverhalen in beeld
Presentaties
Bijbelse Onderwerpen
Bible Study Tools (meertalig)
Vrede van God voor jou
Oude bijbel tegels
Kijk ook eens op:

Godsdienstles
Bijbelmobiel
Bijbel Movies Online Free
Christendom Startpagina
Zingeving Startpagina
Informatie over alle kerken in Nederland: Kerkzoeker
* Bible Study: The Bible alone!

* L'étude biblique: Rien que la Bible!

* Bibelstudium: Allein die Bibel!


Materiaal voor het Digibord
Werkbladen Bijbelverhalen
OT Hebreeuws-Engels
NT Grieks-Engels
Naslagwerken
Belijdenissen
Missale Romanum + Afbeeldingen
Stripboek over Jezus
Christelijke Symbolen
Plaatjes Afbeeldingen Clipart
Evangelie op Postzegels
Harmonium Huisorgel
Godsdiensten en Religies
Prachtige klanken
Chritian Country Music
* Software voor Bijbelstudie

Read and Hear the Holy Bible in over 40 languages:


De Statenvertaling is opgenomen in de canon van de Nederlandse geschiedenis. Het boek der boeken Een stempel gedrukt op de Nederlandse cultuur:


  Webmaster    Assistente



Waard om te weten :

Een hartelijk welkom op de site
Deze pagina printen
Sitemap
Wie zoekt zal vinden



Zondag
Advent
Kerstfeest
Driekoningen
Vastentijd
Goede Vrijdag
Aswoensdag
Palmzondag
Palmpasen
De stille week
Witte donderdag
Stille zaterdag
Paaswake
Pasen - Paasfeest
Hemelvaartsdag
Pinksteren
Biddag
Dankdag
Avondmaal
Doop
Belijdenis
Oudjaarsdag
Nieuwjaarsdag
Sint Maarten
Sint Nicolaas
Halloween
Hervormingsdag
Dodenherdenking
Bevrijdingsdag
Koninginnedag
Gebedsweek
Huwelijk
Begrafenis
Vakantie
Recreatie
Feest- en Gedenkdagen
Symbolen van herkenning

Vragen naar de weg
Leerzame antwoorden op levens- en geloofsvragen

Hebreeën 4:12 zegt: "Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden"Lees eens: Het zwijgen van God

God heeft zoveel liefde voor de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven; zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft. Lees eens:  God's Liefde

Meer weten over de Psalmen, gezangen, liturgieën, belijdenisgeschriften: Catechismus, Dordtse Leerregels en veel andere informatie? . Kijk opOnline-bijbel.nl

Bible-people - stories of famous men and women in the Bible
Bible-archaeology - archaeological evidence and the Bible
Bible-art - paintings and artworks of Bible events
Bible-top ten - ways to hell, films, heroes, villains, murders....
Bible-architecture - houses, palaces, fortresses
Women in the Bible -
 great women of the Bible
The Life of Jesus Christ - story, paintings, maps


Read more for Study - (Apocrypha, Historic Works, Pseudepigrapha, Old Testament Apocrypha, New Testament Apocrypha, New Testament Discoveries, Commentary, New Testament Pseudepigrapha, Egyptian, Babylonian, Ugaritic, Dead Sea Scrolls (NL-uitleg over de rollen)

Bijbel voor Slechtzienden Online       en ook:  Begrippenlijst   -1-   -2-



Spirit24 omdat er meer is