Feesten en Gedenkdagen
Goede Vrijdag
Door het jaar heen staan er bijzondere dagen op
onze kalender. sinds jaar en dag gaat dat zo. daar ook zo onze aandacht
aan besteden. Om je enig houvast te geven op deze site een overzicht
van de christelijke feesten. Niet dat ze allemaal even indringend
worden gevierd, maar meer dan de moeite waard om er niet alleen mee op
de hoogte te zijn maar je ook eens nader in te verdiepen. Hieronder
én hiernaast een schat aan informatie. Veel genoegen ermee.
De kerk: plek voor veel vieringen
We houden een behoorlijk aantal christelijke
feestdagen. Maar wat houden die dagen eigenlijk in, behalve dat het
vrije dagen zijn? Alleen maar recreëren of...?
Deze dagen hebben allemaal gemeen dat ze hun oorsprong vinden in de
bijbel. Elke feestdag is gekoppeld aan een gebeurtenis in de bijbel,
die voor christenen een belangrijke betekenis heeft. Maar welke
gebeurtenis, en dus betekenis, is gekoppeld aan welke feestdag?
Goede Vrijdag
De
belangrijkste gebeurtenissen in het Christendom zijn de dood en
opstanding van Jezus Christus, de joodse profeet en rabbi die, zo
geloven Christenen, de Zoon van God is en wiens leven en leer de basis
zijn van het Christendom.
Goede Vrijdag is de vrijdag voor Pasen. Die dag gedenken Christenen de
executie van Jezus Christus door kruisiging.
Goede
Vrijdag is een dag van rouw in de kerk. Gedurende een speciale Goede
Vrijdag dienst overdenken Christenen Jezus' lijden en sterven aan het
kruis en wat dat betekent voor hun geloof.
In sommige
landen zijn er speciale Goede Vrijdag processies waarin de gang van
Jezus naar het kruis gedramatiseerd wordt.
In veel
kerken wordt het hele lijdensverhaal tijdens de dienst uit een van de
evangelieen gelezen. Soms is er ook een meditatie over de zeven
kruiswoorden.
Het opschrift aan het kruis'En Pilatus liet ook een opschrift schrijven
en op het kruis plaatsen; er was geschreven: Jezus, de
Nazoreeër, de koning der Joden. Dit opschrift dan lazen vele
der Joden (veel Judeeërs), want de plaats, waar Jezus
gekruisigd werd, was dicht bij de stad, en het was geschreven in het
Hebreeuws, in het Latijn en in het Grieks.' (Johannes 19:19-20)
Veel discussie over het kruisopschrift
Het
kruisopschrift heeft tot veel discussies aanleiding gegeven in de
geschiedenis. In de vier evangeliën wordt er niet precies
dezelfde bewoording gegeven. Dat heeft veel aanleiding gegeven tot
speculaties. De opmerking dat het geschreven was in drie talen heeft
aanleiding gegeven tot verschillende meningen over de gesproken talen
in Judea in Jezus' tijd.
Twee adders onder het gras
Met
betrekking tot de inhoud van het kruisopschrift zijn er twee adders
onder het gras. De ene is: er zijn zoveel verschillen tussen de
evangeliën als het gaat om de weergave van de inhoud dat het
wel duidelijk is dat daarmee geknoeid is. De adder is hier dat er
helemaal niet geknoeid is, omdat de schrijvers alleen het voor hen
belangrijke hebben willen vermelden. Zij zijn niet als ambtenaren te
werk gegaan om exact op te schrijven wat er op dat bord stond bovenaan
het kruis.
De andere
adder is als men zegt: De aanklacht 'de Koning der Joden' moet zeker
historisch geacht worden, omdat deze gebeurtenis in het brandpunt van
de historische werkelijkheid heeft gestaan. De adder hier is, dat het
heel geruststellend lijkt dat er een historisch argument wordt
gehanteerd om de juistheid van de beschuldiging vast te stellen. Echter
als dit de benadering van ons zou zijn, zouden we meteen ook waar die
historiciteit niet zo evident is, deze meteen moeten afwijzen. Dit is
dan ook schering en inslag in de evangelieënuitleg. Voor een
evangelische benadering van de bijbel zijn dit daarom geen bruikbare
uitgangspunten.
Wat staat er eigenlijk?
Wij hoeven helemaal niet vast te stellen wat de apostelen geschreven hebben. Zij hebben zich als getuigen van Jezus zeker goed van hun taak gekweten. We hoeven er alleen maar goed naar te luisteren. Laten we maar eens op een rijtje zetten wat de evangeliën hierover hebben opgeschreven.

|
|
Matth. 27:37 |
Marc. 15:26 |
Luc. 23:38 |
Joh. 19:19 |
|
Aankondiging Naam Volksnaam Beschuldiging |
Deze is: Jezus, - de Koning der Joden |
- - - de koning der Joden |
- - - de Koning der Joden (is deze) |
- Jezus, de Nazoreeër, de Koning der Joden. |
Het
overzichtje laat zien dat er eigenlijk een grote overeenstemming
bestaat. Het is bekend dat de synoptische evangeliën altijd de
vrijheid hebben genomen om herhalingen weg te laten en alleen dat wat
zij belangrijk vonden voor hun doel opnamen. Hun doel was hier
parallel. Ze wilden alleen de aanklacht vermelden, Mattheüs en
Marcus zeggen dat ook duidelijk (Matth.: brachten zij op schrift de
beschuldiging tegen hem aan; Marc.: het opschrift dat de beschuldiging
vermeldde). Lucas zegt: er was 'een' opschrift, daarbij open latend dat
er meer opschriften stonden op het bord.
Oudste manuscripten
Lucas heeft nog aan het eind 'is deze'. Dit is te vinden in enige oudste manuscripten, maar de overgrote meerderheid van de tekstvarianten heeft deze toevoeging gewoon niet. Aangezien er volledige overeenstemming bestaat bij alle teksten over het 'Deze is' bij Mattheüs, kan daaruit afgeleid worden dat dit authentiek is en dat 'is deze' aan het slot bij Lucas een stilistische toevoeging moet zijn uit later tijd (vandaar tussen haken in het overzicht), want 'deze is' zal niet twee maal op het bord gestaan hebben. De complete inhoud van het opschrift zal dus geweest zijn:
|
|
Volledig |
|
Aankondiging Naam Volksnaam Beschuldiging |
Deze is: Jezus de Nazoreeër de Koning der Joden |
De volgorde
van de drie talen
Tenslotte zegt het Johannesevangelie dat het in drie talen was
opgeschreven. Wanneer we aannemen dat het in drie kolommen naast elkaar
heeft gestaan op het bord, is ineens niet duidelijk of de Hebreeuwse
tekst links of rechts heeft gestaan. Het eerst stond er Hebreeuws
volgens Johannes. Maar omdat dat van rechts naar links gelezen wordt,
is het het eerste als het rechts staat voor de Judeeërs, maar
is het tegelijk het laatste voor de Grieks en Latijn lezende
voorbijgangers. Omdat Johannes zo duidelijk zegt dat het Hebreeuws
eerst stond, zal dat voor ieder gegolden hebben en kan aangenomen
worden dat de regels onder elkaar stonden in die drie talen.
Hoe het eruit gezien moet hebben:
HOUTOS ESTIN (1)
MIDEOHEJAH KELEM IRAZANAH AUHCSEJ
IESUS NAZARENUS REX IUDAEORUM
IESOUS HO NAZORAIOS HO BASILEUS TOON IOUDAIOON
{1} Omdat iedereen Grieks kon lezen, is het aannemelijk dat de Griekse
inleiding 'Houtos estin' (Deze is) bovenaan stond en niet ook nog eens
stond vertaald in het Hebreeuws en Latijn. Indien dat toch het geval is
geweest, zullen deze inleidingen steeds voor de drie opschriften
gestaan hebben (Hebreeuws: EOH EZ (spreek uit: zé hoe);
Latijn: HIC EST).

De zeven kruiswoorden (LEES
HIER MEER) De
zeven laatste woorden die Jezus volgens de evangelien sprak zijn:
"Vader, vergeef hen, want ze weten niet wat ze doen."
(Lukas 23:34)
"Waarlijk, ik zeg jullie, heden zullen jullie met mij in het paradijs
zijn."
(Lukas 23 :43)
"Vrouw, hier is je zoon….Hier is je moeder"
(Johannes 19:26)
"Eloi, Eloi, lema sabachthani?"
(Mijn God, Mijn God, waarom heb je mij verlaten?) (Markus 15:34)
"Mjj dorst"
(Johannes 19:28)
"Het is volbracht"
(Johannes 19:30)
"Vader in uw handen beveel ik mijn geest"
(Lukas 23:46)
Vertel het aan de kinderen - Jezus droeg onze
straf
God had al heel lang geleden aan Adam en Eva beloofd dat er eens IEMAND
geboren zou worden, die al het kwaad zou overwinnen. En wat God
belooft, dat doet Hij ook. Weet je wie God naar deze wereld heeft
gezonden om alle mensen weer te bevrijden van het kwaad? Dat is Jezus,
Zijn eigen Zoon. Als het Kerstfeest is dan denken we aan de geboorte
van Jezus. Hij is als een klein kindje op deze aarde gekomen en Hij had
net als jij een vader en een moeder. Maar Jezus was geen gewoon kindje
hoor, Hij was de Zoon van God. Hij kwam uit de Hemel naar deze aarde
voor jou en voor mij en voor alle mensen op de hele wereld.
Door het kwaad dat in de wereld was gekomen, konden we niet meer zo
dicht bij God leven, zoals Adam en Eva in het Paradijs. Daarom stuurde
God Zijn Zoon naar deze aarde om het kwaad te overwinnen en de straf
daarvoor te dragen. Zoveel houdt God van alle mensen op de hele wereld.
Door Jezus zouden wij weer heel dicht bij God de Vader kunnen komen.
Jezus heeft heel veel mooie dingen gedaan toen Hij hier op aarde
leefde. Hij maakte zieke mensen beter en Hij deed alleen maar goede,
mooie dingen. Als je naar Jezus keek, kon je zien wie God was. Als je
in Zijn ogen keek zag je alleen maar Liefde voor de mensen om Hem heen.
Hij hield veel van alle mensen en wilde alleen maar het goede voor hen.
Het was fijn om dicht bij Hem te zijn en naar Hem te luisteren als Hij
vertelde over Zijn Vader God, in de Hemel.
Maar niet iedereen was daar blij mee. Er waren hele knappe mannen, die
dachten dat ze alles wisten van de Bijbel. Sommigen van hen waren
Farizeeën en Schriftgeleerden, ze konden hele stukken uit de
Bijbel zo maar uit hun hoofd opzeggen. Als ze gingen bidden deden ze
dat op de hoeken van de straten, zodat iedereen het kon zien. Ze vonden
zichzelf heel knap en belangrijk en keken neer op mensen die arm waren
en anders waren dan zij.
Jezus niet, Hij was juist heel anders. Hij hield van mensen die arm
waren en van zondaren, dat zijn mensen die weten dat ze soms verkeerde
dingen doen. Eigenlijk zijn we dat allemaal, want we doen allemaal wel
eens verkeerde dingen. En toch houdt God heel veel van ons en wil Hij
graag onze Hemelse Vader zijn. Maar Hij vindt het niet fijn als wij
verkeerde dingen doen, daar wordt God verdrietig van. Maar Jezus wil
onze Vriend zijn en ons helpen om voor het goede te kiezen.
Alleen de Farizeeën en Schriftgeleerden, zo heten die knappe
mannen, dachten dat ze nooit iets verkeerd deden. Zij waren eigenlijk
jaloers op Jezus, want er waren altijd veel mensen bij Jezus om naar
Hem te luisteren. Maar die knappe mannen wilden helemaal niet naar
Jezus luisteren, zij dachten dat ze alles zelf wel konden. Ze geloofden
ook niet dat Jezus de Zoon van God was en ze hadden Hem helemaal niet
nodig. Daarom verzonnen zij en nog meer Joodse leiders van het volk,
een plan, een heel wreed plan.
Ze wilden Jezus gevangen laten nemen en Hem vals beschuldigen, zeggen
dat Jezus dingen had gedaan die Hij helemaal niet had gedaan of gezegd.
Ze namen Jezus gevangen en sleepten Hem voor de rechter, dat was
Pilatus, een Romeinse stadhouder. De Romeinen waren de baas over het
Joodse volk, dat was het volk waar Jezus bij hoorde. Jezus was ook een
Jood. De Joden moesten precies doen wat de Romeinen zeiden en dat was
helemaal niet leuk. Maar nu vonden de Joods leiders het wel fijn dat er
een Romeinse stadhouder was. Ze hoopten dat hij Jezus zou straffen en
daarom vertelden ze allemaal leugens over Jezus. Maar Pilatus zag wel
dat Jezus helemaal geen misdadiger was, Hij vond helemaal geen kwaad in
Jezus. Daarom wilde Hij Jezus vrij laten, maar de Joden wilden dat
niet. "Kruisig Hem, kruisig Hem" riepen ze en ze begonnen steeds harder
te roepen en elkaar op te hitsen.
Het was bijna feest in Jeruzalem. De Joden dachten terug aan een
periode heel lang geleden, toen God Zijn volk bevrijd had van hun
vijanden, de Egyptenaren. Nu was het de gewoonte dat rond die tijd een
gevangene vrijgelaten werd. "Weet je wat", dacht Pilatus, "ik zal een
echte misdadiger naast Jezus zetten en dan vragen, wie ik vrij moet
laten. Dan kiezen ze vast voor Jezus". Want die gevangene was een echte
misdadiger, een moordenaar. Eigenlijk had Pilatus Jezus vrij moeten
spreken als een eerlijke rechter. Maar Pilatus was een beetje bang voor
de Joden, dat durfde hij niet. En de Joden bleven joelen en schreeuwen:
"Laat BarAbbas los, laat BarAbbas los", zo heette deze misdadiger. "Dan
moeten jullie het zelf maar weten", zuchtte Pilatus. Dan is het jullie
schuld dat Jezus gekruisigd moet worden. Ik kan er niets aan doen, want
volgens mij heeft hij niets verkeerd gedaan".
Dan geeft Pilatus Jezus over aan de Joden en aan de soldaten en zij
nemen Jezus mee. Ze bespotten Hem en slaan Hem en doen Hem veel pijn.
Maar Jezus wordt niet boos, Hij kijkt hen alleen heel verdrietig aan en
zegt helemaal niets terug.
Daar gaat Jezus tussen de soldaten in met allemaal joelende,
schreeuwende mensen om Hem heen, die lelijke dingen tegen Hem zeggen.
Hij draagt een heel groot kruis op Zijn rug, want daar moet Hij straks
aan hangen. Dat is de straf die Jezus moest dragen en die Hij niet had
verdiend. Onderweg valt Jezus bijna, Hij is zo moe en ze hebben Hem zo
veel pijn gedaan, Hij kan het kruis bijna niet meer dragen. De soldaten
laten een man, die toevallig langs komt, het kruis voor Jezus dragen.
Zijn naam was Simon van Cyrene.
Toen kwamen ze buiten de stad Jeruzalem bij een heuvel, Golgotha. Daar
werd het kruis in de grond geslagen en Jezus werd er aan gehangen. Aan
iedere kant van Hem werd nog een kruis neergezet en daar werden 2
moordenaars aan gehangen. Zij hadden echt straf verdiend en hadden
vreselijke dingen gedaan. Maar Jezus had nooit iets verkeerd gedaan,
Hij had alleen maar goede en mooie dingen gedaan. Toch hing Hij daar
aan het kruis en droeg daar de straf voor alle verkeerde dingen van
alle mensen op de hele wereld. Dat wilde Jezus zelf, zoveel houdt Hij
van ons allemaal. En één van de moordenaars, die
naast Hem hing, riep: "Haha, als je de Zoon van God bent, kom dan van
dat kruis af". Maar de andere moordenaar zei tegen hem: "Hoe durf je
zoiets te zeggen. Deze man heeft helemaal geen kwaad gedaan. Wij wel,
wij hebben straf verdiend". En hij smeekte Jezus: "Wilt U aan mij
denken als U straks in Uw koninkrijk komt". En Jezus keek Hem vol
Liefde aan en zei: "Jij zult vandaag met Mij in het Paradijs zijn". Ook
nu, terwijl Jezus zoveel pijn leed en heel erg verdrietig en alleen
was, dacht Hij nog aan een ander. Hij beloofde de moordenaar zoiets
moois, omdat deze man spijt had van alle boze dingen die hij had gedaan.
En toen, midden op de dag, terwijl de zon zo fel had geschenen, werd
het donker. Jezus hing daar, alleen en verlaten, van mensen en van God.
Dat was het allermoeilijkste voor Hem en toch wilde Hij daar hangen en
de straf dragen, die nodig was voor ons allemaal. Wij zullen nooit
alleen gelaten worden door God, maar Jezus heeft daar aan dat kruis die
eenzaamheid wel gevoeld. Hij riep: "Mijn God, Mijn God, waarom hebt U
mij verlaten?
" De zon was nog steeds verduisterd, het was angstig stil en donker
daar op Golgotha en Jezus riep: "Ik heb dorst". De soldaten gaven hem
iets te drinken.
Jezus tilde Zijn hoofd op en keek omhoog, Hij wist dat Hij Overwinnar
was en dat nu alle mensen weer heel dicht bij God konden komen. Dat
maakte Jezus blij, ondanks de pijn die Hij leed. Hij zei: "Mijn taak is
vervuld". En na enige tijd sprak Jezus de laatste woorden: "In Uw
handen beveel ik mijn geest". Hij gaf zichzelf helemaal over aan God,
daar was Hij veilig. Toen stierf Jezus en was Hij weer dicht bij God
Zijn Vader.
De aarde beefde en de rotsen scheurden. De soldaten, die hem gevangen
hadden genomen keken vol ontzag toe en stamelden: "Ja, deze man was
echt de Zoon van God".
Het grote, moeilijke, zware werk had Jezus volbracht. Nooit zou er meer
iemand van God verlaten zijn. We zouden altijd bij Hem mogen komen,
daar had Jezus voor gezorgd, aan dat kruis op die verdrietige, maar ook
zo blijde dag.
Daar denken we aan als het Goede Vrijdag is. Dan denken we aan de dag
dat Jezus voor ons stierf aan het kruis op Golgotha, voor jou, voor
mij, voor alle kinderen en mensen op de hele wereld.
Daarom mogen wij nu altijd vrij bij God komen, Hij zal ons nooit alleen
laten of afwijzen.
Jezus heeft de weg naar God vrijgemaakt, ook voor jou!
Een ramp die zegen werd
26 ¶ Zij brachten Jezus naar de plaats van terechtstelling.
Onderweg dwongen de soldaten een zekere Simon van Cyrene, die net van
het land kwam, het kruis achter Hem aan te dragen.27 Er liep een hele
massa mensen achter Jezus aan. De vrouwen huilden en jammerden.28 Jezus
keerde Zich om en zei tegen hen: "Vrouwen van Jeruzalem, huil niet om
Mij.29 Huil om uzelf en om uw kinderen. Er komt een tijd dat de vrouwen
die geen kinderen hebben gehad, benijd zullen worden.30 In die dagen
zullen de mensen erom smeken dat de bergen op hen vallen en dat de
heuvels hen bedekken.31 Want als dit met Mij gebeurt, wat zal u dan
overkomen?"32 ¶ Twee misdadigers werden samen met Hem naar de
plaats van terechtstelling gebracht.33 'Schedel' of 'Golgotha' heette
die plaats. Daar werden ze alle drie gekruisigd. Jezus in het midden en
de twee misdadigers aan weerszijden van Hem.34 "Vader", zei Jezus,
"vergeef het deze mensen. Zij weten niet wat ze doen." De soldaten
verdeelden Zijn kleren onder elkaar door erom te loten.35 De mensen
stonden toe te kijken. En de Joodse leiders deden niets dan Hem
bespotten en uitlachen. "Hij heeft anderen gered", hoonden ze. "Laten
we nu eens kijken of Hij Zichzelf kan redden; of Hij werkelijk de
Christus is."36 De soldaten lachten Hem ook uit en gaven Hem zure wijn
te drinken.37 Ze zeiden: "Zeg, koning van de Joden! Red Uzelf!"38 Boven
zijn hoofd hing een bordje met de woorden: "Dit is de Koning van de
Joden".39 Eén van de misdadigers die naast Hem hing, zei
spottend: "Zo, U bent dus de Christus? Bewijs dat eens. Red Uzelf en
ons."40 Maar de ander snoerde hem de mond. "Heb je nu nog geen ontzag
voor God, zo vlak voor de dood?41 Wij krijgen ons verdiende loon, maar
deze Man heeft niets verkeerds gedaan."42 Hij zei tegen Jezus: "Jezus,
denk aan mij als U in Uw koninkrijk komt."43 Jezus antwoordde: "Vandaag
zult u met Mij in het paradijs zijn. Daar kunt u zeker van zijn."44
¶ Tegen de middag werd het in het hele land donker. Dat duurde
tot een uur of drie.45 Het zonlicht was weg. Plotseling scheurde het
zware gordijn in de tempel doormidden.46 Op dat moment riep Jezus:
"Vader, Ik vertrouw mijn geest aan U toe!" En met die woorden blies Hij
Zijn laatste adem uit.47 De Romeinse officier begreep dat God de hand
in dit alles had en zei vol ontzag: "Deze Man was werkelijk
onschuldig."48 De vele mensen die naar de kruisiging waren komen
kijken, gingen naar huis nadat ze dit allemaal hadden gezien. Ze
sloegen zich op de borst van berouw en verdriet.49 Jezus' vrienden en
ook de vrouwen die met Hem uit Galilea waren meegekomen, stonden op een
afstand te kijken.50 ¶ (50-52) Een zekere Jozef, die lid was
van de Hoge Raad en uit de stad Arimathea kwam, ging naar Pilatus. Hij
vroeg of hij het lichaam van Jezus mocht hebben. Deze Jozef was een
goed en rechtvaardig man. Hij geloofde dan ook dat Jezus de lang
verwachte Christus was. Hij was het helemaal niet eens geweest met de
beslissing en het optreden van de andere Joodse leiders.51 52 53 Nadat
hij het lichaam van Jezus van het kruis had afgenomen, wikkelde hij het
in een lang stuk linnen. Daarna legde hij het in een nog niet eerder
gebruikt graf, dat in de rotsen was uitgehakt.54 De vrijdagmiddag was
bijna voorbij. De sabbat zou beginnen.
"Mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten "
Psalm 22 [zie ook: De kruiswoorden van Jezus]
1 Voor de koorleider. Op de wijze van: De hinde van de dageraad. Een
psalm van David.
2 Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten, verre zijnde van
mijn verlossing, bij de woorden van mijn jammerklacht?
3 Mijn God, ik roep des daags, en Gij antwoordt niet, en des nachts, en
ik kom niet tot stilte.
4 Nochtans zijt Gij de Heilige, die troont op de lofzangen
Israëls.
5 Op U hebben onze vaderen vertrouwd, zij hebben vertrouwd, en Gij
deedt hen ontkomen;
6 tot U hebben zij geroepen en zij werden gered, op U hebben zij
vertrouwd en zij zijn niet beschaamd.
7 Maar ik ben een worm en geen man, een smaad voor de mensen en veracht
door het volk.
8 Allen die mij zien, bespotten mij, zij steken de lip uit, zij
schudden het hoofd:
9 Wentel het op de HERE - laat die hem verlossen, hem redden, Hij heeft
immers welgevallen aan hem!
10 Gij toch hebt mij uit de moederschoot getogen, Gij deedt mij
vertrouwend rusten aan de borst van mijn moeder;
11 aan U werd ik overgegeven bij mijn geboorte, van de moederschoot af
zijt Gij mijn God.
12 Wees dan niet verre van mij, want nabij is de nood, en er is geen
helper.
13 Vele stieren hebben mij omringd, buffels van Basan hebben mij
omsingeld;
14 zij sperren hun muil tegen mij open - een verscheurende, brullende
leeuw.
15 Als water ben ik uitgestort en al mijn beenderen zijn ontwricht;
mijn hart is geworden als was, het is gesmolten in mijn binnenste;
16 verdroogd als een scherf is mijn kracht, mijn tong kleeft aan mijn
gehemelte; in het stof des doods legt Gij mij neer.
17 Want honden hebben mij omringd, een bende boosdoeners heeft mij
omsingeld, die mijn handen en voeten doorboren.
18 Al mijn beenderen kan ik tellen; zij kijken toe, zij zien met
leedvermaak naar mij.
19 Zij verdelen mijn klederen onder elkander
en werpen het lot over mijn gewaad. 20 Maar Gij, HERE, wees niet verre;
mijn sterkte, haast U mij ter hulpe.
21 Red van het zwaard mijn ziel, mijn eenzame, van het geweld van de
hond.
22 Verlos mij uit de muil van de leeuw, en van de horens der woudossen.
Gij hebt mij geantwoord!
Het is, goed om nog eens stil
te staan bij die grote dag zo lang geleden, daar in Jeruzalem, net
buiten de stadsmuur waar de Heiland Zijn leven heeft gegeven. Wil je in
gedachten eens mee gaan op weg naar Golgotha?
De Here Jezus Zelf heeft over Zijn lijden aan het kruis gesproken als
over het hoogtepunt van Zijn leven. Hij heeft op verschillende plaatsen
in de Bijbel gezegd, dat Hij verhoogd zou worden. Dat zegt Hij in een
discussie met de godsdienstleraren van Zijn tijd. En Hij zegt: En als
Ik van de aarde verhoogd ben, zal Ik allen tot Mij trekken. De Here
Jezus heeft Zijn dieptepunt, het meest moeilijke in Zijn leven,
waarvoor Hij gestreden heeft in de tuin van Getsemané, waar
Zijn zweet veranderde in bloed, omdat Hij zo beangst was voor dat
geweldige dat komen zou, wanneer Hij GODs toorn zou wegdragen aan het
kruis. Dat heeft Hij gezien als het hoogtepunt. Een dieptepunt is voor
Hem een hoogtepunt geworden. De Bijbel zegt: 'Om de vreugde welke voor
Hem lag, heeft Hij het kruis op Zich genomen.' Dat is wonderlijk.
Hij heeft ons liefgehad tot het einde, zegt de Bijbel, tot het bittere
einde. Tot het bittere einde aan het kruis. Maar laten we daar eens wat
aandachtiger naar kijken, niet dat je moet worden meegesleept door
golven van menselijke emoties, maar laten we eenvoudig kijken hoe de
Bijbel ons de lijdende Heiland laat zien. Want daar heb je wat aan. Als
je gaat zien naar Hem, door de bril van de Bijbel. Niet door de bril
van onze religieuze of emotionele gevoelens, want die ebben weer weg,
en daar heb je niet zoveel aan. Maar Hij is de Christus der Schriften,
ook als Hij daar lijdt en sterft aan het Kruis op Golgotha.
Want wat zie je dan? Dan zie je dat de Here Jezus daar aan het kruis
Zelf Zijn leven heeft afgelegd. Hij heeft Zelf Zijn leven afgelegd. Hij
wist wat Hij moest doen. Hij kwam om Zichzelf ten offer te geven. De
Bijbel zegt in Psalm 40: 'Ik kom eraan; in de wet =het eerste gedeelte
van de Bijbel (wm) werd al over Mij geschreven. Mijn hele hart verlangt
ernaar Uw wil te doen, mijn GOD. Uw wet is Mijn leven.' De Bijbel
herhaalt dit in Hebreen 10 nog een keer en verwijst naar de
offerdienst, waar Hij uiteindelijk het brandoffer is geworden.
En de Here Jezus Zelf heeft van tevoren zijn discipelen voortdurend
gewezen op die dag die komen zou, waarin Hij zou worden overgegeven en
Zijn leven zou geven als een losprijs.
Jezus zegt: 'Jullie moeten net zo zijn als Ik, want Ik ben niet gekomen
om Mij te laten dienen. Ik ben gekomen om te dienen en mijn leven te
geven als losgeld voor vele mensen.' En: 'Jullie weten dat het
Paasfeest overmorgen begint. Morgen zal Ik verraden en gekruisigd
worden.'
Jezus wist vooraf dat Hij Zijn leven zou geven. Hij wist de dag waarop
dat gebeuren zou. Hij wist er helemaal van. En omdat Hij het wist,
heeft Hij bij dat het laatste avondmaal, samen met Zijn discipelen een
loflied gezongen. Want de Bijbel zegt: Om de vreugde welke voor Hem lag
heeft Hij het kruis op Zich genomen. En Mattheüs beschrijft
dat zij na de maaltijd vlak voor dat zij naar Getsemané op
de Olijfberg gingen een lied tot eer van GOD zongen. Een loflied: Dit
is de dag die de Here gemaakt heeft. Laten wij juichen en ons daarover
verheugen. Notabene, dat heeft de Here Jezus gezongen vlak voordat Hij
naar Getsemané vertrok, voordat Hij gevangen zou worden
genomen, meegevoerd zou worden en terechtgesteld zou worden. En Hij
wist het vooraf. En toch heeft Hij dat gezongen.
De Here Jezus wist alles vooraf. En de Bijbel zegt dat Hij Zijn leven
heeft uitgegoten in de dood. Dat heeft Hij gedaan. En dat is eigenlijk
een heel wonderlijke zaak. Hoe kon Hij nu sterven. Hij was toch echt
doodgegaan aan het kruis. Dat is geconstateerd aan het kruis. 's
Middags om 3 uur is vastgesteld dat Hij echt dood was. Dat is een
wonderlijke zaak. Wil je daar even over nadenken, want Hij kon niet
dood gaan. Weet je waarom niet? Omdat Hij nooit gezondigd had. Hij is
ons in alle dingen gelijk geworden, behalve de zonde. En de dood is het
loon van de zonde. Wij sterven allemaal, omdat wij delen in de zonde
van Adam en zelf ook zondaar zijn. En dat is er de oorzaak van dat wij
vroeg of laat sterven. Maar Jezus had nooit gezondigd, en toch was Hij
doodgegaan. Dat is heel bijzonder. En daarom vraagt de Bijbel om daar
een ogenblik over na te denken. Hij is een onnatuurlijke dood
gestorven. Het was een abnormale zaak. Nooit was de dood op deze wijze
zichtbaar geworden bij een mens. Want op Jezus kon de dood geen vat
hebben. Hij was Immanul, de GOD met ons. Hij had geen aardse vader, Hij
was door de Heilige Geest verwekt. Hij was niet verwekt door de wil van
een man, maar door het Woord van GOD, dat gesproken werd door de engel
Gabriël, en zo werd Hij ontvangen in de maagd Maria. En was
Hij GOD. Dat feit wordt veel bestreden, maar het is het hart van het
Evangelie.
De duivel, die de macht over de dood had, zegt de Bijbel, die de
sleutels van dood en dodenrijk in handen had, zag zijn machtsgebied al
uitgebreid, om op deze manier ook de dood uit te breiden tot de Zoon
van GOD. Maar dat was een misrekening. Want toen Jezus stierf heeft Hij
namelijk Zelf Zijn leven uitgegoten in de dood. Zijn dood kwam niet
onverwachts. Hij was er niet aan onderworpen, omdat Hij niet leefde in
de gevallen staat van de natuurlijke mens. Maar Hij stierf op een
vooraf vastgesteld tijdstip, zegt de Bijbel. Volgens het plan van GOD.
Vlak voor dat Pascha, 's middags om drie uur, heeft Hij het leven
afgelegd. Is Hij het reine Lam van GOD geworden, dat Hij al was, zegt
de Bijbel, wonder boven wonder, wie het vatten kan die vatte het, wat
Hij al was sinds de grondlegging der wereld: Lam van GOD. Zo heeft de
Here Jezus Zelf Zijn leven afgelegd in de dood. Alles weloverwogen.
Alles beheersend. Alles wetend. Tot op het laatste moment. Zo heeft Hij
Zijn leven uitgegoten in de dood. Dat heeft Hij zelf gedaan. Waarom? De
Here Jezus Zelf geeft het antwoord: 'De Vader houdt van Mij, omdat Ik
mijn leven geef en het later zal terugnemen. Niemand berooft Mij van
het leven; Ik geef het uit eigen vrije wil. Want Ik kan en mag mijn
leven geven en het terugnemen. Ik doe dat omdat mijn Vader dat heeft
gezegd.' Hier vind je een groot mysterie. Toen de Here Jezus Christus
aan het kruis van Golgotha hing, kon niemand Zijn leven nemen. Dat
heeft Hij Zelf in de dood afgelegd.
We gaan naar de hof van Getsemané op de Olijfberg even
buiten Jeruzalem en we zien de arrestatie. Dan komen ze daar met
stokken en met speren en zwaarden. Ze komen Jezus gevangen nemen. Ze
waren er helemaal klaar voor. En ze zouden Hem voor het gerecht slepen.
Terwijl Jezus weet wat Hem zal overkomen loopt Hij hun tegemoet en dan
vraagt Hij: 'Wie zoekt u?' 'Jezus van Nazareth', antwoordden zij. En
dan zegt Hij heel eenvoudig: 'Ik ben het.' En bij het horen van de
woorden 'Ik ben het' gingen zij achteruit en vielen op de grond. Door
dat eenvoudige woord, rollen ze om als tinnen soldaatjes. En ze liggen
allemaal op de grond. Die grote stoere mannen, met stokken en speren en
zwaarden. Klaar voor de strijd. Misschien zouden Zijn discipelen Hem
wel gaan verdedigen. Maar dat deden ze niet. Behalve Petrus in een
onbezonnen moment. Maar die wordt door de Here Zelf daar nog over
onderhouden.
Door een machtswoord rollen ze op de grond: Ik ben het. De Ik ben. De
Naam van de allerhoogste GOD, de GOD van Israël, Jahweh, Ik
ben die Ik ben. En door dat machtswoord vallen ze om. Dat Woord waarmee
Hij de storm tot bedaren bracht. En de golven tot bedaren bracht, daar
op zee. Dat Woord, waarmee Hij tot de lamme zei: Sta op en wandel. En
de lamme stond op, en wandelde. Dat Woord dat Hij uitriep bij het graf
van Lazarus, al vier dagen in de dood: Lazarus, kom uit, en hij kwam
uit. En tot schrik van iedereen: hij leefde. Tegen het dochtertje van
Jaïrus: Sta op. En ze stond op. Tot de gestorven jongen van
Naïn: Sta op. En hij stond op uit de dood. Een machtswoord.
Hij gebiedt en het is er. Hij beveelt en het staat er. Hij is GOD,
Schepper van hemel en aarde, door wie en tot wie alle dingen geschapen
zijn. Deze Jezus Christus, in menselijk vlees onder ons gewandeld. Ze
kwamen Hem arresteren, maar ze hadden geen weet van wat ze deden. Ik
ben het. En ze rolden om. En ze krabbelden in verwarring overeind. En
toen heeft Hij gezegd: Laat dezen gaan, en hier ben Ik. En Hij werd
niet meegesleept als een misdadiger, in de boeien geslagen. Nee, als
een lam werd Hij ter slachting geleid. Zo staat het bij de profeet. En
als je aandachtig kijkt dan kom je onder de indruk van Hem, van Zijn
waardigheid. Als Hij daar staat voor Pilatus. En je ziet Hem daar
staan: steeds koninklijk boven de situatie. Hij had alles in handen.
Hij was en bleef de Zoon van GOD.
We gaan nu op weg naar Golgotha. De Bijbel zegt: 'en Hij, zelf zijn
kruis dragende, ging naar de zogenaamde Schedelplaats, in het Hebreeuws
genaamd Golgota, waar zij Hem kruisigden en met Hem twee anderen, aan
weerszijden een, en Jezus in het midden.' Zie je hoe het er staat? Heb
je op de lagere school zinsontleden geleerd? Waarschijnlijk wel. En dan
weet je toch wel wat onderwerp is, en wat lijdend voorwerp, en
meewerkend voorwerp. Laten we het onderwerp nemen en het lijdend
voorwerp. Wat lees je hier in deze tekst: 'en Hij, zelf Zijn kruis
dragende, ging naar Golgotha.' Hij ging naar Golgotha. Dat staat niet
toevallig in de Bijbel. Elk woord is door GOD geïnspireerd.
Hij ging naar Golgotha. Hij was het onderwerp, het is alsof hier staat:
Kom, het is tijd om te gaan. Zoals Hij tegen Zijn discipelen had
gezegd: Kom, laten wij naar Getsemané gaan, zo zegt Hij hier
tegen degenen die Hem terecht moesten stellen en vastspijkeren aan het
kruis: Kom laten wij naar Golgotha gaan. Want Jezus bepaalde alles
Zelf. Dat was al voor de grondlegging van de wereld in het overleg
tussen GOD de Vader, GOD de Zoon en GOD de Heilige Geest zo
afgesproken. Dat Hij het zo zou doen, op dat moment op die dag, Zijn
leven zou afleggen in de dood. En tot het laatste moment is Hij er
helemaal bij gebleven. Hij is daar niet als een martelaar voor een
ideaal aan het kruis gestorven. Zo wil de duivel Hem aan ons
voorstellen, en alle filosofieën en alle vrome verhalen die we
steeds weer horen als het gaat over Jezus en over Zijn lijden. Blijf
maar liever dicht bij de Bijbel. Want dan zul je zien hoe jouw Heiland
Zijn leven heeft afgelegd, voor jou. Want als Hij als martelaar zou
zijn gestorven, voor een ideaal, dan kon Hij de Heiland niet zijn. Hij
was één van ons, maar Hij was toch anders. Hij
was de Zoon van GOD, Die Zelf kwam om Zijn leven af te leggen.
Dan wordt het donker. De Bijbel zegt: Van twaalf tot drie uur hing er
een dichte duisternis over het hele land. Om ongeveer drie uur riep
Jezus met luide stem: 'Eli, Eli, lama sabachtani?' Dat betekent: 'Mijn
GOD, mijn GOD, waarom hebt U Mij verlaten?'
Maar Hij riep het vlak voor Hij stierf. Het was het laatste moment. En
Hij riep het, staat er, met luide stem. Hij was niet een stervende, die
half in coma naar adem snakte. Hij was nog in staat om met luide stem
te proclameren de woorden van de heilige Schrift, van Psalm 22, zodat
allen die daar bij dat kruis stonden, herkende wat Hij zei: 'Mijn GOD,
mijn GOD, waarom hebt Gij Mij verlaten?'. Een proclamatie, een
prediking ging er uit van Zijn lippen. Hij was geen kreunende
stervende, zoals dat wordt voorgesteld in de film die je misschien gaat
zien, maar Hij proclameerde in de volle kracht van Zijn leven. Enkele
minuten voor Zijn dood. Want de dood had Hem niet overmeesterd. Dat kon
ook niet. Want Hij Zelf zou Zijn leven afleggen in de dood.
Jezus wist dat het nu allemaal achter de rug was en zei, zoals er
geschreven staat: 'Ik heb dorst.' Ook in de laatste minuten van Zijn
leven hier op aarde, hangende aan het kruis, bloedende uit vele wonden,
weet de Here Jezus hier wat Hij zegt. Hij wist het, Hij was er nog
helemaal bij, Hij was helder van geest, Hij was niet versuft geraakt.
Hij ging de Schriften na, in Zijn gedachten ging Hij de Bijbel na, die
Bijbel kon Hij niet vasthouden, want Zijn handen waren vastgespijkerd,
maar Hij had het Woord van GOD in Zijn hart opgeborgen. En Hij ging de
teksten na en kwam bij Psalm 69, en toen wist Hij, Ik moet zeggen: Ik
heb dorst. Want zo staat het profetisch in de Psalm opgeschreven. En
Jezus sprak, opdat de Schrift vervuld zou worden: Mij dorst. Een
proclamatie. Opnieuw. Een prediking.
En toen doopte een van de soldaten een spons in een kan met zure wijn.
Hij stak die op een stok en hield hem bij Jezus' mond. Toen Jezus wat
van de wijn gedronken had, zei Hij: 'Het is volbracht! Vader in Uw
handen beveel ik Mijn geest' Hij boog Zijn hoofd en gaf de geest. Hij
is opnieuw het onderwerp. Er staat niet dat Hij stierf en dat Zijn
hoofd op Zijn borst viel. Nee, Hij boog het hoofd. Eerbiedig voor de
Vader, omdat Hij wist: Nu is alles wat de Vader en de Zoon hadden
afgesproken, om de wereld te redden, om u en om mij te redden uit de
macht van de zonde en van de dood, nu is alles volbracht. Hij beval
Zijn geest aan de Vader. En Zijn ziel goot Hij uit in het dodenrijk.
Die offerde Hij aan GOD in de dood. Wonder boven wonder. Hij stond
overal koninklijk boven.
Deze avond zou de sabbat beginnen. Daarom wilden de Joden niet dat de
mannen nog langer aan de kruisen zouden blijven hangen. Zij vroegen
Pilatus hun benen te laten breken. Dan zouden zij eerder sterven en
konden de lichamen voor de sabbat van het kruis worden afgenomen, want
dat was erg belangrijk. Daarop braken de soldaten eerst de benen van de
twee mannen, die gelijk met Jezus waren gekruisigd. Maar toen zij bij
Jezus kwamen, zagen zij dat Hij al gestorven was. Daarom braken zij
Zijn benen niet. Wel stak een van de soldaten zijn speer in Jezus' zij.
Meteen kwam er bloed en water uit.
Waarom staat dat er? Dat is een wonderlijke zaak: dat Hij reeds
gestorven was. Zes uur lang, slechts zes uur had Hij aan het kruis
gehangen. 's Morgens om 9 uur gekruisigd, en 's middags om 3 uur zagen
zij dat Hij reeds gestorven was. Dat was wonderlijk. Een kruiseling
hangt wel drie, vier dagen aan het kruis normaal, maar sterft niet
binnen zo'n korte tijd. Het was zo wonderlijk dat Hij reeds gestorven
was. De Bijbel zegt dat Pilatus niet geloven kon dat Jezus al gestorven
was. Dat kon eigenlijk niet. Het bevreemdde Pilatus en hij liet de
dienstdoende officier roepen en vroeg hem of Hij reeds lang gestorven
was. Pilatus kon het niet geloven, net zo min als de anderen, dat Hij
reeds gestorven was omdat een kruiseling dagenlang aan het kruis hangt,
voordat de dood intreedt. De Bijbel onthult ons dat GOD de Zoon Zelf
Zijn leven heeft afgelegd in de dood. De dood kon Hem niet
overmeesteren, maar Zelf goot Hij Zijn leven uit in de dood. Hij gaf
Zijn leven voor jou. Niemand heeft het genomen. Hij gaf het, voor jou,
voor je zonden. De aarde beefde, de rotsen scheurden, de graven gingen
open. En die Romeinse hoofdman zei: Waarlijk: dit is de Zoon van GOD.
Hij legde Zijn leven af.
Heb jij Hem al als je Heiland aangenomen? Heb je dit al geloofd? Heb je
je dat al toegeëigend in geloof, dat Hij dat voor jou gedaan
heeft? Dan mag je door dat geloof weten, dat je een kind van GOD bent.
Er is een offer voor je gebracht. Want het was onmogelijk dat we
onszelf zouden redden. Daar moest een mensenleven voor gegeven worden,
in de gerechtigheid van GOD, anders kon Hij niemand redden. Maar de
Here heeft jou gered, opdat je zou leven, door Hem. Hij heeft Zelf Zijn
leven uitgegoten in de dood.
Wat een
verschrikkelijke vrijdag
EEN RECONSTRUCTIE VAN HET LIJDEN VAN
JEZUS CHRISTUS
Op Goede Vrijdag wordt het lijden en sterven van de Heer herdacht. Na
bijna tweeduizend jaar zullen waarschijnlijk weinig mensen zich
realiseren hoe afschuwelijk de doodstrijd was van iemand die tot de
kruisdood was veroordeeld. Prof. B. Smalhout, de bekende anesthesioloog
en tevens een groot bijbelkenner maakt al jaren een wetenschappelijke
studie van de lijdensweg van Jezus.
Hier beschrijft hij op ontroerende wijze wat er werkelijk op Golgotha
gebeurde.
'De Romeinse soldaten, die op vrijdagmorgen 3 april van het jaar 33 op
de heuvel Golgotha 20 cm lange spijkers door de polsen en voeten van
een drietal veroordeelden sloegen, hebben zich niet gerealiseerd dat
zij meewerkten aan een drama dat het aanschijn van de wereld zou
veranderen. Ze wisten zelfs niet dat het 3 april was, want onze
tijdrekening bestond toen nog niet. Officieel was het de 14de van de
maand Nisan van het Joodse jaar 3793.
Toen de
hamerslagen verklonken waren, hingen er even buiten de noordwestelijke
stadsmuur van het oude Jeruzalem drie gekruisigde mensen op gruwelijke
wijze te sterven. De middelste van de drie was ene Jezus, 33 jaar
tevoren geboren in Bethlehem en opgegroeid in Nazareth. Op een houten
bord dat de soldaten aan de bovenkant van zijn kruis hadden bevestigd,
was voor een ieder te lezen: "Iesus Nazarenus Rex ludaeorum" (Jezus, de
Nazarener, Koning der Joden).
Om ieder
misverstand uit te sluiten, stond het er in de drie toen meest
gebruikte talen: Latijn, Hebreeuws en Grieks. De presidenten van de
Joodse Hoge Raad hadden hiertegen geprotesteerd. De veroordeelde was
immers geen koning, hij had het alleen maar beweerd, betoogden ze. Doch
Pilatus, die al lang spijt had dat hij zich tot een executie had laten
dwingen, weigerde resoluut de tekst te herzien scripsi, scripsi": Wat
ik geschreven heb, dat heb ik geschreven, antwoordde hij (Joh. 19 vers
22). Het was zijn vorm van protest tegen de gang van zaken.
En zo bleef het bord onveranderd aan het middelste kruis bevestigd
zitten. Bij de beide andere gekruisigden was vermoedelijk een
soortgelijk bord, een zogenaamde "titulus" boven hun hoofd bevestigd,
want dat was de Romeinse gewoonte bij executies. Zodoende kon een ieder
op de titulus lezen, waarvoor de veroordeelden gestraft werden. Dat was
ter waarschuwing, afschrikking en preventie. In het geval van de
buitenste twee gekruisigden, ging het om rovers of dieven die beiden
hun legale straf ondergingen. Bij de middelste echter was de wettelijke
argumentatie uiterst dubieus en was de toegestroomde menigte in feite
getuige van een politiek-religieuze moord, die aanleiding zou zijn tot
een geheel nieuwe geestelijke stroming: het christendom.
Het is deze gebeurtenis en de daaropvolgende wederopstanding van Jezus
uit de dood die op Goede Vrijdag en Pasen over de hele wereld herdacht
en gevierd wordt door meer dan een miljard christenen. En het
martelinstrument, het kruis, werd het symbool van dit nieuwe geloof,
tot op de dag van heden.
HET VERSLAG IN DE BIJBEL
Het drama is
nauwkeurig te boek gesteld door de vier evangelisten Mattheus, Marcus,
Lucas en Johannes. Zij noteerden de namen van alle betrokkenen, de
tijden waarop het allemaal gebeurde en de discussies die er gevoerd
zijn, zowel in het Sanhedrin, de Joodse Raad, als in het Praetorium,
het hoofdkwartier van de Romeinse gouverneur Pontius Pilatus. Alleen
over de kruisiging zelf zijn de evangelisten, die toch al geen woord te
veel schreven, zeer weinig mededeelzaam. Er staat alleen: "Pilatus
oordeelde het geraden de schare haar zin te geven... en gaf Jezus, na
Hem gegeseld te hebben, over om gekruisigd te worden.... En zij
kruisigden Hem....' (Marc. 15 vers 15-25). En hoewel deze geschiedenis
over de gehele wereld bekend is en gedurende eeuwen aanleiding heeft
gegeven tot een onoverzienbare hoeveelheid literatuur, beelden,
fresco's, schilderijen en muzikale meesterwerken, weet vrijwel niemand
wat de dood aan het kruis inhield en waaraan Christus eigenlijk
gestorven is.
WAT IS KRUISIGEN EIGENLIJK?
Er is betrekkelijk weinig literatuur over de medische kant van het
lijdensverhaal en miljoenen christenen die op de een of andere wijze
als uiting van hun geloof een crucifix of kruisje dragen, weten niet
van wat voor hels instrument hun vaak fraai bewerkte sieraad de
geïdealiseerde afbeelding is. De evangelisten schreven er
verder niets over, omdat dit in hun tijd gewoon niet nodig was.
Kruisiging was toen de meest toegepaste vorm van doodstraf en iedereen
in het Romeinse rijk wist hoe dat ging en wat dat betekende. Vandaar
ook dat het kruis als symbool van het christendom pas heel geleidelijk
in gebruik is gekomen, lang nadat kruisiging als methode van
terechtstellen in het jaar 337 door Constantijn de Grote was
afgeschaft. De kruisdood was n.l. zo verschrikkelijk, dat tot plusminus
400 na Christus niemand op het idee kwam om het kruis als symbool te
gaan gebruiken, net zo min als de hedendaagse mens het in zijn hoofd
zal halen een zilveren elektrisch stoeltje of een gouden gaskamertje
als object van devotie om de hals te dragen.
Het kruisigen was geen Romeinse uitvinding doch de Romeinen hebben het
in Carthago leren kennen bij de Phoeniciërs. Ze hebben het
overgenomen en geperfectioneerd tot een bijna wetenschappelijk
uitgedachte methode om een maximale pijn te veroorzaken en een in
lengteduur te doseren doodstrijd te bewerkstelligen.
De
terechtstelling met behulp van een kruis is bijna 1000 jaar in gebruik
geweest. De Romeinen gebruikten het als straf voor slaven en
krijgsgevangenen, en bij ernstige misdaden zoals b.v. desertie,
hoogverraad en moord. Romeinse vrije burgers waren bij de wet beschermd
tegen deze vorm van terechtstelling die altijd in het openbaar
plaatsvond. Bij iedere stad stonden één of meer
kruisen permanent opgesteld, zoals vroeger in onze streken het schavot
en de galg. Het kruisigen van Christus was op zichzelf dan ook geen
opzienbarende gebeurtenis. Zulke terechtstellingen gebeurden met grote
regelmaat. Het is van de Romeinen bekend dat, bij massa-executies in de
circussen, de arena er soms als een woud van kruisen uitzag. En nadat
de zgn. Spartacus-opstand in het jaar 71 voor Christus was
neergeslagen, werden er alleen al langs de Via Appia, van Capna tot
Rome 6472 kruisen geplaatst. Aan elk ervan hing een opstandige slaaf of
gladiator.
Er waren
diverse modellen, zoals b.v. het X-vormige St. Andrieskruis dat nog in
het wapen van Amsterdam voorkomt. Er waren ook kruisen in de vorm van
een omgekeerde L, waaraan de veroordeelden met slechts een arm en een
been werd opgehangen. Doch het meest gebruikt was een T-vormig kruis,
het "crux commissa". Het bestond uit twee delen: een verticale paal, de
zgn. "stipes", die meestal in de grond was verankerd, en een losse
dwarsbalk, het "patibulum" genaamd. Het patibulum paste met een
eenvoudige pen-en-gat verbinding boven op de stipes. Het was
gebruikelijk dat de veroordeelden geheel naakt deze dwarsbalk zelf naar
de plaats van executie droegen.
Dat was een extra pijniging, want meestal was het slachtoffer al met
beide armen uitgestrekt aan die balk vastgebonden, zodat het gewicht in
feite rustte op de uitsteeksels van de bovenste rugwervels en de
onderste nekwervels. Mocht de veroordeelde onderweg struikelen, dan
werd hij meestal ernstig gewond, want hij viel voorover plat op zijn
gezicht, met het gewicht van de balk in zijn nek. Hij kon zijn gezicht
niet beschermen, daar zijn handen wijd uitgestrekt aan het hout
vastgesnoerd waren.
Het is ook niet waar, dat Jezus het gehele kruis heeft gedragen. Hij
droeg alleen de dwarsbalk, het patibulum. Deze was van cipressenhout en
zal ongeveer tussen de 30 en 50 kg gewogen hebben, het gewicht dus van
een zak cement. Het gehele kruis woog tussen de 100 en 150 kg en was
niet door één persoon te tillen geweest. Eenmaal
op de executieplaats aangekomen, waren er 2 mogelijkheden. De
veroordeelde kon met touwen en riemen aan het kruis worden bevestigd,
of met behulp van spijkers.
HET SPIJKEREN
In het eerste geval tilden 2 a 4 soldaten de dwarsbalk met de daaraan
gebonden veroordeelde ongeveer 50 cm op en plaatsten hem op de top van
de verticale stipes. Daarna werden de knieën van het
slachtoffer enigszins gebogen en de voeten werden eveneens met touwen
aan de verticale paal bevestigd.
Meestal werd echter gebruik gemaakt van spijkers. Deze waren 15 tot 20
cm lang, vierkant in doorsnede, spits beginnend en met een maximale
dikte van 8 tot 9 mm. Aan de bovenzijde eindigde de spijker in een
bolronde kop.
Het vastnagelen van het slachtoffer ging als volgt in zijn werk. De
dwarsbalk of patibulum werd op de grond gelegd. De veroordeelde moest
eveneens op de grond gaan liggen en wel met de schouders op de balk.
Zijn hoofd hing dan achterover en de armen werden wijduit gespreid.
Terwijl een of twee soldaten een arm vasthielden aan hand en elleboog,
zette een andere soldaat een spijker met de punt in de pols, precies
waar de onderarm overgaat in de hand, onder de duimmuis en exact in het
midden. Met één forse hamerslag werd de spijker
door de pols geboord en met nog een aantal slagen zat het geheel goed
vast aan het hout. Daarna werd de andere pols bevestigd. De gehele
procedure kostte slechts enkele minuten.
Het is niet juist, dat de spijkers door de palm van de handen werden
geslagen. Het is bewezen, dat op die plaats, het lichaamsgewicht niet
kon worden gedragen. De handen scheurden dan gewoon in de
lengterichting door. De spijker werd precies in de door de Franse
anatoom Destot beschreven spleet tussen de zgn. handwortelbeentjes
geplaatst. Deze werden hierdoor als het ware ontwricht en verplaatst,
doch niet verbrijzeld. Een ieder die weleens de pols heeft ontwricht,
verstuikt of gebroken, heeft enig idee hoe dat aanvoelt. Doch dat was
nog niet alles. Door de pols loopt onder meer een belangrijke zenuw, de
zgn. "nervus medianus". Deze zenuw heeft een dubbele functie. Hij dient
zowel voor de beweging van onder meer de duim als wel voor het gevoel
in een deel van de hand. Deze nervus medianus werd door de spijker
bijna altijd geraakt. Het aanraken en beschadigen van een zenuw
veroorzaakt één van de meest heftige pijnen die
er mogelijk zijn. De zenuw werd over de scherpe kanten van de spijker
gespannen als een snaar over de kam van een strijkinstrument. Bovendien
werd door dezelfde zenuwprikkeling de duim in een krampachtige toestand
kromgebogen, zodat de duimnagel in de handpalm drukte. Nadat beide
polsen aan het dwarshout waren bevestigd, werd dit door de soldaten
opgetild. De veroordeelde moest eerst gaan zitten, daarna overeind
komen en met de rug tegen de paal, de stipes, gaan staan. Aan beide
uiteinden werd het patibulum, met de veroordeelde eraan, opgetild en op
de stipes geplaatst. Het is duidelijk dat de stipes meestal niet zo
hoog was. Gewoonlijk niet meer dan twee meter.
Meer was niet nodig, anders werd het erg onhandig voor de soldaten.
Zulk een betrekkelijk laag kruis in T-vorm heette dan ook een "crux
humilis", letterlijk: een laag kruis. In bijzondere gevallen kon een
hoog kruis worden gebruikt, een "crux sublimis". Doch dit was een
uitzondering, ook al omdat het lastig was de veroordeelde er via
ladders aan op te hangen.
Op Golgotha
stonden lage kruisen. Ze stonden er al vele jaren en voor de Romeinse
legioensoldaten was de kruisiging op vrijdag 3 april van het jaar 33
dan ook een routinekarwei. Christus werd aan een laag T-vormig kruis
gehangen en niet aan een vierarmig kruis, zoals dat in alle kerken te
zien is. Zulk een kruis bestond ook wet en heette "crux capitata", doch
het was onpraktisch en werd zelden gebruikt. Als de veroordeelde
eenmaal aan het dwarshout hing, werden zijn knieën door de
soldaten gebogen, totdat één van de voeten plat
tegen de stipes gedrukt kon worden. Dan werd een 20 cm lange spijker
dwars door de wreef van die voet geslagen, juist tussen het tweede en
derde middenvoetsbeentje. Als de spijker er aan de voetzool weer
uitkwam, werd het andere been zo gebogen dat de spijker ook door de
tweede voet kon worden geslagen tot in het hout van de stipes. Zo hing
dan de veroordeelde aan drie spijkers. Het bloedverlies was zeer
gering, doch de pijn ondraaglijk en de doodstrijd begon.
WAT GEBEURDE MET DE
GEKRUISIGDE?
De dood trad echter niet snel in. Afhankelijk van de conditie van de
veroordeelde en de techniek van het kruisigen, duurde het sterven vele
uren en vaak tot de volgende dag. Er zijn gevallen beschreven waarin
een gekruisigde ruim 2 dagen in leven bleef.
Waaraan stierf het beklagenswaardige slachtoffer tenslotte en wat was
medisch gesproken de uiteindelijke doodsoorzaak? Dat is met zeer grote
zekerheid te reconstrueren. De wonden in polsen en voeten waren niet
levensgevaarlijk, evenmin als het geringe bloedverlies. Neen, de dood
trad in door een heel ander mechanisme. Als men iemand aan de polsen
ophangt, zakt het lichaam door de zwaartekracht naar beneden. Hierdoor
komt er een grote spanning te staan op de spieren van de armen, de
schouders en de borst. De ribben worden naar boven getrokken en op die
wijze komt de borstkas in maximale inademingstoestand te staan. Het is
dan erg moeilijk om uit te ademen en de veroordeelde begint het na
plusminus 10 minuten zeer benauwd te krijgen. Hij is dan enigszins te
vergelijken met een longpatiënt die een ernstige astma-aanval
heeft. De zwaarbelaste arm-, schouder- en borstspieren, geraken in een
uiterst pijnlijke kramptoestand. De spierstofwisseling wordt verhoogd,
terwijl er door een belemmerde bloedcirculatie onvoldoende zuurstof
voor beschikbaar is. Het resultaat is onder meer de produktie van grote
hoeveelheden melkzuur, waardoor er tenslotte in het gehele lichaam een
verzuringproces optreedt, dat in de medische wereld bekend staat als
een "metabole acidose" (een door de stofwisseling veroorzaakte
verzuring). Deze toestand is niet onbekend bij sportlieden, die
zichzelf tot totale uitputting hebben overbelast en die kramp krijgen.
De situatie wordt verergerd doordat de veroordeelde niet goed kan
uitademen en daardoor het door zijn lichaam geproduceerde koolzuurgas
niet meer volledig kwijt kan. De hierdoor ontstane zgn. "respiratoire
acidose" (verzuring door onvoldoende ventilatie) versterkt de
eerdergenoemde metabole acidose. Het slachtoffer begint extreem te
transpireren, waardoor letterlijk het doodszweet langs zijn lichaam
loopt.
De lippen worden vaalblauw, terwijl langzaam maar zeker alle spieren,
ook die van de romp en benen, in een continue helse kramp geraken.
Tenslotte sterft het slachtoffer aan verstikking. Dit kan reeds binnen
een half uur geschieden. De Duitsers pasten deze dodelijke rnarteling
onder meer in het concentratiekamp Dachau toe.
DE DOODSTRIJD
Zo een betrekkelijk snelle dood was evenwel niet de bedoeling van de
Romeinen. Daarom werden ook de voeten vastgespijkerd. De veroordeelde
kon dan de dreigende verstikking tijdelijk onderbreken of uitstellen
door zich op de voetspijker af te zetten, de benen te strekken, het
lichaam omhoog te drukken en zodoende de arm- en borstspieren wat te
ontlasten. Dan kon hij weer korte tijd redelijk goed ademhalen. De
verzuring van het lichaam werd minder en de vale gelaatskleur verdween.
Doch het staan met het volle lichaamsgewicht op een vierkante spijker,
die dwars tussen de middenvoetsbeenderen is geslagen, veroorzaakt een
onhoudbare pijn. De veroordeelde buigt dan weer spoedig de
knieën en zakt naar beneden, totdat hij weer aan de spijkers
in de polsen hangt. De zenuw in de pols, de nervus medianus, wordt weer
over de spijker gespannen, de vlammende pijn jaagt door de beide armen,
terwijl de verstikking en de krampen weer beginnen. Zo rekt de
gekruisigde het armzalige leven. Steeds weer zal hij zich moeizaam
opdrukken en zich daarna gedwongen door de pijn laten zakken. Op en
neer. Tien maal, honderd maal, totdat uitputting hem dat verder
onmogelijk maakt en hij aan verstikking sterft.
VERLENGING VAN DE MARTELING
De marteling kon verlengd worden door touwen in plaats van spijkers te
gebruiken. Touwen doen nl. niet zo'n pijn als spijkers. Ook kon men aan
de stipes, de verticale paal dus, een soort uitsteeksel bevestigen,
juist tussen de benen van de veroordeelde. Hier kon hij een beetje op
zitten en zo zijn voeten en armen een weinig ontlasten. Zulk een zitje
heette een "sedile". De Romeinen, ordelijk als ze waren, hadden voor
alles een naam. Met zulk een sedile of sedulum kon de marteling wel
twee tot drie dagen duren. Meestal werd geen sedile gebruikt, ook al
omdat de veroordeelde bewaakt werd door soldaten die het vermoedelijk
niet prettig vonden, zo lang op wacht te moeten staan.
VERKORTING VAN HET LIJDEN
Omgekeerd kon de dood ook versneld worden door het de veroordeelde
onmogelijk te maken zijn lichaam op te drukken en de armen te
ontlasten. Dit deed men door beide onderbenen even onder de knie met
een ijzeren staaf te verbrijzelen. Ook dit instrument had een naam:
"crurifragium", letterlijk: de benenbreker. Meestal stierf het
slachtoffer dan binnen een kwartier. Alle klassieke schrijvers, zoals
Cicero en Seneca, waren het er over eens dat kruisiging de meest
gruwelijke vorm van terechtstelling was.
NA DE DOOD
Nadat de dood was ingetreden, bleven de lichamen der veroordeelden vaak
aan het kruis hangen tot ze door roofdieren of door vogels werden
verslonden of door ontbinding er vanaf vielen. Golgotha betekent niet
voor niets "schedelplaats". Evenwel kon de familie van de
terechtgestelde het dode lichaam opvragen aan de Romeinse autoriteiten
om het te begraven. Dit werd vaak toegestaan zonder dat daarvoor extra
kosten in rekening werden gebracht. Alleen moest dan de dood officieel
zeker gesteld worden met behulp van een lanssteek dwars door het hart.
EEN MEDISCH-HISTORISCHE RECONSTRUCTIE
Voor ons als mensen uit de twintigste eeuw klinkt dit als een enigszins
ijzingwekkende doch medisch-historisch gezien interessante mededeling.
Doch voorde inwoners van het Romeinse rijk anno 33 waren dit zeer
actuele feiten.
In het licht van deze gegevens is de lijdensgeschiedenis van Jezus de
Nazarener, thans beter te reconstrueren. Het feitelijke lijden begon op
donderdag 2 april, de dertiende Nisan van de Joodse kalender. Nadat
Jezus om ongeveer 9 uur 's avonds met zijn 12 discipelen de maaltijd
had beëindigd, die als Laatste Avondmaal de geschiedenis zou
ingaan, verliet hij het oude Jeruzalem via een zuidoostelijke
stadspoort. Hij was toen nog maar in gezelschap van 11 volgelingen.
Judas, de man uit Kariot, had reeds tijdens de maaltijd de eetzaal
verlaten om zijn leermeester te verraden. Na het in noordoostelijke
richting volgen van de vallei van de beek Kidron, kwam de groep na
ongeveer 2 kilometer lopen in een tuin genaamd Gethsemané
aan de voet van de Olijfberg, van waaruit men de gehele stad kon
overzien. De grote tempel van Salomo en de burcht Antonia, waar de
Romeinse procurator Pilatus zetelde, waren zelfs in het duister nog
waarneembaar. In die fraai gelegen tuin overviel Jezus, die wist wat
hem te wachten stond, een wurgende angst.
Zijn
discipelen, verzadigd van de maaltijd, vielen de een na de ander in
slaap. Beroofd van iedere menselijke steun werd hij, zoals de
medicus-discipel Lucas schrijft, "... dodelijk beangst. En zijn zweet
werd als bloeddruppels, die op de aarde vielen" (Luc. 22 vs 44). Het
zweten van bloed, medisch bekend onder de naam "haemathydrosis", is
uiterst zeldzaam en schijnt te kunnen voorkomen bij extreme emoties. Om
middernacht vond de arrestatie plaats. Judas verried Jezus met een kus.
De discipelen vluchtten, een ervan zelfs praktisch naakt met
achterlating van zijn kleding. Via de weg die Jezus gekomen was, werd
hij ook weer teruggevoerd. Men bracht hem naar het huis van de
hogepriester Caiaphas, vlak bij de zaal van het Laatste Avondmaal.
De eerste ondervraging ten overstaan van de Joodse Raad vond plaats
door de oudste hogepriester, Annas. Deze was meer dan 80 jaar oud, een
man van grote politieke invloed en schoonvader van de jongere
hogepriester Caiaphas. Annas vroeg Jezus wat voor leer hij eigenlijk
verkondigde. "Vraag het aan degenen die gehoord hebben wat ik heb
gesproken", was het antwoord.
Dat werd als
een brutaliteit beschouwd en de dienaren van de hogepriester sloegen er
op los en spuwden de gevangene in het gezicht. Tegen het ochtendgloren
werd hij geboeid naar Caiaphas gebracht, de tweede hogepriester. Deze
hield zitting met de grote Joodse Raad, het Sanhedrin, dat, als het
voltallig was, uit 71 personen bestond. De taak van dit hoogste
rechtscollege was het bewaken en het op de juiste wijze toepassen van
de duizend jaar oude joodse wetten, die reeds stamden uit de tijd van
Mozes en die gebundeld waren in de Talmud. Deze behoorden tot de beste
die er tot die tijd waren geweest en vele ervan zijn ook heden volmaakt
actueel. Als zodanig was het Sanhedrin een voorbeeldig en eeuwenoud
Juridisch instituut. De leden van het Sanhedrin moesten dan ook aan
hoge intellectuele en sociale eisen voldoen. Voor het nemen van een
belangrijk besluit, zoals een ernstige veroordeling, waren meestal twee
zittingen nodig. Die zittingen moesten echter op twee achtereenvolgende
dagen plaatsvinden. Er mocht geen dag tussen zitten. Dit was nu een
probleem in het geval van Jezus.
Het was in
de nacht van donderdag op vrijdag. Op vrijdagavond begon zowel de
Sabbath als het paasfeest en dan kon er geen recht gesproken worden.
Daarom kwam de Raad 's ochtends heel vroeg voor de tweede maal bijeen
onder voorzitterschap van Caiaphas, die toen al 11 jaar in functie was
en die vermoedelijk goede relaties onderhield met de Romeinse
procurator Pontius Pilatus.
Het Sanhedrin was zonder enige twijfel bevooroordeeld ten opzichte van
Jezus. Dat was ook wel te begrijpen, want de belangrijkste religieuze
groeperingen binnen de Raad, n.l. de Sadduceeën en de
Farizeeën, waren kort tevoren nog het mikpunt geweest van
Christus' onbarmhartige kritiek. Ze waren zeker niet vergeten dat ze
door hem waren vergeleken met witgepleisterde graven, die van buiten
wel mooi leken, doch van binnen vol verderf waren (Matth. 23). Ze waren
uitgemaakt voor blinde wegwijzers, huichelaars, uitzuigers, slangen en
addergebroed. En Annas, die verantwoordelijk was voor de gang van zaken
in de tempel, herinnerde zich nog heel goed hoe Jezus daar de
geldwisselaars en alle handelaren in offerdieren en devotie-artikelen
eruit had gegooid, onder het roepen van: "Dit is een bedehuis en geen
rovershol!" (Marcus 11 vs 15). De Sadduceeën, die de sociale
en economische aristocratie vormden, hadden bovendien weinig op met een
barrevoets lopende armoedzaaier die hun glashard voorhield dat hoeren
en tollenaars hen voor zouden gaan in het Koninkrijk Gods (Matth. 21 vs
31-32).
Het proces werd een schijnvertoning en een zwarte vlek op de
eerbiedwaardige traditie van het Sanhedrin. De oude voorschriften
werden met voeten getreden. Reeds de nachtelijke arrestatie was tegen
de wet. De beschuldiging werd tijdens het proces wel driemaal
veranderd. De getuigen waren vals en spraken elkaar tegen, er werd geen
onderzoek verricht naar de juistheid der beweringen en er werd geen
verdediging toegestaan. Zo werd dan de doodstraf voorgesteld op grond
van "godslastering". Het Sanhedrin mocht echter van de Romeinse
bezetter niemand ter dood veroordelen. Dat recht had alleen de
procurator Pilatus. Zodoende werd Jezus op vrijdagmorgen tussen 6.00 en
8.00 uur naar het hoofdkwartier van Pilatus gesleept, het Praetorium in
het fort Antonia. Pilatus had als Romein echter geen boodschap aan de
beschuldiging van godslastering en dus werd de aanklacht wederom een
aantal malen veranderd, en wel in aanzetten tot oproer, ontduiking van
de belasting, verleiden van het volk en tenslotte ondermijning van het
gezag van de Romeinse keizer.
In een vermoedelijk diepgaand privé-gesprek geraakte Pilatus
onder de indruk van Jezus' persoonlijkheid en integriteit en sprak hem
vrij. De joodse leiders begonnen moeilijk te doen en dreigden over
Pilatus een klacht in te dienen bij zijn hoogste chef, keizer Tiberius
in Rome. Pilatus zag zijn carrière bedreigd. Als
afleidingsmanoeuvre zond hij Jezus, de Nazarener, die immers uit Judea
stamde, naar de Joodse koning van die landstreek. Herodes Antipas, die
toevallig vlakbij resideerde. Het was slechts 8 minuten lopen.
Deze Herodes
was de zoon van Herodes de Grote. die ruim 30 jaar tevoren de massale
kindermoord te Bethlehem had bevolen. Zelf had hij een verhouding met
zijn schoonzuster Herodias, op wier aandringen hij nog niet zo lang
tevoren Johannes de Doper had laten onthoofden. In de ogen van het
Joodse volk was Herodes Antipas dan ook een verachtelijk mens. Jezus
bracht zijn minachting tot uiting door geen woord te zeggen en op geen
enkele vraag te antwoorden. Bij de terugkomst van Jezus in het
praetorium verklaarde Pilatus het toegestroomde volk dat ook Herodes
niets strafbaars had gevonden.
Het publiek, dat vermoedelijk niet uit de beste elementen bestond, werd
hierdoor niet bevredigd. Toen liet Pilatus Christus geselen. Op dat
moment was de procurator even ver van het Romeinse recht afgedwaald als
Caiaphas van het Joodse. Het was niet juist geweest om Jezus naar
Herodes te sturen en het geselen van iemand die zo pas onschuldig was
verklaard, betekende een grove overtreding van de wet.
DE GESELING
Iedereen weet dat Christus gegeseld is, maar weinigen beseffen wat dat
betekende. De veroordeelde werd geheel naakt met touwen aan een stenen
pilaar gebonden. De armen gestrekt omhoog, het gezicht naar de pilaar.
Er waren meestal twee soldaten die de geseling uitvoerden en ze sloegen
om beurten met de zgn. "flagrum", een Romeinse zweep. Deze bestond uit
een kort handvat waaraan een tweetal spits toelopende leren riemen
waren bevestigd. Aan het eind van de riemen waren hazelnootgrote loden
kogels of de voet- wortelbeentjes van een schaap bevestigd.
Met dit verschrikkelijke instrument werd de huid van de veroordeelde
letterlijk aan flarden geslagen. De slagen werden systematisch
toegediend vanaf de schouder tot en met de kuiten. Het aantal slagen
was bij de Romeinen in wezen onbeperkt. Men keek gewoon hoeveel de
veroordeelde kon verdragen.
Soms liep het aantal wel op tot honderd slagen. Dan zat er praktisch
geen huid meer op de achterzijde van het slachtoffer, dat dan meestal
bewusteloos aan de touwen hing, omringd door een grote plas bloed. De
geseling was bij de Romeinen een soort traditioneel voorprogramma bij
de uitvoering van de doodstraf. De beschadiging van zoveel huid en de
kneuzing van zoveel spierweefsel is in ernst te vergelijken met b.v.
een zeer diepe verbranding van het halve lichaamsoppervlak. Deze
verwonding kan zonder medische hulp na enkele uren tot dagen dodelijk
zijn. Daarom had de Joodse wet het aantal slagen bij geseling tot
maximaal 39 beperkt. De Romeinen dachten daar echter anders over.
DE BESPOTTING
Na de geseling werd Jezus door de soldaten nog bespot. Ze deden hem een
rode mantel aan, zetten hem een soort kroon van gevlochten doornige
twijgen op en sloegen hem bovendien in het gelaat en op zijn hoofd. De
kroon, in de vorm van een muts, was vervaardigd uit de gedroogde takken
van de Zizyphus spina, een boom die vlijmscherpe doorns heeft van 2 1/2
cm lang, die gemakkelijk dwars door de schedelhuid kunnen boren. Hierna
werd Jezus door Pilatus nog publiekelijk tentoongesteld met de beroemd
geworden woorden "Ecce homo", Ziet den mens! Het moet een
deerniswekkend gezicht geweest zijn. Waarschijnlijk was
één oog dichtgeslagen. Het bloed stroomde over
zijn gezicht en uit zijn gebroken neus. Zijn kleding was met bloed
doordrenkt. Mogelijk kon hij zich nauwelijks staande houden.
Vermoedelijk hoopte Pilatus met deze vertoning bij het publiek
medelijden op te wekken, zodat men het hierbij zou laten. Doch dit
gebeurde niet. Ook de ruilprocedure met de moordenaar Barabbas ging
niet door. En Pilatus, als een echte ambtenaar, bang voor zijn
carrière, bezweek uit lafheid voor de chantage van het volk.
Mattheus, zelf een gewezen ambtenaar, beschrijft het sober: ",... en
hij gaf Hem over om gekruisigd te worden".
NAAR GOLGOTHA
De weg van Pilatus' praetorium naar Golgotha, later genoemd de Via
Dolorosa, is nauwelijks 600 meter lang en kan langzaam lopend in 12
minuten worden afgelegd. De weg is echter smal en hellend, de
bestrating slecht en bovendien perste een mensenmenigte er zich nog
doorheen. Langs deze weg moest Christus het zware dwarshout op zijn
kapotgeslagen schouders dragen. Het lukte hem niet. Vermoedelijk viel
hij enige malen en kon hij niet meer overeind komen. Het staat niet in
de Schriften. Doch wel is vermeld dat een willekeurige voorbijganger,
genaamd Simon van Cyrene, die juist van het land kwam met zijn beide
zonen, door de Romeinse bevelhebber werd gedwongen de dwarsbalk te
dragen. De centurion gaf die order vermoedelijk niet uit medelijden,
maar omdat hij er verantwoordelijk voor was dat de veroordeelden levend
Golgotha bereikten en niet halverwege al door uitputting stierven. Op
weg naar de executieplaats mocht Jezus zijn eigen kleren aanhouden. Dat
was een concessie aan de joodse wet, die naaktloperij niet toestond.
Romeinse veroordeelden moesten geheel naakt hun dood tegemoetstrompelen.
DE KRUISIGING
Het was het derde uur van de dag, naar onze berekening tussen 9.00 en
10.00 uur 's ochtends, toen de stoet Golgotha bereikte. De groep
bestond uit een peloton soldaten onder het bevel van een centurion,
vele nieuwsgierigen, huilende vrouwen, wraakbeluste Farizeeën
en Sadduceeën, de ontzette familie en vrienden en tenslotte de
drie veroordeelden: Jezus en twee dieven die ook gekruisigd zouden
worden.
De
militairen boden de ter dood veroordeelden wijn met mirre of gal aan.
Vermoedelijk werd dat mengsel beschouwd als een verdovend of
pijnstillend middel. Enigszins als de laatste sigaret voor de
fusillering of het glas cognac dat men in Frankrijk de veroordeelden
bij de guillotine aanbood. Christus weigerde te drinken. Toen werden de
kleren van zijn lichaam afgetrokken. Deze plakten zonder twijfel aan
zijn kapotgeslagen rug, die vermoedelijk dan ook meteen weer ging
bloeden. Met zijn rauw gegeselde schouders moest hij op de houten balk,
het patibulum, gaan liggen. De spijkers werden door de polsen geslagen
en daarna werd het patibulum waaraan hij hing op de ruwe verticale
stipes geplaatst.
Enkele
ogenblikken later sloeg men met een 20 cm lange vierkante spijker zijn
beide voeten aan de paal vast. De doodstrijd begon. De martelende keuze
tussen verstikking en verscheurende pijn. Knieën strekken,
ademhalen, vlammende pijn in de voeten, knieën buigen, lichaam
laten zakken, verscheurende pijn in de polsen, heftige benauwdheid en
dan toch maar weer de knieën strekken in een langzame,
dodelijke cadans. De beide armzalige dieven vochten links en rechts op
dezelfde wijze hun uitzichtloze strijd om een beetje lucht. Op dat
moment hing aan de andere kant van de stad, even buiten de zuidelijke
stadsmuur, de discipel Judas al dood aan een boom. Vertwijfeld door
wroeging had hij zelfmoord gepleegd. Op het zesde uur (omstreeks 12.00
uur 's middags) "kwam er een duisternis over het gehele land". Dit werd
mogelijk veroorzaakt door een zandstorm, een zgn. chamsin, waarvan het
stof de zon verduisterde.
De doodstrijd ging toen naar een climax. Het zweet liep als water langs
zijn lichaam, waarvan de temperatuur tot een hoge waarde steeg. Medisch
heet dat hyperthermie. De spieren verkeerden in een continue
kramptoestand. De ontwrichte polsen en voeten deden ondraaglijk pijn.
Door bloedverlies, extreem zweten, dorst en oedeemvorming ten gevolge
van de geseling, was het circulerend bloedvolume sterk verminderd. De
bloeddruk daalde, de hartslag werd steeds sneller. De biochemische
samenstelling van het sterk verzuurde bloed was mede door enorm
zoutverlies, nauwelijks nog met het leven verenigbaar.
Het hart begon het op te geven. Er ontstond een zogenaamde
"decompensatio cordis", waardoor er vocht in de longen kwam. Longoedeem
heet dat. De ademhaling werd reutelend. Het hart sloeg onregelmatig. Er
was een ondragelijke dorst. Doch voorbijgangers bespotten hem, en onder
het kruis verdeelden de soldaten de kleren en dobbelden zij om het
overkleed van de Koning der Joden.
HET STERVEN
Mattheus rapporteert dan verder: "Omstreeks het negende uur (plusminus
3.00 uur 's middags) riep Jezus met luider stemme zeggende: 'Eli, eli,
lama sabachtani?' Dat is: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij
verlaten?". Het is de beginregel van de 22ste psalm van David. Als
groot kenner van de Tenach, de Joodse Schrift, moet Jezus deze passage
uit het hoofd hebben gekend. De psalm, meer dan 700 jaar voor de
kruisiging van Christus geschreven, schildert met profetische
helderheid wat op Golgotha geschiedde:
Mijn God, mijn God waarom hebt Gij mij verlaten
verre zijnde van mijn verlossing.
bij de woorden van mijn jammerklacht...
Als water ben ik uitgestort
en al mijn beenderen zijn ontwricht
mijn hart is geworden als was,
het is gesmolten in mijn binnenste...
Een bende boosdoeners heeft mij omsingeld
die mijn handen en voeten doorboren
ze kijken toe, ze zien met leedvermaak naar mij
zij verdelen mijn klederen onder elkaar
en werpen het lot over mijn gewaad..
Tenslotte wendde de stervende zich nog eenmaal tot de soldaten: "Ik heb
dorst". Op de executieplaats stond een kruik gevuld met "zure wijn"
zoals de Schrift dit vermeldt. Deze zure wijn werd door de Romeinen
"posca" genoemd. Het was een soldatendrank, die bestond uit een mengsel
van wijn, water, azijn en geklutste eieren. Een van de legionairs
reikte Jezus een spons aan die gevuld was met deze posca. Nadat de
stervende Christus ervan gedronken had, zei hij: "Het is volbracht".
Johannes vermeldt: "En hij boog het hoofd en gaf de geest".
HET EINDE VAN DE DAG
De vrijdag ging ten einde en de Sabbath, waarop dat jaar tevens het
Joodse Pasen viel, naderde. En op Sabbath mochten er geen Joodse lijken
aan het kruis blijven hangen. Daarom waren er al leden van het
Sanhedrin naar Pilatus gegaan om hem te vragen de executie te
beëindigen door de benen van de veroordeelden met het
crurifragium te doen verbrijzelen. De ervaring had immers geleerd dat
de dood dan spoedig door verstikking intrad. Dit gebeurde bij de beide
dieven, doch niet bij Jezus, want die was toen al gestorven.
Pilatus wilde dit aanvankelijk niet eens geloven, toen een zekere Jozef
van Arimatea, een vooraanstaand lid van het Sanhedrin, hem dat kwam
mededelen. Pilatus ontbood de commandant Van het executiepeloton, de
hoofdman over honderd, zoals de Statenbijbel het woord "centurion"
vertaalt. Die bevestigde de mededeling van Jozef van Arimatea. Hoewel
lid van de Grote Raad, had Jozef niet meegedaan met het schijnproces.
Hij sympathiseerde in het geheim met de rabbi uit Nazareth en hij vroeg
namens de familie het stoffelijk overschot op. Dat werd hem ook
gegeven, nadat het hart van de dode met een lans was doorboord. Zo
luidden immers de Romeinse reglementen. Het Schriftwoord was vervuld:
'Geen been zal Hem verbrijzeld worden' en "...zij zullen zien op Hem
die zij doorstoken hebben". (Joh. 19 v. 36-37).
Wie is schuldig aan de kruisiging en de dood van Jezus?
In het proces tegen Hem wordt de
officiële uitspraak gedaan door Pilatus. Hij is daar helemaal
verantwoordelijk voor. Maar tijdens het proces zelf heeft Jezus het
over een grotere verantwoordelijkheid van een ander. Wie bedoelt Hij?
Is dat het Joodse volk? In de geschiedenis zijn er wel
Jodenvervolgingen geweest met het argument: de Joden zijn schuldig aan
de dood van Jezus. Maar dan ging het om Joden, die eeuwen later
leefden. Die er nog niet waren, toen Jezus gekruisigd werd. De Joden
van nu zijn echt niet verantwoordelijk voor wat er bijna 2000 jaar
geleden gebeurde. En ook het Joodse volk uit die tijd niet.
Wie wel? En wat heeft God er nog mee te maken?
De rol van Pilatus
In de nacht van donderdag op vrijdag
heeft Jezus de voeten van zijn leerlingen gewassen. Judas was daar nog
bij; kort daarna ging hij weg voor zijn verraad. Jezus bleef met zijn
andere leerlingen achter.
Daarna vertrokken ze naar de hof van Gethsemané. Judas ging daar
ook heen met een groep gewapende mannen en Jezus werd daar
gearresteerd. Hij werd naar Annas gebracht. Annas had veel te vertellen
in de Hoge Raad. Vandaar, dat Jezus eerst door hem aan de tand gevoeld
werd.
Annas liet duidelijk merken wat hij
vond: hij stuurde Jezus geboeid naar de Hoge Raad. Dat betekende: Hij
mag niet vrij rondlopen.
De Hoge Raad vergadert midden in de nacht onder leiding van de
hogepriester, Kajafas. Ze beginnen het proces niet in het
officiële gerechtsgebouw, maar bij de voorzitter aan huis.
Er zijn ook valse getuigen opgeroepen.
Maar hun getuigenissen zijn zo weinig eensluidend, dat de Hoge Raad er
niets mee kan beginnen. Ze willen over Jezus een officieel doodvonnis
uitspreken. De hogepriester vraagt daarom toch maar even rechtstreeks
aan Jezus, of Hij de Christus, de Zoon van de levende God is. Hij
verwacht geen antwoord.
En dan komt er tot ieders verbazing wel een antwoord: Ik ben inderdaad de Christus, de Zoon van God.
Hij zegt dat ook nog onder ede. Nu
hebben ze Hem. Dit is godslastering, geloven ze, en daarop staat de
doodstraf. Dat zegt Leviticus 24: Wie de Naam des HEREN lastert, zal
zeker ter dood gebracht worden: de gehele vergadering zal hem stenigen.
Jezelf de Zoon van God noemen betekent: jezelf aan God gelijk stellen.
Daarmee pleeg je zonde tegen het derde gebod, de naam van de Here ijdel
gebruiken. Een zware zonde.
De Hoge Raad heeft de zaak rond. Het
vonnis kan over een paar dagen uitgevoerd worden. Maar de Hoge Raad
ziet een probleem. Ze zijn bang voor de pelgrims, die naar Jeruzalem
gekomen zijn voor het Pascha.
Die hebben veel sympathie voor Jezus. Als Jezus eerst een aantal dagen
gevangen zit, kan er wel eens opstand komen. Jezus zou wel eens bevrijd
kunnen worden.
Want de doodstraf mag niet op het
Pascha en niet op de sabbat voltrokken worden. Dat zijn de regels van
het Joodse recht in die tijd. Deze vrijdag is dag van het Pascha.
Zaterdag is het sabbat. Deze beide dagen kan het in elk geval niet. Het
doodvonnis kan op z’n allervroegst zondag voltrokken worden.
Zolang wil de Hoge Raad niet wachten. Daarom wordt er een slimme
oplossing bedacht. Het Romeinse recht verbiedt een terechtstelling op
een Joodse feestdag niet. De Romeinse gouverneur kan deze vrijdag wel
een doodvonnis uitspreken en ook laten uitvoeren.
Daarom gaan ze naar Pilatus, maar wel
met een andere aanklacht. Eerst draaien ze er wat omheen. Als Hij geen
misdadiger was, zouden we Hem niet bij u voorgeleid hebben, zeggen ze.
Nou, dat is dan simpel, zegt Pilatus, berecht Hem volgens uw eigen wet.
Maar dat willen ze juist niet; dan duurt het te lang. Dus komen ze met
de aanklacht: Hij zegt, dat Hij de Koning der Joden is.
Dat is een belangrijke politieke kwestie. Daarover moét Pilatus
oordelen. Hij ondervraagt Jezus over dat koningschap. Maar hij begrijpt
al snel, dat dit geen politieke zaak is. Jezus is niet iemand, die tot
opstand aanzet.
Pilatus gaat het gerechtsgebouw uit, waar hij Jezus ondervraagd heeft.
Buiten staan zijn aanklagers. Deze man is niet schuldig, zegt hij. Hij
durft Jezus niet meteen vrij te laten. Hij probeert het via de
jaarlijkse vrijlating van een gevangene op deze feestdag.
Hij weet, dat de leiders Jezus uit jaloezie hebben uitgeleverd. Daarom
probeert hij de vrijlating van Jezus te krijgen door een beroep op het
volk. Daar is Jezus immers populair!
Dat pakt verkeerd uit. De leiders
weten het publiek mee te krijgen. Niet Jezus, maar Barabbas moet vrij
gelaten worden. Een misdadiger, een moordenaar. En dat gebeurt. Pilatus
gaat weer het gerechtsgebouw binnen.
Binnen laat hij Jezus geselen. Zijn soldaten bespotten Hem door Hem een
kroon van dorens op het hoofd te zetten. Een schijnkoning. Om de
verkleedpartij nog echter te maken, doen ze hem een purperkleurige
soldaten-mantel aan.
Alleen de rijken, koningen en keizers,
hadden mantels van echt purper. Hij heeft een namaak-kroon op en een
namaak-statie-mantel aan. En ze begroeten Hem spottend, zoals de keizer
begroet wordt. Ave, gegroet, koning der Joden.
Als dat gebeurd is, komt Pilatus weer naar buiten. Zijn plan voor
vrijlating t.g.v. van het Pascha, is mislukt. Een misdadiger is nu de
vrijheid ingegaan.
Maar Pilatus houdt nog steeds aan zijn oordeel vast: ik vind geen
schuld in Hem. Hij mag zich dan wel koning noemen, maar Hij is geen
rebel. De beschuldiging van de Joodse leiders is niet waar.
Pilatus heeft de beklaagde zelf
ondervraagd. Deze man is geen bedreiging voor Tiberius, die op dat
moment keizer in Rome is. Het is onmogelijk om Jezus op een valse
aanklacht ter dood te veroordelen.
Pilatus verklaart Jezus onschuldig en laat Hem naar buiten komen. En
dan spreekt hij die wereldbekende woorden: zie de mens! Een kroon van
dorens op zijn hoofd. Een purperkleurige soldatenmantel aan.
En misschien kunnen ze ook wel bloed zien.
Pilatus laat merken: jullie zien deze
man als een gevaar. Maar ik kom jullie wel tegemoet. Ik heb Hem zo
vernederd, dat Hij geen gevaar meer is voor jullie.
De man is een eigenlijk een wrak geworden; voorlopig hebben jullie geen
last van Hem. Daar ging het jullie om. Wees daar dan tevreden mee.
Jezus is een tijdje uitgeschakeld. Klaar.
Als Pilatus denkt, dat de vrijlating
van Jezus door de Joden nu wel geaccepteerd wordt, komt hij bedrogen
uit. De opperpriesters beginnen te schreeuwen: kruisigen. Hun dienaars
doen mee. Misschien anderen uit het publiek ook wel.
Pilatus zegt dan nog weer eens: doe het dan zelf. Wat het romeinse
recht betreft is Hij onschuldig. Weer die betuiging van onschuld van
Jezus! Hij is geen rebel!
En dan komt het hoge woord er
eindelijk uit bij de Joden. Volgens het Romeinse recht is Hij niet
schuldig, maar wel volgens het Joodse recht. Wij hebben een wet. Ze
bedoelen: wij hebben het Woord van God. Dat is het OT.
En het OT zegt, dat een godslasteraar moet sterven. Een godslasteraar
is Jezus volgens hen, want Hij heeft gezegd, dat Hij de Zoon van God
is.
Daarvan schrikt Pilatus. Heeft deze man een bijzondere band met de
wereld van de goden? Pilatus is ervan overtuigd, dat Hij onschuldig is.
Als hij Hem toch laat kruisigen, zou hij wel eens onder de vloek van de
bovenaardse machten kunnen komen. Zijn vrouw had hem ook al
gewaarschuwd.
Hij gaat het gerechtsgebouw weer
binnen en begint met een nieuwe ondervraging van Jezus. Waar komt U
vandaan? Probeert Pilatus meer te weten te komen over de
bovennatuurlijke afkomst van Jezus?
Jezus geeft geen antwoord, omdat Hij daar al genoeg over gezegd heeft.
Mijn koninkrijk is niet van deze wereld; mijn koninkrijk is niet van
hier.
Dan gaat Pilatus dreigen: geef antwoord, want ik beslis over jouw leven
of dood. Daar reageert Jezus wel op. Pilatus moet zich niet sterk maken
met zijn macht. Hij moet beseffen, dat hij die macht niet zomaar van
zichzelf heeft.
Die macht heeft hij van boven gekregen. Hij kan niet een willekeurige
beslissing nemen. Hij zal verantwoording moeten afleggen aan een hogere
macht. Aan God. Pilatus heeft te horen gekregen, dat Jezus zichzelf als
de Zoon van God ziet. God heeft hem op die dag de bevoegdheid gegeven
te beslissen over leven of dood van Gods Zoon.
Pilatus is onder de indruk van dit
antwoord. Hij wil de vloek van God vermijden. Hij zet zich tot het
uiterste in om Jezus vrij te laten.
Maar hij krijgt van de Joden te horen: dan ben je geen vriend van de
keizer meer. Hij heeft zijn baan als gouverneur van keizer Tiberius
gekregen. Tiberius had vertrouwen in hem. Maar Tiberius kan hem ook
laten vallen.
Het is bekend, dat Tiberius erg
wantrouwend was, als het ging om behoud van zijn macht. Zou er uit
Palestina gemeld worden, dat Pilatus iemand had vrijgelaten, die koning
wilde worden, dan was de boot aan. De Joden konden ook nog een grote
lijst met wandaden van Pilatus doorgeven. Dan zou voor Pilatus het doek
vallen. Grote kans op een zware straf; misschien wel verbanning naar
een achteraf dorpje. Over die vloek van boven was hij niet zo zeker.
Over de maatregelen van keizer Tiberius wel. Hij hakt uiteindelijk de
knoop door.
Hij gaat op de rechterstoel zitten.
Die staat op een verhoging, zodat iedereen het goed kan zien. Nu gaat
de officiële uitspraak vallen. De evangelist geeft de plaats aan.
Lithostrotos, dat betekent: plaveisel; de aramese naam is Gabbatha en
die betekent: hoogte.
Met deze dubbele naam geeft hij precies de plaats aan, waar het
belangrijkste vonnis uit de wereldgeschiedenis wordt uitgesproken. Zijn
lezers kunnen er nog heen, om de plek te zien.
Johannes geeft de datum op. De dag van
voorbereiding. De voorbereiding op de sabbat. Dat is de vrijdag. Die
vrijdag viel ook nog samen met het Joodse Pascha. Dus wordt bedoeld: de
Pascha-vrijdag.
Johannes noteert zelfs de tijd. Precisie-uurwerken zijn er in die tijd
niet. Meestal zal men wel naar de stand van de zon gekeken hebben. Het
is ongeveer het zesde uur. De urentelling begint om 12 uur middernacht.
Dat komt dus behoorlijk overeen met onze telling. Vroeg in de morgen,
ergens tussen half zes en half acht.
Pilatus, die er heilig van overtuigd is, dat Jezus onschuldig is, accepteert de eis van de Joden: Jezus zal gekruisigd worden
Zie uw Koning, zegt Pilatus van
tevoren nog tegen de Joden. Een stukje spot: zo gaat het in het
romeinse wereldrijk, als iemand zich koning wil maken. Dan grijpt het
gezag in. Jezus is een wrak geworden. Een machteloze koning.
Maar achter Pilatus staat God, de Vader. Wat Pilatus spottend bedoelt,
is toch waar: zo’n koning heeft God gegeven. De Zoon van God, de
beloofde koning, gebruikt niet de macht, die Hij heeft. Er komen geen
legers uit de hemel om Hem te ontzetten.
Deze koning is de lijdende koning. De weg naar bevrijding is niet: alle
macht gebruiken om de onderdrukker, de vijand, te vernietigen. Deze
koning bevrijdt door het lijden over zich heen te laten komen. Het
lijden, dat God zelf gewild heeft.
De grote vijand, de duivel, is niet
allereerst te verslaan met geweld, maar door zwakte. Door het offer.
God brengt het hoogst mogelijke offer: Hij veroordeelt zijn Zoon tot de
kruisiging. Alleen dat offer kan bevrijding brengen. Er is geen andere
manier om de duivel te verslaan en de zonde te vernietigen. Alleen de
gekruisigde koning kan dat doen.
De rol van de overpriesters
Pilatus is officieel en volledig
verantwoordelijk voor de uitspraak, die hij als rechter doet. Jezus is
absoluut onschuldig. Dat heeft hij in het onderzoek vastgesteld. Dat
heeft Johannes schriftelijk vastgelegd. Daarmee verzekert God zelf ons:
Jezus werd geen offer voor eigen zonden. Hij werd offer voor jouw
zonden. Hij was immers onschuldig?
J
ezus zegt zelf, dat degene, die Hem
voor de rechter heeft gebracht, groter verantwoordelijkheid draagt. Dat
is Kajafas. Die werd ondersteund door zijn schoonvader Annas, de vorige
hogepriester. En de Hoge Raad had ingestemd met de beslissing, dat
Jezus moest sterven.
De Hoge Raad had er ook mee ingestemd, dat Jezus via Pilatus snel moest
worden terecht gesteld - deze dag nog. De Hoge Raad is de officiele
vertegenwoordiger van het Joodse volk.
Dat betekent niet, dat het hele Joodse
volk schuldig is. Er zijn leerlingen van Jezus, die totaal anders
denken. Die beleden hebben, dat Jezus inderdaad de Zoon van God is. Er
zijn nog heel veel anderen in Jeruzalem op het feest, die absoluut
tegen een terechtstelling van Jezus zijn.
Je kunt dus beslist niet zeggen, dat het hele Joodse volk schuldig ia
aan de kruisiging van Jezus. Dan zou je ook de aanhangers van Jezus in
de Hoge Raad schuldig moeten verklaren: Nicodemus en Jozef van
Arimathea. Of zij de enige aanhangers van Jezus in de Hoge Raad waren,
is niet bekend.
Of zij op die nachtelijke zitting
aanwezig waren, weten we ook niet. Het kan niet anders of ze waren
tegen het doodvonnis van Jezus. Maar de meerderheid besliste.
Verantwoordelijk voor de dood van Jezus is elk lid van de Hoge Raad,
dat voor gestemd heeft.
Binnen de Hoge Raad zijn het vooral de
overpriesters, die er bij Pilatus alles aan doen om Jezus veroordeeld
te krijgen. Ze dreigen Pilatus een zwartboek naar Rome te sturen over
zijn wandaden, over zijn achteloosheid in een proces tegen iemand, die
zich koning noemt.
Pilatus probeert het dan nog eens.
Deze man een koning? Laat Hem gaan. Hij is toch geen gevaar meer voor
jullie? Gegeseld en bebloed, zijn aanhangers zullen diep teleurgesteld
zijn in Hem. Ze hadden hun hoop op Hem gevestigd. Maar als je zo
gemarteld en vernederd wordt, zo zwak blijkt te zijn. Dan laten ze Hem
natuurlijk in de steek.
De overpriesters spreken dan woorden,
die eigenlijk een verloochening zijn van Israëls belijdenis. Toen
in het verleden het volk een koning wenste, had de Here gezegd: Ik ben
jullie koning. En de koning in Israël moest zichzelf zien als
onderkoning onder de Here.
De echte koning van Israël is de
Here. Maar hier roepen ze iets anders. Heel die belijdenis, dat de Here
Israëls koning is, is verdwenen. In het proces tegen Jezus wordt
het wezen van Gods verbond met Israël verloochend. Ze erkennen
niet de Here, maar de keizer als hun koning.
Een machteloze messias willen ze niet. Want zo kwam Jezus op hen over, toen Hij eenmaal gearresteerd was.
De schuld van de Hoge Raad is veel
groter dan van Pilatus. Want zij kennen het OT. Ze kennen de profetien
over b.v. de lijdende knecht van de Here. Maar de wezenlijke boodschap
van het OT hebben ze afgewezen.
De boodschap, dat God genadig en
barmhartig is. Ze willen geen beroep doen op Gods genade. Ze doen een
beroep op alles wat ze gepresteerd hebben. Op het naleven van al die
wetsregels, die door de rabbijnen in vele honderden bepalingen nog
verder uitgepluist zijn.
Niet gered door genade, maar door de
wet. Daar hopen ze op. Ze willen niet op hun knieen bij God komen, maar
fier rechtop. Wij hebben zoveel gepresteerd. Onze schuld is weg. Onze
zonden hebben we zelf goed gemaakt door zo goed mogelijk de wet uit te
voeren.
Het was niet perfect, maar wel genoeg.
Zo hopen ze voor God te verschijnen. En daar zit nu de grote afkeer van
Jezus. Hij heeft hun traditie aangetast. Wat we altijd gehoord hebben:
doe de wet en dan kun je eeuwig leven krijgen. Dat is door Jezus
onderuit gehaald.
Daar zit eigenlijk hun verzet tegen
Jezus. Daarom willen ze Hem dood. Dat ze lang niet alles uit zijn
optreden begrepen, is nog niet zo erg. Zelfs zijn leerlingen begrepen
veel dingen toen nog niet. Maar het doodvonnis over Jezus is eigenlijk
een veroordeling van God.
Ze willen Gods genade niet. Ze willen
rechten bij God. En de man, die voor Gods genade opkomt, gaat eraan.
Als ze geloofd hadden, dat een zondaar alleen door genade gered wordt,
hadden ze Jezus niet ter dood veroordeeld.
Dan hadden heel veel vragen kunnen hebben; omdat ze geen goed beeld van
de Messias hebben. Zo was dat met de leerlingen van Jezus ook. Maar dan
was er geen doodvonnis uitgekomen.
Zij eisen de kruisiging. En tenslotte
geeft Pilatus aan die eis toe. Dat is een groter kwaad dan Pilatus
beging, toen hij een onschuldige ter dood veroordeelde.
De kruisiging van Jezus: dat is de verwerping van Gods genade. Dat is
het verschrikkelijke feit, waaraan de overpriesters zich schuldig
maken.
Genade in plaats van recht. Het staat de mensen tegen. Ze willen recht.
Recht in de samenleving. Je moet rechten kunnen laten gelden bij de
overheid. Je moet ook rechten kunnen laten gelden bij God.
Als je toch goed leeft, heeft God het
recht niet je voor eeuwig te veroordelen. Er zijn echt grote schurken.
Dan heeft God wel het recht hen voor eeuwig te straffen. Maar voor een
gewoon mens, die zich inzet voor goede dingen, bestaat het recht op
geluk in het hiernamaals.
Maar beginnen met toegeven, dat je
daar geen recht op hebt. Ook niet, als je een toonbeeld van
naastenliefde bent. Dat is voor een mens te veel gevraagd. Smeken om
genade bij God. Zonder één enkel recht. Alleen maar je
beroepen op het offer van Jezus Christus. Dat vinden mensen stuitend.
In wezen sta je dan aan dezelfde kant als de Joodse overpriesters. Je
kunt alleen overgaan naar de andere kant, als je gegrepen bent door het
evangelie van het kruis.
De rol van God
Pilatus spreekt zijn vonnis uit op het
Pascha. De bevrijdingsdag van het Joodse volk. Herdenking van de
bevrijding uit Egypte. Hij drijft de spot met het Joodse
bevrijdingsfeest. Hier is jullie koning. Kijk, een man, die kapot
gemaakt is. OK, ik zal Hem laten kruisigen.
Dat het op deze dag gebeurt, gaat
tegen de harde afspraken van de Hoge Raad in. Dat de echte aanklacht
tegen Jezus toch voor Pilatus kwam, hadden ze ook niet gewild. Dat het
vonnis de kruisiging was, lag ook al niet in hun bedoeling.
Ze hadden Hem op een voor hen geschikt tijdstip ter dood willen
veroordelen. En dat zou dan door steniging gebeurd zijn. Het is op heel
wat punten anders gelopen, dan ze gepland hadden. Het enige, dat ze wel
in hun hoofd hadden was de dood van Jezus zonder volksoproer.
Maar in werkelijkheid is het God, die
het allemaal zo leidt. Jezus heeft met dat plan ingestemd en
meegewerkt. De Zoon van God is trouw geweest aan zijn Vader. Dat heeft
het uiterste van Hem gevraagd.
Hij wordt gekruisigd op het Pascha. En zo wijst God Hem aan als het
echte paaslam. Dezelfde Johannes, die dit evangelie schreeft, ziet Hem
later op Patmos in zijn visioenen als het Lam, dat geslacht is.
Er zijn duizenden lammeren geofferd.
Al die offers konden de schuld niet aflossen, konden geen bevrijding
brengen van de grootste vijand van de mens: de duivel.
Maar dit offer wel. Want als dat geen offer is! Jezus kon op elk moment
het proces stoppen. Hij had de geseling en bespotting kunnen voorkomen.
Hij had ook voor de ogen van het publiek zijn wonden kunnen genezen en
er weer gezond en sterk uitzien.
Hij had Pilatus tot vrijspraak kunnen
brengen en de hoge heren van het Sanhedrin laten afgaan. De
schreeuwers, die riepen: kruisigen, had Hij voorgoed de mond kunnen
snoeren, zodat het doodstil zou zijn geworden.
Hij heeft dat allemaal niet gedaan. Want God had Hem nodig als het echt
paaslam. Hij had de zonden van de wereld overgenomen. En Hij moest
ervoor betalen. Hij, de Zoon van God, de lang beloofde koning van
Israël, moest lijdende knecht zijn. Tot het uiterste, tot in de
dood.
God stuurde het zo, dat het
uitgerekend op het Pascha gebeurde. Het grote bevrijdingsfeest van
Israël uit Egypte moest plaats gaan maken voor
de bevrijding van zonde en duivel. Bevrijding uit eeuwig oordeel.
Duizenden pelgrims zijn gekomen voor een feest. Voor Jezus wordt het
een gruwelijke executie. Zover gaat Gods genade. Zoveel heeft Hij voor
je over gehad. Jouw schuld moest weg. Want zelf kom je alleen maar
dieper in de schuld te staan. Hopeloos diep.
God geeft hoop op deze dag. Jezus
ontkomt niet. Dat zou de grootste ramp in de geschiedenis geweest zijn.
Dan zat je voor eeuwig met al je schuld.
God gaat door en Jezus gaat eraan. Nog wel aan het kruis. Het teken van
de vloek van God. De apostel Paulus schrijft dat in één
van zijn brieven. Dat hangen tussen hemel en aarde staat symbool voor:
de mensheid moest Hem niet meer en God heeft Hem met zijn vloek
getroffen.
In al zijn gruwelijkheid is de kruisiging van Jezus de zekerheid: Gods
liefde voor mensen heeft het hoogste offer gebracht. Het offer, dat
genoeg was voor de zonden van de wereld. Uiteindelijk is het God, die
het in handen heeft. Hij stond niet machteloos bij dit lijden. Hij
heeft het gewild. Voor jou!
WAT DOEN WE MET PASEN?
De verschrikkelijke Passie van Pasen was voorbij. De Joodse wet was
ernstig overtreden evenals de Romeinse. Naast het klassieke Joodse
paasfeest dat de verlossing uit de Egyptische slavernij herdenkt zou
een ander Paasfeest ontstaan. En hoewel Jezus Christus als vrome Joodse
rabbi was gestorven werd zijn dood de aanleiding tot het ontstaan van
een nieuwe religie, het Christendom. Het is bekend hoe deze twee
religies in de loop der eeuwen steeds verder uit eikaar groeiden. Het
spanningsveld daartussen heeft aanleiding gegeven tot gruwelen die
miljoenen het leven hebben gekost.
Toch heeft
de rabbi Jezus van Nazareth niet anders gedaan dan bij voortduring
wijzen op het meest waardevolle, dat het Joodse volk in zijn wetten de
mensheid had aan te bieden. Het belang hiervan werd zelfs aan de orde
gesteld door een Farizeeër. Deze vroeg Jezus eens: 'Meester,
wat is het grootste gebod in onze wet ?'. En de Meester antwoordde,
verwijzend naar Leviticus: "Gij zult de Here, Uw God liefhebben met
geheel Uw ziel, met geheel Uw hart, uit geheel Uw verstand en uit
geheel Uw kracht. En het tweede, daaraan gelijk is: Gij zult Uw naaste
liefhebben als Uzelf. Een ander gebod, groter dan deze bestaat niet.
Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten" (Matth. 22 v.
36-40, Marc. 12 v. 30~31).
Het is deze
boodschap waarvan de geharde centurion van het executiepeloton
misschien een vaag vermoeden kreeg, toen hij aan het eind van die
verschrikkelijke vrijdag de dode in het gezicht keek en met militair
respect opmerkte:
"Vere hic homo iustus erat!":
"Waarlijk, deze mens was rechtvaardig!"
Lucas 23:47
MEER
INFORMATIE



















