Goede vrucht - Vruchten en Gaven
van de HEILIGE GEEST
De vindplaats van materiaal
voor Bijbelstudie, geloofstudie, catechese, school, kring, persoonlijk
geloof, studie thuis, kerk, club, nieuws, godsdienstonderwijs,
zingeving en vooral heel veel mogelijkheden om je Bijbelkennis te
vergroten. Blijf
niet afhankelijk van anderen maar lees zelf de Bijbel. Investeer in
geestelijke rijkdom.
GAVE VAN DE HEILIGE GEEST : PROFETIE
In deze studie-serie
willen we de rijkdom ontdekken die we ontvangen als wij ons openstellen
voor het werk van God's Heilige Geest. Dit gaat alle aardse schatten te
boven. De serie bestaat uit 20 studies die je een heel eind op weg
kunnen helpen.
Ontdek
het door je eens te verdiepen in wat de Bijbel daarover te zeggen
heeft. Neem er de tijd voor. Het zal je verbazen hoezeer je leven
erdoor verrijkt zal worden. en niat alleen het leven van jezelf, maar
ook het leven van de mensen om je hee. Niet alleen jouw eigenwaarde
stijgt maar óók je kijk op de ander. Het zal je
eigen levensstijl ten goede komen. En dat alles tot eer van Hem die jou
die Geest wil schenken.
PROFETIE
De gave van profetie goed te kunnen begrijpen is
het belangrijk om een aantal begrippen duidelijk te hebben. Laten we
maar beginnen met Johannes 1 vers 1:
In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was
God.
Wat Johannes hier schrijft is een hele belangrijke openbaring, namelijk
God is het Woord. Dit moeten we in ons achterhoofd houden als we het
volgende gaan lezen wat in Jesaja 55 vers 9 en 10 staat:
Want zoals de regen en de sneeuw van de hemel neerdaalt en daarheen
niet weerkeert, maar doorvochtigt eerst de aarde en maakt haar
vruchtbaar en doet haar uitspruiten en geeft zaad aan de zaaier en
brood aan de eter,
alzo zal mijn woord, dat uit mijn mond uitgaat, ook zijn; het zal niet
ledig tot Mij wederkeren, maar het zal doen wat Mij behaagt en dat
volbrengen, waartoe Ik het zend.
Dit is de tweede belangrijke sleutel aangaande profeteren. Wanneer God
iets uitspreekt, dan zal het uitkomen. Maar wat is nu profeteren?
We hebben gelezen dat God het Woord is en als
God een woord uitspreekt, dan zal het uitkomen. Dus God neemt als het
ware een deel van zichzelf en plaats dit in de Geestelijke Wereld. De
gave van profetie is een gave om dit Woord wat zich in de Geestelijke
Wereld bevindt op te pikken en deze uit te spreken.
Profeteren is een gave om bekend te maken, te verklaren, iets dat
alleen door goddelijke openbaring geweten kan worden. Maar profeteren
hoeft niet alleen spreken te zijn. Soms kan een bepaalde handeling ook
profeteren zijn.
Paulus zegt in 1Kor. 14:4 het volgende:
"Wie in een tong spreekt, sticht zichzelf, maar wie profeteert, sticht
de gemeente."
Dus profeteren is niet voor jezelf, maar om anderen te stichten.
Deze gave wordt in de rij van geestesgaven zeer hoog geschat en Paulus
wekte de gemeente in Corinthe op om zich vooral naar deze gave uit te
strekken, omdat hierdoor de gemeente wordt opgebouwd. In het Oude
Testament komen we de profeet tegen als de stem van God.
De profeet werd door openbaringen (dromen, gezichten of rechtstreeks
spreken van de Geest) de boodschap van God bekend gemaakt en had de
opdracht dit aan het volk door te geven.
Daarnaast was er het rechtstreeks door de Geest worden aangegrepen,
waarbij de profeet onder de inspiratie van de Geest de boodschap direct
doorgaf aan zijn toehoorders.
In het Oude Testament vinden we reeds onderscheid in de onfeilbare
schriftprofetie en het profeteren waarbij de mogelijkheid van
menselijke beïnvloeding in het verstaan en vertolken van de
boodschap een rol kan meespelen. Bij de eerstgenoemde
profetieën denken we aan de profetieën uit de Bijbel,
waarvan er reeds vele letterlijk vervuld zijn en andere, die nog op hun
vervulling wachten. Hierop is geheel van toepassing het woord van
Petrus:
'Dit moet u vooral weten, dat geen profetie der Schrift is een
eigenmachtige uitlegging toelaat; want nooit is profetie voortgekomen
uit de wil van een mens, maar, door de heilige Geest gedreven, hebben
mensen van Godswege gesproken' - 2Petr. 1:20, 21.
Daarnaast is er in het Oude Testament sprake van profeten, die in
groepen leefden. We lezen ervan in het boek Samuël in de dagen
van Saul en komen verder hen tegen in de geschiedenissen van Elia en
Elisa. Zij worden duidelijk onderscheiden van de ons bekende
schriftprofeten, zoals Jesaja, Jeremia en de anderen, die wij kennen
uit de naar hen genoemde bijbelboeken, als ook de daadprofeten Elia,
Elisa en Jona.
De profetie is een terrein, waarop waakzaamheid is geboden en de
uitingen van profetie dienen dan ook getoetst te worden.
In de Schrift worden drie bronnen genoemd, waarop gelet
dient te worden:
Inspiratie door de Heilige Geest -
(Zuivere profetie)
Inspiratie door leugengeesten -
(Valse profetie)
Inspiratie door de menselijke geest -
(Schijnprofetie)
Ezech. 3:27; Jer. 1:7-9; Hand. 2:18.
1Kon. 22:19-23; Hand. 16:16-18.
Jer. 23:16, 17; Ezech. 13:1-6.
In het Nieuwe Testament worden wij geconfronteerd met het ambt van
profeet, terwijl er tevens profetische uitingen in de gemeente
voorkomen, die niet direct verbonden zijn aan een profetisch ambt.
De apostel Johannes ontving profetieën aangaande de eindtijd,
die in het boek Openbaring beschreven zijn, hetgeen een voorbeeld is
van Nieuwtestamentische schriftprofetie.
Resumerend kunnen we zeggen:
Profeteren is onder inspiratie van de Geest in een verstaanbare taal
een boodschap van God doorgeven aan de gemeente tot stichting,
vermaning, lering, vertroosting en openbaring van verborgenheden -
1Cor. 14:3, 25, 31.
God heeft hiertoe in de gemeente geordende profeten gesteld, terwijl
tevens mannen en vrouwen zo uit de gemeente door de Geest kunnen worden
aangegrepen om een profetische boodschap door te geven.
Over voorzeggingen gesproken : Oorlogen en geruchten van
oorlogen
De mens vergeet graag hoe slecht hij is. De oorlog is een sombere
herinnering. "Snel zijn hun voeten om bloed te vergieten, verwoesting
en ellende zijn op hun wegen, en de weg des vredes kennen zij niet"
(Romeinen 3:15 t/m 17).
In de tijd van Paulus was het snelste middel tot bloedvergieting een
Romeinse strijdwagen of een slaven-geroeide oorlogsschip. Intussen
heeft de mens het ver geschopt.
Nu zit hij in zijn geriefelijke controllekamer en stuurt een rakket
naar de andere kant van de aarde. Vanuit een vliegtuig werpt hij bommen
af en ziet de rook van de vernietiging hoog opdwarrelen. Hij hoort
alleen het gezoem van de straalmotoren. Hij is te ver weg om het
gekreun en gehuil te horen van mensen die in het puin achterblijven.
Vanuit een zwevende helikopter regent hij dodelijke kogels op zijn
medemensen. Een piloot in Vietnam had op zijn helikopter geschilderd:
"Doden is ons
vak. Zaken zijn goed."
Ja, sedert de dagen van Paulus heeft de mens het ver geschopt. "Snel
zijn hun voeten om bloed te vergieten, verwoesting en ellende zijn op
hun wegen, en de weg des vredes kennen zij niet."
In de tijden van het Oude Testament was zelfs Gods volk bij de oorlog
betrokken. Zij verlangden daar vrede, net zoals wij. Door Jesaja heeft
God een belofte gegeven. Hij sprak over een tijd wanneer het woord des
Heren van Jerusalem zou uitgaan en Gods volk de oorlog niet meer zou
leren (Jesaja 2:3,4).
God heeft Zijn Zoon gezonden om ons de wegen van de vrede te doen
kennen. Tweeduizend jaar zijn voorbijgegaan. Lippendienst wordt door
miljoenen aan zijn woorden bewezen maar weinigen zijn er die echt doen
wat Hij zegt.
Wat zegt Jezus over de oorlog? "Ook zult gij horen van oorlogen en van
geruchten van oorlogen. Ziet toe, weest niet verontrust; want dat moet
geschieden, maar het einde is het nog niet. Want volk zal opstaan tegen
volk, en koninkrijk tegen koninkrijk" (Matteüs 24:6,7).
"Oorlogen en geruchten van oorlogen," daar heb je de menselijke
geschiedenis in een notedop. Als de mensen geen oorlog voeren, leggen
ze alles voor een oorlog klaar.
En verontrusting is de natuurlijke reactie op oorlog. Als wij aan de
vernietiging van recente oorlogen terugdenken, als wij de mogelijkheid
-- zo niet de waarschijnlijkheid -- overwegen dat kernwapens weer
gebruikt zullen worden, slaat ons hart over en loopt ons bloed koud.
Toch zegt Jezus: "Weest niet verontrust", "Weest niet bevreesd". Hoe is
dit mogelijk? Hoe kunnen wij kalm blijven?
Het antwoord is gevonden in de fundamentele houdingen die Jezus ons
leert aannemen tegenover God, tegenover deze wereld, en tegenover onze
medemens.
Oorlog verontrust een christen niet doordat hij op Gods voorzienigheid
vetrouwt.
Met de Psalmist kunnen wij zeggen: "God is ons een toevlucht en
sterkte, ten zeerste bevonden een hulp in benauwdheden. Daarom zullen
wij niet vrezen, al verplaatste zich de aarde, al wankelden de bergen
in het hart van de zee" (Psalm 46:2,3).
"Wees niet bevreesd." Meer dan 25 keer komen deze woorden in het Nieuwe
Testament voor.
Zelfs in moeilijke dagen weet de christen, "dat God alle dingen doet
medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben" (Romeinen 8:28).
"Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking of
benauwdheid, of vervolging of honger, of naaktheid, of gevaar, of het
zwaard?" (Romeinen 8:35). "Daarom kunnen wij met vertrouwen zeggen: De
Here is mij een helper, ik zal niet vrezen; wat zou een mens mij doen?"
(Hebreeën 13:6).
De woorden van Jezus zijn in ons hart geschreven: "Wees niet bevreesd,
geloof alleen" (Lucas 8:50).
Onze Heer is Heerser van de koningen van de aarde. Wat wordt ons door
de Koning van de koningen en de Heer van de heren verteld? "Wanneer gij
hoort van oorlogen en geruchten van oorlogen, weest dan niet
verontrust" (Marcus 13:7).
Oorlog verontrust een christen niet doordat hij niet op wereldse dingen
zint.
"Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoekt de dingen, die boven
zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand Gods. Bedenkt de
dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn. Want gij zijt
gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God" (Kolossenzen
3:1 t/m 3).
Een christen is niet aan bezittingen verknocht. Vele mensen verliezen
hun leven in oorlogstijden omdat zij hun goederen proberen te redden.
In verband met de vernietiging van Jerusalem vertelde Jezus Zijn
discipelen hun bezittingen achter te laten: "Laten dan wie in Judea
zijn, vluchten naar de bergen. Wie op het dak is, ga niet naar beneden
om zijn huisraad mede te nemen, en wie in het veld is, kere niet terug
om zijn kleed mede te nemen" (Matteüs 24:16 t/m 18).
Christenen worden niet door oorlog ontstelt, maar ze worden wel verteld
de gevaren van de oorlog te ontvluchten, zonder acht op hun goederen te
slaan.
Wanneer het bezit van een christen vernietigd of in beslag genomen
wordt, reageert hij anders dan wereldse mensen. In Hebreeën
10:34 lezen wij, "Want gij hebt met de gevangenen mede geleden en de
roof van uw bezit blijmoedig aanvaard, want gij wist, dat gijzelf een
beter en blijvend bezit hebt."
Een christen is niet ontstelt door het verlies van zijn bezit
omdat zijn ware rijkdom niet weggenomen kan worden. Zijn schatten zijn
in de hemel.
Omdat een christen de dingen die boven zijn bedenkt, is hij niet eens
aan zijn fysiek leven verknocht.
Jezus zegt in Lucas 12:4,5: "Ik zeg u, mijn vrienden, vreest
hen niet, die het lichaam doden en daarna niets meer kunnen doen. Ik
zal u tonen, wie gij vrezen moet. Vreest Hem, die, nadat Hij gedood
heeft, macht heeft om in de hel te werpen. Voorwaar, Ik zeg u, vreest
Hem!"
Een christen is al voor deze wereld in Christus gestorven. Hij heeft
het eeuwig leven. Hij is niet ontzet wanneer hij de dood voor ogen ziet
doordat zijn leven met Christus in God is geborgen.
Oorlog is een carnaval van de satan.
Maar satan heeft geen macht over een christen. "En ik hoorde een luide
stem in de hemel zeggen: Nu is verschenen het heil en de kracht en het
koningschap van onze God en de macht van zijn Gezalfde; want de
aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde voor onze
God, is nedergeworpen. En zij hebben hem overwonnen door het bloed van
het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven
niet liefgehad, tot in de dood" (Openbaring 12:10,11).
Met Paulus kan een christen zeggen: "Maar ik tel mijn leven niet en
acht het niet kostbaar voor mijzelf" (Handelingen 20:24). "Want het
leven is mij Christus en het sterven gewin" (Filippenzen 1:21).
Een christen voert geen oorlog tegen zijn medemens, zelfs voor
geestelijke waarden, des te min voor fysiek leven of wereldse goederen,
omdat zijn burgerschap in de hemel is (Filippenzen 3:20). Jezus zei aan
Pilatus: "Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien mijn
Koninkrijk van deze wereld geweest was, zouden mijn dienaars gestreden
hebben, opdat Ik niet aan de Joden zou worden overgeleverd; nu echter
is mijn Koninkrijk niet van hier" (Johannes 18:36).
Een christen voert geen oorlog tegen zijn medemens omdat hij zich bezig
houdt met een hogere strijd, een strijd, niet tegen naties of mensen,
maar tegen het kwade. "Want al leven wij in het vlees, wij trekken niet
ten strijde naar het vlees want de wapenen van onze veldtocht zijn niet
vleselijk, maar krachtig voor God tot het slechten van bolwerken" (2
Korintiërs 10:3,4).
Paulus zegt ons de hele wapenrusting Gods aan te doen, "want wij hebben
niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen
de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze
geesten in de hemelse gewesten" (Efeziërs 6:12).
De wapenrusting Gods beschermt ons tegen het kwade van de oorlog:
De christen wordt niet bedrogen door de valse propaganda van oorlog,
want zijn lendenen zijn met de waarheid omgord.
Hij wordt niet in de onrechtvaardigheid van de oorlog meegesleurd, want
hij is met het pantser der gerechtigheid bekleed.
Hij heeft vrede midden in de oorlog, want zijn voeten zijn met de
bereidvaardigheid van het evangelie des vredes geschoeid.
Hij wordt niet door twijfels overwonnen, want hij neemt het schild des
geloofs ter hand.
Hij vreest de vernietiging niet, want hij dracht de helm des heils.
Hij vreest het zwaard van de mensen niet, omdat hij het zwaard van de
Geest hanteert.
Oorlog is een poging om het kwade door het kwade te overwinnen, in het
best geval, of om het goede door het kwade te overwinnen, in het
slechts geval. Een christen kan het kwade door het goede overwinnen
omdat hij de dingen die boven zijn bedenkt. "Vergeldt niemand kwaad met
kwaad; hebt het goede voor met alle mensen. Houdt zo mogelijk, voor
zover het van u afhangt, vrede met alle mensen. Wreekt uzelf niet,
geliefden, maar laat plaats voor de toorn, want er staat geschreven:
Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, spreekt de Here. Maar,
indien uw vijand honger heeft, geef hem te eten; indien hij dorst
heeft, geef hem te drinken, want zo zult gij vurige kolen op zijn hoofd
hopen. Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade
door het goede" (Romeinen 12:17 t/m 21).
Oorlog verontrust een christen niet doordat hij op Gods voorzienigheid
vetrouwt. Hij zint niet op wereldse dingen. Hij is niet verknocht aan
bezittingen of zelfs aan fysiek leven. Zijn burgerschap is in de hemel.
Hij overwint het kwade door het goede. Door deze geestesgesteldheid is
hij in staat het bevel van Christus te gehoorzamen: "En wanneer gij
hoort van oorlogen en onlusten, laat u niet beangstigen" (Lucas 21:9).
Oorlog verontrust een christen niet doordat hij zijn medemens
liefheeft.
Door deze liefde gedreven, is hij een vredestichter, niet een
oorlogsstoker. En wanneer heeft de wereld vredestichters meer nodig dan
in tijden van oorlog. "Zalig de vredestichters, want zij zullen
kinderen Gods genoemd worden" (Matteüs 5:9).
In 1 Johannes 4:18 lezen wij: "Er is in de liefde geen vrees, maar de
volmaakte liefde drijft de vrees uit." Haat voor onze vijanden maakt
ons bang. Wanneer wij onze vijanden liefhebben en goed behandelen,
verslaan wij de satan en overwinnen de vrees.
Hoe behoren wij onze vijanden te bejegenen? Moeten wij hen
doodschieten? Bommen op hun steden werpen? Hun water voorzieningen
vernietigen of bezoedelen? Wat vertelt Jezus ons? "Gij hebt gehoord,
dat er gezegd is: Gij zult uw naaste liefhebben en uw vijand zult gij
haten. Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief en bidt voor wie u
vervolgen, opdat gij kinderen moogt zijn van uw Vader, die in de
hemelen is; want Hij laat zijn zon opgaan over bozen en goeden en laat
het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Want indien gij
liefhebt, die u liefhebben, wat voor loon hebt gij? Doen ook de
tollenaars niet hetzelfde? En indien gij alleen uw broeders groet,
waarin doet gij meer dan het gewone? Doen ook de heidenen niet
hetzelfde? Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt
is" (Matteüs 5:43 t/m 48). Met deze houding tegenover onze
vijanden, is oorlog een bijzondere gelegenheid om goed te doen, en de
wereld te tonen dat wij echte volgelingen van Christus zijn.
Petrus had moeite deze les te leren.
Hij stond klaar voor Jezus te vechten en te sterven. Hij trok zijn
zwaard om Christus te verdedigen, en sloeg een man het oor af.
Jezus gaf Petrus een berisping en genas de man -- iemand die Hem kwam
gevangen nemen om Hem te laten kruisigen.
Petrus had geleerd zijn Heer lief te hebben. Maar hij had nog niet
geleerd zijn vijand lief te hebben. En door die zwakke liefde was hij
bang -- zo bang dat hij Christus driemaal verloochende om niet te
moeten toegeven dat hij in het hof was geweest.
Zoals Petrus hebben vele christenen geleerd de Heer lief te hebben,
maar hun vijanden liefhebben doen ze nog niet. Hun vertrouwen plaatsen
zij eerder in wereldse macht dan in de voorzienigheid van God. En zij
zijn bang voor de oorlog.
Christenen die oorlog voeren hebben reden bang te zijn. De waarschuwing
die Jezus aan Petrus gaf, geldt ook voor hen: "Breng uw zwaard weder op
zijn plaats, want allen, die naar het zwaard grijpen, zullen door het
zwaard omkomen" (Matteüs 26:52). Dit principe wordt in
Openbaring 13:10 herhaald: "Indien iemand met het zwaard zal doden, dan
moet hij zelf met het zwaard gedood worden."
Petrus heeft zijn les geleerd. Nadien trok hij met het zwaard van de
Geest ten strijde. En vele jaren later schreef hij deze woorden: "Want
dit is genade, indien iemand, omdat hij met God rekening houdt, leed
verdraagt, dat hij ten onrechte lijdt. Want mag dat roem heten, als gij
slagen moet verduren, omdat gij kwaad doet? Maar als gij goed doet en
dan lijden moet verduren, dat is genade bij God. Want hiertoe zijt gij
geroepen, daar ook Christus voor u geleden heeft en u een voorbeeld
heeft nagelaten, opdat gij in zijn voetstappen zoudt treden; die geen
zonde gedaan heeft en in wiens mond geen bedrog is gevonden; die, als
Hij gescholden werd, niet terugschold en als Hij leed, niet dreigde,
maar het overgaf aan Hem, die rechtvaardig oordeelt" (1 Petrus 2:19 t/m
23).
"En wie zal u kwaad doen, als gij u beijvert voor het goede? Al moest
gij lijden om de gerechtigheid, toch zijt gij zalig. Doch vreest niet
voor hun dreiging, en laat u niet verschrikken" (1 Petrus 3:13,14).
Wat is de christelijke houding tegenover oorlog?
Oorlogen en geruchten van oorlogen: machinegeweren, pantserwagens,
helikopters, vliegtuigen, gestuurde rakketen, landmijnen en bommen.
Oorlog zal met ons zijn tot de Dag wanneer de Vader zegt, "Genoeg!" en
een nieuw tijdperk begint.
Intussen, christenen zijn niet verontrust. Wij vertrouwen op de
voorzienigheid van God. Onze schatten zijn in de hemel. Ons fysiek
leven is ons niet kostbaar als wij de Heer maar mogen dienen in de tijd
die Hij ons geeft. Voor ons, te leven is Christus en te sterven is
gewin. Wij strijden de goede strijd van het geloof. Met gans ons hart
strijden wij tegen het kwade door het goede te doen. Wij hebben onze
vijanden lief, en wij volgen Christus naar het kruis, en voorbij het
kruis naar de eeuwige stad waar geruchten van oorlogen er niet meer
zullen zijn.
"Ook zult gij horen van oorlogen en van geruchten van oorlogen. Ziet
toe, weest niet verontrust; want dat moet geschieden, maar het einde is
het nog niet. Want volk zal opstaan tegen volk, en koninkrijk tegen
koninkrijk, en er zullen nu hier, dan daar, hongersnoden en
aardbevingen zijn. Doch dat alles is het begin der weeën. Dan
zullen zij u overleveren aan verdrukking en zij zullen u doden, en gij
zult door alle volken gehaat worden om mijns naams wil. En dan zullen
velen ten val komen en zij zullen elkander overleveren en elkander
haten. En vele valse profeten zullen opstaan en velen zullen zij
verleiden. En omdat de wetsverachting toeneemt, zal de liefde van de
meesten verkillen. Maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden
worden" (Matteüs 24:6 t/m 13).
Deze
studie-serie bestaat uit de volgende onderdelen:
| De vrucht van de Heilige Geest | De Gaven van de Heilige Geest |
|---|---|
Inleiding Hoop Liefde Vreugde Vrede Geduld Goedertierenheid Goedheid Trouw Zachtmoedigheid |
Inleiding Tongentaal Vertolking van Tongen Profetie Woord van Kennis Woord van Wijsheid Onderscheiden van Geesten Geloof Genezing Wonderwerken |
TERUG NAAR DE START VAN DEZE SERIE


















