Special - B
'Gelijkenissen van het Koninkrijk'
De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God:
Hij hield hun een andere gelijkenis voor
| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 |
| 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 |
| 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 |
| 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 |
| 29 | A | B | S |
Gelijkenissen zijn korte, eenvoudige verhalen, bedoeld om eengeestelijke waarheid of morele lessen door te geven met behulp vanvoorbeelden of vergelijkingen uit het dagelijks leven. Gelijkenis heeftals synoniem het woord parabel, een samenstelling van de Grieksewoorden para (=naast) en ballein (=plaatsen), dus wat erbij geplaatstis of wat ermee vergeleken wordt.
In het Hebreeuws heet zo'n gelijkenis masjal, letterlijk: naast elkaarzetten. In het OT heeft het woord masjal meerdere betekenissen,bijvoorbeeld spreuk, raadsel, allegorie en vergelijking.
In een parabel worden twee zaken naast elkaar geplaatst en met elkaarvergeleken: een algemeen bekend gebeuren uit de natuur of het dagelijksleven (b.v. wannen van koren, zuurdeeg, vreugde bij het vinden vanverloren geld, het zaaien van graan) en een waarheid die men ermeeaanschouwelijk wil maken. Door een bekend naast een onbekend gebeurente plaatsen, probeert men het onbekende duidelijk te maken. Maar zezijn slechts beelden waarvan de betekenis door de lezers en luisteraarszelf moeten worden opgehelderd. De luisteraars hebben de vrijheid omzelf te ontdekken wat de beelden bedoelen. Daarom staat er voor of naeen gelijkenis vaak: Laat wie oren heeft goed luisteren.
Dat genre haalt de lezer uit zijn evenwicht als een‘spelbreker’ die irriteert en aan het denken zet door teprovoceren. De parabel wil leren, maar vooral ‘bekeren’. Deoosterse mens reageert bovendien anders dan de jachtige westerling: hijneemt zijn tijd en houdt van een beeldrijke en symbolische taal.Jezus’ boodschap is zeker niet in één beeld tevatten. Dat vraagt een langzaam geestelijk proeven.
Ook moet gezegd worden dat de gelijkenissen van Jezus niet altijdgesproken zijn. Jezus maakt ook door zijn daden duidelijk hoe hetKoninkrijk van God vorm krijgt op aarde. Voorbeelden zijn de vijgenboomdie geen vrucht droeg (Lucas 13:6) en zijn intocht in Jeruzalem (Matt.21:1-17). Voor deze prekenserie beperken we ons tot de gelijkenissendie Jezus vertelde.
Waarom vertelde Jezus gelijkenissen?
Jezus vertelde verhalen - gelijkenissen - en met behulp van dieverhalen hoopte hij zijn verkondiging van het naderende Koninkrijk vanGod te verduidelijken.
De gelijkenissen hebben als primair doel aan te geven hoe hetKoninkrijk van God er uit ziet en werkt hier op aarde. Ze gaan nietvoornamelijk over wat er na dit leven zal plaats vinden, maar debevestiging van Gods Koninkrijk nu, op deze aarde. Aan het begin vanzijn bediening, in Nazaret, preekte Jezus: ‘Vandaag hebben julliedeze schrifttekst in vervulling horen gaan.’ Het Koninkrijk isnabij, begint Markus zijn Evangelie.
Veel van de gelijkenissen beginnen met de woorden: ‘Het is met het koninkrijk van de hemel als met….’
Jezus wilde het denken van de mensen veranderen. Hij wilde nieuwereferentiekaders geven, een nieuwe manier van kijken naar God, de mensen de wereld in het licht van Zijn komst en werk.
Ook bij de gelijkenissen van Jezus zit er iets geheimzinnigs in. Hetlijkt alsof Jezus wilde dat alleen de insiders de boodschap zoudenbegrijpen. In Mattheüs 13 vragen Jezus’ discipelen aan hem:‘Waarom spreekt u in gelijkenissen tot hen?’ Jezusantwoordde: ‘Jullie mogen de geheimen van het koninkrijk van dehemel kennen, hun is dat niet gegeven. (Rondom dit onderwerp valt veelte zeggen, zeker de vergelijking met Markus 4:10-12. Wij gaan er hierniet op in.)
Een gevaar dat steeds op de loer ligt is uit de gelijkenissen eenmoraal te halen als toepassing: Ik moet zorgen dat ik goed met mijngeld en talenten omga. Of Ik moet iemand helpen die gewond aan de kantvan de weg ligt. Dat zijn allemaal prima dingen, maar daar is het Jezusin de eerste instantie niet om te doen. Een moraal uit de gelijkenissenhalen kan pas wanneer we de grote kaders van Gods Koninkrijk begrijpenen als burgers van dat Koninkrijk leven. Wat dat betreft hebben degelijkenissen van Jezus in de regel een andere functie dan de verhalenen parabels van andere (godsdienstige) leraars.
De geschiedenis van de interpretatie van de gelijkenissen
In de loop van de eeuwen is, in de kerk, veel aandacht besteed aan deinterpretatie van de gelijkenissen van Jezus. Wij noemen hier een paarvan de belangrijke methodes van interpretatie die te vinden zijn ondertheologen.
Allegorisch: Een ander woord voor allegorie is metafoor. Een metafooris een vorm van beeldspraak, waarbij twee of meer ongelijkebetekenissen met elkaar worden verenigd in één nieuwebetekenis. De mens is een wolf, bijvoorbeeld.
Tot aan de 19e eeuw heeft de kerk de gelijkenissen van Jezusvoornamelijk allegorisch verklaard. Dat wil zeggen, achter elk detailvan een gelijkenis werd gezocht naar het concrete waar het detail naarwijst. Deze methode van interpretatie vond zijn bijbelse onderbouwingin, o.a., Gal 4:24: Dit is een beeld: de vrouwen staan voor tweeverbonden. Hagar staat voor het verbond van de berg Sinai in Arabia,dat slaven baart. Als beeld van dat verbond belichaamt Hagar hethuidige Jeruzalem, dat met zijn kinderen in slavernij leeft.
De kerkvaders Tertullianus, Origenes, Clemens van Alexandrië enAugustinus staan bekend als zeer bekwaam in deze methode vaninterpretatie.
Een voorbeeld: het verhaal van de Barmhartige Samaritaan (Lucas10:30-37). De allegorische methode verklaart deze gelijkenis als volgt:De man op reis is Adam. Jeruzalem is het paradijs, Jericho is dewereld. De rovers zijn de vijandige duivelse machten. De priester is deLevieten, de Leviet staat voor de wet (Thora).De wonden van de man zijndaden van ongehoorzaamheid, olie staat voor hoop, wijn voor goedewerken met vreugde uitgevoerd. De ezel is het lichaam van de Here Jezusen de herberg is de kerk. De twee denarie staan voor liefde voor God ende medemens (Matt. 22:37-39), de herbergier is het Hoofd van de kerk(Petrus/Paulus?) en de belofte van de Samaritaan om terug te komen komtovereen met Jezus’ belofte om weder te komen op de wolken.
Het is wel zo dat een (gedeeltelijk) allegorische interpretatie van degelijkenissen soms gerechtvaardigd is, maar dit slaat te ver door.
Luther en Calvijn wezen deze methode van interpretatie grotendeels af, zonder een andere hermeneutische methode aan te wijzen.
De grote kentering kwam pas in de 19e eeuw met A. Jülicher(1857-1938) die in zijn boek Die Gleichnisreden Jesu (niet vertaald inhet Engels of het Nederlands) erop stond dat de gelijkenissen maaréén betekenis hadden. Elke gelijkenis heeftéén moraal, een ervaring die zowel op geestelijk alsaards vlak beleven moet worden. Het werk van Jülicher bevrijdde dekerk van de allegorie als enige hermeneutiek voor de gelijkenissen enopende de weg voor nieuw denken.
C.H. Dodd (1884-1973, The Parables of the Kingdom, 1935) vond deinterpretatiemethode van Jülicher niet spannend genoeg, te beperkten niet genoeg geworteld in de situatie en omstandigheden van Jezus ende vroege kerk. Hij wilde terug gaan naar de sitz im leben van degelijkenissen en van daaruit de interpretatie zoeken. Dit pastehelemaal bij de schrift- en tekstkritiek die in die tijd in opmars was.Dodd wilde de gelijkenissen van Jezus begrijpen in hun ware setting, endat was, volgens hem, de bediening van Jezus als dé grote daadvan God waarbij Hij zijn volk bezoekt en redt.
Nog een belangrijke theoloog is Joachim Jeremias (1900-1979 TheParables of Jesus, 1954), die voortborduurde op het werk van Dodd.Jeremias besteedde veel aandacht aan hoe de vroege kerk degelijkenissen interpreteerde en vond dat zowel Jezus als de vroege kerkde gelijkenissen primair gebruikten als “wapen” tegen devijandige wereld om zich heen.
Nog een noemenswaardige interpretatiemethode is die van The JesusSeminar. Deze groep theologen en wetenschappers gelooft dat het bijnaonmogelijk is om achter te komen wat Jezus nou werkelijk zei en deed.Het is dus niet noodzakelijk om terug naar de sitz im leben te gaan,want dat kan je toch niet achterhalen. Wij moeten de gelijkenissen methet perspectief van ons leven nu lezen en er lering uit halen, net alswe bij elke goede leraar en wijze man/vrouw doen.
Tegenwoordig wordt er ook over de gelijkenissen nagedacht aan de handvan ervaring en kennis van de cultuur en geschiedenis van het MiddenOosten (Kenneth Bailey) en de Joodse traditie (Frank Stern). Dit voegtveel toe aan het kunnen plaatsen en verstaan van de gelijkenissen.
Interpretatiekaders van de gelijkenissen
De meeste theologen stellen dat we, in de gelijkenissen, het dichtstbij de werkelijke woorden van Jezus komen. Áls we eenbetrouwbare weergave van Jezus hebben, dan vinden we dat in degelijkenissen. Volgens Jeremias zijn de gelijkenissen van Jezus uniek,eenvoudig en dicht bij de beleving van de toehoorders, en het is zeeraannemelijk dat Jezus deze verhalen echt vertelde. R.F. Capon: de Jezusvan de Evangeliën is de enige Jezus die we hebben, en het heeftniet veel zin om een andere Jezus te creëren.
Voor mij is de tekst uit 2 Timoteüs bepalend voor mij kijk op eninterpretatie van de bijbel: Elke schrifttekst is door Godgeïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven, omdwalingen en fouten te weerleggen, en om op te voeden tot een deugdzaamleven. Dat geldt dus ook voor de gelijkenissen van Jezus.
Ik ga er dus van uit dat ze werkelijk door Jezus gesproken zijn met alsdoel ons de geheimen van Gods Koninkrijk te openbaren. Ze hebben onswerkelijk iets te zeggen, als deel van de openbaring van God aan ons.
Wel moeten en mogen we rekening houden met de omstandigheden rondom deinterpretatie van de gelijkenissen zoals ze overgeleverd zijn in hetNieuwe Testament.
Bijvoorbeeld, Jezus sprak Aramees, en in die taal werden degelijkenissen verteld. Het Nieuwe Testament werd in het Grieksgeschreven en dat betekent dat keuzes gemaakt moesten worden metbetrekking tot het vertalen van bepaalde woorden. Die keuzes werdengemaakt op basis van de doelstelling en doelgroep van de schrijver. Deoorspronkelijke setting van de gelijkenissen was de Joodse cultuur engodsdienst in de tijd van Jezus. Maar al snel namen de gelijkenisseneen plek in in de cultuur en praktijk van de vroege kerk, die in eenandere historische en culturele setting leefde.
Een paar voorbeelden:
In Lucas 12:58 gebruikt Lucas het Griekse woord prak’toor voor“gerechtsdienaar”. Mattheüs, in hetzelfde verhaal,gebruikt het woord hupe’retes, “dienaar”. De Griekssprekende lezers zouden in het woord van Lucas een soort“officier van justitie” voor ogen hebben, overeenkomend methun ervaringen in het Romeinse rijk. De Joodse lezer van Mattheüszou aan een prediker in een synagoge denken.
Lucas (13:19) vertelt over het mosterdzaadje dat in de tuin geplantwordt. Markus (4:31) spreek over een mosterdzaad dat gezaaid wordt. Inde Joodse traditie was het verboden om een mosterdzaad in je eigen tuinte planten. Marcus, de Jood, kan zich niet voorstellen dat eenmosterdzaad in de tuin geplant zou worden. Lucas, de Griek die aan deheidenen schrijft, heeft er geen probleem mee.
Mattheüs (7:25) spreekt over de harde regen (zware bui) die hethuis deed instorten. Lucas (6:48) spreekt van een rivier dieoverstroomde waar het huis tegen bestand was. En inderdaad, inPalestina vormden de zware buien een groter gevaar dan overstromenderivieren, want rivieren waren er niet. In de landen waar de lezers vanLucas woonden was het gevaar van een overstromende rivier veel actueler.
Uitgangspunten die we gebruiken:
Jezus heeft bestaan, hij heeft de gelijkenissen verteld, en we hebbendaar een betrouwbaar getuigenis van (het Nieuwe Testament).
Jezus’ doel met de gelijkenissen was om ons kennis te laten makenmet het Koninkrijk van God dat, met Jezus, op aarde was gekomen. Datbetekent dat elke gelijkenis in de eerste instantie benaderd moetworden vanuit de vraag: wat zegt dit ons over Gods Koninkrijk? Zoekennaar een “moraal” is niet het eerste doel van onzeinterpretatieve inspanningen.
Wij kunnen de gelijkenissen beter begrijpen wanneer we vragen stellen als:
Wat bedoelde Jezus te zeggen?
Hoe hebben de toehoorders van Jezus zijn verhalen begrepen?
Wat kunnen we leren van de historische en culturele context van de gelijkenissen?
Wat betekende de gelijkenissen voor de vroege kerk?
Hoe past de boodschap van de gelijkenissen in de grote lijnen van het verhaal van de bijbel?
Wat wil Gods Geest ons leren door de gelijkenissen?
De gelijkenissen bevatten in de meeste gevallen een verrassendewending, een “schokeffect”. Wat is dat? Waarom is het zoschokkend? Wat leert ons dat?
De gelijkenissen roepen op tot het maken van een keuze. Wat voor een keuze is dat?
Het spreken in gelijkenissen was voor Jezus een volkomen natuurlijkemanier van spreken, en was kenmerkend van zijn stijl van leren. Aan hetbegin van het Evangelie naar Markus – nadat Jezus maar netbegonnen was met zijn bediening – staat dat Jezus “alleenin gelijkenissen tegen hen sprak”. Het moet ons dus duidelijkzijn dat, wanneer we het denken van Jezus zelf willen begrijpen, wegeen beter studieobject kunnen vinden dan zijn gelijkenissen. Wij mogendeze gelijkenissen grondig bestuderen met een open verstand en hart– open om te leren en open om vreugde toe te laten.
Teksten als achtergrondinformatie
- God
- Liefde
- Innerlijk versus uiterlijk
- Zich richten tot de geestelijke wereld
- Innerlijke staat van vrede en rust
- Zelfonderzoek
- Oordelen
- Politiek
- Tegenstanders
- Toekomst
- De vorm van Jezus' onderricht
- Doelstellingen van Jezus
God
Filippus zei : 'Heer, laat ons de Vader zien; meer verlangen wij niet.' Jezus zei tegen hem : 'Filippus, nu ben ik zo lang bij jullie, en je kent me nog niet ? Wie mij heeft gezien, heeft de Vader gezien. Hoe kun je dan vragen : Laat ons de Vader zien ? Geloof je niet dat ik in de Vader ben, en dat de Vader in mij is ? Wat ik tegen jullie zeg, zeg ik niet op eigen gezag, maar op gezag van de Vader die in mij woont en door mij werkt. Geloof mij, ik ben in de Vader en de Vader is in mij.(Johannes 14 : 8-11)
En zorgt ervoor dat
de boodschap die u vanaf het begin gehoord hebt, in u levend blijft.
Als dat het geval is, zult ook u in de Zoon en in de Vader blijven.
(1 Johannes 2 : 24)
Hij
zei : "Mijn Vader die in het verborgene is".
Hij zei : "Ga je kamer in en sluit de deur achter je
en bid tot je Vader die in het verborgene is".
Dat wil zeggen : die in ons aller innerlijk is.
Liefde
Het grote gebod
Je
moet God liefhebben met hart en ziel, en met heel je verstand.
Dit is het grote en eerste gebod.
En het tweede daaraan gelijk is : Je moet je naaste liefhebben als
jezelf.
(Mattheüs 22 : 37 t/m 39
vgl. Leviticus 19:18)
Liefde
De
liefde is geduldig,
vriendelijk en niet jaloers.
De liefde praalt niet,
zij is niet opgeblazen,
zij kwetst niemands gevoel.
Zij is niet grof en egoistisch.
Zij wordt niet verbitterd
en rekent het kwaad niet aan.
De liefde verheugt zich niet over het onrecht,
maar vindt vreugde in de waarheid.
Zij geeft het nooit op :
zij blijft geloven, hopen en verdragen.
Liefde houdt nooit op te bestaan.
(1 Corinthiërs 13 : 4 t/m 8)
Naastenliefde
Dan
zal de Koning tegen wie rechts van hem staan zeggen :
"Mijn Vader heeft u gezegend. Kom en neem bezit van het koninkrijk dat
voor u gemaakt is vanaf de schepping der wereld.
Want ik had honger en u hebt mij te eten gegeven.
Ik had dorst en u hebt mij te drinken gegeven.
Ik was vreemdeling u had mij opgenomen.
Ik was naakt en u gaf mij kleren.
Ik was ziek en u verzorgde mij.
Ik was in de gevangenis en u hebt mij bezocht."
En
de rechtvaardigen zullen hem vragen :
"Heer, wij hebben u nooit dorstig of hongerig gezien.
Hoe hebben wij u dan te eten of te drinken kunnen geven ?
Wij hebben nooit gezien dat u vluchteling was of schamel gekleed ging.
Wij hebben nooit gezien dat u ziek was of in de gevangenis zat.
Hoe hebben wij u dan kunnen bezoeken ?"
Dan
zal de Koning antwoorden :
"Luister goed naar wat ik u zeg :
Al wat u gedaan hebt voor een van mijn broeders hier, al was het de
onbelangrijkste, hebt u voor mij gedaan."
(Mattheüs 25 : 35 t/m 40)
Vergeld geen kwaad met kwaad
Hebt
uw vijanden lief en bid voor hen die u vervolgen.
(Mattheüs 5 : 44)
De ander vergeven
’Heer’,
vroeg Petrus aan Jezus, ’hoe dikwijls moet ik iemand
vergeven,
als hij mij telkens kwaad doet ? Zeven keer ?’
’Nee’, antwoordde Jezus, ’geen zeven,
maar zeventig maal zeven keer !’
(Mattheüs 18 : 21, 22)
Liefde gaat boven de letter van de wet
Veronderstel
: iemand van u heeft één schaap.
Het valt op sabbat * in een kuil.
Zal hij het dan niet vastpakken en uit de kuil trekken?
Maar een mens is heel wat meer waard dan een schaap.
Daarom staat de wet toe anderen op de sabbat te helpen.
(Mattheüs 12 : 11,12 )
* de dag waarop men volgens de Joodse wet niet mag werken.
De
letter doodt, maar de geest maakt levend.
(2 Korintiërs 3 : 6)
Innerlijk versus uiterlijk
Innerlijke waarden gaan boven uiterlijke rituelen
Als u uw gave naar
het altaar brengt en u herrinert u dat u met een ander ruzie hebt, laat
dan uw gave staan; ga het eerst met die ander goed maken en kom dan
terug om uw gave te brengen.
(Mattheüs 5 : 23 )
Jezus riep de mensen
bij zich. 'Luister en begrijp mij goed!' zei hij.
'Niet wat de mond binnengaat, maakt iemand onrein, maar wat de mond
uitkomt, maakt iemand onrein.
Zijn leerlingen
kwamen naar hem toe en zeiden: 'Weet u dat de Farizeeën zich
geërgerd hebben toen ze u dat hoorden zeggen ?'
Hij antwoordde : 'Elke plant die mijn hemelse Vader niet geplant heeft,
wordt uitgetrokken. Laat ze maar. Het zijn blinden die blinden leiden.
En als de ene blinde de andere leidt, vallen ze allebei in een kuil.'
Petrus vroeg: 'Wilt u ons die gelijkenis uitleggen?' 'Missen ook jullie
nog altijd elk inzicht?' vroeg hij. 'Begrijp je niet dat alles wat de
mond binnengaat, in de buik terechtkomt en op zekere plaats weer wordt
afgescheiden? Maar wat de mond uitkomt, komt uit het hart; dat is het
wat de mens onrein maakt. Want uit het hart komen slechte gedachten,
moord, overspel, ontucht, diefstal, valse verklaringen en lasterpraat.
Dat is het wat iemand onrein maakt. Maar het eten met ongewassen handen
maakt iemand niet onrein.'
(Mattheüs 15 : 10-20)
Jezus
zei tot hen :
Als jullie vasten, zullen jullie zonde voor jezelf voortbrengen;
en als jullie bidden zullen jullie worden veroordeeld;
en als jullie aalmoezen geven zullen jullie je geest schaden.
En als jullie naar een land gaan
en door de streken reizen,
en als men jullie daar ontvangt :
Eet dan wat zij jullie voorzetten
en geneest de zieken onder hen.
Want wat jullie mond ingaat zal jullie niet onrein maken,
maar wat jullie mond uitgaat - dat zal jullie onrein maken.
(Nag Hammadi - Evangelie volgens Thomas 14)
Deze tekst wordt begrijpelijk als je hem als volgt leest :
Jezus
zei :
Als jullie vasten (alleen omdat het in de wet staat),
zullen jullie zonde voor jezelf voortbrengen;
en als jullie bidden (alleen omdat het zo hoort)
zullen jullie worden veroordeeld;
en als jullie aalmoezen geven (omdat het een verplichting is)
zullen jullie je geest schaden.
En als jullie naar een land gaan
en door de streken reizen,
en als men jullie daar ontvangt :
Eet dan wat zij jullie voorzetten (ook al is het niet koosjer)
en geneest de zieken onder hen.
Want wat jullie mond ingaat zal jullie niet onrein maken,
maar wat jullie mond uitgaat - dat zal jullie onrein maken.
Zijn
leerlingen zeiden tot hem :
Heeft besnijdenis nut of niet ?
Hij zei tot hen :
Als die nut had
zou hun Vader hen besneden uit hun moeder voortbrengen.
Maar de ware besnijdenis in de Geest,
die heeft in elk opzicht nut.
(Nag Hammadi - Evangelie volgens Thomas 53)
In
Christus Jezus heeft besnijdenis noch onbesnedenheid enig belang,
maar alleen geloof zich uitend in liefde.
(Galaten 5:6)
Geen show
Zorg
dat u uw godsdienstige verplichtingen niet doet om op te vallen bij de
mensen.
(Mattheüs 6 : 1 )
Helpt u iemand in
nood, maak het dan niet wereldkundig zoals schijnheilige mensen doen.
Die vertellen hun goede daden rond in de synagogen en op straat, alleen
maar om door de mensen geprezen te worden.
(Mattheüs 6 : 2 )
Geen voorgeschreven uiterlijke rituelen
Wie alles eet, moet
niet neerkijken op iemand die dat niet doet, en wie alleen plantaardig
voedsel eet, moet niet veroordelen wie alles eet.
(Romeinen 14 : 4, 5)
Want het koninkrijk
van God is geen zaak van eten of drinken, maar van gerechtigheid, vrede
en vreugde ...
(Romeinen 14 : 17)
Zich richten tot de geestelijke wereld
Bidden
Wanneer u bidt, doe
het dan niet zoals de schijnheilige mensen. Want die staan graag midden
in de synagogen of op de hoeken van de straten te bidden; daar kan
iedereen ze zien. Neem van mij aan : ze hebben hun loon al ontvangen.
Wanneer u dus bidt, ga dan uw kamer binnen; en als u de deur achter u
hebt dichtgedaan, bid dan tot uw Vader die door niemand gezien wordt.
En uw Vader die ziet wat verborgen is, zal u belonen. Bid niet met veel
omhaal van woorden zoals de heidenen doen. Want die denken dat God naar
hun luistert omdat ze zoveel woorden gebruiken. Doe dus niet zoals zij.
Want uw Vader weet wat u nodig hebt; Hij weet dat, nog voor u hem erom
vraagt.
(Mattheüs 6 : 5 t/m 8)
Het Onze Vader
Zo moet u dus bidden :
Onze
Vader in de hemel,
Uw naam worde geheiligd,
Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede,
op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden
zoals ook wij anderen hun schulden vergeven,
en stel ons niet op de proef maar verlos ons van het kwade.
(Mattheüs 6 : 9 t/m 13)
Gebed wordt verhoord
Vraag
en u zult krijgen; zoek en u zult vinden; klop en er zal voor u worden
opengedaan.
Ja, ieder die vraagt, zal krijgen, en wie zoekt, zal vinden, en voor
wie aanklopt, zal worden opengedaan.
Is er onder u een vader die zijn kind een steen zal geven als het om
een brood gaat ?
Of een slang als het om een vis vraagt ?
Ondanks uw slechtheid weet u aan uw kinderen dus goede dingen te geven.
Hoeveel te meer zal dan uw Vader in de hemel goede dingen geven aan wie
er om vragen !
(Mattheüs 7 : 7 t/m 11)
Innerlijke staat van vrede en rust
Het konikrijk van God
Jezus
zei :
Als zij die jullie leiden zeggen :
Zie, het Koninkrijk is in de hemel,
dan zullen de vogelen des hemels jullie voor zijn.
Als zij zeggen : Het is in zee,
dan zullen de vissen jullie voor zijn.
Maar het Koninkrijk is binnenin jullie en buiten jullie.
Als jullie jezelf kennen
zullen jullie ook gekend worden
en zullen jullie weten dat jullie zonen
van de levende Vader zijn.
Maar als jullie jezelf niet kennen
dan zullen jullie in armoede zijn;
dan zijn jullie de armoede.
(Nag Hammadi - Evangelie van Thomas - 3)
De
Farizeeërs vroegen hem, wanneer het koninkrijk van God zou
komen.
"De komst van het koninkrijk van God kan men niet exact waarnemen",
luidde zijn antwoord.
"Men kan niet zeggen : 'Kijk, hier is het, of : 'Daar is het!',
want het koninkrijk van God is binnen uw bereik".
(Lucas 17 : 20-21)
Zijn
leerlingen zeiden tegen hem :
"Wanneer zal het Koninkrijk komen ?"
Jezus zei :
"Het komt niet door het te verwachten;
ze zullen niet zeggen : Zie hier, of : Zie daar.
Want het Koninkrijk van de Vader is uitgespreid over de aarde.
En de mensen zien het niet."
(Nag Hammadi - Evangelie volgens Thomas 113)
Het koninkrijk van God is van onschatbare waarde
Het hemelse konkrijk
lijkt op een schat die in de grond verborgen zit. Iemand vindt die
schat en bedekt hem weer met grond. Hij is zo blij, dat hij alles gaat
verkopen wat hij heeft om met het geld dat stuk grond te kopen.
(Mattheüs 13 : 44)
Ook lijkt het
hemelse koninkrijk op een handelaar die mooie parels zoekt. Op zekere
dag ontdekt hij een heel kostbare. Dan gaat hij alles verkopen wat hij
heeft om die parel te kunnen kopen.
(Mattheüs 13 : 45-46)
Het koninkrijk van God overkomt iemand niet plotseling, het groeit onmerkbaar
Hij vertelde hun nog
een gelijkenis : "Het hemelse koninkrijk lijkt op een mosterdzaadje,
het kleinste van alle zaden. Iemand plantte zo'n zaadje in zijn land.
Als het opkomt, wordt het groter dan alle andere planten : het wordt
een boom, zodat de vogels in zijn takken komen nestelen."
(Mattheüs 13 : 31-32 , Marcus 4 : 30-32, Lucas 13 : 18-19)
Nog een andere
gelijkenis vertelde hij hun : "Het hemelse koninkrijk lijkt op gist.
Een vrouw neemt wat van het gist en doet het in drie maten meel, en
tenslotte blijkt het deeg helemaal gerezen."
(Mattheüs 13 : 33 , Lucas 13 : 20-21)
Het koninkrijk van God vertegenwoordigt een enorme kracht
Als je geloof zo
groot is als een mosterdzaadje, kun je tegen die berg zeggen : 'Ga van
hier naar daar', en hij zal gaan.
(Mattheüs 17 : 20, Marcus 11 : 22-23 )
Het koninkrijk van God is alleen te bereiken door aan jezelf te werken
"Dan zal het hemelse
koninkrijk lijken op tien bruidsmeisjes die hun olielampen pakten en de
bruidegom tegemoet gingen. Vijf van hen waren dom, vijf verstandig.
Toen de vijf domme meisjes hun olielampen pakten, vergaten ze extra
olie mee te nemen, maar de vijf die verstandig waren namen met hun
lampen ook extra olie in flesjes mee. Toen de bruidegom maar niet kwam,
werden zij slaperig en sliepen in. Middenin de nacht werd er geroepen :
'Daar komt de bruidegom! Naar buiten, hem tegemoet!' Alle meisjes
stonden op en maakten hun lampen in orde. 'Geef ons wat van jullie
olie', zeiden de domme meisjes tegen de verstandige, 'want onze lampen
gaan uit'. 'Nee', antwoordden die, 'want dan komen we allemaal tekort.
Ga maar naar de winkel als je olie wilt hebben. Toen zij weg waren om
olie te kopen, kwam de bruidegom. De bruidsmeidjes die klaar stonden
gingen met hem naar binnen om bruiloft te vieren, en de deur werd
gesloten. Even later kwamen de andere bruidsmeisjes terug. 'Heer, heer,
laat ons binnen', riepen ze. Maar hij zei: 'Ik ken jullie niet'." En
Jezus besloot: "Waak dus, want je weet dag nog uur".
(Mattheüs 25 : 1-13)
Lees
voor olie zelfkennis. Zelfkennis kunnen anderen je niet geven. Dat kun
je alleen door zelfonderzoek verwerven.
Lees voor de bruidegom het zelf, het eigen innerlijk, of je eigen
natuur of je geweten. Als je hebt geleefd zonder werkelijk na te denken
over je eigen gedrag, zal je geweten je afhouden van het hoogst
bereikbare geluksgevoel.
Lees voor de bruiloft die innerlijke staat van vrede en geluk. Dat
feest kun je alleen binnengaan als je jezelf kent, en zo verstandig was
aan jezelf te blijven werken.
Het koninkrijk van God maakt geen onderscheid tussen mensen
Het hemelse koninkrijk is te vergelijken met de eigenaar van een wijngaard, die 's morgens vroeg op weg ging om arbeiders te huren voor zijn wijngaard. Hij kwam met hen overeen dat hij hun als dagloon een zilverstuk zou betalen, en stuurde ze naar zijn wijngaard. Om negen uur ging hij weer de straat op en zag op het marktplein nog andere mannen die geen werk hadden. 'Kom ook werken in mijn wijngaard', zei hij tegen hen, ik zal jullie een eerlijk loon geven'. En zij gingen. Om twaalf uur en om drie uur deed de eigenaar hetzelfde. Het was vijf uur in de namiddag toen hij weer de straat opging en nog mensen zonder werk vond. 'Waarom staan jullie hier de hele dag zonder werk?' vroeg hij. 'Omdat niemand ons huurde', antwoordden ze. 'Komen jullie ook maar naar mijn wijngaard', zei hij. Toen het avond geworden was, zei de eigenaar van de wijngaard tegen zijn opzichter: 'Roep de arbeiders en betaal hun loon uit, te beginnen met die het laatst en eindigend met die het eerst zijn gekomen'. De arbeiders die om vijf uur begonnen waren, kwamen naar voren en kregen elk een zilverstuk uitbetaald. Toen zij, die 's ochtens vroeg begonnen waren, naar voren kwamen, dachten zij meer te ontvangen, maar ook zij kregen een zilverstuk. Ze namen het aan, maar begonnen tegen de eigenaar te mopperen: 'Die het laatst gekomen zijn, hebben een uur gewerkt en u laat hun evenveel uitbetalen als ons die de hele dag zwaar hebben moeten werken in de hitte'. Maar hij zei tegen één van hen: 'Vriend, ik zet je toch niet af. Ben je met mij niet een zilverstuk als dagloon overeengekomen? Neem dan wat je toekomt en ga. Ik wil aan de laatstgekomenen evenveel geven als aan jou. Mag ik met mijn geld doen wat ik wil? Of ben je afgunstig omdat ik goed ben voor anderen?'.
Zo zullen
de laatsten de eersten en de eersten de laatsten zijn.
(Mattheüs 20 : 1-16)
Toegang tot het koninkrijk van God
De mensen brachten
ook hun kleintjes bij hem; ze wilden dat hij ze zou aanraken. Toen de
leerlingen dat zagen, vielen ze tegen hen uit. Maar Jezus riep de
kinderen bij zich en zei: "Laat ze bij me komen! Houd ze niet tegen,
want het koninkrijk van God is voor mensen zoals zij. Onthoud goed: wie
het koninkrijk van God niet aanvaardt zoals een kind dat doet, zal er
zeker niet binnenkomen.
(Lucas 18 : 15-17, Mattheüs 19 : 13-15 , Marcus 10 : 13-16)
Wie tegen mij roepen
: 'Heer, Heer !' komen niet allemaal het hemelse konkrijk binnen, maar
alleen zij die de wil van mijn hemelse Vader doen.
(Mattheüs 7 : 21)
Zelfonderzoek
Werken aan jezelf
Als uw rechteroog er
de oorzaak van is dat u van de rechte weg afdwaalt, ruk het dan uit en
gooi het weg. Het is beter dat een van uw lichaamsdelen verloren gaat
dan dat heel uw lichaam in de hel wordt gegooid.
Als u door uw rechterhand tot verkeerde dingen komt, hak hem dan af en
gooi hem weg. Het is beter dat een van uw lichaamsdelen verloren gaat
dan dat u met heel uw lichaam in de hel terecht komt.
(Mattheüs 5 : 29, 30)
Psychische eigenschappen worden hier als lichaamsdelen voorgesteld. Met elke slechte eigenschap die je in jezelf aantreft moet je dus radicaal afrekenen.
Waarom kijk je naar
de splinter in het oog van een ander en merk je niet de balk op in je
eigen oog ? Hoe kun je tegen iemand zeggen : 'Vriend, laat mij die
splinter eens uit je oog halen', zonder de balk in je eigen oog op te
merken ? Huichelaar die je bent ! Verwijder eerst die balk uit je eigen
oog, dan zie je pas scherp genoeg om de splinter uit het oog van een
ander te halen.
(Lucas 6 : 41, 42)
Het innerlijk is bepalend
U hebt gehoord dat
tegen uw voorouders gezegd is : U mag niet doden. Wie iemand doodt moet
zich verantwoorden voor de rechtbank. Maar ik zeg u: ieder die kwaad is
op een ander, moet zich voor de rechtbank verantwoorden. Als iemand een
ander uitmaakt voor idioot, moet hij zich verantwoorden voor de Hoge
Raad, en als iemand een ander uitmaakt voor gek, moet hij ervoor boeten
in het hellevuur.
(Mattheüs 5 : 21-22)
Aansporingen om te werken aan jezelf
Jezus
zei :
Wie het Al denkt te kennen
maar niet zichzelf kent,
blijft volkomen in gebreke.
(Nag Hammadi - Evangelie van Thomas - 67)
Het kwaad in jezelf herkennen en onder ogen zien
Maar
ik zeg u : Ga niet tegen het kwaad in.
Als iemand u op de rechter wang slaat, draai hem dan ook de linker wang
toe.
En als iemand u een proces aandoet en uw hemd wil hebben, geef hem dan
ook uw jas.
En dwingt iemand u een kilometer met hem mee te gaan, ga dan twee
kilometer met hem mee.
Als iemand u iets vraagt, geeft het hem; en wil iemand iets van u
lenen, weiger het hem niet.
(Mattheüs 5 : 39-42)
Misschien wil de tekst 'Ga niet tegen het kwaad in' zeggen, dat , als je machteloos staat tegenover het kwaad, of je dat nu in jezelf aantreft of in anderen, het weinig zin heeft om je daartegen verzetten, maar er beter in mee kan gaan om het te kunnen onderzoeken en het te kunnen begrijpen, zodat je later het geweld kunt omzetten in een positieve kracht.
Het kwaad in jezelf de baas worden
Jezus
zei :
Gelukzalig is de leeuw die door de mens wordt gegeten,
en de leeuw zal mens worden.
En vervloekt is de mens, die door de leeuw wordt gegeten,
en de mens zal leeuw worden.
(Nag Hammadi - Evangelie van Thomas - 7)
De
leeuw staat voor hartstocht. De tekst kun je dan interpreteren als :
Als een mens zijn hartstochten de baas wordt,
zal hij zich identificeren met de hartstochtelijke liefde die in hem
opwelt.
Maar als de mens niet kritisch staat tegenover wat er in hem om gaat,
wordt hij slaaf van zijn (verdorven) hartstochten.
De dualiteit overwinnen
Jezus
zei :
"Als jullie de twee tot één maken,
zullen jullie zonen des mensen worden;
en als jullie zeggen : 'berg verplaats je',
zal hij zich verplaatsen."
(Nag Hammadi - Evangelie van Thomas - 106)
Lees
dualiteit in plaats van 'de twee', en interpreteer 'de twee tot
één maken' als 'de dualiteit overwinnen' of 'de
tegenstellingen in jezelf overwinnen en opheffen' of 'een mens uit
één stuk worden'.
De tekst betekent dan zoiets als :
Als je de dualiteit in jezelf weet te overwinnen, ga je werkelijk
beseffen dat je leeft, en komen er onvoorstelbare krachten in je vrij.
Elk
rijk waarin verdeeldheid heerst, gaat te gronde,
en elke stad of familie die onderling verdeeld is, houdt geen stand.
(Mattheüs 12 : 25)
Lees hier voor 'elk rijk' je eigen innerlijk. Als je innerlijk gespleten bent, doe je jezelf geweld aan. Op den duur is dat niet vol te houden.
Oprechtheid
Het
moet zo zijn dat uw ja ja is en uw nee nee.
(Mattheüs 5 : 37)
Oordelen
Men moet zelf oordelen
Pas op voor de valse
profeten. Ze komen in schaapskleren naar u toe, maar in werkelijkheid
zijn het roofzuchtige wolven. U kunt hen herkennen aan hun vruchten.
Men plukt geen druiven van doornstruiken en geen vijgen van distels.
Een goede boom draagt goede vruchten, een slechte boom draagt slechte
vruchten. Een goede boom kan geen slechte vruchten voortbrengen en een
slechte boom geen goede.
(Mattheüs 7 : 15-19)
Oordelen rekening houdend met relatieve omstandigheden
Toen Jezus in de
tempel tegenover de offerkist zat, zag hij hoe de mensen er geld in
deden. Veel rijken gooiden er heel wat geld in. Maar daar kwam een arme
weduwe die er twee koperen munten ter waarde van een stuiver in liet
vallen. Jezus riep zijn leerlingen bij zich. "Neem van mij aan", zei
hij, "die arme weduwe heeft meer in de offerkist gedaan dan al die
anderen. Want die konden van hun overvloed best wat missen, maar zij
moest het van haar armoede doen, en toch gooide zij er alles in wat zij
had: zij gaf al het geld waarvan zij moest leven".
(Marcus 12 : 41-44, Lucas 21 : 1-4)
Niet liefdeloos veroordelen
Oordeel niet over
anderen; dan zal God niet oordelen over u. Want God zal u op dezelfde
manier beoordelen als waarop u anderen beoordeelt, en hij zal u meten
met de maat waarmee u anderen meet.
(Mattheüs 7 : 1-2)
Toen brachten de
Farizeeën een vrouw bij hem die betrapt was op overspel, en
zetten haar midden in de kring. 'Meester', zeiden ze, 'deze vrouw is op
heterdaad betrapt toen ze overspel pleegde. Nu schrijft de wet van
Mozes ons voor dat zulke vrouwen moeten worden gestenigd. Wat vind u
daarvan ?'
.....
'Wie van u zonder zonde is, mag de eerste steen gooien' zei hij.
.....
Toe ze dat hoorden, gingen ze een voor een weg, de oudsten het eerst,
en Jezus bleef alleen achter met de vrouw die in het midden stond. Hij
richtte zich op en vroeg haar : 'Waar zijn ze gebleven ? Heeft niemand
u veroordeeld ?' 'Niemand, Heer,' antwoordde ze. 'Ook ik veroordeel u
niet', zei Jezus, 'Ga, maar zondig voortaan niet meer'.
(Johannes 8 : 3-11)
Vasthouden aan wat goed is
Onderzoekt
alle dingen, maar behoudt het goede.
(1 Tessalonicenzen 5:21)
Politiek
Rijkdom
Er kwam iemand naar
hem toe met de vraag : 'Meester, wat voor goeds moet ik doen om het
eeuwige leven te krijgen ?' Jezus zei : 'Waarom stelt u mij een vraag
over het goede ? Er is er maar één die goed is!
Als u het eeuwige leven wilt binnengaan, houd u dan aan de geboden'.
'Welke ?' vroeg hij. Jezus antwoordde : 'U mag niet doden, geen
echtbreuk plegen, niet stelen, geen valse verklaringen afleggen, heb
eerbied voor uw vader en uw moeder en heb uw naaste lief als uzelf'.
'Aan al die geboden heb ik mij gehouden' zei de jongeman, 'wat kan ik
nog meer doen ?' Jezus antwoordde : 'Als u volmaakt wilt zijn, ga dan
al uw bezittingen verkopen, geef het geld aan de armen en u zult een
schat hebben in de hemel. Kom dan terug en volg mij'. Toen de jongeman
dat hoorde, ging hij terneergeslagen weg, want hij had veel
bezittingen. 'Ik verzeker jullie' zei Jezus tegen zijn leerlingen 'het
zal een rijke veel moeite kosten het hemelse koninkrijk binnen te
komen'.
(Mattheüs 19 : 16-23)
Overheid
Geef de keizer wat
de keizer toekomt, en God wat God toekomt.
(Marcus 12 : 17 )
Leiderschap
Jullie weten dat zij
die volken besturen, over hen heersen, en dat de leiders hun macht
laten gelden. Zo moet het bij jullie niet gaan. Nee, als iemand van
jullie de belangrijkste wil zijn, moet hij jullie dienen, en als iemand
van jullie de eerste plaats wil innemen, moet hij voor jullie het
slavenwerk doen. Neem een voorbeeld aan de Mensenzoon. Hij is niet
gekomen om zich te laten dienen, maar om zelf te dienen en zijn leven
te geven in ruil voor het leven van veel anderen.
(Mattheüs 20 : 25-28)
Pacifisme
Eén van
de leerlingen trok zijn zwaard, haalde uit naar de dienaar van de
hogepriester en sloeg hem een oor af. Maar Jezus zei : 'Steek je zwaard
weer bij je. Want iedereen die het zwaard trekt, zal ook door het
zwaard omkomen.'
(Mattheüs 26 : 51, 52)
Gelijkheid
Op dat moment kwamen
de leerlingen Jezus vragen : 'Wie is de belangrijkste in het hemelse
koninkrijk ?' Hij riep een kind bij zich en zette het midden in de
kring. 'Ik verzeker jullie,' zei hij 'het hemelse koninkrijk kom je
alleen binnen als je van gezindheid verandert en wordt als kinderen. De
belangrijkste in het hemelse koninkrijk is dus hij die zich zo
onbelangrijk vindt als dit kind. En wie in mijn naam zo'n kind gastvrij
ontvangt, ontvangt mij.'
(Mattheüs 18 : 1-5)
Religie niet gebruiken voor economische doeleinden
Jezus ging de tempel
binnen en joeg er alle kopers en verkopers weg; hij gooide de tafels om
van de geldwisselaars en de stoelen van de duivenhandelaars. Hij zei
tegen hen : 'Er staat geschreven : Mijn huis moet heten huis van gebed,
maar jullie maken er een rovershol van.'
(Mattheüs 21 : 12-13)
Toekomst
Luister, ik stuur jullie als schapen onder de wolven. Wees dus zo slim als slangen en zo onschuldig als duiven. Pas op voor de mensen; ze zullen jullie uitleveren aan rechtbanken en je geselen in hun synagogen.(Mattheüs 10 : 16-17)
Geloof het niet, als
iemand dan tegen jullie zegt : Kijk, hier is de Christus, of : Daar is
hij. Want er zullen valse christussen komen en valse profeten, en ze
zullen grote tekenen en wonderen doen om, indien mogelijk, zelfs de
uitverkorenen op een dwaalspoor te brengen. Ik heb jullie allemaal van
tevoren gezegd. Als ze dus tegen jullie zeggen : Kijk, hij is in de
woestijn, ga er dan niet heen; of als ze tegen jullie zeggen : Kijk,
hij houdt zich daar verborgen, geloof het dan niet.
(Mattheüs 24 : 23-26)
Laat niemand jullie
op een dwaalspoor brengen. Want er zullen veel mensen komen die van
mijn naam gebruik maken en beweren : 'Ik ben de Christus'. Daarmee
zullen zij velen op een dwaalspoor brengen. Jullie zullen
wapengekletter horen en berichten over oorlogen horen. Maar raak niet
in paniek. Dat moet allemaal gebeuren, maar het is het einde nog niet.
Het ene volk zal strijden tegen het andere volk, het ene rijk tegen het
andere; er zullen hongersnoden zijn en aardbevingen. Maar dit alles is
nog maar het begin van de weeën. Ze zullen jullie uitleveren,
onderdrukken en ter dood brengen; alle volken zullen jullie haten
vanwege mijn naam. Velen zullen hun geloof verliezen. Ze zullen elkaar
verraden en haten. Er zullen vele valse profeten komen en zij zullen
velen op een dwaalspoor brengen. En omdat de verachting voor de wet
toeneemt, zal de liefde bij de meesten verkoelen. Maar wie volhoudt tot
het einde, zal gered worden. Eerst zal dit grote nieuws over het
koninkrijk van God bekend gemaakt worden over de hele wereld, zodat
onder alle volken van mij is getuigd, en dan zal het einde komen.
(Mattheüs 24 : 4-14)
Ziet. Ik ben met u
alle dagen tot aan de voleinding der wereld.
(Mattheüs 28 : 20)
Toen zag ik een
nieuwe hemel en een nieuwe aarde. De eerste hemel en de eerste aarde
waren verdwenen en ook de zee bestond niet meer. Ik zag een nieuw
Jeruzalem, een nieuwe heilige stad, neerdalen vanuit God vanuit de
hemel. Ze was als bruid getooid, mooi gemaakt voor haar man. En uit de
richting van de troon hoorde ik luid een stem zeggen : 'Nu heeft God
zijn tent onder de mensen opgeslagen! Hij zal bij hen wonen en zij
zullen zijn volk zijn. God zelf zal bij hen zijn en hij zal elke traan
uit hun ogen wissen. De dood zal er niet meer zijn; geen rouw, geen
weeklacht, geen pijn zal er zijn, want de eerste dingen zijn voorbij.'
Hij die op de troon was gezeten zei : 'Ik maak alles nieuw'. Tegen mij
zei hij : 'Schrijf! Want deze woorden zijn geloofwaardig en
waarachtig'. En dit waren zijn woorden : 'Alles is voltrokken! Ik ben
de alfa en de omega, het begin en het einde. Wie dorst heeft zal ik te
drinken geven uit de bron met water dat leven geeft, om niet. Dit zal
het deel zijn van wie overwint : Ik zal zijn God zijn en hij mijn zoon.'
(Openbaring 21 : 1 - 7)
Troost en inspiratie
Heilige Geest
Maar de Trooster, de
Heilige Geest, die de Vader zenden zal in mijn naam, die zal u alles
leren en u te binnen brengen al wat Ik u gezegd heb.
(Johannes 14 : 26)
En wanneer zij u
wegvoeren om u over te leveren, weest dan niet van tevoren bezorgd wat
gij zeggen moet, maar zegt wat u in die ure gegeven wordt; want gij
zijt het niet, die spreekt, maar de Heilige Geest.
(Marcus 13 : 11 ; vgl. Lucas 12 : 11, 12)
Jezus' tegenstanders
Jezus zei : "Wee hen
,de Farizeeërs, want ze lijken op een hond die in de voerbak
van ossen slaapt. Want zelf eet hij niet, noch laat hij de ossen eten.
(Nag Hammadi - Evangelie van Thomas 102)
Jezus zei : De
Farizeeërs en de schriftgeleerden hebben de sleutels der
kennis ontvangen, maar hebben die verborgen. Zelf zijn zij niet
binnengegaan en hen die wilden binnengaan, lieten ze niet toe.
(Nag Hammadi - Evangelie van Thomas 39)
De vorm van Jezus' onderricht
Gelijkenissen
"Waarom
gebruikt u gelijkenissen als u de mensen toespreekt?"
kwamen de leerlingen Jezus vragen.
"Omdat God jullie heeft willen inwijden in de geheimen van zijn
koninkrijk, maar niet hen" antwoordde hij hun.
(Mattheüs 13 : 10-11)
Geef
wat heilig is niet aan de honden, want ze komen terug om u te
verscheuren.
Gooi uw parels niet voor de zwijnen, want ze vertrappen die met hun
poten.
(Mattheüs 7 : 6)
Ik
vertel mijn geheimen aan hen die mijn geheimen waardig zijn.
(Nag Hammadi - Evangelie volgens Thomas 62)
De stijl van de verhalen die Jezus vertelde is van een verrassende eenvoud gecombineerd met een verrassende diepgang. Ter illustratie volgen hier de verhalen van de verloren zoon en van de barmhartige Samaritaan
Jezus
vervolgde : ’Er was een man die twee zonen had.
Vader, zei de jongste tegen hem, geef mij het deel van uw bezit waarop
ik recht heb. En de vader verdeelde zijn bezit over zijn twee zonen.
Een paar dagen later verzilverde de jongste zoon zijn aandeel en ging
op reis naar een ver land. Daar leidde hij een losbandig leven en
verkwistte al zijn geld. Toen hij alles had opgemaakt, brak er in dat
land een zware hongersnood uit. Ook hij begon daaronder te lijden. Toen
trok hij erop uit en kreeg na lang aandringen werk bij een van de
bewoners van dat gebied. Die stuurde hem zijn land op om varkens te
hoeden. Graag had hij zijn maag gevuld met het voer van de varkens,
maar niemand gaf het hem. Toen kwam hij tot bezinning en dacht: Mijn
vader heeft zoveel knechten en die hebben eten in overvloed! En ik kom
hier om van de honger. Ik ga terug naar mijn vader en zal tegen hem
zeggen: Vader, wat ik heb gedaan was tegen de wil van de hemel en tegen
de uwe. Ik verdien het niet nog langer uw zoon genoemd te worden;
behandel mij als een van uw knechten. En hij ging op weg, terug naar
zijn vader.
Hij was nog ver van huis, toen zijn vader hem al zag. Omdat hij met hem
was begaan, liep hij hem snel tegemoet, sloeg zijn armen om hem heen en
kuste hem. Vader, zei de zoon, wat ik heb gedaan was tegen de wil van
de hemel en tegen de uwe. Ik verdien het niet nog langer uw zoon
genoemd te worden. Maar zijn vader zei tegen zijn knechten: Vlug! Haal
het beste gewaad en trek het hem aan; steek een ring aan zijn vinger en
doe hem schoenen aan. Haal het mestkalf uit de stal en slacht het. We
gaan eten en feestvieren. Want mijn zoon hier, hij was dood maar hij
leeft weer, ik was hem kwijt maar hij is terug. En zij begonnen feest
te vieren.
De oudste zoon was op het land. Toen hij terugkeerde en dicht bij huis
kwam, hoorde hij muziek en dansen. Hij riep een van de knechten en
vroeg hem wat er aan de hand was. Uw broer is terug, antwoordde die, en
uw vader heeft het mestkalf laten slachten omdat hij hem weer gezond en
wel terug heeft. De oudste zoon was woedend en wilde niet naar binnen.
Zijn vader kwam naar buiten en probeerde hem over te halen. Maar hij
zei tegen zijn vader: Hoeveel jaar dien ik u nu al niet, zonder ooit
een van uw bevelen te overtreden? En wat hebt u mij gegeven? Nog geen
bokje om eens feest te vieren met mijn vrienden. Maar nu die zoon van u
gekomen is, die met hoeren uw vermogen heeft opgemaakt, slacht u het
mestkalf voor hem! Jongen, antwoordde zijn vader, jij bent altijd bij
me en alles wat van mij is, is van jou. Maar er moet feest zijn, er
moet vreugde zijn! Je broer hier, hij was dood maar hij leeft weer, hij
was verloren, maar hij is terug.’
(Lucas 15 : 11-32)
De
levenswijze van de jongste zoon, die er op uit trekt, en een losbandig
en ondoordacht leven leidt, staat voor het leven en al de fouten die je
daarin kunt maken. Het brengt je uiteindelijk tot inkeer, tot
realiteitsbesef en nederigheid. De terugkeer naar de vader staat voor
je fouten overwinnen, een verstandige levenswijze aannemen. De vader
staat voor het geluk, voor liefde. Dat de vader zijn zoon al van verre
zag komen, staat symbool voor het feit dat het geluk je eerder toelacht
dan je verwacht, en liefde je omarmt op een moment dat je dat jezelf
nog lang niet kunt voorstellen. Dat de oudste zoon het feest niet mee
wil vieren, vertelt dat een levensweg van gehoorzaamheid en
volgzaamheid, waarin men in feite niet zijn eigen keuzes leert te
maken, een beperkt leven is, en niet leidt tot dankbaarheid.
Als je de vader als symbool wilt zien voor God, dan vertelt het verhaal
dat God niet straft, geen wrede God is, maar dat je altijd, als je
besloten hebt je fouten te overwinnen, en een leven van liefde te gaan
leiden, feestelijk wordt ontvangen.
Er kwam een
wetgeleerde naar Jezus toe die hem op de proef wilde stellen. Hij
vroeg : ’Meester, wat moet ik doen om deel te
krijgen aan het eeuwige leven ?’
Jezus zei tegen hem : ’Wat staat er in de
wet ? Wat leest u daar ?’
Hij antwoordde : ’Heb de Heer, uw God, lief met heel
uw hart en heel uw ziel, met inzet van al uw krachten en met heel uw
verstand, en heb uw naaste lief als uzelf’.
Toen zei Jezus : ’Dat is goed geantwoord; doe dat en
u zult leven’.
Maar de man wilde zichzelf rechtvaardigen en zei :
’Wie is mijn naaste ?’
Daarop zei Jezus : ’Er was eens een man die van
Jeruzalem naar Jericho ging en door rovers werd overvallen. Ze
beroofden hem en sloegen hem en lieten hem halfdood liggen. Nu kwam
daar een priester langs, op weg naar Jericho. Hij zag hem liggen, maar
ging met een boog om hem heen. Hetzelfde deed een Leviet die daarlangs
kwam; ook hij ging toen hij de man zag liggen, met een boog voorbij.
Een Samaritaan die op reis was, kwam daar ook langs. Maar toen hij hem
zag liggen, was hij met hem begaan. Hij ging naar hem toe, verzorgde
zijn wonden met olie en wijn en verbond ze. Toen zette hij hem op zijn
eigen ezel en bracht hem naar een herberg waar hij voor hem zorgde. De
volgende dag nam hij twee zilverstukken, hij gaf die aan de herbergier
en zei: Zorg voor hem, en mocht u meer kosten maken, dan zal ik u
betalen als ik terugkom!’
En Jezus besloot : ’Wat denkt u ? Wie van
deze drie is de naaste geweest van de man die in handen viel van de
rovers ?’
’Degene die zich het lot van de man aantrok’,
antwoordde de wetgeleerde.
En Jezus zei : ’Ga dan en doe als hij’.
(Lucas 10 : 25-37)
Priesters
en Levieten golden in de tijd van Jezus als hoogwaardigheidsbekleders,
vooraanstaanden in de religieuze hiërarchie. Mij is verteld
dat Samaritanen, d.w.z. de inwoners van Samaria, over het algemeen door
de joodse gemeenschap uit de tijd van Jezus gediscrimineerd werden. De
Samaritanen hadden zich dan wel bekeerd tot (een vorm van) de joodse
religie, maar zij werden toch beschouwd als tweederangs burgers. Zij
behoorden tot de lagere bevolkingsgroepen waarop werd neergekeken.
Jezus geeft met dit verhaal aan dat discriminatie niet gerechtvaardigd
is en het niet aankomt op iemands status, maar op iemands innerlijke
houding en zijn gedrag. De Samaritaan doet veel meer dan je van een
toevallige passant zou verwachten.
Het verhaal geeft een basale instructie dat liefde zich niet enkel tot
mooie woorden mag beperken, niet enkel een prettig gevoel is, maar ook
om praktische toepassing vraagt.
Doelstellingen van Jezus
De weg, de waarheid en het leven
Ik
ben de weg, de waarheid en het leven.
Niemand komt tot de Vader dan door mij.
(Johannes 14 : 6)
Wie is Jezus ?
Christus
De mensen leefden in
de verwachting dat de Christus zou komen.
(Lucas 3 : 15)
Lam van God
Gewillig liet hij
zich mishandelen, geen woord kwam over zijn lippen. Hij hield zich
stil, als een lam op weg naar de slachtbank, als een schaap onder de
handen van scheerders. Hij werd gevangen genomen, veroordeeld en daarna
weggeleid.
(Jesaja 53 : 7, 8)
De volgende dag zag
hij * Jezus naar zich toekomen.
'Daar is het Lam van God dat de zonde van de wereld wegneemt' zei hij.
(Johannes 1 : 29 )
* d.w.z. Johannes de Doper
Zoon van God
Licht der wereld
Ik ben het licht
voor de wereld. Wie mij volgt, zal niet meer in het donker lopen, maar
hij zal licht bezitten dat leven geeft.
( Johannes 8 :12 )
Leven van Jezus
Hij is toch de zoon
van de timmerman? Is Maria niet zijn moeder, en zijn Jakobus, Jozef,
Simon en Judas geen broers van hem ? En wonen al zijn zusters niet in
onze stad ?
(Mattheüs 13 : 55-56)
Jezus voorspelt zijn lijden en opstanding
Toen ze bij elkaar
waren in Galilea, zei Jezus tegen zijn leerlingen : 'De Mensenzoon zal
worden uitgeleverd aan mensen die hem willen doden, maar op de derde
dag zal hij door God worden opgewekt.' De leerlingen werden zeer
bedroefd.
(Mattheüs 17 : 21-23)
Kruisiging
Toen zij waren
aangekomen bij de plek die 'Schedel' wordt genoemd, sloegen zij hem aan
het kruis, en ook de misdadigers, de ene rechts, de andere links van
hem. En Jezus zei : 'Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze
doen'.
(Lucas 23 : 33, 34)
Opstanding
En wat de opstanding
betreft : Hebt u in het boek van Mozes niet het verhaal over de
brandende braamstruik gelezen ? Zegt God daar niet tegen Mozes : 'Ik
ben de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jacob' ? Hij is
niet een God van doden, maar van levenden.
(Marcus 12 : 26, 27)
Ze gingen de
grafkamer binnen en zagen aan de rechterkant een jongeman zitten, in
het wit gekleed. Ze stonden verstijfd van schrik, maar hij zei tegen
hen : 'Schrik niet! U zoekt Jezus, uit Nazaret, die gekruisigd is. Hij
is door God opgewekt, hij is hier niet. Kijk, dit is de plaats waar ze
hem hadden neergelegd'.
(Marcus 16 : 5, 6)
In de tijd van Jezus was geloof in wonderen net zo moeilijk als nu :
En terwijl zij
hierover spraken, stond Hijzelf in hun midden; en zij werden ontzet en
verschrikt en meenden een geest te aanschouwen. Doch Hij zeide tot
hen : Waarom zijt gij ontsteld en waarom komen er overwegingen
op in uw hart ? Ziet mijn handen en mijn voeten, dat Ik het
zelf ben; betast Mij en ziet, dat een geest geen vlees en beenderen
heeft, zoals gij ziet, dat Ik heb. ... En toen zij
het van blijdschap nog niet geloofden en zich verwonderden, zeide Hij
tot hen : Hebt gij hier iets te eten ? Zij reikten
Hem een stuk van een gebakken vis toe. En Hij nam het en at het voor
hun ogen.
(Lucas 24:36 t/m 43)
Rituelen en gebruiken
Zondag
Houd de sabbat in
ere. Het moet een bijzondere dag voor je zijn. Zes dagen heb je om te
werken, maar de zevende dag, de sabbat, is een rustdag die aan mij, de
Heer, je God, is gewijd. Verricht dan geen enkel werk. Dat geldt voor
jezelf, je zoon, je dochter, je slaaf en je slavin. Het geldt ook voor
je vee en voor de vreemdeling die in je stad woont.
(Exodus 20 : 8 t/m 10)
Maar de
synagogebestuurder was boos omdat Jezus iemand op sabbat genezen had.
'Er zijn zes dagen waarop we moeten werken', zei hij tegen de mensen,
'Kom dan niet juist op sabbat om genezen te worden!'.
'Huichelaars', antwoordde de Heer. 'Ieder van u maakt toch ook op
sabbat zijn os of ezel van de voerderbak los om hem te drinken te geven
? Maar je zou op sabbat niet deze dochter van Abraham mogen verlossen
van de boeien waarmee Satan haar nu al achttien jaar gevangen houdt ?'
Toen hij dit zei, schaamden al zijn tegenstanders zich; maar de mensen
waren allemaal verheugd over al die geweldige dingen die door hem
gebeurden.
(Lucas 13 : 14 t/m 17)
De sabbat is er voor
de mens, de mens niet voor de sabbat.
(Marcus 2 : 27)
Dopen
In die tijd begon
Johannes de Doper in de woestijn van Judea met zijn verkondiging :
'Begin een nieuw leven, want het hemelse koninkrijk is dichtbij'.
(Mattheüs 3 : 1,2 )
De mensen lieten
zich door hem dopen in de rivier de Jordaan, waarbij ze openlijk
uitkwamen voor hun zonden.
(Mattheüs 3 : 6 )
Ook veel
Farizeën en Sadduceeën kwamen zich laten dopen. Maar
toen Johannes dat zag, zei hij tegen hen : 'O jullie adders, wie heeft
u op de gedachte gebracht dat u het komende oordeel kunt ontlopen ?
Toon maar door daden, dat u een nieuw leven bent begonnen.'
(Mattheüs
3 : 7,8 )
Jezus ging van Galilea naar de
Jordaan om zich door Johannes te laten dopen
(Mattheüs 3 : 13 )
Avondmaal
Onder het eten nam
Jezus een brood, sprak het gebed om zegen uit, brak het brood en gaf
het hun met de woorden: 'Neem het; dit is mijn lichaam'. En hij nam een
beker, dankte God en gaf hun de beker. En zij dronken er allen uit.
Jezus zei : 'Dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat voor
velen wordt vergoten.'
(Marcus 14 : 22 - 24)
Overzicht van gelijkenissen in deze serie
- Huis op de steenrots (Mattheüs 7: 24 - 27; Lukas 6: 47 - 49)
- De vierdelige akker (Mattheüs 13: 3 - 9 en 13 - 20; Markus 4: 3 - 9 en 13 - 20; Lukas 8: 5 - 8 en 11 - 15)
- Het onkruid tussen de tarwe (Mattheüs 13: 24 - 30 en 36 - 43)
- Het mosterdzaad (Mattheüs 13: 31 - 32; Markus 4: 30 -32; Lukas 13: 18 - 19)
- De zuurdesem (Mattheüs 13: 33, Lukas 13: 20 -21)
- De schat in de akker (Mattheüs 13: 44)
- De kostbare parel (Mattheüs 13: 45 - 46)
- Het visnet (Mattheüs 13: 47 - 50)
- Het verloren schaap (Mattheüs 18: 12 - 14); Lukas 15 : 4 - 7)
- De onbarmhartige dienstknecht (Mattheüs 18: 23 - 35)
- De arbeiders in de wijngaard (Mattheüs 20: 1 - 16)
- De twee zonen (Mattheüs 21: 28 - 31)
- De boze wijngaardeniers (Mattheüs 21: 33 - 41; Markus 12: 1 - 9 en 12; Lukas 20: 9 - 16 en 19)
- De koninklijke bruiloft (Mattheüs 22: 2 - 14; Lukas 14:16 - 24)
- De tien maagden (Mattheüs 25: 1 - 13)
- De talenten (Mattheüs 25: 14 - 30; Lukas 19: 11 - 27)
- De zaadzaaier (Markus 4: 26 - 29)
- De twee schuldenaars (Lukas 7: 41 - 43)
- De barmhartige Samaritaan (Lukas 10: 30 - 37)
- De onbeschaamde vriend (Lukas 11: 5-8 )
- De rijke dwaas (Lukas 12: 16 - 21)
- De onvruchtbare vijgenboom (Lukas 13: 6 - 9)
- De torenbouw (Lukas 14: 28 - 33)
- De verloren penning (Lukas 15: 8 - 10)
- De verloren zoon (Lukas 15: 11 - 32)
- De onrechtvaardige huishouder (Lukas 16: 1-8 )
- De rijke man en de arme Lazarus (Lukas 16: 19 - 31)
- De heer en zijn knecht (Lukas 17: 7 - 10)
- De Farizeeër en de tollenaar (Lukas 18: 9 - 14)




















