Gelijkenissen van Jezus - deel 14
''De koninklijke bruiloft'
De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God:
Hij hield hun een andere gelijkenis voor
| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 |
| 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 |
| 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 |
| 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 |
| 29 | A | B | S |
Het spreken in
gelijkenissen (parabels) was voor Jezus een volkomen natuurlijke manier
van spreken, en was kenmerkend van zijn stijl van leren. Aan het begin
van het Evangelie naar Markus – nadat Jezus maar net begonnen
was met zijn bediening – staat dat Jezus “alleen in
gelijkenissen tegen hen sprak”. Het moet ons dus duidelijk
zijn dat, wanneer we het denken van Jezus zelf willen begrijpen, we
geen beter studieobject kunnen vinden dan zijn gelijkenissen. Wij mogen
deze gelijkenissen grondig bestuderen met een open verstand en hart
– open om te leren en open om vreugde toe te laten.
De gelijkenis van ''De
koninklijke bruiloft'
MMatteüs 22: 1 - 14
Opnieuw richtte Jezus zich tot hen met gelijkenissen. Hij zei: "Het
hemelse koninkrijk is te vergelijken met een koning die het
bruiloftsfeest van zijn zoon voorbereidde. Hij stuurde zijn dienaars om
de gasten voor het feest uit te nodigen, maar zij wilden niet komen.
Weer stuurde hij dienaars eropuit met de opdracht: Ga naar de
genodigden en zeg: Ik heb de maaltijd klaargemaakt, de stieren en de
mestkalveren zijn geslacht, alles staat klaar. Kom naar het
bruiloftsfeest! Maar zij trokken zich er niets van aan; iedereen ging
weg, de een naar zijn akker, de ander naar zijn handel; weer anderen
grepen de dienaars vast, mishandelden hen en doodden hen. De koning
werd woedend. Hij stuurde zijn troepen op hen af, liet die moordenaars
om het leven brengen en hun stad in brand steken.
Tegen
zijn dienaars zei hij: Voor het bruiloftsfeest stond alles klaar, maar
de genodigden waren het niet waard. Ga dus naar de kruispunten van de
wegen en nodig iedereen die je tegenkomt uit voor de bruiloft. En zij
gingen eropuit en zij brachten alle mensen mee die ze tegenkwamen,
slechte en goede. Zo liep de bruiloftszaal vol met gasten. Toen de
koning binnenkwam om zijn gasten te zien, merkte hij iemand op die geen
feestkleding droeg. Vriend, hoe ben je hier binnengekomen zonder je
voor de bruiloft gekleed te hebben? vroeg de koning hem. Maar de man
zweeg. Toen zei de koning tegen zijn dienaars: Bind hem aan handen en
voeten en gooi hem eruit, de duisternis in. Daar zal hij huilen en
knarsetanden."
En Jezus besloot: "Want velen zijn uitgenodigd, maar weinigen zijn uitverkoren."
VRAAG:
In Matteüs 22:1-14 vinden we de gelijkenis van het koninklijke
bruiloftsmaal. Hoe moeten we dit verstaan? Leven wij nu in de tijd van
"gaat naar de kruispunten der wegen en nodigt allen"?
ANTWOORD:
Deze gelijkenis gaat over een koning die een bruiloft aanricht voor
zijn zoon. De bruiloft is een bekend beeld van het Koninkrijk dat op
aarde openbaar zal worden (1). We hebben het dan over de tijd van "de
duizend jaren" waarin de satan gebonden zal zijn en de volkeren niet
zal kunnen verleiden (2). Voordat de bruiloft daadwerkelijk aanbreekt
worden de slaven van de koning er drie keer op uit gestuurd.
De eerste keer worden de genodigden geroepen voor de bruiloft. De
genodigden weigeren. Deze eerste uitnodiging spreekt van de tijd dat
Jezus zijn apostelen (de twaalf en de zeventig) uitzond tot het huis
van Israël.
Bij de tweede uitzending vindt een herhaling plaats van de eerste
oproep, met dit verschil dat nu expliciet klinkt: "alles is gereed,
komt tot de bruiloft". Deze uitzending spreekt van de Handelingen-tijd.
Inmiddels was alles in gereedheid gebracht ("het is volbracht!") en het
Koninkrijk zou openbaar worden. In plaats daarvan worden de slaven door
de genodigden gegrepen en gedood. De koning wordt toornig en zendt zijn
legers er op uit om de moordenaars om te brengen en de stad te
verbranden. Het spreekt van de wijze waarop Israël ook in de
Handelingen-tijd het Evangelie aangaande de Zoon heeft afgewezen. Het
resulteert in de vernietiging van de Joodse staat en de verbranding van
de stad Jeruzalem in 70 AD.
De derde uitzending bepaalt ons bij de toekomst, vlak voor het
daadwerkelijke begin van de bruiloft. Nu gaat de slaven "naar de
kruispunten der wegen" om aan allen de uitnodiging te doen. Na de
wegrukking van de Gemeente zal door 144.000 getuigen uit Israël,
het Evangelie van het nabije Koninkrijk worden gepredikt. Een grote
schare die niemand tellen kan, zal aan deze uitnodiging gehoor geven
(3). Zij allen zullen in de bruiloftzaal gevonden worden, d.w.z. het
Koninkrijk op aarde beërven. Met die restrictie, dat men passend
gekleed is. Het feestkleed spreekt van gedrag dat het Koninkrijk
waardig is.
De uitspraak aan het eind "want velen zijn geroepen, maar weinig
uitverkoren" heeft vermoedelijk een tegengestelde betekenis als die men
er gewoonlijk aan toekent. De gangbare uitleg zegt: er worden wel veel
mensen geroepen maar er komen uiteindelijk maar weinig mensen in de
bruiloftzaal. Maar dat is hier niet de gedachte. De clou is namelijk
dat de bruiloftzaal wel degelijk vol komt, maar dat er van de
oorspronkelijk genodigden (uitverkorenen) maar weinig zullen zijn.
Last but not least: in de evangelieën richt Jezus zich uitsluitend
tot Israël en spreekt tot hen over het Koninkrijk in het
toekomende Millennium. Het is niet goed om de boodschap van deze
gelijkenis uit z'n verband te lichten en toe te passen op prediking in
onze dagen (4). Degenen die in de huidige tussen-tijd geroepen worden
d.m.v. het Evangelie van genade zijn niet bestemd om te overleven tot
het aanbreken van het Koninkrijk op aarde. Zij zijn bestemd voor de
hemel. Zij zijn ook geen genodigden voor het feest. Zij maken deel uit
van de Zoon van de koning!
voetnoten:
(1) Openb.19:6-10
(2) Openb.20
(3) Openb. 7
(4) Mat.15:24-26

Lucas 14: 15 -24
Bij het horen hiervan zei een van de gasten tegen hem: "Gelukkig wie
aan de tafel zit in het koninkrijk van God!" Jezus zei tegen hem:
"Iemand gaf eens een groot feestmaal. Hij had veel mensen uitgenodigd.
Tegen de tijd dat het feestmaal zou beginnen, stuurde hij zijn dienaar
om de genodigden te gaan zeggen: Kom, want alles staat klaar. Maar de
een na de ander begon zich plotseling te verontschuldigen. Een zei: Ik
heb een stuk land gekocht en ik moet het gaan bekijken, wil me dus
verontschuldigen. En een ander: Ik heb vijf paar ossen gekocht en ik ga
ze nu keuren, wil me dus verontschuldigen. En een derde zei: Ik ben pas
getrouwd en kan dus niet komen. De dienaar kwam bij zijn heer terug en
bracht hem verslag uit. Die werd woedend en zei tegen zijn dienaar: Ga
direct de stad in en breng uit de straten en de stegen de armen hier,
de kreupelen, de blinden en de verlamden.
De
dienaar meldde hem: Heer, wat u hebt opgedragen, is gebeurd en nog is
er plaats. Toen zei de heer tegen zijn dienaar: Ga naar de wegen en
paden buiten de stad en zeg de mensen daar hierheen te komen; mijn huis
moet vol. En ik zeg u: van de mensen die uitgenodigd waren, zal niemand
van mijn maaltijd proeven!"
Er
was eens een koning die een groot feest wilde geven voor zijn zoon.
Voor het feest nodigde hij veel mensen uit. De mensen kregen lang van
tevoren brieven thuis. Alles was klaar gezet, de tafels waren gedekt,
de zaal was versierd en de koning stuurde zijn dienaren er op uit om de
mensen te halen. De dienaar ging op reis en klopte aan bij de eerste
gast: "Wilt u meekomen naar het feest, want alles staat klaar?" Maar de
man antwoordde: "Dat komt wel heel slecht uit, ik heb net een nieuw
stuk land gekocht en dat wilde ik juist gaan bekijken. Het spijt me,
maar wilt u tegen de koning zeggen dat ik niet kan komen?"
De dienaar reisde verder en kwam bij de volgende maar deze zei:
"Ik heb net een paar koeien gekocht en wilde gaan onderzoeken of ze wel
sterk en gezond zijn, het spijt me heel erg maar ik kan niet komen."
De derde man waar de dienaar bij langsging zei: "Mijn vrouw en ik zijn
net getrouwd. De koning zal toch wel begrijpen dat wij nu graag bij
elkaar willen zijn. Ik vind het heel jammer, maar ik kan niet komen."
De dienaar reisde weer verder, maar overal waar hij kwam konden de
mensen niet en de dienaar reisde weer terug naar het paleis om de
boodschappen over te brengen aan de koning. Toen de koning het hoorde
werd hij boos en verdrietig te gelijk. "Ze weten niet wat ze missen,
maar het feest moet doorgaan. Ga de straat op en nodig alle arme mensen
uit. Vertel hun dat iedereen die het wil op mijn feest mag komen".
De
dienaren van de koning gingen weer de straat op en nodigden iedereen
uit die ze tegen kwamen. Ga mee naar het paleis en vier feest met de
koning! De mensen konden het haast niet geloven, zomaar een feest bij
de koning? Maar onze kleding is smerig! Maar de dienaren zeiden dat het
niet gaf en dat ze van de koning nieuwe zouden krijgen.
Vrolijk en opgewonden gingen de mensen de prachtige feestzaal in. Ze
waren gewassen, geschoren en opnieuw gekleed in prachtige feestkleding.
De koning verwelkomde alle mensen en was blij met hun komst, maar toen
iedereen zat, zag hij dat er nog plaats was en stuurde de dienaren er
weer op uit: "Haal iedereen op, ook de doven en de blinden, de mensen
die niet goed kunnen lopen en de zwervers, zeg hen dat ze moeten komen.
Zo kwam de feestzaal helemaal vol en het was het allermooiste feest dat
de koning ooit gevierd had. Hij werd er heel gelukkig van.
De mensen begrepen nu toch wel een beetje wat Jezus bedoelde met het
verhaal. Niet alle Joden zouden op het feest van God kunnen komen,
alleen zij die naar hem en naar Jezus luisterden. De mensen die nu geen
tijd hadden voor God zouden dat straks ook niet hebben, dus zij komen
ook niet.
Het verhaal
Matteüs 22: 1 – 14, Lucas 14: 15 –24
Dit verhaal kan men lezen in het evangelie van Matteüs en Lucas,
zij het met een enig nuance verschil. Een verklaring hiervoor kan zijn
dat ze het verhaal niet gelijktijdig hebben gehoord, want Jezus
vertelde sommige verhalen meerdere keren en het publiek verschilde wel
eens. Een tweede verklaring kan zijn dat zij hier een deel van een
eigen interpretatie aan toe hebben gevoegd, of het gehoord hebbende en
het zich zo menen herinnerd te hebben.
Matteüs
beschrijft deze gelijkenis wat uitgebreider dan Lucas. Wordt er in
Lucas ook gesproken over een heer, Matteüs praat over een koning.
Matteüs geeft de gelijkenis wat scherper weer.
Jezus spreekt over een maaltijd. Iets wat voor ons vrij gewoon is, maar
in die tijd een hecht gebeuren. De tafelgemeenschap is heilig. Het
verbindt mensen met elkaar en ook met God. Daarom zijn de
Farizeeërs ook zo geschrokken van het feit dat Jezus zomaar aan de
tafel zit met tollenaars.
Wanneer
men dan zo’n groot feestmaal geeft is het gebruikelijk dat er
twee uitnodigingen worden gezonden. Eerst een uitnodiging al lang van
te voren. Het is dan een algemene kennisgeving. Dan komt er kort van te
voren nog een persoonlijke oproep en dan pas gaat men er heen. Hiermee
zou een vergelijking kunnen worden gemaakt met Johannes de Doper. Hij
komt eerst, doet een algemene aankondiging, met Jezus’ komst is
alles werkelijk gereed en worden de mensen echt geroepen.
Het komt in het oosten vaak voor dat knechten van een geminachte koning
slecht en verachtelijk worden behandeld. Maar dat gebeurd hier niet. De
elite die is uitgenodigd, weigert gewoon om te komen. Lucas geeft in
zijn verhaal drie voorbeelden van mensen die weigeren. Hiermee wordt
niet bedoeld dat er maar drie mensen zijn uitgenodigd, maar deze drie
mensen, met hun argumenten, staan model voor een zaal vol mensen. De
eerste man smeekt nog om verontschuldiging, de tweede man
verontschuldigt zich en de derde man zegt gewoon dat hij niet komt.
Hiermee wordt aangegeven dat steeds minder joden uit die tijd Jezus als
de Christus zagen.
De
eerste twee mannen hebben hun werkzaamheden op die dag gepland.
Natuurlijk hebben ze hun land of hun dieren wel al eens gezien, want
niemand koopt dergelijke belangrijke goederen zonder ze gezien te
hebben, maar juist deze dag moet een testdag worden. De derde man zegt
dat hij niet kan komen omdat hij net getrouwd is. Hiermee wordt geduid
op het feit dat veel vrouwen er voor zouden zorgen dat mannen niet tot
Christus komen.
Als
dezen allemaal weigeren om te komen, dan moeten de bedienden de straat
op gaan om daar mensen te zoeken en dit is letterlijk zoeken. De
bedelaars, zwervers e.d. verstopten zich vaak onder heggen, muurtjes
e.d. om daar nog een beetje warm de nacht door te brengen. Zij kunnen
niet weigeren. Iedereen mag komen de goeden en de slechten, er wordt
geen onderscheid gemaakt. Met de mensen van buiten wordt de heidenen
bedoeld en ook daar mag geen onderscheid in gemaakt worden, iedereen is
welkom. De koning stelt hierbij wel een eis. De zaal moet vol zijn. Hij
geeft geen feestmaal voor een bijna lege, of bijna volle zaal. De zaal
moet vol zijn. Zij krijgen een voorrecht om binnen te komen en mogen
horen bij God.
Hiermee kan ook een vergelijking worden getrokken met de doop. Dat is
een algemene eerste kennisgeving. De bevestiging door het doen van
belijdenis is een beantwoording op de eerste oproep. Want vanaf dat
moment ben jij ook geroepen om mee te delen in de maaltijd van
Christus. Jij bent uitgenodigd, maar ook dan is het aan jezelf of je
antwoord op deze oproep.
Het verhaal op een ander wijze
Er
was eens een koning die een groot feest wilde geven voor zijn zoon.
Voor het feest nodigde hij veel mensen uit. De mensen kregen lang van
tevoren brieven thuis. Alles was klaar gezet, de tafels waren gedekt,
de zaal was versierd en de koning stuurde zijn dienaren er op uit om de
mensen te halen. De dienaar ging op reis en klopte aan bij de eerste
gast: "Wilt u meekomen naar het feest, want alles staat klaar?" Maar de
man antwoordde: "Dat komt wel heel slecht uit, ik heb net een nieuw
stuk land gekocht en dat wilde ik juist gaan bekijken. Het spijt me,
maar wilt u tegen de koning zeggen dat ik niet kan komen?"
De dienaar reisde verder en kwam bij de volgende maar deze zei:
"Ik heb net een paar koeien gekocht en wilde gaan onderzoeken of ze wel
sterk en gezond zijn, het spijt me heel erg maar ik kan niet komen."
De derde man waar de dienaar bij langsging zei: "Mijn vrouw en ik zijn
net getrouwd. De koning zal toch wel begrijpen dat wij nu graag bij
elkaar willen zijn. Ik vind het heel jammer, maar ik kan niet komen."
De dienaar reisde weer verder, maar overal waar hij kwam konden de
mensen niet en de dienaar reisde weer terug naar het paleis om de
boodschappen over te brengen aan de koning. Toen de koning het hoorde
werd hij boos en verdrietig te gelijk. "Ze weten niet wat ze missen,
maar het feest moet doorgaan. Ga de straat op en nodig alle arme mensen
uit. Vertel hun dat iedereen die het wil op mijn feest mag komen".
De dienaren van de koning gingen weer de straat op en nodigden iedereen
uit die ze tegen kwamen. Ga mee naar het paleis en vier feest met de
koning! De mensen konden het haast niet geloven, zomaar een feest bij
de koning? Maar onze kleding is smerig! Maar de dienaren zeiden dat het
niet gaf en dat ze van de koning nieuwe zouden krijgen.
Vrolijk en opgewonden gingen de mensen de prachtige feestzaal in. Ze
waren gewassen, geschoren en opnieuw gekleed in prachtige feestkleding.
De koning verwelkomde alle mensen en was blij met hun komst, maar toen
iedereen zat, zag hij dat er nog plaats was en stuurde de dienaren er
weer op uit: "Haal iedereen op, ook de doven en de blinden, de mensen
die niet goed kunnen lopen en de zwervers, zeg hen dat ze moeten komen.
Zo
kwam de feestzaal helemaal vol en het was het allermooiste feest dat de
koning ooit gevierd had. Hij werd er heel gelukkig van.
De mensen begrepen nu toch wel een beetje wat Jezus bedoelde met het
verhaal. Niet alle Joden zouden op het feest van God kunnen komen,
alleen zij die naar hem en naar Jezus luisterden. De mensen die nu geen
tijd hadden voor God zouden dat straks ook niet hebben, dus zij komen
ook niet.
Overzicht van gelijkenissen in deze serie
- Huis op de steenrots (Mattheüs 7: 24 - 27; Lukas 6: 47 - 49)
- De vierdelige akker (Mattheüs 13: 3 - 9 en 13 - 20; Markus 4: 3 - 9 en 13 - 20; Lukas 8: 5 - 8 en 11 - 15)
- Het onkruid tussen de tarwe (Mattheüs 13: 24 - 30 en 36 - 43)
- Het mosterdzaad (Mattheüs 13: 31 - 32; Markus 4: 30 -32; Lukas 13: 18 - 19)
- De zuurdesem (Mattheüs 13: 33, Lukas 13: 20 -21)
- De schat in de akker (Mattheüs 13: 44)
- De kostbare parel (Mattheüs 13: 45 - 46)
- Het visnet (Mattheüs 13: 47 - 50)
- Het verloren schaap (Mattheüs 18: 12 - 14); Lukas 15 : 4 - 7)
- De onbarmhartige dienstknecht (Mattheüs 18: 23 - 35)
- De arbeiders in de wijngaard (Mattheüs 20: 1 - 16)
- De twee zonen (Mattheüs 21: 28 - 31)
- De boze wijngaardeniers (Mattheüs 21: 33 - 41; Markus 12: 1 - 9 en 12; Lukas 20: 9 - 16 en 19)
- De koninklijke bruiloft (Mattheüs 22: 2 - 14; Lukas 14:16 - 24)
- De tien maagden (Mattheüs 25: 1 - 13)
- De talenten (Mattheüs 25: 14 - 30; Lukas 19: 11 - 27)
- De zaadzaaier (Markus 4: 26 - 29)
- De twee schuldenaars (Lukas 7: 41 - 43)
- De barmhartige Samaritaan (Lukas 10: 30 - 37)
- De onbeschaamde vriend (Lukas 11: 5-8 )
- De rijke dwaas (Lukas 12: 16 - 21)
- De onvruchtbare vijgenboom (Lukas 13: 6 - 9)
- De torenbouw (Lukas 14: 28 - 33)
- De verloren penning (Lukas 15: 8 - 10)
- De verloren zoon (Lukas 15: 11 - 32)
- De onrechtvaardige huishouder (Lukas 16: 1-8 )
- De rijke man en de arme Lazarus (Lukas 16: 19 - 31)
- De heer en zijn knecht (Lukas 17: 7 - 10)
- De Farizeeër en de tollenaar (Lukas 18: 9 - 14)



















