Gelijkenissen van Jezus - deel 1
'Het huis op de rots'
De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God:
Hij hield hun een andere gelijkenis voor
| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 |
| 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 |
| 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 |
| 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 |
| 29 | A | B | S |
Het spreken in
gelijkenissen (parabels) was voor Jezus een volkomen natuurlijke manier
van spreken, en was kenmerkend van zijn stijl van leren. Aan het begin
van het Evangelie naar Markus – nadat Jezus maar net begonnen
was met zijn bediening – staat dat Jezus “alleen in
gelijkenissen tegen hen sprak”. Het moet ons dus duidelijk
zijn dat, wanneer we het denken van Jezus zelf willen begrijpen, we
geen beter studieobject kunnen vinden dan zijn gelijkenissen. Wij mogen
deze gelijkenissen grondig bestuderen met een open verstand en hart
– open om te leren en open om vreugde toe te laten.
De gelijkenis van 'Het huis op de
rots'
Matteüs 8: 24 - 27
Tweeërlei
fundament
Ieder die mijn woorden hoort en doet wat ik zeg, lijkt op iemand die zo
verstandig was zijn huis op een rots te bouwen. De regen viel neer, de
rivieren traden buiten hun oevers, de winden waaiden en beukten tegen
dat huis. Maar het stortte niet in, want het was gebouwd op een rots.
Ieder die mijn woorden hoort maar niet doet wat ik zeg, lijkt op iemand
die zo dom was zijn huis op zand te bouwen. De regen viel neer, de
rivieren traden buiten hun oevers, de winden waaiden en teisterden dat
huis. En het huis stortte in, het werd een grote bouwval.
Lucas 6: 46 - 49
Waarom roepen jullie "Heer, Heer" tegen mij, maar doen jullie niet wat
ik zeg? Ik zal jullie vertellen op wie degene lijkt die bij me komt,
naar mijn woorden luistert en ernaar handelt: hij lijkt op iemand die
bij het bouwen van zijn huis een diep gat groef en het fundament op
rotsgrond legde. Toen er een overstroming kwam, beukte het water tegen
het huis, maar het stortte niet in omdat het degelijk gebouwd was. Wie
wel naar mijn woorden luistert maar niet doet wat ik zeg, lijkt op
iemand die een huis bouwde zonder fundament, zodat het meteen instortte
toen het water ertegen beukte en er alleen een bouwval overbleef.
De mensen luisterden
graag naar Jezus, maar Jezus zei dan tegen de mensen: Jullie
moeten niet alleen horen, maar ook DOEN wat ik zeg." Om de mensen daar
een goed voorbeeld van te geven vertelde Jezus het volgende:

"Een man wilde een huis bouwen. Maar voordat hij dat ging doen, ging
hij een goede plek uitzoeken. Het moest een goed huis worden, heel
stevig. Hij vond een plek op een rots. De man moest heel veel werk doen
voor zijn huis. Eerst groef hij diep in de bodem, tot hij helemaal bij
de rotsen was. Hij legde een fundament aan. Daarna ging hij verder
bouwen. Hij zocht de beste stenen uit. Het werd een prachtig huis, dat
alles zou overleven.
De man kreeg nu ook een buurman, maar die had gezien hoeveel werk dat was. Dat huis op de rotsen bouwen was hem te veel werk. Weet je wat dacht hij, ik kan net zo'n mooi huis bouwen en veel sneller! Ik zet hem gewoon op het zand, gaat veel sneller. Terwijl de man aan het bouwen was kwam de buurman uit het rotshuis even kijken. Hij waarschuwde nog: "Als er een storm komt, dan is jouw huis niet zo stevig. Denk je dat het blijft staan?"
De man moest toen lachen.
"Let maar op buurman, mijn huis wordt net zo mooi als het jouwe!" zei
hij.
De huizen waren klaar en
de mannen woonden er met veel plezier. In de zomer was het heerlijk
weer. Toen werd het herfst en het begon te regenen. Op een dag dat
niemand het verwachtte brak er een enorm noodweer los. Donkere wolken
schoven voor de zon en het begon te regenen en te waaien. De rivieren
overstroomden en de golven sloegen tegen het huis. Het was werkelijk
een storm.
De man die zijn huis op
het zand had gebouwd, zag nu pas hoe stom hij was geweest. Al het zand
spoelde weg en zijn huis zakte scheef. De muren begonnen te scheuren.
Nog net op tijd kon de man naar buiten vluchten. Toen stortte het huis
in. Hij keek naar het huis op de rotsen, het stond er nog net zo. Wat
was die man verstandig geweest."
"Als je op Mij vertrouwt en doet wat Ik zeg, dan lijk je op de man op
de rots. Als er dan moeilijkheden komen ben je sterk. Dan hoef je niet
bang te zijn, want ik zal je altijd helpen." Zo sloot Jezus zijn
verhaal af.
Uitleg
Matteüs 8: 24 – 27, Lucas 6: 46 – 49
Deze gelijkenis die bij beide bovenstaande evangelisten is te vinden,
is moeilijk te lezen, als men ze niet allebei leest. Want door Lucas
begrijpt men beter waar het over gaat. Deze treedt wat meer in detail,
geeft een duidelijkere uitwerking van het geheel. Matteüs
heeft het allemaal wat kunstiger neergezet.
Men was gewoon om in Palestina een huis neer te zetten zonder veel
fundering. De vloer was aangestampt leem of zand. Het huis dat bleef
staan had meer de bouw van een Grieks huis. Dit huis zou nooit
instorten. Iedereen die dichtbij het water wilde wonen wist wel dat het
huis bestand moest zijn tegen wat regen, want in de winter dan kwamen
er wolkbreukachtige buien voor. Maar deze man bouwt toch zo’n
huis, want dat is wel goedkoper. Bij de eerste stormbui dan valt het
huis als een kaartenhuis in elkaar en is er niets meer van over.
Het stevige huis, met een goed fundament, kan elke storm aan en blijft
overeind staan.
Deze gelijkenis laat ons zien dat de buitenkant er goed uit kan zien.
Beide huizen zagen er voor het oog mooi uit, maar je kon er niet binnen
in kijken. Je kunt wel zeggen dat je gelooft, maar dat kan men van de
buitenkant niet waarnemen. God wel. En als dan ook het huis in stort
ziet iedereen het.
De gelijkenis spreekt ook over eigen verantwoordelijkheid. Hoeveel tijd
en hoeveel moeite wil je zelf investeren in je geloof? In het onderhoud
daarvan, maar ook in de groei daarin.
Het zwakke huis, is een
huis waar weinig tijd en moeite en geld in geïnvesteerd is.
Voor de buitenwereld lijkt het heel wat. Het geloof lijkt er wel te
zijn. Net als de mensen die wel luisteren naar wat Jezus zegt, maar
ondertussen wel hun eigen weg gaan, ze doen niet wat hij zegt.
Het stevige huis, is het huis waar tijd en moeite in is geinvesteerd.
De mensen die dat doen zijn de mensen die luisteren naar wat Jezus zegt
en het ook in de praktijk willen brengen. Ze proberen zo goed als
mogelijk is te leven zoals God het wil. Wanneer het even niet lukt
vragen ze ook zijn hulp daarbij. Ze zijn een rots waar je op kunt
bouwen, wat ze doen komt vanuit hun hart. God wil graag dat wij
allemaal proberen om dat oprecht te doen.
Wordt u "op en neder, heen en weder geslingerd onder invloed van
allerlei wind van leer" (Efeziërs 4:14)? Of hebt u "diep
gegraven en het fundament op de rots gelegd" (Lucas 6:48)? Het begrip
van een stevige fundering vinden wij zowel in het Oude als in het
Nieuwe Testament.
God is de Rots
van ons heil
Onze God is "de Rots, wiens werk volkomen is, omdat al zijn wegen recht
zijn; een God van trouw, zonder onrecht, rechtvaardig en waarachtig is
Hij" (Deuteronomium 32:4).
De moeder van Samuël heeft gebeden: "Er is niemand heilig
gelijk de HERE, want niemand is er buiten U, en er is geen rots gelijk
onze God" (1 Samuël 2:2).
David schreef: "O, HERE, mijn steenrots, mijn vesting en mijn
bevrijder, mijn God, de Rots, bij wie ik schuil" (2 Samuël
22:2,3). "Gods weg is volmaakt; des HEREN woord is zuiver. Hij is een
schild voor allen die bij Hem schuilen. Want wie is God behalve de
HERE, wie is een rots buiten onze God?" (2 Samuël 22:31,32).
"De HERE leeft. Geprezen zij mijn Rots, en verhoogd zij de God mijns
heils" (2 Samuël 22:47 // Psalm 18).
"Waarlijk, mijn ziel keert zich stil tot God, van Hem is mijn heil;
waarlijk, Hij is mijn rots en mijn heil, mijn burcht, ik zal niet te
zeer wankelen" (Psalm 62:2,3). "Waarlijk, mijn ziel, keer u stil tot
God, want van Hem is mijn verwachting; waarlijk, Hij is mijn rots en
mijn heil, mijn burcht, ik zal niet wankelen. Op God rust mijn heil en
mijn eer, mijn sterke rots, mijn schuilplaats is in God" (Psalm 62: 6
t/m 8).
Christus was de geestelijke Rots waarvan Israël dronk in de
woestijn; dit zegt Paulus in 1 Korintiërs 10:4.
God is de Rots van ons heil. Toch waren er velen die niet op de Rots
bouwden, zelfs onder Gods volk: "Toen werd *Jesurun vet, en sloeg
achteruit -- vet werd gij, dik en vet gemest -- en hij verwierp God,
die hem gemaakt had, hij minachtte de Rots van zijn heil"
(Deuteronomium 32:15 *'De gelukkige' - een poëtische naam voor
Israël). "De Rots, die u verwekt heeft, hebt gij
veronachtzaamd en vergeten de God, die u heeft voortgebracht"
(Deuteronomium 32:18).
Bouwen wij
voor ons eigen of voor God?
Te Babel bouwden zij voor zichzelf: "Welaan, laten wij ons een stad
bouwen met een toren, waarvan de top tot de hemel reikt, en laten wij
ons een naam maken" (Genesis 11:4). Zij waren egocentrisch: "Laten wij
ons een stad bouwen" ... "laten wij ons een naam maken". Zij bouwden
voor zichzelf en hielden geen rekening met de wil van God. Een grote
vergissing want, "Als de HERE het huis niet bouwt, tevergeefs zwoegen
de bouwlieden daaraan" (Psalm 127:1).
Abraham erkende God als bouwheer. Hij "verwachtte de stad met
fundamenten, waarvan God de ontwerper en bouwmeester is"
(Hebreeën 11:10).
De stad die Abraham zocht, is niet op aarde te vinden: "Zij hebben
beleden, dat zij vreemdelingen en bijwoners waren op aarde. Want wie
zulke dingen zeggen, geven te kennen, dat zij een vaderland zoeken. En
als zij gedachtig geweest waren aan het vaderland, dat zij verlaten
hadden, zouden zij gelegenheid gehad hebben terug te keren; maar nu
verlangen zij naar een beter, dat is een hemels, vaderland. Daarom
schaamt God Zich voor hen niet hun God te heten, want Hij had hun een
stad bereid" (Hebreeën 11:13 t/m 16).
Voor God bouwen is voor
de eeuwigheid bouwen.
Jezus bouwt Zijn gemeente
op de Rots
Eens vroeg Jezus aan Zijn
discipelen, "Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben? Simon Petrus
antwoordde en zeide: Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God!
Jezus antwoordde en zeide: Zalig zijt gij, Simon Barjona, want vlees en
bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar mijn Vader, die in de hemelen
is. En Ik zeg u, dat gij Petrus zijt, en op deze rots zal Ik mijn
gemeente bouwen en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet
overweldigen'' (Matteüs 16:15 t/m 18).
Jezus heeft "de sleutels van de dood en het dodenrijk" (Openbaring
1:18). Hij bouwt een gemeente met een stevig fundament, een gemeente
die zelfs de dood trotseert.
Jezus is het
fundament
Jerusalem op de berg Sion was een aardse voorstelling van die hemelse
stad die Abraham zocht. In de dagen van Jesaja hadden de leiders van
Jerusalem Gods woord verworpen in ruil voor een verbond met de dood. De
stad was ten dode opgeschreven. Maar God beloofde iets beters voor het
trouwe overblijfsel van Zijn volk: ''Zie, Ik leg in Sion een steen ten
grondslag, een beproefde steen, een kostbare hoeksteen van een vaste
grondslag'' (Jesaja 28:16).
Jezus is deze 'steen ten grondslag' in Sion, alsook de 'hoeksteen van
een vaste grondslag'.
Paulus zegt dat er geen ander fundament kan zijn: "Naar de genade Gods,
die mij gegeven is, heb ik als een kundig bouwmeester het fundament
gelegd, waarop een ander voortbouwt. Maar ieder zie wel toe, hoe hij
daarop bouwt. Want een ander fundament, dan dat er ligt, namelijk Jezus
Christus, kan niemand leggen" (1 Korintiërs 3:10,11).
Christus is
het fundament van Zijn gemeente
Tegenwoordig zijn er allerlei traditionele kerken en godsdienstige
groeperingen die zich christelijk noemen, maar die een fundament hebben
anders dan Christus.
Wat zei Jezus van een gelijkaardige toestand onder de Joden in Zijn
tijd? Ook zij waren in allerlei partijen verdeeld. Jesus negeerde hun
tradities en veroordeelde de partijaanhangers. "Toen kwamen zijn
discipelen en zeiden tot Hem: Weet Gij, dat de Farizeeën, toen
zij dit woord hoorden, er aanstoot aan namen? Hij antwoordde hun en
zeide: Elke plant, die mijn hemelse Vader niet geplant heeft, zal
uitgeroeid worden. Laat hen gaan, blinden zijn zij, die blinden leiden.
Indien een blinde een blinde leidt, zullen zij beiden in een put
vallen'' (Matteüs 15:12 t/m 14).
Indien de kerk of godsdienstige groepering waarvan u lid bent op iets
of iemand behalve Christus gebouwd is, wordt u blindelings door blinden
naar de afgrond geleid.
Christus is het enige fundament. Wij moeten ons vertrouwen in Hem
stellen: "gelijk geschreven staat: Zie, Ik leg in Sion een steen des
aanstoots en een rots der ergernis, en wie op hem zijn geloof bouwt,
zal niet beschaamd uitkomen" (Romeinen 9:33).
Christus is het fundament. Hij wordt ook de hoeksteen genoemd: ''Daarom
staat er in een schriftwoord: Zie, Ik leg in Sion een uitverkoren en
kostbare hoeksteen, en wie op hem zijn geloof bouwt, zal niet beschaamd
uitkomen. U dan, die gelooft, geldt dit kostbare, maar voor de
ongelovigen geldt: De steen, die de bouwlieden afgekeurd hadden, die is
geworden tot een hoeksteen en een steen des aanstoots en een rots der
ergernis, voor hen, die zich daaraan, in hun ongehoorzaamheid aan het
woord, stoten, waartoe zij ook bestemd zijn'' (1 Petrus 2:6 t/m 8).
Let op wat
bepaalt of Christus voor u de hoeksteen of een struikelblok is: u
gelooft of u bent ongehoorzaam aan het woord
Met Jezus als hoeksteen zijn de geïnspireerde apostelen ook in
het fundament. "Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer,
maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods, gebouwd op het
fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de
hoeksteen is. In Hem wast elk bouwwerk, goed ineensluitend, op tot een
tempel, heilig in de Here, in wie ook gij mede gebouwd wordt tot een
woonstede Gods in de Geest" (Efeziërs 2:19 t/m 22).
De apostelen en profeten zijn in het fundment omdat zij met de
hoeksteen verbonden zijn. Na Zijn hemelvaart stuurde Jezus de Heilige
Geest om hen alles te leren (Johannes 14:26) en om hen de weg te wijzen
'tot de volle waarheid' (Johannes 16:12,13). Het onderricht van de
apostelen is het onderricht van Christus via goddelijke inspiratie.
Daarom lezen wij over Sion in Openbaring 21:14, "En de muur der stad
had twaalf fundamenten en daarop de twaalf namen van de twaalf
apostelen des Lams."
Wat wil dat
zeggen: op de Rots bouwen?
Een aanwijzing hebben wij al in de tekst waar staat dat Christus een
struikelblok is voor wie het woord niet gehoorzaamt.
Jezus zegt hoe
wij op de Rots kunnen bouwen
"Wat noemt gij Mij Here, Here, en doet niet wat Ik zeg? Een ieder, die
tot Mij komt en mijn woorden hoort en ze doet, Ik zal u tonen aan wie
hij gelijk is. Hij is gelijk aan iemand, die bij het bouwen van een
huis diep gegraven en het fundament op de rots gelegd heeft. Toen een
watervloed kwam en de stroom tegen dat huis aansloeg, kon hij het niet
aan het wankelen brengen, omdat het goed gebouwd was. Doch wie hoort en
het niet doet, is gelijk aan iemand, die een huis op de grond bouwt
zonder fundament. Toen de stroom daar tegenaan sloeg, stortte het
terstond in en het huis werd een grote bouwval" (Lucas 6:46 t/m 49).
Op de Rots
bouwen betekent doen wat Jezus zegt
"Niet een
ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen
binnengaan, maar wie doet de wil mijns Vaders, die in de hemelen is.
Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Here, Here, hebben wij niet
in uw naam geprofeteerd en in uw naam boze geesten uitgedreven en in uw
naam vele krachten gedaan? En dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u
nooit gekend; gaat weg van Mij, gij werkers der wetteloosheid. Een
ieder nu, die deze mijn woorden hoort en ze doet, zal gelijken op een
verstandig man, die zijn huis bouwde op de rots. En de regen viel neer
en de stromen kwamen en de winden waaiden en stortten zich op dat huis,
en het viel niet in, want het was op de rots gegrondvest. En een ieder,
die deze mijn woorden hoort en ze niet doet, zal gelijken op een dwaas
man, die zijn huis bouwde op het zand. En de regen viel neer en de
stromen kwamen en de winden waaiden en sloegen tegen dat huis, en het
viel in, en zijn val was groot" (Matteüs 7:21 t/m 27).
Bouwen wij op de Rots of op het zand? In hoeverre zijn wij echt
gehoorzaam aan Christus en Zijn apostelen? "Want wie hoorder is van het
woord en niet dader, die gelijkt op een man, die het gelaat, waarmede
hij geboren is, in een spiegel beschouwt; want hij heeft zich
beschouwd, is heengegaan en heeft terstond vergeten, hoe hij er uitzag.
Maar wie zich verdiept in de volmaakte wet, die der vrijheid, en
daarbij blijft, niet als een vergeetachtige hoorder, doch als een
werkelijk dader, die zal zalig zijn in zijn doen" (Jakobus 1:23 t/m 25).
Christen-zijn betekent zich voortdurend verbeteren naar het voorbeeld
van Christus, naar het woord van God. "En wij allen, die met een
aangezicht, waarop geen bedekking meer is, de heerlijkheid des Heren
weerspiegelen, veranderen naar hetzelfde beeld van heerlijkheid tot
heerlijkheid, immers door de Here, die Geest is" (2 Korintiërs
3:18). "Bewaart uzelf in de liefde Gods, door uzelf op te bouwen in uw
allerheiligst geloof" (Judas 20).
Paulus waarschuwt: "Maar vermijd de onheilige, holle klanken; want zij
zullen de goddeloosheid nog verder drijven, en hun woord zal
voortwoekeren als de kanker. Tot hen behoren Hymeneus en Filetus, die
uit het spoor der waarheid geraakt zijn met hun bewering, dat de
opstanding reeds heeft plaatsgehad, waardoor zij het geloof van
sommigen afbreken. En toch staat ongeschokt het hechte fundament Gods
met dit merk: De Here kent de zijnen, en: Een ieder, die de naam des
Heren noemt, breke met de ongerechtigheid" (2 Timoteüs 2:16
t/m 19).
Jezus bouwt
Zijn gemeente op de Rots. Gods fundament staat vast
Ondanks al de kankerachtige afvallige leerstellingen en praktijken die
het geloof van sommigen afbreken, en de vernietigende onzedelijkheid
die de gemeente soms binnensluipt, Gods vaste fundament blijft altoos
staan.
De Here kent de zijnen. Hij weet wie op de Rots bouwt en wie op het
zand. Hij weet wie gelooft en wie ongehoorzaam is.
Bouw op de Rots
God is de Rots van ons heil. Voor God bouwen is voor de eeuwigheid
bouwen. Jezus bouwt Zijn gemeente op de Rots. Hij is het fundament. Op
de Rots bouwen betekent doen wat Jezus zegt.
"Laten wij derhalve, omdat wij een onwankelbaar koninkrijk ontvangen,
dankbaar zijn en hierdoor God vereren op een Hem welbehagelijke wijze
met eerbied en ontzag, want onze God is een verterend vuur"
(Hebreeën 12:28,29).
"Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de
toekomstige" (Hebreeën 13:14).
"Wij hebben een sterke stad; Hij stelt heil tot muren en voorwal. Opent
de poorten, opdat een rechtvaardig volk binnenga, dat zijn trouw
bewaart" (Jesaja 26:1,2). "Zijn stichting ligt op heilige bergen; De
HERE heeft Sions poorten lief boven alle woningen van Jakob. Heerlijke
dingen zijn van u te zeggen, o gij stad Gods!" (Psalm 87:1 t/m 3).
Overzicht van gelijkenissen in deze serie
- Huis op de steenrots (Mattheüs 7: 24 - 27; Lukas 6: 47 - 49)
- De vierdelige akker (Mattheüs 13: 3 - 9 en 13 - 20; Markus 4: 3 - 9 en 13 - 20; Lukas 8: 5 - 8 en 11 - 15)
- Het onkruid tussen de tarwe (Mattheüs 13: 24 - 30 en 36 - 43)
- Het mosterdzaad (Mattheüs 13: 31 - 32; Markus 4: 30 -32; Lukas 13: 18 - 19)
- De zuurdesem (Mattheüs 13: 33, Lukas 13: 20 -21)
- De schat in de akker (Mattheüs 13: 44)
- De kostbare parel (Mattheüs 13: 45 - 46)
- Het visnet (Mattheüs 13: 47 - 50)
- Het verloren schaap (Mattheüs 18: 12 - 14); Lukas 15 : 4 - 7)
- De onbarmhartige dienstknecht (Mattheüs 18: 23 - 35)
- De arbeiders in de wijngaard (Mattheüs 20: 1 - 16)
- De twee zonen (Mattheüs 21: 28 - 31)
- De boze wijngaardeniers (Mattheüs 21: 33 - 41; Markus 12: 1 - 9 en 12; Lukas 20: 9 - 16 en 19)
- De koninklijke bruiloft (Mattheüs 22: 2 - 14; Lukas 14:16 - 24)
- De tien maagden (Mattheüs 25: 1 - 13)
- De talenten (Mattheüs 25: 14 - 30; Lukas 19: 11 - 27)
- De zaadzaaier (Markus 4: 26 - 29)
- De twee schuldenaars (Lukas 7: 41 - 43)
- De barmhartige Samaritaan (Lukas 10: 30 - 37)
- De onbeschaamde vriend (Lukas 11: 5-8 )
- De rijke dwaas (Lukas 12: 16 - 21)
- De onvruchtbare vijgenboom (Lukas 13: 6 - 9)
- De torenbouw (Lukas 14: 28 - 33)
- De verloren penning (Lukas 15: 8 - 10)
- De verloren zoon (Lukas 15: 11 - 32)
- De onrechtvaardige huishouder (Lukas 16: 1-8 )
- De rijke man en de arme Lazarus (Lukas 16: 19 - 31)
- De heer en zijn knecht (Lukas 17: 7 - 10)
- De Farizeeër en de tollenaar (Lukas 18: 9 - 14)



















