DE HEILIGE SCHRIFT - DE BIJBEL
RICHTEREN
De
vindplaats van materiaal voor Bijbelstudie, geloofstudie, catechese,
school, kring, persoonlijk geloof, studie thuis, kerk, club, nieuws,
godsdienstonderwijs, zingeving en vooral heel veel mogelijkheden om je
Bijbelkennis te vergroten. Blijf
niet afhankelijk van anderen maar lees zelf de Bijbel. Investeer in
geestelijke rijkdom.
1. Zoek een tijdstip uit waar je rustig de bijbel kunt lezen 'smorgens vroeg een hoofdstuk en 's avonds een hoofdstuk. Misschien moetu een offer brengen om een half uur eerder op te staan en om een halfuur eerder naar bed te gaan. Mag het u iets kosten?
2. Voordat je begint vraagt God de Vader of Hij zich wilopenbaren spreek uw verlangens uit om Hem beter te leren kennen dathetgeen u leest dichter bij Hem brengt en dat Hij u helpt om het toe tepassen in uw leven.
3. Houd een geestelijk dagboek bij waarin je aantekeningen kuntmaken deze website geeft u een voorbeeld die je kunt gebruikenklikhier.
Probeer gedurende de dag over hetgeen je gelezen hebt na te denken,vraag aan de Heilige Geest of Hij je verder wilt onderwijzen en wilinspireren.
4. Spreek met mensen erover zoals je vrienden, vrouw, man of ganaar een bijbelkring het zal je enorm helpen om inzichten tekrijgen, probeer in praktijk te brengen wat je hebt geleerd enhet zal je stimuleren meer van Hem te willen leren.
5. Probeer verschillende vertalingen te lezen. Op deze onlinebijbel worden 4 vertalingen aangeboden. Dit geeft een beter inzicht inde bijbel en geeft vaak meer duidelijkheid.
6. Lees naast de bijbel een goed naslagwerk wat u helpt om de bijbel beter te begrijpen.
Ook is de Studiebijbel uitermate geschikt.
Je kunt ook een keus maken uit onderstaande tabel voor verdere studie.
| KEUZE COMPLEET BIJBELBOEK met UITLEG |
NAAR
DE INLEIDING OP DEZE SERIE |
KEUZE COMMENTAAR BIJBELBOEK |
||
|---|---|---|---|---|
Genesis Exodus Leviticus Numeri Deuteronomium Jozua Richteren Ruth 1 Samul 2 Samul 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen van Jeremia Ezechil Danil Hosea Jol Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Hagga Zacharia Maleachi NT Mattheus Markus Lukas Johannes Handelingen Romeinen 1 Korinthirs 2 Korinthirs Galaten Efezirs Filippensen Kolossensen 1 Thessalonicensen 2 Thessalonicensen 1 Timothus 2 Timothus Titus Filemon Hebren Jakobus 1 Petrus 2 Petrus 1 Johannes 2 Johannes 3 Johannes Judas Openbaring |
RICHTEREN Inleiding
Het boek ontleent zijn naam aan de functie van de personen die een hoofdrol spelen Enkele bekende rechters zijn bijvoorbeeld Gideon, Jefta, Simson en de vrouwelijke rechter Debora. Het centrale thema in dit bijbelboek is gehoorzaamheid aan God. Acht keer is het volk ontrouw aan God en werden daarom bestraft. Als God hen bestrafte riepen ze om genade, maar vielen daarna weer terug in hun slechte gewoonte. Dit herhaalde zich regelmatig. Het boek is in twee delen te onderscheiden. Het eerste deel beschrijft vooral de verhalen van de rechters met onder andere de historische situatie van het volk van Israël waarin God de trouw van Zijn volk op de proef stelde. Verder worden de afzonderlijke rechters behandeld . Het laatste deel zijn losstaande verhalen in de tijd dat er in Israël geen koning was en iedereen deed wat in zijn eigen ogen goed was. Dit boek bevat een zeer opmerkelijke geschiedenis van de staat Israël, zowel godsdienstig als maatschappelijk, vanaf de dood van Jozua tot aan het priesterdom en richterschap van Eli. Het land staat dan voornamelijk onder het bestuur der richteren. Hieronder moeten we niet verstaan gewone rechters, die de rechtspraak uitoefenen. Nee, de richteren werden door God geroepen en soms zelfs, volgens Gods bestiering, speciaal voor dit ambt verwekt, waarvan Simson een goed voorbeeld is. Een richter werd dan uit deze, dan uit die stam genomen. De richteren waren met Gods Geest van wijsheid en dapperheid begaafd. Ze werden door God gedreven, om Zijn recht en het recht van Zijn volk tegen de verdrukkers en vijanden van Israël overwinnend uit te voeren, de vervallen godsdienst te herstellen en te handhaven, Israël bij de vrijheid en de heilige wetten, die zij van God ontvangen hadden, te beschermen en met raad en daad in voorvallende zwarigheid bij te staan. Eerst lezen we in dit bijbelboek over de oorlogen, die de stammen, na de dood van Jozua, op Gods bevel gevoerd hebben tegen de heidense bewoners van Kanaän om die te verdrijven en uit te roeien. Het volk van Israël was echter voor het merendeel hierin zo slap, dat het God heeft mishaagd, zodat Hij meerdere heidense volkeren in het land heeft laten blijven tot Israëls beproeving en straf. Toch is Israël wel een tijdlang bij de zuivere leer gebleven. Dat duurde zolang als de vrome oudsten, die de wonderwerken van de Heer hadden gezien, leefden. Maar daarna wordt doorgaans vermeld, hoe Israël, in voorspoed zijn vrijheid misbruikende, van tijd tot tijd vervallen is in allerlei gruwelijke afgoderij der heidenen en een losbandig leven leidden. Hierover werd niet alleen algemeen gesproken, maar er worden ook enkele schrikbarende voorbeelden verteld in de hoofdstukken 17, 18, 19 en 20. God is zeer vertoornd over de afvalligheid van Zijn volk en Hij straft ze dan ook met harde straffen. Niet alleen met woorden, maar ook door ze aan hun vijanden over te leveren. Om enkele van die vijanden te noemen: Cuschan, koning van Mesopotamië, Eglon, koning der Moabieten, Jabin, kopning der Kanaänieten, de Filistijnen, Midianieten, Amalekieten en andere oosterse volken. Vervolgens de Ammonieten en dan opnieuw de Filistijnen. Al die vijanden hebben Israël lange tijd onderdrukt en geplaagd. Maar als ze zich dan in hun benauwdheid tot de Heer wenden en oprecht berouw tonen en de afgodendienst verlaten en God smeken om genade en hulp, dan ontfermt God, die waarachtig en getrouw is, zich over hen en verlost hen van hun vijanden. God maakt daarbij gebruik van bijzonderen helden, zoals Othniël, Ehud, Samgar, Debora en Barak, Gideon, Jeftha en Simson. Het gebeurt herhaaldelijk, dat het volk de weldaden Gods weer spoedig vergeet en terugvalt in de zondige leven. Er ontstaat dan een soort wisselwerking tussen zonde, straf, berouw en genade. De geschiedenis van Gideon bevat ook de driejarige regering van Abimelech, die onwettig koning was. Hij was een dwingeland en werd door God opmerkelijk gestraft. Van vijf richteren, namelijk Thola, Jaïr, Ebzan, Elon en Abdon worden geen oorlogen beschreven. Volgens sommigen zou dit boek de geschiedenis bevatten van 299 of 300 jaren, van het jaar na de schepping 2511 tot 2810. Gideon, Jefta, Simson en Deborah zijn bekende richters. Dit bijbelboek heet Rechters, naar de personen die in de meeste verhalen de hoofdrol spelen. Het Hebreeuwse woord voor 'rechter' (of 'richter') wordt ook gebruikt voor militaire en bestuurlijke leiders. In dit boek worden daar personen (zowel mannen als vrouwen) mee aangeduid die in de periode tussen de verovering van Kanaän en de instelling van het koningschap (ongeveer tussen 1200 en 1020 v.Chr.) in noodsituaties leiding gaven aan de Israëlieten. Bekende namen Bij het lezen van het boek zul je zien dat er boeiende verhalen in staan. Soms zijn de verhalen grappig, soms juist tragisch. Er staan zelfs raadsels in. Lees maar eens Rechters 14:14. Als je daarna heel hoofdstuk 14 leest, zul je de sleutel voor de oplossing van dit raadsel vinden. Bekende namen zijn Gideon (hoofdstuk 6-8), Jefta (hoofdstuk 10-11) en Simson (hoofdstuk 13-16), en de vrouwelijke rechter Debora (hoofdstuk 4-5). Het tweede deel van het boek Rechters, hoofdstuk17-21, bestaat uit twee losstaande verhalen over de toestand in Israël voordat er een koning kwam. Dit boek, het zevende in de bijbel. hET verhaalt over de periode waarin de joodse stammen geen centraal gezag kende, maar wel charismatische leiders die in gevallen van nood opstonden (of geroepen werden). Zij gaven leiding in de strijd tegen vijanden, en traden vervolgens op als rechters. De periode zonder centraal gezag is een historisch feit, maar wordt in dit boek gepresenteerd als een tijd waarin de stammen van Israël telkens werden aangevallen door andere volken. In werkelijkheid was het de periode waarin de Israëlische stammen het land Kanaän geleidelijk aan binnentrokken en daarbij strijd leverden met gevestigde stammen. Het boek is tot stand gekomen tijdens de Babylonische ballingschap. Het bestaat uit drie delen: een inleiding waarin o.a. de verovering van Kanaän beschreven wordt (hoofdstuk 1 en 2), de verhalen over de richteren (hoofdstuk 3 t/m 16), en een aanhangsel waarin onder meer verteld wordt over de bijna volledige vernietiging van de stam van Benjamin. Er waren in totaal vijftien richteren, of richters, twaaf mannen en een vrouw. Zij waren een soort verlossers, door god gezonden als het volk weer eens afvallig was geweest en daarvoor gestraft werd met onderdrukking door een ander volk. De richteren waren achtereenvolgens: Othniël, verloste het volk van de Mesopotamiërs (Rich. 3:9). Er volgde 40 jaar rust. Ehud, verloste het volk van de Moabieten (Rich. 3:15). Daarna 80 jaar rust. Samgar, sloeg de Filistijnen (Rich. 3:31). Debora, de enige vrouw in de reeks, een profetesse, versloeg de Kanaänieten (Rich. 4). Hoofdstuk 5 bevat het zgn. Deboralied. 40 jaar rust. Gideon, versloeg de Midianieten (Rich. 6-8) met een groep van driehonderd man: de Gideonsbende. Kreeg de bijnaam Jerubbaäl nadat hij een altaar voor de afgod Baäl vernietigde. 40 jaar rust. Abimelech, 3 jaar richter (Rich. 9), gedood als uitvloeisel van een vervloeking omdat hij bijna al zijn broers had vermoord. Thola, 23 jaar richter (Rich. 10:1). Jaïr, 22 jaar richter (Rich. 10:3). Jeftha, zoon van Gilead en een hoer, daarom verstoten en bendeleider geworden. Het volk van Gilead deed toch een beroep op hem om de Ammonieten te verdrijven (Rich. 11), waarna hij zes jaar richter was. Ebzan, richtte zeven jaar (Rich. 12:8). Elon, richtte tien jaar (Rich. 12:11). Abdon, richtte acht jaar (Rich. 12:13). Simson, de man met de onmetelijke kracht, bestreed de Filistijnen (Rich. 13-16) tegen wie hij na het verraad van zijn Filistijnse vrouw een grote wrok koesterde. Na zijn eerste wraakactie doodden de Filistijnen zijn vrouw, waarop Simson duizend Filistijnen doodde. Hij werd later verliefd op Delila, eveneens een Filistijnse. Aan haar vertelde hij het geheim van zijn kracht, waarop zij zijn haar afknipte en hem tegen betaling overdroeg aan haar landgenoten die hem de ogen uitstaken. In het gevang kwam zijn kracht terug; hij nam wraak door tijdens een feest een tempel in te laten storten waardoor hijzelf en ruim drieduizend Filistijnen omkwamen. Hij was 20 jaar richter. Eli, meer hogepriester dan richter, 40 jaar (1 Sam. 1). Samuël, de laatste richter (gedurende 12 jaar). Hij volgde Eli op als hogepriester en wist de Filistijnen terug te drijven. Zie 1 Samuël. Het volk vroeg om een koning, en op last van God zalfde Samuël Saul tot eerste koning van Israël. RICHTEREN : Onder Gods gezag staan De boeken RICHTEREN en Ruth horen bij elkaar. Het boek Ruth begint namelijk als volgt: "In de tijd van de rechters brak er in het land een hongersnood uit." We kunnen het boek Ruth daarom als een aanhangsel van het boek Rechters beschouwen. Het bijbelboek RICHTERENs laat zien wat er na de tijd van Jozua gebeurde. "Toen begonnen de Israëlieten te doen wat Jahweh mishaagt. Zij vereerden de baäls en verlieten Jahweh, de God van hun vaderen, die hen uit Egypte geleid had. Zij liepen achter andere goden aan, goden van de volken uit hun omgeving; zij bogen zich voor hen neer en tergden Jahweh. Zij verlieten Jahweh en vereerden Baäl en Astarte. Toen ontbrandde de toorn van Jahweh tegen Israël. Hij leverde hen over aan plunderaars die hen beroofden en gaf hen prijs aan de tegenstanders in hun omgeving, zodat zij niet langer tegen hun vijanden waren opgewassen. Alles wat zij ondernamen mislukte, omdat Jahweh tegen hen was, zoals Hij gezegd en gezworen had. Maar telkens als de nood het hoogst was liet Jahweh rechters optreden, die hen uit de greep van de plunderaars bevrijdden." (Rechters 2:11-16). Een van die RICHTERS was Gideon. Nadat Gideon het volk verlost had uit de macht van de Midjanieten, verzocht men hem de koninklijke waardigheid te aanvaarden. "Maar Gideon antwoordde: 'Ik wil uw heerser niet zijn en mijn zoon evenmin; Jahweh zal uw heerser zijn!'" (Rechters 8:23). De kern van de zaak is dat God de Vader is van zijn volk en dat het volk Hem ook als zodanig moet erkennen. Als de Koning van Israël heeft Hij de zeggenschap over zijn volk. Het is in overeenstemming met de positie van het kind dat de vader zeggenschap over zijn kind heeft en dat het kind naar zijn vader luistert. Zo is het ook in overeenstemming met hun positie dat Gods kinderen Gods gezag aanvaarden. De kern van Gods boodschap in Rechters-Ruth is dan ook: Als mijn kind sta je onder mijn gezag. Thema's/boodschap De schrijver wil in ieder geval trachten een stuk historie van zijn volk te geven. In de tijd van dit boek kent het Hebreeuwse volk geen centraal gezag. Het volk bestaat uit een confederatie van stammen die onderling verwant zijn, dezelfde taal, cultuur en godsdienst kennen. Het eerste telkens terugkerende refrein is dat het volk Israël Gods voorschriften verlaat, waarna God toestaat dat andere volken het overheersen. Wanneer het volk zich dan opnieuw tot God keert, stuurt God verlossing. Het tweede refrein is "een ieder deed wat goed was in zijn ogen". In termen van de trias politica kan men zeggen: de wetgevende macht had eenmaal voor wetten gezorgd, maar de kennis hiervan ging teloor. Door het ontbreken van een centrale uitvoerende macht ligt deze uitvoerende macht geheel bij de oudsten van een stad. Dit blijkt niet te werken, zodat het volk steeds opnieuw van God afdwaalt. Tijdsrekening De tijdsrekening van de gehele periode is onzeker. De reden hiervoor is dat het heel goed mogelijk is dat de perioden waarin de verschillende richters optraden, elkaar overlapten. Een richter in het noorden kan gelijkertijd opgetreden zijn met een richter in het zuiden. De bijlage (hoofdstuk 17-20) wordt door sommigen vlak na de dood van Jozua geplaatst, door anderen aan het eind van de richteren periode. Auteurschap Traditioneel, in de Talmoed, wordt Samuel als de auteur van het boek beschouwd. Het werd waarschijnlijk samengesteld tijdens de regeringsperiode van Saul, of aan het begin van de regeerperiode van David. Als argument hiervoor wordt gesteld dat hoofdstuk 18:31 een aanwijzing is, dat het geschreven werd terwijl de ark niet meer in Silo was, maar elders (Nob, 1 Sam 21, Gibeon, I Kron. 16:39). Het bijbelboek Ruth vormde oorspronkelijk een onderdeel van dit boek. Overzicht Richteren 1: 1 - 21 Hoe kom je klaar met telkens weer die bloedige berichten (soms helemaal uitgemeten: zie vers 6 bijvoorbeeld!) over uitroeiïng van de Kanaänieten, de oorspronkelijke bewoners van het land? Welke functie heeft vers 21? Richteren 1: 22 - 2: 5 Vanaf vers 27 komen er juist berichten van overwinningen die niet behaald zijn. Wat is de functie daarvan? Kondigt dat de moeiten waarover het Richterenboek gaat handelen al aan? Kun je zoiets voor vandaag nog toepassen (zeg niet te snel nee)?... Richteren 2: 6 - 3: 6 Hoe is het mogelijk: in het tijdsbestek van twee generaties (of één?) spoelt het bewust met God leven en wat Hij ooit voor hen deed helemaal weg. Kun je dit naar vandaag toepassen? Zie je bij ons ook zulke signalen? Kun je zeggen: zodra bijvoorbeeld de kerkdiensten niet meer trouw bezocht worden, is binnen een enkele generatie een heel deel van het levende geloof weg? Of ligt het zo radicaal niet? Richteren 3: 7 - 31 Na Otniël heeft het land 40 jaar rust, daarna komt de oppervlakkigheid weer opzetten: speelt ook nu de generatiekwestie weer? Nemen wij als ouders en kinderen tijd om echt samen, over en weer, met elkaar met het geloof bezig te zijn? Hoe zou dat indien nodig te verbeteren zijn? Is uitstel daarvan afstel? Richteren 4 Debora neemt als vrouw de leiding: mag dat wel? Hoe verhoudt zich dat met Paulus´voorschrift, dat vrouwen aan mannen ondergeschikt moeten zijn, omdat mannen het hoofd zijn (lees bijvoorbeeld 1 Tim.2)? Richteren 5: 1 - 18 De stam Ruben vond het blijkbaar niet zo nodig om heel actief mee te doen aan het bestrijden van Jabin en Sisera (vers 16). Kun je je indenken, wat er bedoeld wordt met die ‘overleggingen’ die de Rubenieten daarbij erop nahielden? Blijkbaar gaat het in het leven altijd om afwegingen, om ergens voor of tegen kiezen, om ergens je energie aan te besteden of niet enzovoort. Kun je wat concrete voorbeelden voor je eigen leven bedenken, waarbij ‘overleggingen’ een rol spelen? Richteren 5: 19 - 31 Wordt de heldenrol van Jaël niet al te wraaklustig bejubeld? Mag je de vijanden van God wel zo de dood in wensen? Richteren 6: 1 - 24 Is dat eigenlijk een teken van ongeloof, dat Gideon een teken vraagt, dat het echt de HERE is die met hem spreekt? Mogen wij vandaag ook nog tekenen vragen? Richteren 6: 25 - 40 Hoe beoordeel je de rol van de vader van Gideon? Hij had dus een altaar en gewijde paal voor Baäl: betekent dat, dat hij helemaal ongelovig geworden was gezien zijn reactie op Gideons’ nachtelijke actie? Staat dat ver van ons af, deze vorm van afgoderij, of zouden er wel es meer Joassen in de kerk kunnen zitten dan we in eerste instantie doorhebben (wijzelf ook, of een beetje)? Richteren 7: 1 - 18 Waarom mogen maar 300 mannen meedoen met de bevrijdingsactie? Wat is de rol van vers 13 en 14: nog een laatste kans voor bekering of overgave of is dat te ver gedacht (-denk eens aan de moordenaar aan het kruis bijvoorbeeld)? Richteren 7: 19 - 8: 9 Een heel krijgshaftig stuk (bijvoorbeeld vers 7): wat voor gevoelens (geloofsgevoelens vooral ook) roept dit bij je op en hoe deel je dat met de HERE? Richteren 8: 10 - 35 Op Midian is veel goud buit gemaakt: de duivel maakt er meteen een valstrik van. Zo’n geloofsheld als Gideon gaat er zelfs door onderuit. Die gouden efod die Gideon maakt is zonde tegen het tweede gebod: ze schrijven Jahwe er niet mee af, alleen willen ze Hem zo voor hun karretje spannen. Kun je dat eens naar vandaag toepassen: in welke soortgelijke valstrikken trappen wij als we niet onze ogen goed open hebben? Richteren 9: 1 - 33 Misschien hebben de gelovigen van die dagen wel gezegd: hoe heeft God dit onrecht van Abimelech kunnen toelaten, dat hij op deze goddeloze wijze de macht naar zich toegetrokken heeft. Maar God spint lange draden: pas na jaren zet God dit recht. Zijn wij er soms ook niet al te snel bij om meteen na een onbegrijpelijke gebeurtenis God verwijten te maken dan wel ter verantwoording te roepen? Lukt het ons om juist in onbegrijpelijke situaties, ook al is het met veel geloofsstrijd, God te vertrouwen en op God te wachten? Gods adem is vaak langer dan de onze. Richteren 9: 34 - 10: 18 Vers 10-16 zijn emotioneel en aangrijpend. Je snapt de teleurstelling bij God en dat zijn geduld een keer op raakt. Tegelijk is Gods hart zo gevoelig voor de bekering van zijn volk en vooral voor de nood waarin ze zitten. Raakt dit gedeelte jou ook en helpt het jou om ook na misschien wel een heel slechte geloofsperiode of na erge zonden toch naar God terug te durven gaan, omdat je vastgelopen bent in je leven? Jezus zei het al en bewees het: ik ben gekomen voor zondige mensen en niet voor rechtvaardigen, voor zieken en niet voor gezonden. Durven wij God te vertrouwen, dat er altijd een weg naar Hem terug is? Richteren 11: 1 - 28 Hoewel God bijna genoeg heeft van het verlossen van een ondankbaar volk (10:14), gaat Hij toch door – nu via de redder Jefta. Wegens afkomst is dit hoerenjong buiten Gods volk geplaatst, maar hij blijkt zich wel een kind van dit volk te voelen : hij kent de geschiedenis van zijn volk prima en weet zo de vijand het juiste antwoord te geven. Richteren 11: 29 - 12: 15 Jefta wordt door de Geest in dienst genomen. Hij belooft dat de eerste die uit zijn huis komt voor God zal zijn. Dat hij een gelofte aan de HERE deed, was een teken van inzet voor zijn God, een gegrepen zijn door de Geest (vs.29). Betekent de afloop dat God zijn te snelle gelofte afstraft (Prediker 5:1-2) of dat Jefta laat zien hoe betrouwbaar hij is (Prediker 5:3)? Richteren 13 God gaat Zijn volk redden door een bijzonder man. Iedereen kon nazireeër worden. Dat betekende dat je je aan God wijdde voor een bepaalde tijd. Die tijd dronk je geen wijn, ging je niet naar de kapper en mocht je niet in de buurt van een dode zou komen. Dat gold voor een bepaalde tijd. Simson kreeg levenslang: een bijzonder mens, Gods redder voor dit volk. Richteren 14 Simson is niet uit op een avontuurtje met een vrouw, maar op oorlog met Gods vijanden (vs.4) : de Geest van God port hem op (13:25). Hij zoekt een aanleiding om de strijd met Gods vijanden te beginnen. Is het dan nog wel terecht dat zijn vader en moeder tegen zijn dat hij met een heidin trouwt? Heiligt het doel dit middel? Richteren 15: 1 - 16: 3 Simson is geen persoonlijke vete aan het uitvechten is met de filistijnen. Als zijn vrouw aan een ander gegeven is, heeft de richter de aanleiding die hij zoekt om de strijd tegen de filistijnen te beginnen. Nu slaat de vlam in de pan...en Simson wilde dat ook. Het was Gods Geest die hem aanvuurde Gods strijd te strijden – ondanks Gods volk. Richteren 16: 4 - 31 De krachtpatser Gods wordt geveld ….door een vrouw. Dat is het einde van Simson. Hij houdt hen (onbewust) de spiegel voor. Want : Simsons zonde is Israëls zonde. Was Israël ook niet aan gaan pappen met de heidenen? Dat is de tragiek : samen zakken ze weg in de zonde. Het wachten is op Iemand die kan redden van de zonde zonder er zelf in onder te gaan Richteren 17: 1 - 18: 10 Aan wat de stam Dan overkwam, kun je precies zien hoe het in de Richterentijd toeging. Dan kreeg een plek in het midden van het land toegewezen (vergelijk 13:2). Maar omdat ze de vijanden niet uitroeien, komt Dan daar knel te zitten. Een groep Danieten maakt dan een tocht naar het noorden om een stad te veroveren: ze organiseren buiten God om leefruimte. Richteren 18: 11 - 31 Op hun rooftocht richting noorden rooft de bende uit Dan de tempel van een zekere Micha leeg. Het beeld gaan ze vereren en ze organiseren ook een priester. Het lijkt de dienst aan God, maar is de dienst aan een beeld. Het lijkt het eren van Gods naam, maar is de verering van eigen kracht. Dan leeft buiten God om. Richteren 19: 1 - 15 Wie een beeld vereert, heeft geen contact met God. Wie een beeld aanbidt, kijkt in een spiegel van zichzelf. Gods volk zonder contact met de levende God wordt nog erger dan heidenen. Er was geen koning die namens God het volk beïnvloedde. Wat is een mens zonder Christus? Richteren 19: 16 - 30 Wie de levende God vervangt door een beeld, wordt overgegeven aan hartstocht en onreinheid “zodat...het lichaam onteerd wordt” (Romeinen 1:24). De perverse zonde in Gibea laat zien hoe diep een mens zakken kan. Er was geen koning…wanneer komt de Messias, de Christus met Zijn Geest? Richteren 20: 1 - 28 Op zijn sterfbed ziet vader Jakob hoe Benjamin als een roofdier - een verscheurende wolf - op zal treden (Genesis 49:27). Dat blijkt in ons hoofdstuk: als de andere elf stammen een strafexpeditie tegen hun broer Benjamin op touw zetten, slaat Benjamin zo hard terug dat alleen al op de eerste dag tweeëntwintigduizend Israëlieten omkomen – wat een wolf ! Richteren 20: 29 - 48 Waar liefde woont, gebiedt de HERE Zijn zegen….deze oorlog onder Gods volk is het tegenovergestelde. Deze wraakoefening breekt het getal van Gods volk (twaalf) doordat één stam wordt weggevaagd. Het doet denken aan Judas die uit Gods twaalftal viel: het waren er nog maar elf. En toen? Richteren 21 Het twaalftal wordt hersteld: Benjamin krijgt weer een plek. Gods werk gaat door. De HERE heeft een plan met Benjamin – ook voor ons. Uit Benjamin komt Paulus die er trots op is uit Benjamin te zijn (Filippenzen 3:5). Als deze Benjaminitische vechtersbaas door Christus in dienst genomen wordt, is hij Gods voertuig voor de blijde boodschap aan heel de wereld.
Hier nog een overzicht BijbelboekenHet Christendom heeft 66 bijbelboeken, 39 in het Oude Testament en 27 in het Nieuwe TestamentOude TestamentDe boeken van het Oude Testament zijn dezelfde als die van de Tenach, de joodse Bijbel (Hebreeuwse bijbel)
Nieuwe TestamentHet nieuwe testament bestaat uit 4 evangelieën, en brieven van Paulus, Jakobus, Petrus, Johannes en Judas.
Bij elk Bijbelboek in deze serie tref je een mooi overzicht aan van de hoofdstukken. Lees hier nog eens verder |
OT INLEIDING Genesis Exodus Leviticus Numeri Deuteronomium Jozua Richteren Ruth 1 Samuël 2 Samuël 1 Koningen 2 Koningen 1 Kronieken 2 Kronieken Ezra Nehemia Esther Job Psalmen Spreuken Prediker Hooglied Jesaja Jeremia Klaagliederen van Jeremia Ezechiël Daniël Hosea Joël Amos Obadja Jona Micha Nahum Habakuk Zefanja Haggaï Zacharia Maleachi NT Matthëus Markus Lukas Johannes Handelingen Romeinen 1 Korinthiërs 2 Korinthiërs Galaten Efeziërs Filippensen Kolossensen 1 Thessalonicensen 2 Thessalonicensen 1 Timothëus 2 Timothëus Titus Filemon Hebrëen Jakobus 1 Petrus 2 Petrus 1 Johannes 2 Johannes 3 Johannes Judas Openbaring |


















