De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God:
1
2 3
4 5
6 7
8 9
10
HET TWEEDE GEBOD
Volgens het boek Exodus,
ontving Mozes op de top van de berg Horeb in de woestijn Sinaï
van de HERE ofwel JHWH op twee stenen tafels
Gij zult u geen gesneden beeld,
noch enige gelijkenis maken, van hetgeen boven in den hemel is,
noch van hetgeen onder op de aarde is, noch van hetgeen in de wateren
onder de
aarde is. Gij zult u voor die niet buigen, noch hen
dienen; want Ik, de HEERE uw God, ben een ijverig God, Die de misdaad
der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde, en aan het vierde
lid dergenen, die Mij haten; En doe barmhartigheid aan duizenden
dergenen, die Mij liefhebben, en Mijn geboden onderhouden.

Sleutelwoorden: rechtvaardigheid, respect, gezag
Uitwerking
- Toets telkens weer uw politieke spreken aan het Woord van God.
- Is uw God wel de God van de Bijbel.
- Ga niet op in materialisme en geef geen ruimte aan aanstootgevende en Godonterende cultuuruitingen.

Aandachtspunten
God
is de HEER van de schepping.
Gebruik
zorgvuldig de schepping, met
Voorkoming van uitputting en overproductie. Eerst denken, dan
doen.
God regeert de wereld(politiek). Hij is het begin en het
einde.
Heb God lief en niet het geld. Verslinger je niet aan idolen.
Winst is een levensmiddel geen levensdoel. Wees geen slaaf
van geld.
Het eigen ego is een afgod. Verhef je nimmer boven de ander.
Breng offers aan God, niet aan de zakelijke carrière. Geen
torens van Babel.
Redenen om met het
bovenstaande rekening te houden
Als
je de bijbel erop naslaat, zie je hoe hij vol zit met beelden en
verhalen. Wat de Schrift ons te zeggen heeft, zijn geen abstracte
waarheden. De Schrift vertelt een geschiedenis en zij doet dat op
aanschouwelijke wijze. Zelfs over de onzichtbare God wordt op een heel
plastische manier gesproken: Hij voelt, Hij spreekt, Hij handelt als
een mens! En wanneer de Schrift ons wil zeggen hoe God is en wat Hij
aan mensen doet, gebruikt hij woorden van verte en nabijheid, beelden
van mens en natuur: de koning die over zijn volk regeert, de herder die
zijn schapen weidt, de man die zijn vrouw blijft liefhebben, de
geliefde die gezocht wordt in de stad, de vader die leven geeft, de
moeder die haar kind niet kan vergeten, de rots en de vaste burcht, het
schild dat beschermt... Wat een rijkdom aan béélden! God
treedt dus op met een veelheid van gezichten. Nu eens wordt God de
eeuwig vreedzame genoemd, dan weer de strijdlustige voorvechter en de
heftige minnaar. Soms is Hij de schoot die je moederlijk omvat. En even
later is Hij de Vader die je loslaat.
Als Israël weigert om beelden te maken van Jahweh, dan heeft dit
iets te maken met de vrees voor vreemde godsdiensten. Deze hebben
immers geprobeerd het goddelijke zichtbaar en tastbaar, maar vooral
hanteerbaar en bruikbaar te maken. Israël wilde elke
dubbelzinnigheid vermijden. Het wilde niet dat zijn God op dezelfde
wijze zou vereerd worden als die andere goden. Dan zou de indruk kunnen
ontstaan dat de God van Israël was zoals al die vreemde goden. Dat
Hij gewoon een god onder die vele andere was.
In het Oosten werden godenbeelden gezien als dragers van goddelijke
tegenwoordigheid. Door middel van dergelijke beelden probeerden mensen
vat te krijgen op goddelijke krachten. Het bezit van beelden gaf je een
zekere macht over de godheid zelf. De godheid wordt dan gevangen
gehouden in het beeld. Je kunt hem naar eigen behoeftes en noden naar
je hand zetten. De bijbel wijst dergelijke magie van de hand. Aan
mascottes en medailles moeten geen buitengewone krachten worden
toegeschreven. De God van Israël onttrekt zich aan de greep van de
mens. Je kunt Hem niet vastleggen. God laat zich niet opsluiten in
beelden, door mensenhanden gemaakt. Je kunt op geen enkele wijze over
Hem beschikken.
Als reddende God is Jahweh ook aan geen enkele plaats of tijd gebonden.
Juist daarom mag van Hem geen beeld gemaakt worden. Als men zich Jahweh
als een onbeweeglijke grootheid voorstelt, wordt zijn ware wezen
ontkend. In het verhaal van het volk van Israël heeft God zich
juist laten kennen als een beweeglijke God, die met zijn volk doorheen
de geschiedenis meetrekt. Er wordt een God getoond die vanuit zijn
onveranderende trouw aan mensen telkens ànders en elders is.
Deze God kun je niet in een vaststaand beeld vangen. Een statisch
godsbeeld - 'zo is het en niet anders' - laat weinig ruimte voor die
eigenheid van God.
De voorstelling die wij ons van God maken, kan een aantrekkelijk beeld zijn:
Onze-Lieve-Heer,
God zorgt voor ons, wat God doet, is welgedaan, enz. Het kan ook een
afschrikwekkend beeld zijn: God kijkt voortdurend op je vingers, God
laat niet met zich spotten, God oordeelt streng. Het kan een vroom
beeld zijn: God als een troost bij verdriet. Het kan een verzachtende
zalf zijn op wonden (onrecht en lijden) die mensen te verduren krijgen.
Een God die moet instaan voor het vervullen van je wensen en het
welslagen van je ondernemingen. Een God die verplicht wordt je gebeden
te verhoren, je vragen te beantwoorden en je problemen op te lossen.
Een God die je rust en veiligheid biedt. Of het is een droombeeld dat
wij volstoppen met onvervulde wensen. Of een spookbeeld, het resultaat
van een onverwerkt verleden, van allerhande frustraties en
angstgevoelens.
Het is bedroevend te zien hoe verstandige mensen, op hun terrein
goed onderlegd, soms een reeds lang achterhaald en zelfs infantiel
godsbeeld blijven hanteren, om vervolgens zulke god af te wijzen.
Het blijkt dat we ten aanzien van onze eigen belangen wel overal rekening mee houden.

UIT DANKBAARHEID GAAN VOOR HET
BESTE RESULTAAT
In Zijn onderwijs in de Bergrede zei
Jezus: "Wie dan één van de kleinste dezer geboden
ontbindt en de mensen zo leert, zal zeer klein heten in het Koninkrijk
der hemelen; doch wie ze doet en leert [ook de kleinste geboden], die
zal groot heten in het Koninkrijk der hemelen" (Matth. 5:19). In deze
gehele rede verklaarde, verduidelijkte en verheerlijkte Jezus de Tien
Geboden. Hij toonde aan dat deze geestelijke wet een levende wet is
– zoals de wet van de zwaartekracht of van de traagheid. Wanneer
u deze wet schendt, wordt u geschonden!
Wij
hebben gezien dat wanneer mensen of volken het eerste gebod overtreden
("Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben"), zij daarmee
onvermijdelijk de straf van lijden en ellende over zichzelf en hun
nageslacht brengen. Zij snijden zich af van de oorsprong van hun
bestaan, van het doel van het leven, van de wetten die hun geluk, vrede
en vreugde zouden hebben geschonken. Veel mensen die van de ware God
zijn afgesneden, zijn leeg, gefrustreerd en diep ongelukkig. En of het
nu wordt veroorzaakt door de verschrikkingen van oorlog, individuele
geweldpleging, of eenvoudig door het ontbinden van vergankelijk
menselijk vlees, het uiteindelijke lot van alle van God afgesneden
mensen is een oneervolle dood – zonder hoop op of belofte van een
eeuwig leven erna.
omeinen
6:23 Want het loon, dat de zonde geeft, is de dood, maar de
genade, die God schenkt, is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze
Here.
Openbaring
21:8 Maar de lafhartigen, de ongelovigen, de verfoeilijken, de
moordenaars, de hoereerders, de tovenaars, de afgodendienaars, en alle
leugenaars; hun deel is in de poel, die brandt van vuur en zwavel: dit
is de tweede dood.
Het tweede gebod
De
mens is dus onvolledig doordat hij zich heeft afgesneden van de zuivere
aanbidding van de ware God. Toch moet hij alleen die God aanbidden:
"Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben."
Het
tweede gebod leert ons hoe wij de ware God moeten aanbidden, welke
valkuilen wij bij onze aanbidding dienen te vermijden, en welke
duurzame zegen of straf ons nageslacht staat te wachten als gevolg van
de wijze waarop wij de Almachtige God aanbidden.
Exodus
20:4 Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van
wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat
in de wateren onder de aarde is. 5 Gij zult u voor die niet
buigen, noch hen dienen; want Ik, de Here, uw God, ben een naijverig
God, die de ongerechtigheid der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het
derde en aan het vierde geslacht van hen die Mij haten, 6 en die
barmhartigheid doe aan duizenden van hen die Mij liefhebben en mijn
geboden onderhouden.
Het
natuurlijke denken van de mens schreeuwt als het ware om iets wat hem
helpt bij zijn aanbidding van God. Hij wil iets tastbaars wat hem aan
de onzichtbare God 'herinnert' – een 'hulpmiddel' bij het
aanbidden. Dit is echter precies wat in dit gebod wordt verboden!
Jezus zei:
Johannes 4:23 maar de ure komt en is nu, dat de waarachtige
aanbidders de Vader aanbidden zullen in geest en in waarheid; want de
Vader zoekt zulke aanbidders.
Merk op dat het uitsluitend de "waarachtige" aanbidders zijn die
in staat zijn de Vader in geest en in waarheid te aanbidden. Vele
anderen nemen de een of andere vorm van aanbidding aan, maar omdat zij
hun aanbidding door een vals begrip van God beperken, is het vrijwel
tevergeefs.
Vers 24 God is geest en wie Hem aanbidden, moeten aanbidden in geest en in waarheid.
Zodra
iemand de een of andere uitbeelding van God maakt, miskent Hij dat wat
in God essentieel is. God is het wezen van alle macht, van alle
wijsheid, van alle liefde. God is onbegrensd. Wanneer de mens een
mentaal of fysiek beeld van God opricht, beperkt hij automatisch in
zijn eigen gedachten en aanbidding de God die niet beperkt kan worden!
De grondslag van afgoderij
Menigmaal waarschuwde God, na de Tien Geboden te hebben herhaald, Israël tegen elke vorm van afgoderij.
Leviticus 26:1 Gij zult u geen afgoden maken; een gesneden
beeld noch een gewijde steen zult gij u oprichten; ook een steen met
beeldhouwwerk zult gij in uw land niet zetten, om u daarvoor neder te
buigen, want Ik ben de Here, uw God.
Onophoudelijk keerde God zich tegen iedere afgod en ieder afgodsbeeld dat bij aanbidding werd gebruikt.
Laten
wij echter, om alle misverstand te voorkomen, even bij dit punt
stilstaan en erop wijzen dat God niet beeldende kunst veroordeelt, maar
het oprichten van een beeld of enige andere voorstelling om u daarvoor
neer te buigen. In het oorspronkelijke gebod in Exodus 20:4-6
veroordeelt God niet elk gesneden beeld en iedere afbeelding, maar,
zoals het gebod zegt: "Gij zult u voor die niet buigen, noch hen
dienen." Het is dus het gebruik van kunst als 'hulpmiddel' bij het
aanbidden dat God veroordeelt!
De
ware basis van alle afgoderij is dat de eigenzinnige, opstandige mens
weigert zich over te geven om de ware God te aanbidden op de wijze die
Hij gebiedt! Doordat de mens de ware God niet werkelijk kent, noch Zijn
Geest bezit, meent hij een 'hulpmiddel' of 'voorstelling' nodig te
hebben om hem bij te staan in de aanbidding van het door hemzelf
uitgedachte begrip van God. Let erop dat dit tweede gebod niet spreekt
over de aanbidding van een afgod – dat wordt verboden in het
eerste gebod. Dit tweede gebod verbiedt het gebruik van stoffelijke
'hulpmiddelen' bij het aanbidden van de onzichtbare God.
Iemand die bekeerd is kent God
Niemand die God werkelijk kent als zijn Vader – niemand die in
dagelijks contact met Hem leeft – heeft een beeld of voorstelling
nodig om hem bij het bidden te helpen. Indien iemand meent een
dergelijk hulpmiddel nodig te hebben, komt dat eenvoudig omdat hij God
niet heeft leren kennen – en omdat hij ongetwijfeld niet is
vervuld van, noch wordt geleid door de heilige Geest van God. Teneinde
God in de geest te aanbidden, moet u de heilige Geest hebben.
Romeinen
8:9 Gij daarentegen zijt niet in het vlees, maar in de Geest,
althans, indien de Geest Gods in u woont. Indien iemand echter de Geest
van Christus niet heeft, die behoort Hem niet toe.
God
schenkt Zijn heilige Geest echter alleen na bekering en doop, en alleen
aan hen "die Hem gehoorzaam zijn" (Hand. 2:38; 5:32). In onze tijd
geven slechts zeer weinig mensen zich werkelijk over om God te
gehoorzamen, met Hem te wandelen, Hem te laten heersen over al hun
gedachten, woorden en daden. Derhalve kennen zij God niet. Hij lijkt
ver weg – onwerkelijk – vaag. Zij hebben een fysieke
'herinnering' of oriëntatiepunt nodig, die hen moet helpen zich te
realiseren dat Hij bestaat en er is om hun gebeden te verhoren!
Afbeeldingen van Jezus
Duizenden belijdende christenen gebruiken bij hun aanbidding
voorstellingen of afbeeldingen van een zogenaamde Jezus Christus; zij
hangen die zelfs duidelijk zichtbaar in hun woning op. Wat zegt de
Bijbel aangaande dergelijke afbeeldingen?
In de allereerste plaats verbiedt het tweede gebod nadrukkelijk
het gebruik van ieder voorwerp dat God moet voorstellen of gemakkelijk
voorwerp van aanbidding kan worden. Jezus Christus is God.
Hebreen
1:8 maar van de Zoon [zegt de Vader]: Uw troon, o God, is in alle
eeuwigheid en de scepter der rechtmatigheid is de scepter van zijn
koningschap.
Aangezien Christus God is, geldt dit verbod direct elke afbeelding of gelijkenis van Zijn persoon!
Voor
hen die over dit punt willen 'redeneren' of argumenteren zij bovendien
vermeld, dat die zogenaamde portretten van Christus niet de geringste
gelijkenis vertonen met het werkelijke uiterlijk van Jezus Christus!
Als mens was Jezus een Jood.
Hebreen 7:14 het is immers duidelijk, dat onze Here uit Juda…
De gelaatstrekken in de meeste vermeende portretten van Hem zijn duidelijk niet-Joods!
Als het Woord van God inspireerde Christus de apostel Paulus om te schrijven:
1 Corinthe 11:14 Leert de natuur zelf u niet, dat, indien een man lang haar draagt, dit een schande voor hem is.
Toch laten deze afbeeldingen onveranderlijk een man zien met lang
haar, weke, vrouwelijke gelaatstrekken, en een sentimentele,
schijnheilige blik in de ogen.
Dit is niet de Christus van de Bijbel!
Jezus
was zonder enige twijfel een zeer manlijke verschijning. Als jongeman
was Hij timmerman en werkte Hij veel in de open lucht. En ook in de
periode van Zijn predikambt bracht Hij het grootste deel van Zijn tijd
buitenshuis door. Mannen die afgebeeld staan op oude munten uit die
Romeinse periode hebben kort geknipt haar.
De meeste kruisbeelden, portretten en voorstellingen van Jezus
zijn dus volledig in strijd met elke beschrijving van Hem die in het
heilige Woord van God wordt gegeven! Ze geven een in alle opzichten
onjuist beeld van de ware Jezus Christus.
Jezus'
gezicht moet er verweerd en gebruind hebben uitgezien. Hij had geen
vrouwelijk voorkomen en Zijn haar was kort als dat van een man. Hij had
geen fijne, aristocratische trekken, maar, zoals Hij Jesaja inspireerde
Zijn menselijke verschijning te beschrijven:
Jesaja
53:2 … hij had gestalte noch luister, dat wij hem zouden
hebben aangezien, noch gedaante, dat wij hem zouden hebben begeerd.
Als mens was Jezus een normale, gezonde, misschien wat robuust
uitziende jonge Jood van begin dertig, die met ernst en overtuiging de
boodschap predikte van Gods weldra komende Koninkrijk of heerschappij
over deze aarde.
Als
wij echter aan Jezus' uiterlijk denken, moeten wij, althans in algemene
zin, bedenken hoe Hij er vandaag uitziet. Hij heeft dit voor ons
beschreven in Openbaring 1.
Openbaring
1:14 en zijn hoofd en zijn haren waren wit als witte wol, als
sneeuw, en zijn ogen als een vuurvlam; 15 en zijn voeten waren
gelijk koperbrons, als in een oven gloeiend gemaakt, en zijn stem was
als een geluid van vele wateren. 16 En Hij had zeven sterren in
zijn rechterhand en uit zijn mond kwam een tweesnijdend scherp zwaard;
en zijn aanzien was gelijk de zon schijnt in haar kracht. 17 En
toen ik Hem zag, viel ik als dood voor zijn voeten; en Hij legde zijn
rechterhand op mij en zeide: Wees niet bevreesd, Ik ben de eerste en de
laatste.
Het gelaat van Jezus straalt nu schittering en macht uit. Als menselijk wezen zou u Hem niet recht durven aankijken!
Velen
zullen beweren dat zij deze portretten of afbeeldingen niet aanbidden.
Dat is misschien zo. Maar een dergelijk vals beeld of begrip van
Christus komt hun ongetwijfeld heel dikwijls in de geest als zij aan
Christus denken, of als zij bidden. Deze valse portretten en beelden
komen in feite tussen hen en Christus te staan. Ze scheiden de
aanbidder en Christus!
Indien
u zulke afbeeldingen of portretten van Christus gebruikt, overtreedt u
het tweede gebod! En u beperkt in ernstige mate uw begrip van de
levende Christus – die nu in heerlijkheid zit aan de rechterhand
van God in de hemel, terwijl Zijn gelaat straalt als de zon!
Aanbidding van systemen en instellingen
Een der meest voorkomende vormen van moderne afgoderij is dat men
van zijn eigen kerk of samenleving een afgod maakt. Voor veel mensen
wordt de samenleving van deze wereld – met haar voorschriften,
gewoonten en tradities – letterlijk een god. Veel mensen zijn
vreselijk bang iets te doen wat als anders of 'raar' zou kunnen worden
beschouwd. Zij vinden dat men zich aan deze wereld en haar gewoonten
moet conformeren.
Maar God gebiedt:
Romeinen
12:2 En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt
hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen
wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene.
Gehoorzaamheid aan dit gebod moet wel erg moeilijk schijnen voor
mensen die menen dat wat andere mensen denken, zeggen en doen, juist
moet zijn.
De Bijbel laat zien dat in Jezus' tijd vele mensen in hun aanbidding te kort schoten:
Johannes 12:43 want zij waren gesteld op de eer der mensen, meer dan op de eer van God.
Mensen
willen 'er bij horen', ze willen net zo spreken en doen als hun
collega's, familieleden, hun kerk of de maatschappij, in plaats van
gehoor te geven aan de rechtstreekse geboden van God. Zij zijn schuldig
aan afgoderij. Een bepaalde groep mensen of een organisatie wordt voor
u een afgod in de plaats van de ware God!
Ook
het ritueel in een kerkdienst is een gevaar, want hoe verfijnd het
ritueel van sommige instellingen ook moge zijn, het is en blijft een
fysieke gewaarwording voor de mens en is geen geldig substituut voor de
zuivere aanbidding van God "in geest". De Bijbel waarschuwt
ondubbelzinnig dat de mensen van onze tijd "een schijn van godsvrucht"
hebben, maar "de kracht daarvan verloochend" hebben (2 Tim. 3:5).
De ware God is de onzichtbare, Eeuwige Schepper en Heerser van het universum. Hoe dient u Hem te aanbidden? Hij antwoordt:
Jesaja
66:2 Dit alles heeft immers mijn hand gemaakt en zo is dit alles
ontstaan, luidt het woord des Heren; op zulken sla Ik acht: op de
ellendige [behoeftige, arme, nederige], de verslagene van geest en wie
voor mijn woord beeft.
U
moet God rechtstreeks aanbidden – en met een nederig en
bereidwillig hart. U moet Gods Woord bestuderen, bereid zijn u erdoor
te laten corrigeren, en beven voor het gezag dat het over uw leven
heeft! Met een hart dat bewezen heeft zich in berouw en gehoorzaamheid
te onderwerpen, dient dagelijks op uw knieën tot God in de hemel
te bidden, en ook in stil gebed tijdens uw dagelijks werk. U moet Hem
leren kennen en liefhebben als uw Vader.
Evenals
Henoch, Noach en Abraham moet u leren 'wandelen met God' en voortdurend
en in toenemende mate, met steeds grotere toewijding, in gemeenschap
met Hem zijn, elke dag van uw leven. Dan zult u er, geleid door Zijn
Geest nooit aan denken een beeld of portret te gebruiken als hulpmiddel
bij gebed en aanbidding van de grote soevereine Heerser van dit
universum, uw persoonlijke Vader in de hemel.
Een ernstige waarschuwing en belofte
Wij hebben gezien dat God het maken van elke gelijkenis of beeld van Hem verbiedt:
Exodus 20:5 Gij zult u voor die niet buigen, noch hen
dienen; want Ik, de Here, uw God, ben een naijverig God, die de
ongerechtigheid der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en
aan het vierde geslacht van hen die Mij haten, 6 en die
barmhartigheid doe aan duizenden van hen die Mij liefhebben en mijn
geboden onderhouden.
Omdat
God onze Vader is, is Hij in liefde ijverig voor ons eeuwig welzijn.
Hij waakt angstvallig over ons, in de zin dat Hij niet wil dat door
Zijn kinderen valse goden worden aanbeden. Dit is uiteraard voor ons
eigen welzijn!
Indien
wij in een afgodische en ijdele vorm van aanbidding volharden, dan,
zegt God, zal Hij onze ongerechtigheid aan onze kinderen, kleinkinderen
en achterkleinkinderen wreken. Deze verklaring en dit beginsel heeft
vele implicaties.
Eén betekenis is in dit verband evenwel zeer duidelijk.
Indien mensen bij aanbidding een gelijkenis, een afbeelding of iets
anders in de plaats van God stellen en onder de invloed van deze valse
aanbidding raken, dan schaden zij niet alleen zichzelf, maar tevens hun
kinderen en kleinkinderen! Het punt is dat hun onjuiste opvatting van
aanbidding op hun kinderen zal worden overgedragen en daardoor hun
leven en geluk zal verminken en verwoesten! Het is een ernstig en
verschrikkelijk vergrijp op deze wijze een valse voorstelling van God
aan uw kinderen over te dragen. Het is een van de schrikwekkendste
dingen die iemand kan doen! Maar gekoppeld aan deze waarschuwing geeft
God een genadige belofte aan hen die bereid zijn Hem te aanbidden zoals
Hij gebiedt. Voor deze mensen is Hij een liefhebbende en barmhartige
God, "die barmhartigheid doe aan duizenden van hen die Mij liefhebben
en mijn geboden onderhouden".
Wij
zien hier een opmerkelijke tegenstelling. God wreekt de ongerechtigheid
der vaderen slechts tot aan het derde en vierde geslacht alvorens
tussenbeide te komen met genadige bestraffing en het doen ontwaken tot
waarheid. Maar Hij toont barmhartigheid tot aan het duizendste geslacht.
God
roept mensen in Zijn eigen directe geestelijke aanwezigheid, opdat zij
hun Schepper rechtstreeks aanbidden. De mensen kunnen de grote God van
het universum werkelijk leren kennen als hun persoonlijke Vader.
Dagelijks kunnen zij met Hem wandelen, met Hem spreken. Wanneer iemand
ophoudt met deze rechtstreekse, persoonlijke aanbidding van de Eeuwige
God, dan brengt hij de vernietiging van zijn eigen karakter teweeg
– hij overtreedt immers het gebod van God.
Dit is de betekenis en de kracht van het tweede gebod.
Het blijkt dat we ten aanzien van onze eigen belangen wel overal rekening mee houden.

UIT DANKBAARHEID GAAN VOOR
INNOVATIE VAN JE HANDELEN
De profeet David was een man naar Gods hart (Hand. 13:22). David
schreef:
Psalmen
119:97 Hoe lief heb ik uw wet! Zij is mijn overdenking de
ganse dag.
David bestudeerde en overpeinsde Gods wet dagelijks! Hij leerde de wet
op elke situatie in het leven toe te passen.
Dit schonk hem wijsheid.
Vers 98 Uw gebod maakt mij wijzer dan mijn vijanden, want het
is altoos bij mij.
Gods wet wees David de weg die hij diende te gaan – schonk
hem een levenswijze.
Vers 105 Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op
mijn pad.
In deze 119e Psalm verklaarde David voortdurend hoe lief hij Gods wet
had en hoe hij deze wet als richtsnoer voor zijn leven gebruikte. Doet
u dat ook?
De meeste mensen is geleerd dat Gods wet is afgeschaft. Of anders heeft
u zich eenvoudig niet gerealiseerd dat het de enige levenswijze is die
de mens geluk en vreugde zal brengen. U wist niet dat Gods wet de
natuur en het karakter van God openbaart. En God gebiedt ons:
1 Petrus 1:16 … Weest heilig, want Ik ben heilig.
Bedenk dat christenen, de 'kleine kudde' van Jezus, worden aangeduid
als degenen, die de geboden van God bewaren en het getuigenis van Jezus
hebben.
Openbaring 12:17 En de draak werd toornig op de vrouw en ging
heen om oorlog te voeren tegen de overigen van haar nageslacht, die de
geboden van God bewaren en het getuigenis van Jezus hebben.
God geeft ons de volgende beschrijving van het karakter van Zijn
heiligen:
Openbaring 14:12 Hier blijkt de volharding der heiligen, die
de geboden Gods en het geloof in Jezus bewaren.
Indien u wilt worden gerekend tot Gods kinderen, dan dient u dit
levende geloof – dit gehoorzame geloof – in de
Almachtige God te hebben door Jezus Christus Zijn leven in u te laten
leven! Dan dient u Gods geestelijke wet, zoals die wordt geopenbaard in
de Tien Geboden, te begrijpen en te onderhouden, al is het ook met
vallen en opstaan.
Het blijkt dat we ten aanzien van onze eigen belangen wel overal
rekening mee houden. Met diezelfde vastberadenheid zouden we
ook de geest van het eerste gebod dienen te implanteren in onze
levenstijl.

TOT BESLUIT VAN DIT GEBOD
Vergeet niet de wet van Christus
"de wet van Christus" (1 Kor. 9:21)
Voor Voor christenen is niet de wet
van Mozes de leefregel. Hoe God wil dat wij zullen leven vinden we in
het Nieuwe Testament, in het onderwijs van Jezus en in het onderwijs
van de apostelen. Deze gedeelten van de bijbel zijn immers
rechtstreeks tot ons, christenen, gericht. Het onderwijs van de
apostelen vinden we in de brieven van het Nieuwe Testament. Daar, en in
het onderwijs van Jezus, staat hoe wij moeten leven.
Wij moeten leren om de geboden van Jezus te onderhouden (Mattheus
28:19). Ook op andere plaatsen spreekt de Here Jezus over zijn geboden
(Johannes 14:15,21; 15:10)
Jezus heeft ons een nieuw gebod gegeven (Johannes 13:34). Voor ons
geldt de eis der liefde, daar moeten we naar wandelen (Romeinen
14:15). We zijn schuldig om lief te hebben (Rom. 13:8).
Wij moeten doen wat de apostelen ons in het Nieuwe Testament hebben
voorgeschreven. We moeten ons houden aan het onderwijs der apostelen.
- "Wie God kent hoort naar ons (de apostelen); wie uit God niet is hoort naar ons niet"
(1 Johannes 4:6)
Jezus verwacht gehoorzaamheid van ons. "Wat noemt gij mij Here Here en
doet niet hetgeen Ik zeg" (Lucas 6:46). Als we Jezus Heer noemen dan
verwacht de Here Jezus ook dat we Hem als Heer gehoorzamen.
We moeten daders van het woord zijn (Jak. 1:22). We moeten doen wat in
de bijbel staat. Geloof en gehoorzaamheid horen bij elkaar.
In het onderwijs van de apostelen worden 9 van de 10 geboden van de wet
van Mozes herhaald en bekrachtigd. Alleen het sabbatsgebod ontbreekt.
Dat komt omdat het sabbatsgebod speciaal het teken was van het verbond
van Mozes. Wij staan als christenen niet onder dit verbond en daarom
vinden we in het Nieuw Testament geen enkele opdracht om de sabbat te
houden. Integendeel er wordt juist gewaarschuwd tegen het verplicht
houden van de sabbat (Kol. 2:16,17; zie ook Romeinen 14:5).
De leefregel voor de Christen wordt gevormd door de geboden van Jezus,
door het onderwijs van de apostelen, en de leiding van de Heilige
Geest.
Gij zult de naam van de Heer, uw God, niet zonder eerbied gebruiken.
“Ik eerbiedig”, is een positieve vertaling van dit gebod. Dit woord
lijkt bedoeld om de naam JHWH (de Godsnaam die hier vertaald
is met ‘Heer’) zuiver te houden en voor ieder mogelijk misbruik te
vrijwaren. God mag niet voor welk karretje dan ook gespannen
worden; elk ongepast gebruik van de naam van God is uit den boze
vanwege ‘de eerbied die men aan het mysterie van God zelf
verschuldigd is en aan heel de sacrale werkelijkheid, die deze naam
oproept.’
Naar een volgend gebod :
1 2
3 4
5 6
7 8
9 10
naar top van deze pagina 

