Catechese - 40
Bijbelse Getallen
De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God.
Er wordt namelijk heel veel tekstmateriaal aangereikt in de komende lessen. Mede hierom de tip: bestudeer 1 aflevering per week, daar heb je meer dan genoeg aan. Hieronder alle pagina’s van de Catechese studies. Zet je maar schrap!
Serie van 48 leerzame catechese lessen
| 01 | 02 | 03 | 04 | 05 | 06 | 07 | 08 | 09 | 10 | 11 | 12 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 |
| 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 |
| 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46 | 47 | 48 |
15 speciale lessen belijdeniscatechese
| 01 | 02 | 03 | 04 | 05 | 06 | 07 | 08 | 09 | 10 | 11 | 12 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 13 | 14 | 15 |
Bijlagen
: Normen bij het aanbieden
van de evangelische boodschap in de Catechese
Woordverklaring
Studiebijbel
Begrippen
Getallen en Cijfers met een betekenis
Bijbelse Getallen
1
Het getal 1 wijst ons op de volmaaktheid en
éénheid van
God: een enig Here, Deut. 6:4; 1 Kor. 8:6. Wij hebben
één
God, Gal. 3:20; en 1 Tim. 2:5 zegt: Er is één God
en
één Middelaar; Ef. 4:4-6 zegt:
één Heer,
één geloof, één doop, en
één
God en Vader. Matt. 23:8, één Meester; Hebr.
10:14,
één offer; Kol. 1:18 en Openb. 1:5: de
eerstgeborene uit
de doden, opdat Hij in alles de Eerste zou zijn. 1 Kor. 15:23, Christus
als Eersteling. Ef. 1:22, 4:15, tot één Hoofd
gegeven enz.
2 Het getal 2 spreekt van gemeenschap en getuigenis: Gen. 1:27; 2:24; Ps. 85:11-12; Pred. 4:9-12; Matt. 18:16, 20; Marc. 6:7; Joh. 8:17. Verder 2 cherubim, 2 zuilen, 2 Kron. 3:15; het reukofferaltaar 2 ellen hoog; 2 grote lichten, Gen. 1:16 enz.
3
God = Vader , Zoon , Heilige Geest. Drie-eenheid !Noach had drie zonen:
Sem, Cham en Jafet. Er zijn drie aartsvaders: Abraham, Izak en Jakob.
En er zijn drie grote feesten: Paasfeest, Pinksterfeest en
Loofhuttenfeest. Het getal 3 is dat van de goddelijke Drie-eenheid:
Matt. 28:16; 1 Kor. 12:4-6; 1 Petr. 1:2; 1 Joh. 5:6-10; Hebr. 13:8;
Openb. 1:8. Driemaal heilig, Jes. 6:3; Rom. 11:36. Drievoudige zegen,
Neh. 6:24-26; 2 Kor. 13:13; Openb. 1:5. De tabernakel was 3-delig, Ex.
26-27. Tempel, 1 Kon. 6. Drie verzoekingen, Matt. 4. Drie gebeden,
Marc. 14; Matt. 26:44. Drie gelijkenissen, Luc. 15. Drie gaven in Ef.
4: evangelisten, herders en leraars. Het derde deel: Openb. 8:9; 12:4.
Het derde uur: begin van de kruisiging, Marc. 15:25; het uur van het
gebed, Hand. 2:15.
4
Het getal van de aarde: vier einden of de vier hoeken. Je zou ook
kunnen zeggen de vier windstreken: oost, west, noord en zuid.
Het getal 4 duidt op de volheid in de schepping van deze wereld: de
vier einden der aarde en de vier hoeken des hemels, Jes. 11:12; Jer.
49:36; Openb. 20:8. Vier windstreken, Matt. 24:31; Ezech. 37:9; Zach.
6:5. Vier hemelrichtingen, Ps. 107:3. Vier evangeliën. Vier
levende wezens, Openb. 4. Vier wereldrijken, Dan. 7; Zach. 1:18.
Oordeel over het vierde deel van de aarde, Openb. 6:8.
6 Het getal 6 is het getal van de mens in zijn onvolmaaktheid, moeite en arbeid: zes dagen het land bewerken; zes watervaten, Joh. 2:6.
5 Het getal 5 ziet op de behoeften en de verantwoordelijkheid van de mens: 5 vingers en 5 tenen. Het brandofferaltaar was 5 maal 5 ellen groot, Ex. 27:1. Het gordijn voor de ingang van de tabernakel hing aan 5 pilaren op 5 koperen voetstukken, Ex. 26:37. Er waren 5 wijze en 5 dwaze maagden, Matt. 25:2. Vijf broden, Marc. 6:38. Vijf woorden, 1 Kor. 14:19 enz.
7 De scheppingsweek van zeven dagen. Om een afgesloten periode aan te duiden lezen we ook van: 7 weken, 7 maanden, 7 jaren. Het 7e jaar is het sabbatsjaar. Besprenkeling van 7x bij zoenoffers en reiniging. Zeven armen aan de kandelaar. De 7 geesten voor Gods troon. Brieven aan 7 gemeenten in het boek Openbaringen. en ook 7 lampen voor de troon van God. Het getal 7 spreekt van de volmaaktheid in Gods wegen en handelen: 7 dagen in de week, Ex. 12:15; Lev. 23:8. Zeven weken, Lev. 23:15. Zeven maanden, Ezech. 39:12. Zeven jaar, Ezech. 39:9; Dan. 4:32. Na 7 maal 7 jaar een jubeljaar, Lev. 25:8-13. Zeven zendbrieven, Openb. 2-3. Kandelaar met 7 armen, Ex. 25:37. Zeven gouden kandelaars, Openb. 1:20. Zeven Geesten, Openb. 1:4, 5:6; Jes. 11:2. In het boek Openbaring ook 7 engelen, 7 zegels, 7 bazuinen, 7 schalen, 7 plagen. Verder 7 diakenen in Hand. 6:3; 7 gelijkenissen in Matt. 13; 7 hoogtijden des Heren in Lev. 23, enz.
Mooi groot overzicht waar het getal 7 een rol speelt in de Bijbel
Genesis
God schiep de wereld in 6 dagen, waarbij de zevende dag (de sjabbat) een heilige dag is. Gen. 2:2.
Wie Kaïn doodt, wordt 7 maal gewroken. Gen 4:15
Van de reine dieren gingen er 7 paartjes in de ark van Noach. Gen 7:2
Zeven dagen later begon de zondvloed. Gen 7:4-10
Na zeven dagen liet Noach de duif opnieuw vliegen. Gen 7:10-12
Abraham hield zeven lammeren apart voor Abimelech. Gen 21:28
Jakob werkte twee keer 7 jaar voor Laban. Gen 29:18-30
Jakob boog 7 keer voor Esau. Gen 33:3
Er waren in de droom van Farao twee keer zeven koeien en twee keer zeven korenaren. Die betekenden twee keer 7 jaren. Gen 41
Jozef rouwde 7 dagen om zijn vader. Gen. 50:10
Exodus
Jetro had 7 dochters. Ex. 2:16
Het water van de Nijl veranderde 7 dagen in bloed. Ex. 7:25
De Israëlieten aten 7 dagen ongezuurd brood. Ex. 12-13, 34:18, Ezechiël 45:21-23
De eerstgeborenen van het vee blijven 7 dagen bij hun moeder. Ex. 22:23
De menora heeft 7 lampen. Ex. 25:37, 37:23, Zacharia 4:2-10
De inwijding van de tabernakel duurt 7 dagen. Ex. 29
Leviticus
De priesterwijding duurt 7 dagen. Lev. 8:33-35
Een vrouw is na de bevalling 7 dagen onrein. Lev. 12:2
Een quarantaine duurt 7 dagen. Lev. 13-15, Ezechiël 44:26, Handelingen 21:27
Een vrouw is tijdens de menstruatie 7 dagen onrein.
Een eerstgeboren dier blijft 7 dagen bij de moeder. Lev. 22:27
De feesten duren 7 dagen. Lev. 23, 1 Kon. 8:65, 2 Kron. 7:8-9, 2 Kron 30:23, Ezra 6:23, Neh 8:18, Ester 1:5
Na zeven jaar is het een sabbatsjaar. Lev. 25:4
Na zeven sabbatsjaren laat men de sjofar klinken. Lev. 25:8-9
Numeri
Wie een lijk aanraakt of zich in het huis van een dode bevindt, is 7 dagen onrein. Num. 19
Bileam liet 7 altaren bouwen voor 7 stieren en 7 rammen. Num. 24:1
Deuteronomium
Het wekenfeest wordt na 7 weken gevierd. Deut. 16:9
Jozua
7 priesters liepen voor de Ark uit. De Israëlieten liepen 7 dagen
om Jericho. De zevende dag trokken ze 7 keer om de stad. Joz. 6,
Hebreeën 11:30
Richteren
De bruiloft van Simson duurde 7 dagen. Rich. 14
Simson liet zich met 7 pezen binden en hij had 7 haarvlechten. Rich. 16
1 Samuel
Saul moest 7 dagen op Samuel wachten. 1 Sam. 10:8, 13:8
De bewoners van Jabes vroegen 7 dagen uitstel. 1 Sam. 11:3
David had 7 oudere broers. 1 Sam 16:10
De bewoners van Jabes vastten 7 dagen. 1 Sam. 31:13
2 Samuel
Het kind van Batseba leefde 7 dagen. 2 Sam. 12:18
De Gibeonieten eisten 7 zoons van Saul. 2 Sam. 21:6-9
1 Koningen
De tempelbouw duurde 7 jaar. 1 Kon. 6:38
De knecht van Elia zag een wolkje toen hij voor de 7e keer keer. 1 Kon. 18:44
2 Koningen
De koningen van Edom, Juda en Israël waren 7 dagen onderweg. 2 Kon. 3:9
De jongen die door Elisa genezen werd, niesde 7 keer. 2 Kon. 4:35
1 Kronieken
De mannen van Jabes vastten 7 dagen na de dood van Saul. 1 Kron. 10:12
Er werden 7 stieren en 7 rammen geofferd toen de Ark uit Obed-Edeom werd gehaald. 1 Kron 15:26
2 Kronieken
Er werden 7 stieren, 7 rammen, 7 lammeren en 7 bokken geofferd als reinigingsoffer. 2 Kron 29:21
Ezra
De koning had 7 raadslieden. Ezra 7:14
Ester
Het feestmaal van Ahasveros duurde 7 dagen. Ester 1:5
Ahasveros had 7 eunuchen en 7 raadsheren. Ester 1:10, 1:14
Ester kreeg 7 dienaressen. Ester 2:9
Job
Job had 7 zoons. Job 1:2
De vrienden van Job wachtten 7 dagen voordat ze het woord namen. Job 2:13
De vrienden van Job moesten 7 stieren en 7 rammen offeren. Job 42:8
Spreuken
7 dingen zijn de Heer een gruwel. Spr. 6:16
De wijsheid heeft 7 zuilen uitgekapt. Spr. 9:1
Een luiaard vindt zichzelf wijzer dan 7 wijzen. Spr. 26:16
Jesaja
7 vrouwen zullen zich op één man storten. Jes. 4:1
De Heer verdeelt het water in 7 beken. Jes. 11:15
Het zonlicht wordt verzevenvoudigd. Jes. 30:26
Jeremia
Moeders van 7 kinderen zullen bezwijken. Jer. 15:9
7 raadsheren werden weggevoerd naar Babylonië. Jer. 52:25
Ezechiël
Ezechiël zat 7 dagen tussen de ballingen voordat de Heer hem toesprak. Ez. 3:15-16
7 jaar lang worden de wapens als brandstof gebruikt. Ez. 39:9
Het duurt 7 maanden om het leger van Gog te begraven. Ez. 39:12-14
De tempel in het visioen van Ezechiël had 7 treden. Ez. 40:22-26
Er moest 7 dagen lang geofferd worden. Ez. 43:25-27
Op elk van de 7 feestdagen worden er 7 stieren en 7 rammen geofferd. Ez. 45:23
Daniël
De koning gedraagt zich 7 jaar lang als een dier. Dan. 4
De gezalfde vorst komt na 7 jaarweken. Dan. 9:25
Micha
Er staan 7 herders op. Micha 5:4-5
Zacharia
Er rusten 7 ogen op een enkele steen. Zach. 3:9
Mattheüs
De boze geest haalt er 7 demonen bij. Mat. 12:45, Lukas 11:26
We moeten een zondaar 70 keer 7 maal vergeven. Mat. 18:22
Een vrouw trouwde met 7 broers. Mat. 22:25, Markus 12:20-23, Lukas 20:29-33
Er waren 7 broden bij de wonderbare spijziging en er werden 7 manden met brokken opgehaald. Mat. 15:34-37, Markus 8:5-8
Markus
Maria Magdalena had 7 demonen. Markus 15:9, Lukas 8:2
Lukas
Hanna was 7 jaar getrouwd geweest. Lukas 2:36
Handelingen
De apostelen kozen 7 diakenen. Hand 6:3-6, Hand. 20:8
God onderwierp in Kanaän 7 volken. Hand. 13:19
Skevas had 7 zoons. Hand. 19:14
Paulus verbleef 7 dagen in Troas. Hand. 20:6
Openbaring
Er zijn 7 gemeenten in Asia. Op. 1-3
Er staan 7 geesten voor Gods troon. Op. 1:4, Op 4:5, Op. 5:6
De boekrol had 7 zegels. Op. 5
Er waren 7 bazuinen. Op. 8-9
Er waren 7 donderslagen. Op 10:3-4
De draak had 7 koppen. Op. 12:3, Op. 17:3-7
Er waren 7 engelen met 7 fiolen. Op. 15-17, 21
8 Het getal 8 stelt het begin van een nieuw tijdperk voor, Ex. 22:30; Lev. 22:27; Neh. 8:18; Joh. 7:37. Het is de opstandingsdag, Matt. 28:1; Joh. 20:1; de Pinksterdag, Lev. 23:16, Hand. 2. Noach, 1 Petr. 3:20.
9 Het getal 9 is een drievoudige drie-eenheid: de negenvoudige vrucht van de Geest, Gal. 5:22; het uur van het gebed en van het avondoffer, Dan. 9:21; Hand. 3:1, 10:30; het sterfuur van de Heer, Marc. 15:34; 9 zaligsprekingen, Matt. 5:3-12.
10
Het getal 10 drukt de verantwoordelijkheid van de mens uit tegenover
God: de tien woorden van de wet, Ex. 20 en 34; Deut. 4:13; het geven
van de tienden, Gen. 14:20: 28:22; 1 Sam. 8:15; tien dagen op de proef,
Dan. 1:12; Openb. 2:10; tien slaven en tien ponden, Luc. 19:13; tien
horens, Openb. 17:3 enz.
Waar
zich 10 Israelieten bevinden kan een synagoge gevormd worden. We kennen
allemaal de Tien Geboden. Zie ook de 10 maagden op weg naar een
bruiloft.Er waren 12 stammen. Jakob had 12 zonen.
12
Er stonden 12 toonbroden in het heiligdom. Het nieuwe Jeruzalem heeft
12 poorten. Er w aren 12 discipelen.
Het getal 12 geeft aan volmaaktheid in het goddelijk bestuur. 12 uren,
Joh. 11:9; 12 maanden, 1 Kon. 4:7; Openb. 22:2; 12 stammen, Ex. 24:4;
Ezech. 48:31; Openb. 21:12; 12 edelstenen, Ex. 28:10; Openb. 21:19-20;
12 toonbroden, Lev. 24:5: 12 fonteinen, Ex. 15:27; 12 discipelen, Luc.
6:13; Openb. 21:14; 12 manden, Marc. 6:43; 12 legioenen, Matt. 26:53;
12 poorten, Openb. 21:12.
Er waren 2 x 12 = 24 priesterklassen. In het boek Openbaringen 2 x 12 =
24 oudsten voor Gods troon. Komt veel voor alstijds-aanduiding:
40
Het volk was 40
jaar in de woestijn. Mozes was 40 dagen op de berg Horeb. De profeet
Elia 40 dagen/nachten in afzondering. Jezus was eveneens 40 dagen in de
woestijn. Het getal 40 is de tijd van opvoeding, beproeving en
regering: in het leven van Mozes, Hand. 7:13; Deut. 2:7; van Jozua,
Joz. 14:7; van David, 2 Sam. 5:4; van Salomo, 1 Kon. 11:42; de
woestijnreis duurde 40 jaar; Elia’s 40 dagen en veertig
nachten,
1 Kon. 19:8; de verzoeking in de woestijn was 40 dagen, Matt. 4; er
waren 40 dagen tussen Christus’ opstanding en hemelvaart. Zie
verder Gen. 7:4; 8:6; 25:20; 26:34; Ex. 2:16; 24:18; Num. 14:34; 33:38;
1 Sam. 4:18; 1 Kon. 6:17; Ezech. 4:6; Jona 3:4.
48
Er waren 4 x 12 = 48 steden voor de Levieten.
50
Na 7 x 7 jaren
werd het 50e jaar als Jubeljaar gevierd. Het jubeljaar was een echt
Israëlietische instelling. Het werd gevierd in elk 50e jaar,
gerekend van herfst tot herfst en greep diep in in het sociale leven.
Het kende vooral twee bepalingen. De eerste was dat een
Israëliet
(en diens wettige erfgenamen) het erfgoed van zijn familie weer
terugkreeg, indien hij gedwongen was geweeest het te verkopen of het op
een andere wijze verloren had. De tweede bepaling regelde dat iemand,
als hij zichzelf en zijn gezin als slaaf had moeten verkopen, in het
Jubeljaar de vrijheid terugkreeg. Stel dat dat nu gebeurde...?!
Dit cijfer de som van de getalswaarde van de letters die samen het
woord amen vormen. a=1 m=40 e=8 n=50
70 Het getal 70 is dat van de verantwoordelijkheid gedurende het hele leven: Ps. 90:10; Jes. 23:15; Jer. 25:11; 29:10; Zach. 1:12; 7:5; Dan. 9:24; Ezra 6:15; Ex. 1:5; Richt. 8:30; 2 Kon. 10:1; Ex. 24:1; Num. 11:16; Ezech. 8:11; Luc. 10:1.
153 Het
aantal grote vissen dat door de discipelen gevangen werd na de
opstanding van Jezus in de zee van Tiberias.
Het getal 153 spreekt van oordeel en genade – zoals het kruis
een
schaduw- en een lichtzijde heeft, en het evangelie een reuk van het
leven ten leven en een reuk uit de dood ten dode is. Zie 2 Kon. 1; Joh.
21:11.
666
Het beest in Openbaring 13:18 Hier is de wijsheid: wie verstand heeft,
berekene het getal van het beest, want het is een getal van een mens,
en zijn getal is zeshonderd zesenzestig.
Let wel : hierboven slechts een selectie. Hieronder kun je veel meer
ontdekken.
style="font-weight: bold;">
Uitgebreide studie over -Getallen
- in de Bijbel
1) De grootste getallen in de Bijbel vinden wij in Dan. 7:10 en Opb.
5:11; 9:16.
2) Bijna alle volken ontwikkelden het tientallig stelsel door het
gebruik van de tien vingers. Het tientallig stelsel was van oudsher bij
de Hebreeën in gebruik, wat blijkt uit het feit dat er voor 1,
10,
100, 1000 en 10.000 afzonderlijke woorden waren. De andere getallen
werden aangegeven door meervoudsvormen of door optelling en
vermenigvuldiging.
Ook de Israëlieten vonden natuurlijk de optelling, deling en
vermenigvuldiging met 5 en 10 het gemakkelijkst, zie bijvoorbeeld Gen.
18:27vv en Num. 11:19v. Het tientallig stelsel werd slechts beperkt
gebruikt bij maten en gewichten, maar wel toegepast bij de indeling van
het volk, vooral van het leger.
De rekenkunde van de oude Israëlieten ging niet verder dan het
dagelijks leven: het meten van akkers, het bouwen van huizen, de
vervaardiging van maten en gewichten. Zij hadden voorliefde voor
symmetrische verhoudingen tussen getallen, vooral in geslachtsregisters
(vgl. de genealogieën in Genesis en de 3 maal 14 leden van de
stamboom van Jezus inMatt. 1:1-17. Deze voorliefde bleek ook in de vorm
van hun poëzie.
Net als wij gebruikte men voor het gemak graag een rond getal zoals 10,
100, 1000 of 10.000, maar ook 40 en 70. Een onbepaald begrip werd als
enige door 1 en 2 (Ex. 21:21; Deut. 32:30; Job 33:29; Am. 4:9) maar ook
wel door 2 en 3 uitgedrukt (Job 33:29; Am. 4:8), of door 4 en 5 (Jes.
17:6). Voor een onbepaalde veelheid gebruikte men 3 en 4 (Ex. 20:5; Am.
1:3,6), 6 en 7 (Job 5:19), 7 en 8 (Micha 5; Pred. 11:2).
3) Om getallen weer te geven gebruikte men de letters van het alfabet;
de eerste negen letters van het alfabet duidden de eenheden, de volgend
letters de tientallen en de vier eerste honderdtallen aan. De overige
honderdtallen ontstonden door samenstelling van 400 met andere
honderdtallen en verder door de vijf eindletters. De duizendtallen
werden aangeduid met de letters die de eenheden uitdrukten, met twee
punten daarboven. Bij samengestelde getallen staat het grotere getal
vóór (rechts van) het kleinere.
Deze manier om getallen aan te geven vinden we voor het eerst
op
de Makkabese munten. Zij ontstond waarschijnlijk onder invloed van de
Grieken. Voor die tijd gebruikte men misschien streepjes, zoals ze op
Phoenicische en Aramese munten en inschriften voorkomen. Pas door het
Arabische cijferstelsel kon de rekenkunde zich ontwikkelen. Dit stelsel
bereikte in de 10e en 12e eeuw de Westerse volkeren.
4) De symbolische betekenis van getallen was bij allerlei volken
bekend. Maar de Bijbelse getallensymboliek staat helemaal op zichzelf,
bepaald door Israëls godsdienst en door Israëls
geschiedenis.
Het heilige getal, het getal van het verbond, zeven, komt vaak voor in
de Bijbel maar heeft natuurlijk niet overal een religieuze betekenis.
De indeling van de week in zeven dagen stamt waarschijnlijk uit
Babylonië. Hierop zijn weer andere zevens gebaseerd, zoals de
zevendaagse bruiloft, de zevendaagse rouw en andere perioden van zeven
dagen (Gen. 7:4,10; 8:10,12; Ex. 7:25; Joz. 6:3v; 1 Sam. 10:8; 13:8;
Job 2:13 en Ezech.).
Ook de beperking van feesten (bijv. Ex. 22:30; Lev. 22:27) tot zeven
dagen of de achtste dag is gebaseerd op de week als een afgesloten
tijdruimte, en op de achtste dag als begin van een nieuwe periode.
Behalve de week had men grotere perioden zoals zeven weken (Lev. 23:15;
Deut. 16:9), zeven maanden (Ez. 39:12) en zeven jaar (Ex. 21:2; 23:10v;
Gen. 29:18,27,30; 41:1vv, 26v; Ez. 39:9; vgl. Dan. 4:23). De reden dat
het getal zeven zo vaak voorkomt is dat het een afgesloten veelheid
aanduidt (Gen. 7:2-3; 33:3; Deut. 7:1; Joz. 6:4; 1 Kon. 18:43; 2 Kon.
4:35; Jes. 4:1; Matt. 18:21; 22:25; Marc. 16:9). Om dezelfde reden werd
zeven ook dikwijls spreekwoordelijk gebruikt (Gen. 4:15; Deut. 28:7,25;
Ruth 4:15; 1 Sam. 2:5; Ps. 12:7; 79:12; 119:164; Spr. 6:31; 24:16;
26:16,25; Jes. 11:15; 30:26; Jer. 15:9; Dan. 3:19; Matt. 12:45; Luc.
17:4).
In de eredienst had het getal zeven een religieuze betekenis. Op de
vraag waarom de 7e dag de heilige dag is, zou de Israëliet
antwoorden dat God in 6 dagen de wereld geschapen heeft en op de 7e dag
rustte. Volgens kritische uitleggers is het juist omgekeerd: de
instelling van de week en van de zevende dag is op het
scheppingsverhaal overgedragen. Bij allerlei ceremoniën werd
de
besprenging zevenmaal herhaald (Lev. 4:6,17; 8:11; 14:7,16,27,51:
16:14,19; Num. 19:4). Naäman moest zich zevenmaal baden in de
Jordaan (2 Kon. 5:10,14). Op veel feesten werden zeven dieren geslacht
werden (Num. 23:1vv, 14, 29v; 1 Kron. 15:26; 2 Kron. 29:21; Job 42:8;
Ez. 45:23). Bij het nieuwe maan-offer en de gewone feestoffers werden
zeven lammeren gebracht (Num. 28:11,19).
In verband met de tabernakel en de tempel van Salomo wordt het getal
zeven alleen vermeld bij de luchter met zeven armen. Ook in
Ezechiëls visioen van de nieuwe tempel komt het getal zeven
weinig
voor (Ez. 40:22,26; 41:3). Daarentegen is de religieuze betekenis van
het getal zeven niet te miskennen in de zeven zuilen van het huis van
de opperste wijsheid (Spr. 9:1), de zeven vlechten van Simson (Richt.
16:13,19, vgl. vs.7-8) en de verzoening van de bloedschuld aan de
Gibeonieten door de dood van zeven nakomelingen van Saul (2 Sam.
21:6,9). Ook was men gewend om te zweren bij zeven heilige dingen (zie
artikel Eed; het enige voorbeeld in de Bijbel is Gen. 21:28vv).
Latere voorbeelden, waarvan men vroeger beweerde dat ze op Perzische
invloed wezen, zijn het aantal van zeven aartsengelen (Tob. 12:15; Opb.
8:2), en de voorstelling van de zeven ogen van God (Zach. 4:10; 3:9).
Dit is de eerste maal dat het getal zeven op het wezen van God
betrekking heeft! Bij deze voorstelling en bij Zach. 4:6 sluit die van
de zeven Geesten in het boek Openbaring aan (1:4; 3:1; 4:5; 5:6). In de
Openbaring komt het getal zeven ook verder zeer vaak voor (1:4,12,16;
5:1; 8:2; 10:3; 12:3; 15:1; 17:7-9).
We komen nu bij de afleidingen van zeven: de eenvoudige verdubbeling is
14 (Gen. 46:22; Lev. 12:5; 13:4,6,31,33,50,54; Num. 29:13v; 1 Kon.
8:65; Matt.1:17). Vaker vinden wij het getal 70 als aanduiding van een
afgesloten periode van langere duur: het gericht van God was op 70 jaar
bepaald (Jes. 23:15; Jer. 25:11v; 29:10; Zach. 1:12; 7:5). De leeftijd
van de mens is zeventig jaar (Ps. 90:10). Daniël spreekt over
70
weken (Dan. 9:2, 24vv). Voorbeelden van het gebruik van 70 als
aanduiding van een bepaalde veelheid zijn de 70 palmen te Elim (Ex.
15:27; Num. 33:9), de 70 verminkte koningen (Richt. 1:7), de 70 zoons
van Gideon (Richt. 8:30; 9:18) en van Achab (2 Kon. 10:1), en de 70
zoons en kleinzoons van Abdon (Richt. 12:14).
De religieuze betekenis van het getal zeven als getal van het verbond
lijkt op het getal 70 te zijn overgedragen in de 70 zielen van de
familie van Jakob die naar Egypte kwamen (Gen. 46:27; Ex. 1:5; Deut.
10:22), in de 70 oudsten van Israël (Ex. 24:1,9; Num. 11:16,
24v;
vgl. Ez. 8:11), in de 70 leden van het Sanhedrin, de 70 legendarische
vertalers van de Septuaginta en de door Christus uitgezonden 70
discipelen (Luc. 10:1).
5) Behalve het getal zeven had ook het getal tien vroeger overal een
symbolische betekenis: de volledigheid, de volkomenheid. Het wordt
gebruikt als een aantal personen samen iets moet doen (vgl. Richt.
6:27;Ruth 4:2; 1 Sam. 25:5; 2 Sam. 15:16; Matt. 25:1; Luc. 19:13), of
wanneer een aantal zaken of voorwerpen een afgerond geheel vormde
(Richt. 17:10; 1 Sam. 17:17; 2 Sam. 18:11; 1 Kon. 14:3; 2 Kon. 5:5; Ps.
33:2; Luc. 15:8).
Tienmaal betekent spreekwoordelijk: genoeg, vol (Gen. 31:7; Num. 14:22;
Job 19:3). Zo is ook honderdvoudig (Gen. 26:12; Matt. 13:8,23; 19:29)
of duizendvoudig een krachtige uitdrukking van voltalligheid. Tot het
tiende geslacht uit de gemeente verbannen zijn, betekent voor altijd
verbannen zijn (Deut. 23:2-3). Dit geldt ook op godsdienstig gebied: de
wet van de tien geboden (Ex. 34:28; Deut. 4:13; 10:4), de maat van de
tabernakel, de tempel en de gereedschappen ervan zoals het
brandofferaltaar, de cherubs, de luchter, de koperen zee enz.
In het latere Jodendom betekende een tiental personen een volledig
gezelschap, een gemeente. Bij bruiloften (Matt. 25:1vv) en lijkfeesten
moesten minstens tien personen aanwezig zijn; waar tien Joden woonden,
moest een synagoge zijn; tien was het kleinste getal voor een
paasmaaltijd.
Het opbrengen van de tienden is waarschijnlijk een gevolg van het
tientallig stelsel (Richt. 20:10; Neh. 11:1). Hierin sprak
Israël
de dankbare overtuiging uit dat het alles dankte aan de HEERE (vgl.
Gen. 14:20; 28:22).
Bij tijdsbepalingen is vaak sprake van het derde deel van een maand,
dus van tien dagen als grotere en toch afgesloten tijdruimte (Gen.
24:55; Num. 11:19; Dan. 1:12vv). De keuze van het paaslam (Ex. 12:3) en
de viering van de Grote Verzoendag (Lev. 16:29; 23:27; 25:9; Num. 29:7)
waren waarschijnlijk gesteld op de tiende van de maand omdat men zich
dan kon voorbereiden voor de feesten halverwege die maanden. De tien
dagen verdrukking in Opb. 2:10 duiden een zeer korte periode aan.
Ter aanduiding van een grote menigte gebruikte men als rond getal 1000
(Ex. 20:6; 34:7) en 10.000 (Deut. 32:30; Ps. 91:7; Matt. 18:24; 1 Kor.
4:15; 14:19); een heel lange periode werd spreekwoordelijk 1000 jaar
genoemd (Ps. 90:4; 2 Petr. 3:8; Opb. 20:2vv).
Bestudeer ook eens :
De betekenis van getallen in de Bijbel
Hoe gaan we om met de getallen in de Bijbel



















