Catechese - 28
VERZOEKINGEN
De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God.
Er wordt namelijk heel veel tekstmateriaal aangereikt in de komende lessen. Mede hierom de tip: bestudeer 1 aflevering per week, daar heb je meer dan genoeg aan. Hieronder alle pagina’s van de Catechese studies. Zet je maar schrap!
Serie van 48 leerzame catechese lessen
| 01 | 02 | 03 | 04 | 05 | 06 | 07 | 08 | 09 | 10 | 11 | 12 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 |
| 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 |
| 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46 | 47 | 48 |
15 speciale lessen belijdeniscatechese
| 01 | 02 | 03 | 04 | 05 | 06 | 07 | 08 | 09 | 10 | 11 | 12 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 13 | 14 | 15 |
Bijlagen
: Normen bij het aanbieden
van de evangelische boodschap in de Catechese
Woordverklaring
Studiebijbel
Begrippen
VERZOEKINGEN
"Toen
werd Jezus door de Geest naar de woestijn geleid om verzocht te worden
door de duivel. En nadat Hij veertig dagen en veertig nachten gevast
had, kreeg Hij ten laatste honger. En de verzoeker kwam en zeide tot
Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg dan, dat deze stenen broden worden.
Maar Hij antwoordde en zeide: Er staat geschreven: Niet alleen van
brood zal de mens leven, maar van alle woord, dat uit de mond Gods
uitgaat.
Toen
nam de duivel Hem mede naar de heilige stad en hij stelde Hem op de
rand van het dak des tempels, en zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon
zijt, werp Uzelf naar beneden; er staat immers geschreven: Aan zijn
engelen zal Hij opdracht geven aangaande U, en op de handen zullen zij
u dragen, opdat Gij uw voet niet aan een steen stoot. Jezus zeide tot
hem: Er staat ook geschreven: Gij zult de Here, uw God, niet verzoeken.
Wederom nam de duivel Hem mede naar een zeer hoge berg en hij toonde
Hem al de koninkrijken der wereld en hun heerlijkheid, en zeide tot
Hem: Dit alles zal ik U geven, indien Gij U nederwerpt en mij aanbidt.
Toen zeide Jezus tot hem: Ga weg, satan! Er staat immers geschreven: De
Here, uw God, zult gij aanbidden en Hem alleen dienen. Toen liet de
duivel Hem met rust en zie, engelen kwamen en dienden Hem."
(Mattheüs. 4:1-11).
De Algemene Interpretatie:
Deze passage wordt zo gelezen, dat een wezen, de “duivel”
genoemd, Jezus verzocht heeft om te zondigen door zekere dingen aan hem
voor te stellen en hem in verleidelijke situaties te brengen.
Kommentaar:
1.
Jezus is “in alle dingen op gelijke wijze (als wij) verzocht
geweest” (Hebreeën 4:15), en: “zo vaak iemand verzocht
wordt, komt dit voort uit de zuiging en verlokking zijner eigen
begeerte.” (Jakobus 1:14). Wij worden verzocht door de
“duivel”, m.a.w. onze eigen zondige begeerten, en zo ook
Jezus. Wij worden niet verzocht door een goddeloze wezen, die
plotseling naast ons komt staan en ons aanmoedigt om te zondigen -
zonde en verzoeking komen “van binnenuit, uit het hart der
mensen” (Marcus 7:21).
2. Kennelijk kunnen de verzoekingen niet letterlijk genomen worden:-
Mattheüs 4:8 impliceert dat Jezus naar een hoge berg geleid
is om al de koninkrijken der wereld en hun toekomstige heerlijkheid
“in een ogenblik tijds” (Lucas 4:5) te aanschouwen. Er
bestaat geen berg hoog genoeg om de hele wereld te zien en bovendien is
de aarde een bol – de mens kan van geen punt af de hele wereld op
een gegeven ogenblik zien.
Een vergelijking tussen Mattheüs 4 en Lucas 4 wijst aan dat de
verzoekingen in verschillende volgorde beschreven worden. Markus 1:13
zegt dat Jezus veertig dagen in de woestijn was, waar hij door de Satan
verzocht is geweest, terwijl wij in Mattheüs 4:2-3 lezen dat
“nadat hij veertig dagen en veertig nachten gevast had .... de
verzoeker (Satan) kwam”.
Omdat de Schrift zichzelf niet kan tegenspreken, kunnen wij hieruit
concluderen dat deze verzoekingen zich telkens op verschillende
volgorde herhaald hebben. De verzoeking om stenen in brood te
veranderen is een duidelijk voorbeeld. De verzoekingen hebben kennelijk
in de gedachten van Jezus plaatsgevonden. Omdat hij onze natuur deelde,
zou het gebrek aan voedsel hem zowel geestelijk als fysiek beinvloed
hebben, en zou hij makkelijk dingen beginnen te verbeelden. Lange tijd
zonder voedsel kan tot ijlkoorts leiden (vergelijk 1 Samuel 30:12). De
overeenkomst tussen brood en stenen wordt door Jezus in Mattheüs
7:9 genoemd, en die beelden zouden makkelijk in zijn toestand verward
kunnen worden. Maar hij heeft de situatie altijd onder controle
gehouden door het Woord in herinnering te brengen.
Jezus heeft heel waarschijnlijk de gebeurtenissen tijdens zijn
verzoekingen doorverteld aan de Evangelieschrijvers, en om de
intensiteit van wat hij doorgemaakt heeft te beklemtonen, kon hij de
figuurlijke benadering gebruiken die wij in Mattheüs 4 en Lucas 4
gezien hebben.
Het schijnt hoogst onwaarschijnlijk dat de duivel Jezus door de
woestijn en door de straten van Jeruzalem geleid heeft, en dat zij toen
samen op het dak van de tempel gestaan hebben, alles voor de ogen van
de nieuwsgierige Joden. En als deze verzoekingen verschillende keren
plaatsgevonden hebben in die veertig dagen, zowel als aan het einde van
die periode (die ten minste twee keer waren, aangezien Mattheüs en
Lucas die in verschillende volgorde plaatsen), hoe zou Jezus tijd gehad
hebben om naar de naaste hoge berg (de Hermon in het verre noorden van
Israel?) te gaan, het te beklimmen, na de woestijn terug te keren, en
dan het hele proces weer te herhalen? Zijn verzoekingen vonden allemaal
in de woestijn plaats - hij was er veertig dagen lang, de hele tijd
door de duivel verzocht (die hem slechts aan het einde verlaten heeft -
Mattheüs 4:11). Als Jezus elke dag door de duivel verzocht werd,
en de verzoekingen in de woestijn plaatsgevonden hebben, dan volgt het
dat Jezus de woestijn niet had kunnen verlaten om naar Jeruzalem te
gaan of om naar een hoge berg te reizen. Deze dingen konden dus niet
letterlijk gebeurd zijn.
Als de duivel een fysiek persoon is die geen respekt voor Gods Woord
heeft en erop uit is om mensen te doen zondigen, hoe komt het dan dat
Jezus hem de Schrift aanhaalt om hem te overwinnen? Volgens de algemene
beschouwing zou dat de duivel niet wegsturen. Let op dat Jezus elke
keer een Bijbelpassage aangehaald heeft.
Als de duivel een beschrijving is van de verkeerde begeerten in het
hart van Jezus, dan is het begrijpelijk dat, door het Woord in zijn
hart te hebben en zichzelf eraan te herinneren, Hij deze verkeerde
begeerten kon overwinnen. Psalm 119:11 is zo op z’n plaats dat
het misschien een specifieke profetie van de ervaringen van Christus in
de woestijn is: “Ik berg uw woord in mijn hart, opdat ik tegen U
niet zondige.”
Mattheüs 4:1 zegt dat Jezus “door de Geest naar de woestijn
geleid werd om verzocht te worden door de duivel”. Deze was de
Geest van God die hij kort tevoren ontvangen had (Mattheüs 3:16).
Het is ondenkbaar dat de Geest van God Jezus de woestijn ingeleid heeft
om door een bovenmenselijk wezen, die in oppositie tegenover God staat,
verzocht te worden.
Voorgestelde Verklaringen:
1. Toen Jezus in de Jordaan door Johannes gedoopt werd, heeft hij de
kracht van de Heilige Geest ontvangen (Mattheüs 3:16). Onmiddelijk
toen hij uit het water kwam, is hij de woestijn in geleid om verzocht
te worden. Omdat hij wist dat hij de macht had om stenen in brood te
veranderen, van gebouwen af te springen zonder letsel, enz., moesten
deze verzoekingen in zijn gedachten gewoed hebben. Als het een persoon
was die deze dingen voorgestelde, en Jezus wist dat het een zondige
persoon was, dan waren de verzoekingen vele minder subtiel dan wanneer
zij van zijn eigen gedachten gekomen waren.
2.
De verzoeking om het koninkrijk voor zichzelf te nemen zou dan veel
sterker geweest zijn wanneer het van binnen Hemzelf gekomen was. Jezus
zou in zijn gedachten vol van de Schriften zijn, en in zijn geteisterde
toestand, veroorzaakt door het feit dat hij niet gegeten had, zou het
een verzoeking geweest zijn om schriftgedeelten te misbruiken, om een
makkelijke uitweg te zoeken vanuit de situatie waarin hij was te
rechtvaardigen. Het wordt in Daniël (4:17, 25, 32; 5:21) benadrukt
dat “de Allerhoogste macht heeft over het koningschap der mensen
en dat geeft aan wie Hij wil”; Jezus zou geweten hebben dat God
alleen, en niemand anders, hem het koninkrijk zou kunnen geven. Het zou
dus geen echte verzoeking geweest zijn als een goddeloze monster erop
aanspraak maakte Jezus het Koninkrijk te kunnen geven. Jezus heeft
echter geweten dat het het welbehagen van zijn Vader was, om Hem het
Koninkrijk te geven, en het had door de “duivel” binnen
Jezus gesuggereerd moeten zijn, dat Hij het koninkrijk onmiddelijk
mocht nemen. Jezus had tenslotte kunnen redeneren dat God in elk geval
alle gezag aan hem beloofd had (Psalm 2:7-9), dus zou Hij net zo goed
nu het Koninkrijk vestigen.
3. Omdat hij zo met de Schrift vertrouwd was, zou Christus de
overeenkomst tussen zichzelf en Elia, wiens moraal na 40 dagen in de
woestijn ingestort is (1 Koningen 19:4-8) en Moses, die zijn
onmiddelijke erfenis van het land na 40 jaar in de woestijn verbeurd
heeft, gezien hebben. Jezus was na 40 dagen in een vergelijkbare
positie als zij- de werkelijke mogelijkheid van mislukking staarde Hem
in het gezicht. Moses en Elia hebben gefaald door menselijke zwakheid -
niet als gevolg van een persoon die “de duivel” heet. Het
was deze zelfde menselijke zwakheid, de “Satan” of
tegenstander, die Jezus verzocht heeft.
4. “En de duivel zeide tot Hem...” (Lucas 4:3). Het moest
een aanhoudende verzoeking in de gedachten van Christus geweest zijn om
Zich af te vragen of hij werkelijk de Zoon van God was, aangezien
iedereen dacht dat Hij de zoon van Josef was (Lucas 3:23; Johannes
6:42), of een bastaard (Joh.8:41). Hij was de enige mens die geen
menselijke vader gehad heeft.
5. De passages die door Jezus aangehaald worden om zichzelf te
versterken tegen zijn zondige begeerten (“duivel”), komen
allemaal uit hetzelfde deel van Deuteronomium, en hebben betrekking op
de ervaringen van Israel in de woestijn. Jezus heeft een duidelijke
parallel tussen zijn ervaringen en de hunnen gezien:-
Deuteronomium 8 Mattheüs 4 / Lucas 4 Vers 2
"Gedenk
dan heel de weg, waarop de HERE, uw God, u deze veertig jaar in de
woestijn heeft geleid, om u te verootmoedigen en u op de proef te
stellen ten einde te weten, wat er in uw hart was: of gij al dan niet
zijn geboden zoudt onderhouden. "
“Jezus door de Geest geleid”, “veertig dagen”,
“in de woestijn”. Jezus werd door de verzoekingen op de
proef gesteld. Hij heeft overwonnen door de Schriften die in zijn hart
waren, aan te halen (Psalm 119:11).
Vers 3
“Hij
verootmoedigde u, deed u honger lijden en gaf u het manna te eten, dat
gij niet kendet en dat ook u vaderen niet gekend hadden, om u te doen
weten, dat de mens niet alleen van brood leeft, maar dat de mens leeft
van alles wat uit de mond des HEREN uitgaat". “Hij kreeg ten
laatste honger.” In Johannes 6 wordt manna door Jezus vertolkt
als vertegenwoordigend van het Woord van God - waarvan Jezus geleefd
heeft in de woestijn. Jezus heeft geleerd dat hij geestelijk door het
Woord van God geleefd heeft. “Maar Hij antwoorde en zeide: Er
staat geschreven: niet alleen van brood zal de mens leven, maar van
alle woord, dat uit de mond Gods uitgaat" (Mattheüs 4:4).
Zo heeft Jezus ons laten zien hoe wij het Woord moeten lezen en
bestuderen - hij heeft zichzelf in de positie van Israel in de woestijn
ingedacht, en heeft de lessen die uit zijn ervaring geleerd kunnen
worden op zichzelf in zijn beproevingen toegepast.



















