Catechese - 13
Verklaring van Namen
De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God.
Er wordt namelijk heel veel tekstmateriaal aangereikt in de komende lessen. Mede hierom de tip: bestudeer 1 aflevering per week, daar heb je meer dan genoeg aan. Hieronder alle pagina’s van de Catechese studies. Zet je maar schrap!
Serie van 48 leerzame catechese lessen
| 01 | 02 | 03 | 04 | 05 | 06 | 07 | 08 | 09 | 10 | 11 | 12 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 |
| 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 |
| 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46 | 47 | 48 |
15 speciale lessen belijdeniscatechese
| 01 | 02 | 03 | 04 | 05 | 06 | 07 | 08 | 09 | 10 | 11 | 12 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 13 | 14 | 15 |
Bijlagen
: Normen bij het aanbieden
van de evangelische boodschap in de Catechese
Woordverklaring
Studiebijbel
Begrippen
Verklaring van Namen
Met bijbelteksten waar die namen bijvoorbeeld voorkomen
Thema : De Menswording van Gods Zoon
Eerste zondag van de Advent: De Mensenzoon „De mensenzoon
gaat wel zijn voorbestemde weg, maar wee de mens door wie Hij wordt
overgeleverd"» (Luc. 22,22)
Onbevlekte
Ontvangenis: Mijn Zielsbeminde «„Ik vind mijn zielsbeminde!
Ik pak hem vast en laat hem niet meer los"» (Hooglied 3,4).
Tweede
zondag van de Advent: Rechtvaardige Rechter «Nu wacht mij de
krans der gerechtigheid, die de Heer, de rechtvaardige rechter, aan mij
zal geven … » (2 Tim. 4,8; vgl. Openb. 19,11)
Derde
zondag van de Advent: Christus — Messias «Simon Petrus
antwoordde Hem: „U bent de Messias, de Zoon van de levende
God"» (Mat. 16,16; vgl. Joh. 1,41).
Vierde
zondag van de Advent: Immanuel «„Zie, de jonge vrouw is
zwanger, en zal een zoon ter wereld brengen, en u zult hem de naam
Immanuel geven"» (Jes. 7,14).
Kerstmis:
Redder «Groei in genade en kennis van onze Heer en Redder Jezus
Christus. Hem zij de eer, nu en in eeuwigheid. Amen» (2 Petr.
3,18).
Feest
van de Heilige Familie: Jezus van Nazaret De jongeman zei tegen de
vrouwen: «„Schrik niet. U zoekt Jezus van Nazaret, die
gekruisigd is. Hij is tot leven gewekt, Hij is niet hier"» (Mar.
16,6)
Maria,
Moeder van God (1 januari): Het Begin en het Einde «„Ik ben
de Eerste en de Laatste, het Begin en het Einde"»(Openb. 22,13).
Tweede
zondag na Kerstmis: Het Woord «In het begin was het Woord, en het
Woord was bij God, en het Woord was God. ... Ja, het Woord is vlees
geworden!» (Joh. 1,1.14).
Openbaring van de Heer: Licht der Volken «„Mijn ogen hebben
uw heil gezien, dat U ten aanschouwen van alle volken hebt toebereid,
een licht dat een openbaring zal zijn voor de heidenen"» (Luc.
2,30-32). Zie ook Jes. 49,6: Licht voor de volken.
Thema : Jezus ontledigde Zichzelf
Doop van de Heer: Lam Gods «De volgende dag zag hij (Johannes de
Doper) Jezus, terwijl die naar hem toe kwam. „Daar is het Lam van
God", zei hij, „degene die de zonde van de wereld
wegneemt"» (Joh. 1,29)
Presentatie
van de Heer (2 februari): Glorie van uw Volk «„Mijn ogen
hebben uw heil gezien, dat U ten aanschouwen van alle volken hebt
toebereid, een licht dat een openbaring zal zijn voor de heidenen en
een glorie voor uw volk Israël"» (Luc. 2,30-32)
Sint
Jozef (19 maart): Zoon van Jozef «„Dit is toch de zoon van
Jozef?" zeiden ze. „En zijn vader en moeder zijn hier toch
bekend?" (Joh. 6,42).
Aswoensdag:
Offergave «Leid een leven van liefde, zoals ook Christus ons
heeft liefgehad en zich voor ons heeft overgeleverd als offergave en
slachtoffer, een lieflijke geur voor God» (Ef. 5,2).
Eerste
zondag Veertigdagentijd: De laatste Adam «De eerste Adam werd een
levend wezen. De laatste Adam werd een levendmakende Geest» (1
Kor. 15,45).
Tweede
zondag Veertigdagentijd: Zuivere Glans van het Eeuwige Licht
«(Wijsheid is) de zuivere glans van het eeuwige Licht»
(Wijsh. 7,26).
Derde
zondag Veertigdagentijd: Geestelijke Rots «Zij dronken uit een
geestelijke rots die met hen mee trok, en die rots was Christus»
(1 Kor. 10,4; 1 Petr. 2,8)
Vierde
zondag Veertigdagentijd: Licht der Wereld «Het ware Licht was er,
dat elke mens verlicht en dat in de wereld moest komen» (Joh.
1,9)
Vijfde zondag Veertigdagentijd: Zoon van God «„U bent de Messias, de Zoon van de levende God"» (Mat. 16,16).
Palmzondag:
Koning van de Joden «Pilatus vroeg Hem: „Bent U de koning
van de Joden?" Hij antwoordde hem: „U zegt het zelf"» (Luc.
23,3). «Ze riepen almaar: „Hosanna! Gezegend Hij die komt
in de naam van de Heer: de Koning van Israël!"» (Joh.
12,13).
Thema: Lijden en Verrijzenis
Witte Donderdag: Ons Paaslam «Ons paaslam is geslacht: Christus.
We moeten ons feest vieren, niet met de oude zuurdesem» (1 Kor.
5,7-8).
Goede
Vrijdag: Gekruisigde Christus «Ik had mij voorgenomen u niets
anders bij te brengen dan Jezus Christus, de gekruisigde»
Paaszaterdag:
De Opstanding «„Ik ben de opstanding ... Wie in Mij gelooft
mag dan wel sterven, toch zal hij leven"» (Joh. 11,25).
Paaszondag:
Het Leven «„Ik ben de Opstanding en het Leven"» (Joh.
11,25). «„Ik ben de weg ... en het Leven"» (Joh.
14,6).
Maandag
van Pasen: De Levende «„Ik ben het ... de Levende. Ik was
dood, en zie, Ik leef tot in alle eeuwigheid, en Ik heb de sleutels van
de dood en het dodenrijk"» (Openb. 1,18).
Dinsdag
van Pasen: Rabboeni – Meester «Ze keerde zich naar Hem toe
en zei: „Rabboeni!" (Dat is het Hebreeuws voor: meester.)»
(Joh. 20,16).
Woensdag
van Pasen: De Profeet «„Dit is werkelijk de profeet"»
(Joh. 7,40). «Ze prezen God. Ze zeiden: „Een groot profeet
is onder ons opgestaan"‚ en: „God heeft naar zijn volk
omgezien"» (Luc. 7,16)
Donderdag van Pasen: De Heilige van God «„Wij geloven vast dat U de Heilige van God bent"» (Joh. 6,69)
Vrijdag
van Pasen: De Hoeksteen «U bent medeburgers van de heiligen en
huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en
profeten, waarvan Christus Jezus zelf de hoeksteen is» (Ef. 2,20;
vgl. Luc. 20,17).
Zaterdag
van Pasen: Eerstgeborene uit de Doden «Hij is ... de
eerstgeborene uit de doden, om in alles de eerste te zijn ... want in
Hem heeft heel de volheid willen wonen» (Kol. 1,18-19).
Thema : De Verheerlijking van Christus
Tweede zondag van Pasen: Mijn God «„Mijn Heer en mijn
God"» (Joh. 20,28). «In afwachting van ... de verschijning
van de heerlijkheid van onze grote God en onze Redder Jezus Christus.
Hij heeft zichzelf voor ons gegeven om ons ... te verlossen»
(Tit. 2,13-14)
De
Aankondiging (25 maart of na Pasen): Zoon van de Allerhoogste
«„Hij zal groot zijn en Zoon van de Allerhoogste genoemd
worden"» (Luc. 1,32).
Derde
zondag van Pasen: Leidsman ten Leven «„U hebt de Heilige en
Rechtvaardige verloochend, en verzocht om de vrijlating van een
moordenaar. De Leidsman ten leven hebt u ter dood gebracht, maar God
heeft Hem opgewekt uit de doden"» (Hand. 3,14-15).
Vierde
zondag van Pasen: Goede Herder «„Ik ben de goede herder: Ik
ken mijn schapen en mijn schapen kennen Mij"» (Joh. 10,14).
Vijfde
zondag van Pasen: De Weg «„Ik ben de weg, de waarheid en
het leven. Alleen door Mij heeft men toegang tot de Vader"» (Joh.
14,6).
Zesde
zondag van Pasen: Voorspreker «Ook al zou iemand zonde bedrijven:
we hebben een Voorspreker bij de Vader, Jezus Christus» (1 Joh.
2,1. Willibrordvert. 1978)
Hemelvaart
van de Heer: Verhevene boven Alles «Alles heeft Hij onder zijn
voeten gelegd, en Hemzelf, verheven boven alles, heeft Hij als hoofd
gegeven aan de kerk» (Ef. 1,22).
Zevende
zondag van Pasen: Heer der Heerlijkheid «Geen van de machten van
deze wereld heeft ervan geweten. Als zij ervan geweten hadden, zouden
zij de Heer der heerlijkheid niet gekruisigd hebben» (1 Kor.
2,8).
Pinksteren:
Hoofd van de Kerk «Hemzelf heeft Hij als hoofd gegeven aan de
kerk, die zijn lichaam is, de volheid van Hem die het al in alles
vervult» (Ef. 1,22).
Drievuldigheidszondag:
Beeld van (de onzichtbare) God «Hij is het beeld van de
onzichtbare God» (Kol. 1,15). «... zij de glans niet
ontwaren van het evangelie van de heerlijkheid van Christus, die het
beeld van God is» (2 Kor. 4,4).
Thema : Christus, het Leven van zijn Volk
Sacramentsdag: Brood des Levens «„Ik ben het brood om van
te leven ... Als men van dát brood eet, zal men leven in
eeuwigheid. En het brood dat Ik zal geven, is mijn vlees, voor het
leven van de wereld"» (Joh. 6,48).
Heilig
Hartfeest: Oorzaak van Redding «Toen Hij tot de voleinding was
gekomen, is Hij voor allen die gehoorzaam waren, oorzaak geworden van
eeuwige redding» (Heb. 5,9).
Geboorte
St. Jan de Doper (24 juni) Gods Uitverkorene «„Ziehier
… mijn uitverkorene, die Ik met genoegen gadesla. Ik heb mijn
geest op hem gelegd, …"» (Jes.42,1).
Petrus
en Paulus (29 juni): Behoeder van onze Ziel «U was verdwaald als
schapen, maar nu bent u bekeerd tot de herder en behoeder van uw
ziel» (1 Petr. 2,25).
Gedaanteverandering
van de Heer (6 augustus): De Welbeminde «„Dit is mijn Zoon,
de Welbeminde; luistert naar Hem"»(Mar.9,7. Willibrordvert.
1978).
Maria
ten Hemelopneming (15 augustus): Zoon van Maria «„Dat is
toch de timmerman, de zoon van Maria?"» (Mar. 6,3).
Kruisverheffing
(14 september): Jezus «„U zult zwanger worden en een zoon
baren, die u de naam Jezus moet geven"» (Luc. 1,31).
Allerheiligen
(1 november): Onze Gerechtigheid en Heiliging «Dank zij Hem bent
u in Christus Jezus, die van Godswege onze wijsheid is geworden, onze
gerechtigheid, onze heiliging …» (1 Kor. 1,30; vgl. Heb.
13,8).
Allerzielen
(2 november): Onze Verlossing «… Christus Jezus,
…die van Godswege onze wijsheid is geworden, …, onze
heiliging en verlossing» (1 Kor. 1.30).
Christus Koning: Koning der Koningen «Hij zal ze (de volken)
weiden met een ijzeren staf. Hijzelf treedt de perskuip van de wijn van
de grimmige toorn van God, de Albeheerser. Op zijn mantel en op zijn
dij staat geschreven: Koning der koningen en Heer der heren»
(Openb. 19,15-16).
Thema : Jezus, de Zoon van God
Alfa en Omega «„Ik ben de Alfa en de Omega"» (Openb. 22,13).
Goddelijke Held «Een zoon wordt ons gegeven. Men noemt hem Wonder van beleid, Goddelijke Held» (Jes. 9,5).
Ik
ben «„Van voordat Abraham werd geboren, ben Ik" (Joh.
8,58). „Wanneer u de Mensenzoon omhoog geheven hebt, dan zult u
begrijpen dat Ik het ben"» (Joh. 8,28).
De Morgenster «„Ik ben de stralende Morgenster"» (Openb. 22,16).
De Dageraad «God is barmhartig. Hij zal de Dageraad van redding wekken om over ons op te gaan» (Luc. 1,78).
Zon
van Gerechtigheid «Voor u, die mijn Naam vreest, gaat dan de zon
van de gerechtigheid op, die met haar vleugels genezing brengt»
(Mal. 3,20).
Wijsheid van God «Wij verkondigen een gekruisigde Christus, …, Gods kracht en
Gods wijsheid. » (1 Kor. 1,24; vgl. Wijsheid 7,24-25).
M
eester-Uitvoerder
«Toen de Heer de grondvesten van de aarde bouwde, stond Ik als
uitvoerster aan zijn zijde en was ik zijn vreugde, dag in dag
uit» (Spr. 8,29-30).
Oorsprong
van Gods Schepping «Zo spreekt Amen, de getrouwe en waarachtige
getuige, de oorsprong van Gods schepping» (Openb. 3,14).
Eerstgeborene van de Schepping «Hij is de eerstgeborene van heel
de schepping, want in Hem is alles geschapen, in de hemel en op de
aarde» (Kol. 1,15-16)
Thema : Jezus Messias, Dienaar van de Heer
Zoon van Abraham Jezus Christus, ... zoon van Abraham» (Mat. 1,1).
Leeuw van Juda «„De Leeuw uit de stam Juda, de Wortel van David, heeft overwonnen"» (Openb. 5,5).
Zoon
van David «Twee blinden schreeuwden: „Zoon van David, heb
medelijden met ons!"» (Mat. 9,27; Openb. 22,16).
Verbond met het Volk «„Ik bestem u tot een verbond met het volk"» (Jes. 49,8).
Verwachting van de Volken «Van Juda zal de scepter niet wijken
... totdat hij verschijnt die hem leiden mag; hem zijn de volken
gehoorzaam» (Gen. 49,10). (LXX en Vulgata: ‘Hij is de
verwachting van de volken.’)
Dienstknecht
van de Heer «„Ziehier mijn dienstknecht, die Ik ondersteun;
mijn uitverkorene, die Ik met genoegen gadesla. Ik heb mijn geest op
hem gelegd, en hij maakt het recht bekend aan de volken"» (Jes.
42,1).
De Mens Christus Jezus «De mens Christus Jezus, Hij heeft zich gegeven als losprijs voor allen» (1 Tim. 2,6)
De Timmerman «„Dat is toch de timmerman, de zoon van Maria?"» (Mar. 6,3).
Man van Smarten «Man van smarten, met ziekte vertrouwd, een mens die zijn gezicht voor ons verbergt» (Jes. 53,3).
Ons
Heil«„Want mijn ogen hebben uw heil gezien, dat U ten
aanschouwen van alle volken hebt toebereid"» (Luc. 2,30-31).
Thema : Jezus, Leider door Dood naar Leven
Onze Oudste Broeder «… bestemd om gelijkvormig te zijn aan
het beeld van zijn Zoon, opdat deze de eerstgeborene zou zijn onder
vele broeders» (Rom. 8,29; vgl. Heb. 2,11).
Hogepriester
«Wij hebben een verheven hogepriester, een die de hemelse sferen
is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God» (Heb. 4,14).
Leidsman
«„Hem heeft God een hoge plaats gegeven aan zijn
rechterhand als Leidsman en Redder ... om zonden te vergeven"»
(Hand. 5,31).
In
Alles de Eerste « Hij is de oorsprong, de eerstgeborene uit de
doden, om in alles de eerste te zijn, Hij alleen.» (Kol. 1,18).
De
Wijnstok «„Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken.
Alleen wie met Mij verbonden blijft – zoals Ik met hem –
draagt rijkelijk vrucht"» (Joh. 15,5).
Geneesheer
«„Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieke
wel... Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar
zondaars"» (Mat. 9,12-13; vgl. Luc.4,23).
De
Bruidegom «„Kunnen bruiloftsgasten soms rouwen zolang de
bruidegom bij hen is?" (Mat. 9,15). Mannen, heb uw vrouw lief, zoals
ook Christus de kerk heeft liefgehad» (Ef. 5,25)
T
empel
van God «„Breek deze tempel af, en in drie dagen laat Ik
hem herrijzen." Met dit woord doelde Jezus echter op de tempel die
Hijzelf was» (Joh. 2,19-21).
Deur van de Schaapskooi «„Ik ben de deur; wie door Mij binnenkomt zal gered worden"» (Joh. 10,9).
Reddende
Kracht «„Hij heeft voor ons een reddende kracht opgewekt in
het huis van zijn dienaar David"» (Luc. 1,69).
Thema : Jezus, Leraar der Waarheid
De Waarheid «„Ik ben de weg, de waarheid en het leven."
„De waarheid zal u vrij maken"» (Joh. 14,6; Joh. 8,32).
Getrouw
en Waarachtig «Toen zag ik de hemel open, en daar was een wit
paard; zijn berijder heet Getrouw en Waarachtig, en Hij oordeelt op
rechtvaardige wijze» (Openb. 19,11).
Getrouwe Getuige «...van Jezus Christus, de getrouwe getuige, eerstgeborene van de doden» (Openb. 1,5).
Gods Geheim «...en zo komen tot de volle rijkdom van het inzicht in Gods geheim, Christus namelijk...» (Kol. 2,2).
Rabbi
- Meester «Ze zeiden: „Rabbi (dat betekent: meester), waar
houdt U verblijf?" ... „Rabbi", zei Natanaël, „U bent
de Zoon van God!"» (Joh. 1,38.49).
Wonder
van Beleid «Een zoon wordt ons gegeven. De heerschappij rust op
zijn schouders; men noemt hem Wonder van beleid» (Jes. 9,5).
Meester
«„Meester", zeiden ze, „zelfs de demonen onderwerpen
zich aan ons in uw naam"» (Luc. 10,17). «„Welnu, als
Ik, jullie Heer en Meester, jullie voeten heb gewassen..."» (Joh.
13,14).
Voltooier van ons Geloof «Kijk naar Jezus, de leidsman en voltooier van ons geloof» (Heb. 12,2).
Het
Fundament «Want niemand kan een ander fundament leggen dan dat er
reeds ligt, namelijk Jezus Christus» (1 Kor. 3,11).
HEER,
onze Gerechtigheid «..., de tijd komt dat ik een wettige telg van
David laat opstaan … . Dit is de naam die men het geeft: "HEER,
onze gerechtigheid." » (Jer.23,5-6)..
Thema : Jezus Christus Verheerlijkt
De Heer «...iedere tong zou belijden tot eer van God de Vader: de Heer, dat is
Jezus Christus» (Fil. 2,11).
De Middelaar «En daarom is Hij middelaar van een nieuw verbond» (Heb. 9,15). «Want God is één; één is ook de middelaar tussen God en de mensen, de mens
Christus Jezus» (1 Tim. 2,5).
Gods Kracht«...maar voor hen die geroepen zijn ... Gods kracht en Gods wijsheid» (1 Kor. 1,24).
Erfgenaam
van alle Dingen «... de Zoon, die Hij tot erfgenaam gemaakt heeft
van al wat bestaat» (Heb. 1,2; vgl. Luc. 20,14).
Vorst
van de Koningen der Aarde «Van Jezus Christus ... de vorst van de
koningen der aarde. Aan Hem die ons liefheeft en ons verlost heeft van
onze zonden door zijn bloed...» (Openb. 1,5).
De
Rechtvaardige «„U hebt de Heilige, de Rechtvaardige
verloochend, en verzocht om de vrijlating van een moordenaar"»
(Hand. 3,14).
Strijder
voor Gerechtigheid «Toen zag ik de hemel open, en daar was een
wit paard; zijn berijder … oordeelt en voert oorlog op
rechtvaardige wijze» (Openb. 19,11). (Engelse vert.:
‘…, a Warrior for justice.’)
Vredevorst «Want een kind wordt geboren ... men noemt hem ... Vredevorst» (Jes. 9,5).
Heer
der Heren «Hij zal de volken regeren ... Op zijn mantel en op
zijn dij staat een naam geschreven: Koning der Koningen en Heer der
heren» (Openb. 19,16).
Amen «Zo spreekt Amen, de getrouwe en waarachtige getuige» (Openb. 3,14).
De vele leerzame namen van Jezus in de Bijbel op alfabetische volgorde
A
Adam (laatste). 1 Kor. 15 : 45
Afschijnsel van de heerlijkheid Gods. Hebr. 1 : 3
Amen. Openb. 3 : 14
Apostel onzer belijdenis. Hebr. 3 : 11
B
Banier der volken. Jes. 11: 10
Bedienaar der heiligdoms en des waren tabernakels. Hebr. 8 : 2
Beeld Gods. 2 Kor. 4 : 4
Begin en einde. Openb. 1 : 8
Begin der schepping Gods. Openb. 3 : 14
Beminde Gods. Matth. 12 : 18
Borg des Verbonds. Hebr. 7 : 22
Broeder. Matth. 12 : 50
Brood des levens. Joh. 6 : 34
Bruidegom. Matth. 9 : 15
C
Christus. Matth. 1 : 16
Christus Gods. Luk 9 : 20
Christus des Heeren. Luk 2 : 26
D
David. Ezech. 34 : 23
Deur van den Schaapstal. Joh. 10 : 7
Dienaar der Belijdenis. Rom. 15 : 8
E
Eerste en Laatste. Openb. 2 : 8
Eerstelingen dergenen die ontslapen zijn. 1 Kor. 15 : 20
Eerstgeborene aller creaturen. Coll. 1 : 15
Eerstgeborene onder vele broeders. Rom. 8 : 29
Eerstgeborene uit de doden. Openb. 1 : 5
Engel. Ex. 23 : 20
Engel van Gods aangezicht. Jes. 63 : 9
Engel des Heeren. Mal. 2 : 7
Engel des verbonds. Mal. 3 : 1
Erfgenaam van alles. Hebr. 1 : 2
F
Fundament. Efeze 2 : 20
Fontein tegen de zonden. Zach. 13 : 1
G
Gave (Onuitsprekelijke) Gods. Joh. 4 : 10
Geliefde Zoon. Matth. 3 : 17
Getrouwe en waarachtige. Openb. 19 : 11
Getuige (getrouwe). Openb. 19 : 11
Getuigen der volken. Jes. 55 : 4
Gezalfde des Heeren. Hand. 4 : 26
Gezalfde boven Zijne medegenoten. Ps. 45 : 8
Gezalfde met den Heilige Geest. Hand. 10 : 38
God. Rom. 9 : 5
God (Sterke). Jes. 9 : 5
God boven alles te prijzen. Rom. 9 : 5
God des gansen aardbodems. Jes. 54 : 5
H
Heere. Luk. 2 : 11
Heere ( alleen zalige en machtige ). 1 Tim. 6 : 15
Heere, Almachtige God. Openb. 15 : 3
Heere, onze gerechtigheid. Jer. 23 : 6
Heere der Heeren. 1 Tim. 6 : 5
Heere der heirscharen. Jes. 44 : 6
Heere uit de hemel. 1 Cor. 15 : 47
Heere Jezus. Hand. 7 : 59
Heere Jezus Christus. Hand. 16 : 31
Heere Van allen. Hand. 10 : 36
Heere van den sabbath. Matth. 12 : 8
Heerlijkheid des Heeren. Jes. 40 : 5
Heerlijkheid van Israël. Lukas 2 : 32
Heerser. Micha 5 : 1
Heiligdom. Jes. 8 : 14
Heilige. Openb. 3 : 17
Heilige en Rechtvaardige. Hand 3 : 14
Heilige Gods. Mark. 1 : 24
Heilige Israëls. Jes. 41 :14
Heiligheid der Heilgheden. Dan. 9 : 24
Heilig kind Jezus. Hand. 4 : 30
Held. Psalm 45 : 4
Herder ( grote) der schapen. Hebr. 13 : 20
Herder der zielen. 1 Petrus. 5 : 4
Hoeksteen (uitverkoren en dierbaar). 1 Petrus 2 : 6
Hoofd der gemeente. Efeze 1 : 22
Hoofd van het lichaam der gemeente. Coll. 11 : 3
Hoofd eens iegelijken mans. 1 Kor. 11 : 3
Hoofd van alle overheid en macht. Coll. 2 : 10
Hoogepriester. Hebr. 3 : 1
Hoop. 1 Tim. 1 : 1
Hoorn der zaligheid. Luk. 1 : 69
I
Ik ben. Joh. 8 :58
Immanuël Matth. 1 : 23
J
Jezus. Matth. 1 : 21
K
Kind. Jes. 9 : 5
Kind Jezus. Luk. 2 : 27
Kindeken. Lukas 2 : 12
Koning der Eere. Psalm 24 : 7
Koning der heiligen. Openb. 15 : 3
Koning van Israël. Joh. 1 : 50
Koning der Joden. Matth. 2 : 2
Koning der Koningen. 1 Tim. 6 : 15
Koning van Sion. Zach. 9 : 9
Knecht Gods. Jes. 42 : 1
Knecht (rechtvaardige). Jes. 53 : 11
Kracht Gods. 1 Kor. 1 : 24
L
Lam. 1 Petrus 1 : 19
Lam Gods. Joh. 1 : 29
Leeraar van God gekomen. Joh. 3 : 2
Leeuw van Juda. Openb. 5 : 5
Leidsman. Matth. 2 : 6
Leven. Joh. 11 : 25
Leven ( eeuwig). 1 Joh. 1 : 2
Levend brood. Joh. 6 : 51
Licht. 1 : 8
Licht der heidenen. Lukas 2 : 32
Licht der wereld. Joh. 8 : 12
Liefste. Hoogl. 5 : 16
M
Man. Jes. 32 : 2
Man der rechterhand Gods. Psalm 80 : 17
Man van smarte. Jes. 53 : 3
Metgezel Gods. Zach. 13 : 7
Meester. Matth. 8 : 19
Mens. 1 Tim. 2 : 5
Mens ( tweede ). 1 Kor. 15 : 47
Messias. Dan. 9 : 25
Middelaar. 1 Tim. 2: 5
Morgenster. 2 Petr. 1 : 19
Morgenster ( blinkende ). Openb. 22 : 16
N
Nazarener. Matth. 2 : 23
O
Offerande en slacht offer. Efeze : 2
Oorzaak der eeuwige zaligheid. Hebr. 5 : 9
Opgang uit de hoogte. Luk. 1 : 78
Opstanding en leven. Joh. 11 : 25
Opziener der zielen. 1 Petr. 2 : 25
Oude van dagen. Dan. 7 : 22
Overste van de koningen der aarde. Openb. 1 : 5
Overste Leidsman der zaligheid. Hebr. 2 : 10
Overste Leidsman en Voleinder des geloofs. Hebr. 12 ; 2
P
Pascha. 1 Kor. 5 : 7
Plant van Naam. Ezech. 34 : 29
Profeet. Hand. 3 : 22
Priester ( naar de ordening van Melchizedek. Hebr. 6 : 20
R
Raad. Jes. 9 : 5
Randsoen voor allen. 1 Tim. 2 : 6
Rechter ( rechtvaardige ). 2 Tim. 4 : 8
Rechter over levende en doden. Hand. 10 : 42
Rechtvaardige. Hand. 3 : 14
S
Schepper van Israël. Jes. 43 : 15
Schuilplaats. Jes. 32 ; 2
Silo. Gen. 49 : 10
Smaad van mensen. Psalm 22 : 6
Spruit. Zach. 3 : 8
Spruite ( rechtvaardige ). Jer. 23 : 5
Steen des aanstoots. 1 Petr. 2 : 7
Steen ( beproefde ). Jes. 28 : 16
Steen ( Verworpen ). Psalm. 118 : 22
Steenrots ( geestelijke ). 1 Kor. 10 : 4
Sterke God. Jes. 9 : 5
Ster, voortgekomen uit JaCob. Num. 24 : 17
T
Testamentmaker. Hebr. 9 : 16
Tronk ( afgehouwen van Isaï ). Jes. 11 : 1
U
Uitgedrukte beeld van Gods zelfstandigheid. Hebr. 1 : 3
Uitverkorene Gods. Matth. 12 : 18
V
Vader der eeuwigheid. Jes. 9 : 5
Verberging tegen de wind. Jes. 32 : 2
Verbond des volks. Jes. 42 : 6
Verlosser. Job. 19 : 25
Vertroosting Israëls. Luk. 2 : 25
Verzoeningsoffer. 1 Joh. 2 : 2
Voleinder des geoofs. Hebr. 12 : 2
Voorbeeld. Joh. 13 ; 15
Voorbidder. Rom. 8 ; 34
Voorloper. Hebr. 6 : 20
Voorspraak. 1 Joh. 2 : 1
Vorst. Jes. 55 : 4
Vorst van het heir des Heeren. Joz. 5 : 14
Vorst Israëls. Ezch. 34 : 24
Vorst des levens. Hand. 3 : 15
Vorst en Zaligmaker. Hand. 5 : 31
Vrede. Efeze 2 : 14
Vredevorst Jes. 9 : 5
Vriend. Joh. 15 : 13
Vriend der zondaren. Matth. 11 : 12
W
Waarachtige. 1 Joh. 5 : 20
Waarachtige God. 1 Joh. 5 : 20
Waarheid. Joh. 14 : 6
Weg ( de ). Joh. 14 : 6
Wetgever. Jak. 4 : 12
Wonderlijk. Richt. 13 : 18
Woonstede Gods. 2 Kor. 5 : 19
Woord. Joh. 1 : 1
Woord Gods. Openb. 19 : 13
Wortel van Isaï. Jes. 11 10
Wortel en geslacht Davids. Openb. 5 ;5
Wijnstok. Joh. 15 ; 1
Wijsheid Gods. 1 Kor. 1 : 24
Z
Zaad van Abraham. Gal. 3 : 16
Zaad der vrouw. Gen. 3 : 15
Zaligheid. Luk. 2 : 11
Zone der Gerechtigheid. Mal. 4 : 2
Zoon des Allerhoohsten. Luk. 1 : 32
Zoon Gods. Hebr. 1 : 5
Zoon des gezegende Gods. Marc. 14 : 61
Zoon ( eeniggeborene ) des Vaders. Joh. 3 : 16
Zoon van David. Matth. 1 : 1
Zoon des mensen. Matth. 8 : 20



















