Catechese - 12
Namen van God in het
Oude Testament - 5
De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God.
Er wordt namelijk heel veel tekstmateriaal aangereikt in de komende lessen. Mede hierom de tip: bestudeer 1 aflevering per week, daar heb je meer dan genoeg aan. Hieronder alle pagina’s van de Catechese studies. Zet je maar schrap!
Serie van 48 leerzame catechese lessen
| 01 | 02 | 03 | 04 | 05 | 06 | 07 | 08 | 09 | 10 | 11 | 12 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 |
| 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 |
| 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46 | 47 | 48 |
15 speciale lessen belijdeniscatechese
| 01 | 02 | 03 | 04 | 05 | 06 | 07 | 08 | 09 | 10 | 11 | 12 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 13 | 14 | 15 |
Bijlagen
: Normen bij het aanbieden
van de evangelische boodschap in de Catechese
Woordverklaring
Studiebijbel
Begrippen
Namen van God in het Oude Testament - 5
In
de vorige artikelen hebben we stilgestaan bij de namen 'Elohiem' (God),
'Jahweh' (HERE) en 'Eljoon' (de Allerhoogste). Deze keer willen wij
weer een nieuwe naam overdenken, namelijk de naam'Sjaddaj', die in het
Oude Testament 48 maal voorkomt en in alle gevallen door 'de
Almachtige' wordt vertaald.
Het
is een van de mooiste namen die God draagt: We zouden namelijk
gemakkelijk een verkeerd beeld van God kunnen krijgen als we van Hem
niet meer wisten dan dat Hij de Schepper van het heelal is (elohiem),
dat Hij nog steeds de Bezitter daarvan is (eljoon), en dat Hij elk mens
in die schepping persoonlijk benadert met Zijn heilige wetten en eisen
(Jahweh). Sjaddaj is echter niet de naam van een eisend God, maar van
een gevend God: Dezelfde God die de aarde en de hemel met een enkel
woord van Zijn mond schiep, diezelfde God is voor de Zijnen ook de bron
van alle genade, degene die in alle noden en behoeften kan voorzien!
De betekenis van het woord Sjaddaj
De precieze betekenis van het woord 'sjaddaj' is vandaag de dag een
onderwerp van hevige diskussie. De oude Joodse rabbijnen uit de eerste
eeuwen van onze jaartelling leidden het af van twee Hebreeuwse woorden:
het eerste 'sja' betekent'wie'; het tweede 'daj' betekent 'voldoende'.
Naar hun opvatting betekent de naam Sjaddaj dus 'Hij die altijd
voldoende is', 'Hij die zelfgenoegzaam is'. Een andere afleiding die
min of meer op dezelfde betekenis uitkomt, ziet het woord als verwant
aan het Hebreeuwse woord 'sjad', dat 18 maal in het Oude Testament
vertaald is door 'moederborst'.Sjaddaj is dan 'Degene die liefheeft',
zoals een vrouw haar zuigeling (vgl. Jes.49:15).Sjaddaj is dus de God
die de mens tegemoet komt in Zijn ondersteunende kracht. Telkens
wanneer de Jood deze naam uitsprak, dan herinnerde dat hem eraan dat
elke goede gave en elk volmaakt geschenk van Hem, de Sjaddaj,de
Almachtige, vandaan komt, dat Hij nooit te vermoeid is om Zijn
barmhartigheden over Zijn volk uit te gieten en dat Hij meer gereed
staat om te geven dan wij om te ontvangen. |
Eigenlijk drukt de vertaling 'de Almachtige' dus niet precies uit wat
er allemaal in dat ene woord 'Sjaddaj' besloten ligt. Dat hangt ook
grotendeels af van onze hedendaagse opvatting over 'almacht': De
'almacht van God' betekent namelijk niet dat God alles kan - hoe vreemd
dit ook klinkt: We lezen bijvoorbeeld in Titus 1:2 dat God niet kan
liegen, hetgeen in tegenspraak is met de gedachte dat God alles zou
kunnen (vgl. ook Num.23:19 en 1Sam.15:29)! Nee, Gods almacht is
gebonden - doch niet gebonden aan ‚‚n of andere wet of aan
een of andere beperking, maar Gods almacht is gebonden aan Zichzelf!
Gods almacht is namelijk altijd geheel in overeenstemming met Zijn
heiligheid: Dit woord 'almacht' betekent dus veeleer 'de macht om de
wil van Zijn Goddelijke natuur uit te voeren! Beter zou het daarom ook
zijn om de naam Sjaddaj in het Nederlands weer te geven met 'de
Weldadige' of 'de Algenoegzame'. Dit wordt nog belangrijker als we
bedenken dat de gekombineerde naam 'El Sjaddaj', 'God de Almachtige',
ook 7 maal in de Schrift voorkomt (waarvan 5 maal in het boek Genesis).
De Godsnaam 'El' is eenverkorting van Elohiem (God) en betekent 'God in
al Zijn kracht en macht' (zie het volgende artikel). El is dus
eigenlijk de naam die de volheid van de Goddelijke macht uitdrukt en
die we derhalve het beste met 'de Almachtige' hadden kunnen vertalen.
Maar de toevoeging 'Sjaddaj' in 'El Sjaddaj' gaat veel verder: Het
wijst ons erop dat die overweldigende kracht van El (God) ten dienste
staat aan een Persoon die bovenal liefheeft, een Persoon die de mensen
gelukkig wil maken, die - net zoals een moeder voor haar baby - voor de
Zijnen wil zorgen, hen wil voeden, hen wil ondersteunen, hen wil
helpen, hen wil dragen. Sjaddaj is de naam van een God die gaat geven,
heel erg veel gaat geven.
Wanneer wij nu die plaatsen in de Bijbel opslaan waar de naam 'Sjaddaj'
voorkomt, dan zien we telkens de gedachte van een gevend God terug. Met
name aan de aartsvaders, Abraham, Iza„k en Jakob, heeft God Zich
als Sjaddaj, de Almachtige, geopenbaard - zie Exodus 6:2, waar God tot
Mozes zegt: "Ik ben aan Abraham, Iza„k en Jakob verschenen als
God de Almachtige (El Sjaddaj)" (vgl. respektieve- lijk Gen.17:1; 28:3
en 48:3). Zoals God Zich aan Noach had geopenbaard als Elohiem, de God
van de schepping (Gen.9:8-17), zoals God Zich aan Isra‰l had
openbaarde als Jahweh, de 'IK BEN' (Ex.3:13-14), zoals God Zich vandaag
aan de christenen wil openbaren als 'Vader' (zie Joh.20:17; Ef.2:18),
zo was God voor Abraham, voor Iza„k en voor Jakob El Sjaddaj,
'God de Almachtige'.
Maar wanneer wij nu de betreffende passages in het boek Genesis
opzoeken, dan is een van de eerste dingen die opvalt, dat die naam
'Sjaddaj' niet meteen in Genesis 12 voorkomt, de geschiedenis van de
roeping van Abraham, maar pas veel later, in hoofdstuk 17! Pas als
Abraham zich heeft afgescheiden van de zondige wereld en zijn
geboorteplaats Ur der Chaldeeen heeft verlaten, pas als hij zijn
familie heeft achtergelaten en zich van hun vreemde goden heeft
afgezonderd (12:1-4; vgl. Joz.24:2), pas als hij geleerd heeft wat het
is om een pelgrim in een vreemd land te zijn, om daar alleen maar een
altaar voor zijn God te bezitten (12:8), pas als hij heel langzaam
heeft geleerd niet meer op zichzelf te vertrouwen door te vluchten naar
Egypte (12:10-20) of door zijn slavin Hagar te nemen om voor zichzelf
nageslacht te verwekken (hoofdstuk 16), d n pas horen we de HERE tot
Abraham zeggen: "Ik ben God, de Almachtige (El Sjaddaj): wandel voor
Mijn aangezicht en wees onberispelijk" (17:1). Het duurde heel erg
lang, 99 jaar, voordat Abraham helemaal los was van deze wereld,
voordat hij had leren zien dat de ware 'hulpbronnen' voor een pelgrim
niet in de aardse dingen liggen, maar in God Zelf, in een El Sjaddaj:
God all‚‚n, dat was toen voor Abraham voldoende. Slechts
voor Zijn aangezicht te wandelen en slechts te vertrouwen op wat Hij
doet. Pas toen Abrahams ogen niet meer op een in de zonde verstrikte
schepping, maar op de grote Schepper Zelf zagen, kon God Zich aan hem
openbaren als de El Sjaddaj, de Almachtige God, als de God die volkomen
in staat was om in al zijn behoeften te voorzien. Immers, gaat dat vers
in Genesis 17:1 niet verder met het vullen van Abrahams lege handen?
"Ik zal Mijn verbond tussen Mij en u stellen, en u uitermate talrijk
maken..." (vs. 2)
Ligt in deze 4000 jaar oude geschiedenis niet de reden waarom wij God
vandaag zo slecht kennen? Hoeveel mensen spreken vandaag de dag niet
schamper over God als een soort kombinatie van een school- meester, een
boekhouder en een rechter? Zelfs christenen spreken zo en zien zo
weinig van die geweldige rijkdom van die naam Sjaddaj, de gevende God.
H‚‚ft God niet gegeven? "God zij dank voor Zijn
onuitsprekelijke gave" (2Kor.9:15; vgl. Joh.4:10). En het lijdt geen
twijfel dat met deze 'gave' Gods eigen Zoon wordt bedoeld, de Heer
Jezus: "Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Zijn eniggeboren
Zoon gegeven heeft..." (Joh.3:16)! Ligt de reden dat wij 'de
Almachtige' (Sjaddaj) nog zo slecht 'doorgronden' (vgl. Job 11:7) niet
hierin dat wij nog veel te veel lijken op die oude Abraham die maar
steeds naar de wereld keek, die maar steeds bij hen of bij zichzelf
zijn hulp zocht om uit de problemen te komen? Lezen we het niet in
2Korinthe 6:14-18 dat wij weg moeten gaan uit het midden van de
ongelovigen, dat wij geen gemeenschap moeten hebben met de duisternis,
maar ons moeten afscheiden van dat alles? Dan, dan alleen, geldt die
heerlijke belofte: "... en Ik zal u aannemen, en Ik zal u tot een Vader
zijn, en u zult Mij tot zonen en dochters zijn, zegt de Heer, de
Almachtige" (2Kor.6:17-18 en zie de voetnoot in de Telos-vertaling).
Abraham had iets begrepen van de naam Sjaddaj. Daarom is hij later
zelfs bereid om zijn eigen zoon Iza„k op het altaar te leggen,
omdat hij wist dat God geen eisend God was, maar een gevend God, die
hem zijn zoon - desnoods zelfs dwars door de dood heen - zou
teruggeven. We lezen het geheim van zijn kracht in Hebreeen 11:18:
Abraham had overwogen dat God 'machtig' was... Met andere woorden:
Abraham kende de diepste betekenis van die naam 'El Sjaddaj'.
Wanneer we de rest van het boek Genesis doorwandelen, dan valt ons
telkens weer die zegenende hand van Sjaddaj op: "En God, de Almachtige
(El Sjaddaj), zegene u, Hij make u vruchtbaar..." (28:3); "Ik ben God,
de Almachtige (El Sjaddaj), wees vruchtbaar en wordt talrijk" (35:11;
vgl. 48:3-4). Zelfs eenJakob, wanneer hij zijn dierbare zoon Benjamin
naar die wrede farao van Egypte moet zenden, vindt troost in die naam
van de God van alle genade: "God, de Almachtige (El Sjaddaj), geve u
barmhartigheid voor het aangezicht van die man... Wat mij aangaat: als
ik van kinderen beroofd moet worden, dan worde ik beroofd" (43:14). En
wanneer deze zelfde Jakob op zijn sterfbed ligt, dan kan ook hij
spreken van wat die geweldige naam 'Sjaddaj' inhoudt: "de God van uw
vader, die zal u helpen, en de Almachtige (Sjaddaj), die zal u zegenen
met zegeningen des hemels van boven, met zegeningen van de watervloed,
die beneden ligt, met zegeningen van borsten (Hebreeuws: sjad) en de
moederschoot" (49:25).
Nu wij de betekenis van de naam 'Sjaddaj' enigszins kennen, kunnen we
ook begrijpen hoe Naomi zich voelde toen zij in haar geboortestad
terugkeerde na in een vreemd land haar man en haar beide zonen te
hebben verloren: "Noemt mij niet meer Naomi (= lieflijkheid); maar
noemt mij Mara (= bitterheid), want de Almachtige (Sjaddaj) heeft mij
veel bitterheid aangedaan" (Ruth 1:20; vgl. ook vs. 21). Naomi moest de
les nog leren dat er vaak veel 'gesnoeid' moet worden voordat de
wijnstok 'veel vrucht' kan voortbrengen (vgl. Joh.15:1-5), dat onze
handen eerst geledigd moeten worden van de aardse dingen voordat de
Almachtige ze kan vullen met Zijn liefde en genade, met Zijn kracht en
oplossingen voor onze zorgen en problemen! Deze zelfde gedachte treffen
we aan in het boek Job: Van de 48 keer dat de naam 'Sjaddaj' in de
Schrift voorkomt, vinden we er 31 in dit oude bijbelboek. Deze naam
ligt op de lippen van elke medespeler in dit Goddelijke drama: We horen
het uit de mond van Elifaz (5:17), van Bildad (8:3) en van Zofar
(11:7); maar ook uit die van Job z‚lf (6:4), van Elihu (32:8) en
zelfs uit die van de HERE (39:35). Juist die eerstgenoemde, Elifaz,
gebruikt de naam 'Sjaddaj' meer dan zijn beide vrienden, Elifaz die
Gods almacht slechts daarin zag dat Hij alleen maar kon en wilde
vernietigen en verdelgen (vgl. 4:19-20; 5:4; 15:21). In de ogen van
Elifaz is God slechts een wreed en onmenselijk Iemand. Maar is dit voor
velen vandaag ook niet zo? Wordt die oneindige liefde van God voor Zijn
eigen schepselen vandaag nog wel gezien? En Job? Begreep Job iets van
die zegenende hand van God? Was hij het niet die op een gegeven moment
al zijn opvattingen over de 'gevende en liefhebbende God' ging herzien,
toen hij die bittere woorden uitsprak over de "grimmigheid des
Almachtigen (Sjaddaj), die het onheil opspaart voor Zijn zonen"
(21:19-20)?! Later heeft Job het echter w‚l leren te begrijpen:
Hoe kleiner wij voor de Almachtige worden, hoe leger onze handen en hoe
eenvoudiger ons oog, des te meer kan die Almachtige ons met Zijn
geschenken overladen: Zie het laatste hoofstuk van het boek Job, waarin
wij Job rijker zien worden dan hij ooit is geweest! D rom kan
Hebree‰n 12 nu juist lijden en beproeving zien als iets dat
voortkomt uit de liefde van onze hemelse Vader (vs. 6)!
[De verhalen van sommige mensen in de Bijbel zijn zo met elkaar
verweven dat ze bijna niet van elkaar te scheiden zijn. We weten meer
over hun onderlinge verhouding dan van de personen als individu. In een
tijd van individualisatie is hun verhaal een voorbeeld van een goede
relatie.
Naomi en Ruth zijn een mooi voorbeeld van het versmelten van levens.
Hun culturen, familie-achtergronden en leeftijden waren heel
verschillend. Als schoonmoeder en schoondochter hadden ze
waarschijnlijk evenveel redenen tot spanning als tot liefde voor
elkaar. En toch waren ze samen één. Zij deelden grote
zorgen, grote affectie voor elkaar en beiden waren vast verbonden met
de God van Israël. Hoewel ze erg van elkaar afhankelijk waren,
gaven ze elkaar de vrijheid in hun omgang. Naomi was bereid Ruth naar
haar familie te laten terugkeren. Ruth was bereid haar vaderland te
verlaten en naar Israël te gaan. Naomi hielp zelfs het huwelijk
van Ruth met Boaz te arrangeren, hoewel hun relatie daardoor zou
veranderen.God was het middelpunt van hun sterke saamhorigheid. Ruth
leerde de God van Israël kennen door Naomi. De oude vrouw liet
Ruth haar relatie met God zien en horen en vreugde en pijn ervan
voelen. Openheid over je relatie met God brengt diepte en vertrouwen in
onze relaties met anderen!
Toch vinden we op enkele plaatsen in de Schrift Sjaddaj niet als een
g‚vend God, maar als een wr‚kend God! Dit zal het lot zijn
van allen die telkens smalend spreken over onze God als een haat-
dragende Diktator. Zij die de Almachtige weigeren te erkennen als een
liefhebbend God, zij die het grootste geschenk van die liefde, het
verzoenend Offer van de Heer Jezus, blijven afwijzen, zij die God
hoogstens willen zien als een wrekend God, voor d¡e personen zal
er een tijd komen dat zij 'gelijk zullen krijgen': Er zal een tijd
komen dat Sjaddaj Zich als de grote Wreker zal openbaren, als een
toornend God (zie bijvoorbeeld Ps.68:15;Jes.13:6 en Jo‰l 1:15).
Daarom vinden we van de 10 keer dat de naam 'de Almachtige' in het
Nieuwe Testament voorkomt, er ju¡st 9 in het boek de Openbaring:
Wanneer u nu de grootste gave van de Almachtige afwijst, dan zult u
straks t¢ch oog in oog staan met die Almachtige God die u nu pro-
beert te ontvluchten. Maar dan is de tijd voorbij dat Hij u genade kan
geven - d n zult u geen geschenken meer uit zijn hand zien komen, maar
slechts veroordeling: Dan zal de Koning der koningen en de Here der
heren Z‚lf de 'wijnpersbak van de grimmigheid van de toorn van
God de Almachtige' treden (Openb.19:15-16); dan zal het de tijd zijn
van vloek voor de ongelovigen, maar zij die het 'koninkrijk van God de
Almachtige' mogen binnen gaan, zullen daar de lofzang aanheffen: "Wij
danken u, Heer, God de Almachtige, die is en die was, dat U uw grote
kracht hebt aangenomen en uw koningschap hebt aanvaard" (Openb.11:17;
vgl. 19:6)!
Sjaddaj, nu een g‚vend God, straks een t¢¢rnend God.
Hebben wij dat geschenk van die 'schaduw' die Hij ons biedt, al
aangenomen, die plaats waar wij eeuwig beschermd zijn en Zijn zegen
kunnen genieten (vgl. Jes.32:2)? "Wie in de schuilplaats des
Allerhoogsten (eljoon) is gezeten, vernacht in de schaduw van de
Almachtige (sjaddaj). Ik zeg tot de HERE (Jahweh): Mijn toevlucht en
mijn vesting, mijn God (elohiem), op wie ik vertrouw" (Ps.91:1-2). De
Allerhoogste God, die hemel en aarde bezit, bezit ook een schuilplaats
voor de tot Hem vluchtende ziel; de Almachtige God, die met Zijn genade
te hulp komt als alle menselijke kracht tekort geschoten is, die biedt
ons Zijn schaduw, Zijn bescherming. En deze veiligheid vindt daarin
zijn grondslag dat wij in persoonlijk geloof tot Jahweh mogen vluchten,
en op deze God, de machtige Schepper van de aarde en de hemel, mogen
vertrouwen en Hem 'mijn God' mogen noemen!
VRAAG VAN DEZE WEEK : Begin je de grootheid van God door te krijgen..?
STEL JEZELF een DOEL Nu je dit bovenstaande hebt gelezen en overdacht,
een mooie gelegenheid eens voor jezelf te op te schrijven wat jij als
zeer opmerkelijk zou willen aanmerken.
Schroom niet te reageren. Stuur een mailtje met je vragen en/of opmerkingen. Ik zou zeggen: met genoegen tot de volgende keer.
Volgende keer: Eloah en El (God)



















