Catechese - 11
Namen van God in het Oude
Testament - 4
De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God.
Er wordt namelijk heel veel tekstmateriaal aangereikt in de komende lessen. Mede hierom de tip: bestudeer 1 aflevering per week, daar heb je meer dan genoeg aan. Hieronder alle pagina’s van de Catechese studies. Zet je maar schrap!
Serie van 48 leerzame catechese lessen
| 01 | 02 | 03 | 04 | 05 | 06 | 07 | 08 | 09 | 10 | 11 | 12 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 |
| 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 |
| 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46 | 47 | 48 |
15 speciale lessen belijdeniscatechese
| 01 | 02 | 03 | 04 | 05 | 06 | 07 | 08 | 09 | 10 | 11 | 12 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 13 | 14 | 15 |
Bijlagen
: Normen bij het aanbieden
van de evangelische boodschap in de Catechese
Woordverklaring
Studiebijbel
Begrippen
Namen van God in het Oude Testament - 4
DIn
de vorige lessen hebben we gezien dat God Zich op verschillende
manieren aan de mens heeft geopenbaard: Allereerst als Elohiem, als
God.
Dit
is de titel van Hem die alle dingen heeft geschapen. Maar aan het volk
Israël openbaarde deze God Zich bovendien nog op een heel andere
wijze, namelijk als Jahweh, de IK BEN, de eeuwige God die Zich
persoonlijk met de mens bemoeit. Daarom vinden we in de Schrift dat God
Zich telkens in handelingen met de volken op deze aarde Elohiem noemt;
maar als het om zijn geliefde volk Isra‰l gaat, waarmee Hij
immers een verbond gesloten heeft, dan noemt Hij Zich met die
persoonlijke, ondoorgrondelijke naam: Jahweh, IK BEN.
Nu rijst wellicht de vraag of de heidense volken de God van de Bijbel
dan helemaal niet anders kenden dan als God de Schepper (Elohiem). Zo
is het gelukkig niet: "Is God alleen de God van de Joden? Niet ook van
de volken? Ja, ook van de volken." (Rom.3:29) Isra‰l had God
leren kennen in de bijzondere openbaring als Jahweh, maar in de tijd
van het Oude Testament mochten de enkele gelovigen uit de heidenen de
Godsnaam 'Eljoon' aan hun hart koesteren. Deze naam 'Eljoon' komt 36
maal in het Oude Testament voor en betekent letterlijk: 'de
Allerhoogste'. Meestal vinden wij de naam zo in de Schrift, maar soms
wordt deze verbonden met de naam 'Elohiem' (ElohiemEljoon, God de
Allerhoogste - zie Ps.57:3 en 78:56 (St.Vert.)), soms met de naam
'Jahweh' (Jahweh Eljoon, de HERE, de Allerhoogste - zie Ps.7:18; 47:3
en 97:9) en soms met de nog te bespreken naam 'El' (El Eljoon, God, de
Allerhoogste - zie Gen.14:18,19,20,22).
Deze laatstgenoemde teksten zijn tevens de eerste malen dat de naam
'Eljoon' in de Bijbel voorkomt. We doen er dus goed aan daar aandacht
aan te schenken: Wanneer Abraham terugkeert na zijn overwinning op de
vier koningen (zie Gen.14:1-17), komt hij langs de plaats Salem, dat is
Jeruzalem. En daar, midden in dat zondige land, niet ver van Sodom en
Gomorra (vgl. Gen.18:16-19:29), komt hem dan plotseling een heidens
vorst, Melchizedek, tegemoet die niet alleen koning is maar tevens
priester, en wel priester van El Eljoon, de Allerhoogste God (vs.
18-20). Melchizedek stond niet in dezelfde relatie tot God als Abraham:
Abraham mocht zijn God Jahweh, HERE, noemen (ook al kende hij niet de
volle inhoud van die naam - zie het vorige artikel). Melchizedek kende
God niet bij die naam, maar wel bij de naam Eljoon, de Allerhoogste.
Wat die naam voor hem inhield, lezen we er direkt achteraan: Eljoon was
de 'Bezitter van hemel en aarde' (vs. 19,22 St.Vert.). In de
NBG-vertaling lezen we in deze verzen over de 'Schepper van hemel en
aarde', maar deze vertaling lijkt toch niet correct te zijn. (Hetzelfde
grondwoord komen wij ook in Spreuken 8:22 tegen, die belangrijke tekst
met betrekking tot de eeuwige Godheid van de Heer Jezus, maar ook daar
verdient de Statenvertaling de voorkeur boven de NBG-vertaling.) Eljoon
is niet alleen de God die alle dingen heeft geschapen, maar ook de God
aan Wie die scheppingswerken nog steeds toebehoren! "De Allerhoogste
(Eljoon) is een groot Koning over de ganse aarde" (Ps.47:3; vgl. 83:19
en 97:9). Maar als Eljoon dan de Bezitter is van deze aarde, dan is Hij
ook degene die die bezittingen aan de mensen toedeelt. Dit zien we dan
ook bijvoorbeeld in Deut.32:8 (vgl. Hand.17:26), waar we lezen dat "de
Allerhoogste (Eljoon) aan de volken hun erfenis toedeelde". Zoals de
naam Elohiem ons God voorstelt als de God die deze wereld heeft
gemaakt, zo is Eljoon de naam van deze zelfde God wanneer Hij wordt
gezien als de God die de wereld bezit, die ermee doet wat Hij wil en
die naar zijn inzicht zegen op aarde uitdeelt (zie Dan.4:32,34-35).
Het woord 'eljoon' wordt in de Bijbel ook als een gewoon bijvoeglijk
naamwoord gebruikt met de betekenis 'hoger dan anderen'. Zo lezen wij
bijvoorbeeld over 'de bovenste (eljoon) vijver' (2Kon.18:17) en van
'het huis dat hoog verheven (eljoon) was' (2Kron.7:21). Wanneer deze
naam op God wordt toegepast, impliceert dit dus dat Hij de hoogste is,
terwijl er anderen onder Hem zijn die op de een of andere manier met
Hem zijn verbonden. Maar omdat Hij de hoogste is, heeft Hijderhalve ook
de bevoegdheid om hen te regeren zoals Hij wil! Dit is dan ook precies
wat we in de reeds genoemde tekst uit Daniel 4 lezen, waar we de
grootste aardse koning van die tijd, Nebukadnezar, de absolute
alleenheerser van het grote (neo-)babylonische rijk, God horen prijzen.
Deze hoogste koning op aarde had geleerd dat er Iemand was die nog
hoger was, de Allerhoogste: "Toen prees ik de Allerhoogste, die een
eeuwige heerschappij heeft, die doet naar zijn wil met het heer des
hemels en met alle bewoners van de aarde; en tot Wie niemand kan
zeggen: 'Wat doet Gij...?'" (vs. 34-35).
Onder deze openbaring, namelijk als Eljoon, de Allerhoogste, is God
niet alleen in Isra‰l maar vooral ook onder de volkeren bekend
geweest. In de vijf boeken van Mozes horen we deze naam alleen uit de
mond van de heidense koning Melchizedek (Gen.14), uit de mond van de
onheilsprofeet uit het oosten, Bileam, (Num.24:16) en uit de mond van
Mozes in het boek Deuteronomium in verband met de toedeling van de
aarde aan de volken (32:8). In de historische boeken (Jozua tot en met
Esther) komt de naam dan ook nergens voor (behalve dan in 2Sam.22:14),
omdat deze geschriften voornamelijk de geschiedenis van het volk
Isra‰l beschrijven. Wel komen we deze titel 22 maal in de
Psalmen tegen, maar in veel van die gevallen reikt de blik van de
psalmist veel verder dan Isra‰l alleen; vooral in die psalmen
die spreken van de zegen voor de hele aarde in het rijk van de grote
Salomo, het vrederijk van de Heer Jezus, vinden we de naam 'Eljoon'.
Het is daarom volkomen in overeenstemming met de betekenis van deze
naam wanneer we ook de uitverkoren Isra‰lieten deze in de mond
horen nemen, wanneer zij vanwege hun zonde uit hun land, het land van
de belofte, zijn verbannen, als zij ver van de 'stad Gods' envan de
'woningen des Allerhoogsten' (Ps.46:5) zijn verwijderd. Wanneer zij dan
in dat vreemde land tot hun God roepen, dan vluchten zij instinctief
tot die naam Eljoon, de Allerhoogste, als grondslag van hun hoop, wat
hun moeite en verdriet ook is. Zo horen wij David bidden als hij voor
Saul in de spelonk vlucht: "Ik roep tot God, de Allerhoogste (Eljoon),
tot God, die het voor mij zal voleindigen." (Ps.57:1,3); En wanneer hij
opnieuw moet vluchten, horen we hem midden in de problemen en de zorgen
"de naam des HEREN, des Allerhoogsten, psalmzingen" (Ps.7:1,18).Zo
horen we evenzo de belijdenis van de Isra‰lieten in de woestijn
van Egypte, dat zij "gedachten dat God hun rots was, en God, de
Allerhoogste, hun verlosser" (Ps.78:35). Uit die naam Eljoon, de
Allerhoogste, mogen ook wij hoop putten als we het moeilijk hebben. Er
is een God die groter is dan die bergen van moeilijkheden: Hij is de
Allerhoogste God - en bij d¡e God is er een 'schuilplaats' voor u
en voor mij (Ps.91:1).
Samenvattend kunnen we zeggen dat in de naam Eljoon ons Iemand wordt
voorgesteld die alle anderen overtreft in grootheid, met Wie niemand te
vergelijken is. De Allerhoogste is verheven boven alle dode afgoden en
boven de gehele schepping (Ps.83:19; 97:9); De Allerhoogste is oneindig
groot; zijn volkomenheden, zijn wil, zijn wijsheid en zijn kracht zijn
veel groter dan wij, zwakke mensen, ooit kunnen doorgronden; zijn troon
is de hemel (vgl. Hand.7:48-49); zijn werken zijn onge‰venaard.
De naam Eljoon spreekt ons van de overweldigende majesteit van God.
Tot zover een algemene beschrijving van de naam Eljoon. Nu willen
we op vier bijzonderheden wijzen, die ook met de naam 'de Allerhoogste'
zijn verbonden. Ten eerste wordt in de Schrift vaak gewezen op de
almacht die Eljoon karakteriseert: "Zowel het kwade als het goede komt
uit de mond van de Allerhoogste (Eljoon)"(Klaagl.3:37-38; vgl.
Ps.21:8). Daarom drukt Ps.77:10-11 ook het onmogelijke uit: "Vergeet
God genadig te zijn? Dit krenkt mij, dat de rechterhand des
Allerhoogsten (Eljoon) verandert." Het is onmogelijk dat de Almachtige
onmachtig zou zijn geworden! Op dit vlak ligt trouwens ook de zonde van
de satan. Deze engelenvorst (Ezech.28:14) is niet gevallen omdat hij
goddelijk wilde zijn, of omdat hij zich als een god wilde laten
vereren, maar omdat hij de plaats begeerde die slechts aan de
Allerhoogste toekomt (zie Jes.14:13-14 en vgl. ook 1Tim.3:6).
Een tweede gedachte bij de naam 'Eljoon' is Gods alwetendheid. Als Hij
de God is die de aarde en de hemel bezit, dan is Hij ook de God die
precies weet wat er op deze aarde gebeurt: De vraag uit Psalm 73:11:
"Zou er ook wetenschap bij de Allerhoogste zijn?" - is daarom een vraag
van het ongeloof. "Zou Hij, die het oor plantte, niet horen? Die het
oog vormde, niet zien? De HERE kent de gedachten der mensen..."
(Ps.94:9,11). Zelfs Bileam sprak al over de 'wetenschap des
Allerhoogsten (Eljoon)' (Num.24:16; vergelijk ook de uitdrukking 'de
raad des Allerhoogsten' in Ps.107:11).
Ten derde wijzen wij op de bescherming die bij de Allerhoogste te
vinden is. Bij Hem is een 'schuilplaats' (Ps.91:1), zodat wij niet meer
hoeven te wankelen (Ps.21:8; vgl. 9:3-5). Juist omd t onze God de
Allerhoogste God is, kan en zal er nooit iemand komen die machtiger is
dan Hij. Als Hij ons zijn bescherming biedt, wie kan ons dan nog rukken
uit zijn hand (vgl. Joh.10:28-29)?
Tot slot is er ook nog een heel bijzondere verbinding tussen de stad
Jeruzalem en de naam 'de Allerhoogste'. Dit vinden we al in Genesis 14,
waar immers de priester van de Allerhoogste God tevens de koning van
Salem (Jeruzalem) is. Daar waar Jeruzalem profetisch gezien wordt als
het centrum van de regering van de gehele aarde gedurende het
vrederijk, vinden we ook de naam Eljoon, de Allerhoogste. Deze Godsnaam
spreekt ons van de openbaring van God aan de volkeren; maar in het
vrederijk zal de hele zegen van de volken toch vervat liggen in de
zegen van Sion, de 'stad van God'(Ps.46:5; 87:5; vgl. ook Zach.14)? De
'volheid van Isra‰l' zal een overvloedige 'rijkdom' voor de
heidenvolkeren opleveren (vgl. Rom.11:11-12). En is dat eigenlijk niet
heel logisch? In die tijd zal alle heerschappij liggen in de handen van
Hem die door God "tot de eerstgeborene" gesteld is, tot "de
Allerhoogste (Eljoon) van de koningen van de aarde" (Ps.89:28), "de
Koning der koningen en de Here der heren" (Openb.19:16).
Hiermee zijn wij in het Nieuwe Testament aangeland, waar we de Koning
van dat Vrederijk ontmoeten, die z¢ groot is, dat Hij de'Zoon van
de Allerhoogste God' wordt genoemd (Luk.1:32; 8:28). JuistLukas, de
Griekse arts die een evangelie schreef voor de heidenen, gebruikt de
naam 'de Allerhoogste' heel vaak: Johannes de Doper wordt de 'profeet
van de Allerhoogste' genoemd (Luk.1:76), de Heilige Geest de 'kracht
van de Allerhoogste' (1:35), en zelfs wij mogen de naam 'zonen van de
Allerhoogste' dragen (6:35). Maar diezelfde Lukas noemt ons ook 'slaven
van God, de Allerhoogste'(Hand.16:17). Deze uitdrukking betekent dat
wij in onze wandel op aarde slaven mogen (en moeten!) zijn in dienst
van die Allerhoogste, dat die Allerhoogste God Degene is die ons bezit,
die over ons gezag heeft, die ons bevelen geeft, die ons gebiedt te
gehoorzamen. Maar aan de andere kant ligt hierin ook een geweldige
troost. Wij mogen onbezorgd wandelen, vertrouwend op Hem aan Wie aarde
en hemel, vriend en vijand onderworpen zijn. Wij zijn 'ambassadeurs'
van de grootste Koning, de Allerhoogste God, die ver boven alle andere
gezaghebbers verheven is, bij Wie alle andere goden in het niet
verzinken. Maar het grootste voorrecht dat wij 'zonen van de
Allerhoogste' zijn, ligt toch daarin, dat wij mogen lijken op 'd‚
Zoon van de Allerhoogste', de Heer Jezus. Als wij nu met Hem verdragen,
zullen wij straks ook met Hem regeren (2Tim.2:12). Als wij nu dagelijks
ons kruis opnemen en Hem volgen (Luk.9:23), dan zullen wij straks delen
in die eeuwige heerschappij van deze Mensenzoon, wanneer Hem eer en
koninklijke macht worden gegeven (Dan.7:14; vgl. Luk.22:28-30). Als u
nu een slaaf van de Allerhoogste wilt zijn, zult straks een heilige van
de Allerhoogste worden genoemd en waard zijn om met de Mensenzoon het
koningschap te ontvangen (Dan.7:18,22,27)! En op de eeuwige 'sabbatdag'
van het Vrederijk zult u het dan uit volle borst kunnen meezingen: "Het
is goed de HERE te loven, uw naam psalmen te zingen, o Allerhoogste!"
(Ps.92:1-2).
VRAAG VAN DEZE WEEK : Begin je de grootheid van God door te krijgen..?
STEL JEZELF een DOEL Nu je dit bovenstaande hebt gelezen en overdacht,
een mooie gelegenheid eens voor jezelf te op te schrijven wat jij als
zeer opmerkelijk zou willen aanmerken.
Schroom niet te reageren. Stuur een mailtje met je vragen en/of opmerkingen. Ik zou zeggen: met genoegen tot de volgende keer.
Volgende keer: Sjaddaj (de Almachtige)



















