Catechese - 09
Namen van God in het Oude
Testament - 2
De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God.
Er wordt namelijk heel veel tekstmateriaal aangereikt in de komende lessen. Mede hierom de tip: bestudeer 1 aflevering per week, daar heb je meer dan genoeg aan. Hieronder alle pagina’s van de Catechese studies. Zet je maar schrap!
Serie van 48 leerzame catechese lessen
| 01 | 02 | 03 | 04 | 05 | 06 | 07 | 08 | 09 | 10 | 11 | 12 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 |
| 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 |
| 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46 | 47 | 48 |
15 speciale lessen belijdeniscatechese
| 01 | 02 | 03 | 04 | 05 | 06 | 07 | 08 | 09 | 10 | 11 | 12 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 13 | 14 | 15 |
Bijlagen
: Normen bij het aanbieden
van de evangelische boodschap in de Catechese
Woordverklaring
Studiebijbel
Begrippen
Namen van God in het Oude Testament - 2
Als
eerste 'Godsnaam' willen wij in dit artikel de Hebreeuwse naam
'Elohiem' overdenken, dat in de regel in het Nederlands door 'God'
wordt vertaald.
Naast
'Jahweh' (vertaald door 'HERE' met hoofdletters) en 'Adonaj' (vertaald
door 'Here' met kleine letters) is dit een van de meest gebruikte namen
voor God: Het genoemde woord komt namelijk zo'n 2750 keer voor in het
Oude Testament, waarbij in ongeveer 2500 van de gevallen op de HERE},
de God van Israel, wordt geduid. Het is echter niet het enige woord dat
in onze vertalingen door 'God' is weergegeven. De verwante Hebreeuwse
woorden 'El' en 'Eloah' zijn eveneens zo vertaald, maar die hebben een
iets andere betekenis dan 'Elohiem'. Daarover echter in een volgend
artikel.
Het is voor het begrijpen van de betekenis van de namen van God
bijzonder nuttig om de eerste maal dat God Zich in de Bijbel met een
bepaalde naam openbaart, te overdenken. Zo ook met de naam 'Elohiem'
(God): Daarvoor hoeven we niet zo ver te zoeken, want al in het eerste
vers van de Bijbel komt deze voor: "In den beginne schiep God (Elohiem)
de hemel en de aarde" (Gen.1:1). En wanneer wij de rest van het eerste
hoofdstuk van het boek Genesis doorlezen, dan zien wij dat God daar
telkens weer Elohiem wordt genoemd. Elohiem is dus die Persoon die aan
de oorsprong van deze wereld staat. Elohiem is de naam van de God die
hemel en aarde heeft gemaakt: God de Schepper van alle dingen. In de
rest van de Bijbel draagt de naam 'Elohiem', God, dan ook de directe
betekenis: Hij die de Hoogste, de Eeuwige, de Almachtige is, de
Schepper van het heelal, de Persoon die de grootste onafhankelijke,
onbegrensde kracht bezit, zodat slechts een woord van zijn mond
voldoende is om miljarden sterren tot aanzijn te roepen - en dat is nog
maar het werk van Zijn vingers! (zie Gen.1:14-16; Ps.8:4 en 33:9) De
relatie tussen Elohiem en de mens is zoals de relatie tussen een
Schepper en een schepsel, de relatie van een pottenbakker tot het
hoopje klei (vergelijk Rom.9:20-21). In het volgende artikel zal deze
betekenis nog wel duidelijker worden als we het verschil gaan
onderzoeken met de naam Jahweh, de HERE: dat is namelijk God als Degene
die Zich heel diep neerbuigt en een persoonlijke relatie aangaat met de
mens. Elohiem is echter de God die verheven is boven de aarde en boven
al zijn scheppingswerken.
Om deze betekenis nog nader te illustreren willen wij wijzen op een
drietal bijzonderheden aan het woord 'elohiem'. De eerste is dat in het
Oude Testament niet alleen God Zich elohiem noemt, maar tevens worden
lagere, geschapen wezens zo genoemd. Zo lezen we in Psalm 82:6 dat de
'zonen van de Allerhoogste', dat zijn engelen, ook 'goden' (elohiem)
worden genoemd (vergelijk bijvoorbeeld ook Psalm 97:7 met het citaat in
Hebreeen 1:6!) en op vijf of zes plaatsen in de Schrift krijgen aardse
rechters eveneens de titel 'elohiem', god (te weten: Ex.21:6; 22:8,9
(2x),28 en misschien ook 1Sam.2:25 - zie de Statenvertaling).Dit is
echter niet zo verwonderlijk als we bedenken dat het woord 'elohiem' de
betekenis in zich draagt van 'het opperste gezag in de schepping'.
Wanneer Israel zaken had waarin 'recht' gesproken moest worden, dan
waren er op deze aarde personen die van Godswege de bevoegdheid hadden
ontvangen om deze geschillen te beslechten. Hun uitspraak was bindend,
want die was met gezag bekleed, eenvoudig omdat de grote Rechter, de
God van de schepping, 'de Rechter van de ganse aarde' (vergelijk
Gen.18:25) hen als Zijn 'plaatsvervangers' op deze aarde had gesteld:
zij waren elohiem op deze aarde!
We vinden deze zelfde gedacht ook terug in Exodus 4:16. God zegt in dit
vers tot Mozes met betrekking tot zijn broer A„ron dat Mozes "hem
tot een god (elohiem) zou zijn". Dit betekent dus niet dat Mozes God
was, maar dat Aaron zijn broer Mozes moest gaan zien als iemand die in
een directe relatie met God staat en die derhalve gehoorzaamd moet
worden (vergelijk ook Ex.7:1). Als we dit begrijpen, begrijpen we ook
wat de Here Jezus in Joh.10:33-36 bedoelt te zeggen: Wanneer zelfs
engelen en menselijke machthebbers 'goden' worden genoemd, en hun dus
ontzag en respect toekomt, hoeveel te meer dan de Zoon van God
Z‚lf! Wat een macht en gezag behoren dan wel aan Hem toe en hoe
moeten wij Hem dan wel niet gehoorzamen!
Als tweede zij opgemerkt dat in het Oude Testament ook de goden van de
volkeren elohiem worden genoemd. Zo noemt Laban de door Rachal gestolen
terafim 'elohiem' (goden) (zie Gen.31:19,30); zo wordt er in Exodus
12:12 gesproken over de 'goden (elohiem) van Egypte' en in Leviticus
19:4 over 'gegoten goden (elohiem)' (zie de Statenvertaling). En had
Isra‰l het niet uitgeroepen aan de voet van de berg Sinai met
betrekking tot het gouden kalf: "Dit is uw god (elohiem), o
Isra‰l!" (Ex.32:4)? Waren zij toen al die woorden vergeten "gij
zult geen andere goden (elohiem) voor Mijn aangezicht hebben"
(Ex.20:3)? Eigenlijk wordt de gehele geschiedenis van het volk
Isra‰l daardoor gekenmerkt dat God hun elke minuut toeroept: "Ik
ben de enige, ware God van deze schepping. Doe al die onmachtige
afgoden weg en aanbidt Mij!" (zie bijvoorbeeld Jes.40-48 en vergelijk
Rom.1:22-23). Was de God van Isra‰l inderdaad niet machtiger dan
alle goden van de Egyptenaren toen Hij zijn volk met krachtige arm uit
de hand van farao verloste (Ex.12-14; vergelijk 18:11)? Was de God van
Isra‰l niet machtiger gebleken dan Dagon, de god van de
Filistijnen, wiens beeld tot twee maal toe moest neervallen voor de ark
van de God van Isra‰l (1Sam.5)? Was de God van Isra‰l
niet de ware God die vuur uit de hemel kon laten neerdalen en moest
Baal het niet tegen Hem afleggen (1Kon.18)? Nee, de goden van de
volkeren zijn geen goden (elohiem) (2Kon.19:17-18). "DeHERE, de God van
Isra‰l, is de enige God; er is geen ander dan Hij" (Deut.4:35;
vergelijk 7:9; 1Kon.18:21,37,39). Hij is toch die "grote, sterke en
vreselijke God, de God (elohiem) der goden (elohiem)" (Deut.10:17)?
Het derde punt dat wij onder de aandacht willen brengen, is dat in het
Hebreeuws het woord 'elohiem', God, een meervoud is (vergelijk het
'Ons' in Gen.1:26; 3:22; 11:7 en Jes.6:8).Dit geldt trouwens niet
alleen voor deze naam van God, maar ook voor vele andere (dit komt
echter in het geheel niet tot uiting in onze Nederlandse vertalingen).
Een enkel voorbeeld: in het bekende eerste vers van Prediker 12 staat
in het Hebreeuws letterlijk: "Gedenk dan uw Scheppers in uw jeugd...".
Zijn er dan meerdere goden? Nee, het is met dit woord 'scheppers' net
als met het woord 'elohiem': Grammatikaal gezien is dit een meervoud,
maar het heeft een enkelvoudige betekenis. Het bijbehorende werkwoord
staat in het Hebreeuws dan ook altijd in het enkelvoud. Zo luidt
Genesis 1:1 letterlijk: "In den beginne schiep (enkelvoud) goden
(meervoud) de hemel en de aarde". Ligt hierin niet een geweldige
heenwijzing naar wat wij in het Nieuwe Testament vinden: de drieenige
God - ‚‚n God, maar drie Goddelijke Personen: Vader, Zoon
en Heilige Geest (vergelijk Matt.28:19)?!
Maar als dat zo is, dan moeten al die drie Goddelijke Personen in het
Nieuwe Testament de kenmerken dragen van die Oudtestamentische Elohiem,
de God der goden. We zullen dit aantonen voor de Here Jezus, God de
Zoon. Wordt de macht van God om te scheppen niet in Hem openbaar als
wij lezen dat "alle dingen door het Woord zijn geworden" (Joh.1:3;
vergelijk Kol.1:16; Hebr.1:2 en Openb.3:14)? Zien we niet iets van het
geweldige gezag van de Here Jezus over deze schepping als Hij met een
enkel woord de wind en de zee tot kalmte brengt, zodat de discipelen
verwonderd moeten uitroepen: "Wie is toch Deze...?" (Mark.4:35-41) En
zien we Hem niet in die hof van Geths‚man‚ het opperbevel
voeren over tientallen legioenen engelen (Matt.26:53), eenvoudigweg
omdat ze op een woord van Z¡jn mond tot aanzijn zijn geroepen? En
lezen we niet in Filippenzen 2:10 dat alle knie zich voor H‚m zal
moeten buigen, terwijl het Oude Testament leert dat dit slechts voor de
God van Isra‰l zou en moest gebeuren (Jes.45:21,23)? Horen we
niet in de woorden van Jesaja 40:9 Johannes de doper getuigen tot
Isra‰l omtrent de Here Jezus: "Zie, hier is uw God"? Wordt Hij
niet het 'beeld van de onzichtbare God' genoemd? (Kol.1:15; vergelijk
Hebr.1:3) En moeten wij het niet met Paulus uitroepen: "Christus, die
God is over alles, gezegend tot in eeuwigheid" (Rom.9:5; verg. Tit.2:13
en 1Joh.5:20)?
Maar wie op de wereld ziet nog de heerlijkheid van de drie‰nige,
levende God? Vandaag de dag wordt ons verteld dat God 'dood' is.
Drieduizend jaar geleden zei men ook al: "Er is geen God" (Ps.10:4). Is
dat dan zo? Zijn wij dan 'navolgers van kunstig bedachte fabeltjes'
(2Petr.1:16)? Nee: we hebben toch het bewijs dat God leeft voor onze
ogen. De h‚melen vertellen ons toch van de 'eer van God' en het
uitspansel toch van het 'werk van zijn handen'? De stille prediking van
de schepping spreekt toch elke dag weer van de machtige hand van de
verheven Schepper (Ps.19:2-5)? 'Zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid'
(Rom.1:19-20) zien wij als we onze ogen openen en - net als Abraham -
eens een nacht naar de sterren gaan kijken (Gen.15:5). Tegenover het
getuigenis van degoddelozen mogen wij het uitroepen: "T¢ch is er
een God..." (Ps.58:12). Vandaag de dag is er nog Iemand in de hemel bij
Wie waarlijk "wijsheid en sterkte, raad en doorzicht, kracht en beleid"
is (Job 12:13,16), zodat we Hem met recht 'God' kunnen noemen.
Moeten we niet weer eens gaan luisteren naar dat 'eeuwige evangelie'
(Openb.14:6-7; vergelijk Ps.96), het meest elementaire evangelie, dat
al vanaf het begin van de schepping is gepredikt en welks boodschap
reikt tot aan het einde van de laatste dagen: "Vreest God en geeft Hem
heerlijkheid; en aanbidt H‚m die de hemel en de aarde, de zee en
de waterbronnen heeft gemaakt"? Dat is de eer die ‚lk mens
tenm¡nste al aan God had moeten brengen. Hebben wij die
scheppingsmacht van God al eens bewonderd? Zijn wij al eens naar het
altaar van die "God (elohiem) van mijn jubelende vreugde" gegaan
(Ps.43:4) om Hem als Schepper te aanbidden? "Erkent dan dat de HERE God
is; gaat met een loflied Zijn poorten binnen en looft Hem, prijst Zijn
naam" (Ps.100:3-4).
God is mijn lied,
Hij is de God der krachten;
groot is Zijn naam, groot is Zijn werk te achten:
het gans heelal is Zijn gebied.
Hij spreekt als Heer -
en wereldstelsels worden;
Hij spreekt als Heer - en uit zijn stand en orden
keert alles tot het niet straks weer.
Oneindig rijk,
volzalig, nooit volprezen,
voor de eeuwen God, om eeuwig God te wezen,
o Heer, wie is aan U gelijk?
VRAAG VAN DEZE WEEK : Begin je de grootheid van God door te krijgen..?
STEL JEZELF een DOEL Nu je dit bovenstaande hebt gelezen en overdacht,
een mooie gelegenheid eens voor jezelf te op te schrijven wat jij als
zeer opmerkelijk zou willen aanmerken.
Schroom niet te reageren. Stuur een mailtje met je vragen en/of opmerkingen. Ik zou zeggen: met genoegen tot de volgende keer.
Volgende keer: de tweede GodsnaamJahweh (HERE)



















