Catechese - 01
Inleiding op de serie
De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God.
Er wordt namelijk heel veel tekstmateriaal aangereikt in de komende lessen. Mede hierom de tip: bestudeer 1 aflevering per week, daar heb je meer dan genoeg aan. Hieronder alle pagina’s van de Catechese studies. Zet je maar schrap!
Maak kennis met de Bijbel deel 1
Maak kennis met de Bijbel deel 2
Serie van 48 leerzame catechese lessen
| 01 | 02 | 03 | 04 | 05 | 06 | 07 | 08 | 09 | 10 | 11 | 12 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 |
| 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 |
| 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46 | 47 | 48 |
15 speciale lessen belijdeniscatechese
| 01 | 02 | 03 | 04 | 05 | 06 | 07 | 08 | 09 | 10 | 11 | 12 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 13 | 14 | 15 |
11 lessen 'Vertel het aan iedereen'
| 01 | 02 | 03 | 04 | 05 | 06 | 07 | 08 | 09 | 10 | 11 |
|---|
Bijlagen : Normen bij het aanbieden van de evangelische boodschap in de Catechese
Woordverklaring Studiebijbel Begrippen
Waarom eigenlijk catechese ?
De Bijbel is Catechese maakt deel uit van
de ruimere opdracht van de Kerk tot evangelisatie. Deze
evangelisatie-opdracht gaat over alles wat de Kerk doet om de mensen
dichter bij God te brengen, in verkondiging, liturgie en dienende
inzet. Catechese betekent eigenlijk: laten weerklinken, versterken,
intensiveren. We kunnen de catechese dan omschrijven als 'het
begunstigen van de persoonlijke ontmoeting met God in de
Kerkgemeenschap, op alle mogelijke wijzen'. Dat heeft te maken met
onderricht ('lering'), maar ook met nog zo veel meer!
Sinds jaar en dag wordt er
door de kerk voor de jeugd catechese gegeven. Logisch eigenlijk, want
als jongere komen er veel vragen op je af als het om het geloof gaat.
Hoewel..., komt best wel ook onder ouderen voor. Dit komt meestal neer
op een uurtje-in-de-week op een avond gedurende het winterseizoen. De
voorganger of daartoe uitgekozen gemeenteleden klaren deze boeiende
klus voor verschillende leeftijds- groepen jongens en meisjes, al dan
niet gemengd....of ouderen. Meestal van een jaar of 12 en
doorlopend tot de leeftijd waarop zelfstandig gekozen wordt voor een
persoonlijke geloofskeuze uitlopend op het doen van belijdenis.
Welnu, deze Holyhome-Catechese is speciaal opgezet voor jou. Enerzijds
misschien een aanvulling of naslag-mogelijkheid als je al bij een
plaatselijke kerk of catechese-groep bent aangesloten. Anderzijds een
prachtige mogelijkheid als je dat niet bent. Helemaal in dat laatste
geval: volg dan wekelijks de Holyhome-catechese. Laat je inspireren
door deze vorm van catechese. Communiceer door middel van ook de
website met de wereld van het geloof, toegankelijk voor iedereen.
En het mooie: je kunt altijd reageren met opmerkingen en vragen!
Tenslotte dit: Gelijktijdig met de update van deze site staat meestal
het nieuwe catechese onderwerp voor jou klaar !
Het mooie van dit alles: je kunt er thuis mee aan de slag, over mailen
met vrienden en vriendinnen....en natuurlijk ook: met je vrienden,
ouders en/of verzorgers of op school over praten. Kies hierboven voor
een les.
Bijlage : Normen bij het aanbieden van de evangelische boodschap in de Catechese
Bijlage: Bijbelkennis in vogelvlucht 1
Bijlage: Bijbelkennis in vogelvlucht 2
Bijlage: Bijbelkennis in vogelvlucht 3
Bijlage: Bijbelkennis in vogelvlucht 4
Bijlage: Bijbelkennis in vogelvlucht 5
Bijlage: Bijbelkennis in vogelvlucht 6
Bijlage: De Heidelbergse Catechismus
Bijlage: De dordtse Leerregels
Bijlage: De Nederlandse geloofsbelijdenis
Prachtige modules voor belijdenis
catechese
Preken over de Heidelbergse Catechismus
In 1586 bepaalde de Synode van Den Haag dat op iedere zondagmiddag een tweede dienst moet worden gehouden en dat in die dienst uit de Heidelbergse Catechismus moet worden gepreekt. De neergang begon echter in de negentiende eeuw. In 1863 bepaalde de synode dat het al of niet preken uit de Catechismus aan de predikanten zelf overgelaten moest worden. ,,Toch is ze gebleven tot op de dag van vandaag. De kerkorde van 1951 kent de catechismuspreek in de leerdienst. Ook de nieuwe kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland spreekt over de leerdienst, al wordt helaas de Heidelbergse Catechismus daarbij niet meer expliciet genoemd.
Vooral hoe er uit de Heidelbergse Catechismus gepreekt wordt, is aan herziening toe. De HC-tekst moet niet analytisch, woord voor woord, geëxegetiseerd worden in de catechismuspreek. Beter is om te komen tot ,,themaprediking. ,,Prediking waarin de bijbelse grondwoorden aan de orde komen, zoals de verzoening, de heiliging, het berouw over de zonde, Gods leiding in het leven, enz. Het bijbels ABC, zou je kunnen zeggen..
De catechismuspreek is geen lezing, les of beschouwing over een onderwerp. ,,Catechismusprediking is bediening van het Woord. Net als vroeger hoort het daarbij te gaan om wat de Catechismus voor ons te betekenen heeft. Het moet daarom gaan over onderwerpen als de plaats van de kerk in de samenleving, de missionaire roeping van de kerk, de verhouding kerk en Israël, de verhouding christelijk geloof en andere godsdiensten, met name de islam, discriminatie en antisemitisme, nationalisme, de houding tegenover allochtonen, de plaats en de betekenis van de charismata, de ethische beslissingen, de notie van het koninkrijk van God, de media. Vragen waar we elke dag mee te maken hebben, in steeds heviger mate.
Hoe boeiend en leerzaam het indertijd was kan je ontdekken in de onderstaande preken die ik voor je vond op het wereldwijde web. Preken die staan als een dijk. Monumentale prediking van een voorganger die helaas de oorlog niet heeft mogen overleven.
Het begin van de eeuwige vreugde
Catechismusprediking van Ds. J.W. Tunderman (1904-1942)
| kies hier | onderwerp | kies hier | onderwerp |
|
ONZE ENIGE TROOST |
DE DOOP I |
||
|
KENNIS VAN ONZE ELLENDE |
DE DOOP II |
||
|
OORSPRONG VAN DE ZONDE |
HET HEILIG AVONDMAAL I |
||
|
HET RECHT, DE TOORN EN DE STRAF VAN GOD |
HET HEILIG AVONDMAAL II |
||
|
DE MIDDELAAR |
HET HEILIG AVONDMAAL III |
||
|
CHRISTUS, ONZE MIDDELAAR |
DE SLEUTELS VAN HET HEMELRIJK |
||
|
HET GELOOF |
ONZE DANKBAARHEID |
||
|
APOSTOLISCHE GELOOFSBELIJDENIS |
DE WARE BEKERING |
||
|
GOD DE VADER, DE ALMACHTIGE SCHEPPER |
DE WET VAN DE HERE |
||
|
GODS VOORZIENIGHEID |
HET TWEEDE GEBOD |
||
|
DE NAAM JEZUS |
HET DERDE GEBOD |
||
|
CHRISTUS EN CHRISTENEN |
HET VIERDE GEBOD |
||
|
JEZUS CHRISTUS, ZOON VAN GOD, ONZE HERE |
HET VIJFDE GEBOD |
||
|
HET WONDER VAN CHRISTUS GEBOORTE |
HET ZESDE GEBOD |
||
|
HET LIJDEN VAN JEZUS |
HET ZEVENDE GEBOD |
||
|
ONS LEVEN IN DE DOOD VAN DE ZOON VAN GOD |
HET ACHTSTE GEBOD |
||
|
DE OPSTANDING VAN ONZE HERE JEZUS CHRISTUS |
HET NEGENDE GEBOD |
||
|
DE HEMELVAART VAN JEZUS CHRISTUS |
HET TIENDE GEBOD / VOLMAAKTHEID |
||
|
CHRISTUS HEERLIJKHEID EN WEDERKOMST |
HET GEBED |
||
|
DE HEILIGE GEEST |
ONZE VADER IN DE HEMEL |
||
|
DE HEILIGE, ALGEMENE, CHRISTELIJKE KERK |
DE EERSTE BEDE |
||
|
DE GEMEENSCHAP DER HEILIGEN |
DE TWEEDE BEDE |
||
|
OPSTANDING VAN HET VLEES EN EEUWIG LEVEN |
DE DERDE BEDE |
||
|
DE RECHTVAARDIGING I |
DE VIERDE BEDE |
||
|
DE RECHTVAARDIGING II |
DE VIJFDE BEDE |
||
|
DE SACRAMENTEN |
DE ZESDE BEDE |
||
|
|
LOFZEGGING EN AMEN |
Klik hier voor het document over de predikant die bovenstaande preken heeft gehouden !
|
DE APOSTOLISCHE GELOOSBELIJDENIS
|
|
Belijdenis = Kleurbekennen 1. Ik geloof in God den Vader, den Almachtige, Schepper des hemels en der aarde. 2. En in Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon, onze Heere; 3. Die ontvangen is van den Heiligen Geest, geboren uit de maagd Maria; 4. Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle; 5. ten derden dage wederom opgestaan van de doden; 6. opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand Gods des almachtigen Vaders; 7. vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden. 8. Ik geloof in den Heiligen Geest. 9. Ik geloof een heilige, algemene, Christelijke Kerk, de gemeenschap der heiligen; 10. vergeving der zonden; 11. wederopstanding uit de dood; 12. en een eeuwig leven. Veel mensen raken hierdoor zo getroffen dat zij hun leven in de handen leggen van God, ondersteboven als ze zijn van God de Vader die voor hen zorgt. Aan jou de vrije keus ! Daarbij, het is zeer leerzaam kennis te nemen van oude belijdenisgeschriften die het denken in Nederland tot op de dag van vandaag nog steeds beïnvloeden (én zelfs ver daarbuiten). De twee onderstaande belijdenisgeschriften kun je volledig online bestuderen én wat zo mooi is: je kunt vanuit de tekst rechtstreeks de bijbelteksten er bij halen om te lezen welke bijbelse fundamenten de opstellers hebben gebruikt. klik hier ook eens op : <Nederlandse Geloofsbelijdenis De Nederlandse Geloofsbelijdenis is iets ouder dan de
Heidelbergse Catechismus, ze dateert van 1561, maar is desondanks
minder bekend dan de laatstgenoemde. Hoewel beide geschriften
inhoudelijk verwant zijn, leggen ze toch geheel verschillende accenten.
Dat heeft voor een deel zijn oorzaak in het verschil in oorsprong. De
Catechismus is vanouds bedoeld als catechetisch geschrift: onderwijs
voor de geloofskandidaten. De Nederlandse Geloofsbelijdenis is bedoeld
als verdedigingsgeschrift. In de nacht van 1 op 2 november 1561 werd er
een verzegeld pakje over de muur geworpen van het kasteel te Doornik
(tegenwoordig België). Het bevatte de Geloofsbelijdenis,
voorafgegaan door een brief aan koning Philips II, beide in het Frans
gesteld. De bedoeling was de intenties van de Reformatie, een beweging
die zich ook in de Nederlanden steeds sterker liet gelden, te
verhelderen. klik hier ook eens op : <De Heidelbergse Catechismus De Heidelbergse Catechismus is in 1563 uitgegeven in
Heidelberg, door Frederik de Vrome, keurvorst van de Paltz (1559-1576).
Hij is ontworpen als leerboekje, in de eerste plaats voor de jeugd, om
grip te krijgen op het gereformeerde geloof. Als
één van de voornaamste auteurs geldt Zacharias
Ursinus (1534-1583). |
Belijdenis = Kleurbekennen
1. Ik geloof in God den Vader, den Almachtige, Schepper des hemels en der aarde.
2. En in Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon, onze Heere;
3. Die ontvangen is van den Heiligen Geest, geboren uit de maagd Maria;
4. Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle;
5. ten derden dage wederom opgestaan van de doden;
6. opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand Gods des almachtigen Vaders;
7. vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.
8. Ik geloof in den Heiligen Geest.
9. Ik geloof een heilige, algemene, Christelijke Kerk, de gemeenschap der heiligen;
10. vergeving der zonden;
11. wederopstanding uit de dood;
12. en een eeuwig leven.
Veel mensen raken hierdoor zo getroffen dat zij hun leven in de handen leggen van God, ondersteboven als ze zijn van God de Vader die voor hen zorgt. Aan jou de vrije keus ! Daarbij, het is zeer leerzaam kennis te nemen van oude belijdenisgeschriften die het denken in Nederland tot op de dag van vandaag nog steeds beïnvloeden (én zelfs ver daarbuiten). De twee onderstaande belijdenisgeschriften kun je volledig online bestuderen én wat zo mooi is: je kunt vanuit de tekst rechtstreeks de bijbelteksten er bij halen om te lezen welke bijbelse fundamenten de opstellers hebben gebruikt.
Bekijk
deze ook eens
Ds. Roel Meijer, predikant van de GKV te Hasselt, heeft enkele
jaren geleden een leerversievan de Heidelbergse Catechismus in
eigentijdse taal geschreven. Deze versie is bedoeld om de officieel
vastgesteldetekst van de Catechismus voor jongeren meer toegankelijk te
maken. De leerversie geef ik met genoegen door op de site. Klik hier
voor het complete document.
Om over na te denken
- Op grond van Jakobus 4:7 kun je er zeker van zijn dat je bevrijdt
bent en blijft! Ga niet af op je gevoelens, want deze kunnen je onzeker
maken. Neem iedere gedachte gevangen tot gehoorzaamheid aan Christus.
Verwerp de leugen, kies de waarheid en sta vast in uw positie in
Christus.
- Aanvechtingen of aanvallen van het duister kunnen in welke vorm dan
ook voorkomen. Dit is geen teken dat je weer bevrijding nodig hebt.
Elke christen krijgt in meer of mindere mate te maken met aanvallen van
Satan (Efeziërs 6:12). Wijd je daarom dagelijks toe aan het
gebed om zo staan de te blijven in de waarheid
- Bestudeer dagelijks je bijbel. Overdenk sleutelverzen (zie
bijbelteksten hieronder). Gebruik desnoods ter ondersteuning een
bijbels dagboek.
- Het is belangrijk dat je contact zoekt met medechristenen. Deel je
problemen met een goede vriend(in) of met een vertrouwenspersoon uit je
gemeente, zodat je wordt ondersteund om in het licht te blijven
wandelen. Ook adviseren ik je om met hem/ haar te bidden en de bijbel
te lezen. Gods Woord en de Heilige Geest kunnen in jouw leven gaan
groeien.
- Bezoek wekelijks een bijbelgetrouwe en zorgzame gemeente of kerk.
Neem deel aan enkele activiteiten die je helpen om geestelijke en
emotioneel te groeien, zoals bijbelstudies, huiskringen, samenkomsten,
gebedsgroepen, enz.
- Een dagbesteding met voldoening en een regelmatig leven helpen u
lichamelijk en geestelijk stabiel te blijven/ worden.
Wist je dit van jezelf ?
• Ik ben niet de grote “Ik ben die Ik ben”
(Ex. 3:14; Joh. 8:24,28,58), maar door Gods
genade ben ik wat ik ben (1 Kor.15:10).
Matteüs
• Ik ben het zout der aarde (5:13).
• Ik ben het licht der wereld (5:14).
Johannes
• Ik ben een kind van God (1:12).
• Ik ben een rank van de ware wijnstok, een kanaal voor de
liefde van Christus (15:15).
• Ik ben door Christus uitgekozen en aangewezen om voor Hem
vrucht te dragen (15:16).
Romeinen
• Ik ben een dienaar van de gerechtigheid (6:18).
• Ik ben een dienaar van God (6:22).
• Ik ben een zoon van God; God is geestelijk mijn Vader
(8:14,15; Gal. 3:26; 4:6).
• Ik ben een mede-erfgenaam van Christus, en heb deel aan Zijn
erfenis (8:17).
1 Korintiërs
• Ik ben Gods tempel. Zijn Geest en Zijn leven wonen in mij
(3:16; 6:19).
• Ik heb mij aan de Heer gehecht en ben
één geest met Hem (16:17).
• Ik ben een lid van het Lichaam van Christus (12:27; Ef.
5:30).
2 Korinthiërs
• Ik ben een nieuwe schepping (5:17).
• Ik ben verzoend met God en Hij heeft mij de bediening der
verzoening gegeven
(5:18,19).
Galaten
• Ik ben een zoon van God en ik ben in Christus
één met andere christenen (3:26,28).
• Ik ben een erfgenaam van God, omdat ik een zoon van God ben
(4:6,7).
Efeziërs
• Ik ben een heilige (1:1; 1 Kor.1:2; Fil. 1:1; Kol. 1:2).
• Ik ben een maaksel van God, in Christus Jezus geschapen om
zijn werk te doen (2:10).
• Ik ben een medeburger en huisgenoot van God (2:19).
• Ik ben een gevangene in de Heer (3:1; 4:1).
• Ik ben rechtvaardig en heilig (4:24).
Filippenzen
• Ik ben een burger van een rijk in de hemel; en ik heb nu een
plaats in de hemelse
gewesten (3:20; Ef. 2:6).
Kolossenzen
• Ik ben verborgen met Christus in God (3:3).
• Ik ben een uiting van het leven van Christus, omdat Hij mijn
leven is (3:4).
• Ik ben door God uitverkoren, heilig en bemind (3:12;1
Tess.1:4).
1 Tessalonicenzen
• Ik ben een kind van het licht en niet van de duisternis
(5:5).
Hebreeën
• Ik ben een deelgenoot van de hemelse roeping (3:1).
• Ik heb deel aan Christus; ik heb deel aan Zijn leven (3:14).
1 Petrus
• Ik ben een levende steen en laat me gebruiken voor de bouw
van een geestelijk huis
(2:5).
• Ik hoor bij een uitverkoren geslacht, een koninklijk
priesterschap, een heilige natie, een
volk Gode ten eigendom (2:9,10).
• Ik ben een bijwoner en vreemdeling in deze wereld waar ik
tijdelijk woon (2:11).
• Ik ben een vijand van de duivel (5:8).
1 Johannes
• Ik ben een kind van God, en ik zal gelijk zijn aan Christus,
als Hij terugkomt op de aarde
(3:1,2).
• Ik ben uit God geboren. Het kwaad, de duivel, heeft geen vat
op mij (5:18)
Als ik voor Jezus kies . . . .
Romeinen
• Ben ik rechtvaardig voor God en zijn mijn zonden volkomen
vergeven (5:1).
• Ben ik met Christus gestorven en heerst de zonde niet meer
over mijn leven (6:1-6).
• Word ik niet meer veroordeeld (8:1).
1 Korintiërs
• Heeft God mij in Christus geplaatst (1:30).
• Heb ik de Geest van God ontvangen, opdat ik weet wat God mij
in genade schenkt (2:12).
• Heb ik de zin van Christus gekregen (2:16).
• Ben ik gekocht en betaald, ben ik niet van mijzelf, ben ik
van God (6:19,20).
2 Korintiërs
• Ben ik door God Christus gezalfd en verzegeld en heb ik de
Heilige Geest ontvangen,
die een onderpand is van mijn erfenis (1:21; Ef. 1:13,14).
• Leef ik niet meer voor mijzelf, maar voor God, omdat ik
gestorven ben (5:14,15).
• Ben ik rechtvaardig gemaakt (5:21).
Galaten
• Ben ik met Christus gekruisigd, en toch leef ik –
niet mijn ik, maar Christus leeft in mij.
• Mijn leven is van Christus (2:20).
Efeziërs
• Ben ik gezegend met allerlei geestelijke zegeningen (1:3).
• Ben ik uitverkoren voor de grondlegging der wereld, opdat ik
heilig en onberispelijk zou
zijn voor Gods aangezicht (1:4).
• Ben ik door God bestemd als zijn zoon aangenomen te worden
(1:5).
• Zijn mijn zonden vergeven en mag ik Gods overvloedige genade
ontvangen (1:6-8).
• Ben ik mede levend gemaakt met Christus (2:5).
• Ben ik met Christus opgewekt, en heb ik met Hem een plaats
gekregen in de hemelse
gewesten (2:6).
• Heb ik door de Geest toegang tot de Vader (2:18).
• Mag ik in vrijmoedigheid, vrijheid en vertrouwen tot God
naderen (3:12).
Kolossenzen
• Ben ik verlost van de macht van satan en overgebracht in het
Koninkrijk van Christus (1:13).
• Zijn al mijn zonden vergeven. Ik sta niet meer in de schuld
bij God (1:14).
• Woont Christus zelf in mij (1:27).
• Ben ik geworteld in Christus en wordt ik opgebouwd in Hem
(2:7).
• Heb ik volheid verkregen in Christus (2:10).
• Ben ik begraven, opgewekt en levend gemaakt met Christus
(2:12.13).
• Ben ik met Christus gestorven en opgewekt. Mijn leven is
verborgen met Christus in God.
• Christus is nu mijn leven (3:1-4).
2 Timotheüs
• Heb ik een geest gekregen van kracht, liefde en bezonnenheid
(1:7).
• Ben ik gered en geroepen met een heilige roeping (1:9; Tit.
3:5).
Hebreeën
• Schaamt Jezus Zich niet mij een broeder te noemen, omdat ik
geheiligd ben en één met
Hem die mij geheiligd heeft (2:11).
• Mag ik vrijmoedig voor Gods aangezicht naderen, om
barmhartigheid en genade te
vinden in tijden van nood (4:16).
2 Petrus
• Heeft God mij met kostbare en zeer grote beloften begiftigd,
opdat ik deel zou hebben
aan de goddelijke natuur (1:4)..
Hoe het vroeger was . . .
EEN
CATECHISATIELES VOOR DE KLEINE KINDEREN
door
Ds. Johannes van der Poel
(Hendrik-Ido-Ambacht, 26
april 1909 - Ede, 1981)
was een bekende Nederlandse predikant onder de bevindelijk
gereformeerden. Hij was vele jaren predikant van de Oud Gereformeerde
Gemeente van Ede.
Van der Poel werd geboren als zoon van Pieter van der Poel en de
Johanna Saartje (Janna) de Wit. Zijn moeder geloofde al snel dat haar
zoon, een van elf kinderen, door God uitverkoren zou worden om "de Naam
des Heeren te dragen." Hij werd op achttienjarige leeftijd bekeerd, en
eind jaren dertig werd hij - ondanks veel tegenstand - dominee binnen
het kerkverband van de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland. Hij is
tweemaal getrouwd geweest; zijn eerste vrouw stierf jong aan een
hersentumor. Hij heeft tot 1955 in Giessendam gestaan, en vanaf 1955
tot zijn dood in 1981 in Ede.
De
zondeval in het Paradijs
Vraag 1. Kinderen,
wat is 's mensen hart ook alweer door de zonden geworden?
Antwoord Een woonplaats der duivelen.
Vraag 2. Wat zijn
duivelen?
Antwoord Engelen, die gezondigd hebben.
Vraag 3. Wanneer
waren dat engelen?
Antwoord Toen de aarde gemaakt werd.
Vraag 4. Waarom
worden dat nu duivelen genaamd
Antwoord Omdat ze gezondigd hebben.
Vraag 5. Waar hebben die
engelen gezondigd?
Antwoord In de hemel.
Vraag 6. Maar, konden die
engelen niet meer in de hemel blijven?
Antwoord Nee, want toen is hun naam, van engelen, duivelen
geworden.
Kinderen, dat is erg he? Want dat is een lelijke naam, als je moeder
tegen jullie moet zeggen, dat je zo vervelend bent en dus niet
gehoorzaam, en geregeld loopt te sjaggerijnen, dan zegt ze misschien
wel eens: "Ach, scheid er toch mee uit, je bent ook net een
duivelskind". Dus dat moetje dan niet doen he? Want een duivelskind,
dat is een onge ... ?..hóórzaam kind. Dat is een
kind, dat in zijn ondeugd leeft. Kinderen, dat is nu ons hart geworden,
niet door de schepping, of door de natuur, maar door de ... ? door de
zonden.
Vraag 7. Waar zijn de zonden
begonnen?
Antwoord In het paradijs.
Vraag 8. Wie was de
eerste leugenaar?
Antwoord De slang.
Vraag 9. En
waar was die slang?
Antwoord In het paradijs.
Vraag 10. En waar in het
paradijs?
Antwoord De boom der kennis des
goeds en des kwaads.
Vraag 11. Van welke boom
mochten Adam en Eva niet eten?
Antwoord Van de boom des levens
wel, maar van die ene boom alleen niet.
Vraag 12. In welke gedaante
vertoonde de duivel zich?
Antwoord In de gedaante van een
slang.
Slangen zijn gemeen, kinderen, en ontzettend voorzichtig!
Slangen, die heb je in sommige landen, ontzaggelijke grote slangen, die
hun kop verbergen achter een struik, zodat de reizigers niets
vermoeden, en die reizigers te paard, vanzelf helemaal niet.
En dan licht zo'n slang zijn kop vanachter die struik vandaan, en bijt
gelijk dat paard achterin zijn verzenen, zodat het gelijk in elkaar
zakt, en de ruiter achterover ter aarde valt. En dan is dat een prooi,
het paard en die ruiter beide, voor die slang. Slangen zijn listig, de
slang is ook listig, bij onze eerste ouders Adam en Eva, te werk
gegaan.
Vraag 13. Wat betekent Adam?
Antwoord Uit de aarde.
Vraag 14. Wat betekent Eva?
Antwoord Moeder aller levenden.
Kinderen, daar loopt Eva in het paradijs te wandelen, want er was in de
staat der rechtheid geen nood, geen ziekte, geen honger, geen kommer. .
Er waren wel leeuwen, maar die verscheurde je niet. Er waren beren,
maar die bromde tegen Adam en Eva niet. Er waren wolven, maar die
verscheurde de schapen niet. Er waren tijgers, en die vernielde niets.
Het was allemaal vrede, in de staat waarin Adam en Eva geschapen waren.
Het was Adams gezelschap, al dat gedierte, maar niet zijn gemeenschap.
Zijn gemeenschap was in de eerste plaats, God, en in de tweede plaats
zijn vrouw.
Vraag 15. En de satan nu, uit de hemel gevallen zijnde, zou
die daar toch weer in komen?
Antwoord Nee.
Vraag 16. Kan satan niet bekeerd worden?
Antwoord Nee, hij kan nooit meer bekeerd worden.
Vraag 17. Zou de satan bekeerd willen worden?
Antwoord Nee, ook niet.
Vraag 18. En kinderen, kunnen jullie nog bekeerd
worden?
Antwoord Jah ! Oh.
Vraag 19. En kinderen, vragen jullie ook om bekeerd
te mogen worden?
Antwoord Jah ! Oh.
Vraag 20. Wat moetje zijn om bekeerd te worden?
Antwoord Een uitverkorene.
Vraag 21. Worden alle mensen bekeerd?
Antwoord Nee. Maar als jullie het maar mogen
worden, he? Daarom moet je er altijd om ..? vragen.
Dus satan wacht zijn gelegenheid af, satan kan haast hebben, maar satan
kan ook geduld hebben. Satan kan iets langzaam doen, maar hij kan het
ook vlug doen. Bijvoorbeeld, ik zal eens iets zeggen over dat vlug doen
van satan: je bent in de keuken, en het is negen uur, tegen school
aangaan, laten we zeggen, en je moet een kwartiertje lopen, en nu is
het nog twintig minuten voor negen uur! En daar ligt wat op tafel,
bijv. de koekjesdoos, of je bent net in de kelder, waar nog wat appelen
liggen, he, en je moeder is net ergens anders, en' e denkt: dan kan ik
net nog gauw, gáuw, vlug, vlug een koekje, of een paar
appels nemen, en dan gáuw naar school.
Dan ben je een listige ... ?..die ...? dief ! Maar toch een ... dief!
Want je hebt gestolen, van je ? moeder oh! En dat
mag niet, je mag wel om een koekje, of een appel ... ? vragen! Maar je
mag het nooit uit je eigen ... ? ne..? nemen. Want dat is ... stelen.
Zo is satan, in de gedaante van een slang, in die boom gekropen, hij
kronkelde zich om de mooiste takken, want die boom was toch een schone
boom, in zijn stam en in zijn kroon. En vandaar ging de satan, een
praatje maken met Eva.
Vraag 22. Waarom zou de duivel dat niet met Adam
hebben willen doen?
Antwoord Omdat hij dacht, dat Adam gelijk nee zou zeggen.
Dus hij dacht: ik begin maar met zijn vrouw. Want als ik zijn vrouw
gewonnen heb, dan win ik allicht de man ook. Hij komt, kinderen, niet
met een lelijk gezicht, want dan zou Eva wel ge ... ? geweigerd hebben.
Hij begint ook niet te schelden, want dan zou ze niet naar hem ge ....
? geluisterd hebben.
Maar hij komt met zo'n echte vleiende ... ? stem, juist, zo van boter!
Zo glad als boter, zeggen wij wel eens. Maar zijn woorden waren
zwaarden, want het was hem te doen om Eva met zijn stem te doden.
Hij begint zijn eerste preek, zijn eerste leugenpreek, met twijfel te
zaaien.
Wat is twijfel? Als je nou straks naar huis gaat, dan moet de
één of de andere, wel eens een weg over steken.
En je weet, het verkeer is vandaag erg druk, dus dan moet men eerst
eens links, en dan eens ... ? ... rechts zien, en als er nou links
auto's aankomen, dan kan men wel eens denken: "Dat kan ik nog wel
halen, of ik kan het nog niet doen" Dan ga je zo'n beetje ... ?
...twijfelen. Zo van: zou ik het wél doen, of zou ik het
maar niét doen? Maar wat moet je dan ? Het niet ?? doen!!!
Want je moet het nooit twijfelende doen, je moet zeker weten, dat die
auto nog ver genoeg weg is, en dat je met rust over kan steken. Want je
kan beter twee minuten wachten, als dat ze je overrijden, of niet? Je
moetje dus niet haasten, bij zo iets, want door haast en twijfel, is
menig mens verongelukt.
Dus beter niet twijfelen, maar de duivel begint er mee, hij zegt: "Is
het ook ...."!
Hij gaat vragende twijfel zaaien ... is het ook dat", hij wil eigenlijk
suggereren: "Ik weet het ook niet zo precies, ik vraag het maar", wil
hij zeggen, hij wil zeggen: "Er zit geen kwaad in, dat ik dat vraag, in
het geheel niet"!
En daar ging Eva naar luisteren, maar daar had ze niet naar moeten
luisteren.
Ze had alleen kunnen zeggen: "Als je wat te zeggen hebt, dan praat je
maar met mijn man, maar met mij niet. Mijn man is het hoofd, dus als je
wat te vragen hebt, of wat te zeggen hebt, over de bomen, of over het
eten, of over de geboden, dan praat je maar met mijn man, want die komt
dat toe''.
Maar Eva vergat dat een ogenblik, en ging haar oor lenen. En toen de
slang begreep dat Eva luisterde, en kinderen ik heb ook graag dat
jullie luisteren, en ik heb ook graag, dat jullie met aandacht
luisteren.
En ik heb ook graag, dat jullie het morgen nog weten, en overmorgen
nog, want daarom vertellen ik het jullie.
En dan zegt Eva: "Ja, ik weet het ook niet, ik zal het eens aan mijn
man horen"! Nee, zo had ze niet hoeven te praten. Want Adam had haar
wel verteld, dat met hem het Verbond opgericht was, en dat zij uit zijn
ribben gemaakt was, omdat zij meteen in dat Verbond zou zijn.
Want als de HEERE, Eva apart geschapen had, buiten Adam om, dan had zij
geen verwantschap aan Adam gehad. Dan zou God met Eva ook dat Verbond
hebben moeten oprichten, en dat deed God, met eerbied gesproken,
vanzelf niet! Eva was uit Adam genomen, en was dus in hetzelfde Verbond
opgenomen.
Zulke belangrijke zaken verteld een man toch tegen zijn vrouw? Dat doet
toch je vader ook? Daar praten zij toch met elkaar over?
“Is het ook dat God gezegd heeft, dat gij ook van alle bomen
des hofs, niet eten zal"?
"Nou, zegt Eva, dat is kort te zeggen: wij mogen van alle boom eten,
maar van deze boom niet, en dat hoeft ook niet, want we hebben fruit
genoeg, er ontbreekt ons niets". Zo had ze hem wel af kunnen schepen,
maar dat ging al niet meer, want ze had al té lang
geluisterd, de duivel had zijn verkettert preekje bij haar oorpoort
gelegd, om ze straks een doodsteek te geven, bij het nemen van de
vrucht! "Wel, zegt hij, zie nou eens. Eva, je zegt, dat je van die
vrucht zal sterven, maar ik sterf er toch ook niet van? Ik neem deze
vrucht, zie maar, ik neem er nog ééntje, en die
eet ik ook op, en ik wordt er nog niet eens ziek van! Jullie worden er
ook niet ziek van, je kan er ook best van eten".
Zo heeft de satan, Eva verleid, maar het gebod, voor die boom, die was
niet voor satan, maar voor Adam er! Eva. Want de dood zat niet in die
appel, maar in de ongehoorzaamheid! !
Dus je moet het kleine niet stelen, om voor het grote bewaard te
blijven, want als je het kleine gaat stelen, dan ga je op het laatst
het grote ook nemen.
Vraag 23. En waar komen grote dieven terecht?
Antwoord In de gevangenis ....! Oh!
Dat is ook erg, als je niet meer in de wereld mag leven.
En dan bekijkt Eva die boom, het is een mooie boom, een schone,
fleurige boom, en dan begint ze te begeren, dan kijkt ze de vruchten
goed aan, dat is net eender, als je iets ziet van een ander, en je
denkt: "Het zou toch mooi wezen, als ik dat ook eens had"!
En als je het eens nam dan zou je het toch hebben, want niemand ziet
het, ik zou het nu maar gauw doen, maar denk erom, dat er een God is,
die je altijd .... ? ziet hoor! Maar dan zie ik al een beweging komen,
in die rechtse hand, van Eva, hé? En ik zie die hand al
verder gaan, al verder. En ze is vlakbij die vrucht, en ze neemt die
mooie rode, schone reine appel, hé? En ze trekt de hand weer
naar zich toe, en zij eet ervan, en terwijl ze ervan eet, kinderen,
pakt ze er nog één, want daar komt Adam aan, en
metéén geeft ze ook Adam de verboden vrucht!
En Adam, pakt het aan, en die eet óók! EN NU IS
HET GEBEURD! NU HEEFT DE DUIVEL HET GEWONNEN! Hij heeft, die beide
mensen overwonnen, en nu zijn ze allebei, duivelskinderen geworden, dat
is verschrikkelijk, hé? Maar dat heeft God ook gezien, en
Die kwam in de hof, in de wind des .... ? … daags! Maar toen
kwam de HEERE met een storm, want ze voelde in hun
consciëntie, dat ze gezondigd hadden.
Dat hebben jullie ook nietwaar? Als je eens iets doet, wat
uitdrukkelijk niet mag, bijvoorbeeld het vreselijk vloeken. En als je
het toch deed, kon je het dan niet voelen in je geweten? Dan kreeg je
het toch wel een beetje bang, dan zei dat hartje tegen je: "dat heeft
God ook gezien en gehoord"! En als je vandaag of morgen eens gaat
sterven, want de mens die vloekt, die bidt of hij naar de hel mag gaan,
en als jullie eens vloeken, bidden jullie ook of je naar de hel mag
gaan.
Maar willen jullie dan zo graag naar de hel gaan??
Dus dan moeten we daar vooral niet om vragen om naar de hel te gaan,
met vloeken, ook al ben je driftig, dan mag je nog niet vloeken!
Het is de zonde tegen het ... ? Derde gebod!
Want God komt er een keer op terug, kinderen, en dan beginnen degenen
die het gedaan hebben, zich te schamen, maar het is gebeurd
hé? Zie maar bij Adam en Eva!
En hoe komt dat nou weer in orde? Dat komt nooit meer in orde, als God
dat niet in orde maakt! En nou wist de duivel niet, dat God, Adam en
Eva beiden uitverkoren had, waarvan Christus hun schuld betalen zou.
Daarom, als God komt, dan vraagt Hij aan Adam: "Waar zijt gij"? De
Heere wil eigenlijk zeggen: "Adam, Ik zie je niet meer in Mijn
gehoorzaamheid, Ik zie je niet meer in het beeld waarin Ik u geschapen
hebt"!
"Ik zie u niet meer in het Verbond, wat Ik met u hebt opgericht. Ik zie
u niet meer in Mijn goedheid, Ik zie u niet meer in Mijn gunst, en in
Mijn liefde"!
"Waar zijt ge nu"? En dan moet Adam wat zeggen, Adam is niet
gelijk na het eten van die verboden boom, op zijn knieën
gevallen, en om vergeving gevraagd. Maar Adam is weggelopen, om nooit
meer terug te komen.
Maar wat zegt hij dan? "Ik hoorde U in de hof'! Nou Adam, je hebt de
Heere toch wel meer gehoord?
Als ik nou niet gestolen hebt, moet ik dan bang zijn van een politie?
Nee, hé? Dat hoef niet. Maar elke dief, die is wel bang voor
de politie, want hij denkt: "Ze moesten eens weten, wat ik misdaan
hebt, dan zouden ze mij oppakken, en in de gevangenis doen"! Maar al
komen jullie 10 politie's tegen, en je bent zoet en
gehoorzaam, dan geeft dat niets, dan zegt zo'n politie: "Dag
jongen"! En jij zegt: "Dag politie"!! Dan loop je
die rustig voorbij, maar als je onderweg, bij de
één of de ander appelen gestolen hebt, dan zegt
je hartje en je consciëntie: "De politie weet het"!!
En dan zou je zó naar de politie kijken, dat hij
er argwaan van krijgt, als je zo naar hem kijkt. En de
politie zou denken: "Maar die jongen heeft wel wat op zijn
geweten, dat zal ik eens aan hem vragen: zeg jongen kom jij
eens hier, kom jij eens bij mij, wat heb jij gedaan"? En dan sta je
daar, en dan moet er antwoord gegeven worden!
Dus zo was Adam ook bang, waar die nooit bang voor geweest was, Adam
vluchtte voor hetgeen, waar hij nooit voor gevlucht zou hoeven hebben!
Dat gaat hij nu wel doen! En dan zegt de HEERE: "Waarom kruipt u zo weg
in dat bos? Dat hebt u toch nooit voor Mij gedaan? Dat heeft toch nooit
gehoeven? Hoe komt het, dat je nou zo bang bent? Toen Ik u geschapen
hebt, Adam, toen was u toch niet bang? Toen hield je toch erg veel van
Mij?
En Ik toch ook van u? Wat heb je nou gedaan, wat is er nu gebeurd"?
"Of', zegt de HEERE: "Of hebt gij van die boom gegeten? Had Adam dat nu
maar rechtuit gezegd, maar dat wilde hij niet, want dat doen wij ook
niet.
Als je vader of je moeder jullie wat vragen, en je denkt: "Nou, ze
hebben het toch niet goed gezien, dat er wat weg is, en ze vragen:
Piet, heb jij dat gedaan? Nee, ikke niet! En Klaas, heb jij dat dan
gedaan? Nee, ik ook niet"! Wat gaat die mens dan bij zijn zonden doen?
.... ? Liegen! En liegen, dat is een vooraanliggende zonde!
Maar het was bij Adam nog erger, hij loog niet tegen een mens, maar
tegen de Allerhoogste Majesteit!
Kinderen, zo diep zijn wij gevallen, dat wij het durven besteken tegen
God te liegen, Die alwetend is en heilig is. Maar Hij is ook
rechtvaardig en daarom, de zonden die bedreven zijn tegen de
Allerhoogste Majesteit, Welke God is, moet ook met de zwaarste straf
gestraft worden: met de tijdelijke, de eeuwige en de geestelijke dood.
Dat eist Zijn heiligheid! Maar Adam vreest, hij zegt: "Die vrouw, die
Gij mij gegeven hebt, die heeft mij van dien boom gegeven, en ik heb
gegeten". En dat is nou heel de zaak kinderen, met dat spreken, geeft
Adam niet zijn vrouw de schuld, ja ook, maar hij geeft God de schuld
van alles, dat is wat!
Maar weet je kinderen, wat nou het grootste wonder zou zijn? Dat niet
Adam, maar wij, dat ik de grootste schuldenaar voor God zou mogen
worden. Als je schuld hebt, bij iemand kinderen, dan moet je de
rekening betalen! Nou hebben wij van nature allemaal een openstaande
schuld bij God, vanwege onze diepe val in Adam.
En de HEERE had gesproken: "Ten dage als gij daarvan eet, dan zult ge
de dood sterven".
Zou de HEERE dat door de vingers kunnen zien? Nee hé. Want
God is een heilig God, Die de zonde niet kan gedogen, maar die de
zondaar moet straffen!
Als we daar eens een indruk van kregen kinderen, dan zou er nog een
wonder kunnen gebeuren, niet vanwege onze indrukken, maar het mocht
Gode behagen, daarin mede te komen, opdat we als een gans verloren
zondaar openbaar mochten komen, opdat we net als Adam en Eva, onze
zonden zouden erkennen, en daarmee onze straf op de zonde zouden
billijken.
De HEERE zegt ergens in Zijn Woord: "Als Mijn volk zich schuldig zal
kennen, dan zal Ik aan Mijn Verbond gedenken". En weet je, nu gaat de
Heere aan Zijn Verbond gedenken, dat Hij gemaakt heeft met Zijn Zoon,
in die stille Vrederaad gesloten, van eeuwigheid.
De HEERE had met Adam een verbond opgericht, dat was het...?
werkverbond! Maar dat was hij verbroken!! Hij had naar Eva geluisterd
en niet naar God!
Wat zou je vader ervan zeggen Kees, als je moeder niet meer met je
vader de zaken van het gezin zou bepraten, maar met de buurvrouw? Dat
is wel een zwak beeld, maar dat is toch raar, hé?
En nou had Adam, God als zijn Hoofd, en Eva had Adam als haar hoofd, en
ze hadden ieder een ander hoofd gekozen, en daarmede het proefgebod
overtreden, en van die boom gegeten, en zo het verbond met God
verbroken, vreselijk hé? Maar nu heeft God gedachten des
vredes gehad, maar dan wel in een ander verbond, het Genade-Verbond.
Want de HEERE spreekt in de belofte aan Adam en Eva, van de komende
Messias, de Verlosser, de Heere Jezus Christus. Die belofte, noemen we
de... moe..? Ja, de Moederbelofte. Daar wordt gesproken van het
Vrouwen-Zaad, Die zal de kop van de duivel vermorzelen, met Zijn eigen
Offerande.
Wat een eeuwig wonder zal het zijn kinderen, als we ook in ons
persoonlijk leven mogen delen in die Offerande van Christus, om het
eigendom van Hem te mogen zijn, wat toch de catechismus noemt: de enige
Troost, beide in leven en sterven.
Kinderen, Adam en Eva juichen reeds voor de troon van God, ze zijn
gewassen van die vreselijke zonden door het bloed van de Heere Jezus
Christus. Hij heeft hun schuld betaald! Rust niet eerder, totdat je ook
mag weten, het eigendom te zijn van Die getrouwe Zaligmaker, Die
getuigt:
"LAAT DE KINDEREN TOT MIJ KOMEN EN VERHINDERT HEN NIET, WANT DEKZULKEN
IS HET KONINKRIJK DER HEMELEN"!!
Amen.
Hoe Werp uw brood uit op
het water, want gij zult het vinden na vele dagen
“Schrijf hetgeen gij gezien hebt !”(Openb. 1:19a)
Info over diverse belijdenissen
Apostolische Geloofsbelijdenis of de "Twaalf Artikelen", via Online-bijbel.nl
Geloofsbelijdenis van Nicea, via Online-bijbel.nl
Geloofsbelijdenis van Athanasius, via Online-bijbel.nl
Heidelbergse Catechismus, via Online-bijbel.nl, met zoekmogelijkheid
Heidelbergse Catechismus, via Theologienet.nl, met verwijzingen naar bijbelteksten
Heidelbergse Catechismus, via Wikipedia.org
Heidelbergse Catechismus, via Kerken.com, met zoekmogelijkheid
Heidelbergse Catechismus, via Laankerk.nl
Nederlandse Geloofsbelijdenis, via Online-bijbel.nl, met zoekmogelijkheid
Dordtse Leerregels, via Online-bijbel.nl, met zoekmogelijkheid
Dordtse Leerregels, via Laankerk.nl
Beginselverklaring, van de Evangelische Alliantie
Candlestand Statement, m.h.o. op de invloed van de charismatische beweging
Westminster
Confessie, digitaal alleen in het engels
Belijdenis
doen



















