catechese - 1

inleiding op deze
serie
Hieronder
vind je alle pagina’s van de Catechese studies
Serie van
48 leerzame lessen algemene catechese:
Serie van 15 speciale lessen belijdeniscatechese:
Catechese maakt deel uit van de ruimere opdracht van de Kerk tot evangelisatie.
Deze evangelisatie-opdracht gaat over alles wat de Kerk doet om de mensen
dichter bij God te brengen, in verkondiging, liturgie en dienende inzet.
Catechese betekent eigenlijk: laten weerklinken, versterken, intensiveren. We
kunnen de catechese dan omschrijven als 'het begunstigen van de persoonlijke
ontmoeting met God in de Kerkgemeenschap, op alle mogelijke wijzen'. Dat heeft
te maken met onderricht ('lering'), maar ook met nog zo veel meer!
Sinds
jaar en dag wordt er door de kerk voor de jeugd catechese gegeven.
Logisch eigenlijk, want als jongere komen er veel vragen op je af als
het om het geloof gaat. Hoewel..., komt best wel ook onder ouderen
voor. Dit komt meestal neer op een uurtje-in-de-week op een avond
gedurende het winterseizoen. De voorganger of daartoe uitgekozen
gemeenteleden klaren deze boeiende klus voor verschillende leeftijds-
groepen jongens en meisjes, al dan niet gemengd....of ouderen.
Meestal van een jaar of 12 en doorlopend tot de leeftijd waarop
zelfstandig gekozen wordt voor een persoonlijke geloofskeuze uitlopend
op het doen van belijdenis.
Welnu, deze Holyhome-Catechese is speciaal opgezet voor jou. Enerzijds
misschien een aanvulling of naslag-mogelijkheid als je al bij een
plaatselijke kerk of catechese-groep bent aangesloten. Anderzijds een
prachtige mogelijkheid als je dat niet bent. Helemaal in dat laatste
geval: volg dan wekelijks de Holyhome-catechese. Laat je inspireren
door deze vorm van catechese. Communiceer door middel van ook de
website met de wereld van het geloof, toegankelijk voor iedereen.
En het mooie: je kunt altijd reageren met opmerkingen en vragen!
Tenslotte dit: Gelijktijdig met de update van deze site staat meestal
het nieuwe catechese onderwerp voor jou klaar !
Het mooie van dit alles: je kunt er thuis mee aan de slag, over mailen
met vrienden en vriendinnen....en natuurlijk ook: met je vrienden,
ouders en/of verzorgers of op school over praten. Kies hierboven voor
een les.
Bijlage : Normen bij het aanbieden van de evangelische boodschap in de
Catechese
Op
verzoek van een aantal jongeren nu in deze catechese-serie een aantal
lessen over de Namen van God in het Oude Testament. Dit zal meerdere
lessen gaan omvatten. Ik hoop dat het boeiende stof tot nadenken zal
geven.Ook nu geldt weer: gebruik van een bijbel is voor de studie
onmisbaar. Er wordt namelijk heel veel tekstmateriaal aangereikt in de
komende lessen. Mede hierom de tip: bestudeer 1 aflevering per week,
daar heb je meer dan genoeg aan.
Hier een paar prachtige modules voor belijdenis catechese
Preken
over de Heidelbergse Catechismus
In 1586 bepaalde de Synode van Den Haag dat op iedere zondagmiddag een
tweede dienst moet worden gehouden en dat in die dienst uit de Heidelbergse
Catechismus moet worden gepreekt. De neergang begon echter in de negentiende
eeuw. In 1863 bepaalde de synode dat het al of niet preken uit de Catechismus
aan de predikanten zelf overgelaten moest worden. ,,Toch is ze gebleven tot op
de dag van vandaag. De kerkorde van 1951 kent de catechismuspreek in de
leerdienst. Ook de nieuwe kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland spreekt
over de leerdienst, al wordt helaas de Heidelbergse Catechismus daarbij niet
meer expliciet genoemd.
Vooral hoe er uit de Heidelbergse Catechismus gepreekt wordt, is aan
herziening toe. De HC-tekst moet niet analytisch, woord voor woord,
geëxegetiseerd worden in de catechismuspreek. Beter is om te komen tot
,,themaprediking. ,,Prediking waarin de bijbelse grondwoorden aan de orde komen,
zoals de verzoening, de heiliging, het berouw over de zonde, Gods leiding in het
leven, enz. Het bijbels ABC, zou je kunnen zeggen..
De catechismuspreek is geen lezing, les of beschouwing over een onderwerp.
,,Catechismusprediking is bediening van het Woord. Net als vroeger hoort het
daarbij te gaan om wat de Catechismus voor ons te betekenen heeft. Het moet
daarom gaan over onderwerpen als de plaats van de kerk in de samenleving, de
missionaire roeping van de kerk, de verhouding kerk en Israël, de verhouding
christelijk geloof en andere godsdiensten, met name de islam, discriminatie en
antisemitisme, nationalisme, de houding tegenover allochtonen, de plaats en de
betekenis van de charismata, de ethische beslissingen, de notie van het
koninkrijk van God, de media. Vragen waar we elke dag mee te maken hebben, in
steeds heviger mate.
Hoe boeiend en leerzaam het indertijd was kan je ontdekken in de
onderstaande preken die ik voor je vond op het wereldwijde web. Preken die staan
als een dijk. Monumentale prediking van een voorganger die helaas de oorlog niet
heeft mogen overleven.
Het begin van de eeuwige vreugde
Catechismusprediking van Ds. J.W. Tunderman (1904-1942)
LEES HIER DE
HEIDELBERGSE CATECHISMUS
Klik hier voor het document over de predikant die
bovenstaande preken heeft gehouden !
|
DE APOSTOLISCHE
GELOOSBELIJDENIS
|
|
Belijdenis = Kleurbekennen
1. Ik geloof in God den Vader, den Almachtige, Schepper des hemels en der
aarde.
2. En in Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon, onze Heere;
3. Die ontvangen is van den Heiligen Geest, geboren uit de maagd
Maria;
4. Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en
begraven, nedergedaald ter helle;
5. ten derden dage wederom opgestaan van de doden;
6. opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand Gods des almachtigen
Vaders;
7. vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de
doden.
8. Ik geloof in den Heiligen Geest.
9. Ik geloof een heilige, algemene, Christelijke Kerk, de gemeenschap der
heiligen;
10. vergeving der zonden;
11. wederopstanding uit de dood;
12. en een eeuwig leven.
Veel mensen raken hierdoor zo getroffen dat zij hun leven in de handen
leggen van God, ondersteboven als ze zijn van God de Vader die voor hen zorgt.
Aan jou de vrije keus ! Daarbij, het is zeer leerzaam kennis te nemen van oude
belijdenisgeschriften die het denken in Nederland tot op de dag van vandaag nog
steeds beïnvloeden (én zelfs ver daarbuiten). De twee onderstaande
belijdenisgeschriften kun je volledig online bestuderen én wat zo mooi is: je
kunt vanuit de tekst rechtstreeks de bijbelteksten er bij halen om te lezen
welke bijbelse fundamenten de opstellers hebben gebruikt.
klik hier ook eens op : Nederlandse Geloofsbelijdenis
De Nederlandse Geloofsbelijdenis is iets ouder dan de Heidelbergse
Catechismus, ze dateert van 1561, maar is desondanks minder bekend dan de
laatstgenoemde. Hoewel beide geschriften inhoudelijk verwant zijn, leggen ze
toch geheel verschillende accenten. Dat heeft voor een deel zijn oorzaak in het
verschil in oorsprong. De Catechismus is vanouds bedoeld als catechetisch
geschrift: onderwijs voor de geloofskandidaten. De Nederlandse Geloofsbelijdenis
is bedoeld als verdedigingsgeschrift. In de nacht van 1 op 2 november 1561 werd
er een verzegeld pakje over de muur geworpen van het kasteel te Doornik
(tegenwoordig België). Het bevatte de Geloofsbelijdenis, voorafgegaan door een
brief aan koning Philips II, beide in het Frans gesteld. De bedoeling was de
intenties van de Reformatie, een beweging die zich ook in de Nederlanden steeds
sterker liet gelden, te verhelderen.
De Nederlandse Geloofsbelijdenis is
opgesteld door Guido de Brès, calvinistisch predikant in onder meer Doornik
(1522 - 1567, gestorven als martelaar). Hij sloot zich in de Geloofsbelijdenis
aan bij de belijdenis van de Franse kerken, die in 1559 te Parijs was
vastgesteld. Deze belijdenis is sterk beïnvloed door het gedachtengoed van
Calvijn zelf. Dit heeft tot gevolg dat de Nederlandse Geloofsbelijdenis in het
algemeen calvinistischer - of zo men wil calvijnser - is dan de Heidelbergse
Catechismus, die ook lutherse invloeden vertoont.
De eerste Nederlandse
vertaling van de Nederlandse Geloofsbelijdenis verscheen in 1562. In de volgende
decennia zijn er enkele kleinere wijzigingen in aan gebracht. Deze hebben
inhoudelijk echter slechts een beperkte betekenis. De synode van Dordrecht heeft
in 1619 een officiële (herziene) tekst van de Geloofsbelijdenis vastgesteld,
zowel in het Nederlands als in het Frans. Voor de ondertekening: zie de
inleiding daaromtrent.
Tot op de dag van vandaag komt het in kerken van
de gereformeerde gezindte voor - en vroeger ook wel in de Gereformeerde Kerken -
dat in de middagdienst een artikel uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis wordt
voorgelezen: ter lering.
Wie iets wil proeven van de sfeer van de
Geloofsbelijdenis, leze alleen maar het eerste artikel: 'Wij geloven allen met
het hart en belijden met de mond, dat er is een enig en eenvoudig geestelijk
Wezen, dat wij God noemen: eeuwig, ondoorgrondelijk, onzienlijk, onveranderlijk,
oneindig, almachtig, volkomen wijs, rechtvaardig, goed en een zeer overvloedige
bron van al het goede.' De toon is zakelijk. De pastorale invalshoek van de
Catechismus ontbreekt vrijwel geheel. Waar bij de Catechismus Jezus Christus
direct naar voren geschoven werd (= christocentrisch), zet de Geloofsbelijdenis
in bij God (= theocentrisch). Hoe consequent dit gebeurt, blijkt wel in artikel
2, waar het gaat over de wijze(n), waarop wij God leren kennen: uit de natuur en
uit de Schriftuur. Jezus wordt daar niet genoemd! Hier komen we direct bij
enkele kritische kanttekeningen. Kunnen wij zonder meer volhouden, dat God uit
de natuur te kennen valt? Nemen we daarmee de zondeval voldoende serieus? Voor
het paradijs - de schepping waaruit wij God zouden kunnen leren kennen! - staat
immers een engel met een vlammend zwaard. In het verlengde daarvan kan men zich
afvragen, of wij ons tegenwoordig zelfs niet veel scherper zouden moeten
verzetten tegen natuurlijke Godskennis. Daarin onderscheiden wij ons namelijk
wel heel in het bijzonder van nieuw opkomende religieuze bewegingen! Het is -
nogmaals - jammer, dat de naam van Jezus hier niet reeds ergens in het begin
klinkt. Hij is het, die ons geloof tot een christelijk geloof maakt!
6
De Nederlandse Geloofsbelijdenis telt in totaal 37 artikelen. Interessant is de
relatief uitgebreide passage over de Schrift: het Woord van God (art. 3), de
kanonieke boeken van de Heilige Schrift (art. 4), het gezag van de Heilige
Schrift (art. 5), het onderscheid tussen de kanonieke en aprokriefe boeken (art.
6), de volkomenheid van de Schrift (art. 7). De Catechismus zwijgt daarover
vrijwel geheel. Guido de Brès moest wel zo uitgebreid over de Schrift spreken,
omdat hij de opvattingen van de Reformatie moest verdedigen tegenover de
Rooms-Katholieke Kerk.
7 Historisch van belang zijn onder meer de
artikelen 27 tot en met 30, die handelen over de kerk. Ze zijn in de
calvinistische traditie van ons land menigmaal gebruikt bij scheiding en
scheuring, alsmede om het eigen bestaan te rechtvaardigen. Wat scheuring
betreft, wordt nogal eens art. 28 aangehaald: 'Om dit alles - onderwerping aan
onderricht en tucht, alsmede bijdragen aan de opbouw van de gemeente; KWdJ -
behoren alle gelovigen, overeenkomstig Gods Woord, zich af te scheiden van hen,
die niet tot de Kerk behoren en zich te voegen bij deze vergadering op iedere
plaats, waar God haar gesteld heeft'. Hoe dan te bepalen, of een kerk ook
daadwerkelijk kerk is, staat in art. 29. De kenmerken zijn: 'de zuivere
prediking van het Evangelie', 'de zuivere bediening van de Sacramenten', 'de
kerkelijke tucht', dat wil zeggen Jezus Christus in alles erkennen 'als het
enige Hoofd.' De conclusie is dan: 'Hieraan kan men met zekerheid de ware Kerk
herkennen en niemand heeft het recht zich van haar af te zonderen.' Over een
dringend appèl gesproken!
8 Ook art. 36, dat handelt over de
overheid, heeft een geheel eigen geschiedenis. Dit artikel handelt over de
overheid. Kuyper en een aantal medestanders hadden grote moeite met de derde
zin, die huns inziens niet meer te handhaven viel: 'En hun - de overheden; KWdJ
- taak is niet alleen acht te geven op de openbare orde en daarover te waken
maar ook de hand te houden aan de heilige kerkedienst, *alle afgoderij en valse
godsdienst te weren en uit te roeien, het rijk van de antichrist te
vernietigen,* het Koninkrijk van Jezus Christus voortgang te doen hebben en het
Woord van het Evangelie overal te doen predikant, opdat God door ieder geëerd en
gediend wordt, zoals Hij in zijn Woord gebiedt.' Kuyper c.s. meenden dat inzake
de religie overheidsdwang niet gewenst was. Het Woord zelf was krachtig genoeg
om het rijk van de anti-Christ te vernietigen. De synode van Utrecht 1905
besloot uiteindelijk alleen de zinsnede tussen haken te plaatsen tussen de * *.
Men moet goed bedenken, dat het hier niet om een ondergeschikt punt ging. Tot op
de dag van vandaag klinkt in de Confessionele Vereniging in de Nederlandse
Hervormde Kerk het geluid van Kuypers vriend en latere opponent Ph.J.
Hoedemaker. Terwijl Kuyper een neutrale staat voorstond, opteerde Hoedemaker
voor een christelijke staat, die uit zijn aard een eigen roeping had ten aanzien
van de christelijke godsdienst.
klik hier ook eens op : De Heidelbergse
Catechismus
De Heidelbergse Catechismus is in 1563 uitgegeven in Heidelberg, door
Frederik de Vrome, keurvorst van de Paltz (1559-1576). Hij is ontworpen als
leerboekje, in de eerste plaats voor de jeugd, om grip te krijgen op het
gereformeerde geloof. Als één van de voornaamste auteurs geldt Zacharias Ursinus
(1534-1583).
Onder meer via Nederlandse vluchtelingen in Heidelberg werd deze
catechismus al snel vertaald en verspreid in Nederland. Men herkende er het
eigen geloof in. Hij werd officieel als leerboek van de kerk aangenomen, onder
andere door de Synode van Dordrecht
(1618-1619).
|
Belijdenis =
Kleurbekennen
1. Ik geloof in God den Vader, den Almachtige, Schepper des hemels en der
aarde.
2. En in Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon, onze Heere;
3. Die ontvangen is van den Heiligen Geest, geboren uit de maagd
Maria;
4. Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en
begraven, nedergedaald ter helle;
5. ten derden dage wederom opgestaan van de doden;
6. opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand Gods des almachtigen
Vaders;
7. vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de
doden.
8. Ik geloof in den Heiligen Geest.
9. Ik geloof een heilige, algemene, Christelijke Kerk, de gemeenschap der
heiligen;
10. vergeving der zonden;
11. wederopstanding uit de dood;
12. en een eeuwig leven.
Veel mensen raken hierdoor zo getroffen dat zij hun leven in de handen
leggen van God, ondersteboven als ze zijn van God de Vader die voor hen zorgt.
Aan jou de vrije keus ! Daarbij, het is zeer leerzaam kennis te nemen van oude
belijdenisgeschriften die het denken in Nederland tot op de dag van vandaag nog
steeds beïnvloeden (én zelfs ver daarbuiten). De twee onderstaande
belijdenisgeschriften kun je volledig online bestuderen én wat zo mooi is: je
kunt vanuit de tekst rechtstreeks de bijbelteksten er bij halen om te lezen
welke bijbelse fundamenten de opstellers hebben gebruikt.
Bijlage :
Ds.
Roel Meijer, predikant van de GKV te Hasselt, heeft enkele jaren
geleden een leerversievan de Heidelbergse Catechismus in eigentijdse
taal geschreven. Deze versie is bedoeld om de officieel
vastgesteldetekst van de Catechismus voor jongeren meer toegankelijk te
maken. De leerversie geef ik met genoegen door op de site.
Om over na te denken
- Op grond van Jakobus 4:7 kun je er zeker van zijn dat je bevrijdt bent en blijft! Ga niet af op je gevoelens, want deze kunnen je onzeker maken. Neem iedere gedachte gevangen tot gehoorzaamheid aan Christus. Verwerp de leugen, kies de waarheid en sta vast in uw positie in Christus.
- Aanvechtingen of aanvallen van het duister kunnen in welke vorm dan ook voorkomen. Dit is geen teken dat je weer bevrijding nodig hebt. Elke christen krijgt in meer of mindere mate te maken met aanvallen van Satan (Efeziërs 6:12). Wijd je daarom dagelijks toe aan het gebed om zo staan de te blijven in de waarheid
- Bestudeer dagelijks je bijbel. Overdenk sleutelverzen (zie bijbelteksten hieronder). Gebruik desnoods ter ondersteuning een bijbels dagboek.
- Het is belangrijk dat je contact zoekt met medechristenen. Deel je problemen met een goede vriend(in) of met een vertrouwenspersoon uit je gemeente, zodat je wordt ondersteund om in het licht te blijven wandelen. Ook adviseren ik je om met hem/ haar te bidden en de bijbel te lezen. Gods Woord en de Heilige Geest kunnen in jouw leven gaan groeien.
- Bezoek wekelijks een bijbelgetrouwe en zorgzame gemeente of kerk. Neem deel aan enkele activiteiten die je helpen om geestelijke en emotioneel te groeien, zoals bijbelstudies, huiskringen, samenkomsten, gebedsgroepen, enz.
- Een dagbesteding met voldoening en een regelmatig leven helpen u lichamelijk en geestelijk stabiel te blijven/ worden.
Teksten ter bemoediging
Jozua 2: 6 t/m 9
Deuterononium 6: 4 - 5
Psalm 23
Psalm 32: 8
Psalm 136 1 t/m 3
Jesaja 41: 10
Spreuken 18: 10
Matteüs 12: 43 - 45
Lucas 10: 19
Johannes 1: 12 en 13
Johannes 7: 37 - 38
Johannes 10: 10 - 11
2 Korintiërs 10: 3
Jakobus 4: 7
Romeinen 8: 31 en 39
Efeziërs 5: 7 t/m 11
Efeziërs 6: 12
1 Johannes 4: 4
Openbaring 12: 7b, 11b, 17b
Wist je dit van jezelf ?
Exodus
• Ik ben niet de grote “Ik ben die Ik ben” (Ex. 3:14; Joh. 8:24,28,58), maar door Gods
genade ben ik wat ik ben (1 Kor.15:10).
Matteüs
• Ik ben het zout der aarde (5:13).
• Ik ben het licht der wereld (5:14).
Johannes
• Ik ben een kind van God (1:12).
• Ik ben een rank van de ware wijnstok, een kanaal voor de liefde van Christus (15:15).
• Ik ben door Christus uitgekozen en aangewezen om voor Hem vrucht te dragen (15:16).
Romeinen
• Ik ben een dienaar van de gerechtigheid (6:18).
• Ik ben een dienaar van God (6:22).
• Ik ben een zoon van God; God is geestelijk mijn Vader (8:14,15; Gal. 3:26; 4:6).
• Ik ben een mede-erfgenaam van Christus, en heb deel aan Zijn erfenis (8:17).
1 Korintiërs
• Ik ben Gods tempel. Zijn Geest en Zijn leven wonen in mij (3:16; 6:19).
• Ik heb mij aan de Heer gehecht en ben één geest met Hem (16:17).
• Ik ben een lid van het Lichaam van Christus (12:27; Ef. 5:30).
2 Korinthiërs
• Ik ben een nieuwe schepping (5:17).
• Ik ben verzoend met God en Hij heeft mij de bediening der verzoening gegeven
(5:18,19).
Galaten
• Ik ben een zoon van God en ik ben in Christus één met andere christenen (3:26,28).
• Ik ben een erfgenaam van God, omdat ik een zoon van God ben (4:6,7).
Efeziërs
• Ik ben een heilige (1:1; 1 Kor.1:2; Fil. 1:1; Kol. 1:2).
• Ik ben een maaksel van God, in Christus Jezus geschapen om zijn werk te doen (2:10).
• Ik ben een medeburger en huisgenoot van God (2:19).
• Ik ben een gevangene in de Heer (3:1; 4:1).
• Ik ben rechtvaardig en heilig (4:24).
Filippenzen
• Ik ben een burger van een rijk in de hemel; en ik heb nu een plaats in de hemelse
gewesten (3:20; Ef. 2:6).
Kolossenzen
• Ik ben verborgen met Christus in God (3:3).
• Ik ben een uiting van het leven van Christus, omdat Hij mijn leven is (3:4).
• Ik ben door God uitverkoren, heilig en bemind (3:12;1 Tess.1:4).
1 Tessalonicenzen
• Ik ben een kind van het licht en niet van de duisternis (5:5).
Hebreeën
• Ik ben een deelgenoot van de hemelse roeping (3:1).
• Ik heb deel aan Christus; ik heb deel aan Zijn leven (3:14).
1 Petrus
• Ik ben een levende steen en laat me gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis
(2:5).
• Ik hoor bij een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een
volk Gode ten eigendom (2:9,10).
• Ik ben een bijwoner en vreemdeling in deze wereld waar ik tijdelijk woon (2:11).
• Ik ben een vijand van de duivel (5:8).
1 Johannes
• Ik ben een kind van God, en ik zal gelijk zijn aan Christus, als Hij terugkomt op de aarde
(3:1,2).
• Ik ben uit God geboren. Het kwaad, de duivel, heeft geen vat op mij (5:18)
Als ik voor Jezus kies . . . .
Romeinen
• Ben ik rechtvaardig voor God en zijn mijn zonden volkomen vergeven (5:1).
• Ben ik met Christus gestorven en heerst de zonde niet meer over mijn leven (6:1-6).
• Word ik niet meer veroordeeld (8:1).
1 Korintiërs
• Heeft God mij in Christus geplaatst (1:30).
• Heb ik de Geest van God ontvangen, opdat ik weet wat God mij in genade schenkt (2:12).
• Heb ik de zin van Christus gekregen (2:16).
• Ben ik gekocht en betaald, ben ik niet van mijzelf, ben ik van God (6:19,20).
2 Korintiërs
• Ben ik door God Christus gezalfd en verzegeld en heb ik de Heilige Geest ontvangen,
die een onderpand is van mijn erfenis (1:21; Ef. 1:13,14).
• Leef ik niet meer voor mijzelf, maar voor God, omdat ik gestorven ben (5:14,15).
• Ben ik rechtvaardig gemaakt (5:21).
Galaten
• Ben ik met Christus gekruisigd, en toch leef ik – niet mijn ik, maar Christus leeft in mij.
• Mijn leven is van Christus (2:20).
Efeziërs
• Ben ik gezegend met allerlei geestelijke zegeningen (1:3).
• Ben ik uitverkoren voor de grondlegging der wereld, opdat ik heilig en onberispelijk zou
zijn voor Gods aangezicht (1:4).
• Ben ik door God bestemd als zijn zoon aangenomen te worden (1:5).
• Zijn mijn zonden vergeven en mag ik Gods overvloedige genade ontvangen (1:6-8).
• Ben ik mede levend gemaakt met Christus (2:5).
• Ben ik met Christus opgewekt, en heb ik met Hem een plaats gekregen in de hemelse
gewesten (2:6).
• Heb ik door de Geest toegang tot de Vader (2:18).
• Mag ik in vrijmoedigheid, vrijheid en vertrouwen tot God naderen (3:12).
Kolossenzen
• Ben ik verlost van de macht van satan en overgebracht in het Koninkrijk van Christus (1:13).
• Zijn al mijn zonden vergeven. Ik sta niet meer in de schuld bij God (1:14).
• Woont Christus zelf in mij (1:27).
• Ben ik geworteld in Christus en wordt ik opgebouwd in Hem (2:7).
• Heb ik volheid verkregen in Christus (2:10).
• Ben ik begraven, opgewekt en levend gemaakt met Christus (2:12.13).
• Ben ik met Christus gestorven en opgewekt. Mijn leven is verborgen met Christus in God.
• Christus is nu mijn leven (3:1-4).
2 Timotheüs
• Heb ik een geest gekregen van kracht, liefde en bezonnenheid (1:7).
• Ben ik gered en geroepen met een heilige roeping (1:9; Tit. 3:5).
Hebreeën
• Schaamt Jezus Zich niet mij een broeder te noemen, omdat ik geheiligd ben en één met
Hem die mij geheiligd heeft (2:11).
• Mag ik vrijmoedig voor Gods aangezicht naderen, om barmhartigheid en genade te
vinden in tijden van nood (4:16).
2 Petrus
• Heeft God mij met kostbare en zeer grote beloften begiftigd, opdat ik deel zou hebben
aan de goddelijke natuur (1:4)..
Hoe het vroeger was in de Oud Gereformeerde Gemeente
EEN CATECHISATIELES VOOR DE KLEINE KINDEREN
door
Ds. Johannes van der Poel
(Hendrik-Ido-Ambacht, 26 april 1909 - Ede, 1981)
was een bekende Nederlandse predikant onder de bevindelijk
gereformeerden. Hij was vele jaren predikant van de Oud Gereformeerde
Gemeente van Ede.
Van der Poel werd geboren als zoon van Pieter van der Poel en de
Johanna Saartje (Janna) de Wit. Zijn moeder geloofde al snel dat haar
zoon, een van elf kinderen, door God uitverkoren zou worden om "de Naam
des Heeren te dragen." Hij werd op achttienjarige leeftijd bekeerd, en
eind jaren dertig werd hij - ondanks veel tegenstand - dominee binnen
het kerkverband van de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland. Hij is
tweemaal getrouwd geweest; zijn eerste vrouw stierf jong aan een
hersentumor. Hij heeft tot 1955 in Giessendam gestaan, en vanaf 1955
tot zijn dood in 1981 in Ede.
De zondeval in het Paradijs
Vraag 1. Kinderen, wat is 's mensen hart ook alweer door de zonden geworden?
Antwoord Een woonplaats der duivelen.
Vraag 2. Wat zijn duivelen?
Antwoord Engelen, die gezondigd hebben.
Vraag 3. Wanneer waren dat engelen?
Antwoord Toen de aarde gemaakt werd.
Vraag 4. Waarom worden dat nu duivelen genaamd
Antwoord Omdat ze gezondigd hebben.
Vraag 5. Waar hebben die engelen gezondigd?
Antwoord In de hemel.
Vraag 6. Maar, konden die engelen niet meer in de hemel blijven?
Antwoord Nee, want toen is hun naam, van engelen, duivelen geworden.
Kinderen,
dat is erg he? Want dat is een lelijke naam, als je moeder tegen jullie
moet zeggen, dat je zo vervelend bent en dus niet gehoorzaam, en
geregeld loopt te sjaggerijnen, dan zegt ze misschien wel eens: "Ach,
scheid er toch mee uit, je bent ook net een duivelskind". Dus dat
moetje dan niet doen he? Want een duivelskind, dat is een onge ...
?..hóórzaam kind. Dat is een kind, dat in zijn ondeugd
leeft. Kinderen, dat is nu ons hart geworden, niet door de schepping,
of door de natuur, maar door de ... ? door de zonden.
Vraag 7. Waar zijn de zonden begonnen?
Antwoord In het paradijs.
Vraag 8. Wie was de eerste leugenaar?
Antwoord De slang.
Vraag 9. En waar was die slang?
Antwoord In het paradijs.
Vraag 10. En waar in het paradijs?
Antwoord De boom der kennis des goeds en des kwaads.
Vraag 11. Van welke boom mochten Adam en Eva niet eten?
Antwoord Van de boom des levens wel, maar van die ene boom alleen niet.
Vraag 12. In welke gedaante vertoonde de duivel zich?
Antwoord In de gedaante van een slang.
Slangen zijn gemeen, kinderen, en ontzettend voorzichtig!
Slangen,
die heb je in sommige landen, ontzaggelijke grote slangen, die hun kop
verbergen achter een struik, zodat de reizigers niets vermoeden, en die
reizigers te paard, vanzelf helemaal niet.
En
dan licht zo'n slang zijn kop vanachter die struik vandaan, en bijt
gelijk dat paard achterin zijn verzenen, zodat het gelijk in elkaar
zakt, en de ruiter achterover ter aarde valt. En dan is dat een prooi,
het paard en die ruiter beide, voor die slang. Slangen zijn listig, de
slang is ook listig, bij onze eerste ouders Adam en Eva, te werk
gegaan.
Vraag 13. Wat betekent Adam?
Antwoord Uit de aarde.
Vraag 14. Wat betekent Eva?
Antwoord Moeder aller levenden.
Kinderen,
daar loopt Eva in het paradijs te wandelen, want er was in de staat der
rechtheid geen nood, geen ziekte, geen honger, geen kommer. .
Er
waren wel leeuwen, maar die verscheurde je niet. Er waren beren, maar
die bromde tegen Adam en Eva niet. Er waren wolven, maar die
verscheurde de schapen niet. Er waren tijgers, en die vernielde niets.
Het was allemaal vrede, in de staat waarin Adam en Eva geschapen waren.
Het was Adams gezelschap, al dat gedierte, maar niet zijn gemeenschap.
Zijn gemeenschap was in de eerste plaats, God, en in de tweede plaats
zijn vrouw.
Vraag 15. En de satan nu, uit de hemel gevallen zijnde, zou die daar toch weer in komen?
Antwoord Nee.
Vraag 16. Kan satan niet bekeerd worden?
Antwoord Nee, hij kan nooit meer bekeerd worden.
Vraag 17. Zou de satan bekeerd willen worden?
Antwoord Nee, ook niet.
Vraag 18. En kinderen, kunnen jullie nog bekeerd worden?
Antwoord Jah ! Oh.
Vraag 19. En kinderen, vragen jullie ook om bekeerd te mogen worden?
Antwoord Jah ! Oh.
Vraag 20. Wat moetje zijn om bekeerd te worden?
Antwoord Een uitverkorene.
Vraag 21. Worden alle mensen bekeerd?
Antwoord Nee. Maar als jullie het maar mogen worden, he? Daarom moet je er altijd
om ..? vragen.
Dus
satan wacht zijn gelegenheid af, satan kan haast hebben, maar satan kan
ook geduld hebben. Satan kan iets langzaam doen, maar hij kan het ook
vlug doen. Bijvoorbeeld, ik zal eens iets zeggen over dat vlug doen van
satan: je bent in de keuken, en het is negen uur, tegen school aangaan,
laten we zeggen, en je moet een kwartiertje lopen, en nu is het nog
twintig minuten voor negen uur! En daar ligt wat op tafel, bijv. de
koekjesdoos, of je bent net in de kelder, waar nog wat appelen liggen,
he, en je moeder is net ergens anders, en' e denkt: dan kan ik net nog
gauw, gáuw, vlug, vlug een koekje, of een paar appels nemen, en
dan gáuw naar school.
Dan
ben je een listige ... ?..die ...? dief ! Maar toch een ... dief! Want
je hebt gestolen, van je ? moeder oh! En dat mag niet, je
mag wel om een koekje, of een appel ... ? vragen! Maar je mag het nooit
uit je eigen ... ? ne..? nemen. Want dat is ... stelen. Zo is satan, in
de gedaante van een slang, in die boom gekropen, hij kronkelde zich om
de mooiste takken, want die boom was toch een schone boom, in zijn stam
en in zijn kroon. En vandaar ging de satan, een praatje maken met Eva.
Vraag 22. Waarom zou de duivel dat niet met Adam hebben willen doen?
Antwoord Omdat hij dacht, dat Adam gelijk nee zou zeggen.
Dus
hij dacht: ik begin maar met zijn vrouw. Want als ik zijn vrouw
gewonnen heb, dan win ik allicht de man ook. Hij komt, kinderen, niet
met een lelijk gezicht, want dan zou Eva wel ge ... ? geweigerd hebben.
Hij begint ook niet te schelden, want dan zou ze niet naar hem ge ....
? geluisterd hebben.
Maar
hij komt met zo'n echte vleiende ... ? stem, juist, zo van boter! Zo
glad als boter, zeggen wij wel eens. Maar zijn woorden waren zwaarden,
want het was hem te doen om Eva met zijn stem te doden.
Hij begint zijn eerste preek, zijn eerste leugenpreek, met twijfel te zaaien.
Wat
is twijfel? Als je nou straks naar huis gaat, dan moet de
één of de andere, wel eens een weg over steken. En je
weet, het verkeer is vandaag erg druk, dus dan moet men eerst eens
links, en dan eens ... ? ... rechts zien, en als er nou links auto's
aankomen, dan kan men wel eens denken: "Dat kan ik nog wel halen, of ik
kan het nog niet doen" Dan ga je zo'n beetje ... ? ...twijfelen. Zo
van: zou ik het wél doen, of zou ik het maar niét doen?
Maar wat moet je dan ? Het niet ?? doen!!!
Want
je moet het nooit twijfelende doen, je moet zeker weten, dat die auto
nog ver genoeg weg is, en dat je met rust over kan steken. Want je kan
beter twee minuten wachten, als dat ze je overrijden, of niet? Je
moetje dus niet haasten, bij zo iets, want door haast en twijfel, is
menig mens verongelukt.
Dus beter niet twijfelen, maar de duivel begint er mee, hij zegt: "Is het ook ...."!
Hij
gaat vragende twijfel zaaien ... is het ook dat", hij wil eigenlijk
suggereren: "Ik weet het ook niet zo precies, ik vraag het maar", wil
hij zeggen, hij wil zeggen: "Er zit geen kwaad in, dat ik dat vraag, in
het geheel niet"!
En daar ging Eva naar luisteren, maar daar had ze niet naar moeten luisteren.
Ze
had alleen kunnen zeggen: "Als je wat te zeggen hebt, dan praat je maar
met mijn man, maar met mij niet. Mijn man is het hoofd, dus als je wat
te vragen hebt, of wat te zeggen hebt, over de bomen, of over het eten,
of over de geboden, dan praat je maar met mijn man, want die komt dat
toe''.
Maar
Eva vergat dat een ogenblik, en ging haar oor lenen. En toen de slang
begreep dat Eva luisterde, en kinderen ik heb ook graag dat jullie
luisteren, en ik heb ook graag, dat jullie met aandacht luisteren.
En ik heb ook graag, dat jullie het morgen nog weten, en overmorgen nog, want daarom vertellen ik het jullie.
En
dan zegt Eva: "Ja, ik weet het ook niet, ik zal het eens aan mijn man
horen"! Nee, zo had ze niet hoeven te praten. Want Adam had haar wel
verteld, dat met hem het Verbond opgericht was, en dat zij uit zijn
ribben gemaakt was, omdat zij meteen in dat Verbond zou zijn.
Want
als de HEERE, Eva apart geschapen had, buiten Adam om, dan had zij geen
verwantschap aan Adam gehad. Dan zou God met Eva ook dat Verbond hebben
moeten oprichten, en dat deed God, met eerbied gesproken, vanzelf niet!
Eva was uit Adam genomen, en was dus in hetzelfde Verbond opgenomen.
Zulke
belangrijke zaken verteld een man toch tegen zijn vrouw? Dat doet toch
je vader ook? Daar praten zij toch met elkaar over?
“Is het ook dat God gezegd heeft, dat gij ook van alle bomen des hofs, niet eten zal"?
"Nou,
zegt Eva, dat is kort te zeggen: wij mogen van alle boom eten, maar van
deze boom niet, en dat hoeft ook niet, want we hebben fruit genoeg, er
ontbreekt ons niets". Zo had ze hem wel af kunnen schepen, maar dat
ging al niet meer, want ze had al té lang geluisterd, de duivel
had zijn verkettert preekje bij haar oorpoort gelegd, om ze straks een
doodsteek te geven, bij het nemen van de vrucht! "Wel, zegt hij, zie
nou eens. Eva, je zegt, dat je van die vrucht zal sterven, maar ik
sterf er toch ook niet van? Ik neem deze vrucht, zie maar, ik neem er
nog ééntje, en die eet ik ook op, en ik wordt er nog niet
eens ziek van! Jullie worden er ook niet ziek van, je kan er ook best
van eten".
Zo
heeft de satan, Eva verleid, maar het gebod, voor die boom, die was
niet voor satan, maar voor Adam er! Eva. Want de dood zat niet in die
appel, maar in de ongehoorzaamheid! !
Dus
je moet het kleine niet stelen, om voor het grote bewaard te blijven,
want als je het kleine gaat stelen, dan ga je op het laatst het grote
ook nemen.
Vraag 23. En waar komen grote dieven terecht?
Antwoord In de gevangenis ....! Oh!
Dat is ook erg, als je niet meer in de wereld mag leven.
En
dan bekijkt Eva die boom, het is een mooie boom, een schone, fleurige
boom, en dan begint ze te begeren, dan kijkt ze de vruchten goed aan,
dat is net eender, als je iets ziet van een ander, en je denkt: "Het
zou toch mooi wezen, als ik dat ook eens had"!
En
als je het eens nam dan zou je het toch hebben, want niemand ziet het,
ik zou het nu maar gauw doen, maar denk erom, dat er een God is, die je
altijd .... ? ziet hoor! Maar dan zie ik al een beweging komen, in die
rechtse hand, van Eva, hé? En ik zie die hand al verder gaan, al
verder. En ze is vlakbij die vrucht, en ze neemt die mooie rode, schone
reine appel, hé? En ze trekt de hand weer naar zich toe, en zij
eet ervan, en terwijl ze ervan eet, kinderen, pakt ze er nog
één, want daar komt Adam aan, en metéén
geeft ze ook Adam de verboden vrucht!
En
Adam, pakt het aan, en die eet óók! EN NU IS HET GEBEURD!
NU HEEFT DE DUIVEL HET GEWONNEN! Hij heeft, die beide mensen
overwonnen, en nu zijn ze allebei, duivelskinderen geworden, dat is
verschrikkelijk, hé? Maar dat heeft God ook gezien, en Die kwam
in de hof, in de wind des .... ? … daags! Maar toen kwam de
HEERE met een storm, want ze voelde in hun consciëntie, dat ze
gezondigd hadden.
Dat
hebben jullie ook nietwaar? Als je eens iets doet, wat uitdrukkelijk
niet mag, bijvoorbeeld het vreselijk vloeken. En als je het toch deed,
kon je het dan niet voelen in je geweten? Dan kreeg je het toch wel een
beetje bang, dan zei dat hartje tegen je: "dat heeft God ook gezien en
gehoord"! En als je vandaag of morgen eens gaat sterven, want de mens
die vloekt, die bidt of hij naar de hel mag gaan, en als jullie eens
vloeken, bidden jullie ook of je naar de hel mag gaan.
Maar willen jullie dan zo graag naar de hel gaan??
Dus
dan moeten we daar vooral niet om vragen om naar de hel te gaan, met
vloeken, ook al ben je driftig, dan mag je nog niet vloeken!
Het is de zonde tegen het ... ? Derde gebod!
Want
God komt er een keer op terug, kinderen, en dan beginnen degenen die
het gedaan hebben, zich te schamen, maar het is gebeurd hé? Zie
maar bij Adam en Eva!
En
hoe komt dat nou weer in orde? Dat komt nooit meer in orde, als God dat
niet in orde maakt! En nou wist de duivel niet, dat God, Adam en Eva
beiden uitverkoren had, waarvan Christus hun schuld betalen zou.
Daarom, als God komt, dan vraagt Hij aan Adam: "Waar zijt gij"? De
Heere wil eigenlijk zeggen: "Adam, Ik zie je niet meer in Mijn
gehoorzaamheid, Ik zie je niet meer in het beeld waarin Ik u geschapen
hebt"!
"Ik
zie u niet meer in het Verbond, wat Ik met u hebt opgericht. Ik zie u
niet meer in Mijn goedheid, Ik zie u niet meer in Mijn gunst, en in
Mijn liefde"!
"Waar
zijt ge nu"? En dan moet Adam wat zeggen, Adam is niet gelijk na
het eten van die verboden boom, op zijn knieën gevallen, en om
vergeving gevraagd. Maar Adam is weggelopen, om nooit meer terug te
komen.
Maar wat zegt hij dan? "Ik hoorde U in de hof'! Nou Adam, je hebt de Heere toch wel meer gehoord?
Als
ik nou niet gestolen hebt, moet ik dan bang zijn van een politie? Nee,
hé? Dat hoef niet. Maar elke dief, die is wel bang voor de
politie, want hij denkt: "Ze moesten eens weten, wat ik misdaan hebt,
dan zouden ze mij oppakken, en in de gevangenis doen"! Maar al komen
jullie 10 politie's tegen, en je bent zoet en gehoorzaam, dan
geeft dat niets, dan zegt zo'n politie: "Dag jongen"! En jij
zegt: "Dag politie"!! Dan loop je die rustig voorbij, maar als je
onderweg, bij de één of de ander appelen gestolen
hebt, dan zegt je hartje en je consciëntie: "De politie weet
het"!! En dan zou je zó naar de politie kijken, dat hij er
argwaan van krijgt, als je zo naar hem kijkt. En de politie zou
denken: "Maar die jongen heeft wel wat op zijn geweten, dat
zal ik eens aan hem vragen: zeg jongen kom jij eens hier, kom jij
eens bij mij, wat heb jij gedaan"? En dan sta je daar, en dan moet er
antwoord gegeven worden!
Dus
zo was Adam ook bang, waar die nooit bang voor geweest was, Adam
vluchtte voor hetgeen, waar hij nooit voor gevlucht zou hoeven hebben!
Dat gaat hij nu wel doen! En dan zegt de HEERE: "Waarom kruipt u zo weg
in dat bos? Dat hebt u toch nooit voor Mij gedaan? Dat heeft toch nooit
gehoeven? Hoe komt het, dat je nou zo bang bent? Toen Ik u geschapen
hebt, Adam, toen was u toch niet bang? Toen hield je toch erg veel van
Mij?
En Ik toch ook van u? Wat heb je nou gedaan, wat is er nu gebeurd"?
"Of',
zegt de HEERE: "Of hebt gij van die boom gegeten? Had Adam dat nu maar
rechtuit gezegd, maar dat wilde hij niet, want dat doen wij ook niet.
Als
je vader of je moeder jullie wat vragen, en je denkt: "Nou, ze hebben
het toch niet goed gezien, dat er wat weg is, en ze vragen: Piet, heb
jij dat gedaan? Nee, ikke niet! En Klaas, heb jij dat dan gedaan? Nee,
ik ook niet"! Wat gaat die mens dan bij zijn zonden doen? .... ?
Liegen! En liegen, dat is een vooraanliggende zonde!
Maar het was bij Adam nog erger, hij loog niet tegen een mens, maar tegen de Allerhoogste Majesteit!
Kinderen,
zo diep zijn wij gevallen, dat wij het durven besteken tegen God te
liegen, Die alwetend is en heilig is. Maar Hij is ook rechtvaardig en
daarom, de zonden die bedreven zijn tegen de Allerhoogste Majesteit,
Welke God is, moet ook met de zwaarste straf gestraft worden: met de
tijdelijke, de eeuwige en de geestelijke dood.
Dat
eist Zijn heiligheid! Maar Adam vreest, hij zegt: "Die vrouw, die Gij
mij gegeven hebt, die heeft mij van dien boom gegeven, en ik heb
gegeten". En dat is nou heel de zaak kinderen, met dat spreken, geeft
Adam niet zijn vrouw de schuld, ja ook, maar hij geeft God de schuld
van alles, dat is wat!
Maar
weet je kinderen, wat nou het grootste wonder zou zijn? Dat niet Adam,
maar wij, dat ik de grootste schuldenaar voor God zou mogen worden. Als
je schuld hebt, bij iemand kinderen, dan moet je de rekening betalen!
Nou hebben wij van nature allemaal een openstaande schuld bij God,
vanwege onze diepe val in Adam.
En de HEERE had gesproken: "Ten dage als gij daarvan eet, dan zult ge de dood sterven".
Zou
de HEERE dat door de vingers kunnen zien? Nee hé. Want God is
een heilig God, Die de zonde niet kan gedogen, maar die de zondaar moet
straffen!
Als
we daar eens een indruk van kregen kinderen, dan zou er nog een wonder
kunnen gebeuren, niet vanwege onze indrukken, maar het mocht Gode
behagen, daarin mede te komen, opdat we als een gans verloren zondaar
openbaar mochten komen, opdat we net als Adam en Eva, onze zonden
zouden erkennen, en daarmee onze straf op de zonde zouden billijken.
De
HEERE zegt ergens in Zijn Woord: "Als Mijn volk zich schuldig zal
kennen, dan zal Ik aan Mijn Verbond gedenken". En weet je, nu gaat de
Heere aan Zijn Verbond gedenken, dat Hij gemaakt heeft met Zijn Zoon,
in die stille Vrederaad gesloten, van eeuwigheid.
De
HEERE had met Adam een verbond opgericht, dat was het...? werkverbond!
Maar dat was hij verbroken!! Hij had naar Eva geluisterd en niet naar
God!
Wat
zou je vader ervan zeggen Kees, als je moeder niet meer met je vader de
zaken van het gezin zou bepraten, maar met de buurvrouw? Dat is wel een
zwak beeld, maar dat is toch raar, hé?
En
nou had Adam, God als zijn Hoofd, en Eva had Adam als haar hoofd, en ze
hadden ieder een ander hoofd gekozen, en daarmede het proefgebod
overtreden, en van die boom gegeten, en zo het verbond met God
verbroken, vreselijk hé? Maar nu heeft God gedachten des vredes
gehad, maar dan wel in een ander verbond, het Genade-Verbond. Want de
HEERE spreekt in de belofte aan Adam en Eva, van de komende Messias, de
Verlosser, de Heere Jezus Christus. Die belofte, noemen we de... moe..?
Ja, de Moederbelofte. Daar wordt gesproken van het Vrouwen-Zaad, Die
zal de kop van de duivel vermorzelen, met Zijn eigen Offerande.
Wat
een eeuwig wonder zal het zijn kinderen, als we ook in ons persoonlijk
leven mogen delen in die Offerande van Christus, om het eigendom van
Hem te mogen zijn, wat toch de catechismus noemt: de enige Troost,
beide in leven en sterven.
Kinderen,
Adam en Eva juichen reeds voor de troon van God, ze zijn gewassen van
die vreselijke zonden door het bloed van de Heere Jezus Christus. Hij
heeft hun schuld betaald! Rust niet eerder, totdat je ook mag weten,
het eigendom te zijn van Die getrouwe Zaligmaker, Die getuigt:
"LAAT DE KINDEREN TOT MIJ KOMEN EN VERHINDERT HEN NIET, WANT DEKZULKEN IS HET KONINKRIJK DER HEMELEN"!!
Amen.
Aanhangsel: Info over diverse belijdenissen
Apostolische Geloofsbelijdenis of de "Twaalf
Artikelen", via Online-bijbel.nl
Geloofsbelijdenis van Nicea, via Online-bijbel.nl
Geloofsbelijdenis van Athanasius, via
Online-bijbel.nl
Heidelbergse Catechismus, via Online-bijbel.nl,
met zoekmogelijkheid
Heidelbergse Catechismus, via Theologienet.nl,
met verwijzingen naar bijbelteksten
Heidelbergse Catechismus, via Wikipedia.org
Heidelbergse Catechismus, via Kerken.com, met zoekmogelijkheid
Heidelbergse
Catechismus, via Laankerk.nl
Nederlandse Geloofsbelijdenis,
via Online-bijbel.nl, met zoekmogelijkheid
Nederlandse
Geloofsbelijdenis
Dordtse Leerregels, via Online-bijbel.nl, met
zoekmogelijkheid
Dordtse
Leerregels, via Laankerk.nl
Beginselverklaring, van de Evangelische Alliantie
Candlestand
Statement, m.h.o. op de invloed van de charismatische beweging
Westminster
Confessie, digitaal alleen in het engels
Belijdenis doen
|