OUDE WANDTEGELS met BIJBELSE
TAFERELEN
BIJBELS TAFEREEL 001

GOD - DE BRON VAN VREDE

Filippenzen 4:6, 7
"Weest over niets bezorgd, maar laat in alles door gebed en smeking te
zamen met dankzegging uw smeekbeden bij God bekend worden; en de vrede
van God, die alle gedachte te boven gaat, zal uw hart en uw geestelijke
vermogens behoeden door middel van Christus Jezus."
De machtige Vrede van God
Hoe kan je dat gevoel van binnen beschrijven? Innerlijke vrede,
vrijheid, liefde, vertrouwen of rust? Of een combinatie daarvan?
Het heeft mensen altijd al gefascineerd hoe iemand die vrede van God
zou kunnen ervaren. Het lijkt meer een gevoel dat past bij een
volmaakte wereld, nog zó ver weg; in ieders geval buiten bereik
van onvolmaakte mensen als ik. Een onaantastbaar iets, want die vrede,
zoals in die tekst besproken wordt, kan zelfs al onze gedachten te
boven gaan en ons hart en zelfs onze geestelijke vermogens behoeden!!!
Daar over nadenkend realiseerde ik mij dat dat zo een enorme
stabiliteit moest geven!
Zó een allesoverheersende vrede is toch niet mogelijk?
Toch...het staat er wel. Zelfs voordat die volmaakte wereld er is kan
deze vrede ons deel zijn. Hoe ik dat weet? Er staat toch de
geruststelling: "Weest over niets bezorgd?" Dat moet slaan op mensen
die echte zorgen kennen. In die volmaakte wereld zijn die zorgen er
niet. Dan zijn er geen situaties meer die zo een raad rechtvaardigen.
Daar zijn er geen zorgen, geen angsten, geen gebrek aan zelfvertrouwen
of verstikkend schuldgevoel of gebrek aan kennis, enz.,enz. Dus ten
overvloede: die raad moet slaan op ons nu, in een nog onvolmaakte
wereld. Op jou en op mij.
Dat die vrede mogelijk moet zijn blijkt ook uit het feit dat God het
zélf beloofd. Het is zelfs genoemd als een deel van de vrucht
van de geest (Galaten 5:28, 29).
Het blijkt ook dat de bijbelschrijvers het ervoeren en erover schreven.
(Interessant nazoekwerk voor de liefhebber!!!) Ook in je persoonlijke
contacten met mensen kom je het tegen.
Vrede, vertrouwen, rust en zekerheid lijken onlosmakelijk met elkaar
verbonden. Af en toe lijken we deze emotie te verwarren en denken we
die rust te ervaren. Dan lijkt die rust zo stabiel. Zo voelt de een het
in zijn gezin, de ander in zijn familiebanden, weer een ander door de
band met geloofsgenoten waar we mee verbonden zijn of door de 'vrede'
in ons land of door ons riante inkomen, onze goede reputatie of onze
goede gezondheid en ga zo maar door. Wij willen niet ontevreden zijn of
lijken en dankbaar spreken over onze 'gezegende' situatie.
Maar...als wij teveel leunen op deze zogenaamde zekerheden, als bron
van geluk en vrede... wat dan? Het lijkt zo zeker, zo vanzelfsprekend,
totdat er iets onvoorziens gebeurt (Prediker 9:11, 12). Dan, ineens,
ben je die vrede kwijt. Je wordt je bewust van de kwetsbaarheid en je
zekerheden blijken luchtballonnen te zijn.
Toch heeft God ons al talloze keren gewaarschuwd om niet in die strik
te vallen, n.l. teveel vertrouwen te stellen in de verkeerde dingen.
Hij weet dat die geen echte onaantastbare vrede kunnen bieden. Er is
een verschil tussen de vrede van de wereld en de vrede die Hij schenkt.
Een greep uit de vele teksten (Je zult ze zelf aan kunnen vullen met nog vele andere):
Verwacht geen vrede van:
rijkdom: Spreuken 11:28; 1 Timotheüs 6:17
militaire macht: Jeremia 31:1; Psalm 33:16, 17
mensen: Psalm 146:3, 4; Jeremia 17:5
familie, vrienden: Lukas 21:16, 17
geestelijke herders: Ezechiël 34:2-6
je eigen verstand: Spreuken 3:5
je eigen hart: Jeremia 17:9
je goede reputatie: 1 Petrus 3:16, 17; Johannes 15:25
je goede gezondheid en leven: Prediker 9:11
God weet dat onze verwachtingen omtrent al deze 'zekerheden' vaak te
hoog gespannen zijn. Dat veroorzaakt vroeg of laat teleurstelling en
verdriet en in ernstige gevallen zelfs depressies en trauma's. Een
harde botsing met de werkelijkheid dat onze 'zekerheid' niet echt
betrouwbaar bleek te zijn.
Diep in ons hart weten we wel hoe dat zit, maar het is zoveel
gemakkelijker houvast te zoeken bij iets of iemand die zichtbaar is dan
het te zoeken bij een onzichtbare bron. Maar, betekent dat dan dat er
niets meer is waar we echt op kunnen vertrouwen als een bron van vrede
en zekerheid en rust? Iets of iemand die ons niet teleurstelt? Iets of
iemand die altijd betrouwbaar is, een constante factor, een stabiele
bron van vrede? Kan onze Schepper, God, dat zijn?
Eerst ging ik erover nadenken waarom die andere 'zekerheden' ons niet
die vrede kunnen geven. Wat is er mis mee? Ook al zouden wij of iemand
anders het willen, al die 'zekerheden' kunnen niet volledig betrouwbaar
zijn omdat ze stuk voor stuk een feilbare, onvolmaakte bron hebben. Al
die zaken kunnen we, als onvolmaakte mensen, niet beheersen; we hebben
er geen controle over, wat we ook doen. Je geld bijvoorbeeld kun je
kwijtraken; buiten je macht om kan je je baan verliezen. Dag,
financiële zekerheid. Als dat gebeurt voel je je dan totaal
verloren, alsof er niets meer is om voor te leven?
Ook hebben we geen volledige controle over ons gezin. Ieder individu is
onvolmaakt en onderhevig aan ziekte, ongeluk en de dood. Dat geldt ook
voor je familieleden, de organisatie/gemeenteleden of kerklidmaten waar
je mee verbonden bent. Wie garandeert jou dat die persoon of personen
waar je zo een steun aan hebt er morgen nog zal of zullen zijn? Die
gedachte alleen al kan je angst aanjagen.
Je hart en verstand zijn ook niet altijd de beste maatjes om op terug
te vallen. Ook die laten ons geregeld in de steek. We kunnen niet
volledig betrouwbaar zijn al zouden we willen. Er zijn heel wat mensen
ziek geworden met een 'burnout' of zware depressie in een poging alles
te zijn voor iedereen en aan ieders verwachting proberen te voldoen.
Dat te verwachten is irreëel en leidt alleen maar vroeg of laat
tot teleurstelling.
Wat nu? Moeten we dan maar in een hoekje zitten, depressief worden,
omdat er niets echt betrouwbaar blijkt te zijn? Ons als een slachtoffer
gedragen, medelijden met onszelf hebben? Nee toch? Zou het wel eerlijk
zijn om te hoge verwachtingen te hebben? Vinden wij het fijn als iemand
van ons iets verwacht wat we echt niet kunnen opbrengen? Ik kan alleen
maar mijn uiterste best doen en een ander idem dito. Meer niet.
Vertrouwen, rust en vrede, waar vinden we die dan?
Diep binnen in ons zit er iets wat in harmonie wil zijn met de natuur.
Daar waar we een beetje van die rust kunnen ervaren. Waarom daar?
Romeinen 1:20 legt ons uit dat we daar iets van Gods eigenschappen
kunnen vinden. Onze Schepper is daar. Dat gevoel van klein voelen
bovenop een bergketen en de immens grote natuurwonderen op je in laten
werken. Dat totale gevoel van vrijheid en vrede kan je vervullen tot op
je bot. Onbeschrijflijk. Dát gevoel zou ik wel mee willen nemen
in mijn rugzak en als ik het dan even niet zie zitten, zou ik dat
gevoel willen pakken uit mijn rugzak en even 'aan willen trekken'.
Gewoon om me even weer te laten uitstijgen boven al die zaken en
gevoelens waar ik geen controle over heb. Vredig en vrij en in harmonie
met mijn Schepper.
Toch staat de Bijbel vol van voorbeelden die ons helpen te snappen dat
die vrede geen momentopname hoeft te zijn, waar je met weemoed aan
terugdenkt. Geen ver van mijn bed show, maar een essentieel deel van
mijn leven. Waarom zou God van ons verwachten dat we Filippenzen
4:6, 7 toepassen en ons lekker maken met die vrede die we kunnen
krijgen als het niet mogelijk is? God is niet onredelijk of
irreëel. Hij is de bron van vrede, volmaakte vrede, die Hij zelfs
kan behouden ondanks mijn gedrag of dat van mijn medemensen. God weet
beter dan wie maar ook wat tegenslag is. Ok, Hij is volmaakt en
Almachtig. Ook Zijn Zoon, Jezus Christus, is volmaakt en nog vele, vele
engelen met hen.
Toen kwam Jezus naar de aarde en toonde ons op een volmaakte manier
hoe, ook een mens, deze bron van vrede, God, zonder stoorzenders
ervaren kon. Ik kan er niet omheen dat alléén onze
Schepper absoluut onfeilbaar is, absoluut betrouwbaar, onze constante
factor. Ook Jezus benadrukte keer op keer dat God, niet hij, de
bron is van de vrede die hij ervoer. Als wij daaraan voorbijgaan en
andere zekerheden onze bron van vrede en vertrouwen proberen te laten
zijn vinden we die goddelijke vrede niet. Dan laten we teveel
stoorzenders toe. Teveel ruis. Dan is het alsof we een vlinder proberen
te vangen door erachter aan te hollen. Zo krijg je hem nooit.
Vrede is een deel van de vrucht van de geest (Galaten 5:22, 23). Die
vrede is een geschenk, een gave, die onze Schepper schenkt als wij
tonen dat wij Hem werkelijk, zonder voorwaarden, op de 1ste plaats
stellen. Boven alles. Gewoon toepassen wat het eerste gebod is.
Gods vrede en liefde zijn geschenken, dus die kunnen we niet verdienen
met offers brengen of werken (Jakobus 2). Hij is vrede en dat verandert
niet. Hij wil exclusieve aanbidding, zonder stoorzenders of
mededingers, omdat Hij ook weet dat we alleen dán werkelijk
vrede zullen kennen.
Daarom zijn afgoden een doorn in zijn oog. Niets is met Hem te
vergelijken. Vrede in harmonie met Hem, de natuur en onszelf,
onafhankelijk van al die zogenoemde andere 'zekerheden'. Een vrede die
blijft ook al verliezen we onze baan, ons gezin, ons huis, ja, zelfs
ons leven, want ons leven is sowieso al in de handen van onze Bron van
leven.
"Weest over niets bezorgd....." (ook niet over ......? Nee, niets staat
er toch?) "....en de vrede van God die alle gedachte te boven gaat,
zal... (= géén twijfel) ....u behoeden." "Laat los,
vertrouw op de Enige die je vertrouwen waard is", dat wordt
overgebracht door deze tekst, toch?
Iemand die dat ook had geleerd was Job. Als we 't hem konden vragen zou
het mooi zijn, maar dat moet wachten tot later. Hij leerde het geheim
kennen (Job 42:1-6) en zei: "Van horen zeggen heb ik omtrent u
vernomen, maar nu heeft mijn eigen oog u gezien."
Er waren momenten dat er niets meer zeker leek in zijn leven. Geen werk
meer, zijn hele vermogen naar de knoppen, alle kinderen verongelukt,
zijn vrouw steunde hem niet meer, zijn vrienden bleken nep te zijn,
zijn gezondheid liet hem in de steek en hij begreep niet waarom. Zijn
enige lichtpuntje leek de dood. Hij werd teruggeworpen tot de kern.
Satan probeerde hem te breken door al zijn aardse zekerheden weg te
nemen. Hem te ontmoedigen met de schijn dat er niets meer was om voor
te leven en zijn Schepper te haten. Niemand houdt van je, hoor Job!!!
Was dat zo?
God vertrouwde erop dat Job zou gaan snappen dat er eigenlijk maar
één echte zekerheid en bron van vrede was en die bron van
vrede, God zelf, zou hem nooit in de steek laten. Dat te voelen,
die vrede, was iets onbetaalbaars. Wat er met hem en zijn vrouw was
gebeurd lag niet aan hem, alsof hij iets verkeerds gedaan had. Hij had
al die ellende niet over zich afgeroepen, zoals zijn nepvrienden hem
wilden laten geloven. Hij werd door Satan beproefd of hij werkelijk om
niet xxxxxx diende. De universele strijdvraag was erbij betrokken. God
had niet voor niets geloofd in de oprechtheid van Jobs liefde voor Hem.
Hij verwachtte geen volmaaktheid, want zoals blijkt was er nog wel wat
te corrigeren, maar toch schonk God hem die goddelijke vrede. Het was
niet te koop, maar een geschenk. Het enige wat God van hem vroeg was
zich volledig op Hem te verlaten. Job deed dat ook. Hij 'liet los'. Hij
ervoer persoonlijk, en velen die in de bijbel genoemd worden met hem,
de waarheid van 2 Korinthiërs 4:7, 8, n.l. dat de kracht die
datgene wat (menselijkerwijs) normaal is te boven gaat....van God zou
zijn en niet van onszelf.
Het is niet onder onze eigen controle. Na ons best te hebben gedaan, in
alle redelijkheid, en zonder compromissen te hebben gesloten over
fundamentele principes, is de uitnodiging in Filippenzen 4:6, 7 een
liefdevol geschenk van een liefdevolle Schepper. "Laat maar los. Nu
neem ik het wel over", lijkt Hij te zeggen.
Jezus kon dat perfect. Hij toonde ons hoe dat moet. Hij leefde het
voor, zoals hij zoveel waarheden voorleefde. Hij heeft al die
beproevingen die Satan en de wereld om hem heen, over hem brachten,
doorstaan. Hoe kon hij dat, zonder gek of moedeloos te worden? Hij
begreep het geheim. "God liefhebben bovenal, met heel je hart en heel
je ziel en heel je verstand" - Mattheüs 22:36-40.
Geen compromissen, niet half
Als je dat toepast maakt het ons niet tot fanatieke, harde, onbuigzame
aanbidders van God. Nee, want dan doen we het niet door Gods geest.
Jezus was een warmvoelende, liefdevolle, verdraagzame aanbidder
van God. Hij toonde liefdevol begrip voor de onvolmaaktheden van
mensen. (En voor ons geldt dan...ook liefdevol begrip voor de
onvolmaaktheden van onszelf). Jezus was niet trots of wettisch zoals de
Farizeeërs. Hij wilde, net als zijn grote voorbeeld, God, dat
mensen aangetrokken werden door zijn onderwijs en liefde. En de mensen
met liefde voor God en voor dat wat waar is zouden degenen zijn die
konden herkennen dat hij Gods geest bezat. Hij straalde die liefde en
vrede uit die Zijn Vader hem schonk. Dat had een enorme
aantrekkingskracht op de juiste mensen en dat soort mensen zocht hij.
Hij deed dit alles zonder zijn charisma te misbruiken en emotionele
dwang uit te oefenen om volgelingen tot zich te trekken. Die liefde en
waarheid waren voldoende. Niet iedereen bleek daarvan te houden, maar
dat is een ander verhaal. Hij liet zien dat die goddelijke vrede,
afkomstig van zijn hemelse Vader, werkelijk bereikbaar is. Het is heel
opbouwend om zelf naar uitspraken van bijvoorbeeld Paulus en Petrus te
zoeken waaruit blijkt dat zij dat ook zo zagen.
Jezus toonde dat hij, (uit eigen keuze overigens) ondanks gebrek aan
geld (Mattheüs 18:20), ondanks dat hij geen gebruik wilde maken
van wapens (Mattheüs 26:51-54) [wapens geven veel mensen een
veilig gevoel van zekerheid], ondanks gebrek aan gelijkwaardige steun
en begrip van zijn vrienden (Mattheüs 16:22, 23; 26:56), ondanks
zijn volmaaktheid niet steunde op zijn eigen verstand (Johannes 7:16;
6:38), ondanks dat zijn reputatie werd geschaad (Johannes 2:24, 25;
Markus 2:16; Mattheüs 11:16-19; 27:14), ondanks de dreiging van
zijn naderende pijn en dood (Markus 8:31), hij die onverstoorbare
vrede, afkomstig van God, bleef behouden. Hij zei tot zijn
apostelen: "Ziet, het uur komt....dat gij mij alleen zult laten; en
toch ben ik niet alleen, omdat de Vader met mij is. Deze dingen heb ik
tot u gezegd opdat gij door bemiddeling van mij vrede moogt hebben...."
(Johannes 16:32,33). In zijn hoogpriesterlijk gebed zei hij in Johannes
17:17 tot zijn Vader: "Zij zijn nu te weten gekomen dat alles wat gij
mij hebt gegeven, van u komt."
Er zijn talloze voorbeelden uit Jezus' leven op aarde die ondersteunen
dat hij in volmaakte zin wist hoe men zich volledig moest onderwerpen
aan God en daardoor bewees dat die vrede, die alle gedachte te boven
gaat, zijn hart en geestelijke vermogens had behoed. Hij had alles
doorstaan en de wereld overwonnen (Johannes 16:33). Hij verzekerde ons
dat dat óók mogelijk was voor ons onvolmaakte mensen, met
als enige verschil dat wij het ontvangen d.m.v. Jezus. Hij is en blijft
onze onmisbare middelaar. Ook onze Middelaar tot die onverstoorbare
vrede.
Iets, wat dan ook, laten komen tussen God en ons is daarom dan ook in
geestelijke zin zo gevaarlijk. Op het uur U zouden onze "zekerheden"
vals blijken te zijn. Het zou lijken op de ontnuchterende ervaring dat
een afgodsbeeld plaatsen op het pad van een lavastroom niet in staat is
hem tegen te houden. Het is dan te laat om je nieuw verworven wijsheid
toe te passen. Dat obstakel, n.l. vrede en zekerheid te zoeken bij een
andere bron dan God, zal ons belemmeren die vrede van onze
Almachtige God zelf te bereiken. Die vrede die in Filippenzen 4:6, 7 zo
mooi beschreven staat is verre superieur aan de vrede afkomstig uit
andere bronnen (Johannes 14:27). Die goddelijke vrede maakt dat je in
staat bent alles wat op je pad komt aan te kunnen. Gods
tegenstander zou wel willen dat we de verkeerde soort van vrede zouden
zoeken, ontleent aan zichtbare, tastbare zaken, want dan zijn we veel
gemakkelijker uit ons evenwicht te halen.
Die goddelijke vrede die ons kan beschermen is zo essentieel. Het helpt
ons namelijk Job-achtige ervaringen te kunnen doorstaan en er zelfs
sterker uit te voorschijn te komen. Het helpt ons om een antwoord te
geven aan hem die God hoont (Spreuken 27:11). Natuurlijk worden we
emotioneel en lichamelijk beïnvloed door problemen en
beproevingen, want wij zijn stof (Psalm 103:14), maar we zijn niet
zonder uitweg (2 Korinthiërs 4:7-9).
Het leven zelf en onze onvolmaaktheid dwingt ons voortdurend
zelfonderzoek te doen in het licht van Gods Woord. Het leidt niet tot
teleurstelling maar tot het persoonlijk ervaren van de echtheid van de
woorden in Filippenzen 4:6, 7. Net zoals in Jezus' tijd, alleen degenen
die God als Schepper de allerbelangrijkste plaats in hun leven willen
geven, zullen dit willen begrijpen. Niemand wordt gedwongen God lief te
hebben. Een ieder heeft de vrije keuze elke willekeurige vrede of bron
van zekerheid te kiezen. Wel wens ik een ieder toe te ervaren hoe het
is God te hebben als toevlucht. Die ervaring staat open voor
iedereen.
Mag die vrede van God jouw gedachte te boven gaan en jouw hart en
geestelijke vermogens behoeden door bemiddeling van Christus Jezus.
.
|