Genesis 11
1 Ooit werd er op de hele aarde één enkele taal gesproken.
2 Toen de mensen in oostelijke richting trokken, kwamen ze
in Sinear bij een vlakte, en daar vestigden ze zich. 3 Ze
zeiden tegen elkaar: ‘Laten we van klei blokken vormen en die goed bakken in het
vuur.’ De kleiblokken gebruikten ze als stenen, en aardpek als specie. 4 Ze zeiden: ‘Laten we een stad bouwen met een toren die tot in
de hemel reikt. Dat zal ons beroemd maken, en dan zullen we niet over de hele
aarde verspreid raken.’ 5 Maar toen daalde de HEER af om te kijken naar de stad en de toren die de mensen aan
het bouwen waren. 6 Dit is één volk en ze spreken allemaal
een en dezelfde taal, dacht de HEER, en wat ze nu doen is
nog maar het begin. Alles wat ze verder nog van plan zijn, ligt nu binnen hun
bereik. 7 Laten wij naar hen toe gaan en spraakverwarring
onder hen teweegbrengen, zodat ze elkaar niet meer verstaan. 8 De HEER verspreidde hen van daar over de
hele aarde, en de bouw van de stad werd gestaakt. 9 Zo komt
het dat die stad Babel heet, want daar bracht de HEER
verwarring
Een wonderbaarlijke gebeurtenis
(11:9)
Babel heet, want daar bracht de HEER
verwarring – In het Hebreeuws is er een woordspel tussen de naam Babel en
het werkwoord balal, ‘verwarring brengen’.in de taal
die op de hele aarde gesproken werd, en van daar verspreidde hij de mensen over
de hele aarde.
Het verhaal van de toren van Babel is ontleend aan de Bijbel. De
bouwers hadden het ideaalbeeld voor ogen om een toren te maken, zo hoog
dat deze tot de hemel zou reiken. Deze ambitieuze en ijdele plannen
werden verstoord. Wat één volk was met één
taal veranderde in talrijke volkeren die zich over de wereld
verspreidden, hun eigen talen spraken en elkaar te vuur en te zwaard
bestreden. Vanaf die tijd leeft men op aarde in een Babylonische
spraakverwarring.
De Toren van Babel
Enige tijd na de zondvloed vestigde nakomelingen van Noach zich op een
laagvlakte in het land Sinear, niet ver van de Eufraat. Zij spraken één taal en
vormden één gemeenschap. In Genesis 11
staat hun verhaal: En zij zeiden: Kom aan, laat ons voor ons een stad bouwen,
en een toren, welks opperste in den hemel zij, en laat ons een naam voor ons
maken, opdat wij niet misschien over de ganse aarde verstrooid worden!
De
toren zou moeten dienen als een herkenningspunt in het landschap, waardoor de
mensen elkaar niet kwijt zouden kunnen raken. En dat terwijl God Noach en de
zijnen had opgedragen de aarde te 'vervullen' (Gen. 9:1). Het bouwwerk zou ook een veilig
heenkomen kunnen bieden bij een mogelijke nieuwe zondvloed.
God bekeek deze nijvere lieden en oordeelde dat ze te ambitieus waren: ze
probeerden gelijk te zijn aan hem. Hij besloot de mensheid te straffen met de
Babylonische spraakverwarring. Hierdoor konden de mensen elkaar
niet meer verstaan, en raakten ze alsnog verspreid over de aarde. De plek waar
dit allemaal gebeurde, noemde men voortaan Babel, hetgeen 'verwarring' zou
betekenen.
De grote toren
De kleine
toren
Pieter Bruegel de
Oudere schilderde de toren driemaal; een van die versies is verloren gegaan.
De twee behouden werken (uit 1563) zijn enorm gedetailleerd en kunnen
(uiteraard) het best in het echt worden bekeken: de 'grote' toren meet 114 bij
155 cm en bevindt zich in het Kunsthistorisch Museum te Wenen; de kleine meet 60
bij 74,5 cm in hangt in Museum Boijmans Van Beuningen te Rotterdam. Op de
voorgrond van 'de grote' zien we een leidersfiguur; sommige bronnen stellen dat
deze Nimrod leiding gaf aan de bouw.
Bruegel is waarschijnlijk uitgegaan van de vorm van het Colosseum te Rome –
een ander gebouw dat door de christenen van zijn tijd gezien werd gezien als
uiting van ongelovige hoogmoed. De torens lijken op het eerste gezicht stevig en
verstandig gebouwd, maar bij nadere inspectie valt op dat het ontwerp fouten
bevat – waarschijnlijk aangebracht om aan te geven hoe onmogelijk en overmoedig
de hele onderneming was.
De talloze miniscule figuurtjes benadrukken de monumentaliteit van de toren
en de nietigheid van de mens.
De toren van Babel heeft echt bestaan, alleen hoogstwaarschijnlijk geheel
anders gebouwd dan Bruegel dacht. Op oude kleitabletten zijn vermeldingen
gevonden van een zikkoerrat, een trapvormige tempeltoren, die 91 meter
hoog was op een basis van 91 x 91 meter. De toren hoorde bij de tempel van
Mardoek, de voornaamste god van Babylonië. Uit de spijkergeschriften blijkt dat
men met de toren daadwerkelijk de hemel wilde bereiken – het valt dan ook
bepaald niet uit te sluiten dat ook dit bijbelverhaal zijn oorsprong vindt in
Mesopotamië, net als het verhaal van de zondvloed. Vernietigd door de Assyrische
koning Sanherib in 689 v.C., herbouwd en voltooid door o.a. Neboekadnezar II. De
Perzen van Xerxes sloopten de toren opnieuw, in 478 v.C.. De Babyloniërs noemden
hun toren Bab-Iloe, Poort van God.
Archeologen reconstrueren Toren van Babel (16 juni 2000)
Oostenrijkse archeologen hebben na twintig jaar opgravingen en onderzoek in Irak
het architectonische concept van de toren van Babel achterhaald. Begin deze eeuw
ontdekten Duitse archeologen de resten van het bijbelse monument op 120
kilometer ten zuiden van de hoofdstad Bagdad.
De antieke teksten over de toren bevatten niet genoeg gegevens om hem te
reconstrueren. De Oostenrijkers lieten zich leiden door de veel beter bewaarde
,,zustertoren'' in Borsippa, op 15 kilometer ten zuidwesten van de oude
hoofdstad Babylon.
Professor Helga Trenkwalder, het hoofd van het Instituut voor Antieke
Oosterse Taal en Cultuur in Innsbrück, leidde de onderzoeken. Ondanks twee
oorlogen in het gebied werden de opgravingen nooit onderbroken.
,,De toren van Borsippa is nog altijd vijftig meter hoog. De toren van Babel
bestaat enkel nog uit leem en daarrond wat water'', zegt Trenkwalder. Beide
bouwwerken werden door de Babylonische heerser Nebukadnezar in de zesde eeuw
voor Christus volgens een gelijkaardig concept opgetrokken.
De toren van Babel heeft een grondvlak van 90 meter op 90 en was 77 meter
hoog. De binnenste kern, 60 op 60 meter, bestaat volledig uit klei. Daarrond is
een muur van bakstenen opgetrokken die beter beschermd is tegen de
weersomstandigheden. Riolerings- en verluchtingsbuizen, en een uitgewerkt
systeem met houten balken, moesten het bouwwerk onverwoestbaar maken.
De bouwwerken van Borsippa en Babel was geen lang leven beschoren. De
omwonenden gebruikten de stenen voor de bouw van hun huizen.