OUDE WANDTEGELS met BIJBELSE
TAFERELEN
BIJBELS TAFEREEL 034

ONDERWEG

Marcus 6,7-13
"En hij riep de twaalf bij zich en begon hen twee aan twee uit te
zenden…En hij gebood hun niets mee te nemen voor onderweg dan
een stok - geen brood, geen reistas, geen geld - wel sandalen,
maar geen twee stel kleren aan te trekken…
En ze gingen op weg en riepen op tot omkeer, dreven demonen uit,
zalfden veel zieken met olie en genazen hen.”
Vaart achter de verkondiging
Jezus riep de twaalf bij zich. Twaalf staat voor de twaalf stammen van
Israël. De apostelen waren de nieuwe stamvaders. Zij moesten het
volk Israël verzamelen en vormen tot de nieuwe Jezus-gemeenschap
van het Rijk Gods. Twee aan twee werden ze uitgezonden. Anders had hun
boodschap, volgens de bijbel, geen getuigeniskracht. Apostel betekent
'gezondene'. Dat ze werden uitgestuurd is dus wezenlijk. Daartoe werden
ze geroepen. Jezus gebood hen geen eten, geen geld, geen kleding en
geen reistas mee te nemen. Geen bagage dus. Alleen een 'stok en
sandalen'. Ook weer een bijbels gezegde. Het betekent dat er haast mee
gemoeid is. Ja, er moest vaart in de verkondiging zitten. Ze eiste geen
uitstel. De boodschap was dringend.
Als je niets bij je hebt, zelfs geen geld, ben je totaal afhankelijk
van de gastvrijheid. Maar in Jezus’ tijd waren er oeroude regels
van gastvrijheid voor reizigers en vreemdelingen. Dat kon best
meevallen. Ter verwelkoming werden zelfs je voeten gewassen. Dat was
nodig. Men liep barrevoets in de sandalen en op stoffige wegen. Maar
het kon ook dat je de deur gewezen werd. Dan mocht je het stof van je
voeten schudden als getuigenis tegen die dwarsliggers.
En de twaalf trokken op weg. Ze riepen op tot bekering, dreven boze geesten uit en genazen zieken.
Tot zover het verhaal van de uitzending met de typische bijbelse items.
En welke impact heeft dit verhaal op ons leven nu? Moeten we er ook
vaart achter zetten en er twee aan twee op uit trekken? De getuigen van
Jehovah en de Mormonen doen dat. Ook de fraters van Tibériade
van Lavaux-Sainte Anne in de Ardennen. Die nemen wel een ezel mee. Om
de aandacht te trekken. Anders loopt iedereen hen zomaar voorbij. In
juni kon je in Wenen straatpredikanten tegenkomen. Straks ook in
Parijs, Lissabon en Brussel. Het is een nieuw initiatief. De zgn.
stadsevangelisatie. De evangelische boodschap wordt verspreid via
straatpredikanten in de grote winkelcentra. Via podia met muziek,
theater en getuigenissen, schoolbezoeken en voordrachten in alle
kerken. Guy Gilbert, sinds het huwelijk van prins Laurent een bekende
vedette, was ook in Wenen. Hij beantwoordde vragen uit het talrijke
publiek voor de Karlskirche. De mensen waren verrukt!
Maar hoe zit het met ons die luisteren naar dit evangelie en bijhorende
preek? Ik denk dat het niet zo’n vaart neemt en velen van ons
niet dadelijk geneigd zijn tot deelname aan stadsevangelisatie.
Toch worden ook wij als christenen 'gezonden'. We worden uitgestuurd.
En wel 'twee aan twee'. Het is niet mogelijk op 'ons eentje' christen
te zijn. Omdat de getuigeniskracht van het christen-zijn in de liefde
zit. We leven in relatie. In alles wat we met mensen hebben, in onze
liefdes en vriendschappen, met onze buren, met lastige vreemdelingen,
verre familie, omringende menigte, vluchtige voorbijganger, willen we
proberen iets te laten zien van een stijl van leven die de gedachte
oproept aan een andere, nieuwe wereld van evangelische liefde.
Eventueel doet dit mensen nadenken over 'ommekeer' of 'bekering'.
Daartoe worden we gezonden.
‘Met stok en sandalen’ geldt ook voor ons. Want de
boodschap duldt geen uitstel. Onze wereld die vol is van 'boze
geesten', van mensen die bezeten zijn door geld, macht, seks, drugs,
prestige, winstbejag enz. snakt naar de Heilige Geest die Jezus
bezielde. Zo velen zoeken steun, begrip, troost, sterkte. Een steunstok
of een 'praatpaal'. De lang gezochte schouder om uit te huilen. Er zijn
zoveel mensen die op de een of andere manier ziek zijn. Betekenen wij
iets voor hen? Is het zo dat wij soms voelen dat we 'als geroepen'
komen bij iemand in grote nood? We moeten 'voeling' hebben met de
realiteit, met het reële leven van mensen. We moeten het stof
voelen op de levensweg van mensen. We moeten ons gezonden weten om ze
te ontmoeten. Om niet te 'moeten' omgaan met hen. Om gratuit, geheel
belangeloos, hen te bejegenen. Dat is dan dikwijls ruimte maken voor
het onverwachte. Voor mensen die ongelegen komen. Die onze dagorde in
de war sturen. Die onze kostbare tijd benemen.
Als we veel bagage meezeulen, vol zijn van alles en nog wat, zien we de
medemens in nood niet. We hebben dan te veel aandacht en energie nodig
om onze 'bagage' in handen te houden. Vooral ons geld. En onze zorg om
op tijd te consumeren. Jezus vraagt eigenlijk dat we zouden leven met
lege handen en lege zakken om andere handen tot steun te kunnen zijn en
mensen te helpen die ver 'gezakt' zijn.
Het kan zijn dat we nu en dan mogen ervaren dat mensen ontvankelijk
zijn voor wat we zeggen en doen. Dat we mensen tot voelbare steun mogen
zijn. Het kan ook zijn dat we nu en dan tegenwind krijgen. Maar we
blijven gezondenen, apostelen. En we weten wie ons uitstuurt en met ons
meegaat. We komen trouwens hier samen om eucharistie te vieren. Opdat
Hij, de Verrezen Jezus, ons voedsel zou zijn voor onderweg…,
onderweg naar mensen in nood.
|