OUDE WANDTEGELS met BIJBELSE
TAFERELEN
BIJBELS TAFEREEL 028

Farizeeër en de Tollenaar

Lucas 18
11. Hij sprak ook met het oog op sommigen, die van zichzelf
vertrouwden, dat zij rechtvaardig waren en al de anderen verachtten,
deze gelijkenis: Twee mensen gingen op naar de tempel om te bidden; de
één was een Farizeeër, de ander een tollenaar. De
Farizeeër stond en bad dit tot zichzelf: O God, ik dank U, dat ik
niet zó ben als de andere mensen, rovers, onrechtvaardigen,
echtbrekers, of ook als deze tollenaar; ik vast tweemaal per week, ik
geef tienden van al mijn inkomsten. De tollenaar stond van verre en
wilde zelfs zijn ogen niet opheffen naar de hemel, maar hij sloeg zich
op de borst en zei: O God, wees mij, zondaar, genadig! Ik zeg u: Deze
keerde, in tegenstelling met de ander, gerechtvaardigd naar huis terug.
Want een ieder, die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden, doch wie
zichzelf vernedert, zal verhoogd worden.
Geloofsopvattingen en geschiedenis van Farizeeën
De
Farizeeën hielden zich strikt aan de joodse wetgeving zoals
neergeschreven staat in eerste Vijf Boeken van de (Hebreeuwse) Bijbel.
Daarnaast hielden zij zich aan de mondelinge overlevering (de Misjna).
Ze geloofden dat een vroom leven en een strikte navolging van de Wet de
mens dichter bij God zou brengen. De Farizeeën zagen het als hun
taak de gewone mensen te bereiken en om hun kennis aan hen over te
dragen. De Farizeeën waren bij uitstek een groep die zich
identificeerde met het 'gewone volk', dit in tegenstelling tot de
verhelleniseerde (vergriekste) Sadduceeën, de partij van de
Hogepriesters en overpriesters. De Farizeeën zelf kwamen voort uit
leken en priesters. Onder hen waren misschien ook wel aristocraten die
de leer van de Sadduceeën afwezen.
De
Farizeeën geloofden in tegenstelling tot de Sadduceeën in
engelen, geesten (Handelingen 23,8), de opstanding uit de dood en het
Laatste Oordeel (Matteüs 22,23 en Handelingen 23,8). Desondanks
weten we niet zoveel van hen. Hoewel niet-hellenistisch, bespeurt men
toch ook niet-joodse elementen in hun leer, met name wat astrologie.
Hoewel aanhangers van de voorzienigheid Gods, geloofden zij wel in de
vrije keuzes die de mens in zijn/haar leven moest maken. Hun leer was
consequent, hun opvattingen voor die tijd progressief en zeker niet
conservatief.
Overigens
bestonden er onder de Farizeeën diverse richtingen, van liberaal
tot conservatief (zo was Gamaliël, die Paulus had onderwezen, een
leider van de liberale richting binnen de Farizeeën).
Nadat
het koningshuis van de Hasmoneeën ook het hogepriesterschap op
zich had genomen en naarmate de Hasmoneese koningen zich meer en meer
inlieten met het hellenisme, keerden de Farizeeën zich steeds meer
tegen hen. Onder koning Alexander Janneüs (104-78 v.Chr.) leidde
dit tot heftige confrontaties en vervolging van de Farizeeën.
Alexanders opvolgster Salome Alexandra (78-69 v.Chr.) begunstigde hen
echter en gaf hen zelfs een plaats in het Sanhedrin. Hoewel hun
politieke macht nooit zo groot is geweest als die van de
Sadduceeën, de partij van de elite, waren de Farizeeën bij
uitstek degenen die de publieke opinie konden beïnvloeden.
In
het Sanhedrin, het hoogste rechtscollege (dat overigens ook een
politieke functie had, een soort volksvertegenwoordiging) te Jeruzalem,
bezetten de Farizeeën de minste zetels. Zij waren vaak in conflict
met de Sadduceeën (Handelingen 23,7-10) en de aanhangers van
Herodes (Herodianen).
Hun
verhouding tot de Romeinen was afwijzend, maar ging niet zover als de
Essenen (terugtrekken uit de wereld en kloosters stichten), de
Therapeuten (verg. met de Essenen en de Quram-sekte) en de Zeloten en
Sicariërs (gewapende guerrillastrijd).
De
Farizeeën speelden een grote rol bij de Joodse Opstand (70 na
Chr.) tegen het Romeinse gezag. Met succes wisten zij de Romeinen
tijdelijk uit Jeruzalem te verdrijven. Een van hun farizeese leiders,
Flavius Josephus, die gevangen werd genomen door de Romeinen, werd
later een verdienstig geschiedschrijver, die ons het een en ander over
de Farizeeën meldt in zijn boeken.
Na
de Joodse Opstand verdween de partij van de Sadduceeën, doch de
Farizeeën bleven bestaan en bewaarden het joodse erfgoed en de
joodse godsdienst. Hun leer komt sindsdien naar voren in de talmoed.
Men kan gerust stellen dat het de Farizeeën waren die de joodse
godsdienst hebben bewaard.
Farizeeën in het Nieuwe Testament
De
Farizeeën komen meerdere malen voor in het Nieuwe Testament, zowel
in de Evangelieën als in Handelingen van de Apostelen en in de
Brief aan de Galaten. In het Evangelie naar Matteüs komen de
Farizeeën negatief over, als extreem wettisch. Dit moet men in de
tijd plaatsten, de breuk tussen christendom en jodendom was reeds
voltrokken in de gemeente waar de schrijver van het Matteüs
Evangelie lid van was. In het Evangelie naar Lucas komen de
Farizeeën sympathieker over: ze nodigen Jezus bij hen thuis uit
(Luc. 7,36-50) en waarschuwen hem voor de herodianen (Luc. 13,32-33).
In het Evangelie naar Johannes gaat Jezus in debat met Nicodemus, een
overste van de joden, die later zijn aanhanger wordt (Joh. 3,1-21;
7,45-52; 19,39).
In
het boek Handelingen van de Apostelen speelt Paulus, een Farizeeër
een hoofdrol. Paulus krijgt tijdens een zitting van het Sanhedrin
bijval van de Farizeeën omtrent de Opstanding van de doden, waar
de Sadduceeën niet in geloofden (Hand. 23,6-7). De Farizeeën
vinden dat Paulus niet vervolgd moet worden omdat hij niets zegt wat in
strijd is met de joodse godsdienst (Hand. 23:9). Paulus noemt zich niet
alleen een zoon van een Farizeeër, maar ook meldt hij dat hij een
Farizeeër is (Hand. 23,6). Paulus gaat echter in tegen het
wetticisme, wat vooral duidelijk wordt in de Brief aan de Galaten.
In Handelingen 15,5 wordt melding gemaakt van Farizeeën die christen zijn geworden.
Hedendaags taalgebruik
De
term Farizeeër – meervoud: farizeeërs – wordt
soms gebruikt om personen aan te duiden die de letterlijke naleving van
regels belangrijker vinden dan mededogen, al dan niet onder verwijzing
naar de oorspronkelijke betekenis van de term in de Bijbel (zoals ook
"judas" voor verrader, "ongelovige thomas" voor skepticus enz.). In
oktober 2008 maakte bijvoorbeeld de Rotterdamse dominee Dick
Couvée een vergelijking tussen de hedendaagse ongelijke
verdeling van de rijkdom met de parabel uit Lucas over de arme Lazarus:
de zelfgenoegzame en feestvierende rijken gaan in purper en fijn linnen
gekleed, maar struikelen over de bedelaar die bij de deur ligt. Volgens
hem werden door Jezus daarmee vooral de Farizeeën "op hun nummer
gezet" [1].
Volgens het woordenboek is een Farizeeër in het Nederlands taalgebruik vooral een schijnheilige ofwel huichelaar.
Notitie over : Tollenaar
Tollenaar
(< Latijn telonarius < Grieks telônès, letterlijk
"weger", namelijk van munten, graan of andere goederen die als
belastingbetaling konden dienen).
De klassiek Romeinse term voor belastingpachter was publicanus. De
Romeinse overheid verleende belastingconcessies voor een bepaald
gebied, met een bepaalde looptijd. De concessie ging meestal naar de
hoogste bieder of een "vriendje" van de regering: het systeem lijkt
enigszins op de huidige marktwerking in de publieke sector (vergelijk
de Wet personenvervoer 2000 in het openbaar vervoer). De publicanus
garandeerde een bepaald bedrag voor de Romeinse staatskas, alles wat
hij meer kon heffen was winst. De tarieven werden wel van hogerhand
voorgeschreven, maar vaak willekeurig toegepast. Daardoor waren
tollenaren bij de bevolking niet geliefd.
In het Nieuwe Testament worden twee tollenaars met name genoemd:
Matteüs en Zacheüs. Men heeft Jezus verweten dat hij omging
met “tollenaars en zondaren” (zie Mattheüs 9:11). In
het licht van het bovenstaande is dat begrijpelijk, maar onterecht
getuige het volgende citaat.
9
En Jezus, van daar voortgaande, zag een mens in het tolhuis zitten,
genaamd Mattheüs, en zeide tot hem: Volg Mij. En hij opstaande,
volgde Hem. 10 En het geschiedde, als Hij in het huis van Mattheüs
aanzat, ziet, vele tollenaars en zondaars kwamen en zaten mede aan, met
Jezus en Zijn discipelen. 11 En de Farizeeën, dat ziende, zeiden
tot Zijn discipelen: Waarom eet uw Meester met de tollenaars en de
zondaren? 12 Maar Jezus, zulks horende, zeide tot hen: Die gezond zijn
hebben den medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn. (Mattheüs 9:9-12 Statenvertaling)
Hoewel het woord "tol" (belasting op ingevoerde waren) van dezelfde
stam komt als het woord "tollenaar", gaat het bij de
nieuwtestamentische begrippen tollenaar en tolhuis (belastingkantoor)
om belastingen in het algemeen.
Een les over Genade en Behoud
Jezus heeft vaak gelijkenissen gebruikt, verhalen die geestelijke
waarheden verduidelijken. Lukas 18:9-14 begint aldus: 9 Hij sprak ook
met het oog op sommigen, die van zichzelf vertrouwden, dat zij
rechtvaardig waren en al de anderen verachtten, deze gelijkenis: Jezus
richtte zich dus op een bepaald publiek: diegenen die op zichzelf
vertrouwden dat zij rechtvaardig waren en die op alle anderen
neerkeken. Hij vertelde deze gelijkenis aan deze mensen die hun
vertrouwen stelden op de dingen die zij deden. We kunnen hen de
zelfgerechtigden noemen, omdat dat was waar Jezus het over had toen Hij
zei dat zij op al de anderen neerkeken en zeiden: ‘Ik ben beter
dan jij!’
In vers 10 zegt Jezus: ‘10 Twee mensen gingen op naar de tempel
om te bidden; de één was een Farizeeër, de ander een
tollenaar. In moderne taal zouden wij zeggen dat ze naar de kerk gingen
om te bidden en dat de ene een Farizeeër was. Een Farizeeër
was een zeer religieus persoon. Het woord betekent feitelijk ‘de
afgescheidene’, iemand die zó religieus was dat ze in
zekere zin zeiden: ‘Bevuil mij niet! Kom niet te dicht bij mij.
Ik ben niet zoals andere mensen! Ik ben beter dan ieder ander!’
De andere mens die Jezus noemde was een tollenaar. Tollenaars waren
belastinginners en stonden erom bekend dat ze zeer slechte zondige
mensen waren die anderen bedrogen en oplichtten. Zij inden belasting op
iedere mogelijke manier en stopten heel veel geld in hun eigen zakken,
en gaven maar een deel aan de Romeinse overheid. Daarom werden ze door
hun volksgenoten veracht.
Het verhaal gaat verder in vers 11: ‘11 De Farizeeër stond
en bad dit bij zichzelf: O God, ik dank U, dat ik niet zó ben
als de andere mensen, rovers, onrechtvaardigen, echtbrekers, of ook als
deze tollenaar;’ Merk eens op tegen wie hij stond te bidden? In
feite bad hij tot zichzelf, ook al gebruikte hij het woordje
‘God’ en al sprak hij de juiste woorden uit. God erkende
zijn gebed helemaal niet en verderop zien we waarom dat zo was. Merk op
dat hij bad: ‘God, ik dank U dat ik niet ben zoals andere
mensen.’ Deze Farizeeër, deze religieuze man zei: ‘Ik
ben niet zoals andere mensen. Ik ben niet zondig, ik ben geen afperser,
niet onrechtvaardig, geen overspelige, en ik ben niet zoals die
tollenaar daar die ook komt bidden.’ Je ziet dat hij anderen
verachtte en op hen neer keek omdat hij dacht dat hij beter was dan
zij. In vers 12 zei de Farizeeër: 12 ik vast tweemaal per week, ik
geef tienden van al mijn inkomsten. Hij zei: ‘Kijk eens wat ik
allemaal doe?’ Weet je wat het betekent om te vasten? Het
betekent in feite niet eten. Hij gaf ook geld aan de kerk. Hij was een
van die mensen die zou zeggen: ‘Je hoeft mij niets te vertellen!
Ik leef heel goed! Ik geef aan goede doelen! Ik geef geld aan de
kerk!’
Vervolgens komen we dan bij de belastinginner bij vers 13: 13 De
tollenaar stond van verre en wilde zelfs zijn ogen niet opheffen naar
de hemel, maar hij sloeg zich op de borst en zeide: O God, wees mij,
zondaar, genadig!’ Let eens op zijn lichaamstaal: ‘Stond
van verre’. Hij durfde niet eens de kerk binnen te gaan. Hij
schaamde zich zo over zijn eigen leven en de dingen die hij had gedaan
dat hij ver weg bleef staan, en durfde zelfs niet op te kijken naar God
en sloeg op zijn borst. Als de Bijbel in het Oude Testament spreekt
over het op de borst slaan, scheurden mensen daarbij vaak ook hun
kleren, als een manier om te zeggen: ‘God, ik heb zo’n
spijt van wat ik heb gedaan!’ Het was een teken van berouw, van
een verbroken hart en een verbroken geest, die God nooit zal verachten.
Deze belastinginner, zo zondig als hij was, riep uit tot God en bad:
‘O God, wees mij zondaar genadig!’
Vers 14 zegt: ‘14 Ik zeg u: Deze keerde, in tegenstelling met de
ander, gerechtvaardigd naar huis terug. Want een ieder, die zichzelf
verhoogt, zal vernederd worden, doch wie zichzelf vernedert, zal
verhoogd worden.’ De tollenaar ging gerechtvaardigd naar huis.
Hij werd rechtvaardig verklaard voor God, gerechtvaardigd voor God,
door God vergeven. Waarom werd hij vergeven? Waarom ging híj
gerechtvaardigd voor God naar huis terug en de religieuze
farizeeër niet? Dat kwam omdat de farizeeër zichzelf
verhoogde door te zeggen: ‘Ik ben beter dan andere mensen, ik ben
niet zondig zoals anderen!’ Terwijl de belastinginner wist dat
hij voor God staande Hem niets te bieden had. Hij was een zondig
persoon. De Bijbel zegt dat Jezus niet gekomen is om rechtvaardigen te
redden, maar zondaren, en wij hebben allemaal gezondigd en schieten
tekort in de glorie van God. Deze belastinginner vernederde zichzelf en
ontving vergeving en genade.
We hebben het over behoud, redding uit genade. Genade is een prachtig
woord en ik wil je een algemeen aanvaarde definitie geven van wat het
betekent. Maar genade betekent véél meer. In de Griekse
taal waarin het Nieuwe Testament is geschreven is het woord dat als
genade wordt vertaald ‘charis’. Een algemeen
aanvaarde definitie van genade is deze: ‘vrijwillig gegeven, niet
verdiende gunst van God, gegeven aan mensen die het niet
verdienen.’ Deze belastinginner verdiende helemaal niets van God,
maar hij ontving Gods gunstbewijs omdat hij zichzelf vernederde. Er is
een ander Grieks woord, charisma, dat is het woordje
‘charis’ met de toevoeging ‘ma’ aan het einde.
Dat betekent een specifieke manifestatie of een bepaalde vorm van Gods
genade, en deze belastinginner ontving rechtvaardiging, rechtvaardig
zijn in de ogen van God als geschenk.
Romeinen 5:17 zegt: ...zij, die de overvloed van genade en van de gave
der gerechtigheid ontvangen, zullen leven en als koningen heersen door
de ene, Jezus Christus.’ God biedt jou en mij rechtvaardig zijn
in Zijn ogen aan als geschenk en volgens ons bijbelvers, ontving de
belastingontvanger dat geschenk van rechtvaardiging, dat geschenk van
rechtvaardig verklaard worden, dat alleen mogelijk is door Jezus
Christus. De Bijbel zegt in Johannes 1:17 ‘want de wet is door
Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn door Jezus Christus
gekomen.’
Deze genade wordt maar aan één soort mens aangeboden
– degenen die zichzelf vernederen en weten dat ze niets hebben te
bieden, voor God staan en vragen om Gods genade. Déze mensen
zullen Gods genade en vergeving ontvangen.
Vragen
1. Lees Lukas 18:9. Wat is een gelijkenis?
2. Lees Lukas 18:9. Tot wie richtte Jezus deze gelijkenis?
3. Lees Lukas 18:9 (het laatste deel van dit vers). Mensen die
zelfgerechtigd zijn vertonen altijd een bepaalde houding tegenover
anderen. Wat is volgens Lukas 18:9 die houding?
A – ze vinden andere mensen aardig
B – Ze verachten anderen of kijken op hen neer
C – Zij hebben andere mensen lief
4. Lees Lukas 18:10. Twee mensen gingen bidden. Waar gingen zij bidden als je dat in de tijd van nu zou plaatsen?
5. Lees Lukas 18:10. Wie waren deze mensen?
6. Lees Lukas 18:11. Wat was het gebed van de Farizeeër?
7. Lees Lukas 18:12. Wat betekent vasten precies?
8. Lees Lukas 18:12. Wat betekent het geven van tienden?
9. Lees Lukas 18:13. Waar stond de belastinginner? Waarom?
10. Lees Lukas 18:13. Waarom liet de belastinginner zijn hoofd hangen en wilde niet omhoog kijken?
11. Lees Lukas 18:13. Wat was het gebed van de belastinginner?
12. Lees Lukas 18:14. Welke van deze mannen werd door God als rechtvaardig beschouwd toen hij naar huis ging?
13. Lees Lukas 18:14. Waarom werd de tollenaar rechtvaardig verklaard en niet de Farizeeër?
14. Lees Lukas 18:14. Vergaf God deze tollenaar?
15. Lees Romeinen 10:13. Als jij nu op jouw knieën zou gaan en God
uit de grond van je hart zou vragen; ‘God, wees mij zondaar
genadig’, zou God jou op dezelfde manier behandelen als de
tollenaar?
Bijbelgedeelten bij deze vragen.
Lukas 18:9 Hij sprak ook met het oog op sommigen, die van zichzelf
vertrouwden, dat zij rechtvaardig waren en al de anderen verachtten,
deze gelijkenis: 10 Twee mensen gingen op naar de tempel om te bidden;
de één was een Farizeeër, de ander een tollenaar. 11
De Farizeeër stond en bad dit bij zichzelf: O God, ik dank U, dat
ik niet zó ben als de andere mensen, rovers, onrechtvaardigen,
echtbrekers, of ook als deze tollenaar; 12 ik vast tweemaal per week,
ik geef tienden van al mijn inkomsten. 13 De tollenaar stond van verre
en wilde zelfs zijn ogen niet opheffen naar de hemel, maar hij sloeg
zich op de borst en zeide: O God, wees mij, zondaar, genadig! 14 Ik zeg
u: Deze keerde, in tegenstelling met de ander, gerechtvaardigd naar
huis terug. Want een ieder, die zichzelf verhoogt, zal vernederd
worden, doch wie zichzelf vernedert, zal verhoogd worden.
Romeinen 10: want: al wie de naam des Heren aanroept, zal behouden worden.
1 Johannes 1: 8 Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, misleiden
wij onszelf en de waarheid is in ons niet. 9 Indien wij onze zonden
belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven
en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.
Mogelijke antwoorden
1. Lees Lukas 18:9. Wat is
een gelijkenis? Een Bijbelse gelijkenis is een verhaaltje dat een
geestelijke waarheid duidelijk maakt.
2. Lees Lukas 18:9. Tot wie richtte Jezus deze gelijkenis? Tot degenen
die zichzelf als rechtvaardig beschouwden. Dat betekent dat zij
zelfgerechtigd waren.
3. Lees Lukas 18:9 (het laatste deel van dit vers). Mensen die zelf
gerechtigd zijn vertonen altijd een bepaalde houding tegenover anderen.
Wat is volgens Lukas 18:9 die houding?
B – Ze verachten anderen of kijken op hen neer
4. Lees Lukas 18:10. Twee mensen gingen bidden. Waar gingen zij bidden als je dat in de tijd van nu zou plaatsen? Naar de kerk
5. Lees Lukas 18:10. Wie waren deze mensen? Een Farizeeër en een tollenaar / belastinginner
6. Lees Lukas 18:11. Wat was het gebed van de Farizeeër?
‘God, ik dank U, dat ik niet zoals andere mensen ben (ik ben geen
zondaar). Ik ben geen oplichter, oneerlijk, overspelige of zelfs zoals
die tollenaar daar.
7. Lees Lukas 18:12. Wat betekent vasten precies? Het een poosje zonder eten stellen.
8. Lees Lukas 18:12. Wat betekent het geven van tienden? 10% van je inkomsten geven.
9. Lees Lukas 18:13. Waar stond de belastinginner? Ver weg.
Waarom? Hij schaamde zich om de kerk (of de tempel) binnen te gaan
omdat hij zo’n vreselijke zondaar was, daarom bleef hij buiten
staan.
10. Lees Lukas 18:13. Waarom liet de belastinginner zijn hoofd hangen
en wilde niet omhoog kijken? Hij schaamde zich. Heb jij wel eens iets
zo verkeerd gedaan dat je iemand niet durfde aankijken?
11. Lees Lukas 18:13. Wat was het gebed van de belastinginner? God, wees mij genadig, ik ben een zondaar!
12. Lees Lukas 18:14. Welke van deze mannen werd door God als rechtvaardig beschouwd toen hij naar huis ging? De tollenaar.
13. Lees Lukas 18:14. Waarom werd de tollenaar rechtvaardig verklaard en niet de Farizeeër?
Omdat hij zichzelf voor God vernederde. De Farizeeër zat vol trots; hij dacht dat hij geen Redder nodig had.
14. Lees Lukas 18:14. Vergaf God deze tollenaar? Ja
15. Lees Romeinen 10:13. Als jij nu op jouw knieën zou gaan en God
uit de grond van je hart zou vragen: ‘God, wees mij zondaar
genadig’, zou God jou op dezelfde manier behandelen als de
tollenaar? Ja, dat zal Hij. Hij zal mij vergeven en mij reinigen van
alle ongerechtigheid. Zie ook 1 Johannes 1:8-9.
|