OUDE WANDTEGELS met BIJBELSE
TAFERELEN
BIJBELS TAFEREEL 027

De Farizeeër en de Tollenaar

Lucas 18
9 Met het oog op sommigen die zichzelf rechtvaardig vinden en anderen
minachten, vertelde hij de volgende gelijkenis. 10 ‘Twee mensen
gingen naar de tempel om te bidden, de een was een farizeeër en de
ander een tollenaar. 11 De farizeeër stond daar rechtop en bad bij
zichzelf: “God, ik dank u dat ik niet ben als de andere mensen,
die roofzuchtig of onrechtvaardig of overspelig zijn, en dat ik ook
niet ben als die tollenaar. 12 Ik vast tweemaal per week en draag een
tiende van al mijn inkomsten af.” 13 De tollenaar echter bleef op
een afstand staan en durfde niet eens zijn blik naar de hemel te
richten. In plaats daarvan sloeg hij zich op de borst en zei:
“God, wees mij zondaar genadig.” 14 Ik zeg jullie, hij ging
naar huis als iemand die rechtvaardig is in de ogen van God, maar die
ander niet. Want wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, maar wie
zichzelf vernedert zal verhoogd worden.’
De erfgenamen van het koninkrijk van God
Lukas
18 beschrijft de gelijkenissen die Jezus vertelde aangaande de
erfgenamen van het koninkrijk van God. Wie zou zich in dat koninkrijk
bevinden? Aan wie behoort dit koninkrijk toe? Daarbij worden drie
groepen genoemd: rechtvaardigen die anderen minachten, kinderen en de
upper class.
Rechtvaardigen
Met het oog op deze groep
vertelde Jezus een gelijkenis. Het verhaal dat hij vertelt is erg
eenvoudig. De locatie is de tempel, de plaats waar tot God gebeden
wordt. De spelers zijn voor het Joodse publiek zeer duidelijk: een
farizeeër en een tollenaar - een geestelijke en een landverrader.
Het plot is helder, ze bidden beiden een gebed. De farizeeër is
blij dat hij een goed leven leidt en niet is als de anderen, de
tollenaar is diep bedroefd over zichzelf. Ook de conclusie is helder:
de geestelijke die zichzelf binnen het koninkrijk plaatst staat er in
Gods ogen buiten, de tollenaar wandelt vol van Gods genade de tempel
uit. Het koninkrijk is voor landverraders die bedroefd op zoek zijn
naar de goedheid en genade van God.
Kinderen
Dan komen er kinderen bij
Jezus. Ze worden gebracht door hun moeders: 'Kom we gaan naar Jezus,
hij is een profeet en kan je Gods zegen geven.' Natuurlijk wordt dit
niet gewaardeerd door Jezus volgelingen. Wat moet Jezus met kinderen?!
Maar Jezus weet raad met kinderen. Sterker nog: het koninkrijk is voor
mensen die zijn als zij. Het koninkrijk is voor mensen die afhankelijk
en eerlijk durven te zijn. Het koninkrijk is voor iedereen die onder de
indruk is dat hij in de buurt van de Koning mag komen.
Upper-class
Jezus denken over materie is
tegengesteld aan deze wereld. Het koninkrijk van God is de economie op
z'n kop. De wereld vertelt ons dat we rijk zijn wanneer ons huis vol is
van de duurste en nieuwste spullen. Jezus vertelt ons dat we beter
bezig kunnen zijn met het verzamelen van schatten in de hemel. We
kunnen nog zo goed leven, als ons hart vol is van spullen, zijn we niet
in staat om het koninkrijk binnen te wandelen. In het koninkrijk van
Jezus draait het niet om geld, merkkleding of gadgets. Het koninkrijk
is voor iedereen die een prijs wil betalen. Het rijk waarin Jezus
heerst is niet te koop, maar is een rijk waarin kostbare liefde
centraal staat. Hoe kan het ook anders wanneer de Koning zelf het
voorbeeld geeft - hangend aan een houten kruis uit liefde voor kinderen
en landverraders?
De Farizeeër en de tollenaar
|
Achtergrondinfo
Farizeeër
type van de rechtvaardige.
Iemand die de wet van God nauwkeurig kende en er ook naar leefde. Hij nam de
Wet en de toemaatjes van de traditie perfect in acht: tweemaal per week vasten,
tienden geven van zijn inkomsten, leven in eerlijkheid en trouw: niemand
bestelen, geen belastingen ontlopen, nooit echtbreuk plegen.
(De Wet schreef
slechts één vastendag per jaar voor, nl. de Grote Verzoendag. Maar de
Farizeeërs vastten vrijwillig iedere maandag en donderdag)
Gewone mensen keken
met bewondering en ontzag naar hen op.
|
Een boeiende vaststelling
Het
gebed van de Farizeeër in deze parabel gelijkt op rabbijnse gebeden die
gebeden werden ten tijde van Jezus. B.v. :
'Ik
dank U, JHWH, mijn God,
dat
Gij mij deelgenoot liet zijn
van
hen die in het leerhuis gezeten zijn
en
niet van hen die op de straathoeken zitten;
want
ik sta vroeg op en ook zij staan vroeg op:
ik
sta vroeg op om de Tora te bestuderen
en
zij staan vroeg op omwille van vergankelijke zaken.
Ik
geef mij moeite en word beloond
en
zij geven zich moeite en ontvangen geen beloning.
Ik
loop en zij lopen:
ik
loop voor het leven van de toekomstige wereld
en
zij lopen voor de kuil van het verderf.
Nechoenje
ban Hakana
Waar het om gaat
Jezus schetst met deze parabel de barmhartigheid
van God t.o.v. iemand die Hem onbevangen tegemoet treedt. Iemand die
zelfvoldaan is en nauwelijks plaats ruimt voor God in zijn gebed, komt voor
deze barmhartigheid niet in aanmerking.
|
|
Tollenaar
type van de
zondaar.
Tollenaars werkten
in dienst van de bezetter en werden daarom als verraders aanzien.
Ze inden tol op het
gebruik van wegen, bruggen en havens en belastingen op goederen die naar de
markt gebracht werden. Doordat ze die tolgelden en de belastingsgelden willekeurig
konden bepalen, werden ze als
afpersers en oplichters aanzien.
Bidden
Toen Jezus leefde, stonden de mensen gewoonlijk rechtop
bij het bidden.
|
Farizeeër
Gebedshouding
Hij
stond met opgeheven hoofd
Inhoud
van het gebed
Lange
monoloog waarin hij zichzelf centraal plaatst.
Hij
bewijst voor God zijn 'heiligheid' zodat het lijkt dat God in de schuld komt
te staan bij de Farizeeër.
De
Farizeeër wordt niet gerechtvaardigd (= door God aanvaard) omdat hij
hoogmoedig en zelfvoldaan is.
Samengevat
De
Farizeeër zet God onder druk: God moet met hem rekening houden.
|
Tollenaar
Hij
wilde zelfs zijn ogen niet opheffen naar de hemel.
Kort
gebed, waarin God de centrale rol krijgt.
De
tollenaar vertrekt vanuit het standpunt dat hij een zondaar is.
De
tollenaar wordt gerechtvaardigd omdat hij zichzelf erkent als zondaar en
oprecht berouw heeft.
De
tollenaar treedt God onbevangen tegemoet.
|
Een tiende
Dit was een
verplichte heffing van een tiende van het bezit. Het was alleen bedoeld voor
grote inkomens.
|
Betekenis
Jezus
wilde in geen geval een leven volgens de Wet zien als bewijs van vroomheid.
De reden hiervoor was dat Hij God niet op de eerste plaats zag als wetgever
en rechter, maar als Vader van alle mensen.
Niet
het naleven van de wet, maar de persoonlijke relatie met God staat centraal
in zijn leven en prediking.
|
De gelijkenis:
Er waren eens twee mannen die naar de tempel gingen om te bidden. De
ene man was een farizeeër, en de andere man was een tollenaar. De
farizeeër liep trots de tempel binnen want hij vond zichzelf er
goed. Als de mensen een gedeelte van hun geld aan de tempel (soort
kerk) gaven, gaf hij het dubbele. Mensen vonden hem vroom en keken
tegen hem op. Hij vond zichzelf ook veel beter dan andere mensen, en
toen hij de tempel binnen liep zag hij de tollenaar verlegen en
onopvallend naar binnen lopen. ' Wat doet díe man in Gods
huis’, dacht de farizeeër. 'Dacht hij nou echt dat God
hém daar wilde zien?' De farizeeër liep hem met een trotse
afkeurende houding voorbij en liep tot vlak voor het heilige (waar
alleen de hogepriester mocht komen). Met zijn handen in de lucht begon
hij zijn gebed tot God: 'Dank u dat ik niet zo ben als de andere
mensen, de dieven, de moordenaars, de leugenaars en...', hij stopte
even en keek over zijn schouder.. 'of als díe tollenaar' voegde
hij erbij. 'Ik vast twee keer per week, ik geef veel meer dan andere
mensen, ik....'
Achter in de tempel, in een donkere hoek, stond de tollenaar. Met zijn
hoofd gebogen stond hij hopeloos alleen. 'Ik ben het slechtste van alle
mensen' dacht hij. Hij kon wel huilen. Toen werd het hem te veel en
barste in tranen uit: 'O God, wees mij, zondaar, genadig!' En ineens
voelde hij zich heel rustig worden, alsof iemand de zware last van zijn
schouders tilde. Een heel rustig gevoel stroomde door hem heen. Het was
de genade van God, waar hij net om had gesmeekt! God had hem zijn
zonden vergeven, en met een intense blijdschap liep hij de tempel uit.
De farizeeër liep ook de tempel uit, nog net zo vroom als dat hij
naar binnen was gelopen. Hij had God niets gevraagd, en daarom ook
niets van Hem gekregen. Hij was nog dezelfde trotse man, die het ware
geluk niet kende..
Dit verhaal vertelde Jezus aan mensen die zichzelf heel goed vonden en
neerkeken op andere mensen, net als de farizeeër. Jezus
waarschuwde de mensen dat God hun alleen genade kon geven als ze
nederig tot Hem kwamen, zoals de tollenaar. Dit zei Jezus tegen de
grote mensen van het volk, maar geld voor álle mensen, en ook
voor de kinderen. Soms denk je wel eens, dat je beter bent, of dat je
er leuker uit ziet dan de ander. Dat je betere cijfers haalt dan andere
kinderen uit je klas. Maar je moet goed onthouden dat je dat allemaal
van God de Vader gekregen hebt. Niemand is beter dan de andere, we zijn
allemaal zondige mensen. Kijk daarom niet op andere mensen neer.
'Want', zei Jezus, 'wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, en wie
zichzelf vernederd zal verhoogd worden'. Dat wil zeggen: Wie zichzelf
heel goed vind is in Gods ogen niets, en wie zichzelf zondig en zwak
vind, wordt verhoogd tot kind van God.
Gedraag jij je als kind van God?
|