OUDE WANDTEGELS met BIJBELSE
TAFERELEN
BIJBELS TAFEREEL 026

HET LAATSTE OORDEEL

LhEBREEËN 6
11. En
Die hoop is als een betrouwbaar en zeker anker !
1
We moeten de eerste beginselen van de leer over Christus hier toch maar
laten rusten en ons richten op wat voor volwassenen bedoeld is. We
willen niet nog eens het fundament leggen en spreken over het zich
afkeren van daden die tot de dood leiden, over het geloof in God, 2 de
leer over het dopen en de handoplegging, en over de opstanding van de
doden en het laatste oordeel. 3 We maken deze keuze in het vertrouwen
dat God het ons toestaat. 4 Want wie ooit door het licht beschenen is,
geproefd heeft van de hemelse gave en deel gekregen heeft aan de
heilige Geest, 5 wie het weldadig woord van God en de kracht van de
komende wereld ervaren heeft 6 en vervolgens afvallig is geworden, kan
onmogelijk een tweede maal worden bekeerd, omdat zo iemand voor
zichzelf de Zoon van God opnieuw kruisigt en aan bespotting blootstelt.
7 Land dat de overvloedige regen opneemt, en nuttige gewassen oplevert
aan wie het bewerken, ontvangt Gods zegen, 8 maar land dat dorens en
distels voortbrengt, is waardeloos en rijp voor vervloeking; het zal
uiteindelijk in vlammen opgaan.
9 We zeggen dit nu wel, geliefde broeders en zusters, maar we zijn
ervan overtuigd dat u op de goede weg bent en dat u gered zult worden.
10 Want God is niet zo onrechtvaardig dat hij vergeet wat u hebt
gedaan, hoeveel liefde u aan zijn naam hebt betoond door sinds jaar en
dag steun te verlenen aan de gelovigen. 11 Het is onze vurige wens dat
ieder van u tot het einde toe dezelfde ijver aan de dag blijft leggen,
totdat alles waarop wij hopen verwezenlijkt zal zijn, 12 en dat u niet
achterblijft, maar in het spoor treedt van hen die dankzij hun
standvastig geloof ontvangen hebben wat hun beloofd was. 13 Toen God
aan Abraham zijn belofte deed, kon hij bij niemand zweren die hoger was
dan hijzelf, en dus zwoer hij bij zichzelf: 14 ‘Ik zal je
rijkelijk zegenen en je talloze nakomelingen geven.’ 15 En zo
heeft Abraham, dankzij zijn standvastig vertrouwen, gekregen wat hem
beloofd was. 16 Mensen zweren altijd bij iemand die hoger is dan
zijzelf, en met hun eed bekrachtigen ze de waarheid en beëindigen
ze elke twist. 17 Toen God de erfgenamen van de belofte ervan wilde
doordringen hoe vast zijn voornemen was, stelde hij zich op dezelfde
manier met een eed garant. 18 Met deze twee onomkeerbare daden –
die uitsluiten dat God liegt – heeft hij ons krachtig moed in
willen spreken. Onze toevlucht is het vast te houden aan de hoop op wat
voor ons in het verschiet ligt. 19 Die hoop is als een betrouwbaar en
zeker anker voor onze ziel, en gaat ons voor tot voorbij het
voorhangsel, 20 waar Jezus als voorloper al is binnengegaan, ten
behoeve van ons: hij is hogepriester voor eeuwig, zoals ook Melchisedek
dat was.
Laat de zekerheid in het geloof niet afpakken!
Ziet u dat wij de Bijbel geen enkel geweld aandoen door te stellen dat
de Hebreeën-brief gericht is aan de Joodse gelovigen in de Grote
Verdrukking, die overgaan in het Koninkrijk? Het enige wat wij doen is
LETTERLIJK GELOVEN wat God zegt in Zijn Woord. Maar ja, daar stond
Paulus in zijn tijd ook al voor terecht bij de geestelijkheid van zijn
dagen, men noemde hem een pest (Hand. 24 : 5). Weet u wat Paulus
antwoordde: “Maar dit beken ik u, dat ik naar die weg, welke zij
sekte noemen, de God der vaderen alzo dien, GELOVENDE ALLES (!), wat in
de wet en in de profeten [de toenmalige Bijbel, wij hebben nu het Oude
en het Nieuwe Testament] geschreven is” (Hand. 24 : 14). Laten
wij met Paulus niet letten op wat de geestelijkheid ons te vertellen
heeft, maar op wat Gods Woord ons te vertellen heeft.
De Gemeente van Jezus Christus, de wederom geboren gelovigen, mogen zeker zijn van hun behoud:
“Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die Mijn Woord hoort, en gelooft
Hem, Die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven, en komt niet
in de verdoemenis, maar is uit de dood overgegaan in het leven”
(Joh. 5 : 24).
“Want ik ben verzekerd, dat noch dood, noch leven, noch engelen,
noch overheden, noch machten, noch tegenwoordige, noch toekomende
dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal
kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze
Heere” (Rom. 8 : 38 – 39).
“Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat
niet uit u, het is Gods gave; niet uit de werken, opdat niemand roeme.
Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede
werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij daarin zouden
wandelen” (Ef. 2 : 8 – 10).
“Zo iemands werk zal verbrand worden, die zal schade lijden, maar
zelf zal hij behouden worden, doch alzo als door vuur” (1 Kor. 3
: 15).
“Vertrouwende dit, dat Hij, die in u een goed werk begonnen
heeft, dat voleindigen zal tot op de dag van Jezus Christus”
(Filip. 1 : 6).
“Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker
verwachten, namelijk de Heere Jezus Christus; Die ons vernederd lichaam
veranderen zal, opdat het gelijkvormig worde aan Zijn heerlijk lichaam,
naar de werking, waardoor Hij ook alle dingen Zichzelf kan
onderwerpen” (Filip. 3 : 20 – 21).
Dat is de boodschap aan de Gemeente van Jezus Christus. VAST EN ZEKER.
Laat u van die vastigheid niet door zogenaamde ‘Theologen’
beroven (ook niet als er drie titels voor de naam staan)! Zeker niet
als de teksten, die men aanhaalt, gericht zijn aan een groep gelovigen
in een andere bedeling, onder hele andere omstandigheden. Laat u niet
onder een theologisch juk brengen, en laten wij elkaar dan niet meer
onder een juk brengen, van: ‘doet dit’ of: ‘doet
dat’; of van: ‘Pas op, want je kruisigt Christus
weer’. Degene die IN CHRISTUS is (1 Kor. 12 : 13), die wederom
geboren is, die IS VRIJGEMAAKT (Rom. 7 : 6), en IS BEHOUDEN! En Jezus
Christus zal ons verlossen van het “lichaam dezes doods”,
waarin nog steeds “de wet der zonde” is (Rom. 7 : 23
– 25). Bij de Opname van de Gemeente zullen we een VOLMAAKT
opstandingslichaam krijgen en dan zullen we voor altijd bij de Heere
wezen!
|