.HOLYHOME.NL - BRON VAN VREDE
 
 
   
 
OUDE WANDTEGELS met BIJBELSE TAFERELEN
 
BIJBELS TAFEREEL 025

       

HET LAATSTE AVONDMAAL



Mattheüs 26

17 Op de eerste dag van het feest van het Ongedesemde brood kwamen de leerlingen naar Jezus toe en vroegen: ‘Waar wilt u dat wij voorbereidingen treffen zodat u het pesachmaal kunt eten?’ 18 Hij zei: ‘Ga naar de stad en zeg tegen de persoon die jullie bekend is: “De meester zegt: ‘Mijn tijd is nabij, bij jou wil ik met mijn leerlingen het pesachmaal gebruiken.’”’ 19 De leerlingen deden wat Jezus hun had opgedragen en bereidden het pesachmaal.
20 Toen de avond was gevallen, lag hij samen met de twaalf aan voor de maaltijd. 21 Onder het eten zei hij tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: een van jullie zal mij uitleveren.’ 22 Dit bedroefde hen zeer, en de een na de ander vroegen ze hem: ‘Ik toch niet, Heer?’ 23 Hij antwoordde: ‘Hij die samen met mij zijn brood in de kom doopte, die zal mij uitleveren. 24 De Mensenzoon zal heengaan zoals over hem geschreven staat, maar wee de mens door wie de Mensenzoon uitgeleverd wordt: het zou beter voor hem zijn als hij nooit geboren was.’ 25 Toen zei Judas, die hem zou uitleveren: ‘Ik ben het toch niet, rabbi?’ Jezus antwoordde: ‘Jij zegt het.’
26 Toen ze verder aten nam Jezus een brood, sprak het zegengebed uit, brak het brood en gaf de leerlingen ervan met de woorden: ‘Neem, eet, dit is mijn lichaam.’ 27 En hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun de beker met de woorden: ‘Drink allen hieruit, 28 dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden. 29 Ik zeg jullie: vanaf vandaag zal ik niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken tot de dag komt dat ik er met jullie opnieuw van zal drinken in het koninkrijk van mijn Vader.’ 30 Nadat ze de lofzang hadden gezongen, vertrokken ze naar de Olijfberg.
31 Onderweg zei Jezus tegen hen: ‘Jullie zullen mij deze nacht allemaal afvallen, want er staat geschreven: “Ik zal de herder doden, en de schapen van zijn kudde zullen uiteengedreven worden.” 32 Maar nadat ik uit de dood ben opgewekt, zal ik jullie voorgaan naar Galilea.’ 33 Petrus zei daarop tegen hem: ‘Misschien zal iedereen u afvallen, ik nooit!’ 34 Jezus antwoordde hem: ‘Ik verzeker je: deze nacht zul je, nog voor de haan gekraaid heeft, mij driemaal verloochenen.’ 35 Petrus zei: ‘Al zou ik met u moeten sterven, verloochenen zal ik u nooit.’ Alle andere leerlingen vielen hem daarin bij.


Het laatste avondmaal

Afscheidsmaaltijd van Jezus met zijn leerlingen aan de vooravond van zijn sterven, toen zij Pesach vierden, het feest van de uittocht.
 
Die laatste pesachmaaltijd werd achteraf door de christelijke kerk beschouwd als het eerste avondmaal, omdat Jezus tegen zijn tafelgenoten had gezegd: ‘Doe dit tot mijn gedachtenis’. Hij doelde op  zijn kruisdood en de nieuwe verbondsrelatie die door vergeving van zonden tot stand werd gebracht. De overlevering over deze verzoeningsmaaltijd kent vier vergelijkbare versies (Mat. 26:20-30; Mar. 14;17-26; Luc.  22:14-23; 1 Kor. 11:23-25), plus het verhaal van de voetwassing (Joh. 13:1-30). Bij het doorgeven van brood en  beker wees Jezus Christus op de betekenis van zijn lijden en sterven. Tijdens de kerkelijke viering van het avondmaal of de eucharistie worden deze zogeheten instellingswoorden plechtig herhaald. Zo’n viering kenmerkt zich door het gedenken, verkondigen en verwachten van de Heer.

Wat er gebeurde

  De discipelen maakten het Pascha gereed en toen het avond geworden was,

  lagen allen aan. Mat 26:20; Marc 14:17 Aan de Joodse Pascha-viering worden vier bekers wijn  gedronken, die overeenkomen met de vier weldaden die God op grond van Exodus 6:6,7 aan  Israël beloofd heeft: uitleiding, redding, verlossing en aanneming als volk van God. De  Paschamaaltijd had vier onderdelen:

-  Voorgerecht. Nadat de zegen is uitgesproken door de heer des huizes drinkt men de eerste  beker met wijn en gebruikt men het voorgerecht, dat bestaat uit kruiden en  vruchtenmoes, gemaakt van dadels, rozijnen en azijn.

-  De huisdienst. Het hoofd van de familie vertelt over de verlossing uit Egypte en uit  dankbaarheid zingen allen het eerste gedeelte van het Hallel; de tweede beker wordt  gedronken.Psalm 113-115

-  Het hoofd van de familie spreekt de zegen uit over het ongezuurde brood. Het brood wordt  gegeten met het lam, de bittere kruiden en de moes; de derde beker wordt gedronken.

-  Het laatste gedeelte van het Hallel wordt gezongen.Psalm 116-118 Het met elkaar indopen van  groenten, vlees of brood Joh 13:26 drukt een eenheid uit die Judas nu schendt. Hier wordt de  vierde beker gedronken.  

15 We hebben kunnen lezen van Jezus’ intens verlangen om dit Pascha met Zijn discipelen te  eten.vs. 15-18 Jezus zegt dat Hij het vieren van dit Pascha (d.i. het Pascha van dit jaar) met zijn  discipelen vurig begeerd heeft. In deze beladen woorden staat de vurige begeerte voorop.  Niet alleen zal het Pascha voor Hem een bemoediging geweest zijn, zoals het dat was voor  elke gelovige Jood, maar vooral wilde Hij met deze maaltijd aan Zijn discipelen de betekenis  van Zijn dood duidelijk maken. Eer Ik lijd wil dan ook vooral zeggen: Eer Ik sterf. Het gaat  met name om Zijn lijden in de vorm van sterven, al heeft Jezus hierbij mogelijk ook aan de  strijd die nog volgen zal in Getsemane gedacht.

16 Nadrukkelijk zegt Jezus dat dit de laatste keer is dat Hij deze Paschamaaltijd eet totdat deze  haar vervulling vindt in het grote bruiloftsmaal dat gevierd wordt in het Koninkrijk van God.  Jezus gebruikt het beeld van de maaltijd om de ontmoeting tussen Hem en de Zijnen in  heerlijkheid aan te duiden.vgl. 13:29; Jes 25:6; Openb 19:9 Hier wordt bedoeld de tijd die aanbreekt  wanneer Christus gekomen is in heerlijkheid. 

17 De beker waarover hier wordt gesproken was de eerste of tweede beker die men  dronk voordat men van het Pascha at. Zeer waarschijnlijk heeft Jezus uit de eerste en tweede  beker meegedronken. Hij wilde dit Pascha immers graag met Zijn discipelen delen vs. 15 Jezus  trad ongetwijfeld als gastheer op en deze dronk het eerst uit de beker, waarna Hij die aan  Zijn tafelgenoten gaf. Vandaar dat Hij zegt: ‘Laat hem bij u rondgaan’.

18 In vers 16 sprak Jezus van het eten van de Paschamaaltijd, hier spreekt Hij van het drinken  van de wijn van druiven gemaakt, ‘de vrucht van de wijnstok’.

      Met de komst van het Koninkrijk van God wordt hier bedoeld de tijd waarin God volledig  Koning zal zijn op aarde, waarin Zijn vijanden overwonnen zijn en Hij Zijn volk zal doen  delen in Zijn heerlijkheid. In 1 Cor 11:26, waar Paulus schrijft over de maaltijd des Heren,  wordt in plaats van over de komst van het Koninkrijk van God gesproken over Jezus’  wederkomst, met de woorden ‘totdat Hij komt’.

      Jezus bedoelt met dit drinken van de vrucht van de wijnstok de nieuwe gemeenschap tussen  Hem en Zijn volk in heerlijkheid.vgl. 13:29; Openb 19:9 Het samengebruiken van een maaltijd is een  beeld voor deze gemeenschap,vgl. Openb 3:20 omdat de maaltijd bij uitstek een gelegenheid is van  samenzijn, delen en genieten. Komt u dit bekent voor?

19 In dit vers lezen we de woorden waarmee de Here Jezus een nieuwe betekenis gaf aan de  Paschamaaltijd en het Avondmaal instelde als een herinnering aan Hemzelf.

      Eerst nam Jezus brood en sprak met het brood in z’n handen een dankgebed erover uit. Bij  een Joodse Paschamaaltijd stemden de tafelgenoten met de dankzegging in door ‘Amen’ te  zeggen. Daarna werd het ongezuurde brood gebroken. vgl. 24:5; Hand 2:42; 20:7,11 De brokken  moesten doorgegeven worden aan de verder weg zittende tafelgenoten. Terwijl het  gewoonlijk stil was bij het uitdelen van het brood, sprak Jezus bij deze gelegenheid de  inzettingswoorden van het Avondmaal uit. Jezus zei bij het brood: ‘Dit is Mijn lichaam’.  Hier bedoelde Hij te zeggen: Dit ben Ik Zelf; in dit brood dat gebroken is, geef Ik Mijzelf.  Het brood dat de discipelen met elkaar deelden vertegenwoordigden dus Zijn lichaam. Dat  lichaam wordt voor jullie gegeven: Jezus gaf Zijn lichaam over om gekruisigd te worden  voor hen. Met andere woorden: Hij gaf Zijn leven als een losprijs voor velen.Mat 20:28; Marc 10: 45

      Daarna zei Jezus dat Zijn discipelen hetzelfde moesten doen (het danken, breken en uitdelen  van het brood) en wel tot Zijn gedachtenis. Gedenken was belangrijk in Israël.vgl. bv. Ex 20:8 Het  Pascha is een feest om de uittocht uit Egypte te gedenken.Ex 12:14; 13:8vv Nu stelt Jezus daarvoor  in de plaats een maaltijd om de verlossing die Hij gebracht heeft te gedenken, namelijk de  maaltijd des Heren.  

20 Na de maaltijd laat Jezus de drinkbeker (d.i. de derde beker) met rode wijn gemengd met  water rondgaan. Het is deze beker, waarvan de inhoud - wijn -  het teken is voor het nieuwe  verbond. De discipelen drinken uit dezelfde beker. Hier kunnen we misschien aannemen dat  Jezus Zelf niet meedrinkt, want deze beker is voor Zijn discipelen bedoeld als het nieuwe  verbond in Zijn bloed.

      Door te spreken van ‘verbond in Mijn bloed’ brengt Jezus Zijn dood in verband met de  verbondssluiting bij de Sinaï, waar Mozes het bloed van offerdieren sprengde en zei: ’zie het  bloed van het verbond dat de Here met u sluit. Door te spreken van het nieuwe verbond laat  Jezus zien dat Hij de belofte van Jeremia 31:31vv. vervult.

      Jezus is hier het toekomstige Pascha-lam. 1 Cor 5:7 Zijn dood zet het nieuwe verbond in  werking. Als Jezus het brood dat Hij breekt in verbinding brengt met zijn eigen lichaam dat  straks gedood zal worden en de rode wijn met Zijn bloed dat straks vergoten zal worden,  dan duidt Hij zijn naderende dood aan als een plaatsvervangend sterven. 

Jezus stelt hier een grondige verandering voor: het zou niet langer gaan om een gedenken van Gods bevrijding uit de slavernij van Egypte, maar van Jezus zelf! Was deze Jezus, deze vriend van hen, werkelijk zo belangrijk?

Jezus’ sterven was niet een tragische gebeurtenis of pech, maar een vervulling van datgene dat de Israëlieten bij het eten van het Pascha vierden: Gods redding in nood en het vooruitzicht om met Hem het Pascha/avondmaal te vieren.

Zijn wij bereidt om samen op reis te gaan? Zullen we dan allemaal instappen! De bus stopt alleen op de eindbestemming. Wie eerder uitstapt valt op z’n snufferd! Samen op reis. Samen aan de tafel, gemeenschap met z’n allen. We zullen het met z’n allen moeten doen! We moeten oud worden met elkaar, niet door elkaar. In Lucas 22:24 kunnen we lezen dat er al onenigheid was over de vraag wie als eerste moest gelden. Zo moet het dus niet. Waar moeten we dan aan voldoen om deel te mogen nemen aan het avondmaal?

1 Cor 11:17-34. Ook hier wordt Avondmaal gehouden!

Maar wat is maaltijd houden? Het is in ieder geval veel meer dan het doorslikken van eten en drinken. Het is een tijd van samenzijn. Als we zeggen: Kom eens bij ons eten, dan bedoelen we: kom eens langs om te praten, te lachen en vriendschap rond de tafel te beleven. Het sociale element is essentieel. De moeite die we aan de maaltijd besteden, komt overeen met de waarde die we hechten aan onze vriendschap met de gasten. 

17 Paulus zegt hier dat de samenkomsten meer kwaad dan goed doen. Het is vanzelfsprekend  dat dit in strijd is met het eigenlijke doel van het samenkomen. Dat is immers de opbouw van  de gemeente, van haar eenheid, haar geloven, hopen en liefhebben. In Corinthe doet men  echter dingen waardoor de kwaliteit van de gemeente achteruit gaat.

18 Het eerste (vooreerst) daarvan is verdeeldheid. Op een vooreerst zou een ten tweede moeten  volgen. Hier komt Paulus niet eens aan toe. Belangrijk punt is in ieder geval het  samenkomen. Als vele leden gaan we dan op in het ene geheel van het lichaam,12:12 de  gemeente Gods. Daarom gebeurt er iets als men in gemeenschap bijeen is. Niemand is er om  en voor zichzelf, maar ieder is er om en voor de ander, en allen zijn er om en voor God.  Men speelt er het boeiende, meeslepende spel van de nieuwe vredesrelatie tussen God en  mens, en tussen mens en medemens. In dit spel kan men zijn wat men door Gods genade is:  een  zoon van God en een broeder van de ander. Hiervoor hoeven we ons niet te schamen!  Niemand hoeft het als een te grote pretentie te ervaren als je je als zoon van God gedraagt,  als je juichend Abba of Vader durft te roepen. Dit is een voorspel waar je je alvast kunt  oefenen voor de heerlijkheid waarin we straks terecht zullen komen. Met diepe aandacht  luister je naar het verhaal van de spelregels, want hoe kun je meedoen als je die niet kent? 

Paulus zegt hier tot de Corintiërs dat er iets aan de hand is. Maar wat dan? Er ontbreekt iets aan het samenspel; men laat niet allen met alles meedoen. In de verzen 20-22 zien we dat er mensen zijn die hun eigen weg gaan. Men eet en vreet, men drinkt en zuipt zondere rekening te houden met een ander. Dus geen gemeenschap! Als we ons niet kunnen beheersen met het brood of de wijn hebben wij geen deel aan de maaltijd des Heren. Ook al zouden we samen eten en drinken.

Vers 21 grijpt vooruit naar vers 33. Blijkbaar zijn er laatkomers, die de hond in de pot vinden als zij in de gemeentelijke samenkomst verschijnen. Blijkbaar ook hebben de reeds aanwezigen alles wat zij meebrachten verslonden zonder iets over te laten voor de dan nog afwezigen. Met het kwade gevolg, dat na afloop van de maaltijd de een hongerig is omdat voor hem niet is overgebleven, en de ander dronken. Hier had dus een ieder zijn eigen maaltijd.

De maaltijd des Heren dient niet tot vervulling van je maag, maar hij wordt gehouden terwille van de  behoeftigen. Hij is er om de ander. Niet hun eigen lichaam, maar het lichaam des Heren, de gemeente in haar geheel, moet door deze maaltijd gevoed worden.

Verzen 23-26  beschrijven opnieuw wat we in Lucas hebben gelezen.

27 Wie mag deelnemen aan het Avondmaal? Geen enkele vreemdeling mag van het Pascha  eten.Ex 12:43 De maaltijd was aleen voor het verbondsvolk, voor hen die bescherming zochten  achter het bloed van het Paaslam. Er werd een scherpe scheiding gemaakt tussen ingewijden  en buitenstaanders, want het was een maaltijd waarbij de Here scheiding maakt tussen  Egyptenaren en Israëlieten.Ex 11:7  Dus alleen zij die persoonlijk betrokken zijn bij het vergoten  bloed van Gods Lam, maken deel uit van het verbondsvolk en kunnen daarom in  aanmerking komen om deel te nemen aan het Avondmaal.

      Onwaardige wijze deelneemt: Men at om te eten en dronk om te drinken, en niet om de  werkelijkheid van het nieuwe verbond te vieren. Daar kwam nog bij dat men de arme  broeders en zusters bij lege schalen en bekers welkom heette. Dit was geheel in strijd met  wat er met deze maaltijd bedoeld werd. Dit brood en deze beker dienen niet tot bevrediging  van de behoeften van het eigen lichaam, maar tot het vierend gedenken van wat de Heer was  en deed, is en doet, zal zijn en zal doen voor de Zijnen.

      “Zich bezondigen aan” is het tegenovergestelde van “de verschuldigde eer bewijzen aan”. Zij  onthouden de Heer de gedachtenis, waar Hij recht op heeft. Niet Zijn lichaam en bloed staat  in het middelpunt, maar hun eigen lichaam en bloed. Zij staan verzadigd en wel van de tafel  op maar de Heer hebben zij te kort gedaan. Een niet mis te verstaan teken daarvan zijn de  hongerige broeders.

Een ander voorbeeld van het op onwaardige wijze deelnemen aan het Avondmaal: Die zijn hand met Mij in de schotel heeft gedoopt,

die zal Mij verraden. Mat 26:23 Judas was er niet om Jezus te gedenken en eer te bewijzen.

Wie zich bezondigd aan het lichaam en bloed van de Here, is mede schuldig aan de dood van de Here aan het kruis.Hebr 6:6 Door ongepast gedrag bij het Heilig Avondmaal geeft men als het ware te kennen thuis te horen bij de moordenaars van de Here Jezus.

Zonder gehoorzaamheid aan Gods woord, het gedenken van Christus lijden, is het Avondmaal een schijnvertoning. Het is dan als iemand die een trouwring, symbool van eindeloze trouw in het huwelijk, blijft dragen, terwijl hij overspel pleegt.

28 Ieder gemeentelid is tot zelfonderzoek bevoegd. Hierbij staan niet de misstappen, die zij  gedaan hebben, in het middelpunt van hun zelfonderzoek, maar die, welke zij gevaar lopen  te zullen doen. Via dit onderzoek moeten zij bij zichzelf nagaan of het hun bij deze maaltijd  wel enkel en alleen te doen is om de Heer te gedenken en zich daardoor te laten sterken   en bewegen tot het geloven, hopen en liefhebben. Het zelfonderzoek dient niet tot het  mijden van de tafel des Heren, maar juist om er aan deel te nemen. De apostel gaat er van  uit, dat het resultaat van dit onderzoek positief zal zijn. Hij heeft er alle reden toe dit te  verwachten, omdat het leden van de gemeente Gods betreft, die door de Geest geleid  worden, ook bij deze zelftoets. Daarom zegt hij ook: en ete dan van het brood en drinke uit  de beker. Lezen Joh 6:53-58.

Paulus spoort daartoe aan, omdat we beter nu onszelf onder handen kunnen nemen dan dat we nu of later het lijdend voorwerp worden van het oordeel van de Heer. 

30 Als wijzelf de zonde in de gemeente niet veroordelen, dan zal God dit doen. De eerste  tekenen zijn in Corinte reeds zichtbaar. Daarom zijn er onder u velen zwak en ziekelijk en  ontslapen niet weinigen. Paulus ziet in dit kwade verschijnsel een oordeel des Heren. Daarmee zegt hij nog niet, dat een ziekte of een sterfgeval in de gemeente altijd een signaal is van de toorn des Heren. Hij is zelf ook wel eens ziek geweest Gal 4:13 en hij droeg de doren in het vlees met zich  mee.2 Cor 12:7 Daarin heeft hij geen teken van een veroordeling door de Heer gezien, maar, althans wat betreft de doorn in het vlees, een middel om hem klein te houden. Het is vooral de veelheid van de ziekte- en sterfgevallen in Corinte, die hem argwanend heeft gemaakt en hem tot de slotsom bracht: dit is een signaal van de Heer; Hij brengt een oordeel over de gemeente, en de reden ligt in die misstand bij de maaltijden. Dit kan hij niet bewijzen, maar blijkbaar verwacht hij, dat de Corintiërs het met hem eens zullen zijn.

Als we op zondag heiliger zijn dan op de zes andere dagen, dan is onze heiligheid éénzevende van wat ze zou moeten zijn.

31 Ook vers 32

      Waarom zouden wij onszelf moeten beoordelen? Omdat hij, als hij zichzelf beoordeelt  aan  het oordeel van God ontkomt!vs.31

      God geeft de Zijnen een aparte behandeling. Hij laat ons niet zo maar onze gang gaan. Door  Zijn ingrijpen brengt Hij de gemeente weer in het gareel. De wereld is niet zo bevoorrecht.  Zij  kan nu nog ongestraft in zonde leven. Zoals God de afgodendienst bij de volken  tolereerde, maar bijzonder intolerant bleek als Israël, zijn eigen volk, zich daaraan schuldig  maakte, zo tolereert de Heer de zonden van de wereld, maar grijpt Hij krachtig in als zich in  Zijn gemeente misstanden voordoen.

      Daaraan is te danken, dat de zijnen in het  laatste oordeel vrijuit zullen gaan. Niet omdat zij  in volmaaktheid geleefd hebben, maar omdat zij reeds tijdens hun leven onder het oordeel  van de Heer zijn doorgegaan. Voor hen behoort het dan tot een verleden tijd. Wanneer dus  de Corintiërs vinden dat God hen oordeelt, moeten ze daar Gods genade in zien. Hij heeft  hen nog niet overgegeven,Rom 1:24, 26, 28 maar werkt aan hen, opdat ze zich zouden bekeren van  hun zonde.

33 Ook vers 34

      Wanneer jullie samenkomen om te eten wijst op het gemeenschappelijke liefdemaal van de  gemeente,vs 20 dat afgesloten wordt met de viering van het Avondmaal. Het wachten op  elkaar heeft in eerste instantie betrekking op het liefdemaal.

      Deze maaltijden zijn echte liefdemalen; voor de armen om liefde te ontvangen, voor de  anderen om liefde te geven. Voor allen zijn zij ook de plaats, waar zij de zichzelf  wegschenkende liefde van de Heer vieren. Op deze wijze wordt de gehele gemeente ook  door dit middel opgebouwd in het geloven, hopen en liefhebben.

Het Avondmaal dat volgt op het liefdemaal doet men tot gedachtenis van de Heer, en niet tot stilling van de honger. Alleen zo voorkomt men de gewraakte misstanden en derhalve het oordeel van de Heer. Aan het Avondmaal wordt hoop vernieuwd, krijgt een kwijnende geest nieuw leven ingeblazen en wordt nieuw leven en kracht in het Lichaam van Christus geïnjecteerd.


Google
WWW Zoeken op  Holyhome.nl
BIJBEL Gericht zoeken in de Bijbel (woorden-namen-plaatsen-vers)
 
Freelance Web Designer