OUDE WANDTEGELS met BIJBELSE
TAFERELEN
BIJBELS TAFEREEL 020

De Kananese vrouw

Mattheüs 15:22-28
22
En ziet, een Kananese vrouw,9) uit die landpalen komende, riep tot Hem,
zeggende: Heere! Gij Zone Davids, ontferm U mijner! mijn dochter is
deerlijk van den duivel bezeten.
23
Doch Hij antwoordde haar niet een woord. En Zijn discipelen, tot Hem
komende, baden Hem, zeggende: Laat haar van U; want zij roept ons na.
24
Maar Hij, antwoordende, zeide: Ik ben niet gezonden, dan tot de verloren schapen van het huis Israels.
25
En zij kwam en aanbad Hem, zeggende: Heere, help mij!
26
Doch Hij antwoordde en zeide: Het is niet betamelijk het brood der kinderen te nemen, en den hondekens voor te werpen.
27
En zij zeide: Ja, Heere! doch14) de hondekens eten ook van de brokjes die er vallen van de tafel hunner heren.
28
Toen antwoordde Jezus, en zeide tot haar: O vrouw! groot is uw geloof;
u geschiede, gelijk gij wilt. En haar dochter werd gezond van diezelfde
ure.
Buiten
Israel ontmoet Jezus een niet-Joodse vrouw die hem om hulp vraagt in
verband met haar dochter die bezeten is. Jezus weigert aanvankelijk en
zegt: "Het is niet goed om het brood der kinderen te nemen en het de
honden voor te werpen". De vrouw legt zich er niet bij neer en zegt dat
toch ook de honden van de kruimels mogen eten die van tafel vallen. En
dan geneest Jezus de dochter toch.
DE KANANESE VROUW
Nadat de “En Jezus ging vandaar en trok Zich terug naar de
omgeving van Tyrus en Sidon. En zie, een KANANESE VROUW (EEN HEIDEN)
UIT DAT GEBIED kwam en riep: Heb medelijden met mij, Here, Zoon van
David, mijn dochter is deerlijk bezeten” (Mattheüs 15:21-23).
Deze vrouw had geloof in Hem, ze zei: “Here, Zoon van
David”. Zij wist dat deze man de Heelmeester was. Zoals vele
mensen Hem alleen om Zijn wonderen volgden en niet om Zijn Woorden,
wilde Christus deze vrouw op de proef stellen. Daarom antwoordde Hij
haar niet. Zijn discipelen vroegen Hem, om die goddeloze vrouw die
heiden weg te sturen, maar Hij wilde dat niet. Daarom zei Hij:
“IK ben slechts gezonden tot de verloren schapen van het huis
Israëls.” Jezus getuigde hierin, dat Hij gekomen was om
zondaars te redden en te genezen. Hij zocht het verloren schaap op! Hij
bezocht tollenaars, moordenaars, prostituees, dieven, etc. En waarom
zou Hij dan deze vrouw niet helpen? Of anders gezegd: waarom hielp Hij
haar niet direct? Zij viel Hem voor de voeten en zei: “Here, help
mij!” Wat dacht u wat Jezus tot haar zei? Menigmaal helpt Hij
direct, en geeft wat de mensen van node hebben. Meestal zeide Jezus:
“Wees genezen van uw kwaal”, of: “Uw geloof heeft u
behouden”, of: “Ga heen, uw dochter of zoon is
genezen.” Maar Hij zei tot haar: “HET IS NIET GOED HET
BROOD DER KINDEREN TE NEMEN EN HET DE HONDEN VOOR TE WERPEN.” U
zult zeggen, dat dit hard gezegd was. Zij werd “zomaar” als
een hond beschouwd. De kinderen waren de KINDEREN ISRAELS, EN HEDEN TEN
DAGE DE CHRISTENEN!!! Vergeet dit nooit! De Bijbel zegt: dat zo velen
Hem aangenomen hebben, kinderen Gods genoemd worden. Het brood wordt
hiermede GENEZING bedoeld. Brood is iets wat wij dagelijks eten. En het
brood is de genezing voor de christenen! Als genezing dus vergeleken
wordt met brood, dan wil dat zeggen, dat wij christenen elke dag recht
hebben op GENEZING. De Bijbel zegt in Mattheüs (6:11): “Geef
ons heden ons dagelijks…..BROOD.”
In de Bijbel heeft het woord BROOD minstens drie betekenissen namelijk:
ten eerste het lichaam van Christus (Johannes 6:51), ten tweede het
Woord (De Bijbel/Lucas 14:15), ten derde de GENEZING (Mattheüs
15:26).
Als christenen hebben wij dus dagelijks recht op GENEZING, en mogen wij
er dagelijks om vragen. Vele mensen zeggen: “Loop God nooit
vooruit,” of: “Men mag God niet verplichten om iemand te
genezen.” In de eerste plaats lopen wij God niet vooruit, want
genezing is als dagelijks brood, God zelf zegt het ons. En als God ons
een opdracht geeft, dan moeten wij die nakomen. Wij mogen het dan niet
verzuimen. Daarom verplichten wij God ook niet om mensen te genezen.
Maar…… de Kananese vrouw zei: “Zeker, Here ook de
honden eten immers van de kruimels die van de tafel vallen.” Toen
antwoordde Jezus haar: “O, vrouw, GROOT IS UW GELOOF, u geschiede
gelijk gij wenst!”
Het brood –in dit geval genezing- was vóór het
sterven van de Heiland, alleen bestemd voor het volk Israël, of
zoals Christus zegt: de kinderen. De kruimels waren in die tijd voor de
heidenen. Maar… toen Christus aan dat ruw houten kruis op
Calvarie boette voor de ZONDEN DER GEHELE WERELD, WERD HET BROOD VOOR
DEGENEN DIE ZICH BEKEERDEN TOT GOD! VOOR HEN DIE ZICH BEKEERDEN! Daarom
moet een mens zich eerst bekeren, eer hij genezing van God wil
ontvangen. Eerst moet u persoonlijk een kind van God worden. Het brood
is alleen voor de kinderen. Daarom, als u nog niet een kind van God
bent, is het brood niet voor u, en zeg ik tegen u: dat het brood niet
voor de honden is. Maar ondanks dit feit, is evenals toen de kruimels
voor sommige honden. Als ik tegen een onbekeerde die genezen wil
worden, zou zeggen: dat het brood niet voor honden is, dan weet ik wat
men doen zou. Men zou hard weglopen en nooit meer terug komen. Maar is
dit dan een actie van geloof? Iemand die wegrent, toont geen geloof!
Deze vrouw toonde het echter wèl. Zij bleef volharden in het
vragen om genezing. Zij wist van zichzelf dat zij een heiden was, en
geen recht had op genezing, het brood. Daarom zeide zij: dat ook de
honden van de kruimels eten. Na dit gezegd te hebben ontving zij
hetgeen zij van node had.
|