|
Simon van Cyrene
Simon
van Cyrene wordt in drie van de vier bijbelse evangeliën genoemd
als de man die op een gedeelte van de kruisweg het kruis van Jezus
droeg. De evangelist Marcus weet het meeste over hem te vertellen:
Ze dwongen een voorbijganger die net de stad binnenkwam, Simon van
Cyrene, de vader van Alexander en Rufus, om het kruis te dragen.
(Markus 15:21, uit de Nieuwe Bijbelvertaling)
Simon van Cyrene was vermoedelijk een joodse man uit de diaspora
(verstrooiing). Hij kwam uit Cyrene, een Romeinse kolonie in
Noord-Afrika, waar een joodse gemeenschap was. Zijn naam verwijst naar
zijn joodse afkomst. De evangelist Marcus is de enige de verwijst naar
zijn zonen Alexander en Rufus. Misschien dat deze Rufus dezelfde is als
de Rufus die Paulus noemt in zijn brief aan de Romeinen (Romeinen
16:13). In ieder geval zullen Rufus en Alexander bekenden zijn geweest
voor de gemeente waar Marcus voor schreef, waarschijnlijk zijn zij tot
het christendom bekeerd.
32
Bij het verlaten van het pretorium troffen ze een man uit Cyrene die
Simon heette, en hem dwongen ze het kruis te dragen. (Matteüs 27:
32)
Wat is dat toch wat voor Simon van Cyrene! Staat hij daar gewoon te
kijken, met vele, vele anderen naar wat er allemaal gebeurt. Hij hoort
eerst het geschreeuw van de massa op zich afkomen en dan ziet hij
soldaten en dan ziet hij ook de mensen die die soldaten voor zich uit
drijven: mensen met zware dwarsbalken op hun rug! Hij weet: dat zijn
weer mensen die moeten gaan hangen, er zijn er zo velen in de afgelopen
tijd. Ze komen nu allemaal op hem af, ze moeten aan hem voorbij. - Hij
was er toen gewoon maar even bíj gaan staan, want hij – op
weg naar huis - kon er nu sowieso niet meer langs, daar in dat smalle
steegje van Jeruzalem. Dan maar gewoon ook even mee gaan kijken.
Krachten uit je zuigen
Het laatste wat hij weet was dat hij getroffen werd door de aanblik van
de man van smarten, die bloedend, lijdend in elkaar was gezakt. Wat een
ellende! En echt zó zielig! Want zo iemand laten ze dan
natuurlijk niet met rust, die laten ze dan niet zomaar liggen!!!
Werkelijk alle krachten moeten uit die mensen op weg naar het kruis
worden gezogen, zodat ze later, aan het kruis, sneller sterven. Er moet
geschreeuwd en geslagen en gestompt worden. De mensen die gekruisigd
moeten worden, kunnen echt het beste he-le-maal kapot zijn als ze op de
schedelplaats aankomen, dan duurt het hangen voor hen tenminste niet
meer zo lang!
Wat een ellende is dat nou voor de man van smarten, die dan zo in
elkaar gezakt ligt. De soldaten nemen hem nog eens extra te grazen, met
schreeuwen en stoten en slagen en spugen, hij mag wel
éérder dood.
Maar niet te vroeg natuurlijk, dat ook weer niet. Daar heb je dan niets
aan. Dat moet natuurlijk niet! Een dóde kun je niet meer
kruisigen. Je moet ze nog wel kunnen kruisigen, dat wel natuurlijk, zij
moeten de schedelplaats nog wel kunnen halen, dat is logisch.
Dan maar wat hulp er bij!
Simon van Cyrene weet het nog precies. Toen hij opkeek van de man van
smarten, keek hij, daar bij die man, rechtstreeks in de ogen van de
soldaat met die blik die hem al lang had verkoren! Dan zag hij hoe die
soldaat hem naar zicht toewende met de woorden: “Jij, hey, jij
daar! Jíj moet nu de balk gaan dragen, anders gaat die te vroeg
dood! Kom, hier, aanpakken, jij!”
Hij moest wel.
Dus hij ging er maar naartoe. Zag de balk op de rug van de ingezakte
man. Tilde die op, dit mengsel van ruw hout en zweet en bloed, pakte
het op en ging er dan mee verder. “Heb ík dat weer.
Waarom, waarom, moeten ze mij toch altijd weer hebben,” heeft hij
toen nog gedacht.
Een boer uit het buitenland
Hij was een boer. Hij was een boer die – aan het einde van deze
morgen - net van het land kwam, hij was even gaan kijken of er alles
nog goed bijstond na de vorige nacht. Was hij maar een kwartiertje
later weggegaan, dan had hij dit zo nu niet gehad!
Het moet zijn vieze boerenkleding geweest zijn, die de soldaat is
opgevallen – of misschien zijn sterk postuur? Weet wie! Of
misschien zijn buitenlands uiterlijk? Hij was, dat wist hij, donkerder
dan de anderen in het land. Hij kwam immers uit Cyrene, uit Libië,
uit Afrika! – Ach, je komt er toch niet uit, waarom het leven nou
net jou moet hebben! Dat heb je dan te accepteren, daar doe je toch
niets aan?
Simon van Cyrene, tegenbeeld van Simon Petrus
Simon van Cyrene. Hij is wel zo ongeveer het tegenbeeld van die andere
Simon in de bijbel die ook Simon heet: Simon Petrus, Simon de Rots.
Maar die is niet zo stevig als een Rots om iets te gaan dragen, mee te
helpen dragen. Die Simon is als water weggevloeid. Hij heeft het niet
meer áángekund, het lijden. Hij heeft zijn Jezus
verloochend op het eind, en is gevlucht. Zo gaan die dingen dan soms
ook! Niet iedereen kan alles áán!
Iemand gaat mee
Maar altijd gaat er iemand met ons mensen mee. En als de
één het dan niet is, dan is het wel de ander. En als het
de énder ook niet meer is, dan zijn het wel de engelen die jou
dienen, of de gebeden van broeders en zusters vanuit de verte, of dan
is het soms ook Jezus zelf wel die met zijn Geest voor God voor ons
pleit met oneindig verzuchten, zoals Paulus zegt (Rom. 8). Totdat het
leed geleden is - en overwonnen.
Mensen als Simon van Cyrene
Maar intussen zien wij vele, vele mensen voor ons als Simon van Cyrene.
Mensen die eigenlijk niet iets te maken hebben met het lijden in onze
wereld, maar die dan toch gekozen worden, gekozen voor de Roepstem om
mee te gaan helpen, mee te gaan helpen dragen midden in het lijden.
Ik moet denken aan al de mensen die op dit moment thuis iemand bijstaan
die plotseling ziek geworden is. Niemand heeft voor die ziekte ooit
gekozen, maar nu zit je wel samen in hetzelfde schuitje.
Of ik moet denken aan de buren, die hier in Sliedrecht in het afgelopen
jaar iemand die heel eenzaam was, en die oud werd en zwak en ziek en
die ging sterven…, zijn gaan helpen en bijstaan, tot het einde.
Ook moet ik denken aan al de buitenlands uitziende mensen, die er
altijd weer door de politie uitgepikt worden om te worden
gecontroleerd, in de straten van de stad, of in de stadia, of aan de
grenzen van ons land, omdat zij er zo verdacht uitzien. Ze delen in het
lijden van hun volksgenoten.
Of ik moet denken aan al de mensen die door brute regimes zomaar uit
hun huizen werden gehaald, terwijl er niets aan de hand was, en werden
gearresteerd en gemarteld en gedood. Ik denk aan de zonen en mannen en
vrouwen en dochters van de moeders in Argentinië; aan de mannen en
vrouwen van joodse afkomst, tijdens de 2e wereldoorlog; aan de mensen
in de gevangenissen in China en Noordkorea op dit moment. Aan al de
mensen die ook eerst allemaal een gewoon leven hadden, maar die dan
opeens uit de anonieme massa meer of minder toevallig werden uitgekozen
om méé te lijden!
Simon na de kruisiging
Wij weten helaas verder niet meer zoveel van Simon van Cyrene! Over hoe
het dan verder is gegaan, allemaal. Heeft Simon van Cyrene zijn oude
leven daarna gewoon weer opgepakt, of is hij ook toch nog veranderd
door dit alles? De bijbel verklapt ons niet meer ál te veel.
Alleen nog dit, iets eigenaardigs.
Bij Marcus staat dat Simon van Cyrene ook een familie had, een vrouw en
ook twee zonen. Een van die twee zonen komt later nog een keer in de
bijbel voor. Hij duikt 30 jaar later weer op, in een brief van Paulus.
Paulus doet hem dan te groeten. Paulus doet in zijn brief aan de
Romeinen doet in zijn brief de groeten aan heel veel mensen, maar dan
zegt hij ook over de zoon van Simon van Cyrene, die Rufus heet: doet
ook aan Rufus de groeten “die door de Heer is uitgekozen”,
en diens moeder, “die ook voor mij een moeder is” geworden!
- Simon heeft later vast begrepen, wie de man wás wiens last hij
heeft gedragen.
Hij is toen die man waarschijnlijk gaan leren waarderen en gaan
vertrouwen en zo “tot geloof gekomen”, zoals dat heet.
Rufus, zijn zoon, en diens moeder, zijn vrouw, zijn hem daarin gevolgd.
Mensen die de levenslast van een ander mens een tijdlang mee moeten helpen dragen, veránderen
Zo gaat dat vaak: daar waar mensen de levenslast van een ander mens een
tijdlang mee moeten helpen dragen, veránderen ze.
En best wel vaak komen ze dan ook Gód nog tegen, die ook altijd
het lijden van mensen mee helpt dragen en die ons mensen dan waar Hij
maar kan, daarbij steunt en helpt!
In navolging van Jezus : Kruis dragen
"Wie zijn kruis niet draagt en achter Mij komt (Mij navolgt), kan Mijn discipel niet zijn." Lukas 14, 27
Kruis
dragen is moeilijk, dat weten we allemaal. En het valt ook niet
gemakkelijk daarover te spreken. Toch is het goed, wanneer je het wel
doet, want je merkt dan dat je niet de enige bent die een kruis te
dragen heeft. Als we eens achter al die mooie voordeuren konden
kijken...Zegt het spreekwoord niet: elk huisje heeft zijn kruisje? Het
is denk ik vooral goed om dat vanuit de Bijbel te doen, praten en
nadenken over het kruis. Omdat er dan Licht schijnt vanaf het Grote
Kruis, dat Christus voor ons gedragen heeft. Troostrijk Licht op al die
kleine kruisjes van ons, hoe groot ze ons ook toeschijnen!
Wat
verstaan we eigenlijk onder "kruis"? Allerlei zaken, die we liever niet
hebben. Ik denk aan ziekte en dood, aan teleurstelling, pijn in het
hart. Ik denk ook aan verlatenheid, eenzaamheid, je bedrogen voelen,
ongelukkig zijn. Soms komt het door je zelf, eigen schuld. Soms komt
het heel langzaam aansluipen, maar het kan er ook direct zijn, van het
ene op het andere moment, verbijsterend als een vloedgolf. Je verliest
je man of vrouw, een kind, je krijgt een hersenbloeding, je raakt
gehandicapt, je verliest je baan.
Het
leed komt overal, in duizend vormen. We zijn er niet blij mee,
integendeel. We vluchten er voor weg en moeten er maar liever niet aan
denken. Maar er is geen ontkomen aan. En nu draag ik het met me mee,
een groot kruis. "Hoe lang nog?" denk ik dan. En ik ben niet de enige,
gelukkig maar. Ik zie het aan alle kanten om me heen. "De ganse
schepping zucht tezamen en is in barensnood" zegt Paulus al in de
Romeinenbrief.
Nood
leert bidden. Hebben we dat niet vaak gehoord? Van mensen moet je 't
toch niet hebben, dat is allemaal stukwerk. Van de dieren dan, van de
bomen en de vogels? Die kunnen niet spreken. Niemand antwoordt op mijn
klagen. Maar God dan? Overal klinkt de roep omhoog: God, waarom toch?
Eerst zuchtend, dan roepend, tenslotte schreeuwend en vloekend.
"Mijn tranen zijn mij tot spijze, dag en nacht... Mijn God, ik roep, maar Gij antwoordt niet... " (Psalm 42).
"Keer weder o Here, hoe lang nog?" (Psalm 90).
Ja,
nood leert bidden. Maar zou het wel helpen? Soms merk je daar niets
van, van die hulp. Zou God me wel horen? God is vaak zo verborgen,
onzichtbaar. En toch zegt de Bijbel, dat Hij de God van de mensen is,
van het volk Israël, van Jezus en van al die mensen die op Hem
vertrouwen. We moesten Hem maar vasthouden en niet ophouden met bidden.
Vroeger konden we met zo veel overtuiging zingen:
"Ik
blijf de Heer verwachten, mijn ziel wacht ongestoord. Ik hoop in al
mijn klachten op Zijn onfeilbaar Woord" (Psalm 130, 3 Oude Berijming).
Dus
toch maar volhouden, vurig blijven bidden tot God in je nood, met je
kruis. Laat het aan God weten, wat je voelt, hoe je lijdt, hoe wanhopig
je soms bent en hoe schuldig jij je voelt. Houdt de Heer vast en
vertrouw op de woorden van de Heiland: Zou God geen recht doen aan Zijn
uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen en laat Hij hen wachten?
(Lukas 18,7).U weet wel: dat slaat op die weduwe, die op de rechter een
beroep deed. Dag en nacht staat zij bij hem voor de poort, tot de
rechter tenslotte overstag ging. Zou het dan bij ons anders zijn?
Op
een gegeven moment, op Zijn tijd, komt God met Zijn troost en
nabijheid. Daar mogen we op rekenen! Misschien is Gods antwoord niet
datgene, wat we Hem gebeden hadden. Misschien komt God niet met de
oplossing, die wij bedacht hadden. God heeft Zijn eigen manier van
oplossen. Zijn gedachten zijn zo anders, zo veel hoger dan onze
gedachten. Als we maar weten, dat Hij met ons bezig is en niet laat
varen de werken van Zijn handen. Daar horen wij ook bij, ieder van ons
persoonlijk. Hoe dan ook, wij vallen in Zijn hand, en niet in die van
Satan en mensen.
Als
we dat weten, kunnen we ook ons kruis aanvaarden. Niet, dat 't weg is,
nee dat niet, en het doet ook nog even zeer. Maar... ik kan er tegen,
ik ga er niet aan onderdoor. Het is niet meer een noodlot, dat mij
verplettert. Het wordt veeleer een gave en opgave uit Zijn hand. Niet
een onvermijdelijk noodlot, maar een lot, een levensbestemming van
Godswege. Aanvaarden van je kruis betekent, dat je 't overgeeft aan die
God, Die 't wel weten zal en Die het ook met jou dragen zal. En dan
houd je op met roepen en zuchten. Dan wordt het helemaal stil in jou.
De rust van God Zelf daalt in je neer. En je voelt je een gelukkig en
gezegend mens.
Er
zijn tal van voorbeelden van mensen, die het zó ervaren hebben.
Te beginnen bij Paulus, met zijn doorn in het vlees. God zei tegen hem:
"Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht." Veel gehandicapten vandaag
laten dat ook zien: hoe je met je handicap toch een zeer gelukkig en
geslaagd mens kunt zijn.
Wie zijn kruis niet draagt en Mij navolgt, kan mijn discipel niet zijn, zegt Jezus
Dragen
is een dagelijks werk, het vergt oefening en uithoudingsvermogen. Elke
dag weer moet je de confrontatie aangaan met dat kruis. Je neemt het op
je en je draagt het achter Hem aan. Mensen kunnen dat soms niet
begrijpen. Ze zien ook alleen maar de buitenkant: het gebrek, de
ellende, je ongeluk. Ze zien niet het wonder van Gods vertroosting, dat
binnen in jou zit.
Elke
dag is ook een nieuwe strijd. Want het gaat niet zo maar, dat opnemen
van het kruis. Het is heel zwaar werk en je moet er strijd voor voeren.
Strijd met je zelf, die liever anders zou zijn, zonder dat kruis. Want
wie wil dat nou? Strijd ook met de Satanische machten, die je
influisteren: waaraan heb jij dat nou verdiend? Daarom moeten we 't
Jezus nadragen, want Hij weet wat het is, kruis dragen. Heeft Hij niet
Zelf Zijn loodzware kruis gedragen? Voor ons? Daarom kan Hij ons
daarbij helpen. Hij is de Enige, Die dat kan. De schrijver van de
Hebreeënbrief weet het zo duidelijk te zeggen: "Laat ons oog
daarbij alleen gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder van het
geloof, die, om de vreugde welke vóór Hem lag, het kruis
op Zich genomen heeft, de schande niet achtende... "(Hebreeën 12).
Zo
dragen wij het kruis achter Hem aan en het mag ook ons een vreugde
worden, omdat we al mogen uitzien naar datgene dat vóór
ons ligt: de overwinning van ziekte en dood, Pasen, het eeuwige leven.
Eens zal het over zijn. Dan is het kruis dragen voorbij. Over en uit.
Daar zien we naar uit, en zó wordt het kruis dragen in het heden
een erezaak net als bij Simon van Cyrene. Wij staan daarbij gericht op
de heerlijke toekomst!
Als
we ons kruis zó dragen wordt het ook tot steun en troost van
anderen. Alleen getroosten kunnen troosten. Nu brengen wij anderen bij
Christus' kruis, waar wij zelf nieuwe hoop ontvingen en kracht om ons
kruis op ons te nemen en dagelijks te dragen. Ook anderen zullen die
kracht ontvangen. Kruisdragers worden tot een zegen gesteld! Zó
mag ik discipel van de Heer zijn en wordt het Woord van de Heer in mijn
leven vervuld:
"Wie
zijn kruis niet draagt en Mij navolgt, kan Mijn discipel niet zijn"
want het omgekeerde is natuurlijk óók waar: "Wie zijn
kruis wél draagt en Mij navolgt, zal Mijn discipel zijn."
|