.HOLYHOME.NL - BRON VAN VREDE
 
 
   
 
OUDE WANDTEGELS met BIJBELSE TAFERELEN
 
BIJBELS TAFEREEL 018

       

DE KRUISDRAGING DOOR JEZUS



Mattheüs 27:31-32


Jezus onder het kruis

31
En toen zij Hem bespot hadden, deden zij Hem den mantel af, en deden Hem Zijn klederen aan,10) en leidden Hem heen om te kruisigen.
32
En uitgaande, vonden zij een man van Cyrene, met name Simon;11) deze dwongen zij12), dat hij Zijn kruis droeg.13)

Simon van Cyrene

Simon van Cyrene wordt in drie van de vier bijbelse evangeliën genoemd als de man die op een gedeelte van de kruisweg het kruis van Jezus droeg. De evangelist Marcus weet het meeste over hem te vertellen:

Ze dwongen een voorbijganger die net de stad binnenkwam, Simon van Cyrene, de vader van Alexander en Rufus, om het kruis te dragen. (Markus 15:21, uit de Nieuwe Bijbelvertaling)

Simon van Cyrene was vermoedelijk een joodse man uit de diaspora (verstrooiing). Hij kwam uit Cyrene, een Romeinse kolonie in Noord-Afrika, waar een joodse gemeenschap was. Zijn naam verwijst naar zijn joodse afkomst. De evangelist Marcus is de enige de verwijst naar zijn zonen Alexander en Rufus. Misschien dat deze Rufus dezelfde is als de Rufus die Paulus noemt in zijn brief aan de Romeinen (Romeinen 16:13). In ieder geval zullen Rufus en Alexander bekenden zijn geweest voor de gemeente waar Marcus voor schreef, waarschijnlijk zijn zij tot het christendom bekeerd.

32 Bij het verlaten van het pretorium troffen ze een man uit Cyrene die Simon heette, en hem dwongen ze het kruis te dragen. (Matteüs 27: 32)

Wat is dat toch wat voor Simon van Cyrene! Staat hij daar gewoon te kijken, met vele, vele anderen naar wat er allemaal gebeurt. Hij hoort eerst het geschreeuw van de massa op zich afkomen en dan ziet hij soldaten en dan ziet hij ook de mensen die die soldaten voor zich uit drijven: mensen met zware dwarsbalken op hun rug! Hij weet: dat zijn weer mensen die moeten gaan hangen, er zijn er zo velen in de afgelopen tijd. Ze komen nu allemaal op hem af, ze moeten aan hem voorbij. - Hij was er toen gewoon maar even bíj gaan staan, want hij – op weg naar huis - kon er nu sowieso niet meer langs, daar in dat smalle steegje van Jeruzalem. Dan maar gewoon ook even mee gaan kijken.

Krachten uit je zuigen

Het laatste wat hij weet was dat hij getroffen werd door de aanblik van de man van smarten, die bloedend, lijdend in elkaar was gezakt. Wat een ellende! En echt zó zielig! Want zo iemand laten ze dan natuurlijk niet met rust, die laten ze dan niet zomaar liggen!!! Werkelijk alle krachten moeten uit die mensen op weg naar het kruis worden gezogen, zodat ze later, aan het kruis, sneller sterven. Er moet geschreeuwd en geslagen en gestompt worden. De mensen die gekruisigd moeten worden, kunnen echt het beste he-le-maal kapot zijn als ze op de schedelplaats aankomen, dan duurt het hangen voor hen tenminste niet meer zo lang!

Wat een ellende is dat nou voor de man van smarten, die dan zo in elkaar gezakt ligt. De soldaten nemen hem nog eens extra te grazen, met schreeuwen en stoten en slagen en spugen, hij mag wel éérder dood.

Maar niet te vroeg natuurlijk, dat ook weer niet. Daar heb je dan niets aan. Dat moet natuurlijk niet! Een dóde kun je niet meer kruisigen. Je moet ze nog wel kunnen kruisigen, dat wel natuurlijk, zij moeten de schedelplaats nog wel kunnen halen, dat is logisch.

Dan maar wat hulp er bij!

Simon van Cyrene weet het nog precies. Toen hij opkeek van de man van smarten, keek hij, daar bij die man, rechtstreeks in de ogen van de soldaat met die blik die hem al lang had verkoren! Dan zag hij hoe die soldaat hem naar zicht toewende met de woorden: “Jij, hey, jij daar! Jíj moet nu de balk gaan dragen, anders gaat die te vroeg dood! Kom, hier, aanpakken, jij!”

Hij moest wel.

Dus hij ging er maar naartoe. Zag de balk op de rug van de ingezakte man. Tilde die op, dit mengsel van ruw hout en zweet en bloed, pakte het op en ging er dan mee verder. “Heb ík dat weer. Waarom, waarom, moeten ze mij toch altijd weer hebben,” heeft hij toen nog gedacht.

Een boer uit het buitenland

Hij was een boer. Hij was een boer die – aan het einde van deze morgen - net van het land kwam, hij was even gaan kijken of er alles nog goed bijstond na de vorige nacht. Was hij maar een kwartiertje later weggegaan, dan had hij dit zo nu niet gehad!

Het moet zijn vieze boerenkleding geweest zijn, die de soldaat is opgevallen – of misschien zijn sterk postuur? Weet wie! Of misschien zijn buitenlands uiterlijk? Hij was, dat wist hij, donkerder dan de anderen in het land. Hij kwam immers uit Cyrene, uit Libië, uit Afrika! – Ach, je komt er toch niet uit, waarom het leven nou net jou moet hebben! Dat heb je dan te accepteren, daar doe je toch niets aan?

Simon van Cyrene, tegenbeeld van Simon Petrus

Simon van Cyrene. Hij is wel zo ongeveer het tegenbeeld van die andere Simon in de bijbel die ook Simon heet: Simon Petrus, Simon de Rots. Maar die is niet zo stevig als een Rots om iets te gaan dragen, mee te helpen dragen. Die Simon is als water weggevloeid. Hij heeft het niet meer áángekund, het lijden. Hij heeft zijn Jezus verloochend op het eind, en is gevlucht. Zo gaan die dingen dan soms ook! Niet iedereen kan alles áán!

Iemand gaat mee

Maar altijd gaat er iemand met ons mensen mee. En als de één het dan niet is, dan is het wel de ander. En als het de énder ook niet meer is, dan zijn het wel de engelen die jou dienen, of de gebeden van broeders en zusters vanuit de verte, of dan is het soms ook Jezus zelf wel die met zijn Geest voor God voor ons pleit met oneindig verzuchten, zoals Paulus zegt (Rom. 8). Totdat het leed geleden is - en overwonnen.

Mensen als Simon van Cyrene

Maar intussen zien wij vele, vele mensen voor ons als Simon van Cyrene.

Mensen die eigenlijk niet iets te maken hebben met het lijden in onze wereld, maar die dan toch gekozen worden, gekozen voor de Roepstem om mee te gaan helpen, mee te gaan helpen dragen midden in het lijden.

Ik moet denken aan al de mensen die op dit moment thuis iemand bijstaan die plotseling ziek geworden is. Niemand heeft voor die ziekte ooit gekozen, maar nu zit je wel samen in hetzelfde schuitje.

Of ik moet denken aan de buren, die hier in Sliedrecht in het afgelopen jaar iemand die heel eenzaam was, en die oud werd en zwak en ziek en die ging sterven…, zijn gaan helpen en bijstaan, tot het einde.

Ook moet ik denken aan al de buitenlands uitziende mensen, die er altijd weer door de politie uitgepikt worden om te worden gecontroleerd, in de straten van de stad, of in de stadia, of aan de grenzen van ons land, omdat zij er zo verdacht uitzien. Ze delen in het lijden van hun volksgenoten.

Of ik moet denken aan al de mensen die door brute regimes zomaar uit hun huizen werden gehaald, terwijl er niets aan de hand was, en werden gearresteerd en gemarteld en gedood. Ik denk aan de zonen en mannen en vrouwen en dochters van de moeders in Argentinië; aan de mannen en vrouwen van joodse afkomst, tijdens de 2e wereldoorlog; aan de mensen in de gevangenissen in China en Noordkorea op dit moment. Aan al de mensen die ook eerst allemaal een gewoon leven hadden, maar die dan opeens uit de anonieme massa meer of minder toevallig werden uitgekozen om méé te lijden!

Simon na de kruisiging

Wij weten helaas verder niet meer zoveel van Simon van Cyrene! Over hoe het dan verder is gegaan, allemaal. Heeft Simon van Cyrene zijn oude leven daarna gewoon weer opgepakt, of is hij ook toch nog veranderd door dit alles? De bijbel verklapt ons niet meer ál te veel. Alleen nog dit, iets eigenaardigs.

Bij Marcus staat dat Simon van Cyrene ook een familie had, een vrouw en ook twee zonen. Een van die twee zonen komt later nog een keer in de bijbel voor. Hij duikt 30 jaar later weer op, in een brief van Paulus. Paulus doet hem dan te groeten. Paulus doet in zijn brief aan de Romeinen doet in zijn brief de groeten aan heel veel mensen, maar dan zegt hij ook over de zoon van Simon van Cyrene, die Rufus heet: doet ook aan Rufus de groeten “die door de Heer is uitgekozen”, en diens moeder, “die ook voor mij een moeder is” geworden! - Simon heeft later vast begrepen, wie de man wás wiens last hij heeft gedragen.

Hij is toen die man waarschijnlijk gaan leren waarderen en gaan vertrouwen en zo “tot geloof gekomen”, zoals dat heet. Rufus, zijn zoon, en diens moeder, zijn vrouw, zijn hem daarin gevolgd.

Mensen die de levenslast van een ander mens een tijdlang mee moeten helpen dragen, veránderen

Zo gaat dat vaak: daar waar mensen de levenslast van een ander mens een tijdlang mee moeten helpen dragen, veránderen ze.

En best wel vaak komen ze dan ook Gód nog tegen, die ook altijd het lijden van mensen mee helpt dragen en die ons mensen dan waar Hij maar kan, daarbij steunt en helpt!

In navolging van Jezus : Kruis dragen


"Wie zijn kruis niet draagt en achter Mij komt (Mij navolgt), kan Mijn discipel niet zijn." Lukas 14, 27

Kruis dragen is moeilijk, dat weten we allemaal. En het valt ook niet gemakkelijk daarover te spreken. Toch is het goed, wanneer je het wel doet, want je merkt dan dat je niet de enige bent die een kruis te dragen heeft. Als we eens achter al die mooie voordeuren konden kijken...Zegt het spreekwoord niet: elk huisje heeft zijn kruisje? Het is denk ik vooral goed om dat vanuit de Bijbel te doen, praten en nadenken over het kruis. Omdat er dan Licht schijnt vanaf het Grote Kruis, dat Christus voor ons gedragen heeft. Troostrijk Licht op al die kleine kruisjes van ons, hoe groot ze ons ook toeschijnen!

Wat verstaan we eigenlijk onder "kruis"? Allerlei zaken, die we liever niet hebben. Ik denk aan ziekte en dood, aan teleurstelling, pijn in het hart. Ik denk ook aan verlatenheid, eenzaamheid, je bedrogen voelen, ongelukkig zijn. Soms komt het door je zelf, eigen schuld. Soms komt het heel langzaam aansluipen, maar het kan er ook direct zijn, van het ene op het andere moment, verbijsterend als een vloedgolf. Je verliest je man of vrouw, een kind, je krijgt een hersenbloeding, je raakt gehandicapt, je verliest je baan.

Het leed komt overal, in duizend vormen. We zijn er niet blij mee, integendeel. We vluchten er voor weg en moeten er maar liever niet aan denken. Maar er is geen ontkomen aan. En nu draag ik het met me mee, een groot kruis. "Hoe lang nog?" denk ik dan. En ik ben niet de enige, gelukkig maar. Ik zie het aan alle kanten om me heen. "De ganse schepping zucht tezamen en is in barensnood" zegt Paulus al in de Romeinenbrief.

Nood leert bidden. Hebben we dat niet vaak gehoord? Van mensen moet je 't toch niet hebben, dat is allemaal stukwerk. Van de dieren dan, van de bomen en de vogels? Die kunnen niet spreken. Niemand antwoordt op mijn klagen. Maar God dan? Overal klinkt de roep omhoog: God, waarom toch? Eerst zuchtend, dan roepend, tenslotte schreeuwend en vloekend.

"Mijn tranen zijn mij tot spijze, dag en nacht... Mijn God, ik roep, maar Gij antwoordt niet... " (Psalm 42).

"Keer weder o Here, hoe lang nog?" (Psalm 90).

Ja, nood leert bidden. Maar zou het wel helpen? Soms merk je daar niets van, van die hulp. Zou God me wel horen? God is vaak zo verborgen, onzichtbaar. En toch zegt de Bijbel, dat Hij de God van de mensen is, van het volk Israël, van Jezus en van al die mensen die op Hem vertrouwen. We moesten Hem maar vasthouden en niet ophouden met bidden. Vroeger konden we met zo veel overtuiging zingen:

"Ik blijf de Heer verwachten, mijn ziel wacht ongestoord. Ik hoop in al mijn klachten op Zijn onfeilbaar Woord" (Psalm 130, 3 Oude Berijming).

Dus toch maar volhouden, vurig blijven bidden tot God in je nood, met je kruis. Laat het aan God weten, wat je voelt, hoe je lijdt, hoe wanhopig je soms bent en hoe schuldig jij je voelt. Houdt de Heer vast en vertrouw op de woorden van de Heiland: Zou God geen recht doen aan Zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen en laat Hij hen wachten? (Lukas 18,7).U weet wel: dat slaat op die weduwe, die op de rechter een beroep deed. Dag en nacht staat zij bij hem voor de poort, tot de rechter tenslotte overstag ging. Zou het dan bij ons anders zijn?

Op een gegeven moment, op Zijn tijd, komt God met Zijn troost en nabijheid. Daar mogen we op rekenen! Misschien is Gods antwoord niet datgene, wat we Hem gebeden hadden. Misschien komt God niet met de oplossing, die wij bedacht hadden. God heeft Zijn eigen manier van oplossen. Zijn gedachten zijn zo anders, zo veel hoger dan onze gedachten. Als we maar weten, dat Hij met ons bezig is en niet laat varen de werken van Zijn handen. Daar horen wij ook bij, ieder van ons persoonlijk. Hoe dan ook, wij vallen in Zijn hand, en niet in die van Satan en mensen.

Als we dat weten, kunnen we ook ons kruis aanvaarden. Niet, dat 't weg is, nee dat niet, en het doet ook nog even zeer. Maar... ik kan er tegen, ik ga er niet aan onderdoor. Het is niet meer een noodlot, dat mij verplettert. Het wordt veeleer een gave en opgave uit Zijn hand. Niet een onvermijdelijk noodlot, maar een lot, een levensbestemming van Godswege. Aanvaarden van je kruis betekent, dat je 't overgeeft aan die God, Die 't wel weten zal en Die het ook met jou dragen zal. En dan houd je op met roepen en zuchten. Dan wordt het helemaal stil in jou. De rust van God Zelf daalt in je neer. En je voelt je een gelukkig en gezegend mens.

Er zijn tal van voorbeelden van mensen, die het zó ervaren hebben. Te beginnen bij Paulus, met zijn doorn in het vlees. God zei tegen hem: "Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht." Veel gehandicapten vandaag laten dat ook zien: hoe je met je handicap toch een zeer gelukkig en geslaagd mens kunt zijn.

Wie zijn kruis niet draagt en Mij navolgt, kan mijn discipel niet zijn, zegt Jezus

Dragen is een dagelijks werk, het vergt oefening en uithoudingsvermogen. Elke dag weer moet je de confrontatie aangaan met dat kruis. Je neemt het op je en je draagt het achter Hem aan. Mensen kunnen dat soms niet begrijpen. Ze zien ook alleen maar de buitenkant: het gebrek, de ellende, je ongeluk. Ze zien niet het wonder van Gods vertroosting, dat binnen in jou zit.

Elke dag is ook een nieuwe strijd. Want het gaat niet zo maar, dat opnemen van het kruis. Het is heel zwaar werk en je moet er strijd voor voeren. Strijd met je zelf, die liever anders zou zijn, zonder dat kruis. Want wie wil dat nou? Strijd ook met de Satanische machten, die je influisteren: waaraan heb jij dat nou verdiend? Daarom moeten we 't Jezus nadragen, want Hij weet wat het is, kruis dragen. Heeft Hij niet Zelf Zijn loodzware kruis gedragen? Voor ons? Daarom kan Hij ons daarbij helpen. Hij is de Enige, Die dat kan. De schrijver van de Hebreeënbrief weet het zo duidelijk te zeggen: "Laat ons oog daarbij alleen gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder van het geloof, die, om de vreugde welke vóór Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende... "(Hebreeën 12).

Zo dragen wij het kruis achter Hem aan en het mag ook ons een vreugde worden, omdat we al mogen uitzien naar datgene dat vóór ons ligt: de overwinning van ziekte en dood, Pasen, het eeuwige leven. Eens zal het over zijn. Dan is het kruis dragen voorbij. Over en uit. Daar zien we naar uit, en zó wordt het kruis dragen in het heden een erezaak net als bij Simon van Cyrene. Wij staan daarbij gericht op de heerlijke toekomst!

Als we ons kruis zó dragen wordt het ook tot steun en troost van anderen. Alleen getroosten kunnen troosten. Nu brengen wij anderen bij Christus' kruis, waar wij zelf nieuwe hoop ontvingen en kracht om ons kruis op ons te nemen en dagelijks te dragen. Ook anderen zullen die kracht ontvangen. Kruisdragers worden tot een zegen gesteld! Zó mag ik discipel van de Heer zijn en wordt het Woord van de Heer in mijn leven vervuld:

"Wie zijn kruis niet draagt en Mij navolgt, kan Mijn discipel niet zijn" want het omgekeerde is natuurlijk óók waar: "Wie zijn kruis wél draagt en Mij navolgt, zal Mijn discipel zijn."

Google
WWW Zoeken op  Holyhome.nl
BIJBEL Gericht zoeken in de Bijbel (woorden-namen-plaatsen-vers)
 
Freelance Web Designer