OUDE WANDTEGELS met BIJBELSE
TAFERELEN
BIJBELS TAFEREEL 013

KAÏN EN ABEL

LGenesis 4 : 1 - 16
1 De mens, Adam, had gemeenschap met Eva, zijn vrouw, en zij werd
zwanger en bracht Kaïn ter wereld. ‘Met de hulp van de
HEER,’ zei ze, ‘heb ik het leven geschonken (4:1) Kaïn
[...] het leven geschonken – In het Hebreeuws is er een woordspel
tussen de naam Kaïn en het werkwoord qana, ‘het leven
schenken aan’.aan een man!’ 2 Later bracht ze zijn broer
ter wereld, Abel. Abel werd herder, Kaïn werd landbouwer. 3 Op een
keer bracht Kaïn de HEER een offer van wat hij had geoogst. 4 Ook
Abel bracht een offer; van de eerstgeboren dieren van zijn kudde koos
hij de mooiste uit. De HEER merkte Abel en zijn offer op, 5 maar voor
Kaïn en zijn offer had hij geen oog. Dat maakte Kaïn woedend,
zijn blik werd donker. 6 De HEER vroeg hem: ‘Waarom ben je zo
kwaad, waarom kijk je zo donker? 7 Handel je goed, dan kun je toch
iedereen recht in de ogen kijken? Handel je slecht, dan ligt de zonde
op de loer, begerig om jou in haar greep te krijgen; maar jij moet
sterker zijn dan zij.’ 8 Kaïn zei tegen zijn broer Abel:
‘Laten we het veld in gaan.’ (4:8) Kaïn zei tegen zijn
broer Abel: ‘Laten we het veld in gaan.’ – Volgens de
oudste vertalingen. MT: ‘Kaïn zei tegen zijn broer
Abel.’Toen ze daar waren, viel hij zijn broer aan en sloeg hem
dood. 9 Toen vroeg de HEER: ‘Waar is Abel, je broer?’
‘Dat weet ik niet,’ antwoordde Kaïn. ‘Moet ik
soms waken over mijn broer?’ 10 ‘Wat heb je gedaan?’
zei de HEER. ‘Hoor toch hoe het bloed van je broer uit de aarde
naar mij schreeuwt. 11 Daarom: vervloekt ben jij! Ga weg van deze plek,
waar de aarde haar mond heeft opengesperd om het bloed van je broer te
ontvangen, het bloed dat jij vergoten hebt. 12 Ook al bewerk je het
land, het zal je niets meer opbrengen. Dolend en dwalend zul je over de
aarde gaan.’ 13 Kaïn zei tegen de HEER: ‘Die straf is
te zwaar. 14 U verjaagt mij nu van deze plek en ik mag u niet meer
onder ogen komen, en als ik dan dolend en dwalend over de aarde moet
gaan, kan iedereen die mij tegenkomt mij doden.’ 15 Maar de HEER
beloofde hem: ‘Als iemand jou doodt, zal dat zevenmaal aan hem
worden gewroken.’ En hij merkte Kaïn met een teken, opdat
niemand die hem tegenkwam hem zou doodslaan. 16 Toen ging Kaïn bij
de HEER vandaan en hij vestigde zich in Nod, (4:16) Nod – Nod kan
worden vertaald als ‘dwaling’.een land ten oosten van Eden.
Kaïn,
de oudste van de twee, was landbouwer; Abel was schaapherder. Kaïn
doodde zijn broer, omdat God Abels dieroffer wel aannam, maar het offer
van Kaïn, een deel van de oogst van het land, niet. Hoewel
jaloezie voor de hand ligt, vermeldt het verhaal (in Genesis 4) geen
reden voor de broedermoord, noch voor Gods voorkeur. Mogelijk had het
laatste te maken met de grotere waarde die God hechtte aan een offer
waarbij een dier gedood moest worden waaraan men zich gevoelsmatig kan
binden.
God ondervraagt Kaïn waar zijn broer is, waarop deze antwoordt met
"Ben ik mijn broeders hoeder?" Om zijn daad wordt Kaïn door God
vervloekt en verdoemd tot zwerven (Gen. 4:11). Hij trekt naar "het land
Nod, ten oosten van Eden" (Gen. 4:16); nod is echter Hebreeuws voor
"zwervende", wat kennelijk impliceert dat met dit woord niet de naam
van een land wordt bedoeld, maar de doelloosheid waarmee Kaïn in
eerste instantie de wereld in trok. Later sticht Kaïn een stad, de
eerste die in de Bijbel genoemd wordt, die hij naar zijn zoon Henoch
noemt. Verder brengt God op Kaïn een "teken" aan, zodat niemand
hem kwaad zal doen. Zijn eventuele moord zal zevenvoudig worden
gewroken, belooft God Kaïn.
( Na Abels dood krijgen Adam en Eva nog een zoon, die zij als
'vervanging' van Abel beschouwen. Zij noemen hem Seth. Omdat de
genealogieën van Kaïn en Seth sterk overeenkomen qua namen,
is het idee geopperd dat Seth mogelijk een latere toevoeging aan het
verhaal is, om te voorkomen dat alle mensen volgens Genesis van de
broedermoordenaar Kaïn zouden afstammen.)
Verhaal voor de kinderen: Kaïn en Abel
Eva wérd moeder, ‘Zij werd moeder van twee zonen. Eerst
werd Kaïn geboren. “Wat een mooi schepsel heb ik van God
gekregen,“ zei Eva dankbaar. Daarom noemde ze hem Kaïn:
Schepsel. Even later verscheen haar tweede zoon. Kaïn moest een
beetje opschuiven in de wieg, zijn broertje moest erbij. Zo te zien was
Kaïn daar helemaal niet blij mee, hij begon driftig te trappelen,
hij was liever alleen gebleven. Als je een broertje hebt, moet je
altijd alles delen, je bent niet meer de baas over je eigen spullen.
Nee, Kaïn vond het maar niets, en zo heette dat broertje toevallig
ook: Abel. Dat betekent Niets, Lucht. Kaïn wilde nooit met Abel
spelen, hij deed net alsof hij niet bestond en toen ze groot waren
geworden, gingen ze ieder een andere kant op : Kaïn werd
landbouwer, Abel schaapherder. Hoefden ze elkaar niet zo vaak te zien.
Maar op een dag zagen ze elkaar weer. Dat kwam zo: Kaïn had
bedacht dat hij God wilde bedanken voor de oogst. Er stond prachtig
koren op zijn land, de druiventrossen in de wijngaard zaten vol sap en
aan de bomen hingen de mooiste vruchten. Kaïn vulde er een mand
mee en ging naar een heilige plaats op de heuvel om de Heer te danken
voor alle goede gaven die hij hem had gegeven. Net toen hij zijn
dankgebed wilde uitspreken, hoorde hij het gemekker van een bokje
achter zich. Hij keek om. Waarachtig, daar had je Abel. Dacht hij
eindelijk van zijn broer verlost te zijn, duikt hij ineens weer op. Wat
moet die hier nu ?
Abel had hetzelfde bedacht als Kaïn. Er waren lammetjes en bokjes
in zijn kudde geboren en ook hij wilde naar de heilige plaats op de
heuvel om de Heer te danken voor al zijn goede gaven.
God was ook in de buurt. Hij wilde net kijken hoe de jongens het
maakten, toen hij hen de heuvel op zag komen. God keek naar Abel en
zijn geschenk, naar Kaïn en zijn geschenk keek hij niet, want hij
kon natuurlijk niet naar twee kanten tegelijk kijken. En als God moet
kiezen welke kant hij opkijkt, kiest hij altijd voor de kleinste, de
minste. En had Kaïn nu ook maar naar Abel gekeken, net zo
liefdevol als God, dan was er niets gebeurd, dan had hij zijn broer
zien staan. Maar dat was nu net de narigheid met Kaïn, hij zag
Abel nooit staan, hij dacht alleen maar aan zichzelf. Kaïn keek
kwaad naar de grond.
„Wat is er met jou aan de hand?“ vroeg God. „Je kijkt
mij niet aan, je kijkt je broer niet aan. Waarom ben je zo boos?“
Kaïn zei niets terug. Hij kon God wel vermoorden. En Abel erbij.
Hij draaide zich woedend om en liep snel de heuvel af. Hij wilde niets
met ze te maken hebben.
Niet lang daarna waren de twee broers in het open veld, ver van huis.
“Nu moet het gebeuren, “zei Kaïn tegen zichzelf,
“nu sla ik hem dood.”
De aarde kleurde rood van het bloed. De eerste mens die uit een vrouw
werd geboren, was een moordenaar geworden. De eerste dode was een
vermoorde.
Een vermoorde broeder.
“Kaïn, waar is Abel, je broeder?” De stem van God!
“Ik weet het niet. Moet ik soms voor hém zorgen? Ben ik de
hoeder van mijn broeder?” “Wat je zegt, Kaïn, wat je
zegt! Jij bent de hoeder van je broeder. Maar je wilde het niet zijn.
Jij wilde het rijk alleen hebben. Hoor, Abels bloed roept tot mij
vanuit de aarde. Je bracht wel je goede gaven naar de heuvel, maar je
broer zag je niet staan. Daarom zeg ik: weg van hier, jij, weg uit dit
land! Weg van de grond die nu rood is gekleurd van Abels bloed .
Zwalken en zwerven zul je over de aarde, steeds op de vlucht.”
Kaïn viel op zijn knieën. “O God, “ zei hij,
“mijn schuld is te groot om te dragen. Ik moet uit uw ogen
verdwijnen. Als een vluchteling zal ik zwalken en zwerven over de
aarde, vogelvrij, en wie mij vindt, zal mij doden.”
“Nee, dat zal niet gebeuren,” zei God. “Wie jou wil
vermoorden, zal daar een leven lang voor moeten boeten. Ik verlies je
niet uit het oog, Kaïn Ik zal ervoor zorgen dat niemand je
doodt.”
Omdat God kiest voor de zwakke, het altijd opneemt voor wie in
verdrukking zit, ontfermde hij zich eerst over de weerloze Abel en
daarna, trouw aan zichzelf, over de ontredderde Kaïn. God laat ook
hem niet vallen.
Kaïn en Abel - over goed en kwaad
Eenvoudig
gezegd is Gen 4 een duidelijk hoofdstuk, er zijn twee soorten mensen.
Het goeden worden beloond en de kwaden gestraft. In vogelvlucht de
uitleg van Gen.4. In een kinderbijbel wordt je het al vroeg geleerd. In
die kinderbijbel wordt Kaïn ver weg gestuurd van zijn vader, en
staat er dan, Kaïn is nooit van de Here gaan houden. En dat
laatste zinnetje doet de deur dicht. Want als je het verhaal van
Genesis leest, dan denk je; is dat wel zo? Is Kaïn nooit van God
gaan houden. Dat is een vraag waar we misschien achter gaan komen.
Gen.4 is heel simpel, zo zegt men, want in Gen.3, daar heb je de eerste
zonde en in Gen.4 gaat het van kwaad tot erger. Daar gaan ze elkaar
dood maken. Maar is dat het enige wat we van Gen.4 kunnen leren?
Het valt op, dat het heel enthousiast begint. Er zijn een vader en moeder en die krijgen een kindje.
De
mens nu had gemeenschap met Eva, zijn vrouw, en zij werd zwanger en
baarde Kaïn; en zij zeide: Ik heb met des Heren hulp een man
verkregen.
Eva zegt letterlijk: Ik heb met de Here een man voortgebracht, niet een
zoon maar een man. Kaïn betekent Schepsel of het wordt ook wel
vertaald met smid. Maar er komt nog een kind. Vers 2 Voorts baarde zij
zijn broeder Abel. Deze zoon krijgt ook een naam. Abel, de naam Abel is
niet zo geweldig. In het Hebreeuws is de naam Abel hetzelfde woord als
waar het boek Prediker mee begint ”ijdelheid der
ijdelheden” Abel betekent: “IJdelheid. Wat een naam. Dus
Abel is duidelijk de mens van de tweede plaats. Wonderlijk is het ook
als je Gen.4 leest. Er staat er nergens “en Abel sprak”. De
stem van Abel hoor je niet. Tot zover is het een simpel verhaal. Een
vader en een moeder en twee jongens. Maar als je verder leest is het
een heel bijzonder verhaal.
Abel
werd schaapherder, Kaïn landbouwer. Naar verloop van tijd nu
bracht Kaïn van de vruchten der aarde aan de Here een offer en
Abel bracht er een van de eerstelingen zijner schapen, van hun vet; en
de Here sloeg acht op Abel en zijn offer, maar op Kaïn en zijn
offer sloeg Hij geen acht
Hier komen meestal de misverstanden. Ze brengen allebei een offer; en
het ene offer wordt aangenomen en het ander niet. In de “Groot
nieuws Bijbel” staat een plaatje afgebeeld waarop je ze allebei
ziet staan bij altaar. En daar gaat de rook van het ene offer omhoog en
de rook van het andere offer gaat met een boogje omlaag. De
één wordt aangenomen en de andere niet. Alleen dat staat
er niet. Er staat” Kaïn bracht van de vrucht van de akker
een geschenk aan de Here een geschenk, een cadeau. “En Abel, ook
hij bracht een geschenk van het vee”. Dus Kaïn begint met
een geschenk te brengen vanuit zijn beroep, En Abel doet hetzelfde.
Allebei een geschenk voor God. Kaïn en Abel brengen een
geschenk. Maar Kaïn had geen geschenk mogen brengen van de
aardbodem, vanwege de vervloeking van de aardbodem. Dat zou de reden
zijn dat God geen aandacht schonk aan het geschenk van Kaïn.
Toch zijn hierbij een paar opmerking bij plaatsen. Er staat dus niet
offer, maar geschenk. Er staat ook helemaal niet dat er een altaar was.
Over een altaar wordt niet gesproken. Van een offerdienst was nog geen
sprake. En wat is de reactie van God. Lett.”de Here had aandacht
voor Abel en zijn gave en geen aandacht voor Kaïn en zijn
gave” Je moet je voorstellen dat net als in Gen.3 vers 8 de Here
wandelde tussen twee mensen, net zoals in de hof. Het was niet zo, dat
er een offer naar boven moest, Nee, de Here God is gewoon bij de mensen
beneden. En dan de vraag. Als God nu aandacht geeft aan een mens, aan
wie geeft Hij dan aandacht? Want nu kom je op het basisprincipe van het
hele Bijbelse denken.
De aandacht van God gaat altijd uit naar de minste. Dus naar Abel, naar
IJdelheid, de stille. Daarom heeft God aandacht voor Abel. En Kaïn
had zich juist moeten verblijden, dat God aandacht had voor Abel.
Nogmaals één van de basisprincipe van de Bijbel is, Wie
achter is mag voorgaan, vele laatste zullen de eerste zijn. In het 6e
vers staat Toen werd Kaïn zeer toornig en zijn gelaat vertrok. Hij
ontsteekt in woede, hij wordt witheet. Er wordt in dit vers een heel
aparte uitdrukking gebruikt nl. “zijn aangezicht ging
vallen:” Met je aangezicht ontstaat er contact zie maar in Ex.33
vers 11.En de Here sprak tot Mozes van aangezicht tot aangezicht. Met
een “gevallen aangezicht” kun je geen contact hebben met de
ander. Kaïn krijgt dus geen aandacht. Maar God met hem praten.
Tot tweemaal toe lees je in dit hoofdstuk, dat God een gesprek
aanknoopt met Kaïn. God zegt in vers 6 waarom is je aangezicht
gevallen. Moogt gij het niet opheffen, indien gij goed handelt? Doch
indien gij niet goed handelt, ligt de zonde als een belager aan de
deur, wiens begeerte naar u uitgaat, doch over wie gij moet heersen.
God zegt; je mag je aangezicht opheffen, daarvoor ben je bestemd, het
geschenk was goed, maar je moet je aangezicht niet laten vallen, want
dan doe de ander te kort. Je mag met opgeheven aangezicht leven. Denk
maar aan die prachtige zegenbede van Aäron: De Here doe zijn
aangezicht over u lichten. De Here verheffe zijn aangezicht over u.
Op dit moment dat God met Kaïn praat, kan Kaïn nog kiezen.
Hij zegt; welke kant ga je op. Je kunt nog “heersen over de
zonde” Maar wat is het antwoord dat Kaïn geeft. Hij zwijgt
tegen over God.
Dan komt het fatale moment dat ze samen in het veld staan en Kaïn
zijn broeder doodde. Een moment dat hij nooit meer terug kan draaien.
Reken maar dat het een wonderlijk moment is geweest. Vergeet niet, dat
dit het eerste sterfgeval op aarde was. Ze hadden nog nooit een mens
dood zien gaan. En Kaïn staat erbij en hij kijkt. Dan komt het
tweede gesprek van God.
Weer een vraag: in Gen.3 “Adam, waar zijt gij” In Gen. 4
vers 9 “waar is uw broeder”. Dan zegt hij “ben ik de
bewaarder van mij broeder”. Ja, inderdaad dat was hij. Althans,
dat had hij moeten zijn. Adam moest de hof bewaren, Kaïn zijn
broeder. De fout ligt hierin, heeft Kaïn, Abel ooit wel gekend,
was er liefde voor Abel, daar zit het probleem, niet in het geschenk,
maar in het gebrek aan liefde. Kaïn heeft nooit Abel echt gekend.
God zegt: Wat hebt gij gedaan? Hoor, het bloed van uw broeder roept tot Mij van de aardbodem
Dat is de kernvraag: Waar roept het bloed om? Er staat lett.
“De stem van het bloed van uw broeder.” Er zijn veel
uitleggers die zeggen dat het bloed van Abel om wraak roept. Dat is
niet waar. Want het Hebreeuwse woord dat hier gebruikt wordt betekend
bijna altijd “schreeuwen om hulp”. Het bloed van Abel
schreeuwt om hulp. Abel deed zijn mond niet open; als een lam dat ter
slachting geleid wordt, en als een schaap dat stom is voor zijn
scheerders, zo deed hij zijn mond niet open {Jes. 53 vers 7}. De Here
Jezus is een Abel geworden tot in de dood. Zie het lam Gods, dat de
zonde der wereld wegneemt {Joh1 vers 29} En als Kaïn in vers 14
tot de ontdekking komt dat zijn misdaad te groot is om te dragen, dan
wordt er al gewezen naar Christus. Kaïn belijdt hier zijn schuld.
Er wordt zo gemakkelijk gezegd “Kaïn is nooit van de Here
gaan houden”.
Maar als hij nu zijn schuld belijdt! Is dat dan niet goed, telt dat dan
niet. We moeten het maar heel serieus nemen wat Kaïn hier doet.
“Mijn misdaad”. Hij geeft niet de ander de schuld, nee hij
zegt ”mijn misdaad is te groot om te dragen” En die zie je
Het Lam van God, dat de zonde ook van Kaïn wegdraagt. Christus
zegt: Laat Mij het maar dragen, want ik kan het beter dan jij.
Kaïn bekend het “Ik kan het niet dragen” Tegen zo
iemand zegt de Vader. Ik heb je lief. God heeft de mens lief. God laat
zijn aangezicht niet vallen, maar Hij kijkt mensen aan en zegt: Jij mag
Mij aankijken. De Vader knoopt altijd weer een gesprek aan met ons. God
zoekt contact en dat is zo mooi in Gen.4. God zet altijd weer een deur
open. Want is er leven na de dood van Abel Gen.4 is het verhaal van de
mensheid tot op de dag van vandaag.
In vers 14 zegt hij ik zal voor uw aangezicht verborgen zijn. Let
op dat woord “aangezicht” Op dat moment voelt Kaïn zo
alleen, Hij is het “aangezicht van God kwijt”. En toch is
dat niet het laatste woord.
Dan is het gesprek tussen God en Kaïn ten einde.
Toen ging Kaïn weg van het aangezicht des HEREN en ging wonen in het land Nod, ten oosten van Eden
Er zijn uitleggers die het "weggaan van het aangezicht des HEREN"
uitleggen als het definitieve einde voor Kaïn. Dat is onzin. Het
gesprek was ten einde en Kaïn zou zijn verdiende straf zwervend
ondergaan, maar onder de bescherming van God. Want er staat: ten oosten
van Eden. Kaïn woont in ballingschap, maar…. Met uitzicht
op Eden.
Alleen al dat kleine regeltje “ten oosten van Eden” is de
Blijde Boodschap in het kort. Staande kijkt hij naar Eden”, met
verdriet in zijn hart “ik zie en poort wijd open staan, waardoor
het licht komt stromen. Dat is Gen.4 De heersende gedachte is: Gen.4 is
alleen maar ellende. Maar Gen.4 is ook verlossing. Want zie maar in
vers 15 Toen zeide de Here tot hem; geenszins; ieder die Kaïn
doodt, zal zevenvoudig boeten. En de Here stelde een teken aan
Kaïn, dat niemand, die hem zou aan treffen, hem zou verslaan.
{Gen.4 vers 15}
Wat is nu dat teken?
Vaak is het zo als God in de Bijbel een teken geeft, dan is dat heel
vaak een mens, zie maar in Jes.7 vers 14 over de jonkvrouw die zwanger
zal worden. Enz Uiteraard is het grootste teken aller tijden de Here
Jezus Christus. Want toen Hij aan het kruis van Golgotha hing en er
midden op de dag “duisternis kwam over het gehele land” was
dat hét teken der tijden, Er staat ook dat “het teken van
de zoon des mensen zal verschijnen”{Matth.24 vers 30}. En
Kaïn krijgt ook een teken. Dan staat er zo bijzonder En Adam had
weer gemeenschap met zijn vrouw en zij baarde een zoon en gaf hem de
naam Set, want God heeft mij een andere zoon gegeven in plaats van
Abel; hem immers heeft Kaïn gedood. Vers 25.
Moet je op letten, aan het begin van het hoofdstuk” baart zij een
man” en nu een “zoon” En dat duidt op zoon der
belofte. Dat woord zoon heeft een meerwaarde. Waarom Set? Set heeft een
paar betekenissen.
1e Plaatsvervanger. “Want God heeft mij een ander zaad
gegeven”. In de grondtekst staat geen “zoon” maar
“zaad”. Want dit is het zaad der belofte. Dus Set wordt de
plaatsvervanger.
2e En dat is de meest letterlijke de gestelde. Hij wordt gesteld in de
plaats van Abel. Dus het teken dat Kaïn krijgt is Set.
Dat teken dat God aan Kaïn geeft, is een nieuwe broeder. God zegt
als het ware, je hebt je ontdaan van Abel. Je wilde een leven zonder
broer. Maar Ik geef je een nieuwe broeder, een plaatsvervanger. En dan
neemt de Plaatsvervanger van alle “Kains” je bij de hand,
en Hij, De Christus gaat de weg wijzen naar het Vaderhuis. De vraag is:
Wil je in Set het teken zien, dat God jou de hand reikt. Kaïn
krijgt maar één teken, en dat is deze broeder, de
plaatsvervanger.
En dat is het hart van het Evangelie
De Plaatsvervanger, De Here Jezus Christus, hij is onze Plaatsvervanger
geworden. Hij werd de Set van God gesteld en gegeven. En het Woord
zegt; Hij wil je bij de hand nemen, dan zal Hij je brengen naar het
Vaderhuis. 3e De naam Set heeft nog een betekenis n.l. fundament. Dus
deze Set, hij wordt het fundament van de nieuwe schepping. Als je denkt
dat alles kwijt is: Abel is dood, Kaïn weet niet meer waar hij het
zoeken moet, maar dan legt God een “fundament” waarop de
Vader opnieuw gaat beginnen.
En trek de lijn maar door. 1Kor.3 vers 11: Want een ander fundament,
dan dat er ligt, namelijk Jezus Christus, kan niemand leggen. Hij is
het fundament geworden van de nieuwe schepping, de basis, de grondslag.
Hij ging aan het kruis en Hij wordt Abel. Hij wordt de Zoon des mensen,
of Zoon van Adam, en dat is Abel. In Abel zie je het type van Christus,
Hij hangt daar. Hij wordt aan de kant geschoven en tussen hemel en
aarde gehangen. Verworpen; zijn leven hangt daar als een Abel; een
ademtocht, IJdelheid leeg. Weet u: Hij werd mishandeld, maar hij liet
zich verdrukken en deed zijn mond niet open; als een lam dat ter
slachting geleid wordt, en als een schaap dat stom is voor zijn
scheerders, zo deed hij zijn mond niet open. {Jes.53 vers 7}. Maar toen
Hij zijn mond opendeed aan het kruis kon Hij alleen maar zeggen: Vader
vergeef het hun want ze weten niet wat ze doen. {Luk 23 vers 34}.
Kaïn
sloeg Abel dood en hij kreeg Set, de Plaatsvervanger. De mens sloeg
Jezus aan het kruis, en we kregen de opgestane Christus.
Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in
het Koninkrijk van de Zoon Zijner liefde. Van de uitdrukking “de
Zoon Zijner Liefde” worden verschillende verklaringen gegeven.
Volgens vele uitleggers is de liefde van de Vader voor zijn Zoon, Jezus
Christus bedoelt. Andere menen, dat de liefde van de Vader voor een
verloren wereld is bedoeld. “De Zoon Zijner liefde” zou dan
betekenen: De Zoon, die de Vader ons uit liefde schenkt of: De Zoon,
die de liefde van de Vader aan ons heeft geopenbaard.
Beide verklaringenzijn mogelijk. Het gaat erom dat de Vader
verlossing heeft teweeg gebracht. Omdat Hij de wereld lief had, gaf Hij
zijn eniggeboren Zoon om de verlorenen met zichzelf te verzoenen {Joh.3
vers16; Rom5 vers 8} De Vader was vóór ons, niet tegen
óns.
Onvoorstelbaar diep is Christus gegaan. Hij verliet de hemel en nam de
menselijke natuur aan, met alle zwakheid en vergankelijkheid die
daarmee gepaard gingen en werd gehoorzaam tot de dood, ja de dood des
kruises. Zo kon Hij Heer worden van levende doden {Joh12vers 32-33} Hij
nam de zonde op zich om die weg te dragen en die vergoed te begraven.
{Rom8 vers 3-4} Hij is de Eerstgeborene der ganse schepping, daaruit
blijkt dat de opgestane en verheerlijkte Christus als eerste de
eindbestemming van de hele schepping heeft bereikt. Christus is
“het Begin der schepping Gods” te weten. De voltooide
schepping, de “de nieuwe schepping {2Kor5 vers 17}”Zoals
wij het beeld van de stoffelijke {mens, d.w.z. van Adam} gedragen
hebben, zo zullen wij ook het beeld van de hemelse {Christus} dragen
{1Kor.15 vers 49}”en door Hem, vrede gemaakt hebbende door het
bloed Zijns kruises, alle dingen weder met Zich te verzoenen, door Hem,
hetzij wat op aarde, hetzij wat in de hemelen is {Kol.1 vers 20} De
Vader heeft zich voorgenomen om door zijn Zoon een verzoening van
ontzaglijke omvang tot stand te brengen.
Volkomen verzoening
Alles wat door de Zoon geschapen is en die in Hem hun bestaan hadden,
zullen door Hem ook eenmaal met God verzoend worden. Die verzoening zal
tot stand komen op basis van liefde en vrede die Christus gemaakt heeft
door het bloed van het kruis. Het is een volkomen verzoening. Niets kan
er iets afgedaan worden of toegevoegd worden. Van zondaar tot een kind
van God. Van een vervolger, in een apostel, van een Kaïn in een
Set. Waar nu nog overal strijd, onenigheid, opstand tegen God is, zal
uiteindelijk volmaakte vrede zijn. Niet de mens maakt vrede, alleen
Christus maakt die door het bloed van Zijn kruis. Christus opstanding
heeft alles verzoend met de Vader. Vrede is dan niet de afwezigheid van
onenigheid, maar innerlijke rust die te maken heeft met inzicht in Gods
plannen en bedoelingen. De vrede die de wereld geeft berust op
voorspoed en de afwezigheid van strijd en moeilijkheden. Maar de vrede
die Christus schenkt, berust op het kennen van de Vader.
Daarom is het triest dat de meeste uitleggers van Kol.1 vers 20
beweren, dat het “bloed van het kruis” vrede heeft gemaakt
door de toorn van de Schepper af te wenden, voor de schuld van de mens
te betalen. Men beweert dat Hij in Christus zichzelf met de wereld
verzoenden was, dat Hij ernaar streefde om Zijn eigen toorn tot bedaren
te brengen en Zijn eigen gunst te winnen. Maar in werkelijkheid is het
zo dat de Vader de wereld zo lief heeft, dat Hij bereid was om mens te
worden en voor die wereld te sterven, om haar Zijn liefde te tonen. De
Vader was in Christus niet Zichzelf met de wereld verzoenende, maar de
wereld met zichzelf verzoenende {2Kor.5 vers 19}. Hij was er niet op
uit om Zijn eigen gunst te winnen, maar om Zijn schepselen van vijanden
in kinderen te veranderen.
Zo wordt het ook in Kol.1 vers 20 gezegd: Het behaagde de Vader.. om
het al {dingen staat er niet} weder met Zich te verzoenen. Door het zo
uit te leggen krijg je een veel betere Vaderbeeld. God de Vader is pas
compleet, als hij te midden van zijn kinderen mag zijn. Allen door zijn
kinderen kan hij zijn vaderschap ten volle gaan ontplooien. De vader
van de verloren zoon is pas écht vader, als die zoon is
thuisgekomen. De vader van de verloren zoon komt pas echt thuis, als de
zoon is thuis gekomen. God komt pas echt thuis, als de schepping is
thuisgekomen. Dan is God helemaal Vader, dan is Hij alles in allen.
Is er nog leven na de dood van Abel
Is er nog leven mogelijk voor alle Kaïns. Dan is er die prachtige
verwijzing naar De Plaatsvervanger De Here Jezus Christus. En ook Set
kreeg een zoon en hij noemde hem “Enos” betekent
“mensje” Dat is hetzelfde woord als in Ps 8 vers 5 Wat is
de mens, dat Gij zijner gedenkt en het mensenkind, dat Gij naar hem
omziet? Enosj, dat is de mens in zijn sterfelijkheid. En dan kom je bij
de laatste zin van Gen.4 In het laatste vers staat; Toen begon men de
naam des Heren aan te roepen. Het begint met een lofzang en het eindigt
met een bidstond. Daartussen gebeurt er van alles: broedermoord,
ellende, teveel om op te noemen. Maar toch Toen begonnen ze de naam des
Heren aan te roepen. Waar zouden ze voor gebeden hebben? Vast ook voor
Kaïn Ze wisten dat God wist waar hij was. Ze hebben gebeden om de
thuiskomst van Kaïn. Zo zal door het geloof van Christus alle
Kaïn thuisgebracht worden. Want de bede “Vader, vergeef het
hun, want ze weten niet wat ze doen” {Luk.23 34}. Staat nog recht
overeind.
|