.HOLYHOME.NL - BRON VAN VREDE
 
 
   
 
OUDE WANDTEGELS met BIJBELSE TAFERELEN
 
BIJBELS TAFEREEL 010

       

DE WORSTELING VAN JAKOB



Genesis 32

23 Het was nog nacht toen Jakob opstond en de Jabbok overstak op een doorwaadbare plaats, samen met zijn beide vrouwen, zijn twee bijvrouwen en zijn elf kinderen. 24 Nadat hij hen over de rivier had geholpen, bracht hij ook al zijn bezittingen naar de overkant. 25 Maar zelf bleef hij achter, helemaal alleen, en er worstelde iemand met hem totdat de dag aanbrak. 26 Toen de ander zag dat hij het niet van hem kon winnen, raakte hij Jakobs heup aan, en daardoor raakte Jakobs heup tijdens die worsteling ontwricht. 27 Toen zei de ander: ‘Laat mij gaan, het wordt al dag.’ Maar Jakob zei: ‘Ik laat u niet gaan tenzij u mij zegent.’ 28 De ander vroeg: ‘Hoe luidt je naam?’ ‘Jakob,’ antwoordde hij. 29 Daarop zei hij: ‘Voortaan zal je naam niet Jakob zijn maar Israël, want je hebt met God en mensen gestreden en je hebt gewonnen.’ 30 Jakob vroeg: ‘Zeg me toch hoe u heet.’ Maar hij kreeg ten antwoord: ‘Waarom vraag je naar mijn naam?’ Toen zegende die ander hem daar. 31 Jakob noemde die plaats Peniël, ‘want,’ zei hij, ‘ik heb oog in oog gestaan met God en ben toch in leven gebleven.’ 32 Zodra hij bij Peniël was overgestoken, zag hij de zon opkomen. Jakob liep mank. 33 Omdat de ander hem had aangeraakt bij de spier die boven het heupgewricht ligt, eten de Israëlieten de heupspier niet, tot op de dag van vandaag.  
 
Een wonderbaarlijke gebeurtenis

Door Jacob zijn Verbrokenheid en overgave kwam er een geestelijke doorbraak die de hele richting van Gods volk veranderde.
Die doorbraak kwam toen Jacob uiteindelijk zijn wil aan God uitleverde.
Het was door deze daad van overgave, dat God bepaalde dat hij niet langer Jacob de manipulator was, hij nu was Israël, een vorst die macht had bij God en bij mensen.

Jakobs innerlijke strijd

Wat is nou eigenlijk precies die innerlijke strijd die Jakob uitvecht met God? Natuurlijk, er is de zegen die hij heeft gekregen van z’n vader Isaäc waarin hem wordt beloofd dat God met hem zal zijn, overal waar hij gaat of staat en hem in alles zal zegenen wat hij onderneemt. Nou dat is zeker gebeurd. Kijk maar eens waar hij allemaal mee terugkeert naar z’n geboorteland. Een groot bezit, een rijke kinderschare, de toekomst lacht hem toe. Maar dan is er altijd weer Ezau en de dreiging die van hem uitgaat. En Jakob weet heel goed dat Ezau niet de echte boosdoener is maar hijzelf.

Hij heeft die zegen geroofd met leugen en bedrog en eigenlijk stelt z’n hele bezit dus helemaal niets voor, gebouwd op drijfzand, een prooi waar z’n broer eigenlijk veel meer recht op heeft dan hij. Aan de andere kant zo is het hem toch altijd voorgeleefd, pakken wat je pakken kan, ook al gaat dat ten koste van je meest nabije bloedverwanten. Is het zijn schuld dat hij de lessen van z’n ouders en grootouders in praktijk heeft gebracht? Ja en nee. Is het zo goed, precies zoals God het wil? Jazeker, maar het voelt helemaal niet goed. En Jakob worstelt met al die negativiteit in zich zelf, die zich als een donker familiekarma door de geslachten heen in hem is komen nestelen.

God maakte op een zekere dag Zijn goddelijke wil aan Jacob bekend (dit is een openbaring)

 Hij zei tegen hem: “Keer terug naar het land uwer vaderen en naar uw maagschap, en Ik zal met u zijn. Door Jacob te zeggen: “Ik zal met uw zijn”, zei God in feite:”als jij gehoorzaam zult zijn aan het woord dat Ik je geef, dan zal Ik je weldoen.
Ik zal je beschermen en bewaren. Ik zal je er doorheen helpen”.
Jacob begreep dit, hij handelde in gehoorzaamheid aan wat hij wist dat de wil van God was en ging met zijn familie op weg naar “huis”.
Maar toen kwamen de moeilijke omstandigheden, en trok hij zich terug op zijn oude vreesachtige, verdedigende denken.
Hij trok zijn eigen maatregelen om te redden wat hij maar redden kon. (omdat zijn broers Ezau op komst was met 400 man).

In zijn gedachten had vrees de overhand. Hij kon niet meer vertrouwen op God, door zijn omstandigheden.
Hij kon zichzelf niet langer op bovennatuurlijke wijze door God beschermd zien, onafhankelijk welke vijand er ook aan de horizon verscheen.
Hij zal alleen nog maar moeilijkheden. Hij was verblind door te denken dat alles wat hij had om op te vertrouwen, hijzelf was.
Juist toen Jacob op het punt stond om zijn eigen nederlaag te bewerken door negatieve gedachten en plannen, van eigen maaksel, kwam God op dramatische wijze tussenbeide.
Hij zond een engel, die de hele nacht met hem worstelde, totdat de dag aanbrak.
Opdat punt gebeurde er met Jacob iets, dat zijn leven veranderde. Het was een totale verandering in Jacobs positie in wat zijn verhouding met God betrof. Toen de worsteling begon zag Jacob zichzelf in een toestand van natuurlijke sterkte en kracht.

Maar toen de engel tenslotte zijn dij aanraakte en hem kreupel maakte, kon Jacob niet langer met God strijden vanuit zijn oude positie van natuurlijke kracht. Hij kon Hem alleen nog maar vasthouden.
Hij kon alleen maar in volkomen afhankelijkheid uitroepen: “Ik laat u niet gaan”.
Dit was het waar God op had gewacht.
En het was Jacobs definitieve overgave van een nieuwe positie van vasthouden aan God en zich volkomen aan Hem toevertrouwen, die God toen in staat om de geestelijke verblinding van zijn ogen weg te nemen en hem zichzelf te laten zien zoals God hem zag …. Vergeven, vernieuwd, versterkt, en met de positie van een vorst in de geestelijke wereld !
Een vorst bij God en bij mensen.
En met deze overgave en dit vertrouwen aan God kwam Jacobs grootste overwinning.

Jakobs angst verandert in moedige dankbaarheid

Jakob vecht door in het duister van de nacht, in het duister van zijn ziel. De uitkomst van zijn strijd is, dat hij wordt bevrijd van de duisternis in zijn ziel. Hij hoeft niet meer te liegen en te bedriegen om te verwerven wat God hem heeft beloofd. Hij hoeft niks meer te roven of zeker te stellen, hij mag erop vertrouwen dat God voor hem zal strijden en al het kwaad met liefde zal overwinnen. Daarom krijgt hij ook en andere naam. Niet meer Jakob zal hij heten, wat bedrieger of hielenlichter betekent. Hij zal verder door het leven gaan met de naam Israël wat God strijdt betekent. Het eerste wat dat oplevert is, dat al je angst verdwijnt als sneeuw voor de zon. Dat blijkt ook al in de nachtelijke worsteling zelf. Jakob die de strijd het liefst ontloopt weet van geen opgeven. Hij vecht door net zo lang tot hij zich gezegend weet. Ineens laat hij zich niet meer door z’n angst leiden, maar gaat hij voor de zegen en de liefde van de Allerhoogste. Ineens weet hij zich in al z’n onvolmaaktheid geaccepteerd door God en ervaart hij zijn liefde. En ineens zijn alle negatieve voorbeelden die hij door z’n voorgeslacht kreeg voorgeschoteld niet meer van kracht. Natuurlijk zo’n strijd kom je niet zonder kleerscheuren door, het kwaad heeft zo z’n gevolgen op lichaam en geest, Jakob ging er mank door lopen. Maar hij liep en wel zonder vrees en beven – voor iedereen uit - direct naar z’n broer toe. En die twee vielen elkaar in de armen en kusten elkaar. Al het negatieve familie karma is opgelost, weg. In die omhelzing van de twee broers openen zich hele nieuwe perspectieven op een prachtige toekomst, waarin de liefde van God mensen uit hun angstige eenzaamheid haalt en aan elkaar teruggeeft. Een toekomst waarin de onvolmaaktheid van voorgaande generaties niet meer van belang is, maar alle aandacht uitgaat naar wat wel goed was en daarom een blijvende hulpbron wordt voor een zinvol leven in het hier en nu.

God wil deze doorbraak in verbrokenheid en overgave in ons allen bewerken. Hij zal met ons gaan worstelen, zoals God met Jacob worstelde en ons maken tot een vorst bij God en bij mensen.
Je omstandigheden moeten tegemoet getreden worden met de gedachten en de wil van God, die aan je denken geschonken zullen worden door de Heilige Geest.

Innerlijke rust

We zijn allemaal de vrucht van een lange familiegeschiedenis, waarin van alles fout en ook een hoop goed is gegaan. Je kunt het met zo’n erfenis vaak knap moeilijk hebben, het kan een enorme worsteling met je zelf betekenen, waar je liefst voor weg zou lopen. Ik zou zeggen ga dat gevecht maar aan en leer van Jakob, dat God zelf er bij is en je zal zegenen met een nieuw vertrouwen, een nieuwe naam en de vele goede dingen die je in je familiekring ook zijn aangereikt tot een hulpbron voor je zal maken in je leven hier en nu. Als de warmte van Gods Geest in je ziel, in je hart gaat stromen dan ga je stralen met zijn liefde. En dat zal uitwerking hebben. Op jezelf en op iedereen die je tegenkomt. Dat geef ik je op een briefje.

Jakob... een vreemde worsteling

Het verhaal is misschien wel dé spil van Jakobsleven. Maar eerst enkele elementen uit de 20 jaar lange tussenperiode bij Labanom een en ander reliëf te geven...

Keer terug


Genesis 32

Aan de voet van de bergen van Galaad, op een van de oevers van de Jabbok, een eerder sinistere plaats, en wel bij nacht. Interessant detail: de naam Jabbok komt van een werkwoord dat betekent: leeg maken.De acteurs Jakob (aan het einde krijgt hij een anderenaam)... en een geheimzinnig personage diemet hem de strijd aanbindt. De familie van Jakob speelt een rol op deachtergrond.

Wie ook doorheen het hele verhaal loopt, is Ezau: er is een ultieme confrontatie in de maak. De omstandighedenJacob heeft 20 jaar vertoefd bij zijn oom Laban, die hem danig heeftuitgebuit. Eindelijk heeft hij de moed om met have en goed weg te trekken,maar hij doet het weer op een slinkse manier (Gen 31.19-21).Laban is in zijn wiek geschoten en besluit hem te achtervolgen met een heel legertje om hem een lesje te leren. De sfeer is uitermate gespannen. Uiteindelijk komt het goed. Er is verzoening.De rust keert terug... of niet?

Op hetzelfde moment wordt Jakob op de hoogte gebracht van bijzonder verontrustend nieuws: zijn broer Ezauis in aantocht met 400 soldaten. Alles wijst er op dat na 20 jaar de openstaande rekeningen zullen vereffend worden! Ezau is het bedrieglijke verraad niet vergeten. Het ziet er echt niet goed uit voor Jakob en de zijnen. Jakob is bang. Hij probeert zijn gezin in veiligheid te brengen door ze de Jabbok telaten oversteken...Alleen!Jakob blijft alleen achter (Genesis 32.24). Alleen om na te denken, om alles op een rijtje te zetten. Je voelt dat er iets belangrijks op til is, dat alles kan.

Strijd

Heel wat commentaren spitsen zich toe op de identiteit van die mysterieuze vechtersbaas. Wanneer je de christelijke en rabbijnse commentaren leest,dan ontdek je enkele grote denkbeelden: Een toevallige nomade, een rover...Dit lijkt eerder onwaarschijnlijk gezien de impact van het hele verhaal.God. In v. 28 wordt gezegd: "Je hebt gestreden met God en hebt overwonnen." En Jakob zelf gaat daarop door in v. 30: "Ik heb God gezien van aangezicht totaangezicht." Toch is het daarom niet helemaal duidelijk of hiermee wordt bedoeld dat Jakob echt dacht dat die tegenstander God zelf was, 'in levende lijve'. Is het ook niet moeilijk aan tenemen dat God de bovenhand niet kon halen (vers 25)..?

Een engel

De vraag is of dit alles het belangrijkste is, en of het mogelijk is om de identiteit te achterhalen... Waarom weigert hij anders koppig zijn naam (=identiteit, wezen) bekend te maken ("Waarom vraag je mijn naam?")? Het eerste wat we weten is dat het gaat om een 'Isch', een man (zelfde woorddat in Gen 2.23 de man aanduidt in tegenstelling tot de vrouw). En die ma nkan zegenen. Maar zowel God als de mens kunnen zegenen...Strijd om de zegen...Vreemd eigenlijk... Jakob had van Izaak de vaderlijke zegen gekregen.God had, in zijn droom weliswaar, de zegen bevestigd.

Nu, 20 jaar later, is Jakob nog steeds hopeloos op zoek naar zegen... En die zegen komt er.Niet omdat Jabob te weten komt wiezijn tegenstander is, zelfs niet omdathij als echte overwinnaar uit de strijd zou gekomen zijn... Misschien wel omdat hij eindelijk de strijd durft aante gaan zonder vluchten en bedrog,tot de nacht voorbij is en de dageraad aanbreekt!

Strijd met een engel

In de hebreeuwse gedachte heeft ieder mens zijn engel, zijn persoonlijke 'geest' of inspirator, niet te verwarren met het soms naïeve beeld van de 'bewaarengel'. Het is niet zozeer de taak van die engel om tezeggen wat er moet gebeuren of om dingen te doenin onze plaats of te beschermen als een soort levensverzekeraar. Hij vertegenwoordigt a.h.w. de belangrijke levensmomenten en keuzes.

Confrontatie met Ezau

Heel wat rabbijnen dachten dat de vreemde strijder de geest of engel van Ezau was. In die donkere eenzame nacht staat Jakob voor een gevreesde ontmoeting met zijn broer. Deze keer zal bedrog niet helpen, en vluchten ook al niet. Het beslissende moment nadert. Angst zit in de lucht. Jakob denkt na en probeert oplossingen te vinden.

Hij stuurt geschenken om zijn broer gunstig te stemmen, om vrede en vergiffenis af te kopen. Hij neemt voorzorgen voor de strijd: hij verdeelt zijn clan in twee, vrouwen en kinderen trekken over de Jabbok. Jakob zelf blijft alleen achter. De balans van zijn relaties met Ezau is snelgemaakt. Veel positiefs zit daar niet bij. Er zijn meer dan 20 jaar verlopen zonder gesprek, zonder vergiffenis! Vergiffenis die niet werd gevraagd en nietwerd gegeven. Wrok en rancune, angst en schaamte. Het interessante in dit kader is dat het gevecht onbeslist eindigt. Geen verliezer, geen winnaar. Of... allebei winnaar!? Jakob zal niet aarzelen om tebuigen voor zijn broer, bijna tot op het genante af.

Jakob noemt de plaats 'Pniël', aangezicht van God. Misschien heeft dit te maken met het feit dat hij voor de eerste keer (eindelijk!) zijn naaste tegemoet komt met open vizier, zonder omwegen en zonder list of bedrog. Van aangezicht tot aangezicht. En wordt God niet in de eerste plaats gezien enherkend in de ander, geschapen naar Zijn beeld? De engel belooft Jakob een nieuwe naam. Het is echter pas in hoofdstuk 35 dat hij die naam ook effectief krijgt.

Het lijkt er op dat hij eerst nog concrete stappen moest zetten naar zijn broer toe. Het is pas na hem in levende lijve ontmoet te hebben, na zijn buigen en na zijn woorden "neem mijn zegeningen" (33.11 : 'geschenk' is hier identiek hetzelfde woord als'zegen', zoals die zegen die hij gestolen had), dat de voorzegde naamsverandering ook realiteit wordt.Het goed doorkomen van het gevecht met de engel betekent niet dat al zijn problemen met mensen zijn opgelost. Intermenselijke problemen moeten ook op mensenniveau worden opgelost! Een confrontatie zonder winnaars en verliezers, of waar beide partijen als winnaar uit de bus komen... Hoe belangrijk is dat? Hoe doe je dat? Kunt u met elkaar raadgevingen uitwisselen? God ontmoeten, God zien in de ander... Hoe reageert u hierop? Kent u evangeliegedeelten waar Jezus hierover iets zegt?"Intermenselijke problemen moeten ook op mensenniveau worden opgelost!" Spreek met elkaar over de implicaties van deze uitspraakinzake gebed, vergiffenis, verzoening... Betekent dit ook dat God hiergeen rol in speelt? Wat voor rol en op welke manier?Wat kunnen wij leren uit die 20 lange jaren zonder verzoening tussen de broers? Veel meer dan we denken!

Gevecht met zichzelf

Evenveel rabbijnen opteren voor de idee dat Jakob een gevecht aangaat met zijn eigen engel. Een gevecht met zichzelf. Met zijn eigen ik dat twijfelde aan zichzelf, aan zijn opdracht, aan zijn bekwaamheid, aan zijn bestaansredenen. Het Ik dat zichzelf in vraag stelde: ik verdien niets, ik ben onwaardig,ik ben de gunsten van de hemel niet waardig, ik ben het niet waard om in devoetstappen te treden van mijn vaderen, de patriarchen. Gen. 32.27 is hier een frappant vers. Wanneer Jakob aan zijn tegenstander smeekt om zegen, is de enige reactie: "Wat is je naam?" Dat moet hard aangekomen zijn! Deze vraag katapulteert hem immers terug in zijn eigen levensgeschiedenis...Jakob. Hij die de hiel grijpt om op bedrieglijke wijze de plaats in te nemen. Jakob vraagt zegen, terwijl hij de zegen al gestolen had door list. "Zegen mij!", dezelfde woorden diehij had uitgesproken in bijzijn van zijn vaderom zijn broerde zegen te ontfutselen.Jakob. Wie was hij?

Hoe zag zijn leven er uit? Jakob de bedrieger? Jakob, de man die inde tent blijft zitten? Hij die altijd en overal envoor alles op de vlucht gaat? Hij die zichdoor anderen laat manipuleren? Naast zijn grootvader Abraham en zelfs zijn vader Izaak (de overlevende van hetoffer) kwam hij tot hiertoe bijzonder bleekjes voor de dag. Geen reliëf, geen kleur,geen grandeur, geen heroïek, noch in zijn leven, noch in zijn geloof. Daar bij de Jabbok durft hij, misschien welvoor het eerst, zichzelf in de ogen kijkenen de wellicht allermoeilijkste strijd aan gaan: die met zichzelf, met zijn angsten,zijn schuldgevoelens, zijn complexen. Vooraleer Jakobs leven een nieuwe wending kon nemen, moest hij schoon schip maken met zijn verleden . Jabbok = leeg maken...).

Zegen

Nog een bedenking bij het begrip zegen....Jakob had de zegen ontvangen, maar beleefde hem niet. Daarom bleef hij op zoek.Zegen is geen magische formule, of iets wat zomaar uit dehemel op je neervalt. Het is meer een belofte die moet waargemaakt worden. DoorGod... maar ook door jezelf! De manipulator gemanipuleerd.

We zagen reeds dat Jakobs leven voor een groot deel werd bepaald door zijn moeder. Later is het Laban die dicteert wat hij moet doen. Zelfs in de handen van zijn vrouwen is hij een soortspeelbal. Lees Genesis 30.14-16 maar eens: "Kom bij mij liggen, ik heb je gehuurd voor liefdesappelen!". Vermakelijk en dramatisch tegelijk.

Wat is je naam? Merk op dat Jakob nogal moeite leek te hebben om zijn naam naar voor te schuiven...Tegenover Izaak gebruikte hij de naam Ezau. In heel het verhaal over de ontmoeting met Rachel vraagt hij uitgebreid wie de mannen zijn die hij ontmoet (mensen van Laban), maar zelfmaakt hij zich niet bekend. Aan Rachel zelf zegt hij gewoon: Ik ben een bloedverwant van jev ader, een zoon van Rebekka. Niets over zijn naam.

Gevecht met God

Van hieruit is het slechts een kleine stap naar de idee van een gevecht met God. Tal van elementen wijzen op een eerder ambulante relatie van Jakob met zijn God. Hij had de zegen, maar die ervaart hij niet en blijft er naar jagen. (Gen 32.9-12).Hij had God ontmoet, maar dat was in zijn slaap en het boezemde hem angst in (Gen 28.16,17  )De basis van zijn engagement is eerder materialistisch (Gen 28.20...)Dit alles lijkt diepgang en grandeur te missen.

In hoofdstuk 32 krijgt hij eindelijk de kans om God met open ogen en hart tegemoet te treden. Misschien zelfs lokt hij het zelf wel uit door op dit cruciale moment de eenzaamheid op te zoeken. Wanneer hij die nacht doorkomt en de dageraad aanbreekt, krijgt Jakob uitzicht op een nieuwe naam (identiteit): Israël. Hij wordt gezegend met een zegen die niet meer gestolen is en nietsbetekenend was, maar een zegen waarvoor hij heeft gevochten.

Ook de naam die hij aan die plaats geeft is veelbetekenend: Pniël (aangezicht van God), "want ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht". Geen maskers meer! Bedenk de idee van zegen, vertrekkend van Jakobs ervaringen. Vergelijk het gevecht van Jakob met zichzelf met de 'woestijnervaringen' die meerdere bijbelfiguren hebben gehad. Hoe belangrijk is zo'n introspectie? Hoe kom je daar toe? Indien Jakob met opgeheven hoofd uit de strijd komt, is dat niet omdat hij teweten is gekomen wie zijn 'tegenstander' is, maar omdat hij volhoudt tot dedageraad.

Kortom, stof genoeg tot nadenken!


Google
WWW Zoeken op  Holyhome.nl
BIJBEL Gericht zoeken in de Bijbel (woorden-namen-plaatsen-vers)
 
Freelance Web Designer