.HOLYHOME.NL - BRON VAN VREDE
 
 
   
 
OUDE WANDTEGELS met BIJBELSE TAFERELEN
 
BIJBELS TAFEREEL 009

       

DE DOOD VAN IZEBEL (vrouw van Achab)



II  KONINGEN 9

30 Toen Izebel hoorde dat Jehu onderweg was naar Jizreël, zette ze haar ogen aan, maakte haar kapsel op en ging bij haar venster op de uitkijk staan. 31 Toen Jehu bij de stadspoort aankwam verwelkomde ze hem met de woorden: ‘Gaat het goed met je, Zimri de Koningsmoordenaar?’ 32 Jehu keek omhoog en vroeg: ‘Is daar iemand die aan mijn kant staat? Niemand?’ Twee, drie eunuchen verschenen aan het venster 33 en Jehu beval hun: ‘Gooi haar het raam uit!’ Ze wierpen haar naar beneden, zodat haar bloed tegen de stadsmuur en tegen de paarden opspatte. Jehu vertrapte haar lichaam. 34 Daarna trok hij de stad binnen en liet zich een maaltijd voorzetten. Toen hij gegeten en gedronken had zei hij: ‘Ga eens naar die vervloekte vrouw kijken en begraaf haar, tenslotte is ze een koningsdochter.’ 35 Maar de mannen die haar gingen begraven vonden alleen nog haar schedel, haar voeten en haar handen. 36 Toen ze terugkwamen om het aan Jehu te vertellen zei deze: ‘Zo is in vervulling gegaan wat de HEER bij monde van de Tisbiet Elia heeft voorzegd: “De honden zullen het lichaam van Izebel op de akkers van Jizreël opvreten. 37 Het lijk van Izebel zal als een hoop mest op het land liggen, op de akkers van Jizreël, en niemand zal kunnen zeggen: ‘Dit was Izebel.’”’


De haat van Izebel

Izebel had een grondige haat tegen alles wat met de God van Israël te maken had. Zo lezen we in het begin van 1 Koningen 18 dat zij zoveel mogelijk profeten van de Heer liet uitroeien. Izebel is veel gewelddadiger dan Achab. Izebel had Achab min of meer in haar macht. Zij zette Achab aan tot het vereren van de Baäl en de Asjera en zij wilde het tevens als de nationale godsdienst invoeren. Achab lijkt ergens heel diep nog wel een soort angst voor Elia te hebben, als we Achab in het verhaal volgen. Izebel kent geen angst, lijkt het, en stoot het liefst met tien ellebogen tegelijk. Een bloedlustige koningin was het die alles ten koste van alles naar haar zin probeerde te zetten.

Een voorbeeld staat in het verhaal van de wijngaard van Nabot, in hoofdstuk 21. Hierin ziet Achab groen van jaloezie, vanwege zijn buurman Nabot die een schitterende wijngaard bezit. In de eerste instantie gaat Achab bij de pakken neer zitten. Hij is kwaad, niet aanspreekbaar en hij voelt zich doodziek. Dan komt Izebel eraan en vraagt wat er met hem is. En de reactie van Izebel op Achabs verhaal is simpelweg: ‘Afslachten, die gast! Ik dacht dat jij hier de koning was!’ Achab is zelfs zo’n slappeling dat Izebel in zijn naam de brieven schrijft aan het gemeentebestuur van de stad waar Nabot woont, om Nabot om te brengen.

Later spreekt Elia namens de Heer tot Achab dat hij en Izebel zullen worden gestraft voor al hun misdaden en dat Izebel door de honden zal worden opgevreten onder de stadsmuur van Jizreël. Hoe dit in vervulling is gegaan, kun je lezen in 2 Koningen 9. Achab was als eerste omgekomen, gesneuveld in de strijd tegen Aram. Na de dood van Achab regeerde ze verder in het tienstammenrijk door haar zonen Ahazia en Joram, terwijl ze via het huwelijk van haar dochter Athalia met de Judese koning Joram ook invloed had in het tweestammenrijk. Toen haar zonen door Jehu werden gedood, werd ook Izebel omgebracht (ze werd op bevel van Jehu uit het venster gegooid en vervolgens overreden door Jehu's strijdwagen) en werd haar lijk door de honden opgevreten, zoals tevoren door Elia geprofeteerd was. Ze is nooit begraven. Zo is er een einde gekomen aan deze – waarschijnlijk – meest gruwelijke koningin van Israël aller tijden. Ze lag als een hoop mest op de akker en was niet meer herkenbaar. Na Izebels dood werd Jehu koning van Israël. Hij roeide het huis van Achab, evenals de Baälsdienst en herstelde de dienst van de Heer.

Koningin van Israël

Izebel was van Fenicische afkomst en had een verfijnde opvoeding genoten. Achab had in Samaria een 'ivoren paleis' gebouwd, volgens haar kunstzinnige smaak. Opgravingen tonen Fenicisch fijn snijwerk waarin de culturele invloed uit Tyrus duidelijk herkenbaar is. Hij herbouwde ook Hazor en Megiddo. En "Salomo's stallen" daar waren in feite door Achab gebouwd. Volgens archeologen waren het niet in de eerste plaats stallen, maar wel voorraadmagazijnen voor het leger. Eveneens werden er op meerdere plaatsen in Israël noodzakelijke maar zeer geraffineerde waterwerken uitgevoerd door hoogst bekwame ingenieurs uit het noorden.

De Israëlische regio in de 9e eeuw v.Chr.: donker blauw de Fenicische stadsstaten donker groen het koninkrijk Israël. licht groen het koninkrijk Judah grijs de Filistijnse stadsstaten en geel het koninkrijk Edom.Achab huldigde door toedoen van Isebel een liberale religieuze politiek, waarbij de oude cultus van de regio werd in ere gehouden. Met name ook de Baälcultus, dit zeer tot ongenoegen van de aanhangers van de Jahwehcultus aan de zuidgrens in koninkrijk Juda. Deze tegenkanting had eerder reeds tot de opsplitsing van de twee koninkrijkjes geleid.

In de laatste regeringsjaren van Achab en Isebel was de oppositie tegen hun liberale religieuze politiek nog voortdurend aangewakkerd door een van de vroege profeten, die als het ware het primitieve woestijngeweten van de 'zonen van Israël' belichaamden. Vaak trokken zij in groepen in extase uit, zingend en dansend en orakelachtige uitspraken doend. Ze werden door velen als gek beschouwd, maar hadden ook hun aanhangers. Toen Achab stierf in een veldslag bleef koningin-moeder Izebel de macht achter de schermen uitoefenen terwijl twee van hun jonge zonen kort na elkaar over het koninkrijk Israël regeerden.

Elia, de profeet en grootste religieuze rivaal van het koninggspaar in het noorden, was in de hemel opgenomen, maar zijn haatcampagne jegens met name Izebel werd door zijn opvolger-leerling Elisa voortgezet.

Elisa organiseerde een militaire coup tegen Izebel en riep legeraanvoerder en strijdwagenrijder Jehu tot koning uit 'in naam van de Heer'. Deze trok onmiddellijk naar de vlakte van Jizreël waar koningin Izebel met haar zoon koning Joram verblijf hield. Toen Joram van Israël en zijn neef Ahazia van Juda, die daar eveneens aanwezig was, uitreden op weg naar onderhandelingen, werden ze meedogenloos met pijlen doorboord. Toen Jehu met zijn gevolg bij het paleis aankwam en Izebel in het staatsievenster verscheen, gaf hij zijn schutters opdracht pijlen op haar af te vuren en liet haar uit het venster naar beneden werpen, waarop hij met zijn wagen het lijk van de koningin onherkenbaar vermorzelde. De hele koninklijke familie (een 70 tal leden) werd daaropvolgend uitgemoord.

Jehu riep daarna al de Baälpriesters en vereerders in hun tempel in Samaria bijeen voor een 'offer', maar liet allen afslachten en de tempel met de grond gelijk maken. Deze gewelddadige gebeurtenissen leidden voor het koninkrijk Israël een episode van riskante zwakte in voor de daarop volgende vijftig jaar. Ook in koninkrijk Juda duurde het een hele tijd vooraleer er stabiel bestuur werd ingesteld.

De moord op Izebel was in feite een politieke aanslag op de religie van de Godin. Na de dood van Izebel was het haar dochter Atalja, die aan de moordpartij ontkomen was, die de troon van koninkrijk Juda opeiste en besteeg, en in de zes jaar van haar regering aldaar de oude 'heidense' cultus tot groot ongenoegen van de jawehistische priesters door het hele land opnieuw vestigde.

In het Oude Testament
Izebel was een dochter van Eth-Baäl, een koning van Tyrus en een vroegere priester van Astarte. Ze was de vrouw geworden van koning Achab, die ze geheel in haar macht had en verleidde tot de verering van Baäl en Astarte, die ze tot staatsgodsdienst wilde maken. Ze onderhield de profeten van Baäl en Astarte. Israëls profeten had ze voor een goed deel laten doden. De enige die tegen haar in het geweer kwam was de profeet Elia, die daarom ook voor zijn leven moest vrezen.

Na de dood van Achab regeerde ze verder in het tienstammenrijk door haar zonen Ahazia en Joram, terwijl ze via het huwelijk van haar dochter Athalia met de Judese koning Joram ook invloed had in het tweestammenrijk. Toen haar zonen door Jehu werden gedood, werd ook Izebel omgebracht (op bevel van Jehu uit het venster gegooid en vervolgens overreden door Jehu's strijdwagen) en werd haar lijk door de honden opgegeten, zoals tevoren door Elia geprofeteerd was.

In het Nieuwe Testament
In de Openbaring (2:20) wordt de naam van de Izebel gebruikt voor een valse profetes (mogelijk een beeld van de heerszuchtige gemeente) die zich niet stoort aan de door God gegeven orde, en Gods knechten verleidt tot allerlei afgoderij.


Google
WWW Zoeken op  Holyhome.nl
BIJBEL Gericht zoeken in de Bijbel (woorden-namen-plaatsen-vers)
 
Freelance Web Designer