II
Koningen 13
Een wonderbaarlijke gebeurtenis
bij het graf van Elisa
14
Elisa nu was krank geweest van zijn krankheid, van dewelke hij stierf;
en Joas, de koning van Israël, was tot hem afgekomen, en had
geweend over zijn aangezicht, en gezegd: Mijn vader, mijn vader, wagen
Israëls en zijn ruiteren!
15 En Elisa zeide tot hem:
Neem een boog en pijlen. En hij nam tot zich een boog en pijlen.
16
En hij zeide tot den koning van Israël: Leg uw hand aan den
boog,
en hij leide zijn hand daaraan; en Elisa leide zijn handen op des
konings handen.
17
En hij zeide: Doe het venster open tegen het oosten. En hij deed het
open. Toen zeide Elisa: Schiet. En hij schoot. En hij zeide: Het is een
pijl der verlossing des HEEREN, en een pijl der verlossing tegen de
Syriërs; want gij zult de Syriërs slaan in Afek, tot
verdoens
toe.
18
Daarna zeide hij: Neem de pijlen. En hij nam ze. Toen zeide hij tot den
koning van Israël: Sla tegen de aarde. En hij sloeg driemaal;
daarna stond hij stil.
19
Toen werd de man Gods zeer toornig op hem, en zeide: Gij zoudt vijf
maal of zesmaal geslagen hebben; dan zoudt gij de Syriërs tot
verdoens toe geslagen hebben; doch nu zult gij de Syriërs
driemaal
slaan.
20 Daarna stierf Elisa, en
zij begroeven hem. De benden nu der Moabieten kwamen in het land met
het ingaan des jaars.
21
En het geschiedde, als zij een man begroeven, dat zij, ziet, een bende
zagen; zo wierpen zij den man in het graf van Elisa; en toen de man
daarin kwam, en het gebeente van Elisa aanroerde, werd hij levend, en
rees op zijn voeten.
Een wonderbaarlijke gebeurtenis
"Elisa lag ziek aan de ziekte, waaraan hij zou sterven. Joas, de koning
van Israël, kwam tot hem en weende over hem en zeide: mijn
vader,
mijn vader! Wagens en ruiters van Israël! Elisa zeide tot hem:
haal boog en pijlen. En toen hij voor hem boog en pijlen gehaald had,
zeide hij tot de koning van Israël: leg uw hand aan de boog.
En
hij legde er zijn hand aan.
Toen
legde Elisa zijn handen op die van de koning. Daarna beval hij: open
het venster naar het oosten. En toen hij het geopend had, zeide Elisa:
schiet. En hij schoot. Toen zeide hij: een pijl der overwinning van de
Here, ja, een pijl der overwinning op Aram. Gij zult Aram bij Afek tot
vernietiging toe verslaan. Daarna zeide hij: neem de pijlen.
Toen
hij ze genomen had, zeide hij tot de koning van Israël: sla op
de
grond. Hij sloeg driemaal en hield toen op. En de man Gods werd toornig
op hem en zeide: Gij hadt vijfmaal of zesmaal moeten slaan, dan hadt
gij Aram verslagen tot vernietiging toe. Maar nu zult gij Aram driemaal
verslaan.
Daarna
stierf Elisa en men begroef hem. Nu plachten de benden van de Moabieten
bij het aanbreken van het jaar in het land te komen. Terwijl men eens
bezig was iemand te begraven, zie, daar zagen zij een bende: toen
wierpen zij de man in het graf van Elisa en liepen weg. En toen de man
met het gebeente van Elisa in aanraking kwam, werd hij levend, en rees
overeind op zijn voeten."
De
politieke situatie
Elisa
was de gids en leider van het volk Israël geweest. Hij was hen
voorgegaan in de weg van het Woord van God. Hij had voor hen gebeden.
Zo lang Elisa leefde werd het volk door zijn aanwezigheid beschermd.
Alleen was er geen bescherming tegen het leger van Aram. Dat valt ook
niet te verwonderen, want Elisa zelf had Hazael gezalfd als leider van
de Arameeërs. Elisa had dus zelf Hazael als verdrukker van de
Israëlieten gezalfd. "Elisa kwam naar Damascus, terwijl
Benhadad,
de koning van Aram, ziek lag. Toen hem meegedeeld was: de man Gods is
hierheen gekomen, zei de koning tot Hazael: voer een geschenk met u, ga
de man Gods tegemoet en raadpleeg door hem de HERE aldus: zal ik van
deze ziekte herstellen? Toen ging Hazael hem tegemoet en voerde een
geschenk met zich mee, allerlei kostbaarheden uit Damascus, een last
van veertig kamelen; hij kwam voor hem staan en zeide: uw zoon
Benhadad, de koning van Aram, heeft mij tot u gezonden met de vraag:
zal ik van deze ziekte herstellen? En Elisa zei tot hem: ga, zeg hem:
gij zult zeker herstellen. Maar de HERE heeft mij getoond, dat hij
zeker zal sterven. En de man Gods zette een strak gelaat en hield het
onbewogen tot verlegen wordens toe; daarop barstte hij in wenen uit. En
Hazael zei: waarom weent mijn heer? En hij zei: omdat ik weet, wat voor
kwaad gij de Israëlieten zult aandoen: hun vestingen zult gij
met
vuur verbranden, hun jonge mannen zult gij met het zwaard doden, hun
zuigelingen zult gij verpletteren en hun zwangere vrouwen zult gij
openrijten." (2 Koningen 8:7-12) Na de dood van Elisa rukten echter ook
de benden van Moab op.
In de
sterfkamer van Elisa
Onze
geschiedenis begint met de vermelding, dat Elisa ziek was en op zijn
sterfbed lag. De profeet Elisa had een bijzondere band met koning Joas.
Hoewel Joas en zijn tijdgenoten veel kritiek ontvangen vanwege hun
fouten, waren zij toch mensen die liefde en respect hadden voor Gods
profeten. De Bijbel beschrijft iets heel bijzonders: een koning die
huilt bij het sterfbed van een man Gods. Joas huilde omdat hij
persoonlijk bevriend was met Elisa en omdat heel het volk van de man
Gods afhankelijk was en hem niet kon missen. Letterlijk staat er zelfs,
dat de koning over (of: boven) het gezicht van de profeet huilde. Het
spreekt van een speciale relatie die zij hadden.
De
sterfkamer van Elisa staat in schril kontrast met de open vlakte waar
vandaan zijn leermeester Elia naar de hemel ging. Zijn leermeester had
geen sterfbed gehad. Nu blijkt dat God niet met al Zijn kinderen
dezelfde weg gaat. Hij was bij Elia toen Hij hem een vurige wagen zond.
Hij was ook bij Elisa, toen deze een gewoon sterfbed had. Er is ook
weer een heel ander kontrast. Bij Elia's heengaan was er een eenvoudige
leerling aanwezig: Elisa. Bij Elisa's heengaan is de koning zelf bij
hem op bezoek gekomen.
Vaak
vragen mensen naar een laatste woord of naar de laatste gesprekken van
iemand die gestorven is. Elisa's laatste gesprekken gingen hier niet
over de hemel, maar over de politieke situatie en de toekomst van het
volk. Sommige mensen zouden het misschien willen afkeuren, dat Elisa op
zijn sterfbed zich nog met politieke zaken bezig hield. De Bijbel
vermaant Elisa echter niet.
Joas'
afscheid van Elisa
Joas
noemde Elisa: "Mijn vader, mijn vader! Wagens en ruiters van
Israël!" Het zijn dezelfde woorden die Elisa gesproken had,
toen
Elia ten hemel gevaren was. Zie 2:12. "Vader" spreekt van de relatie
die Elisa en Joas hadden. Elisa was de leraar van de koning. Hij
onderwees hem in de woorden van God. "Wagens en ruiters van
Israël" spreekt van de relatie die Elisa had tot het gehele
volk.
Hij gold als de beschermer van het volk. Door zijn aanwezigheid zorgde
God voor het gehele volk.
Een
bijzonder teken
Elisa
legde zijn hand op die van de koning. Dit moet een heel mooi en teder
moment geweest zijn. Elisa is hier de vertegenwoordiger van God. Hij
legt zijn hand op die van de koning, alsof hij wil laten zien, dat God
Zelf Zijn hand op die van de koning legt. Zo hebben wij als christenen
ervaren dat de Here Jezus Zijn hand op ons legt. Hij heeft ons
aangeraakt. Zoals Hij eens de lammen en kreupelen, doven en blinden,
melaatsen en andere zieken aanraakte en genezing schonk, zo heeft Hij
ook ons eens aangeraakt. Ook bij ons gebeurde er toen iets. Toen Zijn
hand ons aanraakte, ontvingen wij genezing van de ziekte van onze ziel:
de verlorenheid.
De
hand waarmee de Here Jezus ons aanraakte, was voor ons in zekere zin
een andere hand dan de hand waarmee Hij indertijd, toen Hij
rondwandelde op aarde, de mensen aanraakte. Terwijl Hij ons met
dezelfde hand aanraakte waarmee Hij hen aanraakte, raakte Hij ons toch
weer met een andere hand aan. De hand waarmee Hij ons aanraakte, was
een doorboorde hand. Hij raakte ons aan met de hand die ons wees op
Zijn verzoenend werk aan het kruis van Golgotha. Hij toonde ons de
Middelaars hand, de hand van de Heiland, de hand van de Verlosser.
Daarom was onze genezing ook niet een herstel van de een of andere
lichamelijke kwaal, maar de genezing van de grootste kwaal: de zonde.
De
koning opende eerst het raam, of een dienaar opende het raam. Samen
schoten Elisa en de koning een pijl af in de richting van Aram, als
beeld van de aanval. Deze pijl was een symbool van overwinning over
Aram en redding door de Here God.
Hierna
moest Joas met de pijlen op de grond slaan. Hij begreep Elisa verkeerd
en meende, dat hij slechts enkele keren op de grond hoefde te slaan,
omdat het ging om een symbolische daad. Elisa had echter gewild, dat
hij op de grond geslagen had, totdat Elisa gezegd had, dat hij mocht
stoppen. Dit misverstand was voor Elisa een teken van Godswege, dat
Joas in zijn overwinning beperkt zou zijn.
Het
wonder bij Elisa's graf
Elisa
had indertijd een dubbel deel van de geest van Elia ontvangen. Wij zien
dit op verschillende manier terug in het leven van Elisa: Elisa
verrichtte twee keer zoveel wonderen als Elia. Elia wekte er
één uit de doden op: de zoon van de weduwe uit
Zarfath.
Elisa wekte er twee uit de doden op: de zoon van de vrouw uit Sunem en
de man uit dit schriftgedeelte. Anderen wijzen op het feit, dat Elisa
al tijdens zijn leven twee mensen uit de dood opwekte. De tweede was
dan Naäman, een melaatse. Een melaatse gold als een dode. De
genezing van een melaatse was als het opwekken van een dode.
Er
is een overlevering die zegt, dat de gestorven man de echtgenoot was
van de bekende profetes Hulda. Wij kennen haar uit 2 Koningen 22:14 "En
de priester Chilkia en Achikam, Akbor, Safan en Asaja gingen naar de
profetes Chulda, de vrouw van de klederbewaarder Sallum, de zoon van
Tikwa, de zoon van Charchas. Zij nu woonde te Jeruzalem in het nieuwe
gedeelte. En zij spraken met haar." Hij was de kledingbewaarder in de
tempel of in het paleis. Deze man was één van de
grootsten uit zijn tijd. Hij was zeer vroom en grootmoedig. Hij had de
gewoonte om aan de poort van de stad te zitten en aan alle reizigers
die de stad binnen kwamen drinkwater aan te bieden. Het valt niet meer
na te gaan of het echt om deze man ging.
Wat er
gebeurde
Volgens
de overlevering die zegt dat dit de echtgenoot van Hulda was, was zo
ongeveer heel de omgeving uitgelopen om de man te begraven. Iedereen
kende hem en iedereen wilde bij zijn begrafenis aanwezig zijn. Op het
moment dat men onderweg was naar de plaats waar hij begraven zou
worden, kwamen de benden van Moab. De Israëlieten moesten
vluchten. Maar wat moesten ze met het lijk doen? Ze konden hem niet
meer naar zijn graf brengen. Hem meenemen terwijl zij vluchtten was ook
onmogelijk. Nu was het graf van Elisa daar heel dichtbij. Men rolde
snel de steen voor het graf weg en... heel oneerbiedig werd het lijk
achtergelaten. Er was geen tijd om hem netjes neer te zetten. Hij werd
min of meer naar binnen gegooid.
Nu
zegt de Hebreeuwse tekst dat de man "ging" in het graf en met het
gebeente van Elisa in aanraking kwam. Dit is een vreemde uitdrukking.
Er zijn verschillende meningen. Er zijn geleerden die menen, dat de
vloer wat schuin afliep en dat de man vanzelf naar het lichaam van
Elisa toerolde. Anderen menen, dat zij niet eens de tijd hadden om hem
in het graf te deponeren, maar dat zij hem buiten al achter gelaten
hebben en dat hij vanzelf het graf inrolde en daar met het gebeente van
Elisa in aanraking kwam. Hoe het precies gebeurd is weten wij niet
meer. Wel weten wij dat het een groot wonder was.
Een bijzonder wonder in het
Nieuwe Testament
Deze
geschiedenis doet denken aan de opstanding uit de doden nadat de Here
Jezus in Zijn graf gelegd was. "En zie, het voorhangsel van de tempel
scheurde van boven tot beneden in tweeën, en de aarde beefde,
en
de rotsen scheurden, en de graven gingen open en vele lichamen der
ontslapen heiligen werden opgewekt. En zij gingen uit de graven na Zijn
opstanding en kwamen in de heilige stad waar zij aan velen verschenen."
(Mattheus 27:51-53)
Terwijl
deze geschiedenis verteld wordt rond het sterven van de Here Jezus,
wordt hij ook geplaatst bij Zijn opstanding. Het lijkt wel alsof deze
geschiedenis bij beide gebeurtenissen betrokken moet worden.
Zoals
wij niet weten wat er met de man uit het Oude Testament gebeurd is na
zijn opstanding, zo weten wij ook niet wat er met deze mensen uit het
Nieuwe Testament gebeurd is. Er zijn rabbijnen die menen, dat de man na
zijn opstanding meteen weer dood neergevallen is. Andere rabbijnen
menen dat hij nog geruime tijd geleefd heeft. Wie zal zeggen hoe het
echt was?
Zo
zijn er ook Bijbeluitleggers die menen, dat de mensen uit Mattheus
27:52,53 weer een nieuwe toekomst op aarde tegemoet gegaan zijn,
terwijl anderen menen, dat zij met een verheerlijkt lichaam opgestaan
zijn en, nadat zij aan velen "verschenen" waren, zonder opnieuw te
sterven, naar de hemel gegaan zijn.
Terwijl
wij bepaalde zaken niet meer kunnen nagaan en ook niet met zekerheid
kunnen zeggen hoe het was, is er wel iets dat wij met grote zekerheid
kunnen zeggen: de Here Jezus Zelf is uit de dood opgestaan. En... zij
die in Hem geloven zullen ook eens ten leven uit de dood opstaan. Wat
dat betreft wacht de gelovigen een heel bijzondere toekomst.
Een gebeurtenis
uit het leven van Elisa (met vragen en
antwoorden)
Elisa
was de opvolger van Elia. Voor dat Elisa profeet werd werd Elisa eerst
op de proef gesteld door Elia. Dit gebeurde voordat Elia van de aarde
werd weggenomen. Daarover wil ik eerst iets zeggen.
In 2 Koningen 2 wordt er over het wegnemen van Elia geschreven.
Langere tijd was Elisa al de knecht van Elia. Net voor dat Elisa de
plaats als profeet van Elia in moet nemen stelt hij hem eerst nog op de
proef. ‘Blijf toch hier” zo zegt hij tot Elisa,
maar Elisa
is vastbesloten met Elia mee te gaan. Mogelijk heeft Elisa al
aangevoeld dat Elia zou worden weggenomen. Hij weet zich van de Heere
geroepen Elia op te volgen en daarom met hem mee. Hij zegt:
“Zo
waarachtig als de Heere leeft en uw ziel leeft, ik zal u niet
verlaten.”
Elisa wordt opnieuw op de proef gesteld als ze bij Bethel aankomen.
Daar ontmoeten ze een groep profetenzonen. Ook zij weten, net als
profetenzonen later in Jericho dat Elia weggenomen zal worden.
De profeten zonen zijn dan ook verwonderd dat Elisa nog steeds Elia na
volgt. Elisa laten zich niet van zijn besluit af brengen en zeg dat ze
hun mond moeten houden.
In Bethel zei Elia weer tegen Elisa dat hij daar moest blijven en niet
verder meegaan. Elisa gaat toch mee en zweert dat hij Elia niet zal
verlaten.
Aangekomen bij de Jordaan trek Elia zijn mantel uit terwijl de profeten
zonen op een afstand staan te kijken doet Elia zijn laatste wonder. Hij
pakt de mantel vast en slaat op het water en er komt een pad vrij net
als toen het volk van Israel door het droge doorging. Na dat Elia en
Elisa door de Jordaan heen zijn gegaan, voegde het water weer samen.
Daar vindt de wegneming van Elia plaats in de wagen met vurige paarden.
Elia mag zo de hemel ingaan. Zijn mantel laat hij daar achter. Elisa
heeft dit alles verwonderd aangezien.
Toen Elia opgenomen was moest Elisa weer terug het water over. Elisa
mocht ervaren dat de kracht van Elia op hem was, want hij deed het
zelfde als zijn meester deed. Hij sloeg met de mantel op het water en
er kwam een pad en hij mocht zo door het droge doorgaan. Zo kort nadat
hij de zware taak over mocht nemen van Elia mocht hij reeds ervaren dat
de Heere met hem was. Hoe kon hij immers anders dat wonder doen ?
Later mocht Elisa zelf nog veel meer wonderen doen. Bij enkele daarvan
wil ik nu stil staan.
Direct vanaf de Jordaan ging Elisa naar Bethel. Daar wordt hij niet
vriendelijk opgewacht door de bewoners in Bethel, want terwijl Elisa op
weg is wordt hij uitgelachen door een groep kleine jongens. Ze roepen
naar Elisa “kaalkop, ga op. Kaalkop, ga op”.
Aartsvader Jakob had deze plaats Bethel, dus huis van God, genoemd,
maar in de tijd van Elisa is het de plaats waarin afgoderij haar
toppunt heeft gevonden. Jerobeam heeft hier een van de gouden kalveren
geplaatst. Waarom deed hij dat? Wel, Jerobeam wilde er zo voor zorgen
dat de mensen van het tienstammenrijk niet zouden vertrekken in de
richting van Jeruzalem, waar de tempel stond. De afgodendienst in
Bethel moest zo in de plaats komen van de dienst van de Heere in
Jeruzalem.
Andere profeten hebben daarom Bethel ook wel Bethaven genoemd, dat
betekent `Huis van Goddeloosheid` in plaats van `Huis van Gods`.
Als Elisa aankomt in Bethel, hebben de kinderen hem aan zijn kleding
herkend als een profeet van de Heere. Zij laten hun haat aan de Heere
zien.
Waarom hebben de kinderen Elisa uitgescholden, omdat hij zo kaal is?
Waarschijnlijk moeten we de nadruk niet zozeer leggen op het woordje
`kaalkop`, maar meer op `ga op`. `Ga op`, net als Elia opging of ten
hemel werd opgenomen, zo wilden zij zeggen. Waarschijnlijk is de
wegneming van Elia ook in Bethel doorgedrongen. De nadruk ligt dus niet
op Elisa kaalheid.
Wat doet Elisa als de kinderen schelden? Niets. Hij laat het aan de
Heere over. Die zorgt voor Elisa. Er komen twee beren uit het bos die
verscheurden 42 kinderen. Wat een zware straf. Waarom toch, zo zul je
vragen? Wel, de Heere laat niet met zichzelf spotten en ook niet met
zijn werk. Kun je zien hoe zwaar de Heere straft. Wat hebben wij dan
verdiend? Spotten wij ook wel eens met de Heere, Zijn dienst, of Zijn
knechten? We kunnen hier zien hoe zwaar de Heere dat straft. Denk aan
het derde gebod: De Heere zal niet onschuldig houden die Zijn Naam
ijdellijk gebruikt. In wezen gebeurde er hier niets anders, dan het
werk van de Heere belachelijk maken.
Enige tijd later loopt Elisa in een dorp. Er komt een weduwvrouw
aanlopen. Haar overleden man was waarschijnlijk ook een profetenzoon,
want zij zegt:” Uw knecht, mijn man is gestorven”.
Waarschijnlijk kende zij daarom Elisa wel. Zij vraagt hem om hulp want
de schuldeiser is bij haar gekomen en zij heeft niets om te betalen.
De zonen van de weduwevrouw worden meegenomen als slaven van de
schuldheer als de vrouw niet kan betalen.
Elisa vraagt aan de weduwe wat ze nog in huis heeft. De weduwe antwoord
en zegt “ ik ben arm en heb alleen maar een kruikje met
olie”. Elisa zegt tegen de weduwvrouw: “haal met uw
zonen
alle vaten bij uw buren en uw naburen en sluit dan de deur na u en u
zonen en vul de vaten met de olie die u nog heeft. Dan blijkt het
wonder. Als de weduwe bij het laatste vat is aangekomen vraagt zij of
er nog meer vaten zijn, maar die waren er niet . Toen al de vaten vol
waren stond de olie stil in de kruik. De Heere geeft in rijke
overvloed, meer dan zij ooit had kunnen en durven verwachten. Elia zegt
dat zij de olie mag verkopen om haar schuldeisers af te betalen. Van de
rest van de overvloed mocht zij leven.
Wat een wonder als een arme de toevlucht neemt tot de Heere. In een weg
van onmogelijkheid wordt de schuld betaald. Hoe kwam dat? Wel zij zocht
de oplossing van de nood z\niet bij zichzelf, maar bij de Heere. Bij de
grote profeet die zij nog kende door haar overleden echtgenoot. De
Heere wil zo wonderen doen, maar let erop: zij had wel een vraag. Zij
ging met haar nood niet in een hoekje zitten maar zocht de man van de
Heere op. De nood bracht haar tot de Heere. Alleen zo mogen ook wij
verwachting hebben in onze noden.
Later kwam Elisa hij opnieuw in aanraking met een vrouw. In
tegenstelling tot de vorige, was deze vrouw niet arm. De Bijbel noemt
haar een “grote” vrouw. Elisa komt een paar keer
bij de
vrouw eten als hij op doorreis is. Als Elisa een aantal keren bij haar
is komen eten, krijgt hij hier een kamer van de vrouw aangeboden om er
uit te rusten. De Heere bereidt hier al het wonder van straks voor,
want Elisa vraagt hierom aan haar hoe hij haar hiervoor kan belonen.
Goederen heeft zij niet nodig, want zij is welgesteld. Hij vraagt haar
of hij voor de vrouw een goed woord moet doen bij de koning of
krijgsoverste. Haar antwoord is .”ik woon in het midden mijns
volks” . De vrouw heeft blijkbaar niets nodig om een hogere
positie te krijgen. Hoe zou Elisa dan de vrouw moeten belonen voor die
kamer en gastvrijheid. Elisa weet dat zij geen zoon heeft maar graag
een zoon zou willen hebben.
Nadat Elisa de vrouw heeft laten roepen zegt hij dat zij over een jaar
een zoon zal krijgen. Het bijzondere ervan is dat er niet om gevraagd
wordt. Zoals de profeet gezegd had gebeurt het ook. Na een jaar krijgt
zij een zoon. Ongedacht kreeg de vrouw een kind, maar onverwachts komt
er ook het moment, waarop zij haar zoon weer kwijt moet raken.
Terwijl de zoon het veld op gaat naar de vader krijgt hij plotseling
pijn aan zijn hoofd. Door één van de knechten
wordt hij
naar zijn moeder gebracht en daar sterft hij. De vrouw weende niet over
haar overleden kind. Hier blijkt uit haar dat ze op God vertrouwt. De
Heere die machtig is haar door een wonder een kind te geven kan het ook
weer opwekken. De vrouw maakt geen aanstalten om dat kind te begraven,
iets wat eigenlijk in de warme landen heel normaal is. De vrouw laat
ook geen tekenen van rouw zien. Dat is wonderlijk!
De vrouw gaat op een ezel op zoek naar Elisa om hem om hulp te vragen.
Voor zij weg gaat legt ze haar kind bij hem op het bed dat zij altijd
gereed heeft staan voor Elisa.
De vrouw geeft de dienstknecht opdracht de ezel voort te drijven., Hij
mag niet stoppen, dus ook niet pauzeren. Ze wil zo snel mogelijk naar
Elisa. Toen Elisa de vrouw zag aankomen liet hij Gehazi op haar af
komen om te vragen hoe het met haar en met haar man en met haar kind
gaat. De vrouw zeide: het is wel. Dat klinkt ons vreemd in de
oren. Haar kind is overleden en toch zegt zij dat alles wel
is.
De vrouw is niet bang dat het niet meer goed zal komen met haar kind
want zij gelooft in de God die haar dat kind gegeven heeft. Hij kan het
kind ook aan haar terug geven.
Als de vrouw alles tegen Elisa gezegd heeft, gaat Elisa snel mee naar
het huis van de vrouw om te kijken. Elisa gaat de kamer in waar het
kind op bed ligt en sluit de deuren voor iedereen.
Dan bidt Elisa tot God en vraagt of Hij het kind levend wil maken. Als
Elisa klaar is met bidden gaat hij op het kind liggen. Het kind wordt
warm maar wordt nog niet levend. Elisa gaat weer bidden tot God en
vraag weer of hij levend mag worden. Als Elisa weer klaar is met bidden
gaat hij weer op het kind liggen en het kind word weer warm en niest
zeven keer en opent daarna zijn ogen. Elisa gaf het kind aan zijn
moeder. Dit was Elisa’s eerste opwekking. Elisa’s
leermester Elia had ook al een keer een kind opgewekt.
Ook wij zullen, als wij zijn gestorven, worden opgewekt uit de
tijdelijke dood. Dat zal zijn op de dag van het oordeel. Maar nog
belangrijker is dat wij nu, in het heden van genade moeten worden
opgewekt uit onze doodsstaat. Alleen dan zijn wij voorbereid op de
eeuwigheid.
We leven nu nog in het heden der genade. Wij kunnen nog bekeerd worden.
Moeten wij dan maar afwachten? Nee, maar net als die arme vrouw op zoek
ging naar hulp in haar nood, moeten wij ook zoeken in onze nood.
De Heere wil erom gevraagd worden. Wij moeten het oude leven achter ons
laten en een nieuw leven zoeken binnen te gaan.
Als je je niet bekeert, zal je in een de eeuwige rampzaligheid terecht
komen waar eeuwig knersing der tanden is in een eeuwige poel brandende
van vuur.
Vragen
en antwoorden
Vr. 1. Wat kun je leren uit de
roeping van Elisa. Wat zou jij doen als je zo op de proef werd gesteld?
Antw 1.Dat je standvastig moet zijn.
Wij kunnen het alleen volhouden als God
in ons werkt en als we een kind van hem mogen zijn.
Vr. 2. Hoe kan de Heere het toe
laten dat er 42
kinderen worden verscheurd door beren als zij Elisa uitschelden.
Antw.2.Door het uitschelden van Elisa werden de kinderen als straf op
de zonde verscheurd.De HEERE is wel barmhartig en gaarne vergevende,
maar ook rechtvaardig.
Vr. 3.De straf volgt bij de
kinderen direct op
de zonde. Dat is vaak niet zo. Geef voorbeelden uit de Bijbel en twee
in de actualiteit, waar de straf ook direct op de zonde volgde.
Antw.3. De hoofdman met zijn vijftigen die Elia kwam halen uit naam van
koning Ahazia (2 Kon. 1).
Vr. 4. Hoeveel keer lezen we in
de Bijbel over opwekking van een dode? Weet je ze allemaal?
Antw. 9 keer
3 keer in het Oude Testament:
1 Kon 17 : 21 (Elia en weduwe te Zarfath),
2 Kon. 4 :35 (Elisa en Sunamitische)
2 Kon. 13 : 21 (de man die in het graf van Elisa werd gelegd)
3 keer tijdens de omwandeling van de Heere Jezus
Luk. 7 : 14 (jongeling te Nain) ,
Luk 8 : 54(dochtertje van Jairus),
Joh 11 : 43 (Lazarus)
3 keer door de apostelen
Hand. 9 : 40 Tabitha of Dorkas.
Hand. 20 : 9 (Eutychus die uit venster viel)
Vr. 5. Zouden wij ook mogen
bidden voor opwekking van een dode?