OUDE WANDTEGELS met BIJBELSE
TAFERELEN
BIJBELS TAFEREEL 003

DE RIJKE DWAAS

Lucas 12:13-21
13 Iemand uit de menigte zei tegen hem: ‘Meester, zeg tegen mijn
broer dat hij de erfenis met mij moet delen!’ 14 Maar Jezus
antwoordde: ‘Wie heeft mij als rechter of bemiddelaar over jullie
aangesteld?’ 15 Hij zei tegen hen: ‘Pas op, hoed je voor
iedere vorm van hebzucht, want iemands leven hangt niet af van zijn
bezittingen, zelfs niet wanneer hij die in overvloed heeft.’ 16
En hij vertelde hun de volgende gelijkenis: ‘Het landgoed van een
rijke man had veel opgebracht, 17 en daarom vroeg hij zich af: Wat moet
ik doen? Ik heb geen ruimte om mijn voorraden op te slaan. 18 Toen zei
hij bij zichzelf: Wat ik zal doen is dit: ik breek mijn schuren af en
bouw grotere, waar ik al mijn graan en goederen kan opslaan, 19 en dan
zal ik tegen mezelf zeggen: Je hebt veel goederen in voorraad, genoeg
voor vele jaren! Neem rust, eet, drink en vermaak je. 20 Maar God zei
tegen hem: “Dwaas, nog deze nacht zal je leven van je worden
teruggevorderd. Voor wie zijn dan de schatten die je hebt
opgeslagen?” 21 Zo vergaat het iemand die schatten verzamelt voor
zichzelf, maar niet rijk is bij God.’
Een gebeurtenis om over na te denken
Wij
moeten het verhaal van de rijke dwaas niet verkeerd verstaan. Hij is
geen dwaas omdat hij rijk is. Aan rijkdom is niets verkeerd, maar de
vraag is hoe wij met rijkdom omgaan. Is rijkdom middel of doel? Jezus
zegt tegen de man die wil erven: hoed je voor hebzucht. Verzamel niet
om het verzamelen. Rijkdom en welvaart kunnen ons leven veraangenamen,
maar het is niet het één en het al. "Want ook als iemand
overvloed heeft, behoort zijn leven niet tot zijn bezit." (NBG 1951).
Veel kunnen wij menen in handen te hebben en te beheersen, maar dat
niet. En wat is dan meer de moeite waard: het leven of de spulletjes?
Als wij elk jaar dankdag voor gewas en arbeid hebben, bedreigt ons een
ontsporing. En dat is er een feest van de welvaart van maken. God
krijgt de dank en eer voor rijkdom en genot, gezondheid en
vruchtbaarheid. Hij is als een grote Sinterklaas die zijn zak weer
heeft leeggedeeld, en wij zijn dankbaar voor de cadeautjes. Dan lijkt
het mij teveel op de dans rond het gouden kalf. Zolang je er wat van
kunt krijgen, zijn we er blij mee. Als het mij maar voordeel op levert,
dan blijf ik wel geloven. De kerk als de supermarkt met God als de
bedrijfsleider waar we ons voordeel kunnen halen, en aan de kassa kan
in dankbaarheid worden afgerekend. Goedkoper dan in deze winkel krijg
je het nergens!
Zo'n dankdag is God afkopen. Zo'n dankdag is er ook alleen maar voor
degenen die succes hadden, die gezond bleven en zich breed mochten
maken in de maatschappij. Zij kregen het grootste cadeau van
Sinterklaas. Voor wie het leven niet op de bergtop plaatsvond, maar het
afgelopen jaar juist diep in het dal belandde is die woensdag van de
eerste week van november niet besteed. Weinig te danken..... En neem
het ze maar eens kwalijk.
Er was eens een Jood die na de hel van het concentratiekamp erop
betrapt werd nog steeds God te loven en te danken voor de zegen van
zijn leven. En ze vroegen hem: Hoe kun jij na jouw geschiedenis God nog
danken? En die Jood zei: Ik dank hem voor het bestaan dat Hij mij gaf.
Hij is mijn Schepper. Zonder Hem was ik er niet geweest. Die gave was
al zo groot, daarvoor sta ik voor eeuwig bij Hem in de schuld. In al
wat mij verder overkomen is heb ik niets van Hem te eisen. Hij was mij
niets verplicht, wie ben ik dan dat ik Hem mijn lot voor de voeten zou
werpen. Nee, tot aan het eind van mijn leven blijf ik Hem dankbaar er
te mogen zijn, het leven ontvangen te hebben.
Hoe oe zullen wij dan danken? Danken wij voor de vrucht van onze
velden, en de arbeid van onze handen? Danken wij voor onze maandelijkse
inkomsten en het brood op de plank? Jawel, want ook daarin kunnen wij
Gods zegen zien, maar laten we niet blijven staan bij de materiële
welvaart. Laten we iets leren van die Jood, die alles werd afgepakt en
toch nog stof tot danken had, omdat het leven uit Gods hand hem
dierbaar en kostbaar was. Omdat het leven in Gods hand niet tot ons
bezit hoort en dus ook niet kan worden afgepakt, want het is Gods bezit
en daar wel bewaard. Die les, dat er meer is dan welvaart, probeert de
gelijkenis van de rijke dwaas ons te leren.
Let wel, de gelijkenis wordt verteld na de vraag of Jezus een erfenis
wil regelen. Maar bij Jezus staat er wel wat meer op het spel, dan het
regelen van een nalatenschap. Hij is niet gekomen om mensen welvaart te
bezorgen: en dus meer van hetzelfde. Maar Hij is gekomen om nieuw leven
te brengen. De rijke dwaas constateert tot zijn vreugde dat de oogst
goed geweest is, ja zelfs tot overvloedens toe. Daar mogen wij ook blij
mee zijn en er God voor danken. Maar wat doet die rijke dwaas? Hij ziet
zijn oogst en u moet eens opletten hoe vaak hij aan zichzelf denkt:
"Daarom vroeg hij zich af: Wat moet ik doen, ik heb geen ruimte om mijn
voorraden op te slaan? Toen zei hij bij zichzelf: Wat ik zal doen is
dit: ik breek mijn schuren af en bouw grotere, waar ik al mijn graan en
goederen kan opslaan. En dan zal ik tegen mezelf zeggen: Je hebt veel
goederen in voorraad, genoeg voor vele jaren! Neem rust, eet, drink en
vermaak je.
Deze rijke dwaas kent geen dankbaarheid. Hij kent geen oorsprong van
zegen, maar ook geen bestemming. Hij beschouwt alleen het eigen lot. En
zoals hij denkt te kunnen beschikken over oogst en schuren, als
persoon¬lijk bezit, zo denkt hij ook om te kunnen gaan met de eigen
ziel. Alles is zo vanzelfsprekend voor hem en van hem. Hij is ook
degene die het er nu voor zichzelf van gaat nemen. Het probleem is niet
eens in de eerste plaats dat hij niets voor de naaste doet. Maar Hij
denkt niet eens aan een medemens, laat staan aan God. Hij komt er niet
op! Hij reduceert het leven tot het platte vlak. De kwantiteit is
prachtig, maar hoe is het met de kwaliteit? Jezus klaagt hem aan dat
deze schatten niet beperkt mogen worden tot het privé-vlak. Want
de conclusie luidt, dat de rijke dwaas zonder zijn rijkdom zal sterven
en zo vergaat het hèm, die voor zichzelf schatten verzamelt en
niet rijk is bij God.
Die laatste zin moeten we opnieuw niet verkeerd verstaan. Alsof er een
tegenstelling zou zijn tussen de miljonair met een villa en de arme
vrome die zo geestelijk ver is op Gods weg en daarmee toch rijker is
dan de miljonair. Nee, de tegenstelling ligt tussen "voor zichzelf" en
"bij, in, of voor God". Zijn de schatten verzameld alleen om de eigen
schatkamer te vullen en daar stoffig te worden, of zijn ze verzameld in
perspectief, wetende dat het hele leven zich afspeelt op Andermans
toneel. Wetend dat die schatten deel zijn van Gods leven voor ons en
dus ook genoten mogen worden met het oog op Gods doel. Waartoe dient
een oogst? Om voor jaren te bewaren? Elk jaar opnieuw is er een oogst.
Een oogst is er om voor mensen tot voedsel te dienen. Deze rijke dacht
zich in te kunnen dekken tegen elk soort van gevaar in de toekomst. Hij
zou geen last meer hebben van misoogsten, van de onzeker¬heid van
het fortuin. Maar het leven is meer dan je indekken. Het leven vraagt
er om in dankbaarheid geleefd te worden. In dankbaarheid genoten voor
het oog van de Schepper. In dankbaarheid toegepast om Zijn leven, dat
Hij ons gaf, tot bloei te laten komen. Niet om op je krent te gaan
zitten voor je volgestouwde schuurtje!
Wij vieren dus ieder jaar dankdag. Wij loven God voor het
geschenk van het leven, voor de bevestiging van het werk van onze
handen, voor de vrucht¬baarheid van de aarde. Maar als calvinisten
weten we dat die dankbaarheid uit meer moet bestaan dan een simpel
"bedankje". Als dank voor Gods zorg voor ons, worden wij door de
catechismus opgeroepen tot werken van dankbaarheid. Want Hij gaf het
leven niet om te verzamelen, maar om te rijpen en tot Zijn doel te
komen. Als wij in ons leven stof tot danken hebben, als wij zien dat er
vermeerdering van bezit is gekomen, of vermeerdering van kennis of
wijsheid, vermeerdering van liefde, vermeerdering van comfort. Als wij
zien dat ons leven vruchtbaar is geweest, hoe gaan wij daar dan mee om?
Beschouwen we dat als ons privé-bezit, waar niemand wat mee te
maken heeft, want wij hebben het tot stand gebracht? Of beschouwen we
dat als talenten die de Heer ons gaf om namens Hem en voor Hem opnieuw
te investeren. Te investeren in ons eigen leven, want als we rijk zijn,
mogen we daar best van genieten. Jezus genoot ook op de bruiloft te
Kana en hij nam graag een etentje aan. Maar ook: Te investeren in het
leven van anderen, bij wie we soms uit onze overvloed van tijd, kennis
en vriendschap kunnen aanvullen wat hen ontbreekt. Te investeren in
Gods plan met ons en Zijn wereld. Dankbaarheid is meer dan een gevoel,
dankbaarheid moet een voedingsbodem worden waaruit meer leven gaat
bloeien. Dankbaarheid leert ons Gods zegeningen niet als einddoel te
zien, maar als een middel, een station onderweg, naar meer eenheid met
Hem.
God danken is God erkennen als Schepper en Heer. Over ons leven en dus
ook over ons bezit, het resultaat van alle leven dat God gaf. Teken van
die erkenning is ons dankgebed en ons dankoffer, waarbij we in het
bijzonder op dankdag iets teruggeven van wat al lang en breed van Hem
was en is. Maar het grootste deel van de dankbaarheid beleven wij niet
op dankdag, maar in het jaar dat voor ons ligt. De dankbaarheid moet
zich uitwerken in ons hele leven, van week tot week. Dankbaarheid is
een levensstijl, van je afhankelijk weten van God, en verantwoordelijk
voor God. Een levensstijl die weet dat het leven ons niet
vanzelfsprekend komt aanwaaien, maar ons in beheer is gegeven, om er
tot eer van de Eigenaar wat van te maken. Laat dan uw licht schijnen
voor de mensen, niet tot eigen eer, maar opdat zij om u uw hemelse
Vader prijzen en er steeds meer dank gebracht worde, tot eer van God de
Vader.
|