| |
De Wonderbare visvangst
Om
de kinderen te laten kennismaken met de Bijbel werden er vroeger
schoolplaten gebruikt. Aan de hand van de afbeeldingen op de
schoolplaten kon de meester of de juf een verhaal uitleggen. Deze
manier van les geven werd ook wel aanschouwingsonderwijs genoemd.
Aanschouwen is een ander woord voor kijken. De meesten kennen het nog
wel denk ik, die oude schoolplaten die vroeger in het klaslokaal hingen
of uit een grote opbergkist achter in de klas tevoorschijn werden
gehaald. Het was vooral dán steeds weer een verrassing. Wij
kijken nu in de klas naar dia’s of een videofilm in plaats
van
schoolplaten.
Wil
je een overzicht van alle platen? Klik HIER

Lukas 5:1
De Wonderbare visvangst
1Toen hij eens aan de oever van het Meer van Gennesaret stond en Het
Volk Zich om hem verdrong om naar het woord van God te luisteren, 2Hij
zag twee boten aan de oever van het meer liggen; de vissers waren eruit
gestapt, ze waren bezig de netten te spoelen. 3Hij stapte in een van de
boten, die van Simon was, en vroeg hem een Eindje van het land weg te
varen; Hij ging zitten en GAF de menigte onderricht vanuit de boot.
4Toen hij was opgehouden met spreken, zei Hij tegen Simon: 'Vaar naar
diep water en gooi jullie netten uit om vis te vangen. " 5Simon
antwoordde: 'Meester, de hele nacht hebben we ons ingespannen en niets
gevangen. Maar als u het zegt, zal ik de netten uitwerpen. " 6En toen
ze dat gedaan hadden, zwom er zo'n enorme school vissen in de netten
DAT sterven dreigden te scheuren. 7Ze gebaarden naar de mannen in de
andere boot DAT sterven hen moesten komen helpen; nadat dezen bij hen
waren gekomen, vulden ze de beide boten met zo veel vis DAT ze bijna
zonken. 8Toen Simon Petrus DAT zag, Hij viel op zijn knieën voor
Jezus neer en zei: 'Ga weg van mij, Heer, wil ik ben een zondig mens. "
9Hij was verbijsterd, net als allen die bij hem waren, over de enorme
hoeveelheid vis die ze gevangen hadden; 10zo grenst het ook Jakobus en
Johannes, de zonen van Zebedeüs, die met Simon samenwerkten. Jezus
zei tegen Simon: 'Wees niet bang, Voortaan zul je mensen vangen. " 11En
Nadat ze de boten aan land hadden gebracht, Lieten ze alles achter en
volgden hem.
Van gewone vissers tot vissers van mensen
Dit is zo’n bekend verhaal dat we het kunnen lezen zonder tot de
kern door te dringen. Lucas nodigt ons uit om getuigen te worden van de
wonderbaarlijke roeping van de eerste drie leerlingen.
Er was al een menigte mensen die Jezus overal volgde om te luisteren
naar zijn onderricht over het woord van God. Wat zagen ze in Jezus
– was hij meer dan een gewone prediker? Herkenden ze in hem Gods
aanwezigheid?
Toen Simon getuige werd van de wonderlijke visvangst, zag hij Jezus
plots in een nieuw daglicht. Hij erkent Jezus als ‘Heer’
(vers 8) en ervaart nu ten overstaan van Jezus de last van zijn
zondigheid. Hij valt op zijn knieën en vraagt Jezus van hem weg te
gaan.
De profeet Jesaja reageerde op dezelfde manier toen hij tegenover God kwam te staan (zie Jesaja 6).
Het lijkt erop dat God aan beide mannen een onmogelijke opdracht geeft.
Jezus zegt tegen Simon dat hij niet bang hoeft te zijn en dat een
nieuwe taak voor hem is weggelegd: ‘mensen vangen’ in
plaats van vis! We krijgen voorlopig niet meer details, maar Lucas
verklapt dat Jezus van deze nederige vissers ‘vissers van
mensen’ wil maken.
Simon en de andere nieuwe leerlingen worden vanaf dat moment volledig
in beslag genomen door Jezus, en zij volgen hem op zijn weg. De
onderliggende boodschap is dat de volgelingen van Jezus de hele tijd
bij hem dienen te zijn om hun roeping
te kunnen volbrengen. Netten, boten, levensonderhoud, huizen en
families, alles wordt achtergelaten wanneer de leerlingen beginnen aan
een heel nieuw leven in aanwezigheid van Jezus.
Een typisch geloofsverhaal
We vinden het bij alle vier de evangelisten. Maar bij Marcus (1ste
hfst.) en bij Matteüs (4de hfst.) is het een gewone visvangst.
Maar ook daar is het centrale woord: ”Voortaan zal je mensen
vangen.” Bij Johannes (21ste hfst.) is het dan opnieuw een
wonderbare visvangst, maar die zich afspeelt na Jezus’
verrijzenis. Het is een verschijningsverhaal. Jezus staat aan het
strand, maar de leerlingen herkennen hem niet. Pas als het wonder
gebeurt zeggen ze: ”Het is de Heer.” Johannes vermeldt
zelfs het aantal vissen. Het zijn er uitgerekend 153! Men zegt dat dit
slaat op het aantal soorten vissen dat men in die tijd kende. Alle
vissen zaten dus in het net! Johannes wil daarmee wijzen op de blijde
boodschap die wereldwijd verkondigd moet worden.
Een zelfde verhaal krijgt dus bij iedere evangelist een eigen invulling
Dit wijst erop hoe het niet gaat om een soort reportage. Dergelijke
verhalen geven ons geen precieze informatie over de een of andere
gebeurtenis. We weten natuurlijk dat het merendeel van de twaalf
apostelen vissers waren. Ze leefden van visvangst. Jezus stond midden
in hun leven. In zijn verkondiging gebruikt hij woorden en beelden uit
hun dagelijks leven. Ze worden tot symbolen voor het diepere
geloofsmysterie dat hij openbaart. De eerste christenen hebben de
geloofsverhalen van Jezus verder verteld. Ze hebben ze dikwijls bewerkt
om Jezus’ boodschap aangepast uit te dragen. Ze hebben er andere
geloofsverhalen aan toegevoegd, die de gezindheid van Jezus vertolken
of zijn inspiratie vorm geven. De verhalen werden verzameld door de
evangelisten die er hun eigen stempel hebben op gedrukt De evangelies
gaan terug op wat mensen hebben ervaren met Jezus van Nazaret. Wat ze
hebben meegemaakt voor en na zijn kruisdood. Evangelies verhalen de
ervaringen met Jezus en de geschiedenis van zijn navolging. Ze nodigen
uit om zelf ook binnen te gaan in die werkelijkheid van het Rijk Gods,
zoals Jezus dat heeft beleefd en gepreekt. Vandaag klinkt de
uitnodiging om ‘mensen te vangen’. De leerlingen moesten
vissen vangen om in leven te blijven. ‘Mensen vangen’
betekent dan dat je mensen tot leven wil brengen. Tot het eigenlijke,
echte leven van het Rijk Gods van Jezus.
Mensen die zich rond Jezus verdringen
Het verhaal begint met de mensen die zich rond Jezus verdringen
om ‘het woord van God’ te horen. Vanuit de boot van Simon
Petrus verkondigt Jezus dat woord. Maar hij laat het niet bij woorden.
Hij vraagt de leerlingen ‘naar het diepe’ te varen en de
netten uit te werpen. Op zijn woord doen ze dat, ook al hadden ze de
hele nacht niets gevangen. En kijk: ze vangen zo’n massa vissen
dat de beide boten dreigen te zinken. Simon Petrus en de anderen waren
zo verbijsterd dat ze schrik hadden. De klassieke reactie in de bijbel
wanneer iets gebeurt dat ‘goddelijk’ wordt genoemd. Maar
Jezus vervaagt hun angst en zegt dat ze voortaan mensen zullen vangen.
Er is altijd de dreiging
Het meer en de zee staan in de bijbelse context symbool voor
‘verlorenheid’. Want er is altijd de dreiging van een
kolkende zee of een storm op het meer. Met Jezus scheep gaan is altijd
veilig en bevrijdend. Omdat hij de stormen bedwingt. De boot is symbool
voor de christelijke gemeenschap. Dat Jezus in de boot van Petrus stapt
is natuurlijk niet toevallig. Lucas verwijst hiermee naar de eerste
kerk. Vanuit de kerk klinkt via Jezus het ‘woord van God’.
Daardoor worden mensen bevrijd tot leven. Tot het leven van het Rijk
Gods. Als ze zich als het ware laten strikken in de netten van de
verkondigers. ‘Mensen vangen’ is mensen binnen de
kerkgemeenschap brengen waar Jezus‘ boodschap wordt beleefd en
het Rijk Gods van vrede, vreugde, liefde en gerechtigheid een menselijk
gezicht krijgt. Het woord van God komt er tot leven. Dat is redding,
bevrijding, uit zonde en kwaad, lijden en dood . Dat is het heil! Het
is vroeger lange tijd een slagzin geweest: ‘Buiten de kerk
geen heil’. Maar als dat waar is, dan is er nu bijna niets
dan onheil in onze wereld! Want het reuze passagierschip dat de kerk
ooit was lijkt nu meer op hier en daar een klein scheepje dat stuurloos
ronddobbert ergens op een van de wereldzeeën. We beseffen al lang
dat er heil, en wel ‘goddelijk heil’ te vinden is ook
buiten de kerk, in andere godsdiensten en in zo veel mensen en
gemeenschappen van verschillende signatuur.Wat kan het woord van Jezus
om ‘mensen te vangen’ op vandaag dan nog betekenen? Ik denk
dat we dat woord moeten koppelen aan dat andere woord dat me wezenlijk
lijkt: ‘Vaar naar het diepe’.
Vaar naar het diepe
Dat lijkt me de opdracht voor de kerkgemeenschap van vandaag.
‘Vaar naar het diepe’. Werp daar de netten uit voor de
bevrijding van mensen. Bevrijding uit het consumptiekapitalisme dat de
mens verengt tot een consument. Bevrijding uit armoede en vereenzaming.
Red de mens door op te komen voor de onaantastbaarheid van iedere
persoon. Voor een rechtvaardige verdeling van de welvaart. Voor een
universele rechtstaat. Voor ecologie als stuwkracht voor de
leefbaarheid van onze planeet. Treed in dialoog met de grote
wijsheidstradities van onze geschiedenis. Met volle respect voor de
andere godsdiensten. In alle deemoed en dienende liefde. Luister naar
de existentiële vragen van de mens van vandaag. Vooral van de
jongeren. Leer hen terug aandacht te hebben voor mysterie en mystiek.
Voor het diepste wezen van onze werkelijkheid. Getuig ervoor dat we er
niet zijn voor onszelf maar voor het welzijn van de hele samenleving.
Ga op zoek naar het goede in mensen. Naar waar goddelijke kracht in
mensen de kans krijgt open te bloeien. ‘Vaar naar het
diepe‘, want alleen daar kan een Godservaring ontstaan . Het is
Jezus Christus zelf die ons deze opdracht geeft . Op zijn woord kan het
tot een wonderbare mensenvangst komen . Of anders en beter gezegd: tot
een wonderbare mensbevrijding!
|
|
|