Om
de kinderen te laten kennismaken met de Bijbel werden er vroeger
schoolplaten gebruikt. Aan de hand van de afbeeldingen op de
schoolplaten kon de meester of de juf een verhaal uitleggen. Deze
manier van les geven werd ook wel aanschouwingsonderwijs genoemd.
Aanschouwen is een ander woord voor kijken. De meesten kennen het nog
wel denk ik, die oude schoolplaten die vroeger in het klaslokaal hingen
of uit een grote opbergkist achter in de klas tevoorschijn werden
gehaald. Het was vooral dán steeds weer een verrassing. Wij
kijken nu in de klas naar dia’s of een videofilm in plaats
van
schoolplaten.
Wil
je een overzicht van alle platen? Klik HIER

'Sta op, neem het kind en zijn moeder en vlucht naar
Egypte'
(Mattheus 2: 13 - 18)
1
Toen Jezus geboren was in Betlehem in Judea, tijdens de regering van
Herodes, kwamen er magiërs uit het Oosten in Jeruzalem aan. 2 Ze
vroegen: ‘Waar is de pasgeboren koning van de Joden? Wij hebben
namelijk zijn ster zien opgaan en zijn gekomen om hem eer te
bewijzen.’ 3 Koning Herodes schrok hevig toen hij dit hoorde, en
heel Jeruzalem met hem. 4 Hij riep alle hogepriesters en
schriftgeleerden van het volk samen om aan hen te vragen waar de
messias 5 ‘In Betlehem in Judea,’ zeiden ze tegen
hem, ‘want zo staat het geschreven bij de profeet: 6 “En
jij, Betlehem in het land van Juda, bent zeker niet de minste onder de
leiders van Juda, want uit jou komt een leider voort die mijn volk
Israël zal hoeden.
7 Daarop riep Herodes in het geheim de magiërs bij zich; hij wilde
precies van hen weten wanneer de ster zichtbaar geworden was, 8 en
stuurde hen vervolgens naar Betlehem met de woorden: ‘Stel een
nauwkeurig onderzoek in naar het kind. Stuur mij bericht zodra u het
gevonden hebt, zodat ook ik erheen kan gaan om het eer te
bewijzen.’ 9 Nadat ze geluisterd hadden naar wat de koning hun
opdroeg, gingen ze op weg, en nu ging de ster die ze hadden zien opgaan
voor hen uit, totdat hij stil bleef staan boven de plaats waar het kind
was. 10 Toen ze dat zagen, werden ze vervuld van diepe vreugde. 11 Ze
gingen het huis binnen en vonden het kind met Maria, zijn moeder. Ze
wierpen zich neer om het eer te bewijzen. Daarna openden ze hun kistjes
met kostbaarheden en boden het kind geschenken aan: goud en wierook en
mirre. 12 Nadat ze in een droom waren gewaarschuwd om niet naar Herodes
terug te gaan, reisden ze via een andere route terug naar hun land.
13
Kort nadat zij op die manier de wijk genomen hadden, verscheen er aan
Jozef in een droom een engel van de Heer. Hij zei: ‘Sta op en
vlucht met het kind en zijn moeder naar Egypte. Blijf daar tot ik je
weer roep, want Herodes is naar het kind op zoek en wil het
ombrengen.’ 14 Jozef stond op en week nog diezelfde nacht met het
kind en zijn moeder uit naar Egypte. 15 Daar bleef hij tot de dood van
Herodes, en zo ging in vervulling wat bij monde van de profeet door de
Heer is gezegd: ‘Uit Egypte heb ik mijn zoon geroepen.’
16
Toen Herodes begreep dat hij door de magiërs misleid was, werd hij
verschrikkelijk kwaad, en afgaande op het tijdstip dat hij van de
magiërs had gehoord, gaf hij opdracht om in Betlehem en de wijde
omgeving alle jongetjes van twee jaar en jonger om te brengen. 17 Zo
ging in vervulling wat gezegd is door de profeet Jeremia: 18 ‘Er
klonk een stem in Rama, luid wenend en klagend. Rachel beweende haar
kinderen en wilde niet worden getroost, want ze zijn er niet
meer.’
19 Nadat Herodes gestorven was, verscheen er in een droom aan Jozef in
Egypte een engel van de Heer. 20 De engel zei: ‘Sta op, ga met
het kind en zijn moeder naar Israël. Want zij die het kind om het
leven wilden brengen, zijn gestorven.’ 21 Jozef stond op en
vertrok met het kind en zijn moeder naar Israël. 22 Maar toen hij
daar hoorde dat Archelaüs zijn vader Herodes was opgevolgd als
koning over Judea, durfde hij niet verder te reizen. Na aanwijzingen in
een droom week hij uit naar Galilea. 23 Hij ging wonen in de stad
Nazaret, en zo ging in vervulling wat gezegd is door de profeten:
‘Hij zal Nazoreeër genoemd worden.’
Jozef en Maria met de pasgeboren Jezus naar Egypte
Wanneer Jozef en Maria weer in Bethlehem terug zijn, krijgen ze het
meest onverwachte bezoek: de een onbekend (!) aantal 'wijzen'
(magiërs) uit 'het Oosten', religieuze sterrenkundigen uit het
tegenwoordige Irak, Iran of nog verder weg. Zij interpreteerden een
bepaalde sterrenstand (of conjunctie van planeten) als een teken dat
ergens een belangrijke koning was geboren, ergens in de richting van
Judea. Ze gaan op reis, en vanzelfsprekend informeren ze bij koning
Herodes in de hoofdstad, Jeruzalem. Die weet niks van een recent
prinsje, zijn argwaan is gewekt en hij laat Joodse theologen roepen of
de voorspellingen van oude Joodse profeten ook over de geboorte van een
prins gaan en daar dan een plaatsnaam bij noemen. In hun heilige boeken
(wat wij nu het Oude Testament noemen van de Bijbel) vinden ze
Bethlehem (Micha 5:1)! De magiërs reizen daarheen door, doen
navraag en vinden Jozef, Maria en Jezus. Ondanks hun verbazing over
deze 'prins' laten ze hun kostbare koninklijke geschenken achter. Vlak
voor hun vertrek krijgen ze door een droom de waarschuwing om niet meer
via de argwanende Herodes in Jeruzalem terug naar huis te gaan; die
heeft kwade bedoelingen. Een soortgelijke droom waarschuwt Jozef dat
hij met Maria en Jezus naar Egypte moet vluchten. Voor de kosten van
die reis en het wonen in Egypte zullen ze blij zijn geweest met de
geschenken van de magiërs (Matt.2:1-15)
Waar zou Jezus Egypte geweest zijn? De Bijbel vertelt er weinig over.
Wat we alleen
weten is, dat Hij er niet op vakantie geweest is. In apocriefe boeken
staan wel fantastische verhalen over Jezus’ jeugdjaren in Egypte.
Ze roepen beelden op van wuivende palmtakken en vrolijke spelletjes.
Maar Gods Woord tekent ons de reis van Jezus naar Egypte en zijn
verblijf daar als het begin van een weg van vernedering en
verstoting.
Dat
gedwongen verblijf in Egypte was nodig, vertelt Matteüs, om het
Bijbelwoord in vervulling te laten gaan: “Uit Egypte heb ik mijn
zoon geroepen.”
Dat klinkt bij het
eerste horen een beetje raar: Gods Zoon moet speciaal
náár Egypte zodat God zijn Zoon uít Egypte kan
roepen?
Maar om dat te
snappen moeten we Hosea 11 er nog eens bij pakken. Want daar
staat dat woord uit Gods mond “Uit Egypte heb ik mijn zoon
geroepen”. Alleen: daar gaat het dan nog niet over
Christus, Gods hemelse Zoon. God heeft het daar over zijn vólk,
Israël. Dat Hij al liefhad als een eerstgeboren zoon toen ze nog
slaven waren in Egypte. Dat moest Mozes toch zeggen tegen Farao:
“Israël is mijn eerstegeboren zoon. Laat daarom mijn zoon
gaan…..” (Ex 4)
Aan die begintijd
denkt God hier terug in Hosea 11. Toen Hij dit slavenvolkje, maar voor
Hem dierbaar als een oud-ste zoon, wegriep uit Egypte en met Zich
meenam de woestijn in, richting Kanaän. Met een hart vol liefde.
En met veel geduld. Zoals een vader z’n zoontje de eerste stapjes
leert lopen, zo hielp God zijn volk op weg in de woestijn. Zoals een
vader z’n ventje op de arm neemt, als het niet meer lukt, zo
droeg God zijn volk op de arm.
Maar wat kreeg de
HEER ervoor terug? Israël ontpopte zich als een egoïstisch en
dwars kind. Ondankbaar en eigen-wijs ook: zo gauw ze dachten op eigen
benen te kunnen staan, rukten ze zich van Vaders hand los en trokken
zich van Vaders raad en waarschuwingen geen zier meer aan. En zo
klinken die woorden in Hosea, die Matteüs aan-haalt: “Uit
Egypte heb ik mijn zoon geroepen..” als een verdrietige klacht
uit Gods mond. Een aanklacht ook.
En daarom heeft
God toen tenslotte een heel rigoureuze maatregel moe-ten nemen: terug
naar Egypte met dit dwarse en ongehoorzame kind! Voor straf. Daar staat
deze profetie van Hosea vol mee. Kijk ook maar even vóór
hoofdstuk 11: 8:13, 9:3. God trekt zijn handen af van dit kind dat zich
van God toch ook niets aantrekt. En de uittocht uit Egypte wordt weer
ongedaan gemaakt. Als Gods Zoon kiest voor de slavernij aan de zonde,
zal hij weer slaaf worden.
Dat is ook
letterlijk gebeurd. Toen God zijn volk verdreef uit hun land en
Jeruzalem liet platbranden, zijn de Israëlieten niet alleen in
Assyrië en later in Babel terechtgekomen. Ook in Egypte. We weten
ttv Jezus geboorte grote kolonie Joden. Waarschijnlijk heeft
Jozef daar z’n dan ook z’n toevlucht gezocht.
Maar dan die
wondere wending in Hosea 11 vanaf vs 8: God kan zijn volk toch niet
voorgoed kwijt! God belooft met zijn volk een nieuwe start te maken.
Hij zal zijn weggejaagde zoon terug naar huis halen. Weg weer uit
Egypte.
Nou kijk, en
dáár is God nu hard mee aan het werk wanneer Jozef en
Maria met hun zoontje Jezus ook naar Egyp-te moeten. Het lijkt alleen
een vlucht. Gods Zoon, de grote Davids-zoon, is nauwelijks in de
wereld, of hij moet al meteen op de vlucht, nog voordat Hij goed en wel
zijn werk beginnen kan. Maar de Bijbel laat ons, met die verwijzing
naar Hosea 11, weten, dat we ons niet vergissen moeten. Het is niet zo
dat door deze vlucht naar Egypte er van Jezus verlossingswerk vooreerst
niets kan komen. Deze vlucht hóórt bij dat
verlossingswerk. Gods grote Zoon gaat delen in de ballingschap en
slavernij van dat volk dat God nog altijd lief-heeft als een
eerstgeboren zoon. Jezus gaat mee de straf dragen en z’n hoofd
buigen in de verdiende vernede-ring. Om zo voor Gods volk de weg terug
te banen, uit de zelf gekozen slavernij terug naar Vader. Om weer te
leven voor en met Hem. Straks in een hemels Kanaän.
Daarom moesten
Jozef en Maria naar Egypte met hun Kind. Niet met de magiërs mee
naar het Oosten –dat had het meest voor de hand gelegen toch?-
maar naar het Zuidwesten, door de woestijn terug naar Egypte. Om een
nieuwe uittocht uit Egypte mogelijk te maken. En nu voorgoed.
Wij denken vandaag
bij brood en beker weer vooral terug aan Christus’ kruisdood, brs
en zrs. Hoe Hij daar-door voor ons het leven terugverdien-de.
Denk daarbij dan
voortaan ook eens aan zijn verblijf in Egypte. Daar begon voor Hem de
lijdensweg al. Geen mooie vakantie, maar een beschamen-de afgang. Toen
al nam Hij zijn kruis op Zich om ons, ook u en mij, voor altijd uit
Egypte, uit een leven als slaaf, vrij te krijgen.
Ga aan zijn hand de weg terug naar Vader, zoals Hosea daartoe oproept in 14:2-3a. (LEZEN)
En dat God dan ook
zál vergeven, daar hoef je dan nooit meer aan te twijfe-en.
Brood en beker verzekeren: “Volkomen verzoening van al onze
zonden”.
Bij Christus
vinden we ook de kracht om een nieuwe start te maken met Vader. Een
nieuw leven voor Vader. Zoals Hij het bij de eerste uittocht uit Egypte
al wilde: “Farao, laat mij zoon gaan, zodat hij Mij zal
dienen”. Niet in slavendienst, maar in ere-dienst. Zoals we
straks ook zullen zingen: Psalm 105, laatste vers: “Die gunst,
van de verlossing uit Egypte, heeft God zijn volk bewezen, opdat het nu
altijd Hem zou vrezen, zijn wet betrachten en voortaan stand-vastig op
zijn wegen gaan…”
De zonde blijft
trekken. En voor je het weet zit je er weer in vast. Ben je toch weer
slaaf van van alles en nog wat. Maar blijf tot Christus vluchten, brs
en zrs. In Hem bent u vrij en toch kind van Vader. En bij Christus
vervult Vader die belofte die we Hem bij Hosea ook al horen zeggen:
14:5a en 9 (LEZEN) Amen.
Het
verhaal over de 'vlucht naar Egypte'
Dit verhaal vertoont veel punten van
overeenkomst met de evangelielezing van de vierde zondag van de advent.
Daarin wordt beschreven dat Jozef bereid was zijn verantwoordelijkheid
voor Maria en het kind dat zij droeg, op te nemen nadat een engel hem
in een droom had gerustgesteld. In de preek voor dat weekeinde kunt u
lezen dat zo'n verhaal geen ooggetuige-verslag is maar een
geloofsbelijdenis-in-verhaalvorm. Om duidelijk te maken dat in Jezus
God zelf binnentreedt in de mensengeschiedenis - iets waarvoor de
gebruikelijke mensentaal geen woorden heeft - laat Mattheüs Jezus
geboren worden op een manier die indruist tegen de natuurwetmatigheden
van de menselijke voortplanting. 'Geboren uit de maagd Maria'.
Het
verhaal over 'de vlucht naar Egypte' is ook zo'n geloofsverhaal. Om de
volle rijkdom ervan te vatten moeten we ons ook nu in de huid van de
evangelist verplaatsen. Niet zo eenvoudig in dit geval, want Mattheüs
was een rabbijns geschoolde jood, die zijn Jezusboodschap verkondigde
aan een joodse geloofsgemeenschap. En met die denkwereld zijn wij niet
zo vertrouwd.
Religieuze
joden zijn heel goed op de hoogte van het Oude Testament, want daarin
wordt de geschiedenis van het joodse volk verhaald met zijn ups en
downs, en hoe God, trouw aan het verbond dat hij in Abraham met zijn
volk heeft gesloten, steeds voor zijn volk heeft gezorgd. Die God
heeft, bij monde van de profeten, aan het joodse volk de Messias
beloofd. In die context moet Mattheüs nu zijn Jezusboodschap gaan
verkondigen, zijn volksgenoten ervan overtuigen dat Jezus de door de
joden verwachte Messias was, dat in Jezus vervuld werd wat de profeten
destijds hebben gezegd.
Voor
ons misschien onverwacht, maar tegen die achtergrond is de sleutelzin
van het verhaal over 'de vlucht naar Egypte': "Hij bleef in Egypte
opdat in vervulling zou gaan wat de Heer gesproken had door de profeet:
'Ik heb mijn zoon geroepen uit Egypte'".
Over
welke profeet gaat het? Een overbodige vraag, want voor zijn
toehoorders was het evident dat Mattheüs hier de profeet Hosea citeerde
(Hosea, 11:1). Maar in dat citaat slaat 'mijn zoon' niet op een
individu maar op het hele volk van Israël. Hosea verwijst naar de
uittocht van de Israëlieten uit Egypte onder leiding van de grootste
profeet die het jodendom ooit heeft gekend, Mozes. Door dat citaat van
Hosea op Jezus toe te passen presenteert Mattheüs Jezus als de nieuwe
Mozes, de nieuwe redder van het volk, de Messias.
In zijn verhaal heeft de evangelist parallellen ingebouwd tussen Jezus en Mozes.
Over
koning Herodes zijn we goed geïnformeerd dank zij Flavius Josephus, een
joods geschiedschrijver uit die tijd. Het besluit om alle jongens van
twee jaar en jonger in Betlehem en omgeving te doden, past wel bij het
karakter van Herodes. Die man leed aan achtervolgingswaanzin en kon
bijzonder wreed uit de hoek komen. Kort voor zijn dood heeft hij zijn
drie zonen nog vermoord omdat hij hen ervan verdacht een greep naar de
macht te willen doen. Maar over een eventuele kindermoord in Betlehem
rept Flavius Josephus met geen woord. Er is ook geen andere historische
aanwijzing in die richting. Waarschijnlijk heeft Mattheüs dat element
in zijn verhaal ingevoegd als parallel met wat destijds Mozes was
overkomen. U weet dat Mozes, door een list van zijn moeder, ontsnapt
was aan de moord op alle joodse jongens waartoe de farao besloten had
toen hij vond dat de Israëlieten te talrijk werden en een bedreiging
begonnen te vormen (Ex. 1,10-2,15).
Door
ook in Betlehem een kinderslachting te situeren kon Mattheüs Jezus naar
Egypte laten uitwijken, en Hem vervolgens, net als het joodse volk
onder leiding van Mozes en conform de profetie van Hosea, laten
terugkeren naar het land van Israël.
Jezus,
de nieuwe Mozes, de door de joden verwachte Messias die zijn volk komt
bevrijden. Die Jezus, wil Mattheüs aan zijn joodse lezers en
toehoorders verkondigen: een verkondiging in verhaalvorm, zoals in die
tijd gebruikelijk. Met een sterk oud-testamentisch inkleuring waarmee
Mattheüs de overtuigingskracht van het verhaal tegenover zijn joodse
kerkgemeenschap versterkt.
Je
kunt het verhaal over 'de vlucht naar Egypte' theologisch
uiteenrafelen, maar je kunt dat verhaal ook in zijn geheel op je laten
afkomen.
In dat geval is niet Jezus - de Messias, de nieuwe Mozes - de centrale figuur, maar Jozef.
Zodra
Jozef van Godswege een seintje krijgt dat er gevaar dreigt, neemt hij
het kind en zijn moeder en slaat, diezelfde nacht nog, op de vlucht.
Volgens de traditie zou het gezin twee jaar als vluchteling en
vreemdeling in Egypte geleefd hebben. Toen kreeg Jozef van de engel
opnieuw te horen: "Sta op, neem het kind en zijn moeder", ditmaal om
naar het land Israël te vertrekken. En weer doet Jozef onmiddellijk wat
de Heer hem opdraagt.
Terug
thuis in Betlehem, blijkt dat het onder Archelaüs, de opvolger van
Herodes als koning van Juda, evenmin veilig is. Na een nieuw seintje
van Godswege, trek hij in noordelijke richting en vestigt hij zich met
zijn gezin definitief in het stadje Nazareth in Galilea. [Archelaüs
maakte het zo bont dat hij na twee jaar koningschap van keizer Augustus
mocht opkrassen].
Van
het weinige dat de evangelies over Jozef vertellen, gaat de helft over
opgejaagd worden en vluchten. Van Betlehem naar Egypte, van Egypte naar
Betlehem, van Betlehem naar Nazareth. Jozef de vluchteling, om leven te
beschermen van de nog zwakkeren. Waarom zouden wij hem niet als patroon
van de vluchtelingen mogen beschouwen?
Jozef en Maria met Jezus terug naar Nazareth
De
vlucht van Jozef en Maria blijkt niet voor niets. Herodes komt er
uiteraard achter dat de magiërs zijn vertrokken zonder hem verder
in te lichten. Hij neemt het zekere voor het onzekere, en laat alle
baby's ter dood brengen in Bethlehem en omstreken die de afgelopen twee
jaar geboren zijn (de 'kindermoord', Matt.2:16-18)! Hij duldt geen
mogelijke rivaal. Wanneer deze wrede Herodes gestorven is, keren Jozef
en Maria terug naar Judea. Maar daar heeft een zoon van Herodes de
regering overgenomen, ene Archelaus, en die is geen haar beter dan z'n
vader. Daarom reizen ze direct door naar hun oorspronkelijke woonplaats
in het noorden, in Galilea: Nazareth (Matt.2:19-23).
Om eens over na te denken: DE ZEVEN SMARTEN VAN MARIA
Eerste smart: De voorspelling van Simeon in de tempel
Tweede smart: De vlucht naar Egypte
Derde smart: Jezus verloren in de tempel
Vierde smart: Maria ontmoet Jezus op zijn kruisweg
Vijfde smart: Maria onder het kruis
Zesde smart: Maria met de dode Jezus
Zevende smart: De graflegging
Eerste smart: De voorspelling van Simeon in de tempel
Bij de opdracht in de tempel voorzag Simeon wat er door Jezus’
komst zou geschieden en zei tot Maria dat haar Zoon een licht zou zijn
voor de heidenen en een glorie voor het volk van Israël maar dat
haar kind ook verdeeldheid zou brengen, niet alleen in Israël maar
onder alle volkeren.
Betekenis hiervan in onze tijd:
Ook vandaag leven zovele met angst en onzekerheid voor de toekomst.
Bidden wij opdat de oproep om mee te bouwen aan sociale rechtvaardigheid ons niet onverschillig laat.
Tweede smart: De vlucht naar Egypte
Jezus was nog maar enkele weken oud of koning Herodes, die in Jezus een
gevaar zag voor zijn eigen troon, liet een bevel uitvaardigen dat alle
pasgeboren eerstelingen moesten worden gedood. Jozef wordt gewaarschuwd
door een engel en het gezin vlucht naar Egypte.
Betekenis hiervan in onze tijd:
Ook vandaag zijn er voortdurend mensen op de vlucht, letterlijk en figuurlijk.
Bidden we opdat ze niet voor gesloten grenzen of deuren zouden staan maar met open armen ontvangen worden.
Derde smart: Jezus verloren in de tempel
Na afloop van het Paasfeest in Jeruzalem gingen Maria en Jozef terug
naar Nazareth. Ze dachten dat Jezus wel in de massa zou lopen. Aan het
eind van de dag bleek echter dat hij zoek was. Zijn ouders liepen de
hele weg weer terug en troffen hem uiteindelijk aan bij de geleerden in
de tempel waar hij hen onderwijs gaf. Maria sloot hem in haar armen en
vroeg waarom hij niet naar huis was gekomen. Jezus antwoordde: Wisten
jullie niet dat ik in het huis van Mijn Vader moest zijn?
Betekenis hiervan in onze tijd:
Geen dag gaat voorbij of we worden overstelpt met verhalen van moeders
die hun kind “verloren” zijn. Opvoeden is liefhebben,
bezorgd zijn maar ook loslaten en kinderen de kans geven zichzelf te
zijn.
Bidden we voor al diegenen die een steentje bijdragen aan de opvoeding
van onze kinderen zodat we samen bouwen aan een liefdevolle samenleving.
Vierde smart: Maria ontmoet Jezus op zijn kruisweg
Als Jezus met het kruis op zijn schouders naar de Calvarieberg stapt,
staat Maria tussen het volk. Maria wil Jezus omhelzen maar de soldaten
duwen haar weg.
Betekenis hiervan voor onze tijd:
Van sommigen wordt veel gevraagd, te veel- ziekte en lijden is hun ongewenste gezel.
Bidden we opdat we hen niet zouden ontwijken maar geduldig luisteren
naar hun verhaal en door er voor hen te zijn, zo ook hun lijden kunnen
verzachten.
Vijfde smart: Maria onder het kruis
Van op afstand ziet Maria hoe Jezus gekruisigd wordt. Jezus zegt dan deze drie belangrijke woorden:
Vandaag nog zult gij met mij in het paradijs zijn.
Vrouw, zie daar uw zoon.
Zoon, zie daar uw moeder.
Betekenis hiervan voor onze tijd.
Iedere dag staan mensen naast een stervende die hen dierbaar is. Veelal houdt hen de vraag bezig: Waarom?
Bidden we opdat we blijvende aandacht voor hen hebben, hen helpen om
het verlies te verwerken en zo een antwoord te zijn op de vele vragen
die bij hen leven.
Zesde smart: Maria met de dode Jezus
Volgens de traditie mocht Maria haar dode zoon nog even op de schoot
nemen. Zij omhelst Jezus. Dit tafereel werd door vele christelijke
kunstenaars uitgebeeld. De beroemdste afbeelding is de Piëta van
Michelangelo.
Betekenis hiervan voor onze tijd:
Dagelijks wordt op een brutale wijze een einde gemaakt aan mensenlevens
door zinloos geweld. Onnoemelijk leed wordt hierdoor veroorzaakt.
Bidden we dat we zelf maximaal bijdragen aan een veilige gemeenschap en zo een voorbeeld trachten te zijn naar anderen.
Zevende smart: De graflegging
Jozef een raadslid nam het lichaam van Jezus, wikkelde het in een
gewaad en legde het in een graf dat hij in een rots had uitgehouwen.
Betekenis hiervan voor onze tijd:
Geen enkel leven is voor niets geweest. Ieder mens laat een boodschap na.
Bidden we opdat ook wij van ons leven iets maken. Iedere dag krijgen we
nieuwe kansen. Laat ons telkens weer proberen een boodschap van liefde,
genegenheid en hoop te zijn naar mensen om ons heen.