| |
Opwekking jongeling van
Naïm
Om
de kinderen te laten kennismaken met de Bijbel werden er vroeger
schoolplaten gebruikt. Aan de hand van de afbeeldingen op de
schoolplaten kon de meester of de juf een verhaal uitleggen. Deze
manier van les geven werd ook wel aanschouwingsonderwijs genoemd.
Aanschouwen is een ander woord voor kijken. De meesten kennen het nog
wel denk ik, die oude schoolplaten die vroeger in het klaslokaal hingen
of uit een grote opbergkist achter in de klas tevoorschijn werden
gehaald. Het was vooral dán steeds weer een verrassing. Wij
kijken nu in de klas naar dia’s of een videofilm in plaats
van
schoolplaten.
Wil
je een overzicht van alle platen? Klik HIER

De
opwekking van de jongeling te Naïn
Lucas
7: 11-17
Uit
het evangelie:
Lees verder...
11
En het geschiedde kort daarna, dat Hij reisde naar een stad, genaamd
Naïn. En zijn discipelen reisden met Hem, en een grote schare.
12 Toen Hij dicht bij de stadspoort gekomen was, zie, een dode werd
uitgedragen, de enige zoon zijner moeder, die weduwe was, en veel volk
uit de stad was bij haar. 13 En toen de Here haar zag, werd Hij met
ontferming over haar bewogen en Hij zeide tot haar: Ween niet. 14 En
naderbij gekomen raakte Hij de baar aan – de dragers stonden
stil – en zeide: Jongeling, Ik zeg u, sta op! 15 En de dode
ging overeind zitten en begon te spreken, en Hij gaf hem aan zijn
moeder. 16 En vrees beving hen allen en zij verheerlijkten God,
zeggende: Een groot profeet is onder ons opgestaan, en: God heeft naar
zijn volk omgezien. 17 En dit gerucht over Hem verbreidde zich in het
ganse Joodse land en in de gehele omtrek.
Over Naïn, de vrouw en haar zoon
Naïn ligt verscholen in een prachtige vallei in zuidelijk Galilea,
waar de Joodse stam Issachar zich gevestigd had. Het Oude Testament
vertelt ons dat het land bekoorlijk was (Gen. 49:15). Naïn klinkt
als bekoorlijk in het Hebreeuws, maar voor deze moeder was de dag
allesbehalve bekoorlijk.
Haar zoon – haar enige zoon – is gestorven. En dit is niet
de eerste keer dat ze een geliefde heeft moeten begraven. Ze is weduwe.
Het was de grootste vreugde voor een Joodse vrouw om een zoon te baren,
en het grootste verdriet om een zoon te verliezen. Het verlies van haar
man en haar enige zoon betekent een leven van armoede. Met hen is ze
het equivalent van haar pensioen, haar sociale zekerheid en haar
zorgverzekering kwijtgeraakt. Waarschijnlijk wordt haar wanhoop nog
verergerd door schuldgevoel, omdat de voortijdige dood van een kind
beschouwd werd als straf voor een zonde. Misschien schudden de
kwaadsprekers van de stad hun hoofd, en vroegen zich af wat ze misdaan
had om alles te verliezen.
De
rouwstoet met de jongeling op weg
Daar gaat Jezus, een vrolijke stoet van begeesterde mensen vooruit. Ze
zijn op weg naar het ‘lieflijke’ dorpje Naïn. Een
geanimeerd gezelschap in het voetspoor van een Belofte. Wat wil een
mens nog meer, je bent in de directe omgeving van beloofde Profeet, die
het Volk Israël redden zal van de onderdrukking! Wie houdt je dan
nog tegen?
Maar dan stuit, net buiten de stadspoort van Nain, de enthousiaste optocht op een begrafenisstoet die de stad net verlaat.
Een lewayah heet zo’n stoet in het Hebreeuws. Het Nederlandse
woord lawaai zal er wel vanaf geleid zijn. Het is een optocht waarin
wordt geroepen en geweeklaagd. Een weduwe als triest middelpunt loopt
gebogen achter de draagbaar van haar overleden kind. Haar toekomst,
haar oudedagsvoorziening haar leven draagt zij ten grave.
Het enthousiasme van de andere stoet verstomd bij al deze treurigheid.
Er valt een ongemakkelijke stilte. Nu komt het erop aan. Nu staat Jezus
iets te doen? Van Jezus mocht immers een teken verwacht worden zoals
van zovele profeten vóór Hem. Jezus werd
opstandig van al die verwachtingen, boos op al het lawaai rond de dood.
Het evangeliegedeelte spreekt van een grote menigte, die met
Jezus en zijn leerlingen naar Naïn reisde.
Vlak bij Naïn gekomen stuiten zij op een begrafenisstoet.
Nu zal hun dat wel vaker zijn overkomen. Ook in de dagen dat
ze nog niet achter Jezus aanliepen. Ook in die tijd hoorde sterven en
begraven bij het gewone dagelijkse leven.
Laten we daarom nu eens het gebeuren bij Naïn vanuit de
rouwstoet bekijken.
Nauwkeuriger: vanuit de moeder van de jongeman. Het is een in- en
intrieste dag voor de vrouw, die daar achter de lijkbaar aanloopt.
Terecht dat de klaagvrouwen luid misbaar maken. U moet weten dat in
Israël de gestorvenen zo mogelijk nog op de dag van hun
sterven worden begraven. Dat was vroeger zo. Dat is daar vandaag nog
niet anders. Als het maar even kan is de dag van sterven ook de dag van
begraven. Je krijgt nauwelijks tijd om je er op voor te bereiden. Je
loopt bijna van het sterfbed naar het graf. Op een en dezelfde dag komt
er een grote leegte in je leven en in je huis. Er is maar weinig tijd
om afscheid te nemen.
Heeft het leven nog zin?
Voor deze vrouw is het extra zwaar. Ze blijft alleen achter. Haar man
heeft ze al naar het graf gebracht. En nu moet ze haar enige zoon ook
nog missen. Alles wat ze nog had. Ik weet eigenlijk geen woorden om
haar verdriet te beschrijven...
Maar dat ze in tranen is. Dat begrijp je. Natuurlijk houdt ze het niet
droog. Ze is wel heel zwaar getroffen. Slag op slag treft haar. Eerst
je man dood. Nu je kind. Waar leef je eigenlijk nog voor? Heeft het
leven nog zin?
De dood als een bittere realiteit. Misschien vraagt ze zich wel
vertwijfeld af, waaraan ze dit heeft verdiend. Waarom? Waarom moet haar
dit overkomen? Ja, laten de klaagvrouwen maar luid hun klaagzangen
zingen. Dat past op deze dag...
En zo loopt ze diepbedroefd achter de baar met het lichaam van haar
zoon aan.
Gelukkig is ze nu niet alleen. Een groot aantal mensen vergezelt haar.
Samen maken ze de zware gang naar de begraafplaats...
Als ze net de poort uit is komt zij een opgewonden menigte tegen. De
dood ontmoet het leven. Zullen al die mensen nu eerbiedig aan de kant
gaan? Stil met de ogen naar de grond gericht haar laten passeren?...
Nee. Een man maakt zich uit de menigte los. Hij loopt naar haar toe. En
hij zegt:
"Huil niet." Snapt die man wel wat hij zegt? Heeft hij er wel enig idee
van, wat haar vandaag is overkomen? Hij kent haar niet eens. Dit doet
pijn. Zoveel onbegrip. Het getuigt wel van heel weinig respect voor de
dood. Voor haar dode zoon. Voor
haar intense rouw. Heel onfatsoenlijk hoe hij deze begrafenis
verstoort. En dan niet huilen? Je gaat er toch alleen maar meer van
huilen? Nog harder weeklagen... De dood begrijpt niets van het leven.
Ze heeft daar niets mee. Dat is een andere
wereld. Een onbereikbare wereld. Niet voor haar weggelegd. Zij moet
leven met het gemis, met het verdriet. Voor altijd een weduwe in rouw.
De
dode jongeling weer tot leven geroepen.
Je vraagt je af, of deze bedroefde weduwe de Heer Jezus al kende? In
het hele Joodse land werd over Hem gesproken. Heeft zij al eens van Hem
gehoord? Heeft ze Hem misschien al eerder zelf gehoord? Maar ach. Als
dat al zo zou zijn. Wat dan nog? Dan heeft ze misschien beseft, dat
Jezus haar zoon had kunnen genezen. Maar nu is Hij te laat. Tegen de
dood is geen kruid gewassen. Elke dokter moet in de dood zijn meerdere
erkennen. En een kwakzalver staat ook bij de dood met lege handen...
Nee, als ze Jezus al kende, dan geeft haar dat nu geen hoop meer.
Dood is dood. Het klinkt hard. Maar dat is het dan ook. Uit de dood is
geen weg terug. Zij is nu een weduwe, die ook nog haar enig kind heeft
moeten verliezen, en dat blijft ze...
Maar toch. Die stem. Die klinkt niet hard en ongevoelig. Ze hoort er
een diepe bewogenheid in. Alleen die woorden. Waar slaan die op? Dat
slaat toch nergens op? Ze raakt er door in verwarring. Maar ze klinken
zo overtuigend. "Huil niet!" Stop daarmee...
Wat doet deze man nu? Hij gaat naar de draagbaar toe. Hij raakt die
aan. De dragers staan stil. Alsof ze worden tegengehouden. Ze kunnen
niet verder op de weg naar het kerkhof. Ze moeten stoppen met waar ze
mee bezig waren. Een dode uitdragen...
Hoor. Die man begint tegen de dode te spreken. Nu doen mensen dat wel
vaker. Maar niet een vreemde. Dat doe je als echtgenoot of als kinderen
en kleinkinderen. Je zet als het ware nog even het gesprek voort, dat
zo onherroepelijk werd afgekapt. Maar deze vreemde spreekt de dode aan
alsof die hem nog kan horen. Moet je horen wat hij zegt: "Jongeman, tot
jou zeg ik, sta op." Wat is dat nou? Zij moet ophouden met huilen en
haar jongen moet opstaan...
De jongeling van Naïn leeft weer!
Voordat goed en wel tot haar is doorgedrongen wat deze man zegt, ziet
ze de lijkwade bewegen. De jongen komt overeind. Haar jongen gaat
rechtop zitten. Hoe is het mogelijk? En hoor, hij begint zelfs te
praten. Hij leeft! Haar jongen, haar kostbaarste bezit na het
overlijden van haar man, hij leeft weer.
De dode luistert naar de stem van de levende. Die stem heeft echt
macht. Hij spreekt een krachtig woord. Hij roept de dode in het leven
terug...
Haar leven staat vandaag voor de tweede keer op zijn kop. Eerst moest
ze zich verzoenen met de dood van haar zoon. Hoe moeilijk viel haar
dat. Voor de tweede keer met de rovende macht van de dood
geconfronteerd...
Maar nu moeten haar gedachten opnieuw 180° draaien. Haar zoon
leeft weer. Net was hij nog dood. Nu is hij levend. Dat is toch niet
bij te benen? Ach nee, ze zal wel dromen... Dit is te mooi, te
wonderlijk, om waar te zijn...
Nee. Toch is het waar. Kijk, die man neemt haar jongen bij de hand en
brengt hem bij haar. Hij geeft haar haar zoon terug. Ze kan hem in haar
armen sluiten. Ze voelt zijn warme lichaam. Ze hoort zijn stem. Hij
leeft echt!
Wie heeft zoveel macht over de dood?
Deze vreemde. Deze man. Wie is Hij? Hij heeft macht over de dood. Het
is net alsof Hij haar zoon op de dood heeft terug veroverd. Buitgemaakt
en haar als buit geschonken.
Wie Hij ook is. Hij is Heer over de dood. De dood heeft in Hem zijn
meerdere moeten erkennen. De dood heeft niet het
laatste woord gehad. Deze vreemde man heeft blijkbaar de sleutels van
de dood en het dodenrijk. Ja, wie is Hij?
Dat de doden naar zijn stem horen... Wie heeft het anders over dood en
leven voor het zeggen, dan God? Is dit niet wat Psalm 33 zegt? "Hij
sprak en het was er, hij gebood en het stond er?" Ja, Hij is de HEER.
Hij is Israëls God.
Het is alsof Elia en Elisa in Hem verenigd zijn. Hadden zij ook niet
dode jongens weer tot leven weten te wekken? De zoon van de weduwe van
Sarefat. (1 Kon. 17) En ook de zoon van de vrouw uit Sunem? (2 Kon. 4)
Toch is Hij meer dan hen. Want zij riepen de HEER God aan. Smeekten Hem
het leven van de jongens af. Maar Hij spreekt zelf een machtswoord. Ja,
Hij is meer dan een profeet.
Hij is God zelf. De Levende in eigen persoon. Machtiger dan de dood.
Wonderlijk hoe haar leven door Hem verandert. Ze kan zich ook
letterlijk 180° omdraaien. Niet meer verder naar de
begraafplaats. Terug naar de stad. De poort weer in. Het leven binnen.
Het graf blijft vandaag leeg. Niet langer weeklagen. Haar klacht
verandert in gejuich. God is goed geweest voor haar. Hij heeft zich
over haar ontfermd in haar nood. Ze kan haar blijdschap en dankbaarheid
niet op. Wat een wonderlijk vreemde dag in haar leven!
Er is in
Israël een groot profeet opgestaan
Want nu komen de mensen die erbij waren in beeld. Dit is niet ergens in
een
achterkamertje, een sterfkamer, gebeurt. Het gebeurde op de openbare
weg. In het bijzijn van twee grote groepen mensen. Ze kwamen elkaar
tegen
bij de poort
van Naïn. Zij die de dode volgden ontmoetten hen die de
levende volgden. Allen hebben ze gezien, hoe de levende de dode weer tot leven riep.
Het maakte diepe indruk. Vrees greep hen aan. Wat gebeurde hier! Toch
was het geen angst. Meer diep ontzag. Jezus... Want al gauw zal de rouwstoet
hebben gehoord, wie deze man was... Jezus is Heer.
Niet alleen zieken worden door Hem genezen, ook doden wekt Hij op. Hier
gaan profetieën in vervulling. God maakt zijn beloften waar. Dit
is
nieuws. Groot nieuws. Wat kun je nu anders doen, dan God loven en
prijzen? Dat doen ze dan ook. Luidkeels. Iedereen moet het horen. "Er
is in
Israël een groot profeet opgestaan." Je kunt wel zeggen: Meer dan
een profeet.
God heeft zich om zijn volk bekommerd
Eindelijk
is het dan zover. Jesaja's profetieën schieten je te binnen. "Gods vergelding
zal komen, hijzelf zal jullie bevrijden. Dan worden blinden de ogen geopend, de oren van doven worden
ontsloten.
Verlamden zullen springen als herten, de mond van stommen zal
jubelen..." (Jes. 35, 4-6)
En ook: "Gejuich en vreugde trekken de stad binnen, gejammer en
verdriet vluchten eruit weg." (Jes. 35, 10) Is dat niet wat hier vandaag in Naïn
gebeurt? Tranen worden van de ogen afgeveegd. Rouwklacht verandert in gejuich.
Dit wekt verwachtingen voor de toekomst. Hier doet hoop weer leven.
"Het volk dat in duisternis ronddoolt, ziet een schitterend licht." (Jes. 9, 1)
Herinneren zij zich misschien de lofzang van Zacharias? Al was dat al zo'n dertig jaar geleden...
"Dankzij de liefdevolle barmhartigheid van onze God zal het stralende
licht uit de hemel over ons opgaan en verschijnen aan allen die leven
in duisternis en verkeren in de schaduw van de dood, zodat we onze
voeten kunnen zetten op de weg van de vrede."(Luc. 1,
78-79)
De mensen, die er getuige van waren, ze kunnen er niet van zwijgen.
Nee, ze spreken niet over de jongeling van Naïn. Al zal dat in hun
verhaal wel een plaats gekregen hebben. Ze spreken over Jezus. Jezus als Heer. Heer ook over de dood.
Wees niet bang, ik kom jullie goed nieuws brengen
Al gebeurde dit wonder in het Noorden van het Joodse land, in Galilea.
Ook in Judea wordt het nieuws over Jezus gehoord. Ja, tot in de wijde omtrek hoort
men spreken overJezus uit Nazaret. Mogelijk zelf tot in het buitenland toe.
De mensen kunnen er niet meer onderuit. Jezus van Nazaret. Hij is Heer.
God die naar zijn volk omziet. Ze moeten wel in Hem geloven. Hij is "de
gezalfde Heer". Zoals de engel hem na zijn geboorte aan de herders had genoemd.
U weet wel. "Wees niet bang, ik kom jullie goed nieuws brengen, dat het
hele volk met grote vreugde zal vervullen. Vandaag is in de stad van David voor
jullie een redder geboren. Hij is messias de Heer." (Luc. 2, 10-11)
Jezus. Hij is de levende. Met macht over de dood. Wil je leven, dan
moet je bij Hem zijn. Geloven dat Hij je van zonde en dood bevrijd. Bij Hem vind je
troost in je verdriet. Hij geeft blijdschap in rouw.
De mensen die het gezien hebben, konden het niet voor zich houden. Kunt
u, die het nu weer gehoord hebt, dat wel?... Laat iedereen het horen. Jezus is de
Levende. Jezus is Heer. Hij is ook Heer over de dood.
Vertel het de mensen. Ook ongevraagd. Wees met ontferming met hen
bewogen.
Zoals de Heer Jezus dat was met deze weduwe. Al kende zij Hem niet.
Jezus kende haar wel. Ongevraagd redde Hij haar uit haar grote nood.
Ook zij mocht naar zijn stem horen. De stem van de levende, die woorden
spreekt van eeuwig leven. Uiteindelijk kostte dat Hemzelf het leven.
Maar al is
Hij dood geweest, Hij leeft. En u mag leven door Hem. Hij wil ook de
Heer van uw leven zijn.
|
|
|