| |
Simeon en Hanna in tempel
Om
de kinderen te laten kennismaken met de Bijbel werden er vroeger
schoolplaten gebruikt. Aan de hand van de afbeeldingen op de
schoolplaten kon de meester of de juf een verhaal uitleggen. Deze
manier van les geven werd ook wel aanschouwingsonderwijs genoemd.
Aanschouwen is een ander woord voor kijken. De meesten kennen het nog
wel denk ik, die oude schoolplaten die vroeger in het klaslokaal hingen
of uit een grote opbergkist achter in de klas tevoorschijn werden
gehaald. Het was vooral dán steeds weer een verrassing. Wij
kijken nu in de klas naar dia’s of een videofilm in plaats
van
schoolplaten.
Wil
je een overzicht van alle platen? Klik HIER

Jezus opgedragen in de tempel
Simeon en Hanna in tempel
Uit het evangelie: Lucas 2:22-39
22 Toen de tijd was aangebroken dat ze zich overeenkomstig de wet van
Mozes rein moesten laten verklaren, brachten ze hem naar Jeruzalem om
hem aan de Heer aan te bieden, 23 zoals is voorgeschreven in de wet van
de Heer: ‘Elke eerstgeboren zoon moet aan de Heer worden
toegewijd.’ 24 Ook wilden ze het offer brengen dat de wet van de
Heer voorschrijft: een koppel tortelduiven of twee jonge gewone duiven.
25 Er woonde
toen in Jeruzalem een zekere Simeon. Hij was een rechtvaardig en vroom
man, die uitzag naar de tijd dat God Israël vertroosting zou
schenken, en de heilige Geest rustte op hem. 26 Het was hem door de
heilige Geest geopenbaard dat hij niet zou sterven voordat hij de
messias van de Heer zou hebben gezien. 27 Gedreven door de Geest kwam
hij naar de tempel, en toen Jezus’ ouders hun kind daar
binnenbrachten om met hem te doen wat volgens de wet gebruikelijk is,
28 nam hij het in zijn armen en loofde hij God met de woorden:
29 ‘Nu laat u, Heer, uw dienaar in vrede heengaan,
zoals u hebt beloofd.
30 Want met eigen ogen heb ik de redding gezien
31 die u bewerkt hebt ten overstaan van alle volken:
32 een licht dat geopenbaard wordt aan de heidenen
en dat tot eer strekt van Israël, uw volk.’
33 Zijn vader en moeder (2:33) Zijn vader en moeder – Andere
handschriften lezen: ‘Jozef en zijn moeder’.waren verbaasd
over wat er over hem werd gezegd. 34 Simeon zegende hen en zei tegen
Maria, zijn moeder: ‘Weet wel dat velen in Israël door hem
ten val zullen komen of juist zullen opstaan. Hij zal een teken zijn
dat betwist wordt, 35 en zelf zult u als door een zwaard doorstoken
worden. Zo zal de gezindheid van velen aan het licht komen.’
36 Er was daar
ook een profetes, Hanna, de dochter van Fanuel, uit de stam Aser. Ze
was hoogbejaard; vanaf haar huwbare leeftijd had ze zeven jaar met haar
man geleefd, 37 en ze was nu al vierentachtig jaar weduwe. Ze was
altijd in de tempel, waar ze God dag en nacht diende met vasten en
bidden. 38 Op dat moment kwam ze naar hen toe, bracht hulde aan God en
sprak over het kind met allen die uitzagen naar de bevrijding van
Jeruzalem.
39 Toen ze alles overeenkomstig de wet van de Heer hadden gedaan, keerden ze terug naar Galilea, naar hun woonplaats Nazaret. 40 Het kind groeide op, werd sterk en was begiftigd met wijsheid; Gods genade rustte op hem.
Simeon en Anna, twee wachters in de tempel
Zij zijn dé aansprekende figuren die weten van wachten en
uithouden. Zij geven de moed niet op. Simeon en Anna verwijzen naar
andere koppels uit het Oude Testament. Abraham en Sara, aartsvader en
aartsmoeder, de profeten Mozes en Debora, Hanna en haar zoon Samuel.
Allen zijn zij representanten van de verwachting in Israël, dat er
een kind geboren zal worden waarin de Tora vervuld zal zijn. Deze zoon
van Abraham, zoals Paulus hem in de Galatenbrief noemt, heeft toegang
tot de belofte, het zichtbaar worden van de verbondsgeschiedenis, al
gaat dat niet zonder slag of stoot.
Simeon, zijn naam betekent verhoring. De getuige van de verhoring van
al Israëls gebeden om verlossing. Hij heeft iets weg van Mozes,
die meetrekt tot de grens van het land van belofte met de Tora als
wegwijzer. Hij geeft, net als Mozes, de zegen mee. Simeon ziet ook de
tegenwerking aan het licht komen, tegelijkertijd, mét de
openbaring van het heil in Jezus. Er zal nieuw verzet komen, pijn voor
wie zich met hart en ziel inzet voor het heil in Jezus Christus
geopenbaard. Simeon is oud, vroom en wetsgetrouw. Deze eigenschappen
hebben hem niet verstard en levend in het verleden, met de blikrichting
terug. Simeon verwacht nog wel degelijk iets van het leven. Simeon
leeft uit de verwachting van de toekomst. Hij leeft naar de toekomst
toe!
Dan de tweede wachter: Anna, genade betekent haar naam, verstaat
eveneens de kunst van het wachten zonder wanhopen, zonder ook de
openheid te verliezen voor het onverwachte verhoren van haar gebeden.
Haar verwachting geldt de vierkante kilometer van Jeruzalem, een
verwachting die tot op de dag van vandaag niet vervuld lijkt te kunnen
worden en eerder inzet is van politieke debatten en vooral veel geweld.
Anna is 84 jaar, wordt er gezegd. 7 x 12, en één-twaalfde
deel van haar leven, 7 jaar, is zij gehuwd geweest. Eenzaam maar niet
alleen zoekt zij het aangezicht van God in de tempel. Ze is afkomstig
uit Aser, één van de twaalf zonen van Israël. Aser
van wie gezegd wordt dat hij gezegend is met zonen. Zij is de dochter
van Fanuel, de Griekse vorm van Pniel. Pniel, de plaats waar Jakob
vecht met de engel, bij de grensrivier de Jabbok, als hij terugkomt na
zijn verblijf bij oom Laban. Pniel, de plaats verbonden met de
geschiedenis van de verzoening van de broedervolken Jakob en Ezau.
Simeon en Anna, deze twee wachtende en verwachtende mensen maken ons
twee dingen duidelijk: ten eerste dat er met de geboorte van Jezus iets
nieuws en iets unieks in de wereld is gekomen. Ten tweede dat deze
geschiedenis stevig geworteld is in de joodse traditie. Simeon en Anna
verwijzen terug én vooruit! Beiden zien de komst van het heil en
zij dragen dit uit. Simeon en Anna vertegenwoordigen Israël en
diens verwachting. Simeon en al die anderen zijn ware gelovigen.
Gelovig zijn betekent dan geen genoegen nemen met het bestaande, met
menselijke verworvenheden. Gelovig zijn is dan vertrouwen hebben in het
nieuwe dat we nog niet kennen, dat nog geen bewijs van goed gedrag,
deugdzaamheid en duurzaamheid geleverd heeft. Geloven is risico's
durven nemen. Geloven in een teken, niet in dat wat zeker is of
zekerheid geeft.
De Lofzang van Simeon
Laat nu, Heer, volgens uw woord
uw dienaar in vrede heengaan.
Mijn ogen hebben uw heil aanschouwd
dat Gij hebt bereid voor de volken:
Het licht dat voor alle heidenen straalt,
de glorie van Israël uw volk.
Eer aan de Vader en de Zoon en de heilige Geest.
Zoals het was in het begin en nu en altijd
en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Een Hanna in het Oude testament én het Nieuwe Testament
Channa hangt samen met het woord chen en
betekent genade of gratie, dit laatste in de beide betekenissen die wij
ook kennen, genade en sierlijkheid. Hanna is dus de
’gracieuze’. De woordstam chen kennen we natuurlijk ook uit
de namen Johannes en Chananja: de Here is genadig.
In het Oude Testament is Channa de moeder van de profeet Samuël en
de vrouw van Elkana. Elkana had nog een vrouw, Peninna. Haar naam
betekent parel. Dat is nog een aanleiding om bij Hanna aan de
sierlijke, de gracieuze te denken.
In het (moderne) Hebreeuws heet een edelsteen een èvèn
chen, een ’steen van gratie’. Twee sieraden dus, de vrouwen
van Elkana. Channa kon geen kinderen krijgen. De Here had „haar
moederschoot toegesloten”, vertelt de Bijbel (1 Samuël 1:6).
Daarom bidt zij in de tabernakel in Silo om een zoon en legt een
gelofte af dat hij aan de Here toegewijd zal zijn. De hogepriester Eli
zegt haar na aanvankelijke argwaan toe dat God haar gebed zal verhoren.
Channa’s antwoord bevat een toespeling op haar eigen naam: Uw
dienstmaagd moge uw gunst (chen) verwerven. Na de geboorte van
Samuël zingt Channa een lied, een lofzang op de heiligheid van de
Here. De woorden van dit lied horen we terug in het lied dat
Maria zingt als haar nicht Elisabet haar begroet als de moeder van haar Heer.
In het kerstevangelie komen we nog een Channa tegen, maar nu wordt de naam in het Grieks weergegeven als Anna of Hanna.
De profetes Hanna begroet de Here Jezus als zijn ouders Hem naar de
tempel brengen om het voorgeschreven offer voor de eerstgeboren zoon te
brengen.
Ook deze Hanna is een opmerkelijke persoon. Zij was een profetes, staat
er, en de dochter van Fanuel – ook al weer zo’n mooie en
diepzinnige naam: Gods aangezicht. Ze kwam uit de stam Aser, een van de
tien ’verloren’ stammen dus, die kennelijk toch nooit
helemaal verdwenen zijn. In dat verband is het opvallend dat Simeon,
die daar op dat moment ook is, ook de naam van een van de tien stammen
draagt, al wordt over zijn afkomst niets verteld. Hij looft God. En
Hanna looft God met hem om Jezus, omdat zij voor Jeruzalem verlossing
verwachtten.
Hebben we daar weleens bij stil gestaan als we de geboorte van Jezus
vierden? Lees maar eens wat Hanna en Maria, Simeon en Zacharias zingen.
Lofzang van Hanna
Nu juicht mijn hart dankzij de HEER,
fier heft mijn hoofd zich op, dankzij de HEER,
mijn mond spreekt vrijmoedig tegen mijn vijanden,
want dankzij uw hulp beleef ik vreugde.
Geen is er heilig als de HEER,
er is geen andere god dan u,
geen rots is er als onze God.
Gebruik toch geen grote woorden,
blaas niet zo hoog van de toren,
want de HEER is een alwetende God:
door hem worden onze daden gewogen.
De boog van de helden is gebroken,
en wie wankelen weten zich gesterkt.
Die genoeg hadden, verkopen zich voor brood,
en wie hongerden zijn verzadigd.
De onvruchtbare baart zeven zonen,
en wie veel kinderen heeft, verwelkt.
De HEER doet sterven en doet leven,
zendt naar het dodenrijk en leidt eruit omhoog.
De HEER maakt arm en hij maakt rijk,
vernedert diep en heft hoog op.
Hij verheft uit het stof wie berooid is,
uit het vuil tilt hij op wie alles ontbeert.
Hij laat hen wonen bij hooggeplaatsten,
hij houdt een ereplaats voor hen vrij.
Van de HEER zijn de pijlers der aarde
waarop hij de wereld heeft vastgezet.
Die hem trouw zijn, behoedt hij op hun pad,
maar de zondaars komen om in het duister.
Ontoereikend is de menselijke kracht:
wie het opneemt tegen de HEER wordt gebroken,
vanuit de hemel dondert hij hun toe.
De HEER spreekt recht over heel de aarde,
hij geeft macht aan de koning die hij kiest
en verhoogt het aanzien van zijn gezalfde.’ ( I Samuël 2:1-10 )
Lofzang van Simeon
Laat nu, Heer, volgens uw woord
uw dienaar in vrede heengaan.
Mijn ogen hebben uw heil aanschouwd
dat Gij hebt bereid voor de volken:
Het licht dat voor alle heidenen straalt,
de glorie van Israël uw volk.
Eer aan de Vader en de Zoon en de heilige Geest.
Zoals het was in het begin en nu en altijd
en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Lofzang van Maria
‘Mijn ziel prijst en looft de Heer,
mijn hart juicht om God, mijn redder:
hij heeft oog gehad voor mij, zijn minste dienares.
Alle geslachten zullen mij voortaan gelukkig prijzen,
ja, grote dingen heeft de Machtige voor mij gedaan,
heilig is zijn naam.
Barmhartig is hij, van geslacht op geslacht,
voor al wie hem vereert.
Hij toont zijn macht en de kracht van zijn arm
en drijft uiteen wie zich verheven wanen.
Heersers stoot hij van hun troon
en wie gering is geeft hij aanzien.
Wie honger heeft overlaadt hij met gaven,
maar rijken stuurt hij weg met lege handen.
Hij trekt zich het lot aan van Israël, zijn dienaar,
zoals hij aan onze voorouders heeft beloofd:
hij herinnert zich zijn barmhartigheid
jegens Abraham en zijn nageslacht,
tot in eeuwigheid.’
|
|
|