Om
de kinderen te laten kennismaken met de Bijbel werden er vroeger
schoolplaten gebruikt. Aan de hand van de afbeeldingen op de
schoolplaten kon de meester of de juf een verhaal uitleggen. Deze
manier van les geven werd ook wel aanschouwingsonderwijs genoemd.
Aanschouwen is een ander woord voor kijken. De meesten kennen het nog
wel denk ik, die oude schoolplaten die vroeger in het klaslokaal hingen
of uit een grote opbergkist achter in de klas tevoorschijn werden
gehaald. Het was vooral dán steeds weer een verrassing. Wij
kijken nu in de klas naar dia’s of een videofilm in plaats
van
schoolplaten.
Wil
je een overzicht van alle platen? Klik HIER

Judas, verraad je de Zoon des Mensen met een
kus?
(Lucas 22: 47 - 53)
39
Hij vertrok en ging volgens zijn gewoonte naar de Olijfberg. De
leerlingen volgden hem. 40 Toen hij daar was aangekomen, zei hij tegen
hen: ‘Bid dat jullie niet in beproeving komen.’ 41 En hij
liep bij hen weg, tot ongeveer een steenworp ver, en knielde daarna
neer om te bidden. Hij bad: 42 ‘Vader, als u het wilt, neem dan
deze beker van mij weg. Maar laat niet wat ik wil, maar wat u wilt
gebeuren.’ 43 Uit (22:43-44) In andere handschriften ontbreken
deze verzen.de hemel verscheen hem een engel om hem kracht te geven. 44
Hij werd overvallen door doodsangst, maar bleef bidden; zijn zweet viel
in grote druppels als bloed op de grond. 45 Toen hij na zijn gebed
opstond en terugliep naar de leerlingen, zag hij dat ze van verdriet in
slaap waren gevallen, 46 en hij zei tegen hen: ‘Waarom slapen
jullie? Sta op en bid dat jullie niet in beproeving komen.’
47
Terwijl hij nog sprak, kwam er opeens een horde mensen aan. Voorop liep
de man die Judas heette, een van de twaalf; hij ging naar Jezus toe om
hem te kussen. 48 Maar Jezus zei tegen hem: ‘Judas, lever je de
Mensenzoon uit met een kus?’ 49 Toen degenen die bij hem stonden
zagen wat er ging gebeuren, vroegen ze: ‘Heer, zullen we er met
het zwaard op los slaan?’ 50 En een van hen sloeg in op de
dienaar van de hogepriester en sloeg hem zijn rechteroor af. 51 Maar
Jezus zei: ‘Houd daarmee op. Zo is het genoeg!’ Hij raakte
het oor aan en genas de man. 52 Tegen de hogepriesters en
tempelwachters en de oudsten van het volk die op hem afgekomen waren,
zei hij: ‘Als tegen een misdadiger bent u uitgetrokken met
zwaarden en knuppels? 53 Dagelijks was ik bij u in de tempel, en toen
hebt u geen vinger naar me uitgestoken, maar dit is uw uur, het uur van
de macht van de duisternis.’
54
Ze grepen hem vast en voerden hem weg, en brachten hem naar het huis
van de hogepriester. Petrus volgde hen op een afstand. 55 Ze staken een
vuur aan midden op de binnenplaats en gingen eromheen zitten; Petrus
voegde zich bij hen. 56 Een dienstmeisje zag hem bij het vuur zitten,
keek hem strak aan en zei: ‘Die man hoorde er ook bij!’ 57
Maar hij ontkende het: ‘Ik ken hem niet eens!’ 58 Even
later merkte een ander hem op en zei: ‘Jij bent ook een van
hen!’ Maar Petrus zei: ‘Welnee man, helemaal niet.’
59 En ongeveer een uur later zei nog iemand met grote stelligheid:
‘Ja zeker, die man was ook in zijn gezelschap, hij komt immers
ook uit Galilea.’ 60 Maar Petrus zei: ‘Ik weet niet waar je
het over hebt.’ En op datzelfde moment, terwijl hij nog sprak,
kraaide er een haan. 61 De Heer draaide zich om en keek Petrus aan, en
toen herinnerde Petrus zich de woorden van de Heer: ‘Nog voor er
vannacht een haan heeft gekraaid zul je mij driemaal
verloochenen.’ 62 Hij ging naar buiten en huilde bitter.
63
De mannen die Jezus gevangenhielden, dreven de spot met hem en geselden
hem. 64 Ze blinddoekten hem en zeiden: ‘Profeteer nu maar, wie is
het die je geslagen heeft?’ 65 En ze zeiden nog tal van andere
lasterlijke dingen tegen hem.
DE GEVANGENAME VAN JEZUS
Terwijl
de Here gevangen wordt genomen blijkt Zijn Koninklijke
heerschappijoverduidelijk. Temidden van de blinden Judas, de soldaten,
de discipelen en Petrus blinkt Zijn Persoonlijkheid.Hij geeft Zich
vrijwillig voor de Zijnen en Hij blijft aan God gehoorzaam. Het lijden
en sterven maakt Zijn werkniet onmogelijk maar laat het juist
openbloeien, zodat het vrucht draagt voor ons, eeuwig leven!
Verraden worden door een kus
Het begint er mee dat Júdas Jezus gaat verraden. Judas, ook een
van de leerlingen en vrienden van Jezus. Hij pleegt verraad aan Jezus
en hij verraadt Jezus “door een kús”. Dat zal ook
wel weer een grote píjnpunt voor Jezus geweest zijn: dat
z’n vriend hem verraadt door een kús! Hoe zou u zich
voelen, als uw beste vriend of vriendin naar buiten toe echt
alleraardigst tegen u zou doen, maar ondertussen in het geniep allerlei
plannen tégen u zou uitwerken? Je komt het vaak tegen, op het
werk of op school. Vrienden, die je vrienden niet zijn, want je kunt er
niet op aan, want ze zijn bereid je te laten vallen.
Jezus verraden door een kus!
Gevangenneming van Jezus in de tuin Gethsémane - Anvang laatste fase van Jezus’ lijden
1.De
laatste fase van Jezus’ lijden begint met de gevangenneming in de
tuin Gethsémane. Hierin komt naar voren dat Jezus Zich
vrijwillig overgeeft en anderen de vrijheid schenkt. Hij gaat namelijk
Zelf naar de tuin, waarvan Hij weet dat Judas Hem daar zal verwachten.
Hij heeft de pers (Gethsémane betekent (olijf-)oliepers) alleen
getreden.(Jes.63;3) Zo is Hij ook onze Middelaar. De gevangenneming is
buiten, zodat duidelijk is dat de gesprekken rond de paasmaaltijd zijn
afgerond (Joh.13-16) en het Hogepriesterlijk gebed beëindigd
is.(Joh.17:1-26) De woorden van Joh.14:31 zijn dus nu in daden omgezet.
Hij laat zien dat de woorden van Joh.14:30, over de ‘overste van
de wereld’ nu in vervulling gaan.
2. Jezus
‘gaat uit’ (EXELTHEN), namelijk uit de stad Jeruzalem en
over de beek Kedron, een beekje met vooral in het winter stomend water,
maar nu waarschijnlijk vrijwel droog. ‘Kedron’ betekent
‘de donkere’, of de ‘zwarte’. Ze loopt tussen
de stad Jeruzalem en de Olijfberg, in Zuidoostelijke richting naar de
Dode Zee. Johannes is zeer gedetailleerd in zijn beschrijving en goed
op de hoogte met namen en plaatsen. Zo wordt het verband met de tocht
van David duidelijk geschetst. Ooit moest Israëls koning via deze
weg vluchten voor zijn zoon Absolom (2Sam.15:23), maar nu gaat Gods
Zoon als de Koning van de Joden voor ons een vluchtweg realiseren. Hij
zal pas echt de ‘Donkere zwarte Dood’ passeren,zodat ook
wij mogen komen tot God.(Joh.20:17)
3. De
Here komt in een tuin, een ‘hof’(verwijst dit naar Gen.3?),
een ommuurde ruimte waar je veilig kunt schuilen. Johannes noemt deze
tuin niet ‘Gethsémane’, zoals de andere
evangelisten, maar die anderen hebben het weer niet over de beek
Kidron. Zo vullen de Evangeliën elkaar aan. Deze tuin(zie ook
Luk.13:19) was misschien wel het eigendom van Jezus’ vrienden. In
deze tuin kwam Hij vaker.(Luk.22:39) Het is dus verklaarbaar dat Judas
Hem hier denkt te vinden.
4.
Judas is de verrader. (letterlijk: ‘de Hem overgevende’)
Dit is een vaste bijnaam van deze discipel. (Mat.10:4; 26:24;Joh.12:4)
Hij heeft een hele ‘afdeling’ bij zich, van zo’n 200
man! Een ‘afdeling’ is namelijk een derde van een cohorte
(totaal 600 man), gelegerd in de burcht Antonia. Daarbij heeft Judas
nog ‘dienaren van de Overpriesters en
Farizeeërs’(Joh.7:32,45) bij zich. De overste (CHILIARCH=
overste over duizend!) is er ook bij.(Joh.18:12) Misschien houdt men
bijzonder veel rekening met een weerstand biedende discipelengroep. In
ieder geval zijn er Romeinse soldaten en dienaren van het Sanhedrin
(Joh.7:32,45;18:22), zowel Farizeeën als Saduceeën, een zeer
gevarieerde groep, zelfs dus Joden en heidenen. Het is echter ook
mogelijk dat het gaat om Joodse tempelpolitie (zie ook Hand.4:1), want
een samenwerking tussen Romeinse soldaten en Joodse dienaren was
bijzonder ongebruikelijk, maar hierover bestaat verschil van inzicht.
Opvallend is verder dat er over Judas verder weinig meer wordt
gesproken dan alleen ‘hij stond daar’, namelijk tegenover
Jezus, aan de kant van hen, die onmachtig zijn om Jezus in te rekenen.
Hij gaat Zèlf, de rol van Judas is volkomen uitgespeeld.
5.
Hoewel het haast Pasen was, en dus volle maan, komen de soldaten toch
met lantaarns en fakkels. Ze hebben blijkbaar elke straal licht nodig
in hun duisternis, en dat terwijl ze hèt Licht der wereld willen
arresteren. (Joh.8:12) Ze zijn gewapend en dus op elke vorm van verzet
voorbereid, maar toch vallen ze even later helemaal om, als door de
bliksem getroffen.(Joh.18:7) Hun grote aantal zou wel eens een blijk
van hun eigen slechte geweten kunnen zijn, waarin overmacht soms nodig
is om het eigen ongelijk te camoufleren.
6.
Johannes benadrukt dat de Here Jezus van tevoren wist wat er zou gaan
gebeuren.(Zie ook Joh.13:1,3;19:28, net als Jes.41:26;44:8;45:6-7)
Allerlei andere (toch ook zeer wezenlijke) elementen uit de
lijdensgeschiedenis blijven onbesproken, zoals het gebed in
Gethsémane (Mat.26:36-46), alsof het volle licht moet vallen op
wat hier beschreven wordt:de manifestatie van Zijn majesteit, juist
terwijl Hij wordt gevangen genomen.
7. Opnieuw
staat er dan dat Hij ‘uit gaat’, hier vertaald met
‘Hij kwam naar voren’ (opnieuw EXELTHEN, dus eigenlijk:
‘naar buiten’, alsof Hij Zich in een grot bevond). De
lantaarns en de fakkels zijn helemaal niet nodig, want Hij dient
Zichzelf wel aan. Hij openbaart Zich. Hij neemt het initiatief en stapt
uit de discipelkring, of misschien zelfs wel uit de tuin om Zich
vrijwillig aan te bieden.
8.
”Wie zoekt gij?” is een ontdekkende vraag, want naar Wie
zijn ze eigenlijk op zoek, of zouden ze Hem intussen al hebben
leren kennen? Hij is de Eniggeborene van de Vader, de Zoon van God,
onze Redder en Heiland. Maar zij noemen Hem
‘Nazoreeër’, oftewel Iemand uit Nazareth, en wat kan
daar nu voor goeds van verwacht worden.(Joh.1:45) Hij vraagt
hèn, zodat niet het arrestatieteam, maar de Here Zelf het
initiatief en de macht houdt. Eigenlijk is dit een doorkijkje naar
straks, de verheerlijkte Heer (Openb.1:17). Dit zou zelfs iets kunnen
zeggen over de situatie rond Zijn Rechterstoel (2Kor.5:10), waar
blijkbaar niemand op de been kan blijven als Hij Zichzelf laat zien.
9.
Jezus antwoordt met ‘Ik ben hèt!’ (EGO EIMI) Dit
verwijst naar de godsnaam, (Ex.3:12) maar zegt ook dat Hij echt
‘hèt’ is! Hij is het werkelijk en helemaal,
ongedacht, maar zo concreet en overtuigend duidelijk: onze Redder! Zijn
goddelijke majesteit heeft een verpletterende
uitwerking.(Jes.11:4:Openb.1:17) De Here is de situatie volkomen
Meester. De overmacht van soldaten is machteloos bij Zijn
verschijning.(Ps.27:2;35:4;56:10) Hij ís de Machthebber bij
uitstek! Hij is door God gezonden met onbeperkte en absolute
volmachten! Hij is niet alleen het Brood des Levens, het Licht of de
ware Wijnstok, maar ook Degene Die geopenbaard zal worden na de
verhoging, als de Rechter.(Joh.8;28;2Kor.5:10)
10.
Gewapende en geoefende soldaten deinzen terug en vallen zelfs op de
grond. Al eerder schrok men van Jezus’ majesteit.(Joh.7:46) Zijn
verschijning moet dus ontzagwekkend geweest zijn, zelfs in de nacht en
in de schaduw van de enorme overmacht aan soldaten en tempelwacht. Dit
is te begrijpen ook, want eerder reageerden de boze geesten al
zo.(Mat.8:29;Mark.1:23-28) Jezus had hen ook kunnen neerslaan, Hij had
engelen te hulp kunnen roepen.(Ps.91:11;Mat.4:6;26:53) Hij wil echter
de Lijdende Knecht zijn.(Jes.42:1-9;49:1-7;50:4-9;52:13- 53:12) Hij is
dus niet het slachtoffer van Rome, de Joodse leiders of tegenvallende
omstandigheden, maar Hij geeft Zichzelf weg, vrijwillig en volkomen in
overeenstemming met Gods wil. Hoe ontzettend zal dit Woord ooit klinken
voor hen die Hem nooit de moeite waard hebben gevonden!(Zie ook
Hand.9:3-6;2Thes.2:8)
11.
Hij vraagt voor Zijn discipelen de vrije aftocht, want nu komt de
Middelaar tot Zijn bestemming: Hij wordt gepakt opdat anderen zullen
worden vrijgelaten. Hij wil hen niet ‘verloren laten gaan’.
Deze uitdrukking komt in het Johannesevangelie verschillende keren
voor. In Joh.3:16;6:37;17:12 is deze uitdrukking geestelijk bedoeld, de
eeuwige verlorenheid. Hier is echter veel meer sprake van een
‘tijdelijke verlossing’. Maar zo zien we wel dat de eeuwige
verlossing werkelijk een feit is, dankzij de concrete daad van de Here.
Ook is deze concrete uitredding een onderdeel van de eeuwige
verlossing, want de eeuwige verlossing is niet minder concreet en al
zichtbaar in onze levenstijd.(1Tim.4:5) Hij is echt de Goede Herder,
Die Zijn leven geeft voor Zijn schapen.(Joh.10:15) Zij zullen
verstrooid worden, omdat de Herder gevangen genomen wordt.(Zach.13:7;
Joh.16:32)
12.
Johannes hoort in ‘laat hen gaan’ een vervulling van een
Schriftwoord, namelijk de belofte dat Hij niemand verloren laat gaan
van hen die Zijn Vader aan Hem gegeven had.(Joh.6:39;10:28-29;17:12)
Het vervulde Woord is echter geen Woord uit het Oude Testament, maar
een Woord van Jezus Zelf. Zijn Woorden blijken dus hetzelfde gezag te
hebben als die van het Oude Testament, omdat zij rechtstreeks van God
komen.(Joh.17:8)
13. Petrus
wil zijn Meester verdedigen, maar op zijn eigen manier(Joh.13:37), maar
zo gaat er veel stuk.Hij denkt te hoog van zichzelf en te gering van
Jezus.(Rom.12;3) Petrus heeft zeer waarschijnlijk een kort zwaard (of
een groot mes om het Paaslam te slachten,Mat.26:51) onder zijn kleding
verborgen en hij slaat met een beweging vanuit zijn linkerheup het
rechteroor af. Hier zie je maar weer hoe actieve volgelingen
vóór hun Meester uit kunnen lopen, niet om een weg te
banen, maar om (onbedoeld) helaas nog meer hindernissen te creëren.
14.
Johannes vertelt veel details, misschien wel vernomen uit de eerste
hand. (Joh.18:15) Zo weten we de namen van de betrokkenen (Simon Petrus
en Malchus=waarschijnlijk ‘koning’) en welk oor er precies
werd afgeslagen.(Zie ook Mat.26:51 en Mark.14:47, die het alleen maar
over ‘een oor’ hebben en Luk.22:50, waar ook het
‘rechteroor’ genoemd wordt.) Lukas vertelt nog dat het oor
genezen werd, maar Johannes wil de aandacht voor Jezus niet verliezen
en legt ook dit voorval terzijde.(Zie ook Joh.20:30,31) Wat wel opvalt
is dat Malchus een ‘persoonlijke dienaar’ van de
hogepriester is geweest en wat zijn naam betreft waarschijnlijk een
Nabateeër is, oftewel een Ismaëliet uit
Edom.(Gen.25:13;28:9;Jes.60:7;2Kor.11:32)
15.
Uit deze geschiedenis wordt duidelijk dat de Here Jezus de drinkbeker
van het oordeel (Mat.26:39;Mark.14:36) helemaal zal
drinken.(Jes.51:17,22;Jer.25:15,17,18) Hij gaat Gods toorn dragen,
opdat wij vrij zullen zijn.(Jes.53:5) Hij geeft Zich gevangen, want Hij
wil God gehoorzaam zijn, zelfs tot het bittere einde. Hij heeft de
macht om Zijn leven af te leggen, voordat Hij het weer aanneemt.
Niemand neemt het Hem af.(Joh.10:18) Deze Herder wil echter het Lam van
God zijn, Dat de zonden van ons wegneemt.(Joh.1:29,36)
16.
Wil de Heiland niet dat wij ooit de wapenen zouden opnemen tegen welke
vijand dan ook? Duidelijk is dat het hier gaat om de speciale situatie
van de gevangenneming. Hier zijn wapens niet op hun plaats. De Heiland
wil zich vrijwillig overgeven, Zich laten binden.(Jer.47;6;Ezech21:30)
Het is niet zo dat wij elke narigheid maar gewoon over ons heen moeten
laten komen. Toch zit in een gewapend conflict wel een vreselijk groot
risico, dat diegene die de wapenen opneemt, er zelf door vernield zal
worden, zowel mentaal als fysiek.