Om
de kinderen te laten kennismaken met de Bijbel werden er vroeger
schoolplaten gebruikt. Aan de hand van de afbeeldingen op de
schoolplaten kon de meester of de juf een verhaal uitleggen. Deze
manier van les geven werd ook wel aanschouwingsonderwijs genoemd.
Aanschouwen is een ander woord voor kijken. De meesten kennen het nog
wel denk ik, die oude schoolplaten die vroeger in het klaslokaal hingen
of uit een grote opbergkist achter in de klas tevoorschijn werden
gehaald. Het was vooral dán steeds weer een verrassing. Wij
kijken nu in de klas naar dia’s of een videofilm in plaats
van
schoolplaten.
Wil
je een overzicht van alle platen? Klik HIER

Ik bezweer U bij de levende God: Bent u de Christus?
(Mattheus 26: 57 - 68)
57
Zij die Jezus gevangengenomen hadden, leidden hem voor aan Kajafas, de
hogepriester bij wie de schriftgeleerden en de oudsten bijeengekomen
waren. 58 Petrus volgde hem op een afstand tot op de binnenplaats van
het paleis van de hogepriester; daar ging hij tussen de knechten zitten
om te zien hoe het zou aflopen. 59 De hogepriesters en het hele
Sanhedrin probeerden een valse getuigenverklaring tegen Jezus te laten
afleggen op grond waarvan ze hem ter dood zouden kunnen veroordelen, 60
maar ze vonden er geen, hoewel zich vele valse getuigen meldden. Ten
slotte meldden er zich twee 61 die zeiden: ‘Die man heeft gezegd:
“Ik kan de tempel van God afbreken en in drie dagen weer
opbouwen.”’ 62 De hogepriester stond op en vroeg hem:
‘Waarom antwoordt u niet? U hoort toch wat deze getuigen
zeggen?’ 63 Maar Jezus bleef zwijgen. De hogepriester zei:
‘Ik bezweer u bij de levende God, zeg ons of u de messias bent,
de Zoon van God.’ 64 Jezus antwoordde: ‘U zegt het. Maar ik
zeg tegen u allen hier: vanaf nu zult u de Mensenzoon zien zitten aan
de rechterhand van de Machtige en hem zien komen op de wolken van de
hemel.’ 65 Hierop scheurde de hogepriester zijn kleren en hij
riep uit: ‘Hij heeft God gelasterd! Waarvoor hebben we nog
getuigen nodig? Nu hebt u met eigen oren gehoord hoe hij God lastert.
66 Wat denkt u?’ Ze antwoordden: ‘Hij is schuldig en
verdient de doodstraf!’ 67 Daarop spuwden ze hem in het gezicht
en sloegen hem. Anderen stompten hem 68 en zeiden: ‘Profeteer dan
maar eens voor ons, messias, wie is het die je geslagen
heeft?’
Kajafas
Zij die Jezus gevangengenomen hadden, leidden hem voor aan Kajafas, de
hogepriester bij wie de schriftgeleerden en de oudsten bijeengekomen
waren. (Matteüs 26:57)
Kajafas was de Joodse hogepriester die de leiding had over de
berechting en de kruisiging van Jezus Christus. Bestaat er buiten de
Bijbelse teksten enig bewijs voor de man met de naam Kajafas?
Kajafas
onderhield nauwe banden met het Romeinse bestuur, vooral met Pontius
Pilatus, die van 26 tot 36 procurator over Judea was. Vermoedelijk is
het hieraan te danken dat Kajafas niet minder dan achttien jaar het
ambt van hogepriester bezat, voor deze periode een uitzonderlijk lange
tijd. De keerzijde was echter dat toen Pilatus wegens zijn gewelddadige
optreden tegen de Samaritanen in ongenade viel, ook Kajafas' lot was
bezegeld: de Syrische gouverneur Vitellius onthief hem uit zijn ambt in
hetzelfde jaar dat Pilatus naar Rome werd teruggeroepen.
In
1990 werd het familiegraf van Kajafas toevallig blootgelegd toen in
Israël een waterpretpark werd aangelegd. Eén van de
kalkstenen ossuaria (dozen om beenderen in te bewaren) bevatte prachtig
snijwerk dat een zeer geëerd persoon in het Joodse religieuze
systeem identificeerde. Op het ossuarium staat twee keer geschreven:
'Jozef zoon van Kajafas'.
Zowel Matteüs, Lucas als Johannes identificeren Kajafas als de
hogepriester die de arrestatie en de berechting van Jezus voorzat. De
historicus Josephus identificeert 'Jozef Kajafas' eveneens als de
Joodse hogepriester van 18 tot 36 na Christus (Antiquitates 18:35).
Josephus refereert ook aan hem als 'Jozef die Kajafas van het
hogepriesterschap werd genoemd' (Antiquitates 18:95).
Het
Sanhedrin was de Joodse rechterlijke raad tijdens het Romeinse bestuur.
Deze raad diende als rechtbank Het Sanhedrin volgde de Joodse wet onder
supervisie van de Romeinen. Het Sanhedrin was niet rechtstreeks bevoegd
tot het uitspreken van doodstraffen, behalve voor tempelschennis.
Daarom moest hun doodvonnis over Jezus van Nazareth bekrachtigd worden
door Pilatus. Het Sanhedrin werd voorgezeten door de hogepriester. De
historische Josef Kajafas was in die functie aangesteld door de
voorganger van Pontius Pilatus, Valerius Gratus, in het jaar 18.
In het bijbelverhaal zijn het niet Pilatus of het Sanhedrin die de
keuze maken over wie er vrijgelaten moet worden, maar het
bijeengestroomde volk van Judea, hiertoe wel aangespoord door de
hogepriesters en ouderlingen. Mattheus 27:20 - Maar de overpriesters en
de ouderlingen hebben den scharen aangeraden, dat zij zouden Bar-abbas
begeren, en Jezus doden.
Het Sanhedrin
met name bekend vanuit de tijd van Jezus. Met zijn triomfale intocht in
Jeruzalem bracht Jezus veel beroering teweeg onder de opperpriester en
de andere religieuze autoriteiten. Zijn zuivering van de tempel
van kooplieden, geldwisselaars etc, was een uitdaging aan het gezag van
de Sanhedrin, die toestemden in de handel en daarvoor provisie
ontvingen. Marcus en Matthéüs beschrijven hoe Jezus aan de
vooravond van het joodse paasfeest werd gearresteerd en ’s nachts
voor de hogepriester en het volledige Sanhedrin, werd geleid. Marcus
vermeldt dat men bewijsmateriaal tegen Jezus zocht, maar dat het
onmogelijk was om- zoals de joodse wet voorschreef- twee getuigenissen
te vinden die met elkaar overeenstemden. Sommige ‘valse
getuigen’ zeiden dat Jezus zich tegen de tempel had uitgesproken,
maar zelfs hun verklaringen waren niet eensluidend (Marcus 14:55-59).
Het proces zou dus als een nachtkaars hebben kunnen uitgaan als de
hogepriester niet gekomen was met een vraag waar het hele evangelie van
Marcus om draait.
Marcus 14:61-62 Zijt Gij de Christus, de Zoon van de gezegende? En
Jezus zeide: Ik ben het, en gij zult de Zoon des mensen zien, gezeten
aan de rechterhand der Macht en komende met de wolken des hemels.
Deze uitspraak werd beschouwd als een godslastering. De hogepriester
scheurde zijn kleren en alle priesters waren het er over eens dat Jezus
‘de dood verdiende’. De aanklagers verklaarden Hem tijdens
het verhoor schuldig aan godslastering en ‘veroordeelden Hem als
zodanig schuldig.’Niets van hetgeen Jezus volgens het Evangelie
heeft gezegd of gedaan kon echter volgens de joodse wet als
godslastering worden uitgelegd. Jezus bestreed bedrog,
schijnheiligheid, machtsmisbruik en wreedheid en gebruikte duidelijke
taal om Zijn misnoegen kenbaar te maken over de Farizeeën, de
Sadduceeën en de Schriftgeleerden. Hij maakte ze uit voor
huichelaars, blinde wegwijzers, uitzuigers, slangen en adderengebroed.
Hij vergelijkt ze met rottende resten van een kadaver. Ze konden hun
aanklacht niet in religieuze bewoordingen formuleren, maar in
politieke; zij verklaarden ‘dat deze ons volk verleidt, doordat
Hij verbiedt de keizer belasting te betalen, en van Zichzelf zegt dat
Hij de Christus, de Koning is.’ Na een tweede zitting van het
Sanhedrin, in de ochtend werd Jezus voor Pontius Pilatus geleid. Op
Pilatus vraag aan Jezus: ‘Zijt Gij de Koning der Joden?’
antwoordde Jezus ‘Gij zegt het’. Pilatus zag heel goed dat
de beschuldigingen tegen Jezus in feite niets inhielden en deed zelfs
verschillende pogingen om Jezus in vrijheid te laten stellen. Het lukte
hem niet en Jezus werd tot de meest wrede straf van de kruisdood
veroordeeld. Een groot aantal opperpriesters en schriftgeleerden waren
getuige van Zijn dood.