Om
de kinderen te laten kennismaken met de Bijbel werden er vroeger
schoolplaten gebruikt. Aan de hand van de afbeeldingen op de
schoolplaten kon de meester of de juf een verhaal uitleggen. Deze
manier van les geven werd ook wel aanschouwingsonderwijs genoemd.
Aanschouwen is een ander woord voor kijken. De meesten kennen het nog
wel denk ik, die oude schoolplaten die vroeger in het klaslokaal hingen
of uit een grote opbergkist achter in de klas tevoorschijn werden
gehaald. Het was vooral dán steeds weer een verrassing. Wij
kijken nu in de klas naar dia’s of een videofilm in plaats
van
schoolplaten.
Wil
je een overzicht van alle platen? Klik HIER

Overal waar dit Evangelie zal
worden verkondigd, zal men over haar
spreken.
(Mattheus 26: 6 -16)
6-7
Toen Jezus in Betanië in het huis van Simon – degene die aan
huidvraat had geleden – aanlag voor een maaltijd, kwam er een
vrouw naar hem toe. Ze had een albasten flesje met zeer kostbare olie
bij zich en goot die uit over zijn hoofd. [6–7] 7 8 De
leerlingen ergerden zich toen ze dit zagen en zeiden: ‘Wat een
verspilling! 9 Die olie had immers duur verkocht kunnen worden, dan
hadden we het geld aan de armen kunnen geven.’ 10 Jezus hoorde
het en zei: ‘Waarom vallen jullie deze vrouw lastig? Zij heeft
iets goeds voor mij gedaan. 11 Want de armen zijn altijd bij jullie,
maar ik zal niet altijd bij jullie zijn. 12 Door die olie over mij uit
te gieten, heeft ze mijn lichaam voorbereid op het graf. 13 Ik verzeker
jullie: waar ook ter wereld het goede nieuws verkondigd zal worden, zal
ter herinnering aan haar verteld worden wat zij heeft gedaan.’
Jezus gezalfd
Ja. Alle vier de evangelieën verhalen van een zalving door een
vrouw. Maar ondanks enkele opvallende overeenkomsten gaat het toch om
verschillende gebeurtenissen. Dat blijkt wanneer we de zaken op een
rijtje zetten.
Waarschijnlijk is deze vrouw Maria Magdalena geweest
Maria Magdalena was één van de vrouwen die de moedige keuze maakte
om
met Jezus mee te trekken, om de weg met Jezus te gaan. Die beslissing,
om Jezus te volgen, zal nauw samengehangen hebben met de ingrijpende
gebeurtenis in haar leven waarvan Lucas gewag maakt. Jezus heeft haar
genezen van ziekte en boze geesten: zij was bezeten door zeven duivels.
Wat precies de aard van haar bezetenheid was, wordt niet
duidelijk, maar Maria moet in haar genezing zeer persoonlijk ervaren
hebben wat de verlossing en bevrijding betekent die Jezus aanzegt in
zijn verkondiging van het Koninkrijk Gods. Door deze bevrijdende
ervaring van het Koninkrijk Gods heeft Maria de moed gevonden de
beperkingen die haar als vrouw werden opgelegd te doorbreken.
De
evangelisten noemen haar steeds als eerste van de vrouwen, welke Jezus
op zijn weg door het land volgden en verzorgden. Ze diende Jezus ook
met haar bezit. Met de keuze voor de weg mét Jezus is dus je hele
hebben en houden gemoeid. Maria Magdalena was aanwezig op die momenten
in Jezus' leven, waar anderen het lieten afweten: bij het kruis, bij de
graflegging.
De zalving zoals vermeld in Lucas 7: 36-50
(Maar) de farizeeërs en wetgeleerden hebben, wat hen betreft, het
plan van God verijdeld door zich niet door hem te laten dopen.(...) Een
van de farizeeërs vroeg hem eens bij zich te eten. Hij trad het
huis van de Farizeeër binnen en ging aanliggen. Een vrouw nu die
in de stad als een zondares bekend stond, was te weten gekomen, dat
Jezus in het huis van de farizeeër te gast was. Zij nam een
albasten vaasje met balsem mee en ging schreiend achter hem bij zijn
voeten staan. Haar tranen maakten zijn voeten nat, die ze met haar
hoofdhaar afdroogde. Zij kuste ze keer op keer en zalfde ze met de
balsem. Toen de farizeeër die hem uitgenodigd had dit zag, zei hij
bij zichzelf: 'Als dit een profeet was, zou hij weten wie en wat voor
een vrouw het is die hem aanraakt; het is immers een zondares.' Jezus
gaf hem ten antwoord: 'Simon, ik heb u iets te zeggen', waarop deze
zei: 'Zeg het, Meester.' 'Een geldschieter had twee schuldenaars, de
een was hen vijfhonderd, de ander vijftig denariën schuldig. Omdat
zij die niet konden teruggeven, schold hij ze aan allebei kwijt. Wie
van hen zal nu het meest van hem houden?' 'Ik veronderstel', antwoordde
Simon, 'diegene aan wie hij het meeste heeft kwijtgescholden.' Jezus
zei tot hem: 'Uw oordeel is juist.' Daarop keerde hij zich tot de vrouw
en zei tot Simon: 'Ge ziet die vrouw daar? Ik kwam uw huis binnen; gij
hebt niet eens water over mijn voeten gegoten, maar mijn voeten zijn
nat geworden door haar tranen en zij heeft ze met haar haren
afgedroogd. Gij hebt mij niet eens een kus gegeven, maar zij hield,
sinds ik binnenkwam, niet op mijn voeten te kussen. Gij hebt mijn hoofd
niet met olie gezalfd, maar zij heeft mijn voeten gezalfd met balsem.
Daarom zeg ik u: haar zonden zijn haar vergeven, al waren ze vele, want
zij heeft veel liefde betoond. Aan wie weinig wordt vergeven, hij
betoont weinig liefde.' Daarop sprak hij tot haar : 'Uw zonden zijn
vergeven. 'De mede-aanliggenden vroegen zich af: 'Wie is deze man, die
zelfs zonden vergeeft?' Jezus zei tot de vrouw: 'Uw geloof heeft u
gered: ga in vrede.'
plaats: ergens in Gallilea, in het huis van een Farizeeër
tijdstip: ver vóór Jezus' kruisiging
vrouw: (anonieme) zondares
bijzonderheden:
1. albasten kruik met mirre
2. maakt Jezus' voeten nat met haar tranen en droogde deze met haar hoofdhaar
3. zalft Jezus' voeten met de mirre
4. geen gemopper van dicipelen.
Thema: onze liefdedaden in een nalatige wereld
Lukas 7,36-50
Loosdrecht, 13-07-08
Voor het oog zag het er natuurlijk allemaal heel behoorlijk uit: dat huis van Simon gevuld met mensen en gezelligheid,
bedienden die af en aan liepen, eten en drinken in overvloed. Simon had
vast een goede reden voor dit feestje en hij had zichzelf vandaag
overtroffen door ook iemand van buiten zijn familie- en vriendenkring
uit te nodigen.
Intussen speelde ook hier wat altijd speelt als mensen bij elkaar zijn:
namelijk dat het alleen voor het oog in orde kan zijn.
Schijn bedriegt en dat geldt zeker ook voor de intermenselijke verhoudingen. Dat kan nu gebeuren en dat gebeurde ook toen.
Het bij elkaar zijn betekent niet automatisch dat er ook een echt
zinvol contact is. Waar de één spreekt van ‘een
geslaagde avond’ gaat een ander met een onvoldaan of gekwetst
hart naar huis.
Waar Jezus verschijnt wordt dat allemaal anders. Dat zien we in de
evangeliën heel duidelijk. Waar Jezus verschijnt verdwijnt de
oppervlakkigheid en wordt het onmogelijk je masker op te houden.m
In zijn aanwezigheid komt het contact op het niveau waar God ons voor
heeft geschapen: het niveau van het hart, dat je elkaar als
schepsel van God ontmoet en niet zomaar als mensen die toevallig in
dezelfde ruimte of zaal zijn, dat je elkaar ziet in het licht van
Gods genade als de enige grond onder onze voeten, dat je elkaar
herkent als het beeld van God, gered door zijn liefde. Waar Jezus
verschijnt kan niemand meer doen alsof.
Als je dat eenmaal scherp hebt kun je dat ook gaan zien bij het feestje
van Simon de Farizeeër. Voor het oog ging het allemaal heel
aardig: iedereen lag aan, zoals dat gebruikelijk was, niet
zittend, maar liggend aan tafel, de gasten die uitgenodigd waren
genoten en ook anderen die zomaar even kwamen binnenlopen, zoals dat
gaat bij een maaltijd in het oosten, en tussen al die mensen had
ook Jezus een plaats gekregen, er was voldoende te eten en te
drinken en Simon was ongetwijfeld diep tevreden.
Dan gebeurt er iets wat die dag een heel ander verloop zal gaan geven. Opeens komt er een onuitgenodigde vrouw binnen
en hoewel dat op zich dus niet bijzonder is in zo’n open oosterse
setting, het is wel bijzonder dat zij dit huis binnenloopt, het
huis van een Farizeeër. Dat is bijzonder, want de vrouw staat in
de stad bekend als een zondares en dan kun je maar het beste uit
de buurt blijven van de rechtgeaarde handhavers van de wet, de
Farizeeërs.
Ze komt dan ook niet voor de gastheer, maar voor een gast. Ze komt wel
in het huis van de Farizeeër, maar alleen omdat Jezus daar is,
want anders zou ze in een sfeer van veroordeling en afwijzing
komen, een sfeer van oppervlakkigheid en oneerlijkheid, van
dubbelheid en dat zal zij - die bekendstaat als een zondares - al
genoeg hebben meegemaakt. Ze komt voor Jezus, omdat ze weet dat het bij
Hem anders is.
Dan lijkt het één emotionele bedoening met tranen,
voeten die nat worden van die tranen en dan met losgemaakte
haren drooggemaakt moeten worden, dure olie die voor het hoofd
bedoeld is die de vrouw voor Jezus voeten gebruikt om ze daarmee
in te wrijven.
Je kunt je wel voorstellen dat deze wanordelijke actie op het feestje
van Simon als een steen in een vijver van ordelijkheid valt. Alles zo
goed georganiseerd zodat het allemaal naar tevredenheid loopt en
dan dit hysterische gedoe van een vrouw, en nog wel een vrouw met een
reputatie uit de onderlaag van de samenleving! Weet Jezus niet wie zij
is, vraagt Simon zich af, als Hij een profeet is dan zou Hij dat toch
moeten weten! Simon en de vrouw zijn elkaars tegenpolen.
Dat is ook het uitgangspunt van de gelijkenis die Jezus vervolgens
vertelt, omdat Hij de gedachten en de overwegingen van Simon wel
kent. Hij gaat Simon een spiegel voorhouden. Een klein gelijkenisje
waarin de kern van wat hier gebeurt naar boven wordt gehaald. Als een
messcherpe analyse waarin de diepste beweegredenen worden blootgelegd.
Als een rontgenfoto waardoor het duidelijk wordt wat er mis is.
Jezus vertelt: er was eens een geldschieter met twee schuldenaars. De
één had een schuld waar hij 500 dagen voor zou moeten
werken (want een denarie is een dagloon), de ander had een
schuld waar hij slechts 50 dagen voor zou moeten werken.Ze kunnen het
allebei niet terugbetalen en de geldschieter scheldt beiden hun schuld
kwijt. Ze hoeven er allebei niet meer voor te werken, de ene met
een schuld van 50 denarie niet, maar ook degene met die enorme
schuld van 500 denarie niet.
Dan volgt de vraag die Jezus aan Simon stelt: ”Wie van de twee zal hem de meeste liefde betonen?”
Voordat we de leerling Simon het voor de hand liggende antwoord horen
geven aan de leraar Jezus, moeten we ons afvragen waarom Jezus dit
vraagt. Hoe komt hij nu op deze vraag? Wat heeft de liefde hier nu mee
te maken? Had Jezus voor hetzelfde geld ook kunnen vragen: wie van de
twee zal hem het meest dankbaar zijn?
Nu liggen dankbaarheid en liefde dicht bij elkaar, en toch gaat liefde dieper dan dankbaarheid.
Dankbaarheid heeft te maken met iets dat je krijgt (een kado van iemand
of een goede uitslag na een onderzoek) en hoewel je daar iemand voor
kunt bedanken gaat het dan toch vooral om wat je krijgt, dat kado of je
gezondheid. Dat is waar je blij mee bent. En zo kun je voorstellen dat
als je een schuld kwijtgescholden krijgt, dat je dan dankbaar bent. Je
bent je schuld en de last die daarbij hoort kwijt.
Liefde gaat een paar slagen dieper dan dankbaarheid. Liefde heeft te maken met een band, een relatie,
dankbaarheid is gericht op iets dat je krijgt, het heeft iets
onpersoonlijks, liefde daarentegen heeft te maken met een iemand,
het is persoonlijk, het gaat vooral om die relatie of om het herstel
van relatie als dat nodig is.
Het is veelzeggend dat Jezus vraagt: wie zal hem de meeste liefde
betonen? Jezus dwingt de gedachten van Simon door deze gelijkenis in de
richting van Hemzelf. Voor de vrouw is Jezus het middelpunt van dit
huis; is Hij dat voor Simon ook? Hij heeft die allervriendelijkste
uitnodiging gedaan: rabbi wilt u bij mij komen eten, maar wat dient
Jezus’ aanwezigheid nu eigenlijk bij de maaltijd in het huis van
Simon? Wat is eigenlijk de reden dat Hij Jezus heeft uitgenodigd?
Liefde tot de Meester?! Wil Hij één van zijn volgelingen
worden?! Nee! Is het niet eerder Simons eergevoel verpakt in een
vriendelijke uitnodiging? Zijn ongebroken ego dat floreert in een sfeer
van maskers en oppervlakkigheid? Maar nu is Jezus in zijn huis gekomen
en zal dat onherroepelijk ontmaskerd worden.
Jezus doet dat door Simon te wijzen op de vrouw. Zij heeft gedaan wat
hij heeft nagelaten. Het wassen van de voeten, zoals elke gastheer dat
regelt voor zijn gasten. Simon heeft het nagelaten, de vrouw heeft het
wel gedaan. De begroeting, het elkaar sjalom (vrede) wensen, de
werkelijke ontmoeting van hart tot hart. Simon deed het niet, de vrouw
heeft niets anders gedaan sinds Jezus binnen is. De zalving van het
hoofd door olie zoals psalm 23 zegt over de gastvrijheid van God (
“u zalft mijn hoofd met olie, mijn beker vloeit over”)..
Simon heeft er niet voor gezorgd, de vrouw heeft persoonlijk
Jezus’ voeten gezalfd met kostbare olie.
Door dit na te laten heeft Simon iets gedaan wat de alle slechtheid van
de wereld overtreft: hij heeft Jezus niet geëerd in wie Hij
is, Hij die in werkelijkheid niet te gast is in het huis van
Simon, maar de gastheer van het huis van de schepping is.
De wereld waarin ieder mens te gast is. Door niets te doen heeft hij een daad gesteld. Door te zwijgen heeft hij gesproken.
De emotionele actie van de vrouw was als een steen in een vijver van
ordelijkheid gevallen. Maar voor Jezus weerspiegelt die ordelijkheid
een leeg en liefdeloos mens, terwijl de schijnbaar hysterische
vrouw Jezus de eer en de liefde geeft die Hem toekomt. Je kunt daaruit
leren dat in het koninkrijk van God heel andere maatstaven gelden dan
in onze wereld.
Dan komt de belangrijkste zin uit dit gedeelte, vers 47: ”Daarom zeg ik je: haar zonden zijn haar vergeven,
al waren het er vele, want ze heeft veel liefde betoond;
maar wie weinig wordt vergeven, betoont ook weinig
liefde”.
De gelijkenis die Jezus vertelt gaat zoals elke gelijkenis niet zomaar
over een waarheid in het algemeen, nee elke gelijkenis slaat altijd op
de actuele situatie en op mensen van vlees en bloed, en zo ook deze
gelijkenis.
Het gaat over niemand minder dan de vrouw en Simon.
Het is zo duidelijk dat de vrouw alleen nog maar bij Jezus terecht kan
in een wereld van hardheid en genadeloosheid. Zij spreekt de taal
van de vergeving: tranen, gebrokenheid, knielen, liefde. En die liefde
is zo groot, omdat ze weet dat haar vele zonden vergeven zijn. In de
aardse stad stond ze bekend als zondares, in de hemelse stad
staat ze bekend als de begenadigde. Veel zondenvergeving betekent dat
je veel liefde zult hebben voor je Heer.
En de keerzijde van die waarheid: weinig vergeving, betekent ook
dat je weinig liefde zult hebben voor Jezus. Dat zie je bij Simon, een
minimun aan vergeving en dus ook een minimum aan liefde. In de wereld
mocht de vrouw misschien een miniumlijder zijn, aan de onderkant van de
samenleving, bekend om haar zonden, in de wereld van God was Simon de
minimumlijder: geen voetwassing, geen begroeting, geen zalving voor de
gastheer van het heelal!
Ja, zo komt Jezus tenslotte heel duidelijk naar voren in vers 48: als de Zoon van God, niet zomaar een profeet,
maar als God zelf die zonden kan kwijtschelden, omdat ze ook tegen Hem
gedaan zijn. “Uw zonden zijn u vergeven”, zegt Jezus tegen
de vrouw. Naar hemelse maatstaven is ze de vrijheid ingegaan, is het
goed tussen God en haar, naar hemelse maatstaven mag
ze delen in de redding en de verlossing van de gevallen schepping. In
de wereld van God is de zondares de begenadigde.
En zij gaat dan ook heen, zoals we lezen in het laatste vers, vers 50, gered door haar geloof, in sjalom, in vrede.
Het klinkt niet als weggaan, maar als binnengaan: ingaan in het
koninkrijk van de Vader. Ze gaat het huis van Simon uit om het huis van
God binnen te gaan. En wat gebeurt er met haar tegenpool? Simon blijft
in zijn huis, waar hij eerst uiterst tevreden was over zichzelf
en deze dag. Maar Jezus aanwezigheid heeft dat huis voor goed veranderd.
Ik zei het al: waar Jezus verschijnt kan niemand meer doen alsof. En: waar Jezus verschijnt verdwijnt de oppervlakkigheid
en kun je het niet lang vol houden om een masker te dragen. Veel
zondenvergeving = veel liefde. Weinig zondenvergeving = weinig liefde.
Ons leven komt door dit evangelie in een heel ander licht te staan.
Misschien ben jij net zoals Simon de Farizeeër wel tevreden over
je leven: er zijn mensen, er is gezelligheid. En hoewel je
dat nooit zo zult zeggen dient het geloof in God je geluk en je
tevredenheid. Je komt in opstand als de Bijbel dingen vertelt en zegt
die tegen de tijdgeest ingaan. en je komt innerlijk in opstand als de
God van de Bijbel iets doet dat je tegen de haren instrijkt.
Je geloof heeft -als je eerlijk bent- de vorm van interesse en
nieuwsgierigheid. En niet meer dan dat. Jezus als gast in je huis
zonder dat je werkelijk beseft dat Hij de gastheer van jouw leven is.
Je spreekt de taal van de vergeving niet: dat je weet dat je
zonden je van God weghalen, dat je dat zelf doet en niemand
anders. Misschien voer je wel allemaal redenen aan waardoor dat niet zo
erg lijkt of waardoor het toch aan anderen ligt…
Maar dat je voor God een schuld hebt die je van je levensdagen niet
kunt aflossen, dat is de bijbelse waarheid. De waarheid dat
Christus gekomen is om die schuld te voldoen.
De taal van de vergeving is de taal van iemand die gebroken is en die
met tranen voor God staat, als de enige van wie genade te krijgen is in
een harde ongenadige wereld. De taal van de vergeving is dat je vraagt
om Gods genade, dat je niet trots doet wat je zelf wilt en het
feest van je ongebroken ego viert, maar dat je erkent dat Jezus
het stralende middelpunt van je leven is.
Ja, de taal van de vergeving spreken, dat is de taal van de liefde
spreken. Want veel vergeving is veel liefde. Dan krijgt de gastheer van
je leven wat Hem toekomt. Hij die zoveel liefde voor ons heeft en
die zoveel voor ons gedaan heeft vanuit zijn eeuwige liefde.
Dan krijgt Hij die wassing, die begroeting en die zalving die veel
mensen in deze wereld Hem onthouden. Hoe veel mensen lopen niet totaal
aan Hem voorbij, zonder Hem ooit te bedanken voor het geschenk van het
leven, zonder Hem ooit aandacht te geven als de grond van je leven!
Het ligt niet alleen maar zwart-wit: interesse in het geloof is er wel,
ook in onze tijd, er is genoeg interesse, maar het gaat in het geloof
om het beantwoorden van de liefde van God! Niets meer en niets minder.
Interesse en nieuwsgierigheid is afstandelijk, zoals Simon
ondanks zijn allervriendelijkste uitnodiging afstandelijk bleef,
maar liefde werkt heel anders, liefde overbrugt de afstand,
schept de nabijheid waarin God zichzelf kan openbaren. Dan wordt
Christus geprezen als de Gastheer van de schepping, als de zoon God,
dan verdwijnen de maskers en kunnen mensen zichzelf zijn in een
sfeer van genade en liefde. Alleen in die liefde is de vrede die alle
verstand te boven gaat.
Misschien komt bij iemand nu de vraag op: hoe kan ik dit nu in de praktijk doen? mHoe kan ik Jezus mijn liefde geven?
Daar zou ik het liefste niet teveel en niets concreets over willen
zeggen, want er zijn zoveel manieren om dat te doen en als je
iets noemt dan krijgt dat zo gauw de uitstraling van een regel of een
voorschrift. Niemand kan dat voor je invullen.
Ik zou alleen willen zeggen: dit verhaal uit Lukas vertelt ons
dat we ons hart moeten volgen en dat je dan het juiste doet. In liefde
tot de Heer doe je nu juist wat Hij van je vraagt. Net zoals de vrouw
precies deed wat een ander had nagelaten te doen: ze gaf Jezus de
voetwassing, de begroeting en de zalving die Simon Hem onthouden had.
Haar liefdedaad vulde precies de leegte van Simons nalatigheid.
Als je Jezus liefhebt en in liefde voor Hem leeft, dan doe je wat Hem
door deze wereld voortdurend onthouden wordt. En in die liefde is de
vrede die alle verstand te boven gaat.
De zalving zoals vermeld in Johannes 12:1-11
De hogepriesters en farizeeërs hadden namelijk het bevel gegeven,
dat ieder die wist waar hij was, het zou melden; dan konden zij de hand
op hem leggen. Zes dagen voor Pasen kwam Jezus te Bethanië, waar
Lazarus woonde, die hij uit de doden had opgewekt. Men gaf daar ter ere
van hem een maaltijd. Marta bediende en Lazarus was een van degenen die
met hem aanlagen. Maria nu nam een pond nardusbalsem, echte en heel
kostbare, zalfde daarmee Jezus' voeten en droogde ze met haar haren af.
Het huis hing vol balsemgeur. Daarop zei Judas Iskariot, een van zijn
leerlingen, dezelfde die hem zou overleveren: 'Waarom is die balsem
niet voor driehonderd denaries verkocht en het geld aan de armen
gegeven?' Hij zei dat, niet omdat hij bezorgd was voor de armen, maar
omdat hij een dief was en uit de beurs die hij bewaarde wegnam wat erin
kwam. Jezus echter zei: 'Laat haar begaan. Zij heeft dit gebruik
onderhouden vooruitlopend op de dag van mijn begrafenis. Want de armen
houdt gij altijd bij u, mij echter niet altijd.' Intussen waren heel
veel Judeeërs te weten gekomen dat Jezus daar was, en kwamen
erheen, niet alleen omwille van Jezus, maar ook om Lazarus te zien, die
Hij uit de doden had opgewekt. De opperpriesters besloten toen ook
Lazarus uit de weg te ruimen, omdat om hem veel Judeeërs wegliepen
en in Jezus geloofden.
plaats: Betanïe, ten huize van Lazarus en zijn beide zusters Maria en Martha (Johannes 11:1,2)
tijdstip: zes dagen voor het Pascha waarop de kruisiging zou plaatsvinden
vrouw: Maria
bijzonderheden:
1. geen melding van een albasten kruik
2. geen melding van tranen, wel van afdrogen met de haren
3. zalft Jezus' voeten met de mirre
4. Judas moppert over verkwisting
5. Jezus wil Maria de mirre laten bewaren voor de dag van Zijn begravenis.
Johannes heeft verteld dat Jezus een vriend had die Lazarus heette.
Iemand waar hij intens veel om gaf.
Maar Lazarus sterft.
Jezus gaat er naar toe en ziet het verdriet van Martha en Maria, de zussen van Lazarus.
En de rouw van al zijn vrienden.
Dan is Jezus daar zelf intens door geraakt.
Vol van emotie gaat hij naar het graf en daar roept hij Lazarus.
En dan, na vier dagen dood te zijn geweest komt Lazarus uit het graf naar buiten…
Johannes vraagt veel van het inlevingsvermogen van zijn lezers, maar
toch, wat een verwachting zal dat gewekt hebben: Jezus voorkómt
niet alleen de dood door te genezen, hij haalt zelfs mensen van achter
de dood in het leven terug.
Wel, kort daarna hebben die zelfde Lazarus en zijn twee zussen een maaltijd voor Jezus en zijn leerlingen georganiseerd.
Ook weer heel dubbel natuurlijk.
Wat een begrafenismaaltijd had zullen zijn vanwege de dood van Lazarus,
wordt een feestmaal met de gestorvene zelf in levende lijve aanwezig.
Wat moet dat onwerkelijk geweest zijn.
Bij die maaltijd gebeurt er iets.
Maria staat op een gegeven moment op en loopt naar Jezus toe.
Dan masseert ze zijn voeten met kostbare balsem en wrijft ze daarna met haar eigen haren droog.
En de geur van die verrukkelijke zalf trok door het hele huis, schrijft Johannes.
Kijk, dat Maria dankbaar is, dat kun je je natuurlijk heel goed voorstellen.
Als iemand het leven redt, sterker: teruggeeft van de broer waar je veel van houdt, dan zou je alles wel voor hem willen doen.
Maar waarom nu juist dit?
En er zijn er meer die met die vraag zitten.
Judas Iscariot, met name.
Een leerling van Jezus met een zeer negatieve hoofdrol straks op Goede Vrijdag.
Judas zal Jezus verraden aan de autoriteiten die hem willen arresteren.
Haast niets in het leven is zo erg als verraden te worden door één van je vrienden.
En ondanks alle spijt van Judas later, als hij beseft wat hij gedaan
heeft, hebben de vier evangelievertellers alleen nog met hele grote
bitterheid over Judas kunnen schrijven.
Wel, deze Judas vraagt waarom die zalf van Maria niet verkocht is zodat het geld aan de armen gegeven kon worden?
Je zou zeggen: een vraag helemaal in de geest van Jezus, die als
leermeester zijn leerlingen toch altijd geleerd heeft voor armen op te
komen?
En het gaat ook niet om niks ook zeg! Het was eigenlijk ongelooflijk dure zalf:
300 denarie; een bedrag waar een gewone arbeider een jaar lang voor moest werken!
Wat had je daar niet mee voor de armen kunnen doen; dat moet Jezus toch ook vinden…
Maar Jezus vindt dat nu kennelijk niet.
Over de armen zegt hij iets waar je behoorlijk achter kunt blijven haken.
De armen zul je altijd bij je hebben, maar mij niet.
Zo’n zin uit de bijbel waar in de loop van de geschiedenis al heel wat misbruik van gemaakt is.
Waarom zouden we iets aan armoede doen?
Heeft Jezus zelf niet gezegd dat armen er toch altijd wel zullen zijn?
Ja wat moet je daar nu mee?
Het helpt mijzelf altijd het beste bij zulk soort vragen om te kijken wat Jezus zelf in zo’n geval deed.
Nou, ook in zijn tijd, in zijn leven, zijn er altijd armen, zieken, gehandicapten geweest.
Maar is hij daarom aan hen voorbij gegaan?
Heeft hij zijn leerlingen ooit gezegd: laat maar zitten het zijn er te veel?
Nergens toch?
In tegendeel, Jezus heeft zijn leerlingen geleerd dat geloof in God
altijd te maken heeft met begaan-zijn met mensen. Wat je voor
één van die minste mensen gedaan hebt, heb je voor mij
gedaan, zegt hij ergens.
In de ogen van ieder kwetsbaar mens ligt ahw. de verwachting van Jezus zelf:
Altijd als je de armen bij je hebt, ga dan met hen om zoals ik dat deed. Ga niet aan hen voorbij, maar handel in mijn Geest.
Dat is wat armen van leerlingen van Jezus mogen verwachten.
De armen heb je altijd bij je, om hen nabij te zijn.
Maar mij heb je niet altijd bij je, zegt Jezus ook op de vraag van Judas.
En ook dat is dubbel.
Tijdens het feestmaal voor het herkregen leven van Lazarus wijst Jezus op zijn eigen dood.
Maria heeft hem gezalfd. Zoals dat gebeurde bij doden. Volgende week op
paasmorgen kun je lezen dat vrouwen naar het graf van Jezus gingen om
hem te zalven.
Maar gezalfd werden vroeger ook altijd de koningen van Israël.
Tijdens het leven van Jezus hebben mensen zich altijd afgevraagd wie of wat hij nu eigenlijk is.
Nu nadert het moment waarop dat ten volle duidelijk zal worden.
En juist op dán wordt Jezus gezalfd.
Niet door één van de autoriteiten.
Maar door Maria, één van die kwetsbare mensen waar Jezus steeds voor opgekomen is.
Da’s ontroerend.
En tegelijkertijd ligt juist daar ook de kern van de teleurstelling van
veel van die toeschouwers die hem in het verhaal vandaag zo juichend
inhalen en die op Goede Vrijdag roepen om zijn dood.
Kijk, iedereen vind het mooi als je opkomt voor arme en kwetsbare mensen.
Maar vecht er dan voor, verover Jeruzalem, laat je kronen op de trappen
van het paleis en iedereen zal juichen voor de overwinnende zoon van
God! In plaats daarvan Jezus wordt gezalfd door een onbekende vrouw en
praat hij over een vernederende dood.
De zalving zoals vermeld in Matteüs 26:6-16
Terwijl Jezus zich te Bethanië bevond in het huis van Simon de
Melaatse, kwam er een vrouw naar Hem toe met een albasten vaasje zeer
dure balsem. Zij goot die uit over zijn hoofd terwijl hij aan tafel
lag. Toen de leerlingen dit zagen, waren ze verontwaardigd en zeiden:
'Waar is die verkwisting nu voor nodig? Het had immers duur verkocht
kunnen worden ten bate van de armen.' Jezus bemerkte het en sprak tot
hen: 'Waarom valt ge deze vrouw lastig? Het is toch een goed werk dat
zij aan mij heeft gedaan? Armen hebt gij altijd in uw midden, maar mij
niet. En toen die vrouw deze balsem over mijn lichaam uitgoot, deed zij
iets dat heen wijst naar mijn begrafenis. Voorwaar Ik zeg u: 'Waar ook
ter wereld deze Blijde Boodschap verkondigd zal worden, zal tevens ter
herinnering aan haar verhaald worden wat zij gedaan heeft.' Hierop ging
een van de Twaalf, Judas Iskariot geheten, naar de hogepriester en zei:
'Wat wilt ge mij geven als ik hem u in handen speel?' Zij betaalden hem
dertig zilverlingen uit. En van toen af zocht hij een gunstige
gelegenheid om hem over te leveren.
plaats: Betanië, in het huis van Simon de melaatse
tijdstip: twee dagen voor het Pascha, waarop de kruisiging zou plaatsvinden
vrouw: anonieme vrouw
bijzonderheden:
1. albasten kruik vol met kostbare mirre
2. geen melding van tranen en evenmin van afdrogen met de haren
3. mirre uitgegoten over Jezus' hoofd
3. dicipelen mopperen over verkwisting
5. de vrouw deed deze zalving met het oog op de begravenis
Even aan de andere kant van de Olijfberg, een half uurtje van
Jeruzalem, ligt het dorpje Betanië. Een mooi, zonnig plekje, heel
rustig ook. Daar ontmoeten we de Heiland vrijdag 's avonds, een week
voor Pasen. Zijn tochtgenoten en discipelen hebben misschien bij
bevriende inwoners van het dorp onderdak gevonden of in de buurt, in de
vallei van de Kedron, hun tenten opgeslagen. Maar Jezus Zelf viert de
sabbat in het huis van zijn vriend Lazarus. En dat is voor Hem een
heerlijke verademing. Straks moet Hij alleen verder en Zijn beste
vrienden zullen Hem verlaten. Maar hier is het nog gezellig, zo bij
elkaar. Maria zit er stil bij. In zich zelf gekeerd, terwijl Marta
zoals altijd druk in de weer is. Maria luistert naar wat Jezus vertelt,
zij kijkt naar Hem en zij vergeet heel de rest. Maria heeft Jezus lief.
In het Evangelie vinden we niemand, die Hem meer lief heeft gehad. Hoe
is dat gekomen, die liefde voor Jezus bij Maria? Ik weet het niet. Hoe
komt het, dat wij elkaar liefhebben, man en vrouw, ouders en kinderen
en zo. U vindt het waarschijnlijk heel vanzelfsprekend. Maar zo is het
niet. Het is een mysterie, waar alleen God het geheim van kent.
Als we 't eens vroegen aan Maria zelf, hoe het komt dat ze Jezus heeft
lief gekregen? Ik denk dat ze een kleur zou krijgen. Misschien zou ze
zeggen: maar dat moet je mij niet vragen, vraag het aan Jezus, het is
Zijn schuld. Hij toch is er de oorzaak van! Maria heeft het niet van
zichzelf, Jezus heeft die liefde in haar hart uitgestort. Hij heeft
door Zijn woord en daden beslag op haar gelegd. Dit is ook voor ons de
weg. Wij krijgen Jezus niet lief door tegen ons zelf te zeggen dat het
moet, omdat we anders verloren zouden gaan. Liefde laat zich niet
opdringen. Liefde laat zich niet dwingen! Kijkt u maar naar die vele
ongelukkige huwelijken. De beroemde Duitse dichter Goethe zegt ergens:
een mensenhart is voor goud niet te koop; een mensenhart is slechts te
koop voor een ander hart. Zo is het. Jezus heeft ons Zijn hart gegeven,
Hij heeft ons Zijn leven gegeven. En als wij Zijn hart, Zijn leven,
aannemen, dan geven wij Hem ons hart en ons leven terug. Ons laten
liefhebben door Hem, dat wordt: Hem lief krijgen. Anders gaat het niet.
Hoe openbaart zich nu die liefde van Maria? Zij komt met een kruik,
gevuld met heerlijke nardusolie en giet deze over Zijn voeten. Zij
maakt vervolgens haar haren los en droogt daarmee Zijn voeten af. Zo is
de liefde! Alles, ook het kostbaarste voor de ander over hebben. Met
alleen luisteren kom je er niet. Liefde is meer dan alleen wat
gevoeligheid, sentimentaliteit, romantisch gedoe. Liefde is veel meer
dan lief doen. Liefde mag wat kosten, liefde is actief, met heel je
hart en wezen. Liefde is nooit goedkoop, het opent je hart, maar ook je
portemonnee. Liefde vraagt ook niet "waarom?" En de liefde antwoordt
niet "daarom". Zij doet alleen wat zij doet, omdat ze er toe de drang
heeft.
Maria heeft haar zalf over Jezus uitgegoten, en wie weet wat ze daarbij
gedacht heeft. Het was best een sensatie. De mensen, die er bij waren,
zullen er van opgekeken hebben. Er is zelfs iemand, die mompelt: "Zonde
toch, hoeveel arme mensen hadden daarmee niet geholpen kunnen worden?!"
Dat is de stem van Judas, die de kas van de discipelenkring beheerde.
Misschien had hij wel op een flinke bijdrage gerekend! Mensen zijn vaak
zo onbarmhartig in hun kritiek, en meestal uit eigen belang. Maar Maria
merkt daar niets van, zij gaat helemaal op in haar Jezus, de rest
bestaat voor haar niet. Maar Jezus zal het wel gemerkt hebben, het zal
Hem pijn gedaan hebben. Nee, het zijn niet enkel de Farizeeën en
Schriftgeleerden, die Jezus aan het kruis hebben gebracht... Het zijn
de Joden niet, ik ben het, ik kost Hem die slagen, die smarten en die
hoon (Herv. Bundel Gez. 43). Vooral de penningmeestergeest, die ook mij
eigen is. Rekenen, rekenen en nog eens rekenen, dat is onze zelfzucht,
ons egoïsme. Bekijk het verstandig: die kruik was misschien wel
driehonderd Euro waard geweest, waar een arm gezin toch mooi een maand
van had kunnen leven. Verstandelijk gesproken had hij natuurlijk wel
gelijk, maar de liefde ontbrak. Het was jaloezie en zelfzucht, waarom
hij zo sprak, maar er was geen liefde bij. En zo gaat het met alle
kritiek, die niet uit liefde voortkomt: zij heeft altijd ongelijk!
De zalving zoals vermeld in Marcus 14:3-9
Twee dagen later was het feest van Pasen en van het ongedesemde brood.
De hogepriesters en de schriftgeleerden zochten op welke manier zij
Jezus door een list zouden kunnen grijpen en hem ter dood brengen. Want
ze dachten: 'Niet op het feest; er mochten anders eens onlusten
ontstaan onder het volk.' Terwijl Jezus zich te Betanië bevond in
het huis van Simon de Melaatse en daar aan tafel aanlag, kwam er een
vrouw met een albasten vaasje echte, zeer dure nardusbalsem. Zij brak
het vaasje stuk en goot de inhoud over zijn hoofd uit. Sommigen waren
er verontwaardigd over en zeiden onder elkaar: 'Waar is die verkwisting
van de balsem nu voor nodig geweest? De balsem had voor driehonderd
denaries verkocht kunnen worden ten bate van de armen.' Toen zij tegen
haar uitvoeren, sprak Jezus: 'Laat haar met rust. Waarom valt ge haar
lastig? Het is toch een goed werk dat zij aan mij heeft gedaan. Armen
hebt gij altijd in uw midden en gij kunt hun weldoen wanneer ge maar
wilt; maar mij hebt ge niet altijd. Zij heeft gedaan wat in haar macht
was; zij heeft mijn lichaam op voorhand gezalfd met het oog op mijn
begrafenis. Voorwaar Ik zeg u: waar ook ter wereld, waar de Blijde
Boodschap verkondigd zal worden, zal tevens ter herinnering aan haar
verhaald worden wat zij gedaan heeft.' Hierop ging Judas Iskariot, een
van de twaalf, naar de hogepriesters om hem aan hen uit te leveren.
Dezen waren blij toen ze dat hoorden en beloofden hem geld. Hij zocht
naar een gunstige gelegenheid om hem uit te leveren.
Toen Jezus aan tafel aanlag voor de maaltijd
in het huis van Simon de melaatse daagde plots een vrouw op. Ze had een
albasten flesje bij zich met daarin een heel dure parfum. Ze brak het
flesje en goot de parfum over het hoofd van Jezus. Het gebaar wekte
verwondering en enkele tafelgenoten waren verontwaardigd: Waarom al dat
geld zomaar verspillen? Waarom die luxe? Dat is dwaas! In plaats van
deze ondoordachte uitgave had men iets kunnen doen voor de armen. En ze
waren woedend op die vrouw.
Jezus laat zich doen door die vrouw. Met haar gebaar drukt ze al haar
liefde voor hem uit. Ze vraagt niets. Ze geeft zich helemaal in dit
gulle gebaar.
Voor wat ze geeft vraagt ze niets terug. "Voor wat hoort wat": op die
basis steunen onze menselijke relaties gewoonlijk, en we zijn ervan
overtuigd dat een mens niets doet als hij daaruit geen persoonlijk
voordeel kan halen. In de dagelijkse omgang met elkaar zijn we gewend
te ruilen. Wat wij voor de anderen doen, daarvan verwachten wij dat zij
het ook voor ons doen. En als er geen wederkerigheid is klagen wij over
een gebrek aan erkentelijkheid van hun kant. Als iemand zonder
berekening gééft, zoals deze vrouw, dan zijn we
verwonderd. De handelslogica, waarin mensen het recht respecteren - wat
op zich al niet slecht is - wordt verlaten als iemand de weg inslaat
van de echte vrijgevigheid, en verder gaat dan wat de strikte
rechtvaardigheid vraagt.
In de evangelies zijn het, buiten Jezus, alleen vrouwen die dergelijke
uitzonderlijk gulle gebaren stellen. In parabels, zoals die van de
verloren zoon, doet Jezus ons begrijpen dat dit Gods manier van doen is
jegens ons. God geeft zonder te rekenen. Vandaar de uitnodiging van het
evangelie: "Voor niets heb je gekregen, geef dan ook voor niets".
Jezus zal zich ook wel herkend hebben in het gebaar van die vrouw.
Wanneer hij zijn lijdensweek ingaat geeft hij àlles, net als
zij. Maar nu de leerlingen de aandacht vestigen op de armen die bij de
maaltijd niet aanwezig zijn, bespeelt Jezus hetzelfde register: is hij
niet de arme onder hen? De leerlingen beseffen niet in de geringste
mate dat ze met een arme te doen hebben wiens proces nu geopend zal
worden en die de doodstraf riskeert. Jezus zelf weet dat zijn uur nabij
is en dat hij zal overgeleverd worden.
Is die verwijzing naar de armen geen voorwendsel om de vrouw aan de
kant te zetten? Zij gaat op een ongewoon vertrouwelijke manier om met
Jezus, bij wie ze welkom is en die haar laat begaan.
Judas marchandeert met de hogepriesters. Welk een contrast met
de houding van de vrouw, de enige die niet in die logica binnentreedt!
Judas levert Jezus over voor een som geld. Hij verkoopt zijn meester
voor slechts dertig denariën - terwijl die vrouw een gekke prijs
had uitgegeven voor parfum!
Jezus is de enige die het gebaar van de vrouw verstaat. Hij verdedigt
haar en brengt haar de mooist denkbare hulde wanneer hij de
uitzonderlijke draagwijdte van haar gebaar onderstreept: "Ze heeft al
op voorhand mijn lichaam gezalfd voor de begrafenis".