Om
de kinderen te laten kennismaken met de Bijbel werden er vroeger
schoolplaten gebruikt. Aan de hand van de afbeeldingen op de
schoolplaten kon de meester of de juf een verhaal uitleggen. Deze
manier van les geven werd ook wel aanschouwingsonderwijs genoemd.
Aanschouwen is een ander woord voor kijken. De meesten kennen het nog
wel denk ik, die oude schoolplaten die vroeger in het klaslokaal hingen
of uit een grote opbergkist achter in de klas tevoorschijn werden
gehaald. Het was vooral dán steeds weer een verrassing. Wij
kijken nu in de klas naar dia’s of een videofilm in plaats
van
schoolplaten.
Wil
je een overzicht van alle platen? Klik HIER

En Hij bestrafte de wind: Wees stil.- en het werd volkomen stil.
(Marcus 4: 35
- 41)
35
Aan het eind van die dag, toen het avond was geworden, zei hij tegen
hen: ‘Laten we het meer oversteken.’ 36 Ze stuurden de
menigte weg en namen hem mee in de boot waarin hij al zat, en voeren
samen met de andere boten het meer op. 37 Er stak een hevige storm op
en de golven beukten tegen de boot, zodat die vol water kwam te staan.
38 Maar hij lag achter in de boot op een kussen te slapen. Ze maakten
hem wakker en zeiden: ‘Meester, kan het u niet schelen dat we
vergaan?’ 39 Toen hij wakker geworden was, sprak hij de wind
bestraffend toe en zei tegen het meer: ‘Zwijg! Wees stil!’
De wind ging liggen en het meer kwam helemaal tot rust. 40 Hij zei
tegen hen: ‘Waarom hebben jullie zo weinig moed? Geloven jullie
nog steeds niet?’ 41 Ze werden bevangen door grote schrik en
zeiden tegen elkaar: ‘Wie is hij toch, dat zelfs de wind en het
meer hem gehoorzamen?’
Jezus stilt de storm
Tot zijn jongeren had Jezus gezegd het meer van Genesareth over te
varen. Op dit meer kon het enorm spoken daar de wind uit de bergen kwam
en dan plotseling viel op het meer kon men niet precies deze storm zien
aankomen. Met deze onverwachte situatie kregen de jongeren dan
ook te maken. De jongeren raken door deze storm druk in touw om niet
overspoeld te worden door de golven. Jezus echter ligt rustig te
slapen. Vol angst in de ogen maken de jongeren Jezus wakker en zeggen:
bekommert het U niet dat wij vergaan? Jezus staat dan op en bestraft de
wind en zegt tegen de zee: wees stil. De wind ging liggen en er kwam
een grote stilte na dit machtswoord van Jezus.
Deze windstilte kan geen toevalligheid zijn. Natuurlijk kan de wind
plotseling gaan liggen maar dan deint de zee nog hevig na. Er kwam op
het machtwoord van Jezus een grote stilte. Niet alleen de wind gaat
liggen maar ook de zee gehoorzaamt meteen. In Mattheus 8:27 merken de
jongeren dan ook op: Wie is Deze dat de wind en de zee Hem gehoorzaam
zijn? Natuurlijk kan men de wind bestraffen zodat deze toevallig
net gaat liggen of even later gaat liggen. Maar het wonder is dat zowel
de wind als de zee Jezus gehoorzamen. Daar is geen natuurlijke
verklaring voor. Geen toeval. De wind kan gaan liggen en gehoorzamen
lijken maar de zee is dan niet zomaar gehoorzaam dat kan nog enige uren
duren zeker als het hard gestormd heeft. Hier wordt dus een wonder
beschreven want er is geen natuurlijke verklaring voor daar gesteld
wordt dat: de wind en de zee gehoorzamen. De machtige onstuimige zee,
gehoorzaamt op het bevel van Jezus en gaat liggen. De Bijbel teksten
sluiten dan ook een natuurlijke verklaring uit daar deze een geheel
ander verloop heeft. Eerst gaat dan de wind liggen en pas vele uren
later wordt de zee rustig. Hier is meer aan de hand… Er vond een
wonder plaats!!
Jezus heeft zijn jongeren geleerd dat Hij de zee kan stillen. Maar ja
wat hebben wij nu aan deze teksten? We zijn geen zeelui en verkeren
niet in nood op zee. Is er een manier om deze teksten ook voor ons te
laten spreken? Ik meen van wel. Storm en vooral hoge golven komt men
ook in de Psalmen tegen. In Psalm 42:8b zegt David: “Al Uw baren
en golven zijn over mij heengegaan”. Wat bedoelt David hiermee?
Was David net als de jongeren op een schip toen hij dit zei? Natuurlijk
niet we moeten deze golven in Psalm 42:8b dan ook niet letterlijk
lezen. Er ligt een beeld in van het onrust van het hart. Zo zegt David
in Psalm 42:6a, 12a: “Wat buig gij u neder, o mijn ziel! en wat
ben je onrustig in mij? Hier is er een die lijdt aan neerslachtigheid
en die de situatie niet meer aankan en zichzelf tot orde roept. Hier
stormt het in de ziel. Hier is er een vol strijd en aanvechting. Een
die niet weet hoe hij moet handelen en een die heel moedeloos is
vanwege de omstandigheden. David spreekt zichzelf in deze situatie moed
in als hij vervolgens zegt: “Hoop op God”. Alleen God en
Jezus, die God zelf is, kan de storm en golven van het innerlijk
stillen. Dat kan Hij door de omstandigheden te veranderen of door het
hart te versterken met Zijn Woord en Geest.
Hier in Psalm 42:6a, 8b en 12a, het Oude Testament, hebben we een
sleutel tot het verstaan van de storm op zee in het Nieuwe Testament.
Het kan ook stormen in de ziel en de golven kunnen een mens danig in de
war maken, leert Psalm 42:6a, 8b en 12a. Er zijn zoveel situaties waar
een mens niet uit kan komen: Kerkelijk, persoonlijk of op het werk.
Waar moet men naar toe? “O mijn ziel wat buig je, je toch neer?
Hoop op God. God verlost zo vaak zegt David in Psalm 42:6b, 12b. Er
zijn zoveel kerkelijke vraagstukken… Er is zoveel persoonlijk
leed. Hoop op God. Jezus alleen kan de storm stillen. Ook kunnen de
zonden zo tekeer gaan in ons leven. De zee van zonden wordt ons te
machtig als de Geest het ons leert. We kunnen het niet laten om te
zondigen, zo ontdekken we. Wie kan deze storm stillen? Wie kan de
zonden temmen? Wie kan deze zonden alleen wegnemen? Jezus stilt de
storm. Op Golgotha zijn alle golven van Gods toorn op Hem terecht
gekomen. Alleen Jezus kan de zee stillen. Ook de zee van zonden.
Zwijg, wees stil! ...hoe hebt gij geen geloof ?
In de stormen van het leven wordt het geloof beproefd. Dat hebben we zelf wel meegemaakt, niet waar?
Je staat aan het begin van je leven en je gelooft best wel. Misschien
heb je belijdenis gedaan, je bent in de kerk getrouwd, zoals het
allemaal hoort. Net als de discipelen. Het schip gaat van wal en ze
nemen Jezus in hun schip mee. Met Jezus aan boord, wat kan er dan nog
gebeuren? Dat wordt een goede reis, daar mag je best wel vertrouwen in
hebben. Wie Jezus volgt, is met Hem scheep gegaan. Of moeten we zeggen,
dat Jezus met hem of haar scheep gegaan is? De discipelen hadden er
best zin in. Na al die drukte op het land, met zo veel mensen die bij
Jezus kwamen, was het goed uitrusten op de zee.
Maar ja, het gaat niet altijd zoals je het gedacht en gewild had. Van
het concert des levens heeft niemand het program. Plotsklaps zijn daar
de stormen Op het meer van Galilea kan het zo maar ineens gaan spoken,
als de wind neervalt. Je rekent er niet op, het is er zo maar ineens.
En het is zo erg, dat de golven over het schip heenslaan. Het water
komt de discipelen aan de mond.
"Als op 's levens zee de stormwind om u loeit...." dichtte Johannes de
Heer, "tel uw zegeningen, tel ze één voor
één!" Nou, vergeet dat maar. Daar ben je eerst nog lang
niet aan toe! Integendeel, je kunt wel razen en vloeken, en je doet het
in je broek van angst.
Zo is het u misschien ook wel eens vergaan. Het is zo heel menselijk.
De discipelen laten het ons hier zien, wat er dan gebeurt. Ze staken
van wal, ze hadden er echt zin in. Ze lachten elkaar toe. Toen draaide
opeens de wind en het kalme water werd een kokende zee. En het gekke
was: Jezus lag daar op het stuurmanskussen te slapen, alsof er niets
aan de hand was. Om razend van te worden! In plaats van dat Hij het
roer grijpt, ligt Hij nog in de weg ook! Zij maar bidden en schreeuwen
om hulp, maar Hij hoort het niet eens, Hij slaapt gewoon door.
Het is een ervaring, die veel mensen in hun leven hebben opgedaan, u
misschien ook wel. In Psalm 44 overkomt het een heel volk, toen het in
de storm terecht was gekomen. De vijand heeft hen vernietigend
verslagen, ze zijn verpletterd. En dan brult de Psalmdichter: "Waak op!
Waarom slaapt Gij, o Heer? Ontwaak!" Hij klaagt zijn nood: "Waarom
verbergt Gij Uw Aangezicht, vergeet Gij onze ellende en verdrukking?"
Dat is misschien wel het ergste, als de storm z'n kop op steekt in ons
leven, dat het is alsof Jezus slaapt, God ons niet hoort. God ligt van
ons niet wakker! Dat is een vreselijke ervaring. Je kunt het niet
begrijpen. Toch is het zo, Calvijn had daar ook al moeite mee. Hij
schrijft in zijn commentaar op deze plaats: "Het lijkt alsof Jezus
slaapt, maar dat is niet zo. Zijn lichaam is in rust, maar Zijn Geest
waakt over ons, kijk maar: Hij laat Zich wakker maken en stilt de
storm." Ja, dat klinkt goed. We zouden hem ook heel erg daarin
bijvallen: was het maar! Wij zouden hetzelfde zo graag zelf willen
meemaken. Maar u weet het: het gaat meestal niet op. Je kunt bidden en
schreeuwen, Jezus wordt toch niet wakker. Hij staat niet op in je leven
om de storm te bezweren. Je voelt je van God verlaten, eigenlijk: in de
steek gelaten. En dat betekent voor ons een enorme ontgoocheling! Je
was immers van wal gestoken in je leven in het volste vertrouwen, dat
Jezus aan boord was en je altijd zou helpen. Je had toch niet gedacht
aan zulke stormen als ernstige ziekte, handicap of rouw?
Maar dan is daar toch die storm plotseling, zo maar. En u kunt er zeker
van zijn, dat die storm door de discipelen werd beschouwd als een
oordeel van God. Iedereen dacht toen zo, en vandaag denken nog velen
zo. Mensen hebben we de neiging God van alles in de schoenen te
schuiven. Maar zo is het toch niet. We moeten ons ook zelf eerst eens
afvragen, of wij er soms zelf schuld aan hebben.
De discipelen hebben daar natuurlijk helemaal geen tijd voor. Hun leven
staat op het spel! Waar blijven ze nu met hun geloof? 't Is goed aan
het wankelen gebracht, zoals meestal, wanneer de nood in het leven
komt. Als de mens in nood komt, komt ook het geloof in nood. Reken
maar! Ze raken hun vertrouwen in de Heer kwijt. Het water loopt al over
het dek, en de Heer slaapt maar door. Wat doet een mens dan, in zijn
nood? Hij gaat schreeuwen uit angst: Help mij toch! Waarom trekt U Zich
niets van mij aan! Ongeloof en verwijt aan het adres van Jezus. Nog
altijd gebeurt dit bij mensen, die de dood in de ogen zien. Wij weten
dan niet meer wat te zeggen. Pure paniek. We schudden de Heer wakker en
we verwijten Hem dat Hij egoïstisch is! Zeg nu niet, dat ze in Hem
geloofden en dat ze wel wisten dat Hij hen zou helpen. Dat ze Hem dus
wakker maakten uit puur geloof! Nee, zo is het niet. Ze doen het uit
angst en onmacht, ongeloof en wantrouwen, agressie en boosheid. En dat
is heel erg, dat we zo met de Heer omgaan. Jezus wakker maken, betekent
dat wij geforceerde pogingen doen om Hem in onze nood te betrekken. We
trekken Hem binnen in onze levenskring, in onze misère, en maken
Hem zelfs daarvoor verantwoordelijk. Wie is er hier nu egoïstisch:
de Heer of wij zelf, die zo heftig te keer gaan?
Is het niet een wonder, dat het soms toch nog effect heeft? Ook hier,
bij de discipelen. Maar van al die mensen, die zijn omgekomen in een
storm, hoor je nooit meer iets. Hooguit, dat ze te weinig geloof hebben
gehad! Hier laat Jezus Zich wakker roepen en Hij neemt het de
discipelen nog niet eens kwalijk ook. Hij staat op en zegt tegen de
wind en de golven: "Zwijgt, weest stil!" En de wind gaat liggen en het
water wordt kalm en de discipelen zinken uitgeput neer op de
roeibanken. Ja, zeggen we dan, zie je wel: wie maar volhardt in het
gebed, krijgt wat hij hebben wil. Wie klopt, wordt opengedaan! Ja, dat
is waar, maar ook niet waar. Inderdaad wordt hier de storm gestild,
maar tegelijk stelt Jezus ons met de discipelen onder kritiek: "Waarom
zijt gij zo bevreesd, hoe hebt gij geen geloof?"
De storm wordt niet gestild, omdat de Heer ons dan maar tegemoet zal
komen om van het gezeur af te zijn. Nee, onze Heiland is geen slappe
moeder, die het zeurende kind tenslotte maar z'n zin geeft. Het is ook
niet de beloning van het geloof van de discipelen. De storm wordt
alleen maar gestild als een teken van Jezus' macht, om te laten zien
Wie Hij is: dat Hij de Messias is! Het is beslist geen uitvloeisel van
het geloof van de discipelen, eerder het tegendeel: een teken, dat de
discipelen nog eens tot geloof zullen komen! 't Is voor de discipelen
geen overwinning, eerder een nederlaag. Wij moeten daarom niet te gauw
zeggen: zie je wel, wie gelooft wordt behouden! Jezus behoudt hier
juist mensen, die niet geloven! "Hoe hebt gij geen geloof?" Hoe is het
mogelijk, dat jullie nog geen geloof hebben? Ik ben al zo lang bij
jullie en jullie hebben al zo veel van Mij gezien en gehoord en toch
geloven jullie nog steeds niet! Goed, dan zal Ik dit er nog bij doen,
misschien dat jullie nu gaan geloven en de mensen later ook, raak dan
ook niet zo in paniek, als er een storm in je leven komt!
Wat moeten wij daar nu mee aan? Misschien hebt u het ook wel eens
meegemaakt, dat Jezus u door een storm geholpen heeft en u daarmee
heeft voorbereid op een volgen de storm? Vast wel. Als dan die andere
storm opsteekt in je leven, kun je er beter tegen. Misschien dat we dan
Jezus kunnen laten slapen. "Al staat de zee ook hol en hoog en zweept
de storm ons voort, Wij hebben 's Vaders Zoon aan boord......" Dan zal
het er om gaan, dat we niet in paniek raken, maar dat we ons
herinneren, hoe de Heer wel vaker in ons leven storm heeft gestild,
zodat het weer volkomen stil werd. Dat is het geloof, waartoe de Heer
ons brengen wil, met vallen en opstaan,. Wij, die met Jezus van wal
zijn gestoken, moeten ons niet uit het veld laten slaan door een of
andere storm, die opsteekt. "Wij hebben 's Vaders Zoon aan boord en het
veilig strand voor oog".
De woorden van Psalm 121 laten dit zo duidelijk horen: "Zie, mijn
Bewaarder zal niet sluimeren, Hij zal uw uitgang en uw ingang bewaren
van nu aan tot in eeuwigheid. Uw voet zal niet wankelen!" De uitgang is
"uit de moederschoot", de in gang is "in de dood". Het gaat dus om de
totaliteit van het leven, waarin God ons bewaren zal. Om dat te
bevestigen stilt Jezus de storm. De zee is de macht van de chaos, de
macht van satan, de macht van de dood. "Dood, waar is uw prikkel
thans?" (1 Kor.15, 55).